Wieringen. Wieringerwaard. Texel 6 Op zijn „Elf en dertigst Per fiets door Friesland. HELDERSCHE COURANT Voor den Politierechter te Alkmaar. Totaal op 1 Juli 1934 113268 2941 6209 DINSDAG 10 JULI 1734. Robinson Grusoë in de haven van Tessel. I rr- ."Wie van onze Heldersche ingezetenen heelt bij familiebezoek van buiten niet meegemaakt, dat een goed bereid visch- maal den gasten geviel als een heerlijke tractatie. Daarom moeten de streken in ons land, waar nooit zeevisch komt, of van een minder goede kwaliteit, worden bewerkt. Het bestuur van de lleldersche Visschersvereeniging kreeg eenige weken terug een aanbod van een j visch-reclame-auto uit Ostende. In dien auto bevond zieb een geïsoleerde koel- ruimte, waar eenige duizenden kilo's j visch opgeborgen konden worden, terwijl het grootste deel van den auto in beslag j genomen wordt door een keuken met hakoven en ander gerief. Zulk een goed ingericht propaganda en vischauto is juist j wat ons ontbreekt. De Heldersche vis- t schersvereeniging kan deze auto natuur lijk niet koopen, maar zou die vereeniging over de gelden kunnen beschikken, dan j zou ze niet twijfelen dat middel aan te grijpen om voor het gebruik van zeevisch propaganda te maken. Een goed voorbe reide tocht door heel Nederland met zulk een auto, waar bij het publiek niet alleen I door de pakkende opschriften op den wa- gen en door de gloedvolle woorden van i den propagandist zouden worden getrok- ken maar tevens direct van de kwaliteit zou kunnen worden overtuigd door het verstrekken van kleine portie's goed be reide visch, zou het vischgebruik doen stijgen, wanneer de herinnering aan het bezoek van den visch-auto zou worden levendig gehouden door het uitreiken van circulaires en vischbereidings-boekjes. iWat een nog maar kort bestaande ver eeniging van visschers alleen niet kan, behoeft toch niet onmogelijk te zijn door een combinatie van allen, die bij het 1 visschersbedrijf en den vischhandel zijn betrokken. Het geld, uitgetrokken voor een proefneming op dat gebied, zou blij ken interest af te werpen in een leven- digen handel, een behoorlijke prijszetting, een loonend visscherijbedrijf. Waar zijn de menschen van initiatief, the een dergelijke zaak eens ernstig zou den willen aanpakken en na een grondige voorbereiding in werking willen stellen in het belang van Den Helder als vis sol ereplaats. Want dan eerst, wanneer een goed functioneerende vischhandel, verzekerd zijnde van een vast afzetgebied en kunnende rekenen op een visschersvloot, die zoo geregeld als maar eenigszins mo- geliik is allerlei soort van visch hier ter markt brengt, in Den Helder gaat groeien, zullen de mogelijkheden van Den Helder als centrum van de visscherij ten vo'le kunnen worden uitgebuit. Dan zal ook de gemeente in staat zijn haar ge meentelijke visehafslagbedrijf aan te pas sen aan de eischen, die aan een dergelijk bedrijf mogen worden gesteld en er is geen twijfel mogelijk, dat het dan ook in orde zou komen, want plannen zijn er al dikwijls voor gemaakt. Maar alleen aan een goed ingericht afslagbedrijf heeft reen niets. Er moet visch veel visch komen, er moeten handelaren komen en don zal blijken dat Den Helder een eere- p'aats kan innemen onder de visschers- pl-mtsen. Daarom mag de belangstelling voor de visscherij niet verflauwen, immers een hartelijk meeleven kan zoo stimuleerend werken op hen die den arbeid moeten verrichten. Het medeleven van velen met den vischhandel en met de visschers zal deze groepen aanzetten tot een onge kende activiteit. Men moet hier opbouwen en dan zal èn vischhandel èn visscherij geen kwijnend bestaan behoeven te lijden, integendeel dan zal Den Helder ondervin den van hoe groot belang een