Buitenlandsch Overzicht.
Juist
nu
De Tweelingzusters
NIEUWSBLAD VOOR DEN HELDER, KOEGRAS, TEXEL, WIERINGEN EN ANNA PAULOWNA
DONDERDAG 17 MEI 1934
62ste JAARGANG
De Japansche vloot.
Patricia Wentworth
flo. 7 :33 EERSTE BLAD
COURANT
Abonnement per 3 maanden bij vooruitbet.: Heldersche Courant 1.50; voor
Koegras, Anna Paulowna, Breezand, Wieringenen Texel f 1.65;binnen
land f 2.-, Nederl. Oost- en West-lndië per zeepost 1 2.10, idem per
mail en overige landen f 3.20. Losse nos. 4ct. ;fr.p.p 6ct. Zondagsblad
resp f 0.50 f 0.70, f 0.70,fl.- Modeblad resp. f1.20, f 1.50, f 1.50, f 3.70.
Verschijnt Dinsdag-, Donderdag- en Zaterdagmiddag.
Redacteur: P. C. DE BOER.
Uitgave N.V. Drukkery v/b O. DE BOER Jr.
Bureau: Koningstraat 78 - Telefoon: 50 en 412
Post-Girorekening No. 16066.
ADVERTENTIËN
20 ct. per regel (galjard). Ingez. meded (kolombreedte als redaction.
tekst) dubbele prijs. Kleine advertentiën (gevraagd, te koop, te huur)
bij vooruitbetaling 10 ct. per regel, min. 40 ct.; bij niet-contante be
taling 15 ct. per regel, min. 60 ct. (Adres Bureau van dit blad en met
brieven onder no.10 ct. per advertentie extra). Bewijsnummers 4 ct.
Gerechtvaardigde verontwaardiging over wapen' en munitie'
levering aan Bolivia en Pargauay. Ontwapening bewapening
herwapening
Nee, waarde lezer(es)
we gaan hier geen
communistische of.
anti-kapitalistische
boom opzetten, al zou
het kopje dat mis
schien ook doen denken. Nietwaar, „Mis
dadig kapitalisme", dat is een hoofdje dat
eigenlijk niet thuis behoort in de neutrale
Reldersche Courant en toch handhaven
we het, want het geval waarop we hier
de aandacht wilden vestigen is inderdaad
misdadig, het betreft n.1. de levering van
munitie en wapenen aan de beide Zuid-
Auierikaansche staten, Bolivië en Para
guay, waar een menschenslachtlng plaats
heeft met Europeesch (Èngelsch) en Ame-
r kaansch oorlogsmateriaal. In Bolivië en
Paraguya zijn geen munitiefabrieken en
het materiaal dat men dus voor de nxen-
sèheiislachting noodig heeft moest van
buiten komen en de wapenfabrikanten, de
menschelijke hyena's, schrokken er niet
vcor terug, beide landen aan nxoord-
ma.eriaal te helpen. Hier had dus een
oorlog kunnen voorkomen worden, als
ee: ige. kapitalisten niet zoo misdadig wa
ren geweest het oorlogsmateriaal te le
veren. Dat is het inbedroevende. De par
ticuliere wapen-industrie, de eenige in
dustrie die in dezen tijd van economische
depressie, bloeit en waarvan de aandeel
houders jaarlijks groote dividenden in
den zak steken, deinst nergens voor te
rug. Ze levert wapens aan de misdadigers
iil Amerika, ze levert munitie aan twee
regi eringen, -die duizenden onschuldigen
er mee van het leven berooft en tal van
g /.innen in geestelijke en materieele
ellende stort. Dat is kapitalisme ln haar
mi-.dadigsten vorm.
Over de particuliere wapenfabricage
•g' sproken. De „Avondpost", hoofdredac
teur D. Hans, kwalificeerde deze als „een
pest, een der meest rotte gezwellen in
o.ize huidige samenleving. Het is dit
gruwelijke bedrijf, dat oorlogen aanmoe
digt, bevordert en in stand houdt.
len worstelt om vrede en om beper-
k'ng van bewapening, maar ondertus-
schen gaan regeeringen en particulieren
voort, elkander de wapens voor den oor-
Icg te leveren, hoe duivelsch die ook mo
gen zijn. Oorlog zei de Engelsche
staatsman Lloyd George eens is geor
ganiseerde moord. Maar ondertusschen
strijken landen en particulieren er hun
winst uit op.
lok de Engelsche pers is verontwaar-
d' ,d over deze wapenlevering. Men leze
maar;
De Manchester Guardian, die uit het
III on li J» I 11 °P ome Pr'ma,eigen-
öld Gil U d i gebreide Wandelkou
sen en Sokken, Schoolkousen, Sportkousen, enz.
