j7 ?j r* Wij luiden het
Evolution en Couture fruitseiZoen uh
M
HEDENDAAGS HANDWERK
DE PILOOT LIGT IN HET ZIEKENHUIS
COCKPIT i
1V
COTONEASTERS
99
99
RECEPTEN VOOR APPEL
EN PEERGERECHTEN
Nederlandse vrouw grijpt Weer
naar haar borduurnaald
Griffe voor de eerste
keer in Amsterdam
IN DE
C.
Deze week in de tuin
ZATERDAG 6 NOVEMBER 1954
Fraaie expositie in Amsterdam
p|||| |p
-
Appelen en peren zijn de vreugde van dit
seizoen. Het zullen de laatste verse vruchten Van
vaderlandse bodem zijn voor het eerste lentefruit
zijn intrede doet. Daarom zullen wij er eens extra
van genieten.
Dat betekent niet, dat wij u aanraden steeds
appelmoes of stoofpeertjes als groente te geven.
Want al zijn vruchten gezond, de groente ver
vangen mogen ze niet. Het is trouwens helemaal
niet nodig appelen en peren te verwerken. Rauw
zijn ze heerlijk en vormen ze een goede oefening
voor het gebit. De jeugd heeft ook daarom zijn
rauwe appel wel nodig.
Daarnaast echter zullen onze kinderen, evenals
wijzelf, genieten van een gerecht, waarin appelen
en peren verwerkt zijn. Wilt u zo'n, fruitgerecht
bij de warme maaltijden geven, laat het dan als
toespijs zijn. Dat er daarvoor meer mogelijkheden
zijn dan appelmoes en stoofperen zonder meer
hopen wij met de volgende recepten te bewijzen.
Stoofperen met rijstebrij
kg stoofperen, 50 g (3 eetlepels) suiker,
kaneel; 3/4 liter melk, 100 g (1 dl) rijst, 60 g (4
eetlepels) bruine suiker, boter of margarine, ka
neel, desgewenst een pakje vanillesuiker.
De peren schoonmaken, in vieren snijden en
zachtjes gaarkoken in water met suiker en kaneel.
De peren uit het nat nemen en in een schaal of in
eenpersoons schaaltjes overdoen. De melk aan de
kook brengen, de rijst er in strooien en zonder
roeren gaar koken in ongeveer een uur. De helft
van de suiker er door roeren en desgewenst
vanillesuiker. De rijst over de peren uitgieten, en
het gerecht warm opdienen met boter of marga-
ine en een mengsel van suiker en kaneel.
Een smakelijke variatie is aan te bréngen dooi
de peertjes te stoven met een paar oranjesnippers.
Schuimkoppannekoek
1 groot ei, 35 g (3% eetlepel) bloem, 1 dl (y2
kopje) melk, zout, 250 g moesappelen, suiker,
boter of margarine.
Het ei scheiden in dooier en wit. De dooier met
de bloem en het zout dooreenmengen, bij scheutjes
tegelijk de melk toevoegen en alles samen tot een
glad beslag roeren.
De moesappelen schillen, in stukken snijden,
ontdoen van klokhuis en met zeer weinig water
gaarkoken, zodat een dik appelmoes ontstaat. Het
moes gladroeren en met suiker op smaak afmaken.
Het eiwit zeer stijf slaan en vermengen met een
eetlepel suiker. In een koekenpan een stukje boter
of margarine laten smelten. Het beslag er bij doen
en de pannekoek aan twee kanten goudbruin bak
ken. Terwijl de pannekoek nog in de pan ligt het
appelmoes er over uitspreiden en hierop het eiwit
leggen. Een deksel heetvnaken en op de koekenpan
leggen, zodat het eiwit gaar kan worden. Het ge
heel opdöen op een warme schotel en warm op
dienen.
Tn deze tijd, waarin alles steeds sneller, gemakkelijker en technisch moet gebeuren,
leeft in ons land het echt vrouwelijke handwerk weer op. Zou het een echt vrouwe
lijke reactie zijn, dit tegen de keer in zijn, en de behoefte voelen uren met een naald be
zig te zijn iets eigens te maken, juist nu de bordurende naaimachines en de in-twee-uur-
een-paar-sokken-klaar breimachines allerwegen terrein winnen? Het zou best kunnen,
al is het niet zeker te zeggen. Maar hoe het ook zij, het feit ligt er, dat de vrouwen in
Nederland weer naar de borduurnaald grijpen. En hoe! De tentoonstelling „Hedendaags
handwerk" in Amsterdam gaf er een fraai beeld van.