vlotte visch handel en een levendige visscherij voor heel de gemeente is. We willen deze be schouwing eindigen met een beroep te doen on mannen van energie, van rijke handelskennis, van initiatief om in het belang van onze stad te komen tot een actie comité, dat zich ten doel stelt, niet alleen de vraagstukken van de visscherij te bespreken, maar om stap voor stap, weloverlegd en berekend voort te gaan en op te bouwen een gezond visscherij bedrijf met alles wat daaraan verbonden is. Van Den Helder beginne voor de vis- Echerij de victorie! EINDE. I)E RECHTZAAK TEGEN DE OFFICIEREN VAN „DE ZEVEN PROVINCIËN". De pleidooien. Het H.M.G. zette hedenmorgen de be handeling voort van de zaak tegen de Officieren van de „Zeven Provinciën". Het eerste pleidooi werd gehouden door den raadsman Hoffman voor beklaagde E. t. Z. 2e klasse L. D. de Kroon, die uiteenzette, dat individueel optreden van de officieren onmogelijk zou zijn. Hij be streed de meening van den Zeekrijgsraad, dat Luitenant de Kroon uit lijfsbehoud achter de waterdichte deuren zou zijn gaan zitten. Hij schetste beklaagde als een flink officier, die bij zekere ge legenheid met een schepeling onder een vlet was geraakt en zelf gewond werd, doch eerst de schepeling redde. Hij pleitte vrijspraak subsidair een priticipieelestraf. Vervolgens hield de raadsman Roms- wi ickel een pleidooi voor de beklaagden L. t. z. D. Dekker en Officier M. S. D. G. Smits. Vervolgens kwam Dr. O. W. Bottema aan de beurt die een pleidooi hield voor den Off. van Gez. 2e kl. H. C. Bos. Het H. M. G. bepaalde de uitspraak op 20 Juli a.s. „Ik had dat noodig \oor een groot me- daillonl" Het op de terp gebouwde standbeeld getuigt voor de vereering en dankbaar heid der Friezen aan dezen Frieschen dichter. Van Gouw vertrok ik naar Heerenveen, z.g. het „Friesche Haagje". Ofschoon Heerenveen tot een der schoon ste plaatsen van Friesland gerekend mag worden, ligt toch de bekoorlijkheid van H. in het Oranjewoud. Men moet zich van Oranjewoud niet de voorstelling maken voor een afgesloten boseh, 't is een bosch- rijke streek van groote uitgestrektheid. Oranjewoud is gesticht door Prinses Al- bertine Agnes, dochter van Frederik Hendrik. Zij liet bouwen de huizinge Oranjestein thans bewoond door Graaf van Limburg Stirum. Oranjewoud is rijk aan bekoring, 't is de feestzaal van Fries land. Uit alle oorden, zoowel in als bui ten Friesland, worden daarheen uitstapjes georganiseerd. 't Was een aardige verrassing voor mij aldaar een gezelschap Heldersche dames te ontmoeten, t.w. de Ger. Meis- jesvereeniging „Lydia", welke dien dag een tochtje had ondernomen. Ik had echter niet veel tijd, hoewel de verleiding om daar eenigen tijd te ver toeven groot was, want ik had nog een heele trip te maken dien dag. Mijn tocht zette zich voort naar Wolvega en van daar in Oostelijke richting naar Ooster- wolde, alwaar ik des avonds pl.m, 7 uur aankwam. De afstand bedroeg dien dag pl.m. 100 km. Ik zou mij om ongeveer 10 uur des avonds ter ruste begeven, toen onver wacht, vlak tegenover mijn hotel, brand uitbrak, die zoo hevig was, dat er een oogenblik gevaar ook voor het hotel be stond. Met 2 stralen van de motorepuit, die spoedig ter plaatse was, en slechts kort terug was, na het blusschen van een veenbrand, kon de brand, hoewel het per ceel geheel afbrandde, toch tot het bran dende gebouw beperkt blijven en konden we ons om ruim 12 uur ter ruste bege ven. Donderdagmorgen vertrok ik van Oosterwolde langs het prachtige, lom merrijke Beesterzwaag, door de „Wél den" naar Drachten en vandaar over Bergum naar Buitenpost, Volgens veler getuigenis behoort deze streek tot een der schoonste van Nederland, door de af wisseling van bosch en