Voor alle soorten reparatie aan wollen kleeding,
kousen en sokken zijn wij no. 1 (ook het aller
fijnstei. JAAP SNOR, Zuidstraat 19 (Let op den
gelen winkel).
rapport de woorden op den voorgrond
brengt, waarin de commissie dezen oor
log meedoogenloos en verschrikkelijk
noemt, wijst er op dat de groote wapen
en munitiefabrikanten geleverd hebben
aan beide partijen met toestemming van
de regeering.
In een paar maanden tijd heeft
Groot-Britannië 6 tanks, 09 machine
geweren en 2 millioen patronen aan
de eene partij en 16 millioen patronen
aan de andere partij geleverd.
Het blad acht het ondenkbaar, dat deze
afzichtelijke handel ook na dit rapport
zou voortgezet worden en schrijft dat de
taak der Britsche regeering is om op on
middellijke hervatting aan te dringen van
de onderhandelingen over een algemeen
embargo op den uitvoer van wapenen.
Volgens de Daily Herald achten de
meeste Engelsehen het een schande
lijke zaak om uit het verschaffen van
middelen tot massamoord geld te ma
ken. De regeering moet gedwongen
worden dit in te zien en overeenkom
stig dit inzicht te handelen.
En wat zegt de Engelsche regeering?
Men leze het elders in dit blad. Verbie
den doet het niet, want als Engeland
niet levert, dan levert een ander land,
zoo redeneert men, enne. enne... dat
beteekent zooveel duizend guldens aan
belasting minder. Is het niet ten hemel
schreiend?
Het
ontwapen ingS'
vraagstuk
Is het wonder,
vragen we ons na bo
venstaande beschou
wing af, dat er van
ontwapening nooit
iets komen zal. Bij
een dergelijke mentaliteit is dat immers
niet mogelijk. Het kapitaal beheerseht
hier de geesten en als het geld spreekt,
dan zwijgt in de meeste gevallen moraal.
Het is bedroevend maar waar. Is trou
wens niet iedere oorlog, in diepste oor
zaak, een strijd om materieel bezit?
De Times bevatte op den openingsdag
van den Volkenbondsraad een hoofdar
tikel. w aarin het blad betoogde dat Eden,
Barthou en Aloisi, van hun gezamenlijke
aanwezigheid te Genève stellig partij zou
den trekken 0111 het ontwapeningsvraag-
stuk opnieuw ter hand te nemen.
Het is weliswaar mogelijk, dat
Duitschland zich in het geheim op
een nieuwen oorlog voorbereid, maar
vraagt de Times is dit niet een
reden te meer 0111 het officieele Duit-
sche aanbod van een wapeningscon
ventie met inbegrip van toezicht door
een internationale commissie te aan
vaarden?
De groote oorlog van 1914 heeft over
tuigend bewezen dat geheimhouding op
militair gebied, die toen algemeen gang
baar was, de wilste geruchten doet ont
staan en ingang vinden. Men kan daaruit
ook thans nog de les trekken dat Europa
het meest behoefte heeft aan koel beraad
en vertrouwen, waartoe een onpartijdig
onderzoek door een internationale com
missie de eerste stap kan zijn. Bovendien
is het ontwapeningsoverleg tot dusver
volstrekt niet vruchteloos geweest; im
mers de voornaamste deelnemers aan de
ontwapeningsconferentie zijn het eens
dat de vijf volgende punten van essen-
tieele beteekenis zijn: instelling van een
wapeningscontrole, handhaving of instel
ling van een militiestelsel voor de legers
van het Europeesch vasteland, geleide
lijke afschaffing van de zwaarste wapens,
vex-bod van bombardementen uit de lucht
en toezicht op den uitvoer van oorlogs-
materieeL Wanneer er in beginsel over
eenstemming bestaat over deze punten, is
liet onverantwoordelijk te doen alsof geen
vergelijk meer mogelijk is. Veel verder
gaande „ideale" plannen die oorspronke
lijk zijn gekoesterd mogen van de baan
zijn, het is thans noodig de dingen te
nemen zooals ze zijn en een begin te ma
ken met hetgeen alsnog te verwezenlijken
valt.
