Wat Katholieken ontmoeten bij hun komst in Canada Hoog bezoek aan Rotterdam DE KRONIEK VAN ZATERDAG De oud-katholieke Kerk Boekenhoek je Kees, de bok, dood Haar wezen, haar geschiedenis en haar aanspraken EEN IMMIGRANT VERTELT (IV) Verenigingsleven is geheel anders georiënteerd „Draaiboek voor Titia" Radio Luxemburg helpt Thuisfront President Coty in Maasstad hartelijk ontvangen IS HAAR KINDJE GEDOOD Oók thuis op het pierement! Meisje overreden en gedood GEVAARLIJKE LADING Raad voor de Scheepvaart wenst lijsten en voor schriften (Van onze bijzondere medewerker) Jeugdclubs zijn een zegen en een uitkomst voor de katholieke Ne derlandse jongelui. Uiteraard zijn de clubs hoofdzakelijk te vinden in Zuid-Ontario, waar de Hollanders het dichtst geconcentreerd zijn. De clubs zijn ontstaan uit het initiatief van één of enkele jongelieden met medewerking van een Hollandse priester, en sommige hebben 150 tot 200 leden. Men weet de beschikking te krijgen over een zaal, en daar wordt dan een dansavond gehouden, meestal om de twee weken; dit geeft dan de bezoeker gelegenheid elkaar te leren kennen. Af en toe komt een Hollandse priester op zo'n avond die de club toespreekt en zich met deze en gene individueel onderhoudt. Wie in Hol land grootgebracht is zal maar zeer zelden met 'n Canadees of Canadese trouwen omdat de volksaarden en -zeden zo verschillend zijn. Holland se jongemannen en meisjes zoeken dus elkaar, en hier voorzien de clubs in een grote behoefte. In de Hollandse sfeer ervan voelt een Ca- andees zich niet thuis, evenmin een niet-katholieke Nederlander. Deze laatsten hebben trouwens hun eigen clubs, waaruit zij elke buitenstaan der weren. Apart van deze clubs is er, met uitzondering van Quebec, op Zondag weinig te beleven: volgens Engels patroon zijn danszalen, bios copen e.d. dan gesloten, en er zijn slechts op enkele plaatsen sportwed strijden op Zondag. (In die plaatsen is dit toegestaan na gemeentelijke volksstemming). De Hollandse natio nale sport bij uitstek, wordt in Cana da practisch niet beoefend, en voor de Canadese sporten, rugby, baseball en softball, interesseren de Hollan ders zich niet. Uit de clubs zijn al voetbal- en korfbalploegen ontstaan, die elkaar bekampen op Zondag. De een of andere Hollandse farmer stelt daarvoor dan een grasveld ter be schikking. De Canadese katholieken hebben ook jeugdclubs, samengevat onder de naam CYO, Catholic Youth Orga nizations, doch de immigranten voe len zich daar niet thuis, althans niet de groteren: ze vinden er niet de sfeer die ze zoeken. Voor jongere kinderen liggen de dingen anders: zij gaan naar de school waarin en waar door ze zich veel beter en in 'n korte tijd aanpassen bij en inburgeren in de zeden en gewoonten der Canade zen. Zij kunnen lid worden van de katholieke padvindersbeweging en van andere clubs en organisaties in de steden en grotere dorpen althans. Wie daar ver vanaf woont heeft als regel geen keus en moet zijn kinde ren naar een neutrale school sturen; bijzondere scholen zijn daar niet. De priester, en op vele plaatsen ook zusters, van de parochie waartoe zij behoren, zorgen dan echter voor ca techismus en godsdienstonderricht op Zaterdag, wanneer de kinderen vrij van school hebben. Dit geldt niet voor de provincie Quebec, waar óók op het platteland, in haast alle scholen katholiek ge- loofsonderwijs gegeven wordt. De verhouding in aantal van katho lieken tot andersdenkenden verschilt in Canada niet zo heel veel met Ne derland. In Quebec is het percentage katholieken plm. 85, in de overige provincies van 25 tot 35 procent, be halve in B.C., waar de katholieken slechts 'n kleine minderheid vormen. Men kan dan ook practisch overal in Canada zijn geloofsplichten als ka tholiek nakomen, al zijn in sommige districten, vooral in B.C., de kerken wel eens ver van elkaar verwijderd. Toch zijn ook naar B.C. al veel emi granten getrokken, en onder hen vele katholieken. Wie in Canada zijn kinderen op een katholieke school wil hebben, moet zich daarvoor, tenzij hij in de pro vincie Quebec woont, het offer ge troosten meer belasting te betalen dan anderen, en dit