waterpartijen, alsmede door welige weiden en vrucht bare akkers. Telkens weer kwam mij de mooie „Wéldsang", dat juweel der Friesche let terkunde van Harmen Sytstra, te binnen: „Moai sünder wearga binne de Wélden; „Smük skaedzjend beamtegrien oeral yn 't roun; „Blier laeitzjend boulén, tierrig greiden, „Sjongelende fügels, sénnieh de gronun." Drachten heeft als industrieplaats groote beteekenis .Men vindt er scheeps timmerwerven, houtzagerijen, sigarenfa brieken, zuivelfabrieken, enz. Drachten is voornamelijk gebouwd langs de Dracht ster-Compagnonsvaart en is ontstaan uit de gehuchten Noord- en Zuid-Drachten. Van Drachten ging het over Bergum naar Buitenpost, vandaar naar KoHum, Ternaard, Ferwerd, De-kluun, waar ik des avonds om 8 uur aankwam. De afstand bedroeg dien dag pl.m. 120 km. Dokkum is een oud stadje. Naar men beweert, zou het in de derde eeuw ge sticht zijn door Hertog Ubbo. Het tegen woordig stadswapen, een halve maan met drie sterren, werd door de Dokkümdrs verworven in den tijd der kruistochten, bij de verovering van Damiate. Een ge bouw dat bijzonder de aandacht trekt is de Waag, gesticht door Burgemeester Sjuck van Burmania, een vriend van Stadhouder Willem IV. Een eigenaardig oud gebruik bestaat in Dokkum, dat des avonds om 10 uur de klok geluid wordt, bij wijze van taptoe. Na in Dokkum te hebben overnacht zette ik Vrijdagmorgen mijn tocht voort door het mooie Mnrmerwoude naar Leeuwarden, waar ik slechts kort ver toefde, doch waar ik het was juist marktdag nog even een bezoek bracht aan de beteekenisvolle veemarkt, die de grootste in Europa genoemd wordt waarna ik mijn tocht vervolgde over Marsum naar Menaldum. Ik acht het niet noodig over Leeuwar den iets op te merken, niet omdat er niets opmerkingswaardigs is integendeel maar omdat ik vertrouw, dat, na de ver binding met Friesland over den afsluit dijk, vele Heldersche Jutters reeds een bezoek hebben gebracht aan Frieslands hoofdstad met haar vele historische en uit een oogpunt van bouwkunst merk waardige gebouwen. Ik zette tegen een bijkans stormachtigen wind in mijn tocht voort langs het Poptaslot te Mar sum naar het door gardeniersbedrjj- ven bekende Menaldum. Vandaar leid de mijn weg naar mijn geboorteplaats St. Anna-Parochie. In de kerk met koe peltoren bevindt zich de grafkelder der van Haren's. In dit kerkgebouw werd op 24 Juni 1634 het huwelijk bevestigd tus- schen Rembrant van Rijn en Saskia van Ulenborgh. Na een kort familie-bezoek vertrok ik via Sexbierum naar Franeker; het mooie T/uirnnarum, de geboorteplaats van den Frieschen zeeheld Tjerk Hiddes, kon ik om des tijds wille niet bezoeken. Evenals van Leeuwarden, behoef ik zeker van Franeker niets te vermelden. Het planetarium van Eise Eisinga, den eenvoudigen wolkammer, den bekwamen wiskunstenaar, die met eenvoudige mid delen in zijn snipperuren zijn wereldbe roemd planetarium vervaardigde, mag ik als bekend veronderstellen. Ook hier vindt men vele merkwaardige historische bijzonderheden, o.a. in bet museum, dat in het Stadhuis is onderge bracht De Mauritsbrug herinnert aan Jolian Maurits \an Nassau, den Brazilaan, die aldaar door het bezwijken van de brug met zijn paard in het water stortte en met moeite werd gered. Van Franeker vertrok ik met den trein naar Harlingen omdat het tegen den tot een storm aangewakkerden wind niet mo gelijk was te fietsen alwaar ik omstreeks 6 uur aankwam. In Harlingen ontmoette ik mijn vriend Coen Bot, die aldaar wegens reparatie aan de „Dorus Rijkers" aanwezig was!en mij, met het oog op den hevigen tegen wind aanbood, den volgenden dag met hem terug te rijden, wanneer zijn zöon hem kwam halen. Ik aanvaardde dit vriendelijk aanbod in zooverre, dat wan neer de wind