Uit de pers.
De mifliosnennota.
Uit het huis met
de blauwe stoep.
De Marinebegrooting.
De bloemenzaak van den heer Korten-
hoeven aan het Schildereind te Den Burg,
zal door verbouwing een belangrijke ver
fraaiing en verbetering ondergaan.
KERKCONCERT TE OOSTEREND.
Op Woensdag 28 September a.s. zal in
de Ned. Herv. Kerk te Oosterend een
concert worden gegeven ten bate van de
verwarming in de N. H. Kerk te Den
Burg. Behalve het Hervormd Kerkkoor te
Den Burg, zal medewerking verleend
worden, door mevrouw VisserDewald,
mej. E. Dijt en de heer Visser te Den
Burg.
Daar de toegangsprijs slechts 25 cent
bedraagt, zal de opkomst op dien avond,
ongetwijfeld zeer groot zijn.
T.B.C. BESTRIJDING O. H. RUNDVEE
TE TEXEL.
Gisterenavond werd, in hotel „De Zwaan
de algem. vergadering gehouden van de „Ver.
„Texel" tot bestrijding van T.B.C. o. h. Rund
vee en andere Veeziekten te Texel"; de bijeen
komst werd bijgewoond door pl.m. 25 per
sonen.
De voorz., de heer C. de Wit, deelde bij
opening mee, dat de gang van zaken in de
vereen, in het afgeloopen jaar zeer bevredi
gend is geweest; ongeveer 3/4 van het aantal
veehouders in deez gemeente is thans tot het
lidmaatschap toegetreden. Wij hopen, ver
volgde spr., dat het ons over eenigen tijd zal
mogen gelukken dat alle Texelsche rundvee
houders lid van deze zeer nuttige vereeniging
zullen zijn. De T.B.C. vormt zulk een groot
gevaar voor de gezondheid van mensch en
dier, dat wij van het voortbestaan van deze
vereeniging overtuigd kunnen zijn.
Hierna verkreeg de secretaris-penningm., de
heer J. C. Koger, gelegenheid de notulen te
lezen. De notuleering was wederom uitstekend
verzorgd, de dank des voorzitters en het ap
plaus van de aanwezigen had volkomen onze
instemming.
Daarna 'werden enkele ingekomen stukken
behandeld, o.a. kwam in bespreking een
schrijven van het Hoofdbestuur, naar aanlei
ding van een correspondentie door het bestuur
gevoerd om het lidmaatschap van veehouders
met z.g. Handelsstallen en over het onder
zoek van kalveren.
Het Hoofdbesturu deelt mede, dat z.g.
Handelsstallen niet tot het lidmaatschap mo
gen worden toegelaten en dat kalveren, die
meer dan 8 weken oud zijn onder het onder
zoek vallen.
Over de kwestie der Handelsstallen werd
eenigen tijd van gedachten gewisseld; het
bestuur was van meening, dat men deze be
slissing zoo moest opnemen, dat erkende han
delaars geen lid kunnen zijn, iemand die ech
ter daarnaast een vast veebeslag heeft wel,
ook een veehouder die, zooals b.v. de heer M.
Koorn, t.b.c. vrije runderen opfokt voor
lateren verkoop.
Verder kwam nog even in bespreking een
agenda van een verg. van het Hoofdbestuur,
waarin een lezing werd aangekondigd van den
heer 't Hoofd over T.B.C.-vrij opfokken van
kalveren. De voorz. drong er op aan dat de
Texelsche veehouders zooveel mogelijk deze
lezing zouden gaan bijwonen; de plaats waar
deze bijeenkomst zou worden gehouden, zou
nader worden bekend gemaakt.
De heer Koger las hierna zijn uitstekend ver
zorgd jaarverslag voor. Wij ontleenen hieruit
het volgende:
De slechte tijdsomstandigheden hebben in
het geheel geen invloed op de T.B.C. bestrij
ding gehad; het dient echter te worden opge
merkt, dat de Ver. niet afhankelijk is, en de
resultaten van den arbeid van het Bestuur
niet direct beïnvloed worden door de funeste
gevolgen van de crisis.
In het afgeloopen jaar werden twee algem.
en vijf bestuursvergaderingen gehouden; naast
de gewone jaarverg. werd nog een verg. ge
houden, waarin de oprichting van de „Ver
een. tot verwerking van uit nood geslachte
dieren werd besproken.
Het aantal leden der vereen, is gestegen
van 180 tot 208. 32 nieuwe leden traden toe
en 4 werden afgeschreven. Met dit aantal
leden staat de T.B.C.-bestrijding aan den
spits der landbouworganisatie's in deze ge
meente. Als aangesloten vereen, bij de Centr.
Vereen, te Alkmaar is ze in omvang no. 2.