EEN DOEL DAT HET NASTREVEN
W AARD IS
Deze tentoonstelling werd georganiseerd dooi
de stichting „Goed Handwerk", den Haag.
Het lijkt ons niet onnuttig even iets over deze
stichting te zeggen. Er is een nauwe samenwer
king tussen deze stichting- en de maandbladen „De
vrouw en haar huis" en „Ons gezin". Enkele ja
ren geleden vroeg een dezer bladen zijn lezeressen
om wat handwerk op te sturen en zo een over
zicht mogelijk te maken van wat er in Nederland
op dit gebied gepresteerd werd. Welnu, de redac
tie werd bedolven onder een enorm aantal lelijke
dingen. Toen kwam in 1950 de stichting „Goed
Handwerk" tot stand met als programma: „trach
ten in Nederland het handwerk op hoger peil^te
brengen en de kunstzin te ontwikkelen; zij wil de
verkoop van goede en verantwoorde handwerken
bevorderen". Wel een doel, dat het nastreven
waard is.
Op de tentoonstelling in Amsterdam was in drie
zalen een keur van mooie handwerken samenge
bracht. In de eerste zaal anoniem werk van Ne
derlandse 'huisvrouwen, in de tweede buitenlands
borduurwerk en in dé derde tenslotte werkstuk
ken van Nederlandse kunstnaaldwerksters.
De Nederlandse vrouw blijkt haar inspiratie te
putten in het buitenland: linnen tafelkleden naar
Italiaanse trant, fijn kantwerk, en Veel invloeden
uit Denemarken, Zweden en Engeland. Hierover
kan men zich niet verbazen, wanneer men de
prachtige handwerkboeken Uit die landen ziet. Het
meeste plezier hebben we gehad van de merklap-'
pen. Herinnert u zich uw merklap van de lagere
school nog? Het alphabeth, uw naam, de cijfers
van 1 tot en met 9, en een Grieks randje, alles
met rode katoen op een witte lap. Dat wil zeggen,
toen u begon was hij wit. Aan het' einde van uw
wekenlange strijd was hij meestal wat grijzer ge
worden. Dat was voor ons tot nu toe allemaal aan-
het begrip merklap verbonden. Tot onze schande
moeten we eerlijk bekennen, dat" het ten onrechte
was. Nu hebben we geleerd, dat een merklap een
geborduurd schilderij kan zijn. Er waren er bij
voorbeeld twee, de één ter gelegenheid van een
70ste verjaardag, de andere voor een zilveren
Bijna elke mantel uit het Parijse -huis van
Jacques Griffe vertoont deze vorm, en deze
lijn. Dus ruim rond de schouders en vrij
ruime mouwen. Dit model „Cendrillon" is
afkomstig uit de boutique, en werd in ma-
ron-kleur getoond in het Amsterdamse Vic
toria Hotel. Lichtgewicht raHné is de kwa
liteit, die tevens warmte garandeert.
Voor de eerste keer kwamen vijf ambassadrices
van Jacques Griffe naar Nederland. Vijf man
nequins, die met een serie couture modellen het
huis van deze zéér jonge Franse ontwerper in het
Amsterdamse Victoria Hotel vertegenwoordigden.
Revoiutionnair is de collectie van Jacques Griffe
niet, wel hebben de modellen uit dit huis een
rustige élégance. Jacques Griffe is, evenals Char
les Montalgpe, een leerling van Madame Vieonette.
De vrouw, die mét Coco Chanel, Polret en Worth,
een dertig jaren geleden tot de grootste ontwer-
pers(sters) werd gerekend. Bijna alle vooraan
staande Parijse ontwerpers(sters) zijn voortgeko
men uit de school van Chanel, Vieonette, Poiret
of Worth.
Door zijn degelijke opleiding gaan vakmanschap
en élégance bij Griffe hand in hand. Vanaf twee
honderdnegentig gulden kan men in de boutique
van Griffe een charmante cocktailjapon, een cos-
tuum, of mantel bestellen. De modellen, bestemd
voor de boutique, noemt Griffe zijn collectie
„Evolution". Twintig modellen gingen deze keer
naar de boutique, de rest is uitsluitend couture.
