Buitenlandsch Overzicht. Juist nu De Tweelingzusters NIEUWSBLAD VOOR DEN HELDER, KOEGRAS, TEXEL, WIERINGEN EN ANNA PAULOWNA DONDERDAG 17 MEI 1934 62ste JAARGANG De Japansche vloot. Patricia Wentworth flo. 7 :33 EERSTE BLAD COURANT Abonnement per 3 maanden bij vooruitbet.: Heldersche Courant 1.50; voor Koegras, Anna Paulowna, Breezand, Wieringenen Texel f 1.65;binnen land f 2.-, Nederl. Oost- en West-lndië per zeepost 1 2.10, idem per mail en overige landen f 3.20. Losse nos. 4ct. ;fr.p.p 6ct. Zondagsblad resp f 0.50 f 0.70, f 0.70,fl.- Modeblad resp. f1.20, f 1.50, f 1.50, f 3.70. Verschijnt Dinsdag-, Donderdag- en Zaterdagmiddag. Redacteur: P. C. DE BOER. Uitgave N.V. Drukkery v/b O. DE BOER Jr. Bureau: Koningstraat 78 - Telefoon: 50 en 412 Post-Girorekening No. 16066. ADVERTENTIËN 20 ct. per regel (galjard). Ingez. meded (kolombreedte als redaction. tekst) dubbele prijs. Kleine advertentiën (gevraagd, te koop, te huur) bij vooruitbetaling 10 ct. per regel, min. 40 ct.; bij niet-contante be taling 15 ct. per regel, min. 60 ct. (Adres Bureau van dit blad en met brieven onder no.10 ct. per advertentie extra). Bewijsnummers 4 ct. Gerechtvaardigde verontwaardiging over wapen' en munitie' levering aan Bolivia en Pargauay. Ontwapening bewapening herwapening Nee, waarde lezer(es) we gaan hier geen communistische of. anti-kapitalistische boom opzetten, al zou het kopje dat mis schien ook doen denken. Nietwaar, „Mis dadig kapitalisme", dat is een hoofdje dat eigenlijk niet thuis behoort in de neutrale Reldersche Courant en toch handhaven we het, want het geval waarop we hier de aandacht wilden vestigen is inderdaad misdadig, het betreft n.1. de levering van munitie en wapenen aan de beide Zuid- Auierikaansche staten, Bolivië en Para guay, waar een menschenslachtlng plaats heeft met Europeesch (Èngelsch) en Ame- r kaansch oorlogsmateriaal. In Bolivië en Paraguya zijn geen munitiefabrieken en het materiaal dat men dus voor de nxen- sèheiislachting noodig heeft moest van buiten komen en de wapenfabrikanten, de menschelijke hyena's, schrokken er niet vcor terug, beide landen aan nxoord- ma.eriaal te helpen. Hier had dus een oorlog kunnen voorkomen worden, als ee: ige. kapitalisten niet zoo misdadig wa ren geweest het oorlogsmateriaal te le veren. Dat is het inbedroevende. De par ticuliere wapen-industrie, de eenige in dustrie die in dezen tijd van economische depressie, bloeit en waarvan de aandeel houders jaarlijks groote dividenden in den zak steken, deinst nergens voor te rug. Ze levert wapens aan de misdadigers iil Amerika, ze levert munitie aan twee regi eringen, -die duizenden onschuldigen er mee van het leven berooft en tal van g /.innen in geestelijke en materieele ellende stort. Dat is kapitalisme ln haar mi-.dadigsten vorm. Over de particuliere wapenfabricage •g' sproken. De „Avondpost", hoofdredac teur D. Hans, kwalificeerde deze als „een pest, een der meest rotte gezwellen in o.ize huidige samenleving. Het is dit gruwelijke bedrijf, dat oorlogen aanmoe digt, bevordert en in stand houdt. len worstelt om vrede en om beper- k'ng van bewapening, maar ondertus- schen gaan regeeringen en particulieren voort, elkander de wapens voor den oor- Icg te leveren, hoe duivelsch die ook mo gen zijn. Oorlog zei de Engelsche staatsman Lloyd George eens is geor ganiseerde moord. Maar ondertusschen strijken landen en particulieren er hun winst uit op. lok de Engelsche pers is verontwaar- d' ,d over deze wapenlevering. Men leze maar; De Manchester Guardian, die uit het III on li J» I 