Uit de pers. De mifliosnennota. Uit het huis met de blauwe stoep. De Marinebegrooting. De bloemenzaak van den heer Korten- hoeven aan het Schildereind te Den Burg, zal door verbouwing een belangrijke ver fraaiing en verbetering ondergaan. KERKCONCERT TE OOSTEREND. Op Woensdag 28 September a.s. zal in de Ned. Herv. Kerk te Oosterend een concert worden gegeven ten bate van de verwarming in de N. H. Kerk te Den Burg. Behalve het Hervormd Kerkkoor te Den Burg, zal medewerking verleend worden, door mevrouw VisserDewald, mej. E. Dijt en de heer Visser te Den Burg. Daar de toegangsprijs slechts 25 cent bedraagt, zal de opkomst op dien avond, ongetwijfeld zeer groot zijn. T.B.C. BESTRIJDING O. H. RUNDVEE TE TEXEL. Gisterenavond werd, in hotel „De Zwaan de algem. vergadering gehouden van de „Ver. „Texel" tot bestrijding van T.B.C. o. h. Rund vee en andere Veeziekten te Texel"; de bijeen komst werd bijgewoond door pl.m. 25 per sonen. De voorz., de heer C. de Wit, deelde bij opening mee, dat de gang van zaken in de vereen, in het afgeloopen jaar zeer bevredi gend is geweest; ongeveer 3/4 van het aantal veehouders in deez gemeente is thans tot het lidmaatschap toegetreden. Wij hopen, ver volgde spr., dat het ons over eenigen tijd zal mogen gelukken dat alle Texelsche rundvee houders lid van deze zeer nuttige vereeniging zullen zijn. De T.B.C. vormt zulk een groot gevaar voor de gezondheid van mensch en dier, dat wij van het voortbestaan van deze vereeniging overtuigd kunnen zijn. Hierna verkreeg de secretaris-penningm., de heer J. C. Koger, gelegenheid de notulen te lezen. De notuleering was wederom uitstekend verzorgd, de dank des voorzitters en het ap plaus van de aanwezigen had volkomen onze instemming. Daarna 'werden enkele ingekomen stukken behandeld, o.a. kwam in bespreking een schrijven van het Hoofdbestuur, naar aanlei ding van een correspondentie door het bestuur gevoerd om het lidmaatschap van veehouders met z.g. Handelsstallen en over het onder zoek van kalveren. Het Hoofdbesturu deelt mede, dat z.g. Handelsstallen niet tot het lidmaatschap mo gen worden toegelaten en dat kalveren, die meer dan 8 weken oud zijn onder het onder zoek vallen. Over de kwestie der Handelsstallen werd eenigen tijd van gedachten gewisseld; het bestuur was van meening, dat men deze be slissing zoo moest opnemen, dat erkende han delaars geen lid kunnen zijn, iemand die ech ter daarnaast een vast veebeslag heeft wel, ook een veehouder die, zooals b.v. de heer M. Koorn, t.b.c. vrije runderen opfokt voor lateren verkoop. Verder kwam nog even in bespreking een agenda van een verg. van het Hoofdbestuur, waarin een lezing werd aangekondigd van den heer 't Hoofd over T.B.C.-vrij opfokken van kalveren. De voorz. drong er op aan dat de Texelsche veehouders zooveel mogelijk deze lezing zouden gaan bijwonen; de plaats waar deze bijeenkomst zou worden gehouden, zou nader worden bekend gemaakt. De heer Koger las hierna zijn uitstekend ver zorgd jaarverslag voor. Wij ontleenen hieruit het volgende: De slechte tijdsomstandigheden hebben in het geheel geen invloed op de T.B.C. bestrij ding gehad; het dient echter te worden opge merkt, dat de Ver. niet afhankelijk is, en de resultaten van den arbeid van het Bestuur niet direct beïnvloed worden door de funeste gevolgen van de crisis. In het afgeloopen jaar werden twee algem. en vijf bestuursvergaderingen gehouden; naast de gewone jaarverg. werd nog een verg. ge houden, waarin de oprichting van de „Ver een. tot verwerking van uit nood geslachte dieren werd besproken. Het aantal leden der vereen, is gestegen van 180 tot 208. 32 nieuwe leden traden toe en 4 werden afgeschreven. Met dit aantal leden staat de T.B.C.