Maar couture of evolution, Jacques Griffe weet
met materialen wonderen te verrichten. Zijn
kleine avondjaponnen zijn óf kort, óf vallen even
boven de enkels. Deze japonnen worden voor een
groot deel gemaakt van zéér dunne wollen jersey.
Gegarneerd met glanzende satijn, behoren deze
rustige (deftige) creaties tot de top-modellen.
Schitterend zijn de ceintuurloze zwarte wollen
namiddagjurken. Bij deze japonnen vallen de
sluitingen aan de achterkant; ze zijn mouwloos en
hebben ronde halzen. Ze worden gecombineerd
met een korte blousende jacket of een geklede
mantel van tweed of wollen fantasiestof. Mét
jacket kan de japon reeds 's morgens worden
gedragen; voor de avond behoeft de draagster de
jacket slechts uit te doen om gekleed te zijn.
Tweed is het materiaal van Griffe voor de
ochtend-costuums. Tweeds in prachtige tinten,
waarvan bijv. het costuum „Maitre Pierre" ver
vaardigd werd. Maitre Pierre bestaat uit een rok
en een half-lang jasje van groen-met-blauwe
tweed, waardoor een rood draadje loopt. De bij
behorende blouse werd gemaakt van oranje /ril
len jersey. Vallen de jasjes van de sportieve cos-
tuums ruim rond de schouders, de wollen lamée
jersey pakjes voor de cocktail en de avond zijn
aansluitend, met draperieën bij de enkel of dub
bele sluitingen. Draperieën vragen sterk de aan
dacht in de gehele collectie. Een eenvoudige
zwarte namiddagjapon krijgt van Griffe een ge
drapeerde zijden ceintuur, waaraan een breed-
uitlopende satijnen slip wordt bevestigd.
Naast héél veel zwart brengt Griffe ook vrolijke
tinten als groen, geel, oranje, rose en een enkele
keer een felrode kleur. Griffe voor de eerste keer
in Amsterdam Wij hopen dat het niet de laat
ste keer is' geweest.
HALLO COCKPITTERS!
Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen
en jullie het treurige nieuws vertellen:
DE PILOOT LIGT IN HET ZIEKENHUIS!
Hoe dat Zo komt? Nu, dat is een heel verhaal.
Toen We laatst op Bokkumeroog waren, bij tan
te Aag natuurlijk, hebben we bokkum gegeten;
want nea-gens hebben ze zulke heerlijke malse
bokkum als juist daar. Het eilandje heet dan ook
niet voor niets Bokkumeroog. We zijn hier in de
cockpit allemaal dol op vers gerookte bokkum,
maar de piloot is er gewoon stapel op!
Daarom had hij nog wat bokkum meegenomen
en hij schaamde zich zeker een beetje voor zijn
gulzigheid die verstopt achter onze radiotoe
stellen. Elke dag, voor we de lucht in gingen, pikte
hij eerst zo'n bokkumpje. Hij deed dat altijd heel
stiekem.maar nu weten wij er alies van!
De vorige week Woensdag had hij juist zo'n visje
voor de dag gehaald toen hij buiten geroepen
werd. Er was iets met de stuurboordmotor. De pi
loot stapte uit, maar omdat hij natuurlijk niet met
een bokkum in de hand bij ohze chef-monteur kan
komen, legt hij het visje even op het instrümen-
tenbord.
Frederik, die nog gekker op vis is dan de piloot,
had al met kromme rug en opgestoken staart snor
rend rondgelopenHij hoopte ook op een stuk
je, minstens op de staart; maar nu zag hij de
kans van zijn leven om een héle bokkum op de
kop te tikken
De piloot was de cockpit nog niet goed en wel
uit of Frederik had de vis van het instrumenten-
bord afgehaald; hij vloog ér mee op een van de
fluwelen stoelen en ging lekker liggen smullen.
Froukje, onze stewardess, ziet het en wordt na'
tuurlijk woest op die dikke katmet zo'n vette
bokkum op onze mooie lichtgrijze fluwelen ze
tels. .1 Een van de passagiers zal daar met haai'
zijden jurk op gaan zitten!
Dus grijpt ze Frederik in zijn nek, trekt hem de
bokkum uit de bek en mikt dat half afgekloven
ding het cockpitraampje üit. Beter zo'n vet, glib
berig ding op het beton van de startbaan dan Op
onze mooie zetels.