11 °P ome Pr'ma,eigen- öld Gil U d i gebreide Wandelkou sen en Sokken, Schoolkousen, Sportkousen, enz. Voor alle soorten reparatie aan wollen kleeding, kousen en sokken zijn wij no. 1 (ook het aller fijnstei. JAAP SNOR, Zuidstraat 19 (Let op den gelen winkel). rapport de woorden op den voorgrond brengt, waarin de commissie dezen oor log meedoogenloos en verschrikkelijk noemt, wijst er op dat de groote wapen en munitiefabrikanten geleverd hebben aan beide partijen met toestemming van de regeering. In een paar maanden tijd heeft Groot-Britannië 6 tanks, 09 machine geweren en 2 millioen patronen aan de eene partij en 16 millioen patronen aan de andere partij geleverd. Het blad acht het ondenkbaar, dat deze afzichtelijke handel ook na dit rapport zou voortgezet worden en schrijft dat de taak der Britsche regeering is om op on middellijke hervatting aan te dringen van de onderhandelingen over een algemeen embargo op den uitvoer van wapenen. Volgens de Daily Herald achten de meeste Engelsehen het een schande lijke zaak om uit het verschaffen van middelen tot massamoord geld te ma ken. De regeering moet gedwongen worden dit in te zien en overeenkom stig dit inzicht te handelen. En wat zegt de Engelsche regeering? Men leze het elders in dit blad. Verbie den doet het niet, want als Engeland niet levert, dan levert een ander land, zoo redeneert men, enne. enne... dat beteekent zooveel duizend guldens aan belasting minder. Is het niet ten hemel schreiend? Het ontwapen ingS' vraagstuk Is het wonder, vragen we ons na bo venstaande beschou wing af, dat er van ontwapening nooit iets komen zal. Bij een dergelijke mentaliteit is dat immers niet mogelijk. Het kapitaal beheerseht hier de geesten en als het geld spreekt, dan zwijgt in de meeste gevallen moraal. Het is bedroevend maar waar. Is trou wens niet iedere oorlog, in diepste oor zaak, een strijd om materieel bezit? De Times bevatte op den openingsdag van den Volkenbondsraad een hoofdar tikel. w aarin het blad betoogde dat Eden, Barthou en Aloisi, van hun gezamenlijke aanwezigheid te Genève stellig partij zou den trekken 0111 het ontwapeningsvraag- stuk opnieuw ter hand te nemen. Het is weliswaar mogelijk, dat Duitschland zich in het geheim op een nieuwen oorlog voorbereid, maar vraagt de Times is dit niet een reden te meer 0111 het officieele Duit- sche aanbod van een wapeningscon ventie met inbegrip van toezicht door een internationale commissie te aan vaarden? De groote oorlog van 1914 heeft over tuigend bewezen dat geheimhouding op militair gebied, die toen algemeen gang baar was, de wilste geruchten doet ont staan en ingang vinden. Men kan daaruit ook thans nog de les trekken dat Europa het meest behoefte heeft aan koel beraad en vertrouwen, waartoe een onpartijdig onderzoek door een internationale com missie de eerste stap kan zijn. Bovendien is het ontwapeningsoverleg tot dusver volstrekt niet vruchteloos geweest; im mers de voornaamste deelnemers aan de ontwapeningsconferentie zijn het eens dat de vijf volgende punten van essen- tieele beteekenis zijn: instelling van een wapeningscontrole, handhaving of instel ling van een militiestelsel voor de legers van het Europeesch vasteland, geleide lijke afschaffing van de zwaarste wapens, vex-bod van bombardementen uit de lucht en toezicht op den uitvoer van oorlogs- materieeL Wanneer er in beginsel over eenstemming bestaat over deze punten, is liet onverantwoordelijk te doen alsof geen vergelijk meer mogelijk is. Veel verder gaande „ideale" plannen die oorspronke lijk zijn