In den loop van den zomer werden reeds 3
open lijders ontdekt. Groote teleurstellingen
deden zich niet voor, als alleen in één ge
val. Een veehouder had namelijk van
aankoop van een dier, afkomstig uit Noord-
Holland geen aangifte gedaan, hetgeen vol-
geens den veearts verplichtend is. Het
onderhavig bedrijf was reeds twee jaar T.B.C.
vrij;* bij onderzoek in December 1.1. bleek tot
groote ontsteltenis van den veearts en tot
schade en last van den eigenaar, dat bijna
50 pet. van de koeien reageerden. Practisch
gesproken was twijfel hier uitgesloten er
moest een open lijder tusschen zijn. Het kli
nisch onderzoek bevestigde dit vermoeden;
maar ook bleek daarbij, dat de pas aange
kochte koe de open vorm van T.B.C. had en
den geheelen stal had besmet. Het dier is in
dit bizonder geval niet vergoed.
Een les voor de veehouders om van aan
koop steeds aangifte te doen.
Evenals vorig jaar werd van ieder bedrijf
een tuberculine-staat in triplo bijgewerkt, in
totaal zijn thans 624 staten verwerkt.
Hulde bracht de secret. in zijn verslag aan
den heer Noordijk voor zijn prachtig werk
voor de T.B.C.-bestrijding, hij wees er hierbij
op, dat de vergadering van den Centr. Vereen,
in 't Landbouwhuis te Alkmaar door een der
bestuursleden de aandacht was gevestigd op
serieuse werkwijze van den heer Noordijk,
wat het klinisch onderzoek betreft. Het bleek
daar, dat dit elders veel te wenschen overliet;
het groot anatal hier gevonden open lijders
legt ook zeer duidelijk getuige al van de
ernst waarmede hier de veearts zijn arbeid
verricht. Het aantal gevonden open lijders
staat, in de Centr. Alkmaar op Texel No. 1.
Onderzocht werden 2140 dieren boven twei
jaar, waarvan 445 of 20.8 pet. positief rea
geerden, 803 dieren beneden 2 jaar, waarvan
er 26 of 3.2 pet. reageerden; in totaal 2993,
waarvan 371 of 16,3 pet. reactie vertoonden.
Het vorig jaar werden in totaal 2382 dieren
onderzocht, waarvan 20.4 pet. reageerden.
Alzoo een bemoedigend resultaat.
Dit jaar werden 25 open lijders gevonden,
wel een groot percentage, doch het mag een
zegen voor den Texelschen veestapel worden
genoemd, dat er zooveel smetstof-znaisters zijn
onschadelijk gemaakt.
De heer Kager liet zijn jaarverslag vergezeld
gaan van een overzicht van de uitbetalingen aan
de veehouders, die openlijders hadden gehad. Het
bleek daarbij, dat de ontvangen bedragen soms
zelfs boven de waarde van gezonde dieren uitkwa
men. Gemiddeld was voor de openlijders 148.78
uitbetaald, niettegenstaande er van de 25 dieren
6 geheel werden afgekeurd.
Tenslotte wees de secretaris nog op de ver
plichting van de veehouders om te zorgen dat het
Nederlandsche vee haar goeden naam behoudt,
vooral in dezen tijd nu men ons van de buiten-
landsche markten wil verdringen, t.b.c.-vrije stal
len zijn daarom voor allen een besliste eisch ge
worden.
Uit de rekening die was nagezien en in orde
bevonden door de heeren C. Witte Pz. en P. Koorn
Jz, bleek, dat de ontvangsten hadden bedragen
5749.81. De uitgaven 5740.76. Zoodat er een
batig saldo was van 9.05. Het vorig jaar was
dit pl. m. 189, zoodat de kas belangrijk was ach
teruitgegaan.
In verband met dezen achteruitgang stelde de
voorzitter voor om de contributie ook dit jaar
weder te bepalen op 25 cent per koe; en de uit-
keering van 25 (als een geslachte koe niet meer
dan 100 opbrengt), nu de vleeschprijzen zooveel
lager zijn, op de algemeene vergadering volgend
jaar te regelen.
De heer C. Roeper Pz. was er tegen een con
tributie van 25 cent per koe te heffen, hiervan
werd een soort van verzekering gevormd. Spr. zou
deze liever afgeschaft zien en als ze gehandhaafd
blijft bedanken voor het lidmaatschap.
De voorz. wees er op, dat de Vereen, hier, door
dat de veearts 10 cent per koe bijdraagt in de ad
ministratiekosten, bizonder voordeelig werkt, zoo
dat de verzekering, die de heer Roeper een be
zwaar acht, feitelijk uit de kas der Vereen, komt;
bepaald is, dat anders 2.50 voor het lidmaatschap
moet wo. den betaald.
Het bestuursvoorstel betreffende de contributie
en uitbetaling werd hierna in stemming gebracht
en met op één na algemeene stemmen aangenomen.