Dan gaat Froukje weer aan het werk; koffie
zetten, tijdschriften klaar leggen en zo meer.
De piloot komt weer terug naar het toestel. Hij
wil weer instappen, kijk niet goed uit Waar ie
loopt, glijdt uit over de bokkum en ligt languit
'op de grónd
Zo kwam die snoeperd te pas!
Wij lachen natuurlijk en Frederik rond springen
van de pretMaar we lachten niet lang, want
het was lelijk aangekomen. Een gebroken been en
lelijk gebroken ook
Zo komt de gulzigaard te pas!, maar op zo'n
ogenblik zeg je dat natuurlijk niet.
Wat hadden we een medelijden met die arme
piloot; behalve Frederik, die snorde gewoon van
de pret. Het leek wei Of hij „ha-ha-ha!" riep en
Koos, de telegrafist, zei dat hy hem duidelijk „lek
ker" had horen roepen. Stanislaus de boordwerk
tuigkundige, werd er toch zó giftig van dat ie de
zwarte kat een schop gaf, zfydat ie de hele .dag ver
der onder de stoelen is blijven zitten.
Er kwam een dokter, toen een ziekenauto en
inplaats van naar de Jacbttentoohstelling in Düs-
seldorf (Duitsland) te vliegen, werd de piloot nu
naar het ziekenhuis gereden.
Vooreerst blijft hij daar. Zijn been zit van onder
tot boven in het gips. Het is zo stijf als een plank
en als je er op tikt klinkt het helemaal hol.
Hij ligt nu de hele dag mooie boeken te lezen
en daar kan hij later dan weer het een en ander
uit vertellen; dat is tenminste nog een geluk bij
het ongeluk.
Door al die narigheid konden we die dag niet
meer vertrekken, Vooreerst zal ik nu liet vliegtuig
moeten besturen. Ik ben nog pas een paar jaar in
de vliegerij en dus niet zo'n oude rot als de eerste
piloot. Maar ik heb m'n brevet en je kunt er op
rekenen dat ik jullie veilig rond zal vliegen.
Tot de volgende week. Dan gaan we toch maar
naar de Jachttentoonstelling.
De tweede BHoot:
Tante Aag van Bokkumeroog stuurde ons het
volgende telegram:
heb altijd wel gezegd dat vliegen kwajongens-
Werk is stop mij te gevaarlijk top blijf liever op de
zandgrond van bokkumeroog stop
■ante aag van bokkumeroog.
Die tante Aag heeft er weef niets van begrepen.
We seinden daarom onmiddellijk terug;
vliegen volkomen ongevaarlijk stop bokkum eten
zeer gevaarlijk stop piloot gleed uit over bok-
kumeroogse bokkum stop zwaar gewond in liet
ziekenhuis stop
bemanning cockpit.
I.
II.
III.
IV.
V.
(Advertentie)
f. 1.25 per grote
gezinsflacon
Herstelt de natuurlijke glans I
De schipper van de Seven Seas
Herinneren jullie je nog hoe we enkele maanden
geleden iets vertelden over André Bouwmeester;
'n Nederlandse jongeman van 25 jaar? Met een
klein bootje ging hij een reis maken over de zeven
wereld-zeeën. Daarom heette dat bootje de „SEVEN
SEAS". Het jacht was 11 m lang, 3y2 m breed. De
motor had 30 P.K. Duizend liter drinkwater nam
André mee, 100 kilo aardappelen, tweehonderd
blikken conserven en natuurlijk nog veel meer. Na
zevetl maanden varen is.hij nu in Willemstad (Cu
rasao) aangekomen. Al het werk heeft hy op reis
zelf moeten doen. Hij was kok, kapitein, stuurman,
matroos; allemaal op z'n eentje! Het grootste geluk
had hij op het einde van de reis. De vreselijke or
kaan „Hazel" raakte hem juist niet.Een week
of Zes blijft hij Wat ttrusten en in die tijd maakt
hij zyn boot weer in orde. Dan gaat hij weer ver
der. De Atlantische Oceaan is hij al overgestoken;
nu nog de zes qndere zeeën.
Goede reis, André!
Raadsels
Wie zijn wij?
1. Ik héb één oog en kan niet zien.
2. En ik heb een en twintig ogen én zie
evenmin.
3. Ik loop dag en nacht en Blijf toch op mijn
plaats.
4. Overdag laat men mij veel lopen en tocll kom
ik niet vooruit.