-bestrijding aan den spits der landbouworganisatie's in deze ge meente. Als aangesloten vereen, bij de Centr. Vereen, te Alkmaar is ze in omvang no. 2. In den loop van den zomer werden reeds 3 open lijders ontdekt. Groote teleurstellingen deden zich niet voor, als alleen in één ge val. Een veehouder had namelijk van aankoop van een dier, afkomstig uit Noord- Holland geen aangifte gedaan, hetgeen vol- geens den veearts verplichtend is. Het onderhavig bedrijf was reeds twee jaar T.B.C. vrij;* bij onderzoek in December 1.1. bleek tot groote ontsteltenis van den veearts en tot schade en last van den eigenaar, dat bijna 50 pet. van de koeien reageerden. Practisch gesproken was twijfel hier uitgesloten er moest een open lijder tusschen zijn. Het kli nisch onderzoek bevestigde dit vermoeden; maar ook bleek daarbij, dat de pas aange kochte koe de open vorm van T.B.C. had en den geheelen stal had besmet. Het dier is in dit bizonder geval niet vergoed. Een les voor de veehouders om van aan koop steeds aangifte te doen. Evenals vorig jaar werd van ieder bedrijf een tuberculine-staat in triplo bijgewerkt, in totaal zijn thans 624 staten verwerkt. Hulde bracht de secret. in zijn verslag aan den heer Noordijk voor zijn prachtig werk voor de T.B.C.-bestrijding, hij wees er hierbij op, dat de vergadering van den Centr. Vereen, in 't Landbouwhuis te Alkmaar door een der bestuursleden de aandacht was gevestigd op serieuse werkwijze van den heer Noordijk, wat het klinisch onderzoek betreft. Het bleek daar, dat dit elders veel te wenschen overliet; het groot anatal hier gevonden open lijders legt ook zeer duidelijk getuige al van de ernst waarmede hier de veearts zijn arbeid verricht. Het aantal gevonden open lijders staat, in de Centr. Alkmaar op Texel No. 1. Onderzocht werden 2140 dieren boven twei jaar, waarvan 445 of 20.8 pet. positief rea geerden, 803 dieren beneden 2 jaar, waarvan er 26 of 3.2 pet. reageerden; in totaal 2993, waarvan 371 of 16,3 pet. reactie vertoonden. Het vorig jaar werden in totaal 2382 dieren onderzocht, waarvan 20.4 pet. reageerden. Alzoo een bemoedigend resultaat. Dit jaar werden 25 open lijders gevonden, wel een groot percentage, doch het mag een zegen voor den Texelschen veestapel worden genoemd, dat er zooveel smetstof-znaisters zijn onschadelijk gemaakt. De heer Kager liet zijn jaarverslag vergezeld gaan van een overzicht van de uitbetalingen aan de veehouders, die openlijders hadden gehad. Het bleek daarbij, dat de ontvangen bedragen soms zelfs boven de waarde van gezonde dieren uitkwa men. Gemiddeld was voor de openlijders 148.78 uitbetaald, niettegenstaande er van de 25 dieren 6 geheel werden afgekeurd. Tenslotte wees de secretaris nog op de ver plichting van de veehouders om te zorgen dat het Nederlandsche vee haar goeden naam behoudt, vooral in dezen tijd nu men ons van de buiten- landsche markten wil verdringen, t.b.c.-vrije stal len zijn daarom voor allen een besliste eisch ge worden. Uit de rekening die was nagezien en in orde bevonden door de heeren C. Witte Pz. en P. Koorn Jz, bleek, dat de ontvangsten hadden bedragen 5749.81. De uitgaven 5740.76. Zoodat er een batig saldo was van 9.05. Het vorig jaar was dit pl. m. 189, zoodat de kas belangrijk was ach teruitgegaan. In verband met dezen achteruitgang stelde de voorzitter voor om de contributie ook dit jaar weder te bepalen op 25 cent per koe; en de uit- keering van 25 (als een geslachte koe niet meer dan 100 opbrengt), nu de vleeschprijzen zooveel lager zijn, op de algemeene vergadering volgend jaar te regelen. De heer C. Roeper Pz. was er tegen een con tributie van 25 cent per koe te heffen, hiervan werd een soort van verzekering gevormd. Spr. zou deze liever afgeschaft zien en als ze gehandhaafd blijft bedanken voor het lidmaatschap. De voorz. wees er op, dat de Vereen, hier, door dat de veearts 10 cent per koe bijdraagt in de ad ministratiekosten, bizonder voordeelig werkt, zoo dat de verzekering, die de heer Roeper een be zwaar acht, feitelijk uit de kas der Vereen, komt; bepaald is, dat anders 2.50 voor het lidmaatschap moet wo. den betaald. Het bestuursvoorstel betreffende de contributie en uitbetaling werd hierna in stemming gebracht en met op één na algemeene stemmen aangenomen. Tot secr.