Tot secr.-penningm. werd op voorstel van den
heer P. Koorn Jz. de heer Kager bij acclamatie
herkozen.
De voorz. wees als rekening-opnemers voor het
volgend jaar aan de heeren Jac. Keijser Dz. en Joh.
Kuip, die deze taak op zich namen.
Bij de rondvraag werden door den heer T. Koorn
en Meijndersma eenige inlichtingen gevraagd over
bet bijhouden der lijsten.
De heer P. Koorn Jz. drong aan op het vormen
van meer kas, de penningm. past geregeld bij.
De heer C. Roeper verzocht indien het mogelijk
was een brochure te mogen ontvangen van de
lezing van den heer 't Hoofd over t.b.c.-vrij op
fokken van kalveren; hij meende dat van Texel
naar de te houden vergadering weinig veehouders
zouden gaan.
Na eenige discussie over dit onderwerp werd
besloten een poging aan te wenden om genoemden
heer als spreker te krijgen.
De heer S. Kuiper zou gaarne zien, dat de bur
gerij in deze gemeente medewerkte door melk te
koopen van t.b.c.-vrije stallen.
De voorz. zou ook gaarne in deze medewerking
van de burgerij hebben; de heer Duinker bood aan
gratis advertenties voor dit doel van de Vereen,
te plaatsen.
De heer P. Koorn Jz. deed het voorstel om bij
de Gemeente aan te dringen op subsidie voor de
t.b.c.-bestrijding, rondom Amsterdam wordt 2.50
per koe gegeven, beweerde spr.
De voorz. wees er op, dat bij Amsterdam uit
sluitend consumptiemclkers wonen, hier is dat heel
anders.
Tenslotte drong de voorz. er bij de leden op aan
om de brochure van Dr. Picard aan te schaffen,
ze is bij den veearts a 50 cent verkrijgbaar.
Hierna werd de vergadering gesloten.
mm™
Aanbouw kruiser 1930 en één
nieuwe onderzeeboot. Sluiting
der werf te Hellevcetsluis, ge
deeltelijke van het A nister dam-
sche marine-etablissement.
In het VlIIe hoofdstuk der Rijksbe-
grooting (Defensie) wordt, wat de Kon.
Marine betreft, een termijn aangevraagd
voor der; kruiser 1930. Uit financieele
overwegingen is geen vervolgtermijn op
gebracht voor den flottieljeleider 1931.
Een eerste termijn wordt gevraagd voor
een onderzeeboot ter vervanging van
oud materiaal.
Het totaalbedrag, bestemd voor nieuwen
aanbouw, is wederom, ten einde het eind
cijfer der begrooting te verlagen, zeer
belangrijk verminderd. Thans wordt aan
gevraagd f 1.798.800, in plaats van
f 6.457.000 voor 1932 en f 10.408.000 voor
1931.
De bedragen voor het flottieljevaartuig
„Johan Maurits van Nassau" en de onder
zeeboot O 16 komen geheel ten laste van
de Rijksbegrooting, te zamen voor een
bedrag van f 250.000.
De bedragen voor den kruiser en de
onderzeebooten K XVII—XVIII, te zamen
voor een bedrag van f 1.548.800. komen
voor de helft ten laste van de Rijksbe
grooting en worden voor de andere helft
uit de begrooting van Nederlandsch-Indië
aan de middelen in Nederland geresti
tueerd.
Het ligt in het voornemen van den
minister de Rijkswerf te Hellevoetsluis
te sluiten, aangezien de tot dusver aldaar
gewoonlijk plaats hebbende werkzaam
heden door de Rijkswerf te Willemsoord
worden overgenomen, hetgeen tot een
niet onbelangrijke besparing zal leiden.
Te dien einde is een bedrag uitgetrokken,
ten einde de werf te Willemsoord voor
het overnemen dier werkzaamheden in
staat te stellen.
De economische omstandigheden zijn
oorzaak, dat den laatsten tijd het verloop
in enkele diensttakken by de zeemacht
geringer was dan waarop bij de aan
neming en opleiding van personeel in
vorige jaren was geraamd.
Waar dit mocht leiden tot een over
compleet aan personeel, zullen maatrege
len worden genomen om zoowel door ver
mindering of staking der aanneming, als
door ontslag van personeel het aantal
terug te brengen tot hetgeen overeen
met de behoefte.
De maatregel, in 1932 in verband met
den toestand van 'slands financiën ge
nomen, om de herhalingsoefeningen bij
de zeemacht op zeer beperkte schaal te
houden, kan voor 1933 niet weder worden
genomen. Om deze reden zijn thans weer
gelden aangevraagd om deze oefeningen
mogelijk te maken. De hieraan verbonden
kosten worden op f 913.600 geraamd.