Wat de Times hier zegt schrijft de
N. Rott. Crt. geeft ten naastebij het
standpunt weer van de leden der Engel
sche regeering, die nog willen redden,
wat er te redden is en daarom de punten,
waaromtrent hun een schikking geheel
on-mogelijk lijkt, naar voren te schuiven.
MacDonald, Simon en Eden zouden
voorstanders zijn van deze uiterste po
ging 0111 te Genève nog iets bruikbaars te
bereiken; zij zouden echter in de laatste
kabinetszittingen de ervaring hebben op
gedaan, dat hun collega's uiterst sceptisch
staan tegenover dit streven en, onder lei
ding van lord Hailsham, den minister van
oorlog, het beter achten dat Engeland
zich bij het onvermijdelijke neerlegt en
de hand aan de ploeg slaat om zijn eigen
wapening vooral die in de lucht op
peil van de sterkste vastelandsmogend-
heden Frankrijk en Italië dus, te bren
gen.
Baldwin staat als het ware tusschen
beide groepen in. Wanneer het niet lukf.
te Genève den grondslag te leggen voor
een beperking van wapening in den door
de Times aangegeven zin, dan is hij even
zeer als lord Hailsham overtuigd van de
noodzakelijkheid 0111 het land ter zee en
in de lucht de wapening te geven die het
bij een conflict noodig zou hebben.
Italië houdt eveneens strikt rekening
met den bestaanden toestand. Het ziet in
dat de sterk gewapende staten niet be-
reid zijn, hun wapening thans noemens- J
waard te verminderen.
Het beseft tevens dat Duitschland te
midden van zwaargewapende buren, niet
weerloos blijven en dat niemand bereid
is het de gedwongen weerloosheid met ge
weld op te leggen. Het ziet mitsdien al
leen heil in het bewaren van den onder
internationale controle gestelden, status
quo met machtiging aan Duitschland om.
tot een bepaalde grens te herwapsnen. Dit
stanpunt komt het meest dat van Duitsch
land nabij. Wat Frankrijk eigenlijk wil,
is moeilijk te zeggen. Het wil weliswaar
Duitschland houden aan de militaire be
palingen van het verdrag van Versailles,
maar moet toch wel inzien dat zulks zon
der geweld niet uitvoerbaar is. Tot beper
king of begrenzing van wapening is het
slechts bereid als het veiligheidswaarbor
gen krijgt welke uitgaan boven die van
de verdragen van Locarno, waarvoor En
geland en Italië zich garant hebben ge
steld.
Aan het einde van dit artikel zucht het
blad:
Bemoedigend ziet de toestand er dus
allerminst uit, maar men kan althans zeg
gen dat geen van de betrokken landen
verder overleg heeft afgesneden en dat
er mitsdien nog kans is op vermijding
van een wapeningswedloop, die stellig
zou ontstaan, als er in het geheel geen
conventig kwam.
Zij zijn talrijk, de Nederlanders, die de
schouders ophalen en zeggen of denken:
spreek my niet van den Volkenbond,
want voor zoover ik ooit in zijn kracht
heb geloofd, is mij dat thans onmogelijk.
Zie naar het lot, dat aan de Ontwape
ningsconferentie is ten deel gevallen; zie
haar moeitevol streven om althans eenig
resultaat te bereiken, en erken de mach
teloosheid, waartoe de Volkenbond in dit
opzicht werd veroordeeld. Zie naar den
afloop van het conflict tusschen China
en Japan, waartegen de Volkenbond wel
zijn protest heeft doen hooren, maar waar
in hij niet heeft kunnen verhinderen, dat
Mantsjoerije practisch werd gebied, door
Japan beïnvloed. Zie naar het Saar-
gebied, waar, ondanks de aanwezigheid
van een regeeringseommissaris van den
Volkenbond, de hartstochten hoog op
laaien, en allerminst de objectieve rust
aanwezig is, noodig voor eene volksstem
ming in volle vrijheid.