-penningm. werd op voorstel van den heer P. Koorn Jz. de heer Kager bij acclamatie herkozen. De voorz. wees als rekening-opnemers voor het volgend jaar aan de heeren Jac. Keijser Dz. en Joh. Kuip, die deze taak op zich namen. Bij de rondvraag werden door den heer T. Koorn en Meijndersma eenige inlichtingen gevraagd over bet bijhouden der lijsten. De heer P. Koorn Jz. drong aan op het vormen van meer kas, de penningm. past geregeld bij. De heer C. Roeper verzocht indien het mogelijk was een brochure te mogen ontvangen van de lezing van den heer 't Hoofd over t.b.c.-vrij op fokken van kalveren; hij meende dat van Texel naar de te houden vergadering weinig veehouders zouden gaan. Na eenige discussie over dit onderwerp werd besloten een poging aan te wenden om genoemden heer als spreker te krijgen. De heer S. Kuiper zou gaarne zien, dat de bur gerij in deze gemeente medewerkte door melk te koopen van t.b.c.-vrije stallen. De voorz. zou ook gaarne in deze medewerking van de burgerij hebben; de heer Duinker bood aan gratis advertenties voor dit doel van de Vereen, te plaatsen. De heer P. Koorn Jz. deed het voorstel om bij de Gemeente aan te dringen op subsidie voor de t.b.c.-bestrijding, rondom Amsterdam wordt 2.50 per koe gegeven, beweerde spr. De voorz. wees er op, dat bij Amsterdam uit sluitend consumptiemclkers wonen, hier is dat heel anders. Tenslotte drong de voorz. er bij de leden op aan om de brochure van Dr. Picard aan te schaffen, ze is bij den veearts a 50 cent verkrijgbaar. Hierna werd de vergadering gesloten. mm™ Aanbouw kruiser 1930 en één nieuwe onderzeeboot. Sluiting der werf te Hellevcetsluis, ge deeltelijke van het A nister dam- sche marine-etablissement. In het VlIIe hoofdstuk der Rijksbe- grooting (Defensie) wordt, wat de Kon. Marine betreft, een termijn aangevraagd voor der; kruiser 1930. Uit financieele overwegingen is geen vervolgtermijn op gebracht voor den flottieljeleider 1931. Een eerste termijn wordt gevraagd voor een onderzeeboot ter vervanging van oud materiaal. Het totaalbedrag, bestemd voor nieuwen aanbouw, is wederom, ten einde het eind cijfer der begrooting te verlagen, zeer belangrijk verminderd. Thans wordt aan gevraagd f 1.798.800, in plaats van f 6.457.000 voor 1932 en f 10.408.000 voor 1931. De bedragen voor het flottieljevaartuig „Johan Maurits van Nassau" en de onder zeeboot O 16 komen geheel ten laste van de Rijksbegrooting, te zamen voor een bedrag van f 250.000. De bedragen voor den kruiser en de onderzeebooten K XVII—XVIII, te zamen voor een bedrag van f 1.548.800. komen voor de helft ten laste van de Rijksbe grooting en worden voor de andere helft uit de begrooting van Nederlandsch-Indië aan de middelen in Nederland geresti tueerd. Het ligt in het voornemen van den minister de Rijkswerf te Hellevoetsluis te sluiten, aangezien de tot dusver aldaar gewoonlijk plaats hebbende werkzaam heden door de Rijkswerf te Willemsoord worden overgenomen, hetgeen tot een niet onbelangrijke besparing zal leiden. Te dien einde is een bedrag uitgetrokken, ten einde de werf te Willemsoord voor het overnemen dier werkzaamheden in staat te stellen. De economische omstandigheden zijn oorzaak, dat den laatsten tijd het verloop in enkele diensttakken by de zeemacht geringer was dan waarop bij de aan neming en opleiding van personeel in vorige jaren was geraamd. Waar dit mocht leiden tot een over compleet aan personeel, zullen maatrege len worden genomen om zoowel door ver mindering of staking der aanneming, als door ontslag van personeel het aantal terug te brengen tot hetgeen overeen met de behoefte. De maatregel, in 1932 in verband met den toestand van 'slands financiën ge nomen, om de herhalingsoefeningen bij de zeemacht op zeer beperkte schaal te houden, kan voor 1933 niet weder worden genomen. Om deze reden zijn thans weer gelden aangevraagd om deze oefeningen mogelijk te maken. De hieraan verbonden kosten worden op f 913.600 geraamd. Behalve door verlaging van jaarwedden, toelagen e.d., krachtens K.B. van 29 Dec. 1931 en door vermindering van salarissen, wordt bij de Marine bezuinigd door ver