den volgenden dag zou ziijn bedaard of gedraaid, ik er de voorkeur aan zou geven per fiets terug te keeren, daar ik, als 't mogelijk was, „per fiets uit", dus ook „per fiets thuis", wilde terugkeeren. Gelukkig was de wind mij den volgen den dag gunstig, zoodat ik om 9 uur van Harlingen vertrok en om 1 uur weder in de Jutterstad arriveerde, mijn deelne mersboekje voorzien van de 11 en 30 stempels der Friesche steden en gemeen ten. De tocht is door mij met veel genoegen volbracht, niet op zijn „elf en dertigst", dank zij het gunstige weer en de mooie wegen. Ik wil dan ook besluiten om ieder, die hiervoor den tijd kan vinden, aan te ra den dezen tocht, die meer uit een oog punt van toerisme dan van sportiviteit is uitgeschreven, te maken, mij overtuigd houdende, dat niemand hiervan spijt zal hebben. J. d. J. Den Helder, 27-6-34. Geen opzet bewezen. De werkbaas ^Villem BI., te Wierin gen, had op 14 April op een werklijst met betrekking tot een post „Laarzen-geld ten bedrage van 40 cent, aéhter dezen post valschelijk den naam van een werk man geplaatst, voor welk feit hij heden terecht stond (de werkbaas!) Door verdachte werd het opzet, valsch- heid in geschrifte te plegen, pertinent ont kend. j Door den betreffenden werkman Werd verklaard, dat hij het bedrag van 40 cenjt niet op Zaterdag, 14 April, doch eerst of) 17 April ontvangen had. Omtrent de soli diteit van verd. was van de directie deï Werkverschaffing een loffelijk schrijven ontvangen. De officier requireerde vrij spraak, op grond dat opzet niet was be wezen. Vonnis dito. Onbeduidende kwestie roet een stomp beslecht. De 32-jange J. H. H., los werkman të Den Helder, stond terecht op grond van het feit, dat hij op 22 April een 17-jarig jongmensch, genaamd J. de K, een stomp had toegebracht. Het was een soort wraakneming, omdat de K. weer een familielid van verdachte had mishandeld, Deze strafoefening had plaats op de Keizersgracht. Door verdach te werd de K. deftig „meneer" genoemd, hetgeen de politierechter nogal belachelijk vond. Hierop werd nog een „meneer" ge- hoord, n.1. de 18-jarige P. K., die den rel had bijgewoond. Eisch 15 gulden of 10 dagen. Vonnis conform. Onder valselie vlag doen varen. Een heer, met name Willem T., han delaar te Wieringen, had zijn broedef laten rijden met een vierwielig motorrijn tuig, waarvan het nummerbewijs was ge steld ten name van zekeren König. Gevorderd werd 25,boete of 15 dagen. „Wel wat hoog!" snikte de ver dachte, waarna mr. Ledeboer zijn hand over het hart liet glijden, en zich met 20.of 10 dagen tevreden stelde. Een tol het uiterste gebrachte Kerkdienaar. De niet verschenen heer K. de B,, uit Den Helder, had op 17 April den 17-jari- gen jongen, D, B, op eenige stompen ont haald. De jongeheer B. en diverse kornui ten hadden n.1. den heer de B., die koster is van de Hervormde Kerk, meermalen geplaagd, en verschillende baldadigheden en vernielingen gepleegd, waarop de kos ter ook van leer trok, voornamelijk omdat zijn 9-jarig zoontje het slachtoffer dreigde te worden van een geworpen straatklinker. Het baldadig optreden dezer opgescho ten lummels werd zeer gelaakt, en de kos ter vrijgesproken. Hippolytushoef. Over het tijdvak 1 Juli 1933—30 Juni 1934 werden in deze gemeente 148 visch- acten afgegeven. Het aantal afgegeven consenten voor de uitoefening van kustvisscherij bedroeg over het tijdvak 1 Jan.