vooral in B.C., waar nu een 'strijd om gelijkberech tiging i.v.m. bijzondere scholen ge voerd wordt. Iedere provincie heeft n.l. een voor interne zaken practisch autonome, eigen regering, waardoor wetten in de verschillende provin cies sterk kunnen variëren. Echter 't Een jong meisje, pas in de schoolbanken, was teleurgesteld en daarom min of meet opstan- Zijn er geen tientallen i itia s? Met zichzelf en hun om geving weten zij geen raad. Niets deugt meer. Alles wordt becriti- seerd en afgebroken. Het oude, het voorgaande wordt wegge worpen. Sturm und Drang. Niet altud even geruisloze afval, ook van het geloof en van godsdien stige practijken. Losgeslagen gaat men dan het andere, het nieuwe tegemoet. Het vrije leven, zoals het heet. Het schijnt allemaal zo verlokkelijk. Artieste, Parijs gue voulez- vous? Dansen, toneel er zit een magische aantrekkingskracht in. Menig meisje droomt er van, hier en daar gaat er een op in. Irma Meyer heeft zo'n avon- tuners'tertie beschreven in haar bas ibii „De Fontein" in utrecht verschenen roman: Draaiboek van Titia". Een meisje uit Haarlem, helemaal niet denk beeldig. De romantiek in het hart en nog meer onrust in de geest. Als zii naar Parijs trekt, heeft God en Ziin leven voor haar al geen practische betekenis meer. Natuurlijk. Hoe kan het anders? Maar God kent Zijn uur, oök hier. Het leed zal de ogen openen. Dan pas wordt de betekenis en de waarde van het artiest-zijn be grepen: geen eisen, maar veel geven, ook en op de eerste plaats aan God. Zo leert het meisje, gerijpt en gelouterd, de werke lijke zin van haar leven herwin- liike zin van haar leven hervin den. Deze katholieke roman. een mengeling van verdichtsel en waarheid, heeft om haar strek king wel iets te zeggen en kan °ok als letterkundig werk ge waardeerd worden. BIBLIOTHECARIS. belastingverschil is niet zodanig dat het voor de kath. ouders een onover komelijke hinderpaal zou vormen. De leerplichtwet verplicht in de meeste provincies de kinderen tot hun zestiende jaar naar school te gaan. Bewaarscholen, die in vele plaatsen bestaan, zijn éénjarig. Er is in Canada ook een kindertoeslagwet, krachtens welke aan de moeders maandelijks een chèque toegezonden wordt. Onbekende gezelligheid De immigranten, en vooral de Hol landers, missen hier in Canada over het algemeen sterk de intieme sfeer van buurtgemeenschaps- en paro chieleven, zoals zij dat in hun „oude land" in Europa gewendt waren en dat daar als iets vanzelfsprekends gold. Men mist de uitvoeringen van locale toneelclubs en muziekcorpsen, het stamcafé met biljart. De Cana dees heeft inplaats van dat alles hoofdzakelijk radio en televisie, en ook wel clubs en verenigingen, maar in een de Hollander vreemd-aan doende stijl. Een Canadees biljart, dat men bij vijf, tien of nog meer tafels bijeen kan vinden in biljartzalen, z.g.n. „poolrooms," inplaats van in café's, is zeer verschillend van het Holland se: men speelt hier verschillende sy stemen met van tien tot zestien bal len. Verder bieden „bowling-alleys", kegelbanen, gelegenheid tot ontspan- ning. Katholieke organisaties hebben hun eigen kegelclubs, voor jongens en meisjes samen. Café's, in de Hol landse zin van het woord, kent men hier niet: alcoholhoudende drank kan men in speciale winkels kopen en thuis drinken, of men kan ze bestel len en drinken in hotelgelagkamers. Evenzeer, hoezeer de Nederlandse emigrant ook de Hollandse gezellig heid moge missen, hij is naar Canada gegaan om daar een beter bestaan te vinden, en hij ontdekt al spoedig dat hij volop de kans heeft zich dat te veroveren. Voor een gezin met enige kleine kinderen zal de eerste jaren een betere levensstandaard de enige directe lotverbetering vormen. Jong gehuwden en gezinnen met grote kin deren echter kunnen al spoedig méér bereiken, en dat te sneller naar mate men in een beter district te recht komt of daarheen trekt - want niemand is, eenmaal in Canada zijn de, gebonden in een bepaalde provin cie of bepaald district te blijven. P. SMITS (Wordt vervolgd) MET „PARADE" „Parade" heet de nieuwe actie van Katholiek Thuisfront. In het gehele land worden in de