Wieringen.
Wieringerwaard.
Texel
6
Op zijn „Elf en dertigst
Per fiets door Friesland.
HELDERSCHE COURANT
Voor den Politierechter
te Alkmaar.
Totaal op 1 Juli 1934 113268 2941 6209
DINSDAG 10 JULI 1734.
Robinson Grusoë in de
haven van Tessel.
I rr-
."Wie van onze Heldersche ingezetenen
heelt bij familiebezoek van buiten niet
meegemaakt, dat een goed bereid visch-
maal den gasten geviel als een heerlijke
tractatie. Daarom moeten de streken in
ons land, waar nooit zeevisch komt, of
van een minder goede kwaliteit,
worden bewerkt. Het bestuur van de
lleldersche Visschersvereeniging kreeg
eenige weken terug een aanbod van een
j visch-reclame-auto uit Ostende. In dien
auto bevond zieb een geïsoleerde koel-
ruimte, waar eenige duizenden kilo's
j visch opgeborgen konden worden, terwijl
het grootste deel van den auto in beslag
j genomen wordt door een keuken met
hakoven en ander gerief. Zulk een goed
ingericht propaganda en vischauto is juist
j wat ons ontbreekt. De Heldersche vis-
t schersvereeniging kan deze auto natuur
lijk niet koopen, maar zou die vereeniging
over de gelden kunnen beschikken, dan
j zou ze niet twijfelen dat middel aan te
grijpen om voor het gebruik van zeevisch
propaganda te maken. Een goed voorbe
reide tocht door heel Nederland met zulk
een auto, waar bij het publiek niet alleen
I door de pakkende opschriften op den wa-
gen en door de gloedvolle woorden van
i den propagandist zouden worden getrok-
ken maar tevens direct van de kwaliteit
zou kunnen worden overtuigd door het
verstrekken van kleine portie's goed be
reide visch, zou het vischgebruik doen
stijgen, wanneer de herinnering aan het
bezoek van den visch-auto zou worden
levendig gehouden door het uitreiken van
circulaires en vischbereidings-boekjes.
iWat een nog maar kort bestaande ver
eeniging van visschers alleen niet
kan, behoeft toch niet onmogelijk te zijn
door een combinatie van allen, die bij het
1 visschersbedrijf en den vischhandel zijn
betrokken. Het geld, uitgetrokken voor
een proefneming op dat gebied, zou blij
ken interest af te werpen in een leven-
digen handel, een behoorlijke prijszetting,
een loonend visscherijbedrijf.
Waar zijn de menschen van initiatief,
the een dergelijke zaak eens ernstig zou
den willen aanpakken en na een grondige
voorbereiding in werking willen stellen
in het belang van Den Helder als vis
sol ereplaats.
Want dan eerst, wanneer een goed
functioneerende vischhandel, verzekerd
zijnde van een vast afzetgebied en
kunnende rekenen op een visschersvloot,
die zoo geregeld als maar eenigszins mo-
geliik is allerlei soort van visch hier ter
markt brengt, in Den Helder gaat
groeien, zullen de mogelijkheden van Den
Helder als centrum van de visscherij ten
vo'le kunnen worden uitgebuit. Dan zal
ook de gemeente in staat zijn haar ge
meentelijke visehafslagbedrijf aan te pas
sen aan de eischen, die aan een dergelijk
bedrijf mogen worden gesteld en er is
geen twijfel mogelijk, dat het dan ook in
orde zou komen, want plannen zijn er al
dikwijls voor gemaakt. Maar alleen aan
een goed ingericht afslagbedrijf heeft
reen niets. Er moet visch veel visch
komen, er moeten handelaren komen en
don zal blijken dat Den Helder een eere-
p'aats kan innemen onder de visschers-
pl-mtsen.
Daarom mag de belangstelling voor de
visscherij niet verflauwen, immers een
hartelijk meeleven kan zoo stimuleerend
werken op hen die den arbeid moeten
verrichten. Het medeleven van velen met
den vischhandel en met de visschers zal
deze groepen aanzetten tot een onge
kende activiteit. Men moet hier opbouwen
en dan zal èn vischhandel èn visscherij
geen kwijnend bestaan behoeven te lijden,
integendeel dan zal Den Helder ondervin
den van hoe groot belang een vlotte visch
handel en een levendige visscherij voor
heel de gemeente is. We willen deze be
schouwing eindigen met een beroep te
doen on mannen van energie, van rijke
handelskennis, van initiatief om in het
belang van onze stad te komen tot een
actie comité, dat zich ten doel stelt, niet
alleen de vraagstukken van de visscherij
te bespreken, maar om stap voor stap,
weloverlegd en berekend voort te gaan
en op te bouwen een gezond visscherij
bedrijf met alles wat daaraan verbonden
is. Van Den Helder beginne voor de vis-
Echerij de victorie!
