Verlaten uithoek werd centrum
van Katholiek Nederland
850-jarig Rolduc heeft een
lange en boeiende geschiedenis
De Arabier heeft nergens haast
behalve in Nazareth
Wisseling van opgang en verval
Hü volgde het
Apostolisch le
ven, waarin ook
de H. Vader Au-
gustinus z'n leer
lingen had opge
leid. legde zich
toe op handen
arbeid zoals Sint
Paulus en droeg
linnen kleding
zoals Jacobus de
De naam Rolduc
Bisschoppenin
Rolduc gevormd
door Leo J. Derksen
Gidsen vergallen
Uw bezoek aan de
Heilige plaatsen
Zaterdag 9 October 1954
KERKRADE Het is stil,
hier in de aan natuurschoon
zo rijke Zuid-Oosthoek van
Limburg waar een schijnbaar
achteloos neergeworpen en
uitgerold stuk prikkeldraad de
plaats markeert van de Neder
lands-Duitse grens. Een enkele
douane-beambte, een verlate
vacantieganger en een lid van
de mijnpolitie zijn de enige
levende wezens in dit wel
haast geheel verlaten lijkende
gebied, dat desondanks een
grote en blijvende naam in de
geschiedenis van Katholiek
Nederland verworven heeft.
Hier immers vinden we Rol-
duc, een levend begrip voor
en een centrum van datzelfde
Katholieke Nederland, van-
waaruit een groot deel van de
godsdienstige, politieke en so
ciale actie van de Nederlandse
Katholieken is uitgegaan. Het
is een oord van genade, dit
Rolduc, dat deze maand op
enigszins feestelijke wijze
heeft herdacht hoe voor 850
jaar terug de eerste grondsla
gen werden gelegd voor dit
even belangwekkende als
schone plaatsje, dat een boei
ende en lange geschiedenis
kent.
Het begin van deze geschiede
nis, die niet alleen 'boeiend en
lang, maar tegelijkertijd ook
groot en groots is geweest, vangt
aan in 1104, toen, gelijk Abra
ham in Chaldea de stem van God
hoorde in het bevel: Verlaat Uw
Vaderland en ga naar het land,
dat ik u tonen zal", een eerbied
waardig, uit hoog-adellük ge
slacht gesproten priester, Ailber-
tus d'Antoing, door God werd
aangespoord om zijn vaderland,
waar hü aan de stiftschool te
Doornik de letteren onderwees,
te verlaten en Hem een heilig
dom te stichten op de plaats die
hem herhaaldelijk in droomge
zicht was getoond. Na een lang
durige en moeilijke tocht en al
leen vertrouwend op God vond
Ailbertus, die vergezeld was van
twee zijner broers, in de onmid
dellijke omgeving van 's Herto
genrode en temidden van dicht
begroeide wouden een „open
vlakte, met welig, bloemrijk gras
bewassen en rechts en links door
heldere fonteinen besproeid".
Daar, op dezelfde plaats waar nu
de crypte en het Priesterkoor
zich verheffen, verheft hij vol
vreugde de handen ten hemel en
valt dankend op de knieën. Hü
herkent de gezegende plek die
hem zo vele malen in visioenen
was getoond en besluit dat daar
in de loop der eeuwen ontelbare
malen het heilig Misoffer opge
dragen moet worden.
Gewijd aan Maria
Dra voelt Ailbertus, die ons
door een kroniekschrüver uit die
dagen getekend wordt als „trouw,
eerbaar en buitengewoon nede
rig priester, die uitmuntte door
vlekkeloze reinheid van zeden,
waarheidslievend in gesprek,
ijverig in het werk. mild in aal
moezen, rijk in gastvrijheid, vol
hardend in waken en vasten, vu
rig in gebed en vol Godsvrucht'
in 's Heren dienst", zich thuis
op deze uitverkoren plaats, die,
ook bü de landbewoners bekend
en heilig was. Terstond werd een
houten noodkapel opgericht en in
1106 volgde de bouw van een
Priesterkoor. Precies twee jaar
■later, op de feestdag van de Hei
lige Lucia, werd de plaats, be
stemd voor de kerk van Rolduc,
plechtig aan de H. Maagd en aan
Maagd en van de Aartsengel Ga
briel gewüd.