mindering van ambtenaren en contract arbeiders bij het departement en bij het loodswezen en door afvloeiing van over compleet komend personeel bij de Ko ninklijke Marine. Voorts, gelijk uit het bovenstaande blijkt, door nieuwen aan bouw en nieuwen aanmaak zooveel moge lijk te beperken en inzonderheid den aan bouw van nieuwe schepen tot een zeer gering bedrag terug te brengen. Ook wordt voorgesteld de opheffing van het Marine-Etablissement te Amsterdam, van het deel der inrichting bestemd voor de ontvangst en de ver zending van goederen van en naar Neder landsch-Indië. (Tel.) HET CONFLICT IN HET ZEEVAARTBEDRIJF. Namens de contactcommissie van orga-- nisaties van werknemers ter koopvaardij wordt meegedeeld, dat met de directie van de Emzetco-Uin en met de reederij van de Ary Seheffer een bevredigende oplossing van het conflict is verkregen, ten gevolge waarvan voor deze reederijen met ingang van gisteren de staking is opgeheven. De onderhandelingen met de Halcyon- Ujn zijn nog niet geëindigd. „Het Volk" vertelt, dat de communisten in Amerika gedurende het conflict in het ztevaartbedriif pogingen hebben gedaan om de „Statendam" te New-York vast te houden. Er werd beweerd, dat er een tele gram van den centralen bond was geko men, dat de „Statendam" moest worden opgehouden. Het was echter al spoedig duidelijk, dat hier niets van waar was. Men is dön ook gewoon vertrokken. DE TARWEWET. De tarwe-organisaties voor Noord-Holland en Zuid-Holland verlagen den richtprijs van 11 tot 10.50. De tarwe-organisaties in Noord- en Zuid-Holland hebben besloten, den richt prijs, welken zij oorspronkelijk hebben vastgesteld op 11, te verlagen tot 10.50. Dit besluit is genomen in verband met de groote van den te verwachten oogst en den lagen wereldmarktprijs, die voor de inlandsche tarwe is te verkrijgen. Reeds is op de geleverde partijen 50 ct. per 100 kg ingehouden. Deze inhouding, welke als voorloopig was bedoeld tot de monsters definitief zouden zijn vastgesteld, is door boven vermeld besluit definitief geworden. De aan de leden-aangeslotenen bekend ge maakte prijzen worden door dit besluit dus met 50 ct. per 100 kg verlaagd. DE INVOER VAN VISCH IN FRANKRIJK. Het contingent voor het derde kwartaal uitgeput. Het bestuur van de IJmuider vischhan- delaarsvereeniging heeft bericht ontvan gen, dat het contingent grove zeevisch, dat in het derde kwartaal in Frankrijk mag worden ingevoerd, is uitgeput. Het bestuur heeft gisteren nog pogingen aan gewend om de gisteren aangevoerde visch wel ingevoerd te krijgen, doch zon der gunstig resultaat. Daardoor werd de prijs zeer gedrukt, vooral van „hake", een in Frankrijk zeer gewilde vischsoort. Op 1 October gaat echter het contingent voor het nieuwe kwartaal in. Een andere tegenslag voor den visch- handel te IJmuiden is dat de speciale vischtrein, die iederen morgen naar Pa rijs vertrekt, met ingang van 2 October niet meer zal rijden, tengevolge van het uitvallen van een stoomtrein op het tra ject tusschen Haarlem en Rotterdam. Po gingen van de vischhandelaars- en ree- dersvereeniging om hierin verandering te brengen, hebben geen resulaat opge leverd. DE TROONREDE. Pers-uitspraken. „Troon-weeklacht" betitelt de N. Rott. Crt. haar beschouwingen over de Troon rede, en de meening van het blad over deze koninklijke boodschap wordt wellicht het best gekarakteriseerd door deze zin snede: Er was voor alles behoefte aan een Koninklijk woord, dat vertrouwen in de toekomst zou wekken, een dat bemoedi ging schenken zou, omdat men eruit voel de, dat wij hier te lande bij alle ellende toch in ieder geval het geluk hadden van eene Regeering, die tegen de moeilijk heden opgewassen was en tot krachtig handelen in staat. In plaats daarvan hebben we één lange jammerklacht gekregen, zóó somber, zóó zonder eenige opwekking, zóó zonder eenig teeken van regeeringszelfvertrou- wen, dat van de geheele rede slechts eene neerdrukkende werking kan uitgaan. En aan het slot van haar beschouwin- gén schrijft het blad dit vernietigend oordeel: Wij zullen