—30 Juni 1934,261. LOOP DER BEVOLKING van Wieringen over her 1ste halfjaar van 1934. Bevolking op 1 Jan '34 m. vr. tot. 3269 2937 6206 Geboren 32 33 65 Elders geboren 1 2 3 Gevestigd 131 107 238 3433 3079 6512 Overleden 10 14 24 3423 3065 6488 Vertrokken 155 124 279 Uit dit staatje blijkt, dat, ondanks het feit dat vele personen de gemeente ver laten, toch nog een toeneming is waar- tenemen, al is deze dan ook gering. Geboorte en vestiging wegen nog altijd op tegen vertrek. In verband met het overlijden van Z.K.H. den Prins der Nederlanden zal op den begrafenisdag aan de kinderen van de O. L. Scholen in deze gemeente vrijaf worden gegeven. WIJLEN PRINS HENDRIK EN WIERINGEN. Bij het overlijden van Z. K. H. Prins Hendrik worden herinneringen wakker geroepen aan de herhaalde bezoeken,die de hooge overledene aan het vroegere eiland heeft gebracht. De eerste maal was dit in 1910, onder het burgemeester schap van den heer Peereboom. Van die gelegenheid dagteekent de bekende anec- dote, volgens welke de hooge bezoeker, wijzende op een bepaald gebouw, midden in het land, zijn begeleiders de vraag stelde, welk verschil dit vertoonde met zijn persoon Dat wist men niet. «Wel, dit hier is een stoomgemaal en ik ben een prins-gemaal.* In 1925 en volgende jaren volgden onderscheiden bezoeken, meest verband houdende met de uitvoering van de Zui derzeewerken in het geheel zijn in deze jaren een vijftal bezoeken aan Wieringen gebracht, waarvan het laatste nog in het vorig jaar. Bij een dier gelegenheden verscheen de Prins met bemodderde schoenen aan het raadhuis en is het be kend, dat een der gemeente-beambten aan Zijn verzoek om een borstel in zijn agitatie gevolg gaf door een fikschen aanval op de prinselijke schoenen met een... kleerborstel. Bij dergelijke pijnlijke situaties verstond Z. K. H. als weinig anderen het geheim, om door een gemoedelijk woord of een grapje, de betrokken personen op hun gemak te stellen. Nog andere voorbeelden van 's Prinsen humor leven hier voort. De Prins was hier een bekend en be mind figuur, en het bericht van zijn overlijden is niet in het minst op Wieringen met zeer veel meegevoel vernomen. STRAATPREDIK1NG. J.1. Zaterdagavond had vanwege de Ger. Kerk op het Kerkplein te Hippoly tushoef een straatprediking plaats, waar bij het woord werd gevoerd door cand. J. Oranje, van Den Oever en den heer L Brasser van Den Helder. Verder werd door het gemengde Gereformeerde Ev. Zangkoor alhier en de Christ. Muz. Ver. „Soli Deo Gloria" van Breezand enkele zang- en muzieknummers ten gehoore ge bracht. De samenkomst trok veel belang stelling en er werd zeer aandachtig gp- luisterd. Na afloop sloot de heer Oranje met dankgebed en ging men uiteen. OPENBARE VERKOOP. Zaterdagavond 8 uur had in 't Hótel van den heer M. de Haan, te Hippolytus hoef, door notaris F. J. M. Pinxtor, van Schoorldam, ten verzoeke van de erven van wijlen den heer C. Mulder Pz., alhier, de openbare verkoop plaats van Een burgerwoonhuis met aanbehooren te Westerland, groot 2.75 aren. Hoog ste bieder de heer C. P. Koorn voor f 3050.-. Een burgerwoonhuis met aanbehooren te Westerland, groot 3.10 aren. Hoog ste bieder de heer P. Verfaille voor f 1950.—. Beide pereeelen in combinatie gekocht door den heer C. P. Koorn voor f 5000.— Naar wij vernemen heeft Ds. Fin- kensieper te Slootdorp (Wieringermeer- polder) bedankt voor een beroep naar een Ned. Herv. Kerk in Nederl. Indië. Den Oever. AUTO-ONGEVAL. Zaterdagavond, circa half 9, reed een met 5 personen bemande auto een paar honderd meter voorbij restaurant «Half weg* op den afsluitdijk te Breezand door het springen van een band de steile steen- glooiïng af. Door krachtig remmen kon de chauffeur den wagen tot stand bren gen juist voordat deze op het punt stond onder water te verdwijnen. Door passee- rende hulp is de auto later wederom op den beganen weg gebracht. WERKVERSCHAFFING WIERINGERMEER. Evenals dit bij het overlijden van H. M. de Koningin-Moeder het geval was, zal ook op den dag der bijzetting van het stoffelijk overschot