Ofschoon Ailbertus volgens ziin
eigen uitspraak het veel verhe
vener en verdienstelijker achtte.
zielen door Gods Woord te voe
den en te troosten dan kerken te
bouwen, omdat deze door de tand
des tiids te niet gaan, gene, naar
Gods beeld en gelijkenis gescha
pen, onsterfelijk zijn, lijdt het
geen twijfel dat de kerk en de
crypte door hem ontworpen en
dat de fundamenten van het ge
bouw door hem gelegd zün. Ook
moet aan hem de stichting van de
kloosterwoning bü de kerk en
het leggen van de fundamenten
voor het klooster toegeschreven
worden. Midden tussen de dichte
wouden, op het welig begroeide
bergvlak de zich even boven de
grond verheffende crypte, en, ten
Noorden hiervan, een ruime, in
een verdieping in sierlijke en
strenge bouwtrant opgetrokken
kloosterwoning dat was Rolduc
bü zijn ontstaan. Van de
crypte lezen wij, dat zij „een
overheerlüke nalatenschap is der
staat was de voor de kerkelijke
diensten onmisbare kloosterlin
gen te onderhouden; ik vond de
kloostertucht geheel en al ver
vallen en de overgebleven ge
bouwen van het huis bouwval
lig". Het wisselde elkaar af. ar
moe en rijkdom, voorspoed en
rampzaligheid.
Van een periode van opgang
lezen wü ergens, dat de Abdij
„niet het minste onder de 4.000
Augustijnerkloosters en niet de
minst rijke parel aan de kroon
van het beroemde bisdom van
Luik" was. Want niet alleen bin
nen de kloostermuren bleef de
invloed der abdij beperkt: Rolduc
was een centrum vanwaaruit
stralen van geloof en wetenschap
zich naar alle kanten verspreid
den. Vele kloosters, tot zelfs in
Friesland, waren aan de abten
van Rolduc onderworpen en vele
ook waren de parochies, die door
de kanunniken van Rolduc wer
den bediend. Ook telde de abdij
onder haar bezittingen vrouwen
kloosters en niet gering is de in
vloed geweest, welke van Rolduc
uitging op de bewoners van dat
lage land aan de zee, temidden
waarvan de Augustijnerkoorheren
arbeidden. En, zowel in tijden
van opgang als van verval, werd
bewaarheid dat de abdij terhulpe
werd gestaan door de Moeder der
Barmhartigheid en door de Hei
lige Gabriël, Haar Bruidsgeleider,
want „jaren gingen voorbij, ge-
middeleeuwen, een onomstotelijk
bewijs van de hoge ontwikkeling
der kunst in die duistere tüden"
en van de kerk, waar gedurende
zovele eeuwen Gods Woord ver
kondigd en Gods Altaargeheime
nissen gevierd zouden worden,
heet het, dat zij „in waardigheid
en zuiverheid van vormen met
de schoonste kerken in die bouw
trant aan de Rün kan wedijve
ren".
De woestijn
verblijdde zich
Nauwelijks was
Ailbertus met z'n
twee broers op
de nieuwe stand
plaats aangeko
men of „van alle
kanten stroomde
het volk naar
's Heren dienaar,
die een waar le
raar der zielen
was om de woor
den des heils uit
zün mond te ho
ren verkondigen
en om hem de
noodzakelijke le
vensbehoeften te
brengen; immers.
Ailbertus had al
zün goederen on
der de armen
van z;jn vader
land verdeeld,
willende de ar
moede van Chris
tus door eeuwige
gelofte navolgen.