over dit staatsstuk niets ver der zeggen. Men kan er kolommen om heen vol schrijven, maar wie, gelijk de Troonrede verlangt, ,,de werkelijkheid on verbloemd voor oogen stelt", kan over het stuk niets anders uiten, dan diepe teleur stelling over zooveel leegheid. Eene weeklacht van eene slappe regee ring. Het Alg Handelsblad heeft in de Troonrede het geluid van een zware, plechtige stormklok vernomen. „Zij be paalt zich ditmaal tot het ééne kernpro bleem waarvoor de natie zich geplaatst vindt: het behoud voor allen van de materieele grondslagen onzer samenleving, zonder welke de sociale, geestelijke en cultureele waarden tot ineenstorting zou den worden gedoemd. De rede kon in het laatste levens jaar van dit kabinet geen bout en breed opgezet visionair program zijn, ook daar niemand weet hoe de crisis zich ver der zal ontwikkelen, en hoe het buiten land, waarvan onze welvaart zoo zeer af hankelijk is, zich verder zal gedragen. Het Vaderland weidt over de taak der Kamerleden uit en stelt vast, dat er veel is, wat het hun moeilijk maakt, hun hoogsten plicht te vervullen. Daar staat tegenover dat dit daarom, meer dan ooit eisch is. De regeering heeft daarom, en wij achten dat juist gezien, in ae Troonrede vollen nadruk gelegd op den nood der tijden. De Nieuwe Courant acht de rede een waardig Koninklijk woord in overeen stemming met de ernstige omstandig heden. „Dat haar stijl zich in gunstigen zin onderscheidt van dien harer voorgang ster, kan aan den indruk slechts ten goede komen." Het Utrechtsch Dagblad stelt vast, dat de Troonrede niet verder komt dan de vaststelling, dat het er met de fi nanciën en oeconomie ellendig voorstaat. De Telegraaf schetst het wezen onzer staatsinrichting, zooals Thorbecke deze ontworpen heeft. Aan diens politiek toetst het blad de troonrede: Wie haar den vormelijkén luister ont neemt, haar van de stylistische franje ont doet, komt tot de ontdekking van zijn bit terste teleurstelling: aan het rafelen komt geen einde, voordat de laatste draad ver dwenen is. Wij leven in een crisis, en wij moeten er doorheen ziedaar wat ons, van een beroep op onze „roemrijke ge schiedenis" afgezien, wordt voortgezet. Geen program: geen enkele aankondiging zelfs van eenigen concreten maatregel; niet dan een slap beroep op datgene wat de natie vereenigt: zelfs niet Thorbecke's fiere „wacht op onze daden!" Welk een ongemeene gelegenheid laat de regeering zich hier ontgaan! De Standaard wil niet laken, om dat zij het in de regeering niet kan mis prijzen, wanneer zij zich niet gaan laat en plannen wereldkundig maakt, die mis schien reeds na een maand, wegens ver anderde omstandigheden, gewijzigd of op gegeven moeten worden. Het blad wil echter ook niet prijzen. De Rotterdammer (a.-r.) stemt in met de sombere kenschetsing van den toe stand. Het schip van staat bevindt zich in de branding. Echter, wat ons te wachten staat, ont hult de Troonrede niet. Zij is geen regee- ringsprogram; zij zegt niets positiefs, doch geeft veel te denken en te vreezen. Het blad meent, dat van waarlijk chris- telijk-socialen arbeid gesproken zal kun nen worden, wanneer de regeering de middelen weet te vinden, het bange lijden der werkloosheid te verzachten. De Maasbode merkt op, dat nie mand een optimistische troonrede heeft durven verwachten. „Naar onze meening heeft de Konink lijke Boodschap het juiste midden be waard: zij is waar, maar niet wanhopig; zij vraagt offers, maar kondigt geen af braak aan; zij bedient zich van forsche woorden, rnear laat plaats aan het men- schelijk gevoel. De Residentiebode kenschetst de troonrede als: Alles nog in mineur. Het blad meent, dat zij, die verwacht mochten hebben, dat de regeering in de troonrede eens precies zou aangeven wat haar plan nen zijn met betrekking tot de crisis, sterk bedrogen uitkomen. Het Centrum acht de Troonrede „een somber staatsstuk". De T ij d noemt haar een duister docu ment. De noodklok luidt van de eerste tot de laatste zinsnede met het donkerste accent. Het Volk spreekt van een nietszeg