Behalve door verlaging van jaarwedden,
toelagen e.d., krachtens K.B. van 29 Dec.
1931 en door vermindering van salarissen,
wordt bij de Marine bezuinigd door ver
mindering van ambtenaren en contract
arbeiders bij het departement en bij het
loodswezen en door afvloeiing van over
compleet komend personeel bij de Ko
ninklijke Marine. Voorts, gelijk uit het
bovenstaande blijkt, door nieuwen aan
bouw en nieuwen aanmaak zooveel moge
lijk te beperken en inzonderheid den aan
bouw van nieuwe schepen tot een zeer
gering bedrag terug te brengen.
Ook wordt voorgesteld de opheffing
van het Marine-Etablissement te
Amsterdam, van het deel der inrichting
bestemd voor de ontvangst en de ver
zending van goederen van en naar Neder
landsch-Indië. (Tel.)
HET CONFLICT IN HET
ZEEVAARTBEDRIJF.
Namens de contactcommissie van orga--
nisaties van werknemers ter koopvaardij
wordt meegedeeld, dat met de directie van
de Emzetco-Uin en met de reederij van de
Ary Seheffer een bevredigende oplossing
van het conflict is verkregen, ten gevolge
waarvan voor deze reederijen met ingang
van gisteren de staking is opgeheven.
De onderhandelingen met de Halcyon-
Ujn zijn nog niet geëindigd.
„Het Volk" vertelt, dat de communisten
in Amerika gedurende het conflict in het
ztevaartbedriif pogingen hebben gedaan
om de „Statendam" te New-York vast te
houden. Er werd beweerd, dat er een tele
gram van den centralen bond was geko
men, dat de „Statendam" moest worden
opgehouden. Het was echter al spoedig
duidelijk, dat hier niets van waar was. Men
is dön ook gewoon vertrokken.
DE TARWEWET.
De tarwe-organisaties voor
Noord-Holland en Zuid-Holland
verlagen den richtprijs van 11
tot 10.50.
De tarwe-organisaties in Noord- en
Zuid-Holland hebben besloten, den richt
prijs, welken zij oorspronkelijk hebben
vastgesteld op 11, te verlagen tot 10.50.
Dit besluit is genomen in verband met de
groote van den te verwachten oogst en
den lagen wereldmarktprijs, die voor de
inlandsche tarwe is te verkrijgen. Reeds
is op de geleverde partijen 50 ct. per
100 kg ingehouden.
Deze inhouding, welke als voorloopig
was bedoeld tot de monsters definitief
zouden zijn vastgesteld, is door boven
vermeld besluit definitief geworden. De
aan de leden-aangeslotenen bekend ge
maakte prijzen worden door dit besluit
dus met 50 ct. per 100 kg verlaagd.
DE INVOER VAN VISCH IN
FRANKRIJK.
Het contingent voor het derde
kwartaal uitgeput.
Het bestuur van de IJmuider vischhan-
delaarsvereeniging heeft bericht ontvan
gen, dat het contingent grove zeevisch,
dat in het derde kwartaal in Frankrijk
mag worden ingevoerd, is uitgeput. Het
bestuur heeft gisteren nog pogingen aan
gewend om de gisteren aangevoerde
visch wel ingevoerd te krijgen, doch zon
der gunstig resultaat. Daardoor werd de
prijs zeer gedrukt, vooral van „hake",
een in Frankrijk zeer gewilde vischsoort.
Op 1 October gaat echter het contingent
voor het nieuwe kwartaal in.
Een andere tegenslag voor den visch-
handel te IJmuiden is dat de speciale
vischtrein, die iederen morgen naar Pa
rijs vertrekt, met ingang van 2 October
niet meer zal rijden, tengevolge van het
uitvallen van een stoomtrein op het tra
ject tusschen Haarlem en Rotterdam. Po
gingen van de vischhandelaars- en ree-
dersvereeniging om hierin verandering
te brengen, hebben geen resulaat opge
leverd.
DE TROONREDE.
Pers-uitspraken.
„Troon-weeklacht" betitelt de N. Rott.
Crt. haar beschouwingen over de Troon
rede, en de meening van het blad over
deze koninklijke boodschap wordt wellicht
het best gekarakteriseerd door deze zin
snede:
Er was voor alles behoefte aan een
Koninklijk woord, dat vertrouwen in de
toekomst zou wekken, een dat bemoedi
ging schenken zou, omdat men eruit voel
de, dat wij hier te lande bij alle ellende
toch in ieder geval het geluk hadden van
eene Regeering, die tegen de moeilijk
heden opgewassen was en tot krachtig
handelen in staat.
In plaats daarvan hebben we één lange
jammerklacht gekregen, zóó somber, zóó
zonder eenige opwekking, zóó zonder
eenig teeken van regeeringszelfvertrou-
wen, dat van de geheele rede slechts eene
neerdrukkende werking kan uitgaan.