Rechtvaardige. Hijzelf gebruikte De crypte, een „overheerlijke
noch vlees, noch wün, maar - -
oefende de gulste gastvrijheid je
gens vreemdelingen". Dra traden
leken in het klooster en 't duur
de niet lang of de kloosterge
meenschap was ontstaan en met
de profeet Isaias kon men het
loflied „Laetabitur deserta et
Het plaatsje Rolduc ont
leent haar naam aan het in
de onmiddellijke nabüheid
■gelegen stadje Rode, dat la
ter na het huwelijk van Hen
drik II, hertog van Limburg,
met Mathilde, Hertogenrode
genoemd werd. Het woord
Rode duidt op ontginning en
de plaats, waar eens de pries
ter Ailbertus de eerste hand
legde aan de bouw van het
tegenwoordige Rolduc, was
dus een ontgonnen plek van
de hertog. De naam der abdy'
is in de oudste stukken: ec
clesia sanctae Mariae et sancti
Gabrielis, eenmaal Mons
sanctae Mariae: berg der
Heilige Maria. Later werd
het: ecclesia conventus roden-
sis. monasterium de rode du-
cis, doester van Rode, Gods
huis van Cloisterrode, Cloos-
terrade, Kloosterrade en in
de laatste eeuwen abbatia
rodensis, abbaye de Rode-le-
Duc of, samengetrokken,
Rolduc.
Een klein gedeelte van de
bibliotheek, die is onder
gebracht in een bijzonder fraai
exsultabit solitudo" - „De woeste
nij zal zich verblüdcn, De dorre
landstreek jub'len luid; Haar hart
zal zich van vreugd verwijden.
En botten als een lelie uit" - aan
heffen.
Reeds in 1118 werd Rolduc een
klooster van de Augustijner
Koorheren of. beter gezegd, van
de Reguliere Kanunniken van de
H. Augustinus, gesticht. En dan
begint de eigenlijke geschiedenis
van dit huis Gods. een historie
die wel is terug te brengen tot
twee woorden: opgang en verval.
Nu eens verkeert het klooster in
welstand en dan weer bevindt de
Abdij zich in een toestand, welke
een kroniekschrüver uit die da
gen doet schrijven: Ik vond het
klooster door brand, plundering,
aanhoudende oorlogen, en niet
minder door de zorgeloosheid van
verschillende abten tot zulk een
en sierlijk bewerkte kamer, armoede gebracht, dat het niet in
nalatenschap der middeleeu
wen", markeert de plaats, die
eens de vrome priester Ailber
tus op Gods bevel tot stille
wijkplaats koos om met zijn
medebroeders in heilige afzon
dering God te dienen. Hier
boven een klein gedeelte van
deze crypte.
slachten verdwenen,
due bleef".
alleen Rol-
De oudste school
„Virgo sine labe concepta, aedes
hasce defende". Deze bede, in een
nis bii de hoofdingang geplaatst,
is verhoord geworden want nog
immer waakt de Maagd, zonder
erfsmet ontvangen, over dit huis.
Dat blijkt wel uit het feit, dat
deze oudste school in ons vader
land, met slechts weinige jaren
onderbreking tot op heden voort-
bestaat. Dat van de eerste jaren
af aan het Godshuis een school
verbonden was wordt duidelijk,
wanneer wij lezen, dat in 1122
het houten kloostergebouw door
de baldadigheid van twee leer
lingen in vlammen opging. „Van
den beginne af", zo verhaalt ons
een kroniekschrijver, „werden in
dit klooster de schone letteren
onderwezen". De grammatica,
rheorica, dialectica, de musica,
arithmetica, geometria en de as-
tronomia waren „de wegen, die de
leerling bewandelen moest voor
dat h;j zich aan de studie der
heilige bladzijden (de Heilige
Schrift) kon wijden. En ook op
deze wijze werd in Rolduc apos-
■tolaatswerk verricht: de school
leverde aan de maatschappij uit
stekende mannen in alle betrek
kingen en niet weinig zijn zii
geweest, de goede burgers voor
de Staat, de uitstekende Chris
tenen voor de Kerk, de voorbeel
dige leden voor het Priesterschap
en de toekomstige heiligen voor
de Hemel, die in Rolduc gevormd
zijn.
