Verlaten uithoek werd centrum van Katholiek Nederland 850-jarig Rolduc heeft een lange en boeiende geschiedenis De Arabier heeft nergens haast behalve in Nazareth Wisseling van opgang en verval Hü volgde het Apostolisch le ven, waarin ook de H. Vader Au- gustinus z'n leer lingen had opge leid. legde zich toe op handen arbeid zoals Sint Paulus en droeg linnen kleding zoals Jacobus de De naam Rolduc Bisschoppenin Rolduc gevormd door Leo J. Derksen Gidsen vergallen Uw bezoek aan de Heilige plaatsen Zaterdag 9 October 1954 KERKRADE Het is stil, hier in de aan natuurschoon zo rijke Zuid-Oosthoek van Limburg waar een schijnbaar achteloos neergeworpen en uitgerold stuk prikkeldraad de plaats markeert van de Neder lands-Duitse grens. Een enkele douane-beambte, een verlate vacantieganger en een lid van de mijnpolitie zijn de enige levende wezens in dit wel haast geheel verlaten lijkende gebied, dat desondanks een grote en blijvende naam in de geschiedenis van Katholiek Nederland verworven heeft. Hier immers vinden we Rol- duc, een levend begrip voor en een centrum van datzelfde Katholieke Nederland, van- waaruit een groot deel van de godsdienstige, politieke en so ciale actie van de Nederlandse Katholieken is uitgegaan. Het is een oord van genade, dit Rolduc, dat deze maand op enigszins feestelijke wijze heeft herdacht hoe voor 850 jaar terug de eerste grondsla gen werden gelegd voor dit even belangwekkende als schone plaatsje, dat een boei ende en lange geschiedenis kent. Het begin van deze geschiede nis, die niet alleen 'boeiend en lang, maar tegelijkertijd ook groot en groots is geweest, vangt aan in 1104, toen, gelijk Abra ham in Chaldea de stem van God hoorde in het bevel: Verlaat Uw Vaderland en ga naar het land, dat ik u tonen zal", een eerbied waardig, uit hoog-adellük ge slacht gesproten priester, Ailber- tus d'Antoing, door God werd aangespoord om zijn vaderland, waar hü aan de stiftschool te Doornik de letteren onderwees, te verlaten en Hem een heilig dom te stichten op de plaats die hem herhaaldelijk in droomge zicht was getoond. Na een lang durige en moeilijke tocht en al leen vertrouwend op God vond Ailbertus, die vergezeld was van twee zijner broers, in de onmid dellijke omgeving van 's Herto genrode en temidden van dicht begroeide wouden een „open vlakte, met welig, bloemrijk gras bewassen en rechts en links door heldere fonteinen besproeid". Daar, op dezelfde plaats waar nu de crypte en het Priesterkoor zich verheffen, verheft hij vol vreugde de handen ten hemel en valt dankend op de knieën. Hü herkent de gezegende plek die hem zo vele malen in visioenen was getoond en besluit dat daar in de loop der eeuwen ontelbare malen het heilig Misoffer opge dragen moet worden. Gewijd aan Maria Dra voelt Ailbertus, die ons door een kroniekschrüver uit die dagen getekend wordt als „trouw, eerbaar en buitengewoon nede rig priester, die uitmuntte door vlekkeloze reinheid van zeden, waarheidslievend in gesprek, ijverig in het werk. mild in aal moezen, rijk in gastvrijheid, vol hardend in waken en vasten, vu rig in gebed en vol Godsvrucht' in 's Heren dienst", zich thuis op deze uitverkoren plaats, die, ook bü de landbewoners bekend en heilig was. Terstond werd een houten noodkapel opgericht en in 1106 volgde de bouw van een Priesterkoor. Precies twee jaar ■later, op de feestdag van de Hei lige Lucia, werd de plaats, be stemd voor de kerk van Rolduc, plechtig aan de H. Maagd en aan Maagd en van de Aartsengel Ga briel gewüd. Ofschoon Ailbertus volgens ziin eigen uitspraak het veel verhe vener en verdienstelijker achtte. zielen door Gods Woord te voe den en te troosten dan kerken te bouwen, omdat deze door de tand des tiids te niet gaan, gene, naar Gods beeld en gelijkenis gescha pen, onsterfelijk zijn, lijdt