EINDE.
I)E RECHTZAAK TEGEN DE
OFFICIEREN VAN
„DE ZEVEN PROVINCIËN".
De pleidooien.
Het H.M.G. zette hedenmorgen de be
handeling voort van de zaak tegen de
Officieren van de „Zeven Provinciën".
Het eerste pleidooi werd gehouden door
den raadsman Hoffman voor beklaagde
E. t. Z. 2e klasse L. D. de Kroon, die
uiteenzette, dat individueel optreden van
de officieren onmogelijk zou zijn. Hij be
streed de meening van den Zeekrijgsraad,
dat Luitenant de Kroon uit lijfsbehoud
achter de waterdichte deuren zou zijn
gaan zitten. Hij schetste beklaagde als
een flink officier, die bij zekere ge
legenheid met een schepeling onder een
vlet was geraakt en zelf gewond werd,
doch eerst de schepeling redde. Hij pleitte
vrijspraak subsidair een priticipieelestraf.
Vervolgens hield de raadsman Roms-
wi ickel een pleidooi voor de beklaagden
L. t. z. D. Dekker en Officier M. S. D.
G. Smits.
Vervolgens kwam Dr. O. W. Bottema
aan de beurt die een pleidooi hield voor
den Off. van Gez. 2e kl. H. C. Bos.
Het H. M. G. bepaalde de uitspraak op
20 Juli a.s.
„Ik had dat noodig \oor een groot me-
daillonl"
Het op de terp gebouwde standbeeld
getuigt voor de vereering en dankbaar
heid der Friezen aan dezen Frieschen
dichter. Van Gouw vertrok ik naar
Heerenveen, z.g. het „Friesche Haagje".
Ofschoon Heerenveen tot een der schoon
ste plaatsen van Friesland gerekend mag
worden, ligt toch de bekoorlijkheid van
H. in het Oranjewoud. Men moet zich van
Oranjewoud niet de voorstelling maken
voor een afgesloten boseh, 't is een bosch-
rijke streek van groote uitgestrektheid.
Oranjewoud is gesticht door Prinses Al-
bertine Agnes, dochter van Frederik
Hendrik. Zij liet bouwen de huizinge
Oranjestein thans bewoond door Graaf
van Limburg Stirum. Oranjewoud is rijk
aan bekoring, 't is de feestzaal van Fries
land. Uit alle oorden, zoowel in als bui
ten Friesland, worden daarheen uitstapjes
georganiseerd.
't Was een aardige verrassing voor
mij aldaar een gezelschap Heldersche
dames te ontmoeten, t.w. de Ger. Meis-
jesvereeniging „Lydia", welke dien dag
een tochtje had ondernomen.
Ik had echter niet veel tijd, hoewel de
verleiding om daar eenigen tijd te ver
toeven groot was, want ik had nog een
heele trip te maken dien dag. Mijn tocht
zette zich voort naar Wolvega en van
daar in Oostelijke richting naar Ooster-
wolde, alwaar ik des avonds pl.m, 7 uur
aankwam. De afstand bedroeg dien dag
pl.m. 100 km.
Ik zou mij om ongeveer 10 uur des
avonds ter ruste begeven, toen onver
wacht, vlak tegenover mijn hotel, brand
uitbrak, die zoo hevig was, dat er een
oogenblik gevaar ook voor het hotel be
stond. Met 2 stralen van de motorepuit,
die spoedig ter plaatse was, en slechts
kort terug was, na het blusschen van een
veenbrand, kon de brand, hoewel het per
ceel geheel afbrandde, toch tot het bran
dende gebouw beperkt blijven en konden
we ons om ruim 12 uur ter ruste bege
ven.
Donderdagmorgen vertrok ik van
Oosterwolde langs het prachtige, lom
merrijke Beesterzwaag, door de „Wél
den" naar Drachten en vandaar over
Bergum naar Buitenpost, Volgens veler
getuigenis behoort deze streek tot een
der schoonste van Nederland, door de af
wisseling van bosch en waterpartijen,
alsmede door welige weiden en vrucht
bare akkers.
Telkens weer kwam mij de mooie
„Wéldsang", dat juweel der Friesche let
terkunde van Harmen Sytstra, te binnen:
„Moai sünder wearga binne de Wélden;
„Smük skaedzjend beamtegrien oeral
yn 't roun;
„Blier laeitzjend boulén, tierrig greiden,
„Sjongelende fügels, sénnieh de gronun."