periode van 9 tot en met 22 Augustus figuurtjes aan de man en aan de vrouw gebracht. Hoe het precies allemaal in elkaar zit, is het geheim van de smid. Thuisfront zorgt altijd weer voor een bijzondere stunt. Hoe iedereen dan te weten komt of hij een van de meer dan hon derd gelukkigen is geworden? Nog nooit heeft Thuisfront zo snel de uit slag bekend gemaakt als deze keer zal gebeuren. De K.R.O. heeft gemeend aan deze actie niet te moeten meewerken. Ra- dio Luxemburg doet het wél voor onze Nederlandse militairen. Op 22 Augustus, van half twee tot twee uur, wordt via radio Luxemburg medege deeld wat met de parade-soldaatjes moet worden gedaan. En voor wie het niet heeft gehoord, wordt de uitzen ding op 23 Augustus van half twee tot twee uur herhaald. Rotterdam heeft gisteren president Coty van Frankrijk, mevrouw Coty en het Nederlandse Koningspaar een hartelijk welkom bereid. Daarvan getuigde de ontvangst in de burgerzaal van het stadhuis, daarvan getuigden ook de diverse bezoeken, die de hoge gasten in de Maasstad aflegden, Burgemeester van Walsum be groette het gezelschap met vreug de, omdat hij hierin een blijk van Franse belangstelling voor Nederlands grootste havenstad zag. Nog nimmer heeft een staatshoofd van Frankrijk het stadhuis van Rotterdam betreden, althans niet tijdens het zelfstan dig bestaan van ons volk, zo zei- de mr. van Walsum. Nadat president Coty voor de vuist weg de burgemeester op hartelijke wijze had geantwoord, splitsten zich de wegen van de hoge gasten. De president en de Prins gingen een „wederopbouw- rit" door de stad maken, terwijl Nog geen tienduizend leden telt in ons land het Kerkgenootschap dat officieel bekend staat onder de naam „Rooms-Katholieken van de Oud-Bisschoppelijke Cleresie," maar zichzelf liever „de Oud-Katho lieke Kerk van Nederland" of ook wel „de Kerk van Utrecht" noemt. In deze benamingen liggen zowel de geschiedenis als het wezen van deze godsdienstige groepering uitgedrukt. Van Gorcum's Historische Bibliotheek (Assen 1953) bracht onlangs als 42e deel van de reeks in tweede herziene en uitgebreide druk de „Geschiedenis van de Oud- Katholieke Kerk van Nederland" door B. A. van Kleef, hoogleraar aan het Oud-Katholieke Seminarie te Amersfoort en Deken van het Metro- politaan-Kapittel van Utrecht. AMSTERDAM, 23 Juli. Kees de Bok, eens de mascotte van de Prins Bernhard-kapel, waarmee het dier verre tochten heeft ondernomen, is in Artis overleden. Op 30 Juni 1948 kreeg de bok, als geschenk van de kapel, onderdak in Artis, waar hij lange jaren een bekende „figuur" is geweest. De laatste weken was Kees plotse ling niet meer de oude en van dag tot dag ging hij achteruit, ofschoon men geen bepaalde ziekteverschijnselen kon constateren. Hij kon zich nauwe lijks bewegen en kon ook niet meer staan. Iedere dag kwam de dieren arts even bij hem kijken, waarbij hij verscheidene keren injecties heeft gekregen. Het mocht evenwel niet meer baten Bij de sectie is gebleken, dat Kees kerngezond was. „Ouderdom" is de doodsoorzaak. ZEIST, 23 Juli. Een 21-jarige verpleeghulp van een inrichting te Zeist is gearresteerd en ter beschik king gesteld van de Officier van Ju stitie te Utrecht omdat zij haar drie maanden geleden geboren kindje moet hebben gedood. Het lijkje van het kind werd in een doos op een zolder gevonden. Het meisje heeft eerder bij een brand een shock opge lopen. Wat zij bedoelt. Met de titels van de schrijver zijn we ineens geplaatst midden in een Kerkelijke Wereld, zij het dan van geheel eigen aard, die bij alle verwantschap met de onze daar toch weer zeer van verschilt. De Kathedrale Kerk aan het Willemsplantsoen te Utrecht vertoont van binnen een aanzien dat wij gewend zijn, en de deelnemers aan de bisschops conferentie van 24 September 1889 dragen een waardig clericaal karakter zoals dat aan prelaten past. Af en toe valt er door de radio de uitzending van een of andere godsdienstoefening te be luisteren wadrvan de teksten en melodieëën min of meer ver trouwd in de oren klinken. Een stuk katholicisme is in deze kerk aanwezig gebleven. Zelf zal zij met stelligheid en na druk verklaren