het geen twijfel dat de kerk en de crypte door hem ontworpen en dat de fundamenten van het ge bouw door hem gelegd zün. Ook moet aan hem de stichting van de kloosterwoning bü de kerk en het leggen van de fundamenten voor het klooster toegeschreven worden. Midden tussen de dichte wouden, op het welig begroeide bergvlak de zich even boven de grond verheffende crypte, en, ten Noorden hiervan, een ruime, in een verdieping in sierlijke en strenge bouwtrant opgetrokken kloosterwoning dat was Rolduc bü zijn ontstaan. Van de crypte lezen wij, dat zij „een overheerlüke nalatenschap is der staat was de voor de kerkelijke diensten onmisbare kloosterlin gen te onderhouden; ik vond de kloostertucht geheel en al ver vallen en de overgebleven ge bouwen van het huis bouwval lig". Het wisselde elkaar af. ar moe en rijkdom, voorspoed en rampzaligheid. Van een periode van opgang lezen wü ergens, dat de Abdij „niet het minste onder de 4.000 Augustijnerkloosters en niet de minst rijke parel aan de kroon van het beroemde bisdom van Luik" was. Want niet alleen bin nen de kloostermuren bleef de invloed der abdij beperkt: Rolduc was een centrum vanwaaruit stralen van geloof en wetenschap zich naar alle kanten verspreid den. Vele kloosters, tot zelfs in Friesland, waren aan de abten van Rolduc onderworpen en vele ook waren de parochies, die door de kanunniken van Rolduc wer den bediend. Ook telde de abdij onder haar bezittingen vrouwen kloosters en niet gering is de in vloed geweest, welke van Rolduc uitging op de bewoners van dat lage land aan de zee, temidden waarvan de Augustijnerkoorheren arbeidden. En, zowel in tijden van opgang als van verval, werd bewaarheid dat de abdij terhulpe werd gestaan door de Moeder der Barmhartigheid en door de Hei lige Gabriël, Haar Bruidsgeleider, want „jaren gingen voorbij, ge- middeleeuwen, een onomstotelijk bewijs van de hoge ontwikkeling der kunst in die duistere tüden" en van de kerk, waar gedurende zovele eeuwen Gods Woord ver kondigd en Gods Altaargeheime nissen gevierd zouden worden, heet het, dat zij „in waardigheid en zuiverheid van vormen met de schoonste kerken in die bouw trant aan de Rün kan wedijve ren". De woestijn verblijdde zich Nauwelijks was Ailbertus met z'n twee broers op de nieuwe stand plaats aangeko men of „van alle kanten stroomde het volk naar 's Heren dienaar, die een waar le raar der zielen was om de woor den des heils uit zün mond te ho ren verkondigen en om hem de noodzakelijke le vensbehoeften te brengen; immers. Ailbertus had al zün goederen on der de armen van z;jn vader land verdeeld, willende de ar moede van Chris tus door eeuwige gelofte navolgen. Rechtvaardige. Hijzelf gebruikte De crypte, een „overheerlijke noch vlees, noch wün, maar - - oefende de gulste gastvrijheid je gens vreemdelingen". Dra traden leken in het klooster en 't duur de niet lang of de kloosterge meenschap was ontstaan en met de profeet Isaias kon men het loflied „Laetabitur deserta et Het plaatsje Rolduc ont leent haar naam aan het in de onmiddellijke nabüheid ■gelegen stadje Rode, dat la ter na het huwelijk van Hen drik II, hertog van Limburg, met Mathilde, Hertogenrode genoemd werd. Het woord Rode duidt op ontginning en de plaats, waar eens de pries ter Ailbertus de eerste hand legde aan de bouw van het tegenwoordige Rolduc, was dus een ontgonnen plek van de hertog. De naam der abdy' is in de oudste stukken: ec clesia sanctae Mariae et sancti Gabrielis, eenmaal Mons sanctae Mariae: berg der Heilige Maria. Later werd het: ecclesia conventus roden- sis. monasterium de rode du- cis, doester van Rode, Gods huis van Cloisterrode, Cloos- terrade, Kloosterrade en in de laatste eeuwen abbatia rodensis, abbaye de Rode-le- Duc of, samengetrokken, Rolduc. Een klein gedeelte van de bibliotheek, die