Drachten heeft als industrieplaats
groote beteekenis .Men vindt er scheeps
timmerwerven, houtzagerijen, sigarenfa
brieken, zuivelfabrieken, enz. Drachten is
voornamelijk gebouwd langs de Dracht
ster-Compagnonsvaart en is ontstaan uit
de gehuchten Noord- en Zuid-Drachten.
Van Drachten ging het over Bergum
naar Buitenpost, vandaar naar KoHum,
Ternaard, Ferwerd, De-kluun, waar ik des
avonds om 8 uur aankwam. De afstand
bedroeg dien dag pl.m. 120 km.
Dokkum is een oud stadje. Naar men
beweert, zou het in de derde eeuw ge
sticht zijn door Hertog Ubbo. Het tegen
woordig stadswapen, een halve maan met
drie sterren, werd door de Dokkümdrs
verworven in den tijd der kruistochten,
bij de verovering van Damiate. Een ge
bouw dat bijzonder de aandacht trekt is
de Waag, gesticht door Burgemeester
Sjuck van Burmania, een vriend van
Stadhouder Willem IV.
Een eigenaardig oud gebruik bestaat
in Dokkum, dat des avonds om 10 uur de
klok geluid wordt, bij wijze van taptoe.
Na in Dokkum te hebben overnacht
zette ik Vrijdagmorgen mijn tocht voort
door het mooie Mnrmerwoude naar
Leeuwarden, waar ik slechts kort ver
toefde, doch waar ik het was juist
marktdag nog even een bezoek bracht
aan de beteekenisvolle veemarkt, die de
grootste in Europa genoemd wordt
waarna ik mijn tocht vervolgde over
Marsum naar Menaldum.
Ik acht het niet noodig over Leeuwar
den iets op te merken, niet omdat er niets
opmerkingswaardigs is integendeel
maar omdat ik vertrouw, dat, na de ver
binding met Friesland over den afsluit
dijk, vele Heldersche Jutters reeds een
bezoek hebben gebracht aan Frieslands
hoofdstad met haar vele historische en
uit een oogpunt van bouwkunst merk
waardige gebouwen. Ik zette tegen een
bijkans stormachtigen wind in mijn
tocht voort langs het Poptaslot te Mar
sum naar het door gardeniersbedrjj-
ven bekende Menaldum. Vandaar leid
de mijn weg naar mijn geboorteplaats
St. Anna-Parochie. In de kerk met koe
peltoren bevindt zich de grafkelder der
van Haren's. In dit kerkgebouw werd op
24 Juni 1634 het huwelijk bevestigd tus-
schen Rembrant van Rijn en Saskia van
Ulenborgh. Na een kort familie-bezoek
vertrok ik via Sexbierum naar Franeker;
het mooie T/uirnnarum, de geboorteplaats
van den Frieschen zeeheld Tjerk Hiddes,
kon ik om des tijds wille niet bezoeken.
Evenals van Leeuwarden, behoef ik
zeker van Franeker niets te vermelden.
Het planetarium van Eise Eisinga, den
eenvoudigen wolkammer, den bekwamen
wiskunstenaar, die met eenvoudige mid
delen in zijn snipperuren zijn wereldbe
roemd planetarium vervaardigde, mag ik
als bekend veronderstellen.
Ook hier vindt men vele merkwaardige
historische bijzonderheden, o.a. in bet
museum, dat in het Stadhuis is onderge
bracht
De Mauritsbrug herinnert aan Jolian
Maurits \an Nassau, den Brazilaan, die
aldaar door het bezwijken van de brug
met zijn paard in het water stortte en
met moeite werd gered.
Van Franeker vertrok ik met den trein
naar Harlingen omdat het tegen den tot
een storm aangewakkerden wind niet mo
gelijk was te fietsen alwaar ik omstreeks
6 uur aankwam.
In Harlingen ontmoette ik mijn vriend
Coen Bot, die aldaar wegens reparatie
aan de „Dorus Rijkers" aanwezig was!en
mij, met het oog op den hevigen tegen
wind aanbood, den volgenden dag met
hem terug te rijden, wanneer zijn zöon
hem kwam halen. Ik aanvaardde dit
vriendelijk aanbod in zooverre, dat wan
neer de wind den volgenden dag zou ziijn
bedaard of gedraaid, ik er de voorkeur
aan zou geven per fiets terug te keeren,
daar ik, als 't mogelijk was, „per fiets
uit", dus ook „per fiets thuis", wilde
terugkeeren.
