EEN LAST
DE EERSTE REIS OM DE WERELD
NEDERLANDSE PROPERHEID
STROBLOEMEN
Revolutionnaire lijnen bij
de mantels
Sierlijke hulp voor
slechthorende dames
en wat een Franse abt
daarvan dacht
Voor mannen die
geen hoed dragen
X-
X-
IN DE
VI'
X
X
X
X
X
X
ZATERDAG 9 OCTOBER 1954
Ook in Londen werd een
nieuwe mode geboren
Korte avondjapon van zwarte kant met bloemmo
tieven. Passementerie langs het décolleté en de
aanzet van de crinoline rok, welke laatste in een
aantrekkelijk contrast staat met de slanke leest
van de taille.
JPerzelfdertijd dat Parijs zijn modellen
aan den volke vertoonde, kwamen ook
de 12 voornaamste Londense modehuizen
in Downingstreet met hun nieuwe winter
mode op de proppen. Beroemde persoon
lijkheden, als de hertogin van Kent, Lady
Churchill en Mariene Dietrich, woonden de
ihow bij. De Engelse Minister van Finan
ciën, Richard Butler, trad op als gastheer
erwijl de Franse- en Italiaanse ambassa-
leurs met hun echtgenoten ook kwamen
djken welke concurrentie hier voor hun
sigen landen viel te duchten, want Londen
peelt op het ogenblik zeker geen onbelang
rijke rol in de internationale mode-indu
strie.
Hoewel de rokken in alle collecties enkele cen
timeters korter waren, zijn de vooraanstaan
de Engelse modeontwerpers toch op een vrouwe
lijker lijn geïnspireerd dan hun Franse collega's.
UIT EEN OUD REISVERHAAL
De dames uit de achttiende eeuw bezaten, volgens de schrijver,
een bedaardheid, welke niet verre was van ongevoeligheid
p regenachtige Zondagmiddagen vermaken we onszelf wel eens een
uurtje met het bladeren in een oud boek, vol wetenswaardigheden
uit vroeger eeuwen. Daar vindt men uitgebreide beschrijvingen van
bruiloften en doopfeesten, rechtszittingen, weeshuizen en wat al niet
meer. Ditmaal stuitten we op een beschrijving van Nederland, die
we onze lezers niet willen onthouden. Omstreeks 1770 verscheen in
Frankrijk een boek, geschreven door een abt, over zijn ervaringen op een reis door
de lage landen. Vooral de Nederlandse properheid speelt daarin een belangrijke
rol. Zo staat ergens over de Amsterdamse huizen te lezen: „Hier ziet men de Neder:
landse zindelijkheid, die zich in allerlei gebruiken openbaart, zoals het vegen der
voeten bij het binnengaan van een kamer, het lopen op matten en tapijten, het
spuwen in een vaas of in zand en het er op nahouden van een afzonderlijk ver:
trek, een heiligdom, dat de mooie schilderijen en het zeldzaam porselein bevat en
waarin de meid niet mag komen dan op haar blote voeten.
STRATEN SCHONER DAN HET
FRANSE VAATWERK
Men ziet in Nederland straten, zo gaat de
Franse schrijver verder, met klinkers, die
zindelijker worden gehouden dan ons meest
gewassen vaatwerk. Er zijn zelfs hulzen, waar,
om de gang niet vuil te maken, de vrouw de
man op haar rug draagt, als ze zijn pantoffels
niet bij de hand heeft om ze hem te doen
aantrekken.
De meiden zouden de dienst verlaten van
een meester, die haar niet veroorloofde elke
Zaterdag de meubels naar de zolder te dragen
om het huis van onder tot boven te wassen."
Ook op het platteland schijnt onze abt goed
te hebben rondgekeken, want hij zegt: „Zelfs in
de Nederlandse dorpen vindt men geen hutten,
geen lompen, geen gebrek, geen modder. Alle
huizen zijn geplaveid, zindelijk, welvarend. Hoe
veel grote steden in Frankrijk zijn er niet, noch
zo groot, noch zo rijk, noch zo bevolkt?" Over
welke dorpen van tweehonderd jaar geleden mag
de schrijver het toch hebben? Wij zouden hem
deze zomer best eens flink door de modder heb
ben kunnen laten lopen!
Aannemelijker is zijn beschrijving van de
Nederlander op vacantie buiten.