Nadat Rolduc in 1794 door de
Franse legerbenden in beslag is
genomen en gedurende een groot
aantal jaren de gruwel der ver
woesting in en rondom deze hei
lige plaats heerst, wordt het eer
tijds zo rük bevolkte eigendom
een eenzaam en verlaten erf, aan
de vernielzucht van tijd en men
sen prijsgegeven. Gods tempel is
een kazerne, de bijgebouwen zijn
een paardenstal geworden. In de
ruime kapittel- en bibliotheek
zaal speelt de jeugd uit de om
liggende dorpen. De bittere treur
zang der profeet geldt ook voor
het verlaten, geheel verlaten
Rolduc: „Helaas!, hoe eenzaam
zit de stad. die eens vol van volk
was. De koningin is weduwe ge
worden, de beheerseres gaat ge
bukt onder schattingen. Zij weent
de nacht door en niemand komt
haar troosten. De wegen Sions
treuren omdat niemand komt om
feest te vieren, haar poorten zijn
vernield, haar priesters zuchten
en zü zelve is overstelpt van bit
tere weemoed".
Nu: kleiu-semiuarie
Doch op de treurzangen der
lij densdag en volgde het alleluia
der verrijzenis. In 1817 werden
de eerste stappen gedaan om aan
Rolduc een nieuwe bestemming
te geven: Klein-Seminarie van 't
Bisdom Luik, welke haar verwe
zenlijking vonden in 1831. De
splitsing tussen Nederland en
België had ook gevolgen voor
Rolduc: in 1843 werd het semina
rie van Luik afgenomen; toen
volgde een nieuwe periode: Rol
duc werd Seminarie van Roer
mond en sinds 1946 werd Rolduc
het officieel en uitsluitend Klein
Seminarie. Seminarie voor de op
leiding en vorming van de Pries
terstudenten uit het Bisdom
Roermond. En vandaag de dag
zijn er 475 leerlingen, die hier op
deze gewüde grond en in deze
historische omgeving, hun oplei
ding ontvangen ais toekomstige
priesters. Zij studeren daar
onder de hoede van 35 geestelij
ken en van 4 lekenleraren en
hun verzorging berust bij de on
geveer vijftig nonnen, die beho
ren tot de „Kleine zusters van
de Heilige Jozef" te Heerlen.
Grote, invloedrijke
betekenis
En zo is er in die 850 jaar maar
weinig verandert. Ook nu, even
als toen, ontvangt Rolduc de
bloem der Kerk, de hoop der Na
tie en verspreidt het de verwar
mende stralen der wetenschap,
die van God en Kerk uitgaan. De
betekenis van Rolduc door al die
eeuwen heen is niet gemakkelijk
te peilen, want wat onder de
adem van de Heilige Geest in de
zielen van hen, die Rolduc in de
loop der tijden hebben bevolkt,
plaats greep, onttrekt zich aan de
beschrijving van anderen.
Het is het geheim van God en
mens, zoals God ook alleen weet
wat er van hen geworden is.
De leraren, die hun werktaak
elke dag van het jaar begonnen
met de „stille" Mis, die hun les
sen hebben gegeven van trimes
ter tot trimester hebben 'n werk
verricht, dat hun priesterschap
waard was; een werk van opvoe
ding, dat blijvende vrucht zou
dragen. En het zijn de leerlingen,
de beweeglijke ziel van het Rol-
ducse leven, die van Rolduc een
stempel hebben meegekregen op
hun persoonlükheid en dit stem
pel heel hun leven behouden
hebben. De leraren: zij hebben
hun taak op Rolduc tot hun dood
volbracht of zü zijn op rijper
leeftijd in de directe zielzorg
gegaan en hebben verder lief en
leed met hun parochianen ge
deeld of wel zijn zij in hogere
functies van Kerk of Staat in
het licht der openbaarheid getre
den. De leerlingen: zij zijn pries
ter geworden; zij hebben als mis
sionaris het Geloof verkondigd in
verre streken of zij hebben in
andere functies de gemeenschap
gediend: zü hebben de goede
strüd gestreden; zij zijn nuttige
leden geworden van Kerk en
maatschappij: zij hebben zielen
voor Christus gewonnen en zij
De eenvoudige, sierlijke en
daardoor juist zo treffende
kerktoren van Rolduc, het
geografisch en geestelijk mid
delpunt van deze nederzetting
in Limburg's Zuid-Oosthoek.