Oplossing van de raadsels
van vorige week
Ouder worden.
Een antwoord.
De kleermaker, Hij hééft zélf 2 Ogen; zijn
schaar heeft 2 ogen, en zijn naald 1 oog.
Met pepermunt.
Met een d.
Een rozenkransdopje maken
Zo langzamerhand komt
het Sinterklaasfeest al
mooi dichtbij. In de win
kels kun je dat wel zien,
maar.... dat kost geld
en veel geld. Omdat jul
lie arm en handig zijn
heeft Froukje een mooi
werkje voor jullie uitge-
knobbeld, iets dat ieder
een' kan maken en dat
niet veel geld kost. Je
moet een stuk kunstleer
kopen Van 20 bij 8 centi
meter. Wanneer je het
rozenkransdopje wat-ster
ker wilt maken plak je
er aan de binnenkant
eerst voering tegen; een
stevige voering in een
bij het leer passende
kleur. Met lijm uit tube
tjes gaat dat prima. Mooi
gelijk aanstrijken en dan
onder iets zwaars laten
drogen.
Wanneer de voering
stevig op het kunstleer
vast zit begin je te teke
nen zoals de werkteke
ning aangeeft. Teken zo
dun mogelijk en met pot
lood, anders kun -je de
lijnen er later niet meer
uitkrijgen. De maten op de tekening zijn allemaal'
-In centimeters!
A op B gevouwen (let op de vouwlijnen!) vormt
het eigenlijke zakje. C is de klep die, gevouwen op
de bovenste vouwlijn, over A sluit.
Knip vooral mooi strak! Wie een kartonmesje en
een ijzeren liniaal heeft kan nog beter snijden,
want dat geeft strakkere lijnen. Maar liever knip
pen dan snijden, als je dut niet gord kunt!
De onderkant bij A tekenen we eerst recht. Dan
meten we, precies Vanuit het midden, iy2 cm af en
trekken de twee schuine lijnen naar de hoekpun
ten. Die inspringende hoek staat mooi en maakt
het uithalen van de rozenkrans gemakkelijker. De
punten van klep C knippen We Wat rond bij.
Nu komt een secuur werkje: bet liaaien. We
leggen A op B en zetten de hoekpunten van A
op B vast met) wat lijm en een paar wasknijpers.
Dan kan het leer bij het naaien niet meer schui
ven. We naaien met een kool'dachtige zijden
draad; niet te dun, maar ook niet te dik. Eyen
voorprikken op de gaatjes maakt het werk ge
makkelijker. De kunst is nu om de steken recht
on pl-ecies even groot te maken. Denk eraan dat
er bij het begin een knoopje komt en dat jë links
en rechts keurig afhecht. Je zult wel geen gereed
schap hebben om de drukknoop op A en C vast te
zetten. Het best ls daarom dat je maar eens hij
jullie schoenmaker gaat praten; die kan je daar
mee zeker helpen, want htj heeft er het gereed
schap voor.
Doe je best. Het is geen moeilijk werkje en het
resultaat is een IJzersterk rozenkransdopje.
Froukje,
bruiloft, die allebei een compleet familie-archief
bleken. Zo maar allemaal losse motiefjes in heel
fijne kruissteekjes en heldere kleuren. Op die
bruiloftslap werd het middenstuk gevormd door
vijf wiegjes op een rijtje, el'k met een jaartal er
onder. In de hoeken namen en jaartallen, en over
al tussendoor kleine prentjes, die natuurlijk voor
de betrokkenen even zovele herinneringen beteke
nen. Met eindeloos geduld gemaakt natuurlijk,
maar wat een kostbaar geschenk vergeleken met
een in het net geschreven bruiloftsvers.
Ook merklappen-zo-maar waren er te zien, zoals
d'ie mooie, grote, die een grootmoeder voor haar
kleindochter-maakte, met als tekst „Moge Elsje in
haar leven als de zon haar warmte geven", en
daaromheen springende hertjes en eendjes in een
vijvertje.
Bij de wandkleden vielen ons nog twee kleine
werkstukken op. Het een was een boeketje bloe
men op een licjite achtergrond, dat ons deed den
ken aan de motieven op een stuk 18de eeuws bro-
caat.
Het andere stelde een rijtje vrouwenfiguurtjes
voor, elk in een poortje op een tegelvloertje in
perspectief, Elisabeth van Oostenrijk, Maria
Stuart enz., een waar keizerinnengalerijtje.