gekoesterd mogen van de baan zijn, het is thans noodig de dingen te nemen zooals ze zijn en een begin te ma ken met hetgeen alsnog te verwezenlijken valt. Wat de Times hier zegt schrijft de N. Rott. Crt. geeft ten naastebij het standpunt weer van de leden der Engel sche regeering, die nog willen redden, wat er te redden is en daarom de punten, waaromtrent hun een schikking geheel on-mogelijk lijkt, naar voren te schuiven. MacDonald, Simon en Eden zouden voorstanders zijn van deze uiterste po ging 0111 te Genève nog iets bruikbaars te bereiken; zij zouden echter in de laatste kabinetszittingen de ervaring hebben op gedaan, dat hun collega's uiterst sceptisch staan tegenover dit streven en, onder lei ding van lord Hailsham, den minister van oorlog, het beter achten dat Engeland zich bij het onvermijdelijke neerlegt en de hand aan de ploeg slaat om zijn eigen wapening vooral die in de lucht op peil van de sterkste vastelandsmogend- heden Frankrijk en Italië dus, te bren gen. Baldwin staat als het ware tusschen beide groepen in. Wanneer het niet lukf. te Genève den grondslag te leggen voor een beperking van wapening in den door de Times aangegeven zin, dan is hij even zeer als lord Hailsham overtuigd van de noodzakelijkheid 0111 het land ter zee en in de lucht de wapening te geven die het bij een conflict noodig zou hebben. Italië houdt eveneens strikt rekening met den bestaanden toestand. Het ziet in dat de sterk gewapende staten niet be- reid zijn, hun wapening thans noemens- J waard te verminderen. Het beseft tevens dat Duitschland te midden van zwaargewapende buren, niet weerloos blijven en dat niemand bereid is het de gedwongen weerloosheid met ge weld op te leggen. Het ziet mitsdien al leen heil in het bewaren van den onder internationale controle gestelden, status quo met machtiging aan Duitschland om. tot een bepaalde grens te herwapsnen. Dit stanpunt komt het meest dat van Duitsch land nabij. Wat Frankrijk eigenlijk wil, is moeilijk te zeggen. Het wil weliswaar Duitschland houden aan de militaire be palingen van het verdrag van Versailles, maar moet toch wel inzien dat zulks zon der geweld niet uitvoerbaar is. Tot beper king of begrenzing van wapening is het slechts bereid als het veiligheidswaarbor gen krijgt welke uitgaan boven die van de verdragen van Locarno, waarvoor En geland en Italië zich garant hebben ge steld. Aan het einde van dit artikel zucht het blad: Bemoedigend ziet de toestand er dus allerminst uit, maar men kan althans zeg gen dat geen van de betrokken landen verder overleg heeft afgesneden en dat er mitsdien nog kans is op vermijding van een wapeningswedloop, die stellig zou ontstaan, als er in het geheel geen conventig kwam. Zij zijn talrijk, de Nederlanders, die de schouders ophalen en zeggen of denken: spreek my niet van den Volkenbond, want voor zoover ik ooit in zijn kracht heb geloofd, is mij dat thans onmogelijk. Zie naar het lot, dat aan de Ontwape ningsconferentie is ten deel gevallen; zie haar moeitevol streven om althans eenig resultaat te bereiken, en erken de mach teloosheid, waartoe de Volkenbond in dit opzicht werd veroordeeld. Zie naar den afloop van het conflict tusschen China en Japan, waartegen de Volkenbond wel zijn protest heeft doen hooren, maar waar in hij niet heeft kunnen verhinderen, dat Mantsjoerije practisch werd gebied, door Japan beïnvloed. Zie naar het Saar- gebied, waar, ondanks de aanwezigheid van een regeeringseommissaris van den Volkenbond, de hartstochten hoog op laaien, en allerminst de objectieve rust