hebben getuigd, dat Rolduc niet
tevergeefs heeft bestaan en nog
bestaat. De uiteindelijke waarde
van het werk. dat op Rolduc ver
richt werd is hierin gelegen, dat
het zijn leerlingen en zijn bewo
ners heeft geholpen op de weg
naar hun bestemming. „Melior
Het is menselijk zich er
rekenschap van te geven dat
ook in het tijdelijke het werk,
dat op Rolduc verricht werd,
vrucht heeft gedragen. Wel
nu, uit de lange, lange lyst
van leerlingen, die eens dit
centrum van Katholiek Ne
derland bezochten, werden
tot de Bisschoppelijke waar
digheid verheven:
Mgr Josephus H. Drehmans,
tit.-Bisschop van Phacusa en
coadjutor van de Bisschop
van Roermond.
Mgr Johannes Lemmens,
Bisschop van Vancouver.
Mgr Arnold Frans Diepen,
tit.-Bisschop van Danaba,
coadjutor en later Bisschop
van 's-Hertogenbosch.
Mgr Laurentius J. A. H.
Schrijnen, Bisschop van Roer
mond.
Mgr Franciscus Geurts C.M.
tit.-Bisschop van Rhinoclure
en Apostolisch Vicaris van
Yungpingfu.
Mgr Joannes H. G. Jansen,
Aartsbisschop van Utrecht.
Mgr Godfried D. Frederix
C.I.C.M., Apostolisch Vicaris
van Noord-Kansoe en van
Ning-Sia.
Mgr Franciscus H. Schra-
ven C.M., tit.-Bisschop van
Amyclea en Apostolisch Vi
caris van Chentingfu.
Mgr dr J. H. Gulielmus
Lemmens, tit.-Bisschop van
Cardica, coadjutor en later
Bisschop van Roermond.
Mgr Constans Franciscus
G. Kramer O.F.M., tit.-Bis
schop van Europa en Apos
tolisch Vicaris van Luanfu.
Mgr dr J. M. J. Antonius
Hanssen, tit.-Bisschop van
Birtha en coadjutor van de
Bisschop van Roermond.
est sapientia cunctis pretiosissi-
mis: De wijsheid is beter dan
alle kostbaarheden".
NAZARETH In Gallilea leeft nog het grootste aantal
Arabieren. De plaatsen waar zij leven zijn eilanden van
Oosterse cultuur, waar de tijd droefgeestig meesukkelt achter
de ezel en de kameel. De Arabier heeft geen haast; zijn vader
had geen haast en zijn kinderen zullen het ook niet hebben.
Want dit is het verhaal dat zijn levensrhythme uitmaakt..
Hij kan daaraan niet ontkomen. En als Allah het niet gezegd
heeft, dan is het zijn eigen ingeburgerde gemakzucht.
Op de weg duikt hü op
in een witte gesluierde
eenzaamheid en hü bezit
zijn ziel in dezelfde lüd-
zaamheid als de ezel de
zijne; want na de zon
komt de maan en na de
maan komt weer de zon.
En nooit is het niet zo
gebleken. Het is de wet
der Oudheid. Intussen
rust de zon met een zwaar
en gloeiend oog op ziin
witte burnous en verpul
vert de grond tot stof. die
onder de weemoedige
hoeven van het seniele
ezeltje in kleine wolkjes
opdwarrelt. Een eindeloos
lange weg door Galilea.
Maar aan die weg komt
een eind. En bovendien:
„Allah is God-en Moham
med is zijn profeet". Het
zij zo.