dat zij „katho liek" is en wil zijn. En zij wijst daarbij op het middelpunt van haar religieus-geestelijk leven, de H. Eucharistie; zij wijst op haar bisschoppen en priesters, op haar kerkelijke inrichting en be stuur. Zij doet een bèroep op haar geloofsinhoud die haar het katholieke karakter moet geven. Bij voorkeur echter noemt zii zich „oud-katholiek" omdat zij wil teruggrijpen op de eerste tien eeuwen van het Christen dom. op de tijd van de nog onge deelde Kerk met haar zeven, al gemeen aanvaarde conciliet. Ver der wil zij niet gaan; wat daarna komt wijst zij af. Zij wil niet „Rooms"-Katholiek zijn, ook al bestempelt haar officiële bena ming haar dan zo. Zij wil alleen Westers-Katholiek zijn, behoren tot de Katholieke Kerk van het Westen zoals er een Grieks- Katholieke of orthodoxe Kerk is in het Oosten. Daarmee neemt de Kerk van Utrecht haar eigen plaats in. Zij wenst onafhankelijk en zelfstan dig te zijn. Zij verlangt niet on der het centrale gezag van .Ro me" te staan en het primaat schap van de Paus als universeel Opperherder der gehele Kerk te erkennen. Op de bisschoppelijke eigenmacht legt zij de nadruk. Daarom heet zij „de Oud-Bis schoppelijke Cleresie", d.w.z. het kerkgenootschap waarvan de geestelijkheid zich rondom de bisschop schaart en hem alleen als hoofd in zijn gebied be schouwt. De ontwikkeling van het later „Rooms"-Katholicisme zoals die zich vooral na het Con cilie van Trente in de 16e eeuw voltrok, verwerpend, wil zii haar basis vinden in het oorspronke lijke ideaal-katholicisme der eerste eeuwen. Zo ongeveer spreekt zij zelf haar belijdenis uit. Uit haar eigen mond vernemen wij haar stand punt. Dit geeft ons de waarborg dat wii ons niet omtrent haar wezen kunnen vergissen. Haar aanspraken. Het is duidelijk dat er tus sen .Utrecht" en „Rome" om in haar eigen taal te spreken een afstand bestaat, een kloof, zowel in dogmatisch als in kerk rechtelijk opzicht. Er is echter nog méér. Het verschil heeft bovendien historisch geleid tot een breuk. In het begin van de 18e eeuw is er een conflict ont staan tussen een gedeelte van de Noord-Nederlandse geestelijkheid, met name van die boven de grote rivieren, van het zogenaamde Noorden Aus, en de Curie te Rome. De toemaligem Apostilische Vicaris Petrus Codde werd ge schorst in de uitoefening van zijn ambt; een klein aantal priesters sloot zich bij hem aan in het ver zen; tenslotte is men in 1723 overgegaan tot de wijding van 'n bisschop, Cornells Steenoven. Zijn verkiezing, buiten Rome om én door Rome niet erkend en be krachtigd, was een historische daad: het in omvang en getal weliswaar beperkte kerkgenoot schap verzekerde aldus zijn voortbestaan, met een eigen bisschoppelijk bestuur, onafhan kelijk van Rome. Daarmee was de breuk voltrokken. Sindsdien is deze Kerk haar eigen wegen gegaan. Zii kent ook een bisschop van Haarlem en een van Deventer. Bii de verschil lende buitenlandse oud-katholieke strevingen van de vorige eeuw zocht en vond zij aansluiting. Zij ontwikkelde zich in een rich ting die zich meer en meer van Rome verwijderde. Utrecht kwam steeds verder van de Eeuwige Stad af te liggen. Men is zich dat aan beide zijden wel bewust. En toch beroept men zich hier in Nederland op de eerste Evan geliepredikers van ons vader land. Sint Willibrord beschouwd men als de Apostel die de Ka tholieke Kerk van Nederland heeft gesticht. Weliswaar is zij in de stormen der reformatie zwaar gehavend en geteisterd, maar vernietigd en ten gronde fegaan is zij, volgens oud-katho- iel standpunt, niet. De Kerk van Utrecht, los vain Rome, maakt er aanspraak op, de voortzetting te zijn van de Kerk vóór de her vórming. Haar geschiedenis wil zij niet in de 18e eeuw met Codde en Steenoven, maar duizend ja ren vroeger, met Sint Willibrord' en Bonifatius, begonnen zien. Voor zijn eigen geloofsgenoten op de allereerste plaats heeft B. A. van Kleef zijn werk geschre ven maar uiteraard ook voor andere belangstellenden. Belang stelling hebben wii inderdaad. Op de viering van het eeuwfeest van het herstel der bisschoppe lijke- hiërarchie destijds in het Stadion van Utrecht, werd van Katholieke