van Prins Hendrik de werkverschaffing worden stilgelegd. JEUGDHERBERG. Ofschoon de Jeugdherberg te Ooster- land nog niet geheel is verbouwd, wordt, naar wij vernemen, voor zoover de ruimte dit nu reeds toelaat, de gelegenheid tot overnachten reeds thans aan trekkers geboden. EERSTE STEENLEGGING. Maandagmiddag te 3 uur, heeft alhier plaats gehad de eerste steenlegging van het nieuw te bouwen Doopsgezinde cate chisatiegebouw en vergaderlokaal. Aan wezig waren o.a. de predikant, ds. Mei huizen, leden van den kerkeraad, de archi tect, en de aannemers. Gesproken werd door ds. M. en den architect, den heer Zandstra, waarna de eigenlijke plechtigheid verricht werd door den predikant. Burgerlijke Stand van Wieringerwaard over de maand Juni Geboren: Hendrik z. van A. Braaf en N. Smit; Henk z. van S. Mul en A. Roos; Jan z. van G. Kistemaker en A. Kooiman. Vertrokken personen over de maand Juni. Mej. T. Broers naar Alkmaar, H. Kokkes naar Bergen (N.H.), Mej. H. Zeeman naar Alkmaar, Wed. C. Swager-Groot naar Noord-Scharwoude, Mej. M. Swager naar Noord-Scharwoude, Mej. A. Rezelman naar Bussum. Ingekomen personen over de maand Juni. A. Lubbinski en gezin van Wieringer- meer (Bareingerhorn), Mej. A. Nieuwland van Anna Paulowna. W. Fehres van Alkmaar, Mej. E. M. Rcgensberg van Berlijn, Mej. M. M. Michelson, van Kre- feld-Herdinger a.d. Rijn, Mej. G. van der Oord van Opsterland (Beesterzwaag), Mej. E. Burger van Harenkarspel, Mej. P. E. Witte van Anna Paulowna. MA RKTOVERZICHT. De droogte, waarvan de Texelsche weiden altijd sterk den invloed gevoelen, had een vrij grooten vee-aanvoer tenge volge, vooral van lammeren. Dit had op den prijs een nadeeligen invloed; betaald werd ruim f 1.per stuk minder dan de vorige week, terwijl de handel stug verliep. De beste brachten f 10.per stuk op, doch de middenprijs bedroeg niet meer dan f 6.50. Ook de aanvoer van oude schapen was groot, ruim 60 stuks, ook hiervan viel de prijs tegen; betaald werd ongeveer f 9.50 per stuk. De duurste gingen voor f 14. De gemiddelde prijs van versch afge kalfde koeien bedroeg f 130.p. stuk. Verder werden enkele vette kalveren aangeboden, waarvan de zwaarste pl.m. f 25.opbrachten. Nuchtere kalveren gingen voor gemiddeld f 7.per stuk. De varkenshandel laat zich iets beter aanzien dan de laatste weken, de prijs der slachtvarkens op de boerderijen is gestegen tot 15 '/a 16ll2 et. per pond. Op de markt betaalde men voor een flinke big f 7.50 per stuk. De eierenprijs aan de veiling leverde met verleden week weinig verschil op; betaald werd een middenprijs (eieren van 60 kg gemengd) van f 2.20 per stuk. Hoewel de wol thans overal is afge schoren, is in de wolhandel nog niets te doen. Burgerlijke Stand van Texel, van 7 tot en met 9 Juli 1934. Geboren: Jan Ever),z. v. Jan Halbertsma en Reinskje Bergsma; Jan Nicolaas, z. v. Jan Cornelis Bakkeren Grietje Cathaiina Bakker. POLITIE. Gevonden: 1 polshorloge. Oosterend. UITVOERING V.I.O.S. De muziekvereeniging V. I. O. S. gaf Zaterdagavond een uitvoering voor de woning van den heer S. Keijzer. De uit voering is zeer geslaagd. Er was, dank zij 't bijzonder gunstige weer, zeer veel publiek. Dit is de laatste uitvoering, die ge geven werd onder leiding van den heer Bouwsma, daar de heer Zondervan, die tot zijn vertrek van Oost als directeur fungeerde, thans weer op Texel woon achtig is, en vanuit zijn standplaats De Cocksdorp weer de leiding op zich zal nemen. Onder dezen titel schrijft de heer J. D. H. van Uden te Haarlem een opstel in „Biekorf", een „leer- en leesblad voor verstandige Vlamingen". De schrijver gaf ons toestemming voor de overname in de „Heldersche Courant", en wij maken daarvan gaarne gebruik, overtuigd als wij