En aan het slot van haar beschouwin-
gén schrijft het blad dit vernietigend
oordeel:
Wij zullen over dit staatsstuk niets ver
der zeggen. Men kan er kolommen om
heen vol schrijven, maar wie, gelijk de
Troonrede verlangt, ,,de werkelijkheid on
verbloemd voor oogen stelt", kan over het
stuk niets anders uiten, dan diepe teleur
stelling over zooveel leegheid.
Eene weeklacht van eene slappe regee
ring.
Het Alg Handelsblad heeft in
de Troonrede het geluid van een zware,
plechtige stormklok vernomen. „Zij be
paalt zich ditmaal tot het ééne kernpro
bleem waarvoor de natie zich geplaatst
vindt: het behoud voor allen van de
materieele grondslagen onzer samenleving,
zonder welke de sociale, geestelijke en
cultureele waarden tot ineenstorting zou
den worden gedoemd.
De rede kon in het laatste levens
jaar van dit kabinet geen bout en
breed opgezet visionair program zijn, ook
daar niemand weet hoe de crisis zich ver
der zal ontwikkelen, en hoe het buiten
land, waarvan onze welvaart zoo zeer af
hankelijk is, zich verder zal gedragen.
Het Vaderland weidt over de taak
der Kamerleden uit en stelt vast, dat er
veel is, wat het hun moeilijk maakt, hun
hoogsten plicht te vervullen.
Daar staat tegenover dat dit daarom,
meer dan ooit eisch is. De regeering heeft
daarom, en wij achten dat juist gezien, in
ae Troonrede vollen nadruk gelegd op
den nood der tijden.
De Nieuwe Courant acht de rede
een waardig Koninklijk woord in overeen
stemming met de ernstige omstandig
heden. „Dat haar stijl zich in gunstigen
zin onderscheidt van dien harer voorgang
ster, kan aan den indruk slechts ten goede
komen."
Het Utrechtsch Dagblad stelt
vast, dat de Troonrede niet verder komt
dan de vaststelling, dat het er met de fi
nanciën en oeconomie ellendig voorstaat.
De Telegraaf schetst het wezen
onzer staatsinrichting, zooals Thorbecke
deze ontworpen heeft. Aan diens politiek
toetst het blad de troonrede:
Wie haar den vormelijkén luister ont
neemt, haar van de stylistische franje ont
doet, komt tot de ontdekking van zijn bit
terste teleurstelling: aan het rafelen komt
geen einde, voordat de laatste draad ver
dwenen is. Wij leven in een crisis, en wij
moeten er doorheen ziedaar wat ons,
van een beroep op onze „roemrijke ge
schiedenis" afgezien, wordt voortgezet.
Geen program: geen enkele aankondiging
zelfs van eenigen concreten maatregel; niet
dan een slap beroep op datgene wat de
natie vereenigt: zelfs niet Thorbecke's
fiere „wacht op onze daden!" Welk een
ongemeene gelegenheid laat de regeering
zich hier ontgaan!
De Standaard wil niet laken, om
dat zij het in de regeering niet kan mis
prijzen, wanneer zij zich niet gaan laat en
plannen wereldkundig maakt, die mis
schien reeds na een maand, wegens ver
anderde omstandigheden, gewijzigd of op
gegeven moeten worden. Het blad wil
echter ook niet prijzen.
De Rotterdammer (a.-r.) stemt in
met de sombere kenschetsing van den toe
stand. Het schip van staat bevindt zich
in de branding.
Echter, wat ons te wachten staat, ont
hult de Troonrede niet. Zij is geen regee-
ringsprogram; zij zegt niets positiefs, doch
geeft veel te denken en te vreezen.
Het blad meent, dat van waarlijk chris-
telijk-socialen arbeid gesproken zal kun
nen worden, wanneer de regeering de
middelen weet te vinden, het bange lijden
der werkloosheid te verzachten.
De Maasbode merkt op, dat nie
mand een optimistische troonrede heeft
durven verwachten.
„Naar onze meening heeft de Konink
lijke Boodschap het juiste midden be
waard: zij is waar, maar niet wanhopig;
zij vraagt offers, maar kondigt geen af
braak aan; zij bedient zich van forsche
woorden, rnear laat plaats aan het men-
schelijk gevoel.
De Residentiebode kenschetst de
troonrede als: Alles nog in mineur. Het
blad meent, dat zij, die verwacht mochten
hebben, dat de regeering in de troonrede
eens precies zou aangeven wat haar plan
nen zijn met betrekking tot de crisis, sterk
bedrogen uitkomen.
Het Centrum acht de Troonrede
„een somber staatsstuk".
De T ij d noemt haar een duister docu
ment. De noodklok luidt van de eerste tot
de laatste zinsnede met het donkerste
accent.