zijde onder indruk wekkend applaus der aanwezigen de hand toegestoken aan de oud katholieken van Nederland. Kan het in velerlei opzicht merk waardige boek van B. A. van Kleef als het antwoord be schouwd worden? Het is in alle geval een onverdacht getuigenis: op voorwaarde van geestelijke stemming en wetenschappelijk gehalte is in rustige objectiviteit altijd te praten. H. J. pr. mevrouw Coty en Koningin Ju liana zich naar het Doofstommen- instituut en het Oogziekenhuis be gaven. De rit van president en Prins vond zijn hoogtepunt in het Groothandelsgebouw; de auto's kozen namelijk hun weg via de een-verdieping-hoog lig gende expeditiestraat van het ge bouw. Vanaf de gaanderijen rond de binnenplaats juichten honder den employé's de president en de Prins hartelijk toe. Om twaalf uur begaf het hoge gezelschap zich aan boord van het koninklijk jacht „Piet Hein", waarmee een korte haventocht werd gemaakt. Intussen bezoch ten mevr. Coty en Koningin Ju liana het Instituut voor doofstom menonderwijs en het Oogzieken huis. Het was een ongedwongen be zoek, vol van een hartelijke sfeer. In de klas van de allerkleinsten was het voor mevr. Coty onmo gelijk om de uitgestoken handjes niet te zien. De aangeboden knuistjes werden dan ook vrien delijk door de hoge bezoeksters aanvaard. Toen aan een der kin deren via het klas-gehoorapparaat werd gevraagd: „Wie komen er vandaag op bezoek?", gaf het na lang nadenken ten antwoord: „Mevrouw Coty en de Koninigin!" 'n Ander meisje kon haar opge togenheid niet bedwingen en toen Hare Majesteit aanstalte maakte het lokaal te verlaten, riep ze spontaan: „Dag, Konin gin!" In het Oogziekenhuis ging het al even ongedwongen toe. Me vrouw Coty kreeg hier een prach tig bouquet anjers en een van de meisjespatiënten bood Konin gin Juliana witte orchideeën aan met de woorden „Alstublieft lieve Koningin". Ontroerd boog de Landsvrouw zich naar het meisje en dankte haar hartelijk. Even over één uur kwam het AMSTERDAM, 23 Juli. „Nous sommes en vacances", deze woorden sprak lachend een der vijf bemanningsleden van de „France", het vliegtuig der Franse luchtmacht, waarmee de President van Frankrijk en Ma dame Coty naar ons land zijn gekomen. Het vijftal, dat deze vier dagen de gast is van de Koninklijke Luchtmacht, ver toefde vanmorgen in een Am sterdams grachtenhuis waar een oud Nederlands sportvlieger zijn Franse gasten ontving. Ter opluistering van die samenzijn verscheen op de gracht een Amsterdams pierement, dat, hoe kon het anders, het concert opende met het chanson uit „Moulin Rouge", een muzikale geste, die de Fransen bijzonder apprecieerden. Dat de piloten niet. alleen de stuurknuppel kunnen hanteren maar even goed de zwengel van een piere ment, bewezen zij met de daad. gehele gezelschap weer bijeen bij het gebouw van de Kon. Roei en Zeilvereniging „De Maas". Hier hadden zich talrijke kijkers opgesteld, die de President be groetten met een enthousiast „Vive la France". Groot was de verrassing van het publiek, toen de president met een hartelijke armzwaai uitriep: „Leve Neder land". Toen mevrouw Coty en Koningin Juliana arriveerden strooide het kantoorpersoneel, werkzaam in de gebouwen rond de Veerhaven op Amerikaanse trans papierstroken naar bene den. Aan het noenmaal zaten be halve de hoge gasten mede aan de burgemeester van Rotterdam, mr. van Walsum, wethouders van Tilburg, andere gemeentelijke, militaire autoriteiten en vertegen woordigers van scheepvaart, han del en industrie. Om ongeveer vier uur verliet het hoge gezelschap Rotterdam weer. De Franse gasten begaven zich via Bleiswijk, Hazerswoude en Alphen aan de Rijn naar Am sterdam, terwijl Koningin en Prins de hoofdstad via Den Haag bereikten. Deelneemster aan driedaagse fietstocht 's-HERTOGENBOSCH, 23 Juli. Vanmorgen omstreeks 11 uur heeft zich bij het passeren van de deelne mers aan de driedaagse fietstochten op de verkeersweg Breda—Gorkum bij Keizersveer een ongeval voorge daan dat het leven heeft gekost van de 16-jarige deelneemster M. Pacilly uit Den Bosch. Waarschijnlijk doordat .enkele fiet sers te veel ruimte op de verkeersweg in beslag namen is het slachtoffer door een passerende vrachtauto ge raakt. Zij kwam te vallen en kreeg een der achterwielen over zich heen. Het meisje was vrijwel op slag dood. Het stoffelijk overschot werd over gebracht naar het ziekenhuis in Raamsdonksveer. Met het oog op dit droevig gebeuren zijn voor vanavond alle feestelijkheden ter gelegenheid van de driedaagse fietstochten in Den Bosch afgelast. AMSTERDAM. 