is onder gebracht in een bijzonder fraai exsultabit solitudo" - „De woeste nij zal zich verblüdcn, De dorre landstreek jub'len luid; Haar hart zal zich van vreugd verwijden. En botten als een lelie uit" - aan heffen. Reeds in 1118 werd Rolduc een klooster van de Augustijner Koorheren of. beter gezegd, van de Reguliere Kanunniken van de H. Augustinus, gesticht. En dan begint de eigenlijke geschiedenis van dit huis Gods. een historie die wel is terug te brengen tot twee woorden: opgang en verval. Nu eens verkeert het klooster in welstand en dan weer bevindt de Abdij zich in een toestand, welke een kroniekschrüver uit die da gen doet schrijven: Ik vond het klooster door brand, plundering, aanhoudende oorlogen, en niet minder door de zorgeloosheid van verschillende abten tot zulk een en sierlijk bewerkte kamer, armoede gebracht, dat het niet in nalatenschap der middeleeu wen", markeert de plaats, die eens de vrome priester Ailber tus op Gods bevel tot stille wijkplaats koos om met zijn medebroeders in heilige afzon dering God te dienen. Hier boven een klein gedeelte van deze crypte. slachten verdwenen, due bleef". alleen Rol- De oudste school „Virgo sine labe concepta, aedes hasce defende". Deze bede, in een nis bii de hoofdingang geplaatst, is verhoord geworden want nog immer waakt de Maagd, zonder erfsmet ontvangen, over dit huis. Dat blijkt wel uit het feit, dat deze oudste school in ons vader land, met slechts weinige jaren onderbreking tot op heden voort- bestaat. Dat van de eerste jaren af aan het Godshuis een school verbonden was wordt duidelijk, wanneer wij lezen, dat in 1122 het houten kloostergebouw door de baldadigheid van twee leer lingen in vlammen opging. „Van den beginne af", zo verhaalt ons een kroniekschrijver, „werden in dit klooster de schone letteren onderwezen". De grammatica, rheorica, dialectica, de musica, arithmetica, geometria en de as- tronomia waren „de wegen, die de leerling bewandelen moest voor dat h;j zich aan de studie der heilige bladzijden (de Heilige Schrift) kon wijden. En ook op deze wijze werd in Rolduc apos- ■tolaatswerk verricht: de school leverde aan de maatschappij uit stekende mannen in alle betrek kingen en niet weinig zijn zii geweest, de goede burgers voor de Staat, de uitstekende Chris tenen voor de Kerk, de voorbeel dige leden voor het Priesterschap en de toekomstige heiligen voor de Hemel, die in Rolduc gevormd zijn. Nadat Rolduc in 1794 door de Franse legerbenden in beslag is genomen en gedurende een groot aantal jaren de gruwel der ver woesting in en rondom deze hei lige plaats heerst, wordt het eer tijds zo rük bevolkte eigendom een eenzaam en verlaten erf, aan de vernielzucht van tijd en men sen prijsgegeven. Gods tempel is een kazerne, de bijgebouwen zijn een paardenstal geworden. In de ruime kapittel- en bibliotheek zaal speelt de jeugd uit de om liggende dorpen. De bittere treur zang der profeet geldt ook voor het verlaten, geheel verlaten Rolduc: „Helaas!, hoe eenzaam zit de stad. die eens vol van volk was. De koningin is weduwe ge worden, de beheerseres gaat ge bukt onder schattingen. Zij weent de nacht door en niemand komt haar troosten. De wegen Sions treuren omdat niemand komt om feest te vieren, haar poorten zijn vernield, haar priesters zuchten en zü zelve is overstelpt van bit tere weemoed". Nu: kleiu-semiuarie Doch op de treurzangen der lij densdag en volgde het alleluia der verrijzenis. In 1817 werden de eerste stappen gedaan om aan Rolduc een nieuwe bestemming te geven: Klein-Seminarie van 't Bisdom Luik, welke haar verwe zenlijking vonden in 1831. De splitsing tussen Nederland en België had ook gevolgen voor Rolduc: in 1843 werd het semina rie van Luik afgenomen; toen volgde een nieuwe periode: Rol duc werd Seminarie van Roer mond