Het Volk spreekt van een nietszeg
gend stuk, terwijl er zelden een troonrede
met zoo groote spanning zal zijn tegemoet
gezien.
Persstemmen.
Het Handelsblad stelt o. m. de
vraag, of belastingverhooging in deze
mate noodig was en of een krachtiger be
zuinigingsbeleid geen oeconomisch ge-
zonderen toestand had kunnen scheppen.
Uit de Nieuwe Courant:
De Millioenennota is ditmaal, in veel
sterkere mate dan verleden jaar het geval
was, te vergelijken met de opengaande
Doos van Pandora: de plagen vliegen er
uit.
Niet alleen in financieel opzicht, ook uit
economisch oogpunt moeten de voorge
stelde belastingverzwaringen bedenking
ontmoeten. Niet alleen de hooge invoer
rechten, óók zware belastingen kunnen
wegens de daardoor veroorzaakte weg
zuiging vun productief kapitaal het her
stel belemmeren. Het zal niet gemakkelijk
zijn, ons uit al deze noodlottige cirkels
bevrijden.
Het Vaderland vat haar beschou
wing aldus samen:
Resumeerende moeten wij constateeren,
dat de Millioenennota uit een fiscaal oog
punt het werk van een virtuoos mag wor
den genoemd, maar dat een krachtige re
geering zich niet zou hebben kunnen ver-
oorlooven, de politieke en de economische
zijde van de groote vragen, waarvoor wij
thans staan, zoo onberoerd te laten.
De T ij d heeft een beschouwing, waar
in o,m. wordt vastgesteld, dat Weiter niet
te somber heeft gezien, integendeel!
Het Centrum oordeelt, dat het aan
beveling verdienen zou, als ook in de Ka
mer over al de voorstellen als een geheel
zou worden beslist, desnoods in een stem
ming, dit zou een houding zijn in over
eenstemming met den ernst der tijden, en
de millioenennota lezen wij zoo, dat de
regeering als het ware den weg daartoe
bereidt."
De Standaard heeft het over de
leelijke vlek in de Nota, n.1. dat de be
grooting niet sluit: dat er een tekort blijft
van rond 22 millioen, en zegt: Slechts op
één voorwaarde hebben we daartegen
geen overwegend bezwaar. Indien er n.1.
voer gezorgd wordt, dat in den loop van
1933 het tekort op de spoorwegen ver
dwijnt.
Afwezigheid van critiek thans beteekent
niet dat we geen critiek hebben. Die komt
later. Thans willen we in het algemeen
slechts zeggen, dat de minister van finan
ciën, al moge hij dan niet met een slui
tende begrooting komen, en al mogen we
tegen sommige voorstellen bezwaren heb
ben, zonder twijfel den lof verdient van
een hoogst ernstigen toestand courageus
onder de oogen te hebben gezien.
Van afdingen op zijn voorstellen kan
o.i. geen sprake zijn. Wel van vervanging
van sommige maatregelen door andere,
POLITIERECHTER TE ALKMAAR
op 19 September.
De vreemde bokkesprongen van
tante Pos!
Postbediening op een koopje.
Grootste verantwoordelijkheid
tegen een hongersalaris.
Het uitvinden van benamingen voor
Postfilialen vertoont inderdaad evolutie
verschijnselen! Eertijds was het doodge
woon „brievengaarder", daarna meer def
tig „kantoorhouder", maar thans wordt
een dergelijk boerenpostkantoortje een
„station" genoemd, zoodat we nu logisch
van een „stationschef" zouden moeten
spreken. Het ware echter wel wensche-
lijk, dat de activiteit van het Hoofdbe
stuur zich ook uitstrekte tot een betere
controle op geldelijke beheerders, om van
een streven om het publiek te gerieven,
dan maar het stilzwijgen te bewaren. Men
zou haast zeggen, dat bij de Post het stel
sel regeert „een zwavelstok in vieren en
een flesch wijn in eens." Om echter op de
bediening van zoo'n station terug te
komen, een dergelijke stationschef was
dan ook mej. Cornelia Anna D., te
Schoorldam, zulks ter vervanging van
haar echtgenoot, die om een of andere
reden van die functie was ontheven. Deze
juffrouw, behalve met postzaken, ook be
last met de zorg voor haar huisgezin, had
de geldelijke aangelegenheden van het
kantoor niet in het rechte spoor kunnen
houden en stond alzoo verleden week te
recht terzake verduistering van gelden,
ontvangen ter voldoening van belasting
schuld en girostorting. Deze bedragen
werden later door het huismoedertje weer
vergoed, doch deze schadeloosstelling
hief echter de wettelijke strafbaarheid
niet op. Het onderzoek ter terechtzitting
bracht evenwel motieven tot aanhouding
der zaak, die heden werd voortgezet.