zijn, dat de Texelaars met belangstelling zullen vernemen, dat de historische Ro binson Crusoë een bezoek aan hun eiland heeft gebracht. Wij laten bedoeld opstel hier volgen: Alexander Selcraig, die zich later Selkirk noemde en wiens lotgevallen op het eiland Juan Fernandez (bij Chili, Zuid-Amerika) het prototype van Daniël Defoe's Robinson Crusoë vormen, was in 1677 in het dorpje Largo, graafschap Fife, in Schotland geboren. Zijn oudere waren arme, streng geioovige Protestanten, die behalve Alexander, hun jongste, nog zeven zoons hadden. Alexanders avontuurlijke aard dreef hem naar zee en als zeven-en-twintigjarig jongmensch treffen wij hem aan als derde stuurman op de galei „de Vijf Havens", groot 96 tonnen, bewapend met 16 stuk ken en bemand met 65 koppen, onder be vel van kapitein Piekering. Het doel van den tocht was het drijven van smokkel handel op de Zuidamerikaansche west kust. Na het overlijden van kapitein Pickering nam de eerste stuurman Strad- ling het bevel over. „De Vijf Havens" maakte deze reis in gezelschap van een grooter schip, uitge rust door dezelfde Engelsche reederij, waarover kapitein Dampier het bevel voerde. Van nu af maakten zoowel Stradling als Dampier zich aan zeerooverij schuldig, een bedrjjf, waartegen het godsdienstig gevoel van Selkirk in opstand kwam. Bij Juan Fernandez kwam het tot een tref fen met een Spaansche galei en een Fransch smokkelschip, die Dampier dwongen den wal van het eiland op te zoeken en zyn schip met de geheele be manning te verlaten. In October 1704 kon kapitein Stradling met „de Vijf Havens" die bemanning weder opnemen. Het was bij deze gelegenheid, dat Selkirk, beu van het piratenbedrijf, vrij willig in het geheim zijn schip verliet en zijn kluizenaarsleven op het eiland aan ving. In den tijd, die nu volgde, deden Spaan sche schepen meermalen het eiland aan. Met groote moeite gelukte het hem tel kens zich aan hun nasporingen te ont trekken, want lust om naar de bewoonde wereld terug te keeren gevoelde hij toen allerminst. Eerst later ervoer hij: „De liefde tot zijn land is ieder aangeboren", hoewel de liefde voor zijn kluizenaarsoord nimmer in hem gestorven is. Men ver haalt, dat hij in later tijd, toen hij luite nant op de Engelsche vloot was en een gezin aan den wal had, vaak verzuchtte: „lk zou graag alles geven, als ik weer op mijn eiland was!" Op 31 Januari 1709 in den laten avond, lieten twee zwaar geladen schepen hun anker in de Cumberlandbaai (noordoost punt van Juan Fernandez) vallen. Na langdurig wikken en wegen besloot Selkirk het eiland te verlaten. Den volgenden dag lieten zich de kapi teins wan „de Hertog" en „de Hertogin", zooals de twee schepen heetten, met een detachement van de bemanning naar den wal roeien. De omstandigheid, dat Dampier als stuurman op „de Hertogin" diende, was voor Selkirk de aanleiding om den kapitein van „de Hertog" te ver zoeken met dit schip de thuisreis te mo gen maken, wat toegestaan werd. Tot 12 Februari 1709 bleef „de Hertog" in de baai geankerd. Een van de officie ren maakte in gezelschap van Selkirk ver schillende tochten en het zyn diens aan- teekeningen, die Defoe in zijn Robinson Crusoë verwerkt heeft. De voorwerpen, die Selkirk tijdens zijn verblijf op bet ei land vervaardigd had, nam hij mee aan boord van „de Hertog"; zij zijn nog te zien in het Museum te Édinburg. De „redder" van Selkirk, de comman dant van „de Hertog, was pon merkwaar dig personnage. Thomas Dover was omstreeks 1660 ge boren. Na zijn studiën volbracht te heb ben, vestigde hij zich als geneesheer te Bristol, waar hij spoedig een drukke praktijk kreeg. Hij verrijkte de pharma- cie met het naar hem genoemde hoest poeder (pulvis Doveri) en de geneeskun