Gelukkig was de wind mij den volgen
den dag gunstig, zoodat ik om 9 uur van
Harlingen vertrok en om 1 uur weder in
de Jutterstad arriveerde, mijn deelne
mersboekje voorzien van de 11 en 30
stempels der Friesche steden en gemeen
ten.
De tocht is door mij met veel genoegen
volbracht, niet op zijn „elf en dertigst",
dank zij het gunstige weer en de mooie
wegen.
Ik wil dan ook besluiten om ieder, die
hiervoor den tijd kan vinden, aan te ra
den dezen tocht, die meer uit een oog
punt van toerisme dan van sportiviteit is
uitgeschreven, te maken, mij overtuigd
houdende, dat niemand hiervan spijt zal
hebben. J. d. J.
Den Helder, 27-6-34.
Geen opzet bewezen.
De werkbaas ^Villem BI., te Wierin
gen, had op 14 April op een werklijst met
betrekking tot een post „Laarzen-geld
ten bedrage van 40 cent, aéhter dezen
post valschelijk den naam van een werk
man geplaatst, voor welk feit hij heden
terecht stond (de werkbaas!)
Door verdachte werd het opzet, valsch-
heid in geschrifte te plegen, pertinent ont
kend. j
Door den betreffenden werkman Werd
verklaard, dat hij het bedrag van 40 cenjt
niet op Zaterdag, 14 April, doch eerst of)
17 April ontvangen had. Omtrent de soli
diteit van verd. was van de directie deï
Werkverschaffing een loffelijk schrijven
ontvangen. De officier requireerde vrij
spraak, op grond dat opzet niet was be
wezen. Vonnis dito.
Onbeduidende kwestie roet een stomp
beslecht.
De 32-jange J. H. H., los werkman të
Den Helder, stond terecht op grond van
het feit, dat hij op 22 April een 17-jarig
jongmensch, genaamd J. de K, een stomp
had toegebracht.
Het was een soort wraakneming, omdat
de K. weer een familielid van verdachte
had mishandeld, Deze strafoefening had
plaats op de Keizersgracht. Door verdach
te werd de K. deftig „meneer" genoemd,
hetgeen de politierechter nogal belachelijk
vond. Hierop werd nog een „meneer" ge-
hoord, n.1. de 18-jarige P. K., die den rel
had bijgewoond.
Eisch 15 gulden of 10 dagen. Vonnis
conform.
Onder valselie vlag doen varen.
Een heer, met name Willem T., han
delaar te Wieringen, had zijn broedef
laten rijden met een vierwielig motorrijn
tuig, waarvan het nummerbewijs was ge
steld ten name van zekeren König.
Gevorderd werd 25,boete of 15
dagen. „Wel wat hoog!" snikte de ver
dachte, waarna mr. Ledeboer zijn hand
over het hart liet glijden, en zich met
20.of 10 dagen tevreden stelde.
Een tol het uiterste gebrachte
Kerkdienaar.
De niet verschenen heer K. de B,, uit
Den Helder, had op 17 April den 17-jari-
gen jongen, D, B, op eenige stompen ont
haald. De jongeheer B. en diverse kornui
ten hadden n.1. den heer de B., die koster
is van de Hervormde Kerk, meermalen
geplaagd, en verschillende baldadigheden
en vernielingen gepleegd, waarop de kos
ter ook van leer trok, voornamelijk omdat
zijn 9-jarig zoontje het slachtoffer dreigde
te worden van een geworpen straatklinker.
Het baldadig optreden dezer opgescho
ten lummels werd zeer gelaakt, en de kos
ter vrijgesproken.
Hippolytushoef.
Over het tijdvak 1 Juli 1933—30 Juni
1934 werden in deze gemeente 148 visch-
acten afgegeven.
Het aantal afgegeven consenten voor
de uitoefening van kustvisscherij bedroeg
over het tijdvak 1 Jan.—30 Juni 1934,261.
LOOP DER BEVOLKING
van Wieringen over her 1ste halfjaar
van 1934.
Bevolking op 1 Jan '34
m.
vr.
tot.
3269
2937
6206
Geboren
32
33
65
Elders geboren
1
2
3
Gevestigd
131
107
238
3433
3079
6512
Overleden
10
14
24
3423
3065
6488
Vertrokken
155
124
279
Uit dit staatje blijkt, dat, ondanks het
feit dat vele personen de gemeente ver
laten, toch nog een toeneming is waar-
tenemen, al is deze dan ook gering.