Gehoord werd alsnog de heer C. Geus,
commies der Posterijen te Alkmaar, die
verschillende inlichtingen gaf omtrent het
geldelijke beheer.
Gerequireerd werd overeenkomstig ad
vies een voorwaardelijke straf en wel
voorwaardelijk 6 maanden gevangenis
straf met 3 proefjaren. Uitspraak: Con
form eisch en onder toezicht gesteld van
het Leger des Heils.
Van alle kanten klop gekregen.
De 48-jarige loopknecht J. D., te Den
Helder, die op 12 Juni met zijn hond een
wandelingetje maakte, kon bij zijn terug
komst niet met tevredenheid getuigen,
dat het een pleziertochtje was geweest.
Hij werd namelijk aangevallen door twee
heeren die hem niet bijzonder genegen
waren en wel door den 58-jarigen marine
werf-werkman V. en diens 26-jarigen
schoonzoon M. A. C. B., van wien de
rampzalige loopknecht een behoorlijke
portie lange haver ontving. De heer G.
V. gaf een uitlegging van het geval,
waarvan de lengte niet in overeenstem
ming was met het "respectabele aantal
zaken. Een feit is, dat Dekker ook nog
door een andere liefhebber werd afge
droogd, zooals door den matroos R. en
diens beminde, mej. G. J. als ooggetui
gen, werd verklaard. Er scheen bij deze
strafoefening ook nog te zijn gezongen
In alle dingen, groot of klein, daar moet
muziek en zang bij zijn. Het verlang
lijstje van den officier bestond uit 15
boete of 15 dagen voor ieder vonnis. G
V. 20 boete of 20 dagen en schoonzoon
Aaldert 15 boete of 15 dagen. De
ouderdom werd alzoo in dit vonnis ge-
eerd.
Zeer onoordeelkundig gebruik van een
hooivork.
De boerenknecht S. B., voorheen dienst
baar bij den landbouwer en veehouder
P. de Graaf te Schagen, stond terecht
ter zake een zeer ernstige mishandeling,
die hij op Donderdag 14 Juli zijn patroon
had doen ondergaan. De verstandhouding
tusschen heer en knecht, of beter gezegd,
werkgever en werknemer, was destijds
al niet van de beste en de knecht was in
zeer prikkelbaren toestand geraakt. Toen
nu de baas in niet bijzonder welwillende
termen aanmerking maakte over het werk
van den knecht, bezigde deze de hooivork,
waarmede hij op een hooiklamp werk
zaam was, om deze heer daarmede in het
gelaat te stooten, zoodat meerdere tanden
en kiezen hem uit den mond werdïn ge-
stooten. Het was eigenlijk wel een won
der, dat de aangevallen baas nog niet
meer hevig Werd getroffen. De patroon
gehoord als getuige, verklaarde, dat zijn
voormalige knecht geen aanmerkingen
op zijn werk kon verdragen. Hij was on
verhoeds door zijn knecht aangevallen en
kon door bloedverlies niet meer juist aan
geven, wat er verder gebeurde. Getuige
diende een civiele vordering in ten be
drage van 51.De verdachte maakte
daartegen eenige bezwaren. De heer De
Graaf deelde nog mede, dat verdachte
hem bij een vroegere gelegenheid ook al
eens bedreigd had. De lidteekens op ajjn
gelaat werden door getuigen aan ie
Politierechter en Officier getoond. De
aanslag met den hooivork werd bijge-
met gelijk en beter effect voor de schat
kist.
Het Volk schrijft, dat de „geweldige
volksactie" tegen het rapport-Welter haar
dienst heeft gedaan. „Het is duidelijk, dat
zij verschillende funeste plannen van Wei
ter heeft weggewerkt".
Wat in het rapport nagenoeg geheel
ontbrak, een verzwaring van belasting ter
gedeeltelijke overbrugging van het be-
grootingstekort, wordt nu door de regee
ring voorgesteld. Wij schrijven dit met
gerustheid op rekening van onze volks
beweging.
De regeeringsmaatregelen ten aanzien
van de rijksloonen acht het blad nog er
gerlijk. Verder wordt vastgesteld, dat het
gemeentepersoneel uit het geheele land
met nieuwe rijksregeeringsmaatregelen be
dreigd wordt.
woond door getuige Scheringa. Hij had
de vork gegrepen en van verdachte afge
nomen. De heer De Graaf had geen aan
leiding gegeven tot het gewelddadig op
treden van den verdachte.
De heer Officier requireerde tegen den
gevaarlijken driftkop een z.i. passende
straf en wel 6 maanden gevangenisstraf.
Mr. J. Verdoorn, verdediger van ver
dachte, bracht verzachtende omstandig
heden naar voren en drong aan op een
voorwaardelijke veroordeeling. De Offi
cier vond daartoe geen termen.