aanwezig is, noodig voor eene volksstem ming in volle vrijheid. Het is volkomen begrijpelijk, dat men in' dezèn, voor den tijdgenoot meer dan ooit tevoren eliaotischen tijd een derge lijk standpunt inneemt. Maar het staat even vast, dat men den goeden gang van zaken in de wereld, dien men toch allen wil en behoort te helpen bevorderen, er niet mede vooruitbrengt. Wanneer het persoonlijk nabij liggende aangelegen heden betreft, moge men in soortgelijke omstandigheden de neiging gevoelen om de schouders op te halen en zich in wer kelijkheid van de zaak verder niets aan te trekken, de verstandige mensch ver werpt dezen impuls bijna even snel als hij is opgekomen, omdat men weet, daar mede eigen belangen te schaden. En de verstandige mensch behoort hetzelfde te doen met verderaf gelegen belangen, die ook zijn belichaamd in ieders houding tegenover den Volkenbond. Want de Volkenbond, dit heeft men te bedenken, is geen product van den wensch van enkelingen; het mogen de vooraanstaanden onder de vertegenwoor digers van de groote en kleine Staten zijn geweest, die in 1919 den Volkenbond heb ben totstandgebracht, zij bouwden op een grondslag, reeds eeuwen achtereen ge legd. Eeuwen achtereen toch hebben denkers en dichters, staatslieden en eco- iiomisten, ja zelfs krijgslieden, hun stem doen hooren, ter verdediging van de noodzakelijkheid, dat een internationaal georganiseerd lichaam de leiding zou ne men bij de noodzakelijke samenwerking der volkeren. Naarmate techniek en uit bouw der samenleving de volken steeds nader tot elkander brachten, is de nood zakelijkheid gevoeld van een vredelieven de samenwerking. De volkeren volgden daarbij de individuen, die ook eerst in steden, in graafschappen of hertogdom men vijandig tegenover elkander ston den en in den loop der eeuwen zijn ver- eenigd in nationale Staten. Wie kan een reden aangeven waarom de aldus voort gezette evolutie zou eindigen bij de natio nale staten. De Volkenbond .heeft geenszins de be doeling een superstaat te stichten, maar wil slechts een organisatie vormen, die tot aller baat gereed staat de belangen van de samenleving der volkeren te die nen. De Vredesconferenties te 's-Graven- hage, in 1899 en 1907 gehouden, waren een schuchtere eerste practische poging in die richting. Waren zij beter geslaagd, wellicht had veel leed aan de wereld be spaard kunnen blijven. De oorlog heeft de oogen wijd geopend voor de leemte, die in het leven der volkeren aanwezig is. Zoo kwam, als gevolg van den oorlog, de Volkenbond tot stand. Vijftien jaren arbeidt deze, met wisselend succes. En zoozeer zijn wij reeds met zijn bestaan vertrouwd, dat de jaarlijks terugkeerende samenkomst zijner Assemblée voor ons niets bijzonder meer inhoud. Terwijl toch vroeger, wanneer internationale confe renties voor zoo gewichtige doeleinden samenkwamen, dit ten allen tijde erkend werd te zijn een stap op den weg van een internationalen vooruitgang. De Volken hond is geen Staat boven de Staten, maar dientengevolge zijn zijne werkzaamheden ook wat de leden ervan maken. De Vol kenbond, men bedenke het toch wel, heeft geen eigen wil en nog minder eigen macht 0111 aan dien wil uitdrukking te geven. In alle belangrijke zaken beslist de Volkenbond met eenheid van stem men, en wie kan zich in de tegenwoor dige samenleving van souvereine Staten een andere oplossing denken? Vandaal', dat de arbeid van den Volkenbond teleur stelling heeft gebracht, vooral aan dege nen, die zich nooit hebben gerealiseerd de geweldige groote moeilijkheden, die door den Volkenbond