gend stuk, terwijl er zelden een troonrede met zoo groote spanning zal zijn tegemoet gezien. Persstemmen. Het Handelsblad stelt o. m. de vraag, of belastingverhooging in deze mate noodig was en of een krachtiger be zuinigingsbeleid geen oeconomisch ge- zonderen toestand had kunnen scheppen. Uit de Nieuwe Courant: De Millioenennota is ditmaal, in veel sterkere mate dan verleden jaar het geval was, te vergelijken met de opengaande Doos van Pandora: de plagen vliegen er uit. Niet alleen in financieel opzicht, ook uit economisch oogpunt moeten de voorge stelde belastingverzwaringen bedenking ontmoeten. Niet alleen de hooge invoer rechten, óók zware belastingen kunnen wegens de daardoor veroorzaakte weg zuiging vun productief kapitaal het her stel belemmeren. Het zal niet gemakkelijk zijn, ons uit al deze noodlottige cirkels bevrijden. Het Vaderland vat haar beschou wing aldus samen: Resumeerende moeten wij constateeren, dat de Millioenennota uit een fiscaal oog punt het werk van een virtuoos mag wor den genoemd, maar dat een krachtige re geering zich niet zou hebben kunnen ver- oorlooven, de politieke en de economische zijde van de groote vragen, waarvoor wij thans staan, zoo onberoerd te laten. De T ij d heeft een beschouwing, waar in o,m. wordt vastgesteld, dat Weiter niet te somber heeft gezien, integendeel! Het Centrum oordeelt, dat het aan beveling verdienen zou, als ook in de Ka mer over al de voorstellen als een geheel zou worden beslist, desnoods in een stem ming, dit zou een houding zijn in over eenstemming met den ernst der tijden, en de millioenennota lezen wij zoo, dat de regeering als het ware den weg daartoe bereidt." De Standaard heeft het over de leelijke vlek in de Nota, n.1. dat de be grooting niet sluit: dat er een tekort blijft van rond 22 millioen, en zegt: Slechts op één voorwaarde hebben we daartegen geen overwegend bezwaar. Indien er n.1. voer gezorgd wordt, dat in den loop van 1933 het tekort op de spoorwegen ver dwijnt. Afwezigheid van critiek thans beteekent niet dat we geen critiek hebben. Die komt later. Thans willen we in het algemeen slechts zeggen, dat de minister van finan ciën, al moge hij dan niet met een slui tende begrooting komen, en al mogen we tegen sommige voorstellen bezwaren heb ben, zonder twijfel den lof verdient van een hoogst ernstigen toestand courageus onder de oogen te hebben gezien. Van afdingen op zijn voorstellen kan o.i. geen sprake zijn. Wel van vervanging van sommige maatregelen door andere, POLITIERECHTER TE ALKMAAR op 19 September. De vreemde bokkesprongen van tante Pos! Postbediening op een koopje. Grootste verantwoordelijkheid tegen een hongersalaris. Het uitvinden van benamingen voor Postfilialen vertoont inderdaad evolutie verschijnselen! Eertijds was het doodge woon „brievengaarder", daarna meer def tig „kantoorhouder", maar thans wordt een dergelijk boerenpostkantoortje een „station" genoemd, zoodat we nu logisch van een „stationschef" zouden moeten spreken. Het ware echter wel wensche- lijk, dat de activiteit van het Hoofdbe stuur zich ook uitstrekte tot een betere controle op geldelijke beheerders, om van een streven om het publiek te gerieven, dan maar het stilzwijgen te bewaren. Men zou haast zeggen, dat bij de Post het stel sel regeert „een zwavelstok in vieren en een flesch wijn in eens." Om echter op de bediening van zoo'n station terug te komen, een dergelijke stationschef was dan ook mej. Cornelia Anna D., te Schoorldam, zulks ter vervanging van haar echtgenoot, die om een of andere reden van die functie was ontheven. Deze juffrouw, behalve met postzaken, ook be last met de zorg voor haar huisgezin, had de geldelijke aangelegenheden van het kantoor niet in het rechte spoor kunnen houden en stond alzoo verleden week te recht terzake verduistering van gelden, ontvangen ter voldoening van belasting schuld en girostorting. Deze bedragen werden later door het huismoedertje weer vergoed, doch deze schadeloosstelling hief echter de wettelijke strafbaarheid niet op. Het