23 Juli. De Raad voor de Scheepvaart heeft thans schriftelijk uitspraak ge daan in de zaak van de ontplof fing in de lading zinc-ashes aan boord van het motorschip „Rini" op 15 October 1952 in de haven van Delfzijl. Volgens het oordeel van de Raad was de lading bij de ver zending vanuit Engeland aange duid als „zinc-ashes", poeder- vormig. Op de gestorte lading lag een deel in zakken verpakt. Uit een scheikundig rapport is gebleken, dat het grotendeels zinkstof was, dat onder invloed van vochtige lucht waterstof kan ontwikkelen en d'an explosief wordt. De Engelse autoriteiten hadden geen bijzondere eisen met het oog op brand of ontploffing gesteld. Waarschijnlijk waren de ruimen niet droog genoeg. Ze waren de dag vóór de inlading uitgespoten. De Raad meent, dat deze ont ploffing de wenselijkheid heeft aangetoond van het uiigeven van overheidswege, ingevolge artikel 99 schepenbesluit, van lijsten van ontplofbare stoffen en voor schriften voor het vervoeren van gevaarlijke ladingen. 1000000000000000000000000000000É000000S VAN TWEE ZIJDEN hebben ook de vrou- wen haar stem laten horen over het Bis schoppelijk Mandement van Mei j.l. (Het is formeel van 1 Mei, de datum waarop het afge sloten is, maar het werd op 30 Mei afgekondigd.) Daar is op de eerste plaats een artikel van het C.H. vrouwelijke Kamerlid, jonkvrouwe mr C. W. I. Wttewaal van Stoetwegen. Zij heeft het Man dement becritiseerd in het orgaan van de Centrale van Christelijk-Historisehe Vrouwengroepen. Een heel ander geluid dan van mannen als Ruppert c.s. van het Christelijk Nationaal Vakverbond, die nog wel verder zouden willen gaan dan de Bisschop pen. Overigens betwist ook jonkvrouwe Wttewaal het recht van de Bisschoppen, om te spreken, als zij deden, niet, zij is het er alleen niet mede eens. Evenals de meeste protestanten kan ook zij zich niet verplaatsen in de katholieke opvatting, welke de eigen macht van de Hiërarchie erkent en zich niet wezenlijk in de vrijheid beknot voelt, als zij de leiding van de Bisschoppen aanvaardt, ook in andere dan geestelijke zaken. Maar zij erkent daarbij, dat er tijdelijke zaken zijn, met een gees telijke achtergrond of een geestelijk fundament, waarin de Bisschoppen hun woord te spreken heb ben. eHt standpunt van de Bisschoppen doet dan ook niets tekort aan de gewenstheid van samen werking „nu wij leven in een kokende wereld, waarin wij elkaar als Nederlanders hard nodig hebben", gelijk jonkvrouwe Wttewaal het zeer juist uitdrukt. Maar de Bisschoppen zijn niet tegen die samenwerking. En wat zou die samenwerking redelijkerwijs in de weg kunnen staan? Alleen het feit, dat in de kringen van die anderen anders gedacht wordt over ge'estelijke vrijheid en kerke lijk gezag? Maar zeggen die anderen dan niet, dat zij „eikaars inzichten willen eerbiedigen"? Laat men dat dan dóen Een andere stem uit de kring van de vrou- wen ziet de situatie ten opzichte van het Mandement juister in. Het is mevrouw Kor- tekaas-den Haan, die de redactie voert van het pittige maandblad voor de katholieke vrouw „Vrouwenleven", die in een kort artikeltje in het laatste nummer uiteenzet, dat een „begrijpen van het Mandement alleen kan voortkomen uit een levenshouding, die op God gericht is" (en dan nog gebaseerd op de inzichten van de Kerk). Zo meent mevr. Kortekaas dan ook, dat zelfs zij, die een levenshouding aanvaarden, gericht op God, dikwijls nog moeite hebben, het juiste begrip voor het bisschoppelijk woord te vinden. Maar hier is sprake van een aanvaarden in kinderlijke eenvoud, in de overtuiging, dat „onze geestelijke leiders grote zorgen hebben, om de gelovigen die onder hun hoede zijn gesteld". De schrijfster geeft dan o.i. terecht te kennen, dat wie „het