eiken dag, ja elk uur en elke minuut zouden moeten wor den overwonnen. De Volkenbond wordt bestuurd door een Raad, maar deze Raad is evenmin vrij in zijn besluiten als de jaarlijksehe Assemblée. En de Volkenbond wordt ge diend door een Secretariaat, waaraan ver bonden zijn mannen en vrouwen van uit nemende bekwaamheden en van goeden wil, maar die ook bij de uitoefening van hun taak gebonden zijn door wat Assem blée en Raad besluiten of.wegens ge mis aan eenheid moeten nalaten te be sluiten. En toch, ondanks alle gebreken, is het bestaan van den Volkenbond een niet ge noeg te waardeeren vooruitgang. Zelfs tegenover den Volkenbond behoort men billijk te blijven, ook in dezen tijd van dagelijks terugkeerende teleurstelling en ontmoediging. Als men den Volkenbond verwijt, dat nog geen ontwapeningsover- eenkomst is gesloten; verwijt, dat de eco nomische samenleving schijnbaar hope loos in de war is; verwijt, dat het con flict tusschen China en Japan, hoezeer ook door den Volkenbond behandeld, in de practijk door de macht is beslist, dient men in het oog te houden, dat de Vol kenbond in de geschiedenis der mensch- heid, die telt bij de eeuwen en niet bij de jaren, nog aan den allereersten aan vang van het begin staat. Dat de ont wikkeling der gedachten langzaam en ge leidelijk gaat, langzamer in elk geval dan onze tijd van snel voortschrijdende techniek kan bedenken. Niet voor niets heeft de Volkenbond deze vijftien jaren gewerkt; daar is een eerbiedwaardige reeks van politieke geschillen, die mid dels den Volkenbond zijn opgelost; daar is werk op sociaal, hygiënisch, humanitair en economisch gebied, dat voor alle be trokkenen voor groot belang is en is ge weest; daar is een internationale samen werking in het leven geroepen, waarvan de toekomst de vruchten zal plukken. Men rekent dit wel eens tot het bijkom stige of secundaire werk van den Vol kenbond, terwijl deze toch primair ten doel heeft om den politieken vrede te dienen, d.w.z. de oorlogsuitbarstingen tus schen de volkeren te voorkomen. De Vol kenbond, jong en dientengevolge zwak in stituut nog, is niet het eerst aangewezen lichaam 0111 den volken het noodige ver standige inzicht bij te brengen. Groote en kleine staten werken in den Volkenbond samen. Wie meent, dat daar mede de toestand bereikt is, dat er geen verschil meer aanwezig is tusschen deze groote en kleine Staten, vergist zich. In de samenleving der volken zal, althans binnen afzienbaren tijd, zoodanig ver schil steeds blijven bestaan. Maar het be hoeft geen aanleiding te geven tot onder drukking van de kleinen door de grooten, van opoffering van hun belangen aan die der grooten. Dat neemt echter weer niet weg, dat erkend kan worden, dat, gezien de veel grooter veantwoordelijkheid, die in de internationale samenleving door de groote Staten gedragen wordt, zij ook over eenige meerdere bevoegdheden heb ben te beschikken. Op dien grondslag kan men, theoretisch en min of meer ideëel gesproken, het Pact van Vier gesteld re kenen. Op dien grondslag ongetwijfeld werkt de Volkenbond, en bereikt hij niet de resultaten, die men tot dusverre, voor al in de groote lijnen, van hem verwachtte, dan ligt dit daaraan, dat de tijden ervoor nog niet rijp zijn. Dat behoeft geen reden te zijn tot ontmoediging, tot teleurstelling, tot verbittering. Veeleer een reden om te begrijpen, dat dit werk krachtiger moet worden aangepakt dan tot dusverre is ge schied, en dat evenmin als de kleine Sta ten de medewerking der groote kunnen ontberen, het omgekeerde het geval is. Nederland