Uitspraak van mr. Ledeboer: 3 maan
den gevangenisstraf met schadevergoe
ding van 50.
Een driftige schoone uit Burgerbrug.
De 31-jarige mej. Elisabeth Maria M.,
wonende te Burgerbrug, getooid met een
koket mutsje en beladen met een dik op
gezwollen actetasch, stond terecht wegens
mishandeling van de 3-jarige Annie Slij-
kerman, die zij op 31 Mei op den grond
zou hebben geworpen en aan de haren
opgetild, althans daaraan had getrokken.
De kleine beweerde geen kwaad te heb
ben gedaan. Volgens de getuige Van
Doorn had de verdachte het kind bij de
haren opgetild en haar daarop een paar
klappen toegediend. Mej. M. verklaarde
thans spijt te hebben van haar onbekookte
driftuiting. Ze is niet volkomen gezond en
souffreerde aan een hartgebrek. Eisch
15 boete of 15 dagen. Vonnis 14 dagen
gevangenisstraf voorw. met 2 proefjaren.
De jonge dame was zeer tevreden met
deze billijke regeling.
Een lastig heerschap.
De korte stevig gebouwde chauffeur
Jan H., te Anna Paulowna, had in den
kermisnacht van 16 op 17 Mei in de
danszaal van den heer Slikker aldaar den
boel op stelten gezet en zich daarop met
kracht en geweld verzet tegen de politie
mannen Teutelink, Bruin en Hoexum, die
hem ter kalmeering in het gemeentelijk
schuurtje wenschen te deponeeren. Het is
natuurlijk een vanzelfsprekende zaak, dat
de heer Jan H„ voornoemd een stevig
stuk in zijn kraag had. Vast stond ook,
dat hij een bijzondere attractie scheen te
hebben voor de keel van den rijksveld
wachter Bruin. Verdachte had gelukkig
nog een nagenoeg blanco strafregister en
de Officier, alle nadeelen in aanmerking
genomen hebbende, requireerde 40.—
boete of 40 dagen.
Vonnis 30.— boete of 30 dagen.
Nog meer kermislawaai in
Anna Paulowna.
Ook zekere Dirk Arie H., gedomicili
eerd te Anna Paulowna, was een broeder
van den onrustigen chauffeur, had zich
in den nacht van 16 op 17 Mei niet onbe
tuigd gelaten en de veldwachters der ge
meente heel wat afwisseling bezorgd.
Onder meer werd de veldwachter Hoexum
gedurende de worsteling met dat ondeu
gende knaapje door hem geslagen en
„pootje" gedraaid. Tegen verdachte, die
reeds talrijke strafbare feiten creëerde,
werd gevorderd 1 maand gevangenisstraf.
Uitspraak conform.
ARRONDISSEMENTSRECHTBANK
TE ALKMAAR.
Meervoudige Strafkamer.
Zitting van 20 Sept. Uitspraken van
zaken behandeld op 13 Sept.
PieterB., vrachtrijder verhuizer, hooger
beroep, veroordeeling art. 22 Motor- en
Rijwiel wet, f50 boete of 50 dagen en 1
dag hechtenis, voorwaardelijk met 2
proefjaren.
P. W. S. v. d. L., postkantoorbediende
Schagen, verduistering, misd. art. 359
strafr. 6 maanden gevangenisstraf, voor
waardelijk.
KI. J„ schoenmaker Den Helder, hoo
ger beroep, overtreding arbeidswet 3)<f 25
boete of 3X3 dagen en l'Xf 15 of 3 dagen.
Joh. St., expediteur Castricum, hooger
beroep overtreding art. 22 Motor- en
Rij wiel wet, vrijgesproken.
Engel P. en IJsbrand de Gr., Egmond
aan zee, hooger beroep, overtr. jachtwet,
le 14 dagen hechtenis, 2e f25 boete of
10 dagen.
Jan V., landarbeider, Wijdenes, gede
tineerd, misdr., art. 45 en 246 strafrecht,
interlocutoirvonnis, hervatting onderzoek
op 18 October a.s.
Een schuldenaar, die zich zelf nog dieper
in de put werkte.
8 maanden gevangenisstraf
gerequireerd.
De eerste verdachte, heden ter terecht
zitting gedagvaard, was de 57-jarige land
man en veehouder Pieter M. te Winkel,
die rekening en verantwoording had af
te leggen van het feit dat hij aan zijn
Curators in zijn faillissement, uitgespro
ken op 14 Juli, geen behoorlijke rekening
en verantwoording had afgelegd.
Het bleek aan bedoelde curatoren, Mr.
Buiskool van Schagen en Mr. Winkel te
Alkmaar, dat deze failliet wetend, dat
zijn faillissement onvermijdelijk was, aan
rijn zoon Arie M. ten geschenke had ge-
gegeven 4 koeien en 4 pinken alsmede