Het is volkomen begrijpelijk, dat men
in' dezèn, voor den tijdgenoot meer dan
ooit tevoren eliaotischen tijd een derge
lijk standpunt inneemt. Maar het staat
even vast, dat men den goeden gang van
zaken in de wereld, dien men toch allen
wil en behoort te helpen bevorderen, er
niet mede vooruitbrengt. Wanneer het
persoonlijk nabij liggende aangelegen
heden betreft, moge men in soortgelijke
omstandigheden de neiging gevoelen om
de schouders op te halen en zich in wer
kelijkheid van de zaak verder niets aan
te trekken, de verstandige mensch ver
werpt dezen impuls bijna even snel als
hij is opgekomen, omdat men weet, daar
mede eigen belangen te schaden. En de
verstandige mensch behoort hetzelfde te
doen met verderaf gelegen belangen, die
ook zijn belichaamd in ieders houding
tegenover den Volkenbond.
Want de Volkenbond, dit heeft men te
bedenken, is geen product van den
wensch van enkelingen; het mogen de
vooraanstaanden onder de vertegenwoor
digers van de groote en kleine Staten zijn
geweest, die in 1919 den Volkenbond heb
ben totstandgebracht, zij bouwden op een
grondslag, reeds eeuwen achtereen ge
legd. Eeuwen achtereen toch hebben
denkers en dichters, staatslieden en eco-
iiomisten, ja zelfs krijgslieden, hun stem
doen hooren, ter verdediging van de
noodzakelijkheid, dat een internationaal
georganiseerd lichaam de leiding zou ne
men bij de noodzakelijke samenwerking
der volkeren. Naarmate techniek en uit
bouw der samenleving de volken steeds
nader tot elkander brachten, is de nood
zakelijkheid gevoeld van een vredelieven
de samenwerking. De volkeren volgden
daarbij de individuen, die ook eerst in
steden, in graafschappen of hertogdom
men vijandig tegenover elkander ston
den en in den loop der eeuwen zijn ver-
eenigd in nationale Staten. Wie kan een
reden aangeven waarom de aldus voort
gezette evolutie zou eindigen bij de natio
nale staten.
De Volkenbond .heeft geenszins de be
doeling een superstaat te stichten, maar
wil slechts een organisatie vormen, die
tot aller baat gereed staat de belangen
van de samenleving der volkeren te die
nen. De Vredesconferenties te 's-Graven-
hage, in 1899 en 1907 gehouden, waren
een schuchtere eerste practische poging in
die richting. Waren zij beter geslaagd,
wellicht had veel leed aan de wereld be
spaard kunnen blijven. De oorlog heeft de
oogen wijd geopend voor de leemte, die
in het leven der volkeren aanwezig is.
Zoo kwam, als gevolg van den oorlog,
de Volkenbond tot stand. Vijftien jaren
arbeidt deze, met wisselend succes. En
zoozeer zijn wij reeds met zijn bestaan
vertrouwd, dat de jaarlijks terugkeerende
samenkomst zijner Assemblée voor ons
niets bijzonder meer inhoud. Terwijl toch
vroeger, wanneer internationale confe
renties voor zoo gewichtige doeleinden
samenkwamen, dit ten allen tijde erkend
werd te zijn een stap op den weg van een
internationalen vooruitgang. De Volken
hond is geen Staat boven de Staten, maar
dientengevolge zijn zijne werkzaamheden
ook wat de leden ervan maken. De Vol
kenbond, men bedenke het toch wel, heeft
geen eigen wil en nog minder eigen
macht 0111 aan dien wil uitdrukking te
geven. In alle belangrijke zaken beslist
de Volkenbond met eenheid van stem
men, en wie kan zich in de tegenwoor
dige samenleving van souvereine Staten
een andere oplossing denken? Vandaal',
dat de arbeid van den Volkenbond teleur
stelling heeft gebracht, vooral aan dege
nen, die zich nooit hebben gerealiseerd
de geweldige groote moeilijkheden, die
door den Volkenbond eiken dag, ja elk
uur en elke minuut zouden moeten wor
den overwonnen.