en sinds 1946 werd Rolduc het officieel en uitsluitend Klein Seminarie. Seminarie voor de op leiding en vorming van de Pries terstudenten uit het Bisdom Roermond. En vandaag de dag zijn er 475 leerlingen, die hier op deze gewüde grond en in deze historische omgeving, hun oplei ding ontvangen ais toekomstige priesters. Zij studeren daar onder de hoede van 35 geestelij ken en van 4 lekenleraren en hun verzorging berust bij de on geveer vijftig nonnen, die beho ren tot de „Kleine zusters van de Heilige Jozef" te Heerlen. Grote, invloedrijke betekenis En zo is er in die 850 jaar maar weinig verandert. Ook nu, even als toen, ontvangt Rolduc de bloem der Kerk, de hoop der Na tie en verspreidt het de verwar mende stralen der wetenschap, die van God en Kerk uitgaan. De betekenis van Rolduc door al die eeuwen heen is niet gemakkelijk te peilen, want wat onder de adem van de Heilige Geest in de zielen van hen, die Rolduc in de loop der tijden hebben bevolkt, plaats greep, onttrekt zich aan de beschrijving van anderen. Het is het geheim van God en mens, zoals God ook alleen weet wat er van hen geworden is. De leraren, die hun werktaak elke dag van het jaar begonnen met de „stille" Mis, die hun les sen hebben gegeven van trimes ter tot trimester hebben 'n werk verricht, dat hun priesterschap waard was; een werk van opvoe ding, dat blijvende vrucht zou dragen. En het zijn de leerlingen, de beweeglijke ziel van het Rol- ducse leven, die van Rolduc een stempel hebben meegekregen op hun persoonlükheid en dit stem pel heel hun leven behouden hebben. De leraren: zij hebben hun taak op Rolduc tot hun dood volbracht of zü zijn op rijper leeftijd in de directe zielzorg gegaan en hebben verder lief en leed met hun parochianen ge deeld of wel zijn zij in hogere functies van Kerk of Staat in het licht der openbaarheid getre den. De leerlingen: zij zijn pries ter geworden; zij hebben als mis sionaris het Geloof verkondigd in verre streken of zij hebben in andere functies de gemeenschap gediend: zü hebben de goede strüd gestreden; zij zijn nuttige leden geworden van Kerk en maatschappij: zij hebben zielen voor Christus gewonnen en zij De eenvoudige, sierlijke en daardoor juist zo treffende kerktoren van Rolduc, het geografisch en geestelijk mid delpunt van deze nederzetting in Limburg's Zuid-Oosthoek. hebben getuigd, dat Rolduc niet tevergeefs heeft bestaan en nog bestaat. De uiteindelijke waarde van het werk. dat op Rolduc ver richt werd is hierin gelegen, dat het zijn leerlingen en zijn bewo ners heeft geholpen op de weg naar hun bestemming. „Melior Het is menselijk zich er rekenschap van te geven dat ook in het tijdelijke het werk, dat op Rolduc verricht werd, vrucht heeft gedragen. Wel nu, uit de lange, lange lyst van leerlingen, die eens dit centrum van Katholiek Ne derland bezochten, werden tot de Bisschoppelijke waar digheid verheven: Mgr Josephus H. Drehmans, tit.-Bisschop van Phacusa en coadjutor van de Bisschop van Roermond. Mgr Johannes Lemmens, Bisschop van Vancouver. Mgr Arnold Frans Diepen, tit.-Bisschop van Danaba, coadjutor en later Bisschop van 's-Hertogenbosch. Mgr Laurentius J. A. H. Schrijnen, Bisschop van Roer mond. Mgr Franciscus Geurts C.M. tit.-Bisschop van Rhinoclure en Apostolisch Vicaris van Yungpingfu. Mgr Joannes H. G. Jansen, Aartsbisschop van Utrecht. Mgr Godfried D. Frederix C.I.C.M., Apostolisch Vicaris van Noord-Kansoe en van Ning-Sia. Mgr Franciscus H. Schra- ven C.M., tit.-Bisschop van Amyclea en Apostolisch Vi caris van Chentingfu. Mgr dr J. H. Gulielmus Lemmens, tit.-Bisschop van Cardica, coadjutor en later Bisschop van Roermond. Mgr Constans Franciscus G. Kramer O.F.M., tit.-Bis schop van Europa en Apos tolisch Vicaris van Luanfu. Mgr dr J. M. J. Antonius Hanssen, tit.