dige literatuur met eenige werken, waar van het meest bekende is „The Ancient Physicans Legacy", dat in 1733 verscheen. Al dokterende zag Dover echter spoe dig in, dat de weg naar rijkdom niet langs de paden der wetenschap voert. Toen hij dan ook een klein kapitaaltje had overgegaard, zei hij de praktijk vaar wel en rustte met eenige zijner stadge- nooten de hierboven genoemde kaper schepen uit. Hij zelf aanvaardde het be vel over „de Hertog", waarmee Selkirk de reis naar het vaderland maakte. Maar eer hij dit zou weerzien, zouden nog heel wat buien over zijn muts trekken! Voorloopig waren de kusten van Peru en Middel-Amerika een rijk voorzien jachtveld en t -1 toen dit was afge stroopt, stevende hij langs de kust van Californië noordwaarts, stak den Grooten Oceaan over en kwam in het najaar van 1710 in de Oostindische wateren. Wij laten nu volgen, wat wij vonden in den „Europeesche Mercurius" van 1711, deel II, blz. 159 en 160: „In gezelschap van deze 3) Nederiand- sche Oostindische Retourvloot arriveer den 2) uit die verre gewesten binnen de Haven van Texel agt Engelsche Schepen, daar onder twee Kapers, genaamt „de Hertog" en de „Hertoginne", medebren gende een schatrijke Spaansche prijs3) van Aquapulco, jaarlyks op Maccao en andere plaatsen van China varende; zyn- de dit schip niet alleen voor zig zelfs kos- telyk geladen, maar zedert dat het geno men was ook opgevuld met de beste goe deren uit nog 20 andere pryzen, door deze Kapers gedurende hun driejarige Kruis- togt veroverd. Den Engelschen Comman deur van den ryk geladen Bodem, ge naamt Thomas Dover, had van Cabo de Goede Hoop aan zyn Reeders, wonende te Bristol, dit volgende briefje geschreeven: lk ben, God dank, na eene zeer hagge- lyke en gevaarlyke onderneming in ge- zondheit en behouden hier gekomen, zyn- de Commandeur van het schip van Aqua pulco; om het welk te zoeken wy de Wae- reld rond gezworven hebben, tot dat wy het eindelijk vonden. Het is het rijkste schip dat ooit in Europa quam; wy heb ben het, behalven nog 20 zeilen, in de Zuid-Zee genomen; desgelyks op den dag van St. Georgi 1709 de Stad Guiaquil gewonnen. Zy hadden eenige honderd man te paard en te voet voor de plaats in de wapenen, om myne landing te beletten; dog ik deed die onder Gods zegen met 170 man. Ik stond haar vuur uit, viel op haar in, en brak ze, zoo dat ik vier stukken kanon veroverde, de Stad plunderde, en die daarna voor 30000 stukken van Agtten e) rantzoeneerde. De pest was in de zelve, waar mede wy allen besmet wier den, doch wy hebben maar weinig daar aan verloren." Voormelde Kapers ciour Particuliere zynde uitgerust, zo maakten de Engelsche Oostindische Compagnie eenige preten tie daar op; dog de Reeders vorzogten de Koninginne by Request, om hare Kapers en kostelyke prys vry te mogen laten in komen, en 11a eigen welgevallen alles te verkoopen; of des neen, dat ze den buit in Holland doen lossen, en tot geld ma ken zoude; waar op dezelve dan onder geleide van eenige Lands-Oorlogsschcpen, neffens de andere Engelsche Oost-indisch Vaarders, derwaarts overgestoken, en be houden aldaar aangekomen waren." Spoedig na zijn aankomst in Engeland huwde Selkirk met Sofia Bruce, die na eenige jaren overleed. Hij hertrouwde daarna met een weduwe, die wij niet ge noemd vonden. Inmiddels was hij als officier bij de Engelsche marine in dienst getreden. Hij overleed als luitenant aan hoord van het fregat „Weymouth" in 1723, 47 jaar oud Ze was 16 zeilen sterk. Op 30 November 1710 waren 11 schepen en op 17 Januari 1711 twee schepen van Batavia en op 20 December 1710 drie schepen van Ceilon vertrokken.

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Heldersche Courant | 1934 | | pagina 6