onderzoek ter terechtzitting bracht evenwel motieven tot aanhouding der zaak, die heden werd voortgezet. Gehoord werd alsnog de heer C. Geus, commies der Posterijen te Alkmaar, die verschillende inlichtingen gaf omtrent het geldelijke beheer. Gerequireerd werd overeenkomstig ad vies een voorwaardelijke straf en wel voorwaardelijk 6 maanden gevangenis straf met 3 proefjaren. Uitspraak: Con form eisch en onder toezicht gesteld van het Leger des Heils. Van alle kanten klop gekregen. De 48-jarige loopknecht J. D., te Den Helder, die op 12 Juni met zijn hond een wandelingetje maakte, kon bij zijn terug komst niet met tevredenheid getuigen, dat het een pleziertochtje was geweest. Hij werd namelijk aangevallen door twee heeren die hem niet bijzonder genegen waren en wel door den 58-jarigen marine werf-werkman V. en diens 26-jarigen schoonzoon M. A. C. B., van wien de rampzalige loopknecht een behoorlijke portie lange haver ontving. De heer G. V. gaf een uitlegging van het geval, waarvan de lengte niet in overeenstem ming was met het "respectabele aantal zaken. Een feit is, dat Dekker ook nog door een andere liefhebber werd afge droogd, zooals door den matroos R. en diens beminde, mej. G. J. als ooggetui gen, werd verklaard. Er scheen bij deze strafoefening ook nog te zijn gezongen In alle dingen, groot of klein, daar moet muziek en zang bij zijn. Het verlang lijstje van den officier bestond uit 15 boete of 15 dagen voor ieder vonnis. G V. 20 boete of 20 dagen en schoonzoon Aaldert 15 boete of 15 dagen. De ouderdom werd alzoo in dit vonnis ge- eerd. Zeer onoordeelkundig gebruik van een hooivork. De boerenknecht S. B., voorheen dienst baar bij den landbouwer en veehouder P. de Graaf te Schagen, stond terecht ter zake een zeer ernstige mishandeling, die hij op Donderdag 14 Juli zijn patroon had doen ondergaan. De verstandhouding tusschen heer en knecht, of beter gezegd, werkgever en werknemer, was destijds al niet van de beste en de knecht was in zeer prikkelbaren toestand geraakt. Toen nu de baas in niet bijzonder welwillende termen aanmerking maakte over het werk van den knecht, bezigde deze de hooivork, waarmede hij op een hooiklamp werk zaam was, om deze heer daarmede in het gelaat te stooten, zoodat meerdere tanden en kiezen hem uit den mond werdïn ge- stooten. Het was eigenlijk wel een won der, dat de aangevallen baas nog niet meer hevig Werd getroffen. De patroon gehoord als getuige, verklaarde, dat zijn voormalige knecht geen aanmerkingen op zijn werk kon verdragen. Hij was on verhoeds door zijn knecht aangevallen en kon door bloedverlies niet meer juist aan geven, wat er verder gebeurde. Getuige diende een civiele vordering in ten be drage van 51.De verdachte maakte daartegen eenige bezwaren. De heer De Graaf deelde nog mede, dat verdachte hem bij een vroegere gelegenheid ook al eens bedreigd had. De lidteekens op ajjn gelaat werden door getuigen aan ie Politierechter en Officier getoond. De aanslag met den hooivork werd bijge- met gelijk en beter effect voor de schat kist. Het Volk schrijft, dat de „geweldige volksactie" tegen het rapport-Welter haar dienst heeft gedaan. „Het is duidelijk, dat zij verschillende funeste plannen van Wei ter heeft weggewerkt". Wat in het rapport nagenoeg geheel ontbrak, een verzwaring van belasting ter gedeeltelijke overbrugging van het be- grootingstekort, wordt nu door de regee ring voorgesteld. Wij schrijven dit met gerustheid op rekening van onze volks beweging. De regeeringsmaatregelen ten aanzien van de rijksloonen acht het blad nog er gerlijk. Verder wordt vastgesteld, dat het gemeentepersoneel uit het geheele land met nieuwe rijksregeeringsmaatregelen be dreigd wordt. woond door getuige Scheringa. Hij had de vork gegrepen en van verdachte afge nomen. De heer De Graaf had geen aan leiding gegeven tot het gewelddadig op treden van den verdachte. De heer Officier requireerde tegen den gevaarlijken driftkop een z.i. passende straf en wel 6 maanden gevangenisstraf. Mr. J. Verdoorn, verdediger van ver