-Bisschop van Birtha en coadjutor van de Bisschop van Roermond. est sapientia cunctis pretiosissi- mis: De wijsheid is beter dan alle kostbaarheden". NAZARETH In Gallilea leeft nog het grootste aantal Arabieren. De plaatsen waar zij leven zijn eilanden van Oosterse cultuur, waar de tijd droefgeestig meesukkelt achter de ezel en de kameel. De Arabier heeft geen haast; zijn vader had geen haast en zijn kinderen zullen het ook niet hebben. Want dit is het verhaal dat zijn levensrhythme uitmaakt.. Hij kan daaraan niet ontkomen. En als Allah het niet gezegd heeft, dan is het zijn eigen ingeburgerde gemakzucht. Op de weg duikt hü op in een witte gesluierde eenzaamheid en hü bezit zijn ziel in dezelfde lüd- zaamheid als de ezel de zijne; want na de zon komt de maan en na de maan komt weer de zon. En nooit is het niet zo gebleken. Het is de wet der Oudheid. Intussen rust de zon met een zwaar en gloeiend oog op ziin witte burnous en verpul vert de grond tot stof. die onder de weemoedige hoeven van het seniele ezeltje in kleine wolkjes opdwarrelt. Een eindeloos lange weg door Galilea. Maar aan die weg komt een eind. En bovendien: „Allah is God-en Moham med is zijn profeet". Het zij zo. De Arabier heeft ken nelijk de eeuwigheid tot vriend. De tijd maalt, met hetzelfde droefgeestige rhythme als de door voet bewegingen voortbewogen molenstenen langs de kant van de weg de mi nuten in stukken. De zon drenst van verveling de temperatuur op tot zo on geveer 105 graden Fah renheit en de kamelen sukkelen amechtig naar de horizon. Het is het verhaal van Galilea, nog juist zoals het in de Bijbel beschre ven moet staan. Een ver haal met een begin en zonder eind. Want er leven in totaal nog 180000 Arabieren in Israël en die 180.000 wijzen naar onze auto en Een straatbeeld in Nazareth. zeggen: „Kijk, wat is dat een raar ding". Op een paar na. Maar zü zijn de cultuur van hun voorva deren vooruitgelopen op een wij ze. die de Koran niet toestaat. Gaiilea blijkt nog het meest ongeschonden deel te zijn van Israël. Plaatsen als Acre, Safed en Tiberias, ademen nog dezelfde typisch Oostelijke sfeer als hon derden jaren geleden. En voorde archeoloog moet dit land wel een onuitputtelijke bron zijn van rijk dom, want ge kunt hier geen stap verzetten zonder tegen een bouw werk op te lopen, dat eeuwen historie achter de rug heeft. In Acre zün het pilaren uit het Pa leis van Herodus en in Safed ligt het fort, waarin eens een Joods veldheer de stad tegen de Romei nen heeft verdedigd. Op deze grond Ge overweegt dat hier, op deze grond, een tweeduizend jaar ge leden de geschiedenis begon van het christendom. De heuvels van Galilea waren de zwijgende ge tuigen bij dit gebeuren en van hen af, ziet ge eindelijk neer op het meer van Tiberias, ofwel de Zee van Galilea. Hier, aan de oevers van dit meer. vond de wonderbare brood vermenigvuldiging plaats, hier ook werden de Apostelen Petrus en Andreas de eerste discipelen, hier wandelde Christus over het water dat zich nu langzaam schuurt tegen de walkant, waar op bananenbomen groeien. Op de berg, waarop Christus zijn berg rede hield, is een kerk gebouwd en verderop ligt de stad Tiberias, waar de oude warmwaterbronnen nog steeds getuigen van de waar heid. En de Arabier rekt zich uit in de schaduw en kükt alsof het leven hier aan hem voorbü gaat als een vermoeide os. Allah is overvallen U, zodra ge de eerste stap binnen de stad hebt gezet: ze laten U ook niet meer los voordat ge de laatste (buiten de stad) hebt gezet. En intussen zijt ge de prooi van de Arabische spitsvondigheid, die het geloof weet te exploiteren op een wijze, die de Christelijke Europeaan er gens de haren ten berge doen rij zen. Deze gids heeft de dynamiek van de gekerstende Arabier. Hij is zich plotseling ergens bewust geworden, dat zijn Arabische