heeft er daarbij bijzonder op te letten, dat het is het land van Hugo de Groot, land met een volkenrechtelijke tra ditie. Het is geen land van Hugo de Grool; omdat deze groote geest min of meer toe vallig op Nederlandsch grondgebied werd geboren, maar het is land van Hugo do Groot, omdat geheel de positie van Ne derland in de zeventiende eeuw, zijn volksaard en tradities medebrachten, dat een zoon van dat land de grondlegger van het volkenrecht zou worden. Op den 18 Mei-Volkenbondsdag vraagt de Vereeniging voor Volkenhond en Vrede, die personen van elke politieke richting en van elke godsdienstige ge zindte in zich bevat, aandacht voor den Volkenbond en zijn werk. Op 18 Mei, den dag, waarop in 1899 de eerste Vredescon ferentie werd geopend. Niet aen deels mislukten arbeid dezer eerste Vredes conferentie herdenkt de Vereengiging op dezen Volkenbondsdag, doch wel het feit, dat tengevolge van het houden dezer con ferenties te 's-Gravenhage, Nederland een bijzondere plaats op internationaal ge< bied te vervullen kreeg. Plaats, gekenmerkt door het vestigen te 's-Gravenhage eerst van het Permanente Hof van Arbitrage, daarna van het Per manente Hof van Internationale Justitie. Plaats, die aanleiding geeft om er op te wijzen, dat ook in Nederland steun voor de Volkenbondsgedachte noodig is. Noo- diger wellicht dan ooit tevoren. Juist nu, omdat de grondgedachte van den Volkenbond wordt belaagd en be dreigd, en omdat de verwezenlijking van die gedachte voor kleine landen nog meer dan voor groote een belang van de aller grootste beteekenis vormt, De torpedobooten Tengevolge van de ramp van de Ja pansche torpedoboot Tomorsuru, die een maand geleden tengevolge van een onsta- bielen bouw is gekapseisd, zullen 20 Ja pansche torpedobooten worden gewijzigd. Vier van deze schepen zijn de Tomot- suru zelf, die na de ramp werd gelieht„ en haar zusterschepen de Chidori, de Manacuru en de Hatsukari. Deze schepen zijn bewapend met vijl kanonnen van 12 cm en vier torpedolan- ceerbuizen en zijn gebouwd overeenkom stig het vlootprogram van 1931. De zestien overige schepen zijn voor zien in het tweede viootplan. De wijzigingen zullen worden, aange bracht zonder dat de bewapening erdoor wordt verminderd. Feuilleton Uit het Engelsch van Nadruk verboden. 24) •tolin daarentegen, zag Jenny's verhaal over Anne zooals men dingen in een mist ziet. Die mist was niet een mist van leu gens. Waarom zou, in zoo'n warnet van leugens, iets waar zijn? Waarom, bij voorbeeld, zou er in Jenny's mededee- 1'bgen over hetgeen er gebeurde vóór -Anne de taxi verliet, meer waarheid fcehuilen, dan in de verklaring, die ze aan Sir Anthony gaf van Anne's wegblijven? John besloot juffrouw Jones maar met een te gaan opzoeken. Hy'zocht het adres, Delia hem gegeven had, in zijn zak boekje op en prentte dat nog eens goed 3,1 zijn geheugen: juffrouw Jones woon- bij een getrouwde dochter, Edwin Kead, no. 21, Chapham. John vond nummer 21. Op zijn kloppen werd de deur geopend door een plompe Trouw met een vale gelaatskleur en in e°n helderblauwe overal gekleed. John Vr°eg naar juffrouw Jones cji werd in den S' O'1 gelaten, waar witte houtjes in den aaid lagen en een sombere pendule a!' zwart marmer naargeestig tikte. Juffrouw Jone's getrouwde dochter was zichtbaar trotsch op haar „mooie kamei'". Ze wierp een zelfvoldanen blik op de twee bekleede armstoelen met rood pluche, die tien jaar geleden uit een def- tigen inboedel op een verkooping ver zeild waren geraakt en zoo in deze nede rige woning beland. Haar oogen dwaal