De Volkenbond wordt bestuurd door
een Raad, maar deze Raad is evenmin
vrij in zijn besluiten als de jaarlijksehe
Assemblée. En de Volkenbond wordt ge
diend door een Secretariaat, waaraan ver
bonden zijn mannen en vrouwen van uit
nemende bekwaamheden en van goeden
wil, maar die ook bij de uitoefening van
hun taak gebonden zijn door wat Assem
blée en Raad besluiten of.wegens ge
mis aan eenheid moeten nalaten te be
sluiten.
En toch, ondanks alle gebreken, is het
bestaan van den Volkenbond een niet ge
noeg te waardeeren vooruitgang. Zelfs
tegenover den Volkenbond behoort men
billijk te blijven, ook in dezen tijd van
dagelijks terugkeerende teleurstelling en
ontmoediging. Als men den Volkenbond
verwijt, dat nog geen ontwapeningsover-
eenkomst is gesloten; verwijt, dat de eco
nomische samenleving schijnbaar hope
loos in de war is; verwijt, dat het con
flict tusschen China en Japan, hoezeer
ook door den Volkenbond behandeld, in
de practijk door de macht is beslist, dient
men in het oog te houden, dat de Vol
kenbond in de geschiedenis der mensch-
heid, die telt bij de eeuwen en niet bij
de jaren, nog aan den allereersten aan
vang van het begin staat. Dat de ont
wikkeling der gedachten langzaam en ge
leidelijk gaat, langzamer in elk geval
dan onze tijd van snel voortschrijdende
techniek kan bedenken. Niet voor niets
heeft de Volkenbond deze vijftien jaren
gewerkt; daar is een eerbiedwaardige
reeks van politieke geschillen, die mid
dels den Volkenbond zijn opgelost; daar
is werk op sociaal, hygiënisch, humanitair
en economisch gebied, dat voor alle be
trokkenen voor groot belang is en is ge
weest; daar is een internationale samen
werking in het leven geroepen, waarvan
de toekomst de vruchten zal plukken.
Men rekent dit wel eens tot het bijkom
stige of secundaire werk van den Vol
kenbond, terwijl deze toch primair ten
doel heeft om den politieken vrede te
dienen, d.w.z. de oorlogsuitbarstingen tus
schen de volkeren te voorkomen. De Vol
kenbond, jong en dientengevolge zwak in
stituut nog, is niet het eerst aangewezen
lichaam 0111 den volken het noodige ver
standige inzicht bij te brengen.
Groote en kleine staten werken in den
Volkenbond samen. Wie meent, dat daar
mede de toestand bereikt is, dat er geen
verschil meer aanwezig is tusschen deze
groote en kleine Staten, vergist zich. In
de samenleving der volken zal, althans
binnen afzienbaren tijd, zoodanig ver
schil steeds blijven bestaan. Maar het be
hoeft geen aanleiding te geven tot onder
drukking van de kleinen door de grooten,
van opoffering van hun belangen aan die
der grooten. Dat neemt echter weer niet
weg, dat erkend kan worden, dat, gezien
de veel grooter veantwoordelijkheid, die
in de internationale samenleving door de
groote Staten gedragen wordt, zij ook
over eenige meerdere bevoegdheden heb
ben te beschikken. Op dien grondslag kan
men, theoretisch en min of meer ideëel
gesproken, het Pact van Vier gesteld re
kenen. Op dien grondslag ongetwijfeld
werkt de Volkenbond, en bereikt hij niet
de resultaten, die men tot dusverre, voor
al in de groote lijnen, van hem verwachtte,
dan ligt dit daaraan, dat de tijden ervoor
nog niet rijp zijn. Dat behoeft geen reden
te zijn tot ontmoediging, tot teleurstelling,
tot verbittering. Veeleer een reden om te
begrijpen, dat dit werk krachtiger moet
worden aangepakt dan tot dusverre is ge
schied, en dat evenmin als de kleine Sta
ten de medewerking der groote kunnen
ontberen, het omgekeerde het geval is.
Nederland heeft er daarbij bijzonder op
te letten, dat het is het land van Hugo de
Groot, land met een volkenrechtelijke tra
ditie. Het is geen land van Hugo de Grool;
omdat deze groote geest min of meer toe
vallig op Nederlandsch grondgebied werd
geboren, maar het is land van Hugo do
Groot, omdat geheel de positie van Ne
derland in de zeventiende eeuw, zijn
volksaard en tradities medebrachten, dat
een zoon van dat land de grondlegger van
het volkenrecht zou worden.