De Arabier heeft ken
nelijk de eeuwigheid tot
vriend. De tijd maalt, met
hetzelfde droefgeestige
rhythme als de door voet
bewegingen voortbewogen
molenstenen langs de
kant van de weg de mi
nuten in stukken. De zon
drenst van verveling de
temperatuur op tot zo on
geveer 105 graden Fah
renheit en de kamelen
sukkelen amechtig naar
de horizon.
Het is het verhaal van
Galilea, nog juist zoals
het in de Bijbel beschre
ven moet staan. Een ver
haal met een begin en
zonder eind. Want er
leven in totaal nog 180000
Arabieren in Israël en die
180.000 wijzen naar onze auto en Een straatbeeld in Nazareth.
zeggen: „Kijk, wat is dat een raar
ding". Op een paar na. Maar zü
zijn de cultuur van hun voorva
deren vooruitgelopen op een wij
ze. die de Koran niet toestaat.
Gaiilea blijkt nog het meest
ongeschonden deel te zijn van
Israël. Plaatsen als Acre, Safed
en Tiberias, ademen nog dezelfde
typisch Oostelijke sfeer als hon
derden jaren geleden. En voorde
archeoloog moet dit land wel een
onuitputtelijke bron zijn van rijk
dom, want ge kunt hier geen stap
verzetten zonder tegen een bouw
werk op te lopen, dat eeuwen
historie achter de rug heeft. In
Acre zün het pilaren uit het Pa
leis van Herodus en in Safed ligt
het fort, waarin eens een Joods
veldheer de stad tegen de Romei
nen heeft verdedigd.
Op deze grond
Ge overweegt dat hier, op deze
grond, een tweeduizend jaar ge
leden de geschiedenis begon van
het christendom. De heuvels van
Galilea waren de zwijgende ge
tuigen bij dit gebeuren en van
hen af, ziet ge eindelijk neer op
het meer van Tiberias, ofwel de
Zee van Galilea.
Hier, aan de oevers van dit
meer. vond de wonderbare brood
vermenigvuldiging plaats, hier
ook werden de Apostelen Petrus
en Andreas de eerste discipelen,
hier wandelde Christus over het
water dat zich nu langzaam
schuurt tegen de walkant, waar
op bananenbomen groeien. Op de
berg, waarop Christus zijn berg
rede hield, is een kerk gebouwd
en verderop ligt de stad Tiberias,
waar de oude warmwaterbronnen
nog steeds getuigen van de waar
heid. En de Arabier rekt zich uit
in de schaduw en kükt alsof het
leven hier aan hem voorbü gaat
als een vermoeide os. Allah is
overvallen U, zodra ge de eerste
stap binnen de stad hebt gezet:
ze laten U ook niet meer los
voordat ge de laatste (buiten de
stad) hebt gezet. En intussen zijt
ge de prooi van de Arabische
spitsvondigheid, die het geloof
weet te exploiteren op een wijze,
die de Christelijke Europeaan er
gens de haren ten berge doen rij
zen.
Deze gids heeft de dynamiek
van de gekerstende Arabier. Hij
is zich plotseling ergens bewust
geworden, dat zijn Arabische her
komst en zijn Oosterse luiheid in
de diepste dreven van zijn ziel.
dienen omgezet te worden in een
Christelijk^ activiteit. Hij draagt
een pet, waarop hü in vier talen
laat uitkomen, dat hij een gids
is en dus alleszins bekwaam is
om U de heiligheden te tonen zo
als zij daar liggen. Die vier talen
dienen alleen voor het feit. dat
ge het eens niet mocht begrijpen.
Hier leven enkel nog de Ara
bieren en de tijd staat er stil.
Op de achtergrond nog juist
een beeld van de St. Jozef
kerk, die gebouwd is boven
het huisje van de H. Familie.
God en Mohammed zijn profeet.
Voor de rest mogen de mensen
hun tüd verdoen in een drukte
die hü niet begrüpt.
In Nazareth is de Arabier nog
volkomen heer en meester. Er is
büna geen Jood die hier de moed
en de kracht heeft kunnen op
brengen om de Oosterse sfeer
naar het andere einde van de
wereld te vegen.