groen-gebande boekje werkelijk leest en niet alleen napraat wat anderen er over zeggen", er niet han ontkomt, zich af te vragen: „Waarom toch al deze felle reacties" en dan stelt ook zij nog eens de vraag: staat hier, in dit Mandement, iets, wat we niet al wisten? Wij kunnen er inderdaad in lezen, dat het Man dement van 26 September 1916 nog steeds van volle kracht is bij de opbouw van de katholieke sociale beweging, dat er in wezen dus niets veran derd is. Er is slechts zwart op wit gezet, wat de leidinggevende katholieke figuren uit het sociale leven" toch reeds wisten en waarnaar zij steeds trachtten te leven. Misschien zouden we het daar om eigenlijk moeten betreuren dat dit alles nog eens zo nadrukkelijk gezegd moest worden, om dat er sommigen zijn, „die het gevaar lopen, de waarde en noodzaak van onze verbondenheid en eenheid uit het oog te verlieizen. Is dit Mandement dan geen inbreuk op de persoonlijkheid? Maar ook mevr. Kortekaas herinnert dan aan het gezagheb bende woord van Kardinaal de Jong „in de ge vaarlijke en critieke tijden, zoals vóór en onder de oorlog", een woord, dat door vriend en vijand werd aanvaard." Niets is daarom minder waar, dan dat het Episcopaat een eenzijdige beslissing dicta toriaal op de schouders van de gelovigen heeft willen leggen. De Bisschoppen hebben trouwens, volgens hun eigen verklaring, „in hechte verbon denheid met de priesters en in eerlijk beraad met oök om de doorwerking van deze houding in het geheel van ons menselijk, maatschappelijk leven. Het is dus een echt positief christelijk stuk. De Bisschoppen vorderen van ons en hebben het volste récht dat te doen! een levenshouding, die moet worden ingenomen in een wereld waarin ook vele mensen niet christelijk denken, maar het niet temin oök goed menen met de samenleving. En daarom geven de Bisschoppen richtlijnen die door de critici merkwaardig genoeg maar worden- verzwegen! voor onze houding en gedragingen tussen katholieken en niet-katholieken En deze uiteenzettingen laten zij voorafgaan aan een nadere beschouwing over de nood zaak en de taak van de kath. sociale organi saties, waarvan het actueel is, de zin nog eens te herhalen, nu van andere zijde (in 't bijzonder door het N.V.V., dat het Mandement als 'n voorwendsel voor het verbreken van een goede samenwerking nam) het bestaansrecht van die katholieke organi saties wordt ontkend. Er moet, zegt het Mande ment (pag. 16) op maatschappelijk gebied meer leken, dit leidende woord willen spreken."positief en concreet gebouwd worden, aan een beter, een meer geordend en vooral ook in chris- En zo is dit Mandement geschreven voor He allen, ook voor de vrouwen, tot wie de schrijfster in „Vrouwenleven" uiteraard haar woord richt. Maar de grondslag van haar betoog is een geschikt uitgangspunt, om nog eens tot allen, tot de mannen en tot de vrouwen te zeggen, hoe onjuist het is, gelijk velen doen, zich bij de bespreking van en de critiek op dit document, te beperken tot de twéé bladzijden er uit, die zich in het bijzonder met de politiek bezig houden en geen aandacht ,te schenken aan de 46 zegge en schrij ve zes-en-veertig andere bladzijden, die in het algemeen handelen over de taak van de katholiek in het openbare leven, met het vele, dat daaraan vastzit. Terecht werd in het kaderblad van de K.A.B. deze week opgemerkt, dat de Bisschoppen niet anders niet méér, maar ook niet minder! hebben gedaan, dan „voortzettend wat door alle eeuwen heen door hen is gedaan, thans in een tijd van godsdienstige vervlakking en zedelijk verval, de Nederlandse katholieken de weg te wijzen naar herstel." Maar er wordt tevens een program ont vouwd, zo vooruitstrevend, als alleen de volwaar dige beleving van het christendom ons brengen kan. Het gaat daaFbij niet alleen om onze houding ten opzichte van God en godsdienst, maar vooral telijk opzicht volmaakter maatschappelijk bestel en „zonder de aanvaarding van de christelijke grond slagen en zonder de doorvoeringvan de christe lijke beginselen is géén duurzame maatschappelijke orde en -waarachtig welzijn mogelijk". Daarvoor zijn vanzelfsprekend organisaties en