Een werkstuk van geheel andere aard was een
tafellaken, geborduurd voor een ronde tafel, wit
op wit. Midden op een stuk spiegelglas in bijzon
dere vorm en op elke hoek daarvan een porselei
nen figuurtje. Het grappige was n,u, dat rondom
dit stuk spiegel een brede rand geborduurd was
in precies dezelfde vorm, met in de hoeken een
afbeelding van het beeldje, dat er boven stond.
We kunnen maar enkele grepen doen Uit het
grote aantal tentoongestelde stukken. En we
moeten helaas wat sneller door de tweede zaal,
waar het 'buitenlandse werk ligt. Hier was o.a.
Hongaars borduursel te zien in een prachtige
kleur rood, brede randen in kleine kruisjes, met
de contouren in zwart. Een Zweeds wandkleed
riep associaties op aan glas-in-lood: op een beige
lap lijnfiguren in verschillende kleuren grijs.
Modern en mooi
Tenslotte dan de zaal waar de gasten van deze
tentoonstelling hum werk lieten bewonderen.
Kunstnaaldwerksters, maar we zouden hen lieveV
naaldkunstenaressen willen noemen. Erneé van
de Linden-'t Hooft, Erica Freund, Lies Gunte-
naar, Chris Enthoven en Hildegard Brom-Fischer.
Van de laatste een schitterend Wandkleed: Ma
donna met St. Jacobus". Prachtig van sierlijke
lijnen en 'zacht groene tinten. AppUcatiewerk,
maa, op de stof geporduurd met steentjes en
steekjes, waardoor een rijk effect wordt verkre
gen.
Van Erica Freund een „Ontmoeting van Maria
en Elisabeth". Dit doek was op grove jute gebor
duurd tnet dikke wol in een eenvoudige stop-
teohniek. Donkere kleuren groen, blauw, rood en
oker maken het tót eên Warm geheel.
Ook Ernéé vain de Linden gebruikt tamelijk
dikke wol, maar in helderder kleuren en op licht
fond. „Het vertrek" bijv. was gewerkt op nógal
hobbelige, crème gordijnstof, waardoor een eigen
aardig relief ontstaat. Een schilderachtig geheel
door de herfstachtige tinten en de fijne vrouwen
figuren.
Ook hier weer tot on-ze spijt slechts een greep
uit het vele.
We kunnen onze lezeressen van harte aanbevelen,
een dergelijke tentoonstelling van hedendaags
handwerk te gaan zien, wamneer ze daartoe enigs
zins in staat zijn. Het zal een bron van inspiratie
blijken en een vreugdevolle belevenis tevens. Er
wordt door de Nederlandse vrouw op handwerk
gebied veel waarlijk moois en belangrijks gepres
teerd.
IDA.
Wanneer de zomerbloeiende planten hun tijd
hebben gehad, trekken de besdragende
heesters de aandacht. De cotoneasteraoorten ne-
njen daarbij geenszins de laatste plaats in. De
mees,t bekende is wel de C. horizontalis, de prach
tige gevelbedekker, die thans met eên menigte
van rode besjes getooid is. Maar er zijn nog vele
andere variëteiten, waarop wij de aandacht wil
len vestigen. In hoogte variëren ze van twintig
centimeter (de C. dannmeri) tot drie, ja zelfs vier
meter (C. wateri).
De C. horizontalis, die ongeveer tachtig centi
meter hoog wordt, is zeer geschikt voor begroeiing
van taluds; de stugge twijgen leggen zich vanzelf
tegen de muur aan. Op een zonnige plaats doet
deze soort het uitstekend. Alle Cotoneastersoorten
bloeien (met weinig opvallende witte of rose
bloempjes) in Mei. De laatste is wel de C. saliclfo-
lia floccosa (zie afbeelding), die pas in Juni in
bloei komt. Het ts een van de .mooiste cotoneasters
en heeft breed uitgroeiende gebogen takken, die
in het najaar met een Weelde aan rode bessen
Behangen zijn: De hoogte van deze soort is onge
veer drie meter.
Cotoneasters mogen niet gesnoeid worden; zou
den wij het in de winter doen, dan snijden wij de
bloemlcnoppen weg en bij snoei na de bloei zouden
wij de besvormvng voorkomen.
Htn.
h»