den liefkoozend naar een „echt mahonie" tafeltje, waarop een groot, ouderwetsch portretalbum met verguld slot prijkte Toen keerde ze zich om. „Wie kan ik zeggen....?" „Sir John Waveney." Ze zweeg, blijkbaar een beetje beduusd, knikte alleen maar en liep, kennelijk niet op haar gemak, de kamer uit. John hoorde haar zware voeten op de trap en er bleef hem geen andere afleiding dan zijn omgeving te inspecteeren. Hjj was 1w/Ag z,n blik langs het blin- kexxd-propex'e, kleinburgerlijke intei'ieur te laten dwalen, toen juffrouw Jones met afgemeten waai'digheid binnenkwam. Ze was even blozend als haar dochter bleek was eix had een stevig gezet figuur. Ze droeg een ouderwetsche, zwart wollen japon en een hoogen boord. De omliggen de hoeken van het linnen kraagje, dat er op bevstigd was, waren met Zwitsersch box duursel versierd. Bovexx aan den hals had ze en groote oudmodische broche met een randje gevlochten gouddraad er om heen in het midden gevlochten haar. Haar overige tooi bestond uit een dikken gou den horlogeketting en kleine gouden oorknoppen. John keerde zich met een vriendelijk lachje naar haar toe, maar schrok van de eerbiedige vijandigheid in haar houding. Hij wist niet wat hij zeggen of hoe hij beginnen moest en nam zijn toevlucht tot een onbenullige opmerking over het weer zooiets als: „wat een prachtige dag vandaag!" Juffrouw Jones beaamde: „Ja, mijn heer." Ze had kleine grijze oogen en het grijze haar, dat in een strakke, platte wrong op het achterhoofd was vastge maakt, was in het middet keurig ge scheiden. Geen enkel haartje, dat het waagde uit den band te springen „Ik ben voor de week-end bij lady Marr geweest" Jixffroxxw Jones reageerde niet op deze mededeeling en na een pijnlijke pauze vervolgde John- „U zult u wel afvragen wat het doel van mijn komst is (o, lieve deugd, dat was niet tactvol). Ik was erg verlangend om u een bezoek te brengen.... ik.... ik wilde iets met u bespreken." Juffrouw Jones herhaalde: „Ja, mijn heer." Toen, tot Jolxn's opluchting, bood ze hem een stoel aan en ging zelf ook zitten. Maar toen ze zelf ook gezeten waren, volgde nogmaals een tergende stilte. Juf frouw Jones scheen het niet te hinderen. Ze staarde beleefd en onwillig naar den muur ter linkerzijde van John en hield de handen gevouwen in haar schoot. Met een wanhopige poging maakte John een eind aan het zwijgen. „Ik kom by u, omdat ik graag over mijn familie wilde spreken. U hebt voor al mijn neven en nichten gezorgd, nietwaar?" „Voor meneer G'ourtney, vanaf dat hij een maand was," verklaarde juffrouw Jones stuursch. „Ik heb Courttiy tot myn spijt niet ge leend.... Tom wel; ik heb in zijn com pagnie gediend." Juffrouw Jones klemde de lippen op een, opende ze weer en sprak: „Meneer Courtney was de knap jongeman uit het graafschap en meneer Tom was zoo knap in het leeren, dat nie mand hem bij kon houden." Weer wer den de lippen stijf op elkaar geklemd; dn blik van de sehei-pe grijze oogjes reken de definitief af met iedere pretentie, die deze nieuwe Waveney eventueel op het stuk van. uiterlijk of hersenen zou laten gelden. „Hemel-nog-öan-toe! Wat een bonk ijs", kreunde het in John. Maar hij vervolgde: „Ik zei zooeven, dat ik u over mijn familieleden wilde spreken, xxxaar het is m hoofdzaak mijn bedoeling over mijn nichtje Anne te praten." „Ja meneer." „Het is dringend noodig, dat ik met haar in contact kom." „Ja meneer." „En ik dacht, dat u mij haar adres wel zou kunnen bezorgen. Kunt u dat?" Juffrouw Jones' stem daalde nog iets meer onder het vriespunt. „Neen, meneer," „Juffrouw Jones," drong John, naar voren leunend. „Er is mij zoo vreeslijk veel aan gelegen om mijn nichtje te vin den. Weet u waar zij is?" „Jxxffrouw Jenny ik bedoel Lady Marr is de aangewezen persoon om u dat te vert,ellen." „Is ze dat? En gesteld dat ze het niet weet?" „Lady Marr zal het zeker weten.'