dachte, bracht verzachtende omstandig heden naar voren en drong aan op een voorwaardelijke veroordeeling. De Offi cier vond daartoe geen termen. Uitspraak van mr. Ledeboer: 3 maan den gevangenisstraf met schadevergoe ding van 50. Een driftige schoone uit Burgerbrug. De 31-jarige mej. Elisabeth Maria M., wonende te Burgerbrug, getooid met een koket mutsje en beladen met een dik op gezwollen actetasch, stond terecht wegens mishandeling van de 3-jarige Annie Slij- kerman, die zij op 31 Mei op den grond zou hebben geworpen en aan de haren opgetild, althans daaraan had getrokken. De kleine beweerde geen kwaad te heb ben gedaan. Volgens de getuige Van Doorn had de verdachte het kind bij de haren opgetild en haar daarop een paar klappen toegediend. Mej. M. verklaarde thans spijt te hebben van haar onbekookte driftuiting. Ze is niet volkomen gezond en souffreerde aan een hartgebrek. Eisch 15 boete of 15 dagen. Vonnis 14 dagen gevangenisstraf voorw. met 2 proefjaren. De jonge dame was zeer tevreden met deze billijke regeling. Een lastig heerschap. De korte stevig gebouwde chauffeur Jan H., te Anna Paulowna, had in den kermisnacht van 16 op 17 Mei in de danszaal van den heer Slikker aldaar den boel op stelten gezet en zich daarop met kracht en geweld verzet tegen de politie mannen Teutelink, Bruin en Hoexum, die hem ter kalmeering in het gemeentelijk schuurtje wenschen te deponeeren. Het is natuurlijk een vanzelfsprekende zaak, dat de heer Jan H„ voornoemd een stevig stuk in zijn kraag had. Vast stond ook, dat hij een bijzondere attractie scheen te hebben voor de keel van den rijksveld wachter Bruin. Verdachte had gelukkig nog een nagenoeg blanco strafregister en de Officier, alle nadeelen in aanmerking genomen hebbende, requireerde 40.— boete of 40 dagen. Vonnis 30.— boete of 30 dagen. Nog meer kermislawaai in Anna Paulowna. Ook zekere Dirk Arie H., gedomicili eerd te Anna Paulowna, was een broeder van den onrustigen chauffeur, had zich in den nacht van 16 op 17 Mei niet onbe tuigd gelaten en de veldwachters der ge meente heel wat afwisseling bezorgd. Onder meer werd de veldwachter Hoexum gedurende de worsteling met dat ondeu gende knaapje door hem geslagen en „pootje" gedraaid. Tegen verdachte, die reeds talrijke strafbare feiten creëerde, werd gevorderd 1 maand gevangenisstraf. Uitspraak conform. ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ALKMAAR. Meervoudige Strafkamer. Zitting van 20 Sept. Uitspraken van zaken behandeld op 13 Sept. PieterB., vrachtrijder verhuizer, hooger beroep, veroordeeling art. 22 Motor- en Rijwiel wet, f50 boete of 50 dagen en 1 dag hechtenis, voorwaardelijk met 2 proefjaren. P. W. S. v. d. L., postkantoorbediende Schagen, verduistering, misd. art. 359 strafr. 6 maanden gevangenisstraf, voor waardelijk. KI. J„ schoenmaker Den Helder, hoo ger beroep, overtreding arbeidswet 3)<f 25 boete of 3X3 dagen en l'Xf 15 of 3 dagen. Joh. St., expediteur Castricum, hooger beroep overtreding art. 22 Motor- en Rij wiel wet, vrijgesproken. Engel P. en IJsbrand de Gr., Egmond aan zee, hooger beroep, overtr. jachtwet, le 14 dagen hechtenis, 2e f25 boete of 10 dagen. Jan V., landarbeider, Wijdenes, gede tineerd, misdr., art. 45 en 246 strafrecht, interlocutoirvonnis, hervatting onderzoek op 18 October a.s. Een schuldenaar, die zich zelf nog dieper in de put werkte. 8 maanden gevangenisstraf gerequireerd. De eerste verdachte, heden ter terecht zitting gedagvaard, was de 57-jarige land man en veehouder Pieter M. te Winkel, die rekening en verantwoording had af te leggen van het feit dat hij aan zijn Curators in zijn faillissement, uitgespro ken op 14 Juli, geen behoorlijke rekening en verantwoording had afgelegd. Het bleek aan bedoelde curatoren, Mr. Buiskool van Schagen en Mr. Winkel te Alkmaar, dat deze failliet wetend, dat zijn faillissement onvermijdelijk was, aan rijn zoon Arie M. ten geschenke had ge- gegeven 4 koeien en 4 pinken alsmede

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Heldersche Courant | 1932 | | pagina 7