(Advertentie)
,,Hoofd"-stukken uit het leven der familie
„Wanneer de Nederlander buiten is, brengt hij
al de tijd, die hij niet aan tafel zit, door in een
koepel van geverfd hout met vensters, aan de
kant van een sloot met groen en stinkend water,
en verbeeldt zich dan gedompeld te zijn in de
genietingen van het buitenleven. Hij zit daar
dan met de pijp in zijn mond, naast zijn vrouw,
die geen woord zegt."
En wij, mensen van vandaag, stelden ons nog
wel van die gezellige theepartijtjes voor, als
we die oude tuinkoepeltjes zo langs de vredig
kabbelende Vecht zagen staan. Maar gezellige
partijtjes zijn er volgens de reizende Fransman
ook al niet bij. Luister maar naar z|jn mening
hier over:
„Als ge in een huis moet souperen, inviteert
men u des morgens, volgens de aangenomen
spreekwijze, „op een slaadje". In sommige grotere
huizen zendt men u een gedrukt kaartje. Voor
het heengaan betaalt men z|jn fooi aan de dienst
boden. Men moet plechtig uitgenodigd zijn, zelfs
om niets dan een kopje thee te drinken of een
treurige whist te spelen, in een zaal waar gé
niet ziet lachen en gewoonlijk ieder om 9 uur
naar huis gaat. Deze genotvolle samenkomsten
heten Saletten en de dames hechten er zo'n
grote waarde'aan, dat ze menen, dat er niets aan
het geluk van de vreemdeling ontbreekt, wanneer
ze hem vergunnen er deel aan te nemen. Het
ceremonieel wordt zover gedreven, dat een zoon
des huizes, die niet meer bij
zijn vader inwoont, verplicht is
Allemaal hem te verwittigen, dat hij er
kómt eten."
is het dubbel noodzakelijk het haar regelmatig te wassen.
„Maar denk er om, niet met zeep", raadt moeder Allemaal
haar zoon Karei. „Zeep maakt het haar stug en dof. Alsje
blieft, hier is de fles FAMBRO. Dat is wat anders, wat beters
De beste familie-shampoo, die er is. Een en al reinigende
kracht, een en al schuim en toch een en al zachtheid voor
haar en hoofdhuid. Wjj allemaal gebruiken FAMBRO. Dat
kan best, want zo'n grote gezinsflacon kost maar ƒ1.25;
voldoende voor 30 wassingen. Goedkoper en beter kan niet!"
Mooie boerinnetjer
Al reizend heeft onze Franse
verslaggever, zijn landsaard ge
trouw, ook de vrouwen om zich
heen, goed opgenomen. En al
heeft hij het dan over het alge
meen over „allemaal mooie boe
rinnetjes", de dames komen er
niet zo plezierig af als We wel
zouden wensen. „De schoonheid
der Nederlandse vrouwen, haar
gelaatskleur en trekken, spraak
en houding, alles duidt een be
daarde aard aan, maar die niet
verre is van ongevoeligheid
Laat iemand voor het huis zijn
been breken, zoals dat soms bij
zware vorst gebeurt, dan zal de
vrouw des huizes er met een
hoogst medelijdende en aller
zachtste uitdrukking naar kij
ken. Ze wilde wel, dat die onge
lukkige niets gebroken had.
maar nooit zal ze toestaan dat
nen hem in haar gang drage.
vaarvan hij hét marmer vuil
ou kunnen maken."
De schouderlijn heeft zich iets verbreed. Het
silhouet der japonnen is zeer slank. In tegenstel
ling tot Parijs is de taille sterk geaccentueerd. De
lijfjes sluiten strak om het figuur, doch verdoeze
len geenszins de natuurlijke vormen. De rokken
zijn nauw, die der avondjaponnen echter zeer wijd.
Wat de mantels betreft schijnen de couturiers
van Londen en Parijs een compromis te hebben
gesloten. Hoewel de modellen nogal uiteen lopen,
vertonen zij toch over het algemeen een sluik as
pect. Ingezette mouwen overheersen. De mantels
met aangeknipte mouwen vallen dermate ruim,
dat de draagster er in uitziet als een slakje in een
te groot huis.
Lange revers, knoopsluitingen die doorlopen tot
aan de zoom en laaggeplaatste zakken duiden
ook op een streven naar een langgerekt silhouet.