Geboorte en vestiging wegen nog altijd
op tegen vertrek.
In verband met het overlijden van
Z.K.H. den Prins der Nederlanden zal op
den begrafenisdag aan de kinderen van
de O. L. Scholen in deze gemeente vrijaf
worden gegeven.
WIJLEN PRINS HENDRIK
EN WIERINGEN.
Bij het overlijden van Z. K. H. Prins
Hendrik worden herinneringen wakker
geroepen aan de herhaalde bezoeken,die
de hooge overledene aan het vroegere
eiland heeft gebracht. De eerste maal
was dit in 1910, onder het burgemeester
schap van den heer Peereboom. Van die
gelegenheid dagteekent de bekende anec-
dote, volgens welke de hooge bezoeker,
wijzende op een bepaald gebouw, midden
in het land, zijn begeleiders de vraag
stelde, welk verschil dit vertoonde met
zijn persoon Dat wist men niet. «Wel,
dit hier is een stoomgemaal en ik ben
een prins-gemaal.*
In 1925 en volgende jaren volgden
onderscheiden bezoeken, meest verband
houdende met de uitvoering van de Zui
derzeewerken in het geheel zijn in deze
jaren een vijftal bezoeken aan Wieringen
gebracht, waarvan het laatste nog in het
vorig jaar. Bij een dier gelegenheden
verscheen de Prins met bemodderde
schoenen aan het raadhuis en is het be
kend, dat een der gemeente-beambten aan
Zijn verzoek om een borstel in zijn agitatie
gevolg gaf door een fikschen aanval op de
prinselijke schoenen met een... kleerborstel.
Bij dergelijke pijnlijke situaties verstond
Z. K. H. als weinig anderen het geheim,
om door een gemoedelijk woord of een
grapje, de betrokken personen op hun
gemak te stellen. Nog andere voorbeelden
van 's Prinsen humor leven hier voort.
De Prins was hier een bekend en be
mind figuur, en het bericht van zijn
overlijden is niet in het minst op Wieringen
met zeer veel meegevoel vernomen.
STRAATPREDIK1NG.
J.1. Zaterdagavond had vanwege de
Ger. Kerk op het Kerkplein te Hippoly
tushoef een straatprediking plaats, waar
bij het woord werd gevoerd door cand.
J. Oranje, van Den Oever en den heer L
Brasser van Den Helder. Verder werd
door het gemengde Gereformeerde Ev.
Zangkoor alhier en de Christ. Muz. Ver.
„Soli Deo Gloria" van Breezand enkele
zang- en muzieknummers ten gehoore ge
bracht. De samenkomst trok veel belang
stelling en er werd zeer aandachtig gp-
luisterd. Na afloop sloot de heer Oranje
met dankgebed en ging men uiteen.
OPENBARE VERKOOP.
Zaterdagavond 8 uur had in 't Hótel
van den heer M. de Haan, te Hippolytus
hoef, door notaris F. J. M. Pinxtor, van
Schoorldam, ten verzoeke van de erven
van wijlen den heer C. Mulder Pz., alhier,
de openbare verkoop plaats van
Een burgerwoonhuis met aanbehooren
te Westerland, groot 2.75 aren. Hoog
ste bieder de heer C. P. Koorn voor
f 3050.-.
Een burgerwoonhuis met aanbehooren
te Westerland, groot 3.10 aren. Hoog
ste bieder de heer P. Verfaille voor
f 1950.—.
Beide pereeelen in combinatie gekocht
door den heer C. P. Koorn voor f 5000.—
Naar wij vernemen heeft Ds. Fin-
kensieper te Slootdorp (Wieringermeer-
polder) bedankt voor een beroep naar
een Ned. Herv. Kerk in Nederl. Indië.
Den Oever.
AUTO-ONGEVAL.
Zaterdagavond, circa half 9, reed een
met 5 personen bemande auto een paar
honderd meter voorbij restaurant «Half
weg* op den afsluitdijk te Breezand door
het springen van een band de steile steen-
glooiïng af. Door krachtig remmen kon
de chauffeur den wagen tot stand bren
gen juist voordat deze op het punt stond
onder water te verdwijnen. Door passee-
rende hulp is de auto later wederom op
den beganen weg gebracht.
WERKVERSCHAFFING
WIERINGERMEER.
Evenals dit bij het overlijden van H. M.
de Koningin-Moeder het geval was, zal
ook op den dag der bijzetting van het
stoffelijk overschot van Prins Hendrik
de werkverschaffing worden stilgelegd.