her komst en zijn Oosterse luiheid in de diepste dreven van zijn ziel. dienen omgezet te worden in een Christelijk^ activiteit. Hij draagt een pet, waarop hü in vier talen laat uitkomen, dat hij een gids is en dus alleszins bekwaam is om U de heiligheden te tonen zo als zij daar liggen. Die vier talen dienen alleen voor het feit. dat ge het eens niet mocht begrijpen. Hier leven enkel nog de Ara bieren en de tijd staat er stil. Op de achtergrond nog juist een beeld van de St. Jozef kerk, die gebouwd is boven het huisje van de H. Familie. God en Mohammed zijn profeet. Voor de rest mogen de mensen hun tüd verdoen in een drukte die hü niet begrüpt. In Nazareth is de Arabier nog volkomen heer en meester. Er is büna geen Jood die hier de moed en de kracht heeft kunnen op brengen om de Oosterse sfeer naar het andere einde van de wereld te vegen. Niet minder dan 21 duizend Arabieren slenteren in een zwij gende eenzaamheid door de nau we straatjes en houden hardnek kig de eeuwen tegen die voor de poort staan te trappelen van ongeduld. Van deze 21.000 zijn er nog 9.000 bedroefde aanhangers van de Moslem, terwül de rest zich verspreid heeft over de ver schillende vormen van het Chris tendom. Zü zün geraakt door de nabijheid van de Heilige Plaat sen en zij hebben deze „geraakt heid" getransformeerd tot een kennis van zaken die hen tot het nieuwe beroep van de „Gids der Heiligheden" heeft gemaakt. Ze zeer fijnzinnig gebaar onder zijn En als ge het toevallig dan nog niet mocht begrijpen, dan zal hij U dat wel vertellen met een stemverheffing, die de kerk van Maria Boodschap op haar grond vesten doet schudden. Het blijkt, dat hij geen man is die zich op de achtergrond houdt en dit is een zwakke uit drukking voor zich op de voor grond dringen. Tenslotte weet hij alles van Nazareth, want hij is hier geboren. En hü praat ook op afbetaling, zonder de naasten liefde in de praktijk te brengen; want elk woord van hem kost zo ongeveer tien piaster en dat is twintig cent. Hij zegt overigens dat ge zonder hem niets, maar dan ook niets zult begrijpen, van datgene wat ge wenst te zien. En hij kan het weten, want hij is hier geboren. Hij twijfelt er trou wens aan. dat ge wel iets zult zien. want hoe zult gij - achter lijke Europeaan - de weg kunnen vinden in de heiligste aller plaat sen? Nu hebt ge nooit geloofd, dat er ooit een Arabier in staat is zichzelf duidelijk uit te drukken. Maar ge zijt - vanwege de plaats - vergevingsgezind en vergeeft hem deze zelfoverschatting. De vraag, of het Frans, Duits of En gels moet zijn laat ge maar on beantwoord. want deze drie talen, onderscheiden zich bij hem alleen door een andere uitspraak maar niet door een andere woorden schat. Intussen is hij zover ge vorderd, dat hij het startsein geeft voor het grote vertrek. Dit startsein is volslagen on-Arabisch en veeleer Amerikaans. Het is 'n schuinwaarts gerichte hoofdknik, zoals men die in gangsterfilms kan zien. wanneer de leider van de bende het teken geeft tot een kid-nap. Er is nu geen weg terug meer en ge kunt niet beter doen dan U-zelf volkomen overleveren aan zijn vaardigheid. Als achterlijke Europeaan kunt ge tenslotte niets anders doen dan hg.m volgen, want uiteindelijk züt ge niet ge komen om vliegen te vangen. Uw gids met zün pet vol zes talen, schiet weg als een suize lende meteoor door de heilighe den van de stad. Ge hebt de grootste moeite om hem bij te houden en al rennende, denkt ge aan uw dokter en uw zwakke hart; maar uiteindelijk moet ge ontdekken, dat deze gecultiveer de Arabier een bepaald systeem volgt, volgens hetwelk hij de schoonheden van ziin stad aan U ontvouwt. Hij blijkt, om zo te zeggen goed thuis in zijn zaken. Hij richt onmiddellijk zijn schre den naar de kerk van Maria Boodschap, waar hij alle licht schakelaars