Op den 18 Mei-Volkenbondsdag vraagt
de Vereeniging voor Volkenhond en
Vrede, die personen van elke politieke
richting en van elke godsdienstige ge
zindte in zich bevat, aandacht voor den
Volkenbond en zijn werk. Op 18 Mei, den
dag, waarop in 1899 de eerste Vredescon
ferentie werd geopend. Niet aen deels
mislukten arbeid dezer eerste Vredes
conferentie herdenkt de Vereengiging op
dezen Volkenbondsdag, doch wel het feit,
dat tengevolge van het houden dezer con
ferenties te 's-Gravenhage, Nederland een
bijzondere plaats op internationaal ge<
bied te vervullen kreeg.
Plaats, gekenmerkt door het vestigen te
's-Gravenhage eerst van het Permanente
Hof van Arbitrage, daarna van het Per
manente Hof van Internationale Justitie.
Plaats, die aanleiding geeft om er op te
wijzen, dat ook in Nederland steun voor
de Volkenbondsgedachte noodig is. Noo-
diger wellicht dan ooit tevoren.
Juist nu, omdat de grondgedachte van
den Volkenbond wordt belaagd en be
dreigd, en omdat de verwezenlijking van
die gedachte voor kleine landen nog meer
dan voor groote een belang van de aller
grootste beteekenis vormt,
De torpedobooten
Tengevolge van de ramp van de Ja
pansche torpedoboot Tomorsuru, die een
maand geleden tengevolge van een onsta-
bielen bouw is gekapseisd, zullen 20 Ja
pansche torpedobooten worden gewijzigd.
Vier van deze schepen zijn de Tomot-
suru zelf, die na de ramp werd gelieht„
en haar zusterschepen de Chidori, de
Manacuru en de Hatsukari.
Deze schepen zijn bewapend met vijl
kanonnen van 12 cm en vier torpedolan-
ceerbuizen en zijn gebouwd overeenkom
stig het vlootprogram van 1931.
De zestien overige schepen zijn voor
zien in het tweede viootplan.
De wijzigingen zullen worden, aange
bracht zonder dat de bewapening erdoor
wordt verminderd.
Feuilleton
Uit het Engelsch van
Nadruk verboden.
24)
•tolin daarentegen, zag Jenny's verhaal
over Anne zooals men dingen in een mist
ziet. Die mist was niet een mist van leu
gens. Waarom zou, in zoo'n warnet van
leugens, iets waar zijn? Waarom, bij
voorbeeld, zou er in Jenny's mededee-
1'bgen over hetgeen er gebeurde vóór
-Anne de taxi verliet, meer waarheid
fcehuilen, dan in de verklaring, die ze aan
Sir Anthony gaf van Anne's wegblijven?
John besloot juffrouw Jones maar met
een te gaan opzoeken. Hy'zocht het adres,
Delia hem gegeven had, in zijn zak
boekje op en prentte dat nog eens goed
3,1 zijn geheugen: juffrouw Jones woon-
bij een getrouwde dochter, Edwin
Kead, no. 21, Chapham.
John vond nummer 21. Op zijn kloppen
werd de deur geopend door een plompe
Trouw met een vale gelaatskleur en in
e°n helderblauwe overal gekleed. John
Vr°eg naar juffrouw Jones cji werd in den
S' O'1 gelaten, waar witte houtjes in den
aaid lagen en een sombere pendule
a!' zwart marmer naargeestig tikte.
Juffrouw Jone's getrouwde dochter was
zichtbaar trotsch op haar „mooie kamei'".
Ze wierp een zelfvoldanen blik op de
twee bekleede armstoelen met rood
pluche, die tien jaar geleden uit een def-
tigen inboedel op een verkooping ver
zeild waren geraakt en zoo in deze nede
rige woning beland. Haar oogen dwaal
den liefkoozend naar een „echt mahonie"
tafeltje, waarop een groot, ouderwetsch
portretalbum met verguld slot prijkte
Toen keerde ze zich om.
„Wie kan ik zeggen....?"
„Sir John Waveney."