In andere gevallen zorgt een garnering van bont,
fluweel of van een mantelstof in een contrasteren
de kleur langs het gehele voorpand voor een lang-
i
m I Ui
«■li»!:
I
''.vfcv
makend effect. Meestal is de .kraag hierin ver
werkt.
Redingotes zijn minder klokkend dan voorheen;
zo kreeg een model van Creed alle ruimte op de
rug en werd daar vanaf de zijnaad door een laag-
afhangende ceintuur bijeen gehouden. Lachasse
ontwierp o.a. een beeldig jasje van zware
crèmekleurige tweed, met een diepe inzet van de
mouw. Een ceintuur hield het ruime klokkende
model in de taille bijeen. De rechthoekige halsuit
snijding werd aan voor- en achterzijde opgevuld
door een soort plastron van leverbont met een
even omgeslagen kraag.
Als materiaal voor de mantels; veel tweed en
4iigharige wollen stoffen, ook veel laken.
Pas op de kakkerlak. Dat insect met een geschie
denis zo lang als zijn voelsprieten is een vervaar
lijk drager van ziektekiemen. Mlllioenen jaren heeft
de kakkerlak dit al volgehouden, hij was al actief
nog voor de dinosaurus zijn entree op het aards
toneel maakte.
Er bestaan heden ten dage verscheidene soor
ten kakkerlakken, die variëren van kleur en af
meting. Vijf soorten zijn zich bij de mensen goed
thuis gaan voelen. Dat zijn de grote Oosterse,
Australische en Amerikaanse types, de kleinere
Duitse kakkerlak en de bruin gestreepte kakker
lak.
Vanwege hun voorkeur voor plaatsen waar le
vensmiddelen worden bewaard of toebereid leve
ren ze voor de mens een groot gevaar op. Toen het
eerste vermoeden rees dat de kakkerlak een bron
van besmetting was, bleek het vooralsnog moei
lijk dit vermoeden te bevestigen. Ook stuitte men
op de algemene overtuiging dat de kakkerlak
„naar" en „vies" was, maar verder ongevaarlijk.
Geduldig laboratoriumonderzoek heeft nu bewe
zen dat de kakkerlak inderdaad een hoogst gevaar
lijke v|jand van de mensheid is.
Kakkerlakken zijn dragers en verspreiders van
salmonellabacillen: een bacteriënfamilie die ver
antwoordelijk is voor de meest uiteenlopende aan
doeningen en ziekten, van voedselvergiftiging tot
Het laatste snufje voor dames, die hardhorend
zijn, of aan doofheid lijden was in Londen te zien:
een paarlencollier, met als rijgdraad het snoer van
een gehoorapparaat. Op een onzichtbare manier
zijn versterkerstuk en oorsiuk verbonden.
typhus toe. Vooral kinderen hebben te lijden onder
infecties die door salmonellabacillen zijn teweeg
gebracht, en die zich uiten in langdurige zwakte,
vaak met dodelijke afloop.
De kakkerlak verspreidt infectie door zijn vieze
gewoonten. Hij is een veelvraat. Hij eet tot hij
overgeeft, en eet dan opnieuw. Zijn uitwerpselen,
die hij op het voedsel achterlaat, vormen een idea
le voedingsbodem voor massa'kwaadaardige ba
cillen.
De kakkerlak moet dus worden uitgeroeid. Hier
toe moeten levensmiddelen voor hem worden on
toegankelijk gemaakt, en moeten vuil en afval
nauwgezet worden opgeruimd, want daar is de
kakkerlak dol op. Ook kunnen insectendodende
middelen worden gebruikt.
Gelukkig kan de medische wetenschap tegen
woordig krachtig optreden tegen de gevaarlijke
bacillen die door de kakkerlak worden achterge
laten, maar toch alleen wanneer tijdig wordt inge
grepen.
De huisvrouw moet echter waakzaam blijven
wat betreft de kakkerlak, want het insect houdt
ons al millioenen jaren gezelschap en heeft in die
tijd wel het een en ander geleerd: de mens is niet
zijn eerste vijand! (ISPS).
mm
1 11
s A-
-A o
Zivare tweed in de kleuren zwart en
nootmuskaat met gouddraad doorweven,
vormt het materiaal van deze mantel, die
door de garnering met opossum een
langmakend effect
Deze week in de tuin
Er iB een tijd geweest, dat er in geen enkel huis
'n bosje strobloemen ontbrak. Het was meestal het
enige, dat aan zon en zomer herinnerde ln de
sombere wintermaanden. Nu hebben wij ook in
het koude jaargetijde volop verse bloemen en
daardoor zijn de „immortellen" een beetje op de
achtergrond geraakt. Toch verdienen ze wel onze
aandacht, want er bevinden zich fraaie soorten
onder: de soortenrijkdom is zelfs uitgebreider dan
wordt gedacht en ook de kleuren lopen nogal uit
een, zodat er in de droogbouquetten altijd wel de
nodige variatie is aan te brengen. Men hoeft dus
niet een paar maanden tegen de zelfde bloemen
aan te k|jken.