Niet minder dan 21 duizend
Arabieren slenteren in een zwij
gende eenzaamheid door de nau
we straatjes en houden hardnek
kig de eeuwen tegen die voor
de poort staan te trappelen van
ongeduld. Van deze 21.000 zijn er
nog 9.000 bedroefde aanhangers
van de Moslem, terwül de rest
zich verspreid heeft over de ver
schillende vormen van het Chris
tendom. Zü zün geraakt door de
nabijheid van de Heilige Plaat
sen en zij hebben deze „geraakt
heid" getransformeerd tot een
kennis van zaken die hen tot het
nieuwe beroep van de „Gids der
Heiligheden" heeft gemaakt. Ze zeer fijnzinnig gebaar onder zijn
En als ge het toevallig dan nog
niet mocht begrijpen, dan zal hij
U dat wel vertellen met een
stemverheffing, die de kerk van
Maria Boodschap op haar grond
vesten doet schudden.
Het blijkt, dat hij geen man
is die zich op de achtergrond
houdt en dit is een zwakke uit
drukking voor zich op de voor
grond dringen. Tenslotte weet hij
alles van Nazareth, want hij is
hier geboren. En hü praat ook
op afbetaling, zonder de naasten
liefde in de praktijk te brengen;
want elk woord van hem kost zo
ongeveer tien piaster en dat is
twintig cent. Hij zegt overigens
dat ge zonder hem niets, maar
dan ook niets zult begrijpen, van
datgene wat ge wenst te zien. En
hij kan het weten, want hij is
hier geboren. Hij twijfelt er trou
wens aan. dat ge wel iets zult
zien. want hoe zult gij - achter
lijke Europeaan - de weg kunnen
vinden in de heiligste aller plaat
sen?
Nu hebt ge nooit geloofd, dat
er ooit een Arabier in staat is
zichzelf duidelijk uit te drukken.
Maar ge zijt - vanwege de plaats
- vergevingsgezind en vergeeft
hem deze zelfoverschatting. De
vraag, of het Frans, Duits of En
gels moet zijn laat ge maar on
beantwoord. want deze drie talen,
onderscheiden zich bij hem alleen
door een andere uitspraak maar
niet door een andere woorden
schat. Intussen is hij zover ge
vorderd, dat hij het startsein
geeft voor het grote vertrek. Dit
startsein is volslagen on-Arabisch
en veeleer Amerikaans. Het is 'n
schuinwaarts gerichte hoofdknik,
zoals men die in gangsterfilms
kan zien. wanneer de leider van
de bende het teken geeft tot een
kid-nap.
Er is nu geen weg terug meer
en ge kunt niet beter doen dan
U-zelf volkomen overleveren aan
zijn vaardigheid. Als achterlijke
Europeaan kunt ge tenslotte niets
anders doen dan hg.m volgen,
want uiteindelijk züt ge niet ge
komen om vliegen te vangen.
Uw gids met zün pet vol zes
talen, schiet weg als een suize
lende meteoor door de heilighe
den van de stad. Ge hebt de
grootste moeite om hem bij te
houden en al rennende, denkt ge
aan uw dokter en uw zwakke
hart; maar uiteindelijk moet ge
ontdekken, dat deze gecultiveer
de Arabier een bepaald systeem
volgt, volgens hetwelk hij de
schoonheden van ziin stad aan U
ontvouwt. Hij blijkt, om zo te
zeggen goed thuis in zijn zaken.
Hij richt onmiddellijk zijn schre
den naar de kerk van Maria
Boodschap, waar hij alle licht
schakelaars precies weet te vin
den. Hij ontdoet zich daar van
zijn hoofddeksel, dat hij met een
armen neemt en houdt intussen
zijn hoofd schuin in afwachting
van het ogenblik waarop ge ge
reed zult zün naar hem te luiste
ren. Dat duurt een ogenblik,
want gij zijt hier niet zo goed
thuis als uw Gids. die doelbewust
op de kern van de zaak af weet
te stormen.