JEUGDHERBERG.
Ofschoon de Jeugdherberg te Ooster-
land nog niet geheel is verbouwd, wordt,
naar wij vernemen, voor zoover de ruimte
dit nu reeds toelaat, de gelegenheid tot
overnachten reeds thans aan trekkers
geboden.
EERSTE STEENLEGGING.
Maandagmiddag te 3 uur, heeft alhier
plaats gehad de eerste steenlegging van
het nieuw te bouwen Doopsgezinde cate
chisatiegebouw en vergaderlokaal. Aan
wezig waren o.a. de predikant, ds. Mei
huizen, leden van den kerkeraad, de archi
tect, en de aannemers.
Gesproken werd door ds. M. en den
architect, den heer Zandstra, waarna de
eigenlijke plechtigheid verricht werd door
den predikant.
Burgerlijke Stand van Wieringerwaard
over de maand Juni
Geboren: Hendrik z. van A. Braaf
en N. Smit; Henk z. van S. Mul en A.
Roos; Jan z. van G. Kistemaker en A.
Kooiman.
Vertrokken personen over de maand Juni.
Mej. T. Broers naar Alkmaar, H. Kokkes
naar Bergen (N.H.), Mej. H. Zeeman naar
Alkmaar, Wed. C. Swager-Groot naar
Noord-Scharwoude, Mej. M. Swager naar
Noord-Scharwoude, Mej. A. Rezelman
naar Bussum.
Ingekomen personen over de maand Juni.
A. Lubbinski en gezin van Wieringer-
meer (Bareingerhorn), Mej. A. Nieuwland
van Anna Paulowna. W. Fehres van
Alkmaar, Mej. E. M. Rcgensberg van
Berlijn, Mej. M. M. Michelson, van Kre-
feld-Herdinger a.d. Rijn, Mej. G. van der
Oord van Opsterland (Beesterzwaag), Mej.
E. Burger van Harenkarspel, Mej. P. E.
Witte van Anna Paulowna.
MA RKTOVERZICHT.
De droogte, waarvan de Texelsche
weiden altijd sterk den invloed gevoelen,
had een vrij grooten vee-aanvoer tenge
volge, vooral van lammeren. Dit had op
den prijs een nadeeligen invloed; betaald
werd ruim f 1.per stuk minder dan
de vorige week, terwijl de handel stug
verliep. De beste brachten f 10.per
stuk op, doch de middenprijs bedroeg
niet meer dan f 6.50. Ook de aanvoer
van oude schapen was groot, ruim 60
stuks, ook hiervan viel de prijs tegen;
betaald werd ongeveer f 9.50 per stuk.
De duurste gingen voor f 14.
De gemiddelde prijs van versch afge
kalfde koeien bedroeg f 130.p. stuk.
Verder werden enkele vette kalveren
aangeboden, waarvan de zwaarste pl.m.
f 25.opbrachten. Nuchtere kalveren
gingen voor gemiddeld f 7.per stuk.
De varkenshandel laat zich iets beter
aanzien dan de laatste weken, de prijs
der slachtvarkens op de boerderijen is
gestegen tot 15 '/a 16ll2 et. per pond.
Op de markt betaalde men voor een
flinke big f 7.50 per stuk.
De eierenprijs aan de veiling leverde
met verleden week weinig verschil op;
betaald werd een middenprijs (eieren van
60 kg gemengd) van f 2.20 per stuk.
Hoewel de wol thans overal is afge
schoren, is in de wolhandel nog niets
te doen.
Burgerlijke Stand van Texel,
van 7 tot en met 9 Juli 1934.
Geboren: Jan Ever),z. v. Jan Halbertsma
en Reinskje Bergsma; Jan Nicolaas, z. v.
Jan Cornelis Bakkeren Grietje Cathaiina
Bakker.
POLITIE.
Gevonden: 1 polshorloge.
Oosterend.
UITVOERING V.I.O.S.
De muziekvereeniging V. I. O. S. gaf
Zaterdagavond een uitvoering voor de
woning van den heer S. Keijzer. De uit
voering is zeer geslaagd. Er was, dank
zij 't bijzonder gunstige weer, zeer veel
publiek.
Dit is de laatste uitvoering, die ge
geven werd onder leiding van den heer
Bouwsma, daar de heer Zondervan, die
tot zijn vertrek van Oost als directeur
fungeerde, thans weer op Texel woon
achtig is, en vanuit zijn standplaats De
Cocksdorp weer de leiding op zich zal
nemen.
Onder dezen titel schrijft de heer J. D.