De hierbij afgebeelde Helichrysum is een van
de mooiste soorten. Evenals de meeste strobloe
men kan deze (denkt u daar t.z.t. eens aan!) in
het laatst van April in de volle grond worden ge
zaaid. De immortellen worden op het toppunt van
hun bloei op een zonnige dag geplukt en dan na
verwijdering der bladeren met de bloemen omlaag
op een lichte plaats te drogen gehangen.
Htn.
t, 1.25 per grote gezinsflacori
W|j hebben het in de Cockpit al eens over de
Franse schrijver Jules Verne gehad. Die man
schreef ta zijn tijd fantastische boeken, zoals
„Veertig duizend Mijlen onder Zee," De Reis naar
de Maan," „Een Reis om de Wereld iin tachtig
dagen," enz. Het mooie is wel, dat al die fan
tastische dingen, die toen niemand kon of wilde
geloven, nog uitgekomen zjjn ook. Behalve die
reis naar de maan dan. Maar dat doen we mis
schien nog eens! Over dat boek „In Tachtig Dagen
_de Wereld rond" sloegen de mensen de handen in
'elkaar. Zo vlug kön dat toch niet! Maar later deed
de Zeppelin er twaalf dagen over, en de vliegtui
gen hebben dat record weer verbeterd. Nog èvên,
en de Cockpit vliegt in één dag de wereld rond!
Maar nu zal ik jullie eens wat vertellen over
de eerste reis om de wereld. Dat is erg lang ge
leden. Amerika was pas dertig jaar tevoren (in
1492) door Columbus ontdekt. Een dappere Por
tugese zeevaarder, Magelhneii geheten, vroeg aan
Keizer Karei V schepen om van Spanje, over
Amerika heen, Indonesië te bereiken. De keizer
gaf Magelhaen vijf schapen en op 10 Augustus
1519 voer de ondernemende Portugees een Spaanse
haven Uit.
Het werd een zeer moeilijke en avontuurlijke
tocht. Een van de schepen ging in Zuld-Amerika
verloren en op een ander brak muiterij uit. En na
een jaar had Magelhaen nog steeds de zeestraat
niet bereikt, die hij moest passéren om naar Indo
nesië te komen. Pas in November 1520 kwam liij
daar aan, en toen verloor hij weer een schip. Door
stormen of klippen? O nee. Maar de bemanning
van dat schip had schoon genoeg van de gevaar
lijke reis. Ze wendde stiekem het roer en
ging op eigen houtje naar Spanje terug!
Magelhaen maakte dus met slechts drie schepen
de tocht door de zeestraat, die sindsdien naar hém
genoemd werd. Maar het wemelde er van gevaar
lijke klippen en het duurde dan ook twintig volle
dagen voor hij er doorheen was. Toen kwam de
kleine vloot in de geweldige oceaan, die door Ma
gelhaen de Stille Zuidzee gedoopt werd, en daar
moest men nog vier maanden varen voor men de
eerste eilanden van Oost-Azië in zicht kreeg.
De bemanning had het zwaar te verduren door
het toenemend gebrek aan levenemiddelen en nog
meer door het gebrek aan water in die brandende
hitte; maar Magelhaen wist door zijn heldhaftig
voorbeeld de moed er in te houden. Jammer ge
noeg, zou hij zelf de reis niet ten einde brengen.
Toen nij landde op een van de Philippljnse eilan
den, werd h|j daar b|) een gevecht met de inboor
lingen gedood. Een groot aantal van zijn gezellen
verloor eveneens het leven, en de bemanning
was nu zo gedund, dat ze een van de drie schepen
moest verbranden, omdat daar toch geen volk
meer voor was.