Ze zweeg, blijkbaar een beetje beduusd,
knikte alleen maar en liep, kennelijk niet
op haar gemak, de kamer uit. John
hoorde haar zware voeten op de trap en
er bleef hem geen andere afleiding dan
zijn omgeving te inspecteeren.
Hjj was 1w/Ag z,n blik langs het blin-
kexxd-propex'e, kleinburgerlijke intei'ieur
te laten dwalen, toen juffrouw Jones met
afgemeten waai'digheid binnenkwam. Ze
was even blozend als haar dochter bleek
was eix had een stevig gezet figuur. Ze
droeg een ouderwetsche, zwart wollen
japon en een hoogen boord. De omliggen
de hoeken van het linnen kraagje, dat er
op bevstigd was, waren met Zwitsersch
box duursel versierd. Bovexx aan den hals
had ze en groote oudmodische broche met
een randje gevlochten gouddraad er om
heen in het midden gevlochten haar. Haar
overige tooi bestond uit een dikken gou
den horlogeketting en kleine gouden
oorknoppen.
John keerde zich met een vriendelijk
lachje naar haar toe, maar schrok van de
eerbiedige vijandigheid in haar houding.
Hij wist niet wat hij zeggen of hoe hij
beginnen moest en nam zijn toevlucht tot
een onbenullige opmerking over het weer
zooiets als: „wat een prachtige dag
vandaag!"
Juffrouw Jones beaamde: „Ja, mijn
heer." Ze had kleine grijze oogen en het
grijze haar, dat in een strakke, platte
wrong op het achterhoofd was vastge
maakt, was in het middet keurig ge
scheiden. Geen enkel haartje, dat het
waagde uit den band te springen
„Ik ben voor de week-end bij lady Marr
geweest"
Jixffroxxw Jones reageerde niet op deze
mededeeling en na een pijnlijke pauze
vervolgde John-
„U zult u wel afvragen wat het doel
van mijn komst is (o, lieve deugd, dat
was niet tactvol). Ik was erg verlangend
om u een bezoek te brengen.... ik....
ik wilde iets met u bespreken."
Juffrouw Jones herhaalde: „Ja, mijn
heer."
Toen, tot Jolxn's opluchting, bood ze
hem een stoel aan en ging zelf ook zitten.
Maar toen ze zelf ook gezeten waren,
volgde nogmaals een tergende stilte. Juf
frouw Jones scheen het niet te hinderen.
Ze staarde beleefd en onwillig naar den
muur ter linkerzijde van John en hield
de handen gevouwen in haar schoot.
Met een wanhopige poging maakte John
een eind aan het zwijgen.
„Ik kom by u, omdat ik graag over
mijn familie wilde spreken. U hebt
voor al mijn neven en nichten gezorgd,
nietwaar?"
„Voor meneer G'ourtney, vanaf dat hij
een maand was," verklaarde juffrouw
Jones stuursch.
„Ik heb Courttiy tot myn spijt niet ge
leend.... Tom wel; ik heb in zijn com
pagnie gediend."
Juffrouw Jones klemde de lippen op
een, opende ze weer en sprak:
„Meneer Courtney was de knap
jongeman uit het graafschap en meneer
Tom was zoo knap in het leeren, dat nie
mand hem bij kon houden." Weer wer
den de lippen stijf op elkaar geklemd; dn
blik van de sehei-pe grijze oogjes reken
de definitief af met iedere pretentie, die
deze nieuwe Waveney eventueel op het
stuk van. uiterlijk of hersenen zou laten
gelden.
„Hemel-nog-öan-toe! Wat een bonk ijs",
kreunde het in John. Maar hij vervolgde:
„Ik zei zooeven, dat ik u over mijn
familieleden wilde spreken, xxxaar het is
m hoofdzaak mijn bedoeling over mijn
nichtje Anne te praten."
„Ja meneer."
„Het is dringend noodig, dat ik met haar
in contact kom."
„Ja meneer."
„En ik dacht, dat u mij haar adres wel
zou kunnen bezorgen. Kunt u dat?"
Juffrouw Jones' stem daalde nog iets
meer onder het vriespunt.
„Neen, meneer,"
„Juffrouw Jones," drong John, naar
voren leunend. „Er is mij zoo vreeslijk
veel aan gelegen om mijn nichtje te vin
den. Weet u waar zij is?"