H. van Uden te Haarlem een opstel in
„Biekorf", een „leer- en leesblad voor
verstandige Vlamingen". De schrijver gaf
ons toestemming voor de overname in de
„Heldersche Courant", en wij maken
daarvan gaarne gebruik, overtuigd als wij
zijn, dat de Texelaars met belangstelling
zullen vernemen, dat de historische Ro
binson Crusoë een bezoek aan hun eiland
heeft gebracht. Wij laten bedoeld opstel
hier volgen:
Alexander Selcraig, die zich later
Selkirk noemde en wiens lotgevallen op
het eiland Juan Fernandez (bij Chili,
Zuid-Amerika) het prototype van Daniël
Defoe's Robinson Crusoë vormen, was in
1677 in het dorpje Largo, graafschap Fife,
in Schotland geboren. Zijn oudere waren
arme, streng geioovige Protestanten, die
behalve Alexander, hun jongste, nog
zeven zoons hadden.
Alexanders avontuurlijke aard dreef
hem naar zee en als zeven-en-twintigjarig
jongmensch treffen wij hem aan als derde
stuurman op de galei „de Vijf Havens",
groot 96 tonnen, bewapend met 16 stuk
ken en bemand met 65 koppen, onder be
vel van kapitein Piekering. Het doel van
den tocht was het drijven van smokkel
handel op de Zuidamerikaansche west
kust. Na het overlijden van kapitein
Pickering nam de eerste stuurman Strad-
ling het bevel over.
„De Vijf Havens" maakte deze reis in
gezelschap van een grooter schip, uitge
rust door dezelfde Engelsche reederij,
waarover kapitein Dampier het bevel
voerde.
Van nu af maakten zoowel Stradling
als Dampier zich aan zeerooverij schuldig,
een bedrjjf, waartegen het godsdienstig
gevoel van Selkirk in opstand kwam. Bij
Juan Fernandez kwam het tot een tref
fen met een Spaansche galei en een
Fransch smokkelschip, die Dampier
dwongen den wal van het eiland op te
zoeken en zyn schip met de geheele be
manning te verlaten. In October 1704 kon
kapitein Stradling met „de Vijf Havens"
die bemanning weder opnemen.
Het was bij deze gelegenheid, dat
Selkirk, beu van het piratenbedrijf, vrij
willig in het geheim zijn schip verliet en
zijn kluizenaarsleven op het eiland aan
ving.
In den tijd, die nu volgde, deden Spaan
sche schepen meermalen het eiland aan.
Met groote moeite gelukte het hem tel
kens zich aan hun nasporingen te ont
trekken, want lust om naar de bewoonde
wereld terug te keeren gevoelde hij toen
allerminst. Eerst later ervoer hij: „De
liefde tot zijn land is ieder aangeboren",
hoewel de liefde voor zijn kluizenaarsoord
nimmer in hem gestorven is. Men ver
haalt, dat hij in later tijd, toen hij luite
nant op de Engelsche vloot was en een
gezin aan den wal had, vaak verzuchtte:
„lk zou graag alles geven, als ik weer op
mijn eiland was!"
Op 31 Januari 1709 in den laten avond,
lieten twee zwaar geladen schepen hun
anker in de Cumberlandbaai (noordoost
punt van Juan Fernandez) vallen. Na
langdurig wikken en wegen besloot
Selkirk het eiland te verlaten.
Den volgenden dag lieten zich de kapi
teins wan „de Hertog" en „de Hertogin",
zooals de twee schepen heetten, met een
detachement van de bemanning naar den
wal roeien. De omstandigheid, dat
Dampier als stuurman op „de Hertogin"
diende, was voor Selkirk de aanleiding
om den kapitein van „de Hertog" te ver
zoeken met dit schip de thuisreis te mo
gen maken, wat toegestaan werd.
Tot 12 Februari 1709 bleef „de Hertog"
in de baai geankerd. Een van de officie
ren maakte in gezelschap van Selkirk ver
schillende tochten en het zyn diens aan-
teekeningen, die Defoe in zijn Robinson
Crusoë verwerkt heeft. De voorwerpen,
die Selkirk tijdens zijn verblijf op bet ei
land vervaardigd had, nam hij mee aan
boord van „de Hertog"; zij zijn nog te
zien in het Museum te Édinburg.
De „redder" van Selkirk, de comman
dant van „de Hertog, was pon merkwaar
dig personnage.