precies weet te vin den. Hij ontdoet zich daar van zijn hoofddeksel, dat hij met een armen neemt en houdt intussen zijn hoofd schuin in afwachting van het ogenblik waarop ge ge reed zult zün naar hem te luiste ren. Dat duurt een ogenblik, want gij zijt hier niet zo goed thuis als uw Gids. die doelbewust op de kern van de zaak af weet te stormen. Alles „origineel" Hij zegt U, dat de nis waarin gü staat de „originele grot is, waarin Maria door de Engel Ga briël werd bezocht". Deze grot is echt en daaraan behoeft ge niet te twijfelen. Dit alles is hier gebeurd. Zijn encyclopaedische kennis rolt zich verder af, als een film, die met meesterlijke vaardigheid is gecomponeerd. Hü schudt jaar tallen uit zijn mouw van allerlei soorten kerken, die hier in de ■loop der eeuwen hebben gestaan en hij wijst U de restanten zon der zich ook maar een keer te vergissen. En dit is jammer, want als hij zich eens vergiste, dan zou het nog iets natuurlijks heb ben gehad. Er was een Byzantünse kerk en de Kruisvaarders hebben er ook een gebouwd. „En dit alles is echt en ge behoeft er niet aan te twijfelen". Hij informeert of ge alles hebt begrepen en verstaan en zodra ge „ja" hebt gezegd zet hü zijn pet weer op, en geeft op nieuw het startsein; hü vertrekt voor de volgende etappe, die als een soort „Col de Nazareth" er gens in de hoogte ligt. Uw gids wekt intussen de indruk alsof er een tijdschrijver achter hem staat met een stopwatch; hij stevent rceht op de tweede kerk af en wijst intussen links en rechts naar enkele steenrestanten van vroegere kerken. De tweede kerk. die volgens Uw gids, evenals de eerste door Franciscanen is ge bouwd, staat op de plaats waar de Heilige Familie heeft geleefd. Hü ratelt met een vaardigheid die alle devotie mist en schudt de feiten uit zijn mouw als een jongleur in heilige zaken. Intus sen staat ge in de ondergrondse ruimte waarin - volgens de his torie - Christus moet hebben ge leefd. En ge wenst opnieuw, dat uw gids een moment iets aan zijn stembanden kreeg of naar andere regionen verdween. Hü open baart U echter met een eigenlijk wel bewonderenswaardige vol harding, die verschillende gehei men, onder andere, dat St. Jozef hierboven zün werkplaats had. Uiteindelijk stort hij zich op nieuw naar buiten, onder de ver zekering, dat dit wel de twee „meest belangrijke" plaatsen zijn, waarna hij weer wegsnelt en ge hem - enigszins verbaasd - volgt. Hij sleept U mee naar een bin nenplaats, waar een Arabische timmerman op de grond bezig is zijn edel ambacht uit te oefenen. En uw gids (met zün zes talen) verklaart, dat dit nog op dezelfde wijze geschiedt als 2000 jaar ge leden. „Het is alles volkomen ori gineel en ge behoeft er niet aan te twijfelen". Uw gids heeft een zeer be krompen gevoel voor tüd en sleept U na een halve oog-opslag weer naar buiten. Daarbij wordt ge omzwermd door allerlei brui ne loodsvisjes, die bii hem beho ren en die U ansichtkaarten wil len verkopen van desnoods alle Heilige Plaatsen ter wereld. Tenslotte is er nog de moge lijkheid om, keurig verpakt in cellophaan, een stukje geelkleu rige steen te kopen, gehakt uit de rots van het huis waarin Christus leefde. En uw gids ver zekert U, dat uw kennissen in Nederland er blü mee zullen zijn. Uiteindelijk vertelt hij zeer be scheiden dat alle mensen in Na zareth nog even arm ziin als ten tijde van Herodus (wat natuur lijk'geen vergelijking is, want ge weet van Herodus niets), waar mee hij wil zeggen, dat hü niet van de wind kan leven. Ge moet hem een Israëlisch pond geven en dat is f 2,11. En ge geeft hem dat Israëlisch pond en zegt: „Het is volkomen origineel, ge behoeft er niet aan te twijfelen".

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Noordhollands Dagblad : dagblad voor Alkmaar en omgeving | 1954 | | pagina 7