bewegingen en bonden nodig, die van de christelijke beginselen uitgaan, die het christelijk beginsel aanvaarden als grondslag van hun werken en streven. Dat doen neutrale en socialistische en vrijzinnige ver enigingen van nature niet. En toch: ..Christus alleen is de hoeksteen, waarop èn de burgerlijke maatschappij en de ènkeldng veilig stand kunnen houden." De Bisschoppen prijzen de activiteit tot nog toe van de katholieke sociale beweging en beklemtonen dan nog eens de juiste verhouding tussen het geestelijke en het tijdelijke: het geeste lijke staat voorop, het bezit het primaat, maar de beleidsvraag van de juiste verhouding tussen het geestelijke en het tijdelijke „kan en mag niet wor den opgelost door Zich terug te trekken in het geestelijke." Hoezeer er ook gevaren verbonden kunnen zijn aan het zich bezig houden met het tijdelijke, vast staat, dat de Kerk „tot taak heeft, het evangelie te verkondigen voor onze tijd en voor onze verhoudingen, zij moet het christendom tot zuurdesem maken van onze huidige maatschap, pij. De geestelijke taak van de Kerk moet verwe zenlijkt worden in het volle leven, de Kerk kan de ziel der mensen niet winnen, als ze de mens zou verliezen".... De Bisschoppen verdedigen op de bekende He gronden het bestaansrecht van de katholieke sociale organisaties, „ook om het Koning schap van Christus op alle gebieden van cultuur en arbeid te verbreiden", geven een en ander aan over de moderne verhouding tussen stands- en vakorganisaties, waarbij zij in afwachting van een rapport terzake, te kennen geven, dat het onjuist zou zijn, indien alles in handen kwam van de vak bonden, omdat dan teveel naar het tijdelijke zou worden overgeheld. Hoe meer zou dat geschieden, indien er in het geheel geenkatholieke bonden waren en alles en iedereen was „overgeleverd" aan neutrale, vrijzinnige of socialistische bonden en bewegingen! Men kan op sociaal en politiek terrein, zoals nu pas ook weer in de discussie rond om de breuk, door het N.V.V. veroorzaakt, ge schiedt, critiek oefenen op het standpunt van de Bisschoppen, maar men zal toch moeten inzien, (als men nog iets van „samenwerking" terecht wil brengen, dat katholieken altijd aanvaard heb ben en zullen aanvaarden, dat de Bisschoppen door God zijn aangesteld om de Kerk te besturen en „het heilige volk van God" te leiden. Dit „heilig bestuur" (pag. 15) is er een van directe heiliging, van lering en leiding. „Deze leiding betreft niet alleen de apostolische werken op kerkelijk terrein, maar ook de doorvoering van het evangelie op wereldlijk gebied. Als de katholiek voor zijn taak en zijn plaats in het openbare leven van deze tijd richtlijnen nodig heeft, dan haalt hij die bij zijn Bisschoppen. Daar geeft hij zich aan over, daar legt hij zich bij neer. Wie dat niet kan begrijpen of aanvoelen, moet in dat standpunt van de katho liek waarmee hij immers hier en daar wel wil en wel moet samenwerken berusten. Dan be hoeft er verder voor goedwillenden geen misver stand meer te zijn. Vér boven het verpolitiekte rumoer rondom het grootse Mandement st^at deze herinnering, die de Bisschoppen geven aan een woord van Paus Pius XI: dat „aan het zo vurig gewenste herstel der maatschappij moet voorafgaan een hernieuwing van de christelijke geest" en „iedere ware en duurzame hervorming moet uit gaan van het heiligdom, van mensen, die gedreven worden door liefde tot God en de naaste". Want, laten wij ook deze waarheid van het Mandement goed onthouden: „De angstwekkende problemen van onze tijd, waartussen het sociale vraagstuk nog altijd staat als een basisprobleem, dat uitein delijk het atheïstisch communisme heeft doen ge boren worden, zijn tenslotte een zedelijk probleem, en de wrange vrucht van een zedelijk tekort. Daar om moet het herstel op twee pijlers worden ge bouwd: het moet enerzijds uitgaan van een levend geloof en een groeiende liefde tot God en ander zijds neerkomen op méér liefde tot de mensen ea vorm krijgen in christelijke solidariteit".

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Noordhollands Dagblad : dagblad voor Alkmaar en omgeving | 1954 | | pagina 7