Alles „origineel"
Hij zegt U, dat de nis waarin
gü staat de „originele grot is,
waarin Maria door de Engel Ga
briël werd bezocht". Deze grot
is echt en daaraan behoeft ge
niet te twijfelen. Dit alles is hier
gebeurd.
Zijn encyclopaedische kennis
rolt zich verder af, als een film,
die met meesterlijke vaardigheid
is gecomponeerd. Hü schudt jaar
tallen uit zijn mouw van allerlei
soorten kerken, die hier in de
■loop der eeuwen hebben gestaan
en hij wijst U de restanten zon
der zich ook maar een keer te
vergissen. En dit is jammer, want
als hij zich eens vergiste, dan
zou het nog iets natuurlijks heb
ben gehad.
Er was een Byzantünse kerk en
de Kruisvaarders hebben er ook
een gebouwd. „En dit alles is
echt en ge behoeft er niet aan te
twijfelen". Hij informeert of ge
alles hebt begrepen en verstaan
en zodra ge „ja" hebt gezegd zet
hü zijn pet weer op, en geeft op
nieuw het startsein; hü vertrekt
voor de volgende etappe, die als
een soort „Col de Nazareth" er
gens in de hoogte ligt. Uw gids
wekt intussen de indruk alsof er
een tijdschrijver achter hem staat
met een stopwatch; hij stevent
rceht op de tweede kerk af en
wijst intussen links en rechts
naar enkele steenrestanten van
vroegere kerken. De tweede kerk.
die volgens Uw gids, evenals de
eerste door Franciscanen is ge
bouwd, staat op de plaats waar
de Heilige Familie heeft geleefd.
Hü ratelt met een vaardigheid
die alle devotie mist en schudt
de feiten uit zijn mouw als een
jongleur in heilige zaken. Intus
sen staat ge in de ondergrondse
ruimte waarin - volgens de his
torie - Christus moet hebben ge
leefd. En ge wenst opnieuw, dat
uw gids een moment iets aan zijn
stembanden kreeg of naar andere
regionen verdween. Hü open
baart U echter met een eigenlijk
wel bewonderenswaardige vol
harding, die verschillende gehei
men, onder andere, dat St. Jozef
hierboven zün werkplaats had.
Uiteindelijk stort hij zich op
nieuw naar buiten, onder de ver
zekering, dat dit wel de twee
„meest belangrijke" plaatsen zijn,
waarna hij weer wegsnelt en ge
hem - enigszins verbaasd - volgt.
Hij sleept U mee naar een bin
nenplaats, waar een Arabische
timmerman op de grond bezig is
zijn edel ambacht uit te oefenen.
En uw gids (met zün zes talen)
verklaart, dat dit nog op dezelfde
wijze geschiedt als 2000 jaar ge
leden. „Het is alles volkomen ori
gineel en ge behoeft er niet aan
te twijfelen".
Uw gids heeft een zeer be
krompen gevoel voor tüd en
sleept U na een halve oog-opslag
weer naar buiten. Daarbij wordt
ge omzwermd door allerlei brui
ne loodsvisjes, die bii hem beho
ren en die U ansichtkaarten wil
len verkopen van desnoods alle
Heilige Plaatsen ter wereld.
Tenslotte is er nog de moge
lijkheid om, keurig verpakt in
cellophaan, een stukje geelkleu
rige steen te kopen, gehakt uit
de rots van het huis waarin
Christus leefde. En uw gids ver
zekert U, dat uw kennissen in
Nederland er blü mee zullen zijn.
Uiteindelijk vertelt hij zeer be
scheiden dat alle mensen in Na
zareth nog even arm ziin als ten
tijde van Herodus (wat natuur
lijk'geen vergelijking is, want ge
weet van Herodus niets), waar
mee hij wil zeggen, dat hü niet
van de wind kan leven. Ge moet
hem een Israëlisch pond geven
en dat is f 2,11. En ge geeft hem
dat Israëlisch pond en zegt: „Het
is volkomen origineel, ge behoeft
er niet aan te twijfelen".