De overgeblevenen zetten nu koers naar Borneo,
en vandaar naar de Molukken. En toen raakten
ze weer een schip kw|it. Het werd opgeëist door
Portugezen, die daar woonden, Merk je wel, dat
deze tocht veel lijkt op het verhaal van de tien
kleine negertjes?
Dat allerlaatste schip keerde om de zuidkust
van Afrika naar Spanje terug. Op 7 September
1522 bereikte het de haven, waar hêt drie Jaar
tevoren was uitgevaren. De eerste reis om de we
reld was volbracht! Maar zij had ontzettende of
fers gekost.
Verzen van Frederik
Die ouwe zeerob Magelhaen
Heeft in zijn tyd voor niks gestaan.
Maar 'k ben toch stiekem in mijn sas,
Dat ik by hèm geen scheepskat was.
Want bij al dat gebrek aan eten,
Had hy my zeker opgevreten.
Zijn leven gered!
In dê tijd van de wrede koning Lodèwijk de
Elfde leefde er een sterrewlohelaar. De man was
heel beroemd, maar hij was zo dom geweest zich
de ongenade van de koning op de hals te'halen.
Lodèwijk liet hem bij zich roepen. H|) had tevoren
zijn soldaten bevel gegeven, dat ze de man op een
afgesproken teken uit het venster moesten gooien.
0e 'sterrewichelaar die dus uit de sterren de
mensen de toekomst voorspelde voelde zich
lang niet op z|jn gemak, toén hij b|j de koning
ontboden werd,, en was op alles vóórbereid. Spot
tend sprak de koning: „Je kunt immers zo goed
de toekomst voorspellen. Kun je mij nu ook zeg
gen, hoe lang jij zelf leven zult?"
De slimme waarzegger begreep wel, wat voor
een lot hem wachtte. Zonder iets van zijn angst tê
laten blijken, antwoordde hij kalm: „Majesteit,
heel zeker kan ik dat niet voorspellen, maar wèl
kan ik met zekerheid zeggen, dat ik drie dagen
vö&r uwe Majesteit sterven zal."
Bij het horen van deze woorden werd de bij
gelovige koning zo bang, dat hij niet meer het
afgesproken teken durfde geven! Hij liet de waar
zegger zo gauw mogelijk vertrekken.
Versproken
Dokter: „Ik zal u honderd gulden moeten reke
nen voor het genezen van uw doofheid".
Patiënt: „Wat zegt u, dokter?"
Dokter: „Ik zeg, dat de rekening honderd gul
den bedraagt."
Patiënt: „Ik versta niet, wat u zegt."
Dokter: „Dan zal ik u maar niets berekenen."
Patiënt: „Dank u, dokter."
Nieuwe raadsels
Ik ben soms oud, soms jong, soms koning, soms
bedelaar, en toch alt|jd dezelfde. Wie ben ik?
II.
Ik doe veel kwaad en verdien onthoofd te wor
den. Dan bén ik een mooie bloem. Onthooft men
mij dan weer, dan pr|)k ik aan de hemel.
m.
Welke woning van twee lettergrepen wordt be
taald met de tweede on eerste lettergreep.
IV.
VERBORGEN DIEREN:
Ik heb eerst de jurk aangepast.
Ko en Wim z|jn naar het strand gegaan.
Is Flip aardiger dan Jan?
Ze bracht de brief naar het slot van de her
tog. (2)
Paula mag ook mee. (2)
V.
In welk gewoon drinkglas kan men onmogelijk
water schenken?
Ik word in ieder huls en in elke school gebruikt.
Wie ben ik?
VII.
LADDKRRAADSEL
lo (bovenste) sport is een bit
tere drank.
O
x
0
0
0 0
0 0
2de sport is een zoete drank.
3de sport is een vis
4de sport is een stad ln Fries
land.
5de sport Is een meisjesnaam.
Gde sport z||n meisjes dikwijls!
(maar mannen ook,
zegt Fronkje)
7de sport ander woord voor
plaat.
De woorden bestaan alle uit 5 letters en de mid
delste letters vormen van boven naar beneden ge
lezen een RIVIER.
De oplossingen van deze raadsels hoef je NIET
OP TE STUREN.
Tot slót nog een mopje, wnar Koos Stan mee
plaagde:
A. „Mijn vader was oen Pool."
B. „Wat Interessant Noord of Zuid?"
Flauw, hè? Ik neem maar gauw afscheid. Tot
de volgende week!
PILOOT.