Thomas Dover was omstreeks 1660 ge
boren. Na zijn studiën volbracht te heb
ben, vestigde hij zich als geneesheer te
Bristol, waar hij spoedig een drukke
praktijk kreeg. Hij verrijkte de pharma-
cie met het naar hem genoemde hoest
poeder (pulvis Doveri) en de geneeskun
dige literatuur met eenige werken, waar
van het meest bekende is „The Ancient
Physicans Legacy", dat in 1733 verscheen.
Al dokterende zag Dover echter spoe
dig in, dat de weg naar rijkdom niet
langs de paden der wetenschap voert.
Toen hij dan ook een klein kapitaaltje
had overgegaard, zei hij de praktijk vaar
wel en rustte met eenige zijner stadge-
nooten de hierboven genoemde kaper
schepen uit. Hij zelf aanvaardde het be
vel over „de Hertog", waarmee Selkirk de
reis naar het vaderland maakte. Maar eer
hij dit zou weerzien, zouden nog heel wat
buien over zijn muts trekken!
Voorloopig waren de kusten van Peru
en Middel-Amerika een rijk voorzien
jachtveld en t -1 toen dit was afge
stroopt, stevende hij langs de kust van
Californië noordwaarts, stak den Grooten
Oceaan over en kwam in het najaar van
1710 in de Oostindische wateren.
Wij laten nu volgen, wat wij vonden in
den „Europeesche Mercurius" van 1711,
deel II, blz. 159 en 160:
„In gezelschap van deze 3) Nederiand-
sche Oostindische Retourvloot arriveer
den 2) uit die verre gewesten binnen de
Haven van Texel agt Engelsche Schepen,
daar onder twee Kapers, genaamt „de
Hertog" en de „Hertoginne", medebren
gende een schatrijke Spaansche prijs3)
van Aquapulco, jaarlyks op Maccao en
andere plaatsen van China varende; zyn-
de dit schip niet alleen voor zig zelfs kos-
telyk geladen, maar zedert dat het geno
men was ook opgevuld met de beste goe
deren uit nog 20 andere pryzen, door deze
Kapers gedurende hun driejarige Kruis-
togt veroverd. Den Engelschen Comman
deur van den ryk geladen Bodem, ge
naamt Thomas Dover, had van Cabo de
Goede Hoop aan zyn Reeders, wonende te
Bristol, dit volgende briefje geschreeven:
lk ben, God dank, na eene zeer hagge-
lyke en gevaarlyke onderneming in ge-
zondheit en behouden hier gekomen, zyn-
de Commandeur van het schip van Aqua
pulco; om het welk te zoeken wy de Wae-
reld rond gezworven hebben, tot dat wy
het eindelijk vonden. Het is het rijkste
schip dat ooit in Europa quam; wy heb
ben het, behalven nog 20 zeilen, in de
Zuid-Zee genomen; desgelyks op den dag
van St. Georgi 1709 de Stad Guiaquil
gewonnen. Zy hadden eenige honderd
man te paard en te voet voor de plaats in
de wapenen, om myne landing te beletten;
dog ik deed die onder Gods zegen met
170 man. Ik stond haar vuur uit, viel op
haar in, en brak ze, zoo dat ik vier stukken
kanon veroverde, de Stad plunderde, en
die daarna voor 30000 stukken van
Agtten e) rantzoeneerde. De pest was in
de zelve, waar mede wy allen besmet wier
den, doch wy hebben maar weinig daar
aan verloren."
Voormelde Kapers ciour Particuliere
zynde uitgerust, zo maakten de Engelsche
Oostindische Compagnie eenige preten
tie daar op; dog de Reeders vorzogten de
Koninginne by Request, om hare Kapers
en kostelyke prys vry te mogen laten in
komen, en 11a eigen welgevallen alles te
verkoopen; of des neen, dat ze den buit
in Holland doen lossen, en tot geld ma
ken zoude; waar op dezelve dan onder
geleide van eenige Lands-Oorlogsschcpen,
neffens de andere Engelsche Oost-indisch
Vaarders, derwaarts overgestoken, en be
houden aldaar aangekomen waren."
Spoedig na zijn aankomst in Engeland
huwde Selkirk met Sofia Bruce, die na
eenige jaren overleed. Hij hertrouwde
daarna met een weduwe, die wij niet ge
noemd vonden.
Inmiddels was hij als officier bij de
Engelsche marine in dienst getreden. Hij
overleed als luitenant aan hoord van het
fregat „Weymouth" in 1723, 47 jaar
oud
Ze was 16 zeilen sterk. Op 30 November
1710 waren 11 schepen en op 17 Januari 1711
twee schepen van Batavia en op 20 December
1710 drie schepen van Ceilon vertrokken.