- „Ze weet het niet. Ik bedoel niet, dat ze zegt, dat ze het niet weet ze weet het op het oogenblik heusch niet." Juffrouw Jones week geen duimbreed. „Lady Marr zal het positief zeker we- „Ze weet het niet. Ze beweerde, dat ze het niet wist, toen ze het iixderdaad wel wist, maar nu weet ze het werkelijk niet." „Dat is Lady Marr's zaak." John had «en flauwe hoop, dat het op een andere manier mischien zou lukken. „U maakt het mij niet gemakkelijk om met u te praten. Kijk eens, het is beter, dat ik het u ronduit vertel. Ik weet de heele geschiedenis." Juffrouw Jones verviel weer in stugge zwijgzaamheid en tuurde naar den muur. Eindelijk werd het John te machtig; geprikekld sprong hij op. „Ik zeg u toch, dat ik de heele geschie denis weet. Lady Marr heeft aan iedereen verteld, dat haar zuster in Spanje was, om na een ziekte weer heelemaal op krachten te komen. Ik geloofde het ver haal niet en vanmorgen heeft Sir Nicho- ias my de waarheid medegedeeld. Hij vertelde mij, dat mijn nichtje een jaar gevangenisstraf heeft ondergaan." Het duurde een oogenblik eer Juffx-ouw Jones antwoord gaf. Toen: „Het is niet aan nxy hierop iets te zeg gen." Haar stem klonk vast, maar de plompe, gevouwen handen trilden. „Ja, zeker wel," pleitte John. „Laat u die lijdelijke houding toch alstublieft va ren. Ik ben by u gekomen, omdat ik uw hulp noodig heb. Ik kan niets beginnen als u niet een beetje ontdooit. Ten slotte hebt u voor Anne gezorgd van dat ze een aardige, kleine baby was en het Is eenvoudig ondenkbaar, dat 11 geen greintje medegevoel voor haar zoudt, heh- ben. Ik moet tot miin soyt zeggen, dat. de familie dat niet schijnt ti bczltt"". TTet lijkt of het hun geen steek kan schelen, waar ze is, of ze een rooden duit rijk is, wat ze uitvoert. „Niemand," verklaarde juffrouw Jones, met een stem die beefde, maar die toch niets te kort kwam aan waardigheid, „niemand kan mij verwijten, dat ik nxijn plicht niet gedaan heb." Een scherp wederwoord brandde op John's lippen, maar hij slaagde er in het binnen te houden. Het was beter Juf frouw Jones's opmerkingen te negeeren het ijs was nu toch in ieder geval ge broken. En hij vervolgde:: „Ik geloof namelijk, dat ze geen penny heeft ongeveer, waar zou ze geld vandaan moeten halen? Gis teren is ze vrij gelaten, heeft een hotel kamer genomen en is 's middags naar Jenny gegaan. Dus het beetje geld, dat ze kan hebben gehad, heeft ze uitgegeven. En Jenny is beestachtig tegen haar ge weest en heeft haar weggestuurd, kapot van hartzeer. Ik heb haar gezien.... ze maakte een indruk of Jen 11 v haar ver moord had! Ik ging haar achterop, maar kwam net te laat aan het station Ze is naar Londen vertrokken en niemand weet waar ze sindsdien gebleven is. In 't hotel is ze niet meer teruggeweest. Jenny weet. ook niet waar ze is en ditmaal liegt ze niet ze weet bet inderdaad niet. Ik bad gedacht, dat er misschien kans be stond. dat ze hij xi was geweest. Is dat zoo^" Juffrouw Jones staarde nu niet meer naar don muur. Zp keek John aan en sp)->..a,ip langzaam bet hoofd. Wp„t u waar yp j«o" ping hij op over- r aaudrinopuden toon door. „Weet 11 er le's van?" (Wordt vervolgd).

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Heldersche Courant | 1934 | | pagina 1