„Jxxffrouw Jenny ik bedoel Lady
Marr is de aangewezen persoon om u
dat te vert,ellen."
„Is ze dat? En gesteld dat ze het niet
weet?"
„Lady Marr zal het zeker weten.'-
„Ze weet het niet. Ik bedoel niet, dat
ze zegt, dat ze het niet weet ze weet
het op het oogenblik heusch niet."
Juffrouw Jones week geen duimbreed.
„Lady Marr zal het positief zeker we-
„Ze weet het niet. Ze beweerde, dat
ze het niet wist, toen ze het iixderdaad
wel wist, maar nu weet ze het werkelijk
niet."
„Dat is Lady Marr's zaak."
John had «en flauwe hoop, dat het op
een andere manier mischien zou lukken.
„U maakt het mij niet gemakkelijk om
met u te praten. Kijk eens, het is beter,
dat ik het u ronduit vertel. Ik weet de
heele geschiedenis."
Juffrouw Jones verviel weer in stugge
zwijgzaamheid en tuurde naar den muur.
Eindelijk werd het John te machtig;
geprikekld sprong hij op.
„Ik zeg u toch, dat ik de heele geschie
denis weet. Lady Marr heeft aan iedereen
verteld, dat haar zuster in Spanje was,
om na een ziekte weer heelemaal op
krachten te komen. Ik geloofde het ver
haal niet en vanmorgen heeft Sir Nicho-
ias my de waarheid medegedeeld. Hij
vertelde mij, dat mijn nichtje een jaar
gevangenisstraf heeft ondergaan."
Het duurde een oogenblik eer Juffx-ouw
Jones antwoord gaf. Toen:
„Het is niet aan nxy hierop iets te zeg
gen."
Haar stem klonk vast, maar de plompe,
gevouwen handen trilden.
„Ja, zeker wel," pleitte John. „Laat u
die lijdelijke houding toch alstublieft va
ren. Ik ben by u gekomen, omdat ik uw
hulp noodig heb. Ik kan niets beginnen
als u niet een beetje ontdooit. Ten slotte
hebt u voor Anne gezorgd van dat ze
een aardige, kleine baby was en het Is
eenvoudig ondenkbaar, dat 11 geen
greintje medegevoel voor haar zoudt, heh-
ben. Ik moet tot miin soyt zeggen, dat. de
familie dat niet schijnt ti bczltt"". TTet
lijkt of het hun geen steek kan schelen,
waar ze is, of ze een rooden duit rijk is,
wat ze uitvoert.
„Niemand," verklaarde juffrouw Jones,
met een stem die beefde, maar die toch
niets te kort kwam aan waardigheid,
„niemand kan mij verwijten, dat ik nxijn
plicht niet gedaan heb."
Een scherp wederwoord brandde op
John's lippen, maar hij slaagde er in het
binnen te houden. Het was beter Juf
frouw Jones's opmerkingen te negeeren
het ijs was nu toch in ieder geval ge
broken.
En hij vervolgde:: „Ik geloof namelijk,
dat ze geen penny heeft ongeveer, waar
zou ze geld vandaan moeten halen? Gis
teren is ze vrij gelaten, heeft een hotel
kamer genomen en is 's middags naar
Jenny gegaan. Dus het beetje geld, dat
ze kan hebben gehad, heeft ze uitgegeven.
En Jenny is beestachtig tegen haar ge
weest en heeft haar weggestuurd, kapot
van hartzeer. Ik heb haar gezien.... ze
maakte een indruk of Jen 11 v haar ver
moord had! Ik ging haar achterop, maar
kwam net te laat aan het station Ze is
naar Londen vertrokken en niemand
weet waar ze sindsdien gebleven is. In 't
hotel is ze niet meer teruggeweest. Jenny
weet. ook niet waar ze is en ditmaal liegt
ze niet ze weet bet inderdaad niet. Ik
bad gedacht, dat er misschien kans be
stond. dat ze hij xi was geweest. Is dat
zoo^"
Juffrouw Jones staarde nu niet meer
naar don muur. Zp keek John aan en
sp)->..a,ip langzaam bet hoofd.
Wp„t u waar yp j«o" ping hij op over-
r aaudrinopuden toon door.
„Weet 11 er le's van?"
(Wordt vervolgd).