j7 ?j r* Wij luiden het Evolution en Couture fruitseiZoen uh M HEDENDAAGS HANDWERK DE PILOOT LIGT IN HET ZIEKENHUIS COCKPIT i 1V COTONEASTERS 99 99 RECEPTEN VOOR APPEL EN PEERGERECHTEN Nederlandse vrouw grijpt Weer naar haar borduurnaald Griffe voor de eerste keer in Amsterdam IN DE C. Deze week in de tuin ZATERDAG 6 NOVEMBER 1954 Fraaie expositie in Amsterdam p|||| |p - Appelen en peren zijn de vreugde van dit seizoen. Het zullen de laatste verse vruchten Van vaderlandse bodem zijn voor het eerste lentefruit zijn intrede doet. Daarom zullen wij er eens extra van genieten. Dat betekent niet, dat wij u aanraden steeds appelmoes of stoofpeertjes als groente te geven. Want al zijn vruchten gezond, de groente ver vangen mogen ze niet. Het is trouwens helemaal niet nodig appelen en peren te verwerken. Rauw zijn ze heerlijk en vormen ze een goede oefening voor het gebit. De jeugd heeft ook daarom zijn rauwe appel wel nodig. Daarnaast echter zullen onze kinderen, evenals wijzelf, genieten van een gerecht, waarin appelen en peren verwerkt zijn. Wilt u zo'n, fruitgerecht bij de warme maaltijden geven, laat het dan als toespijs zijn. Dat er daarvoor meer mogelijkheden zijn dan appelmoes en stoofperen zonder meer hopen wij met de volgende recepten te bewijzen. Stoofperen met rijstebrij kg stoofperen, 50 g (3 eetlepels) suiker, kaneel; 3/4 liter melk, 100 g (1 dl) rijst, 60 g (4 eetlepels) bruine suiker, boter of margarine, ka neel, desgewenst een pakje vanillesuiker. De peren schoonmaken, in vieren snijden en zachtjes gaarkoken in water met suiker en kaneel. De peren uit het nat nemen en in een schaal of in eenpersoons schaaltjes overdoen. De melk aan de kook brengen, de rijst er in strooien en zonder roeren gaar koken in ongeveer een uur. De helft van de suiker er door roeren en desgewenst vanillesuiker. De rijst over de peren uitgieten, en het gerecht warm opdienen met boter of marga- ine en een mengsel van suiker en kaneel. Een smakelijke variatie is aan te bréngen dooi de peertjes te stoven met een paar oranjesnippers. Schuimkoppannekoek 1 groot ei, 35 g (3% eetlepel) bloem, 1 dl (y2 kopje) melk, zout, 250 g moesappelen, suiker, boter of margarine. Het ei scheiden in dooier en wit. De dooier met de bloem en het zout dooreenmengen, bij scheutjes tegelijk de melk toevoegen en alles samen tot een glad beslag roeren. De moesappelen schillen, in stukken snijden, ontdoen van klokhuis en met zeer weinig water gaarkoken, zodat een dik appelmoes ontstaat. Het moes gladroeren en met suiker op smaak afmaken. Het eiwit zeer stijf slaan en vermengen met een eetlepel suiker. In een koekenpan een stukje boter of margarine laten smelten. Het beslag er bij doen en de pannekoek aan twee kanten goudbruin bak ken. Terwijl de pannekoek nog in de pan ligt het appelmoes er over uitspreiden en hierop het eiwit leggen. Een deksel heetvnaken en op de koekenpan leggen, zodat het eiwit gaar kan worden. Het ge heel opdöen op een warme schotel en warm op dienen. Tn deze tijd, waarin alles steeds sneller, gemakkelijker en technisch moet gebeuren, leeft in ons land het echt vrouwelijke handwerk weer op. Zou het een echt vrouwe lijke reactie zijn, dit tegen de keer in zijn, en de behoefte voelen uren met een naald be zig te zijn iets eigens te maken, juist nu de bordurende naaimachines en de in-twee-uur- een-paar-sokken-klaar breimachines allerwegen terrein winnen? Het zou best kunnen, al is het niet zeker te zeggen. Maar hoe het ook zij, het feit ligt er, dat de vrouwen in Nederland weer naar de borduurnaald grijpen. En hoe! De tentoonstelling „Hedendaags handwerk" in Amsterdam gaf er een fraai beeld van. EEN DOEL DAT HET NASTREVEN W AARD IS Deze tentoonstelling werd georganiseerd dooi de stichting „Goed Handwerk", den Haag. Het lijkt ons niet onnuttig even iets over deze stichting te zeggen. Er is een nauwe samenwer king tussen deze stichting- en de maandbladen „De vrouw en haar huis" en „Ons gezin". Enkele ja ren geleden vroeg een dezer bladen zijn lezeressen om wat handwerk op te sturen en zo een over zicht mogelijk te maken van wat er in Nederland op dit gebied gepresteerd werd. Welnu, de redac tie werd bedolven onder een enorm aantal lelijke dingen. Toen kwam in 1950 de stichting „Goed Handwerk" tot stand met als programma: „trach ten in Nederland het handwerk op hoger peil^te brengen en de kunstzin te ontwikkelen; zij wil de verkoop van goede en verantwoorde handwerken bevorderen". Wel een doel, dat het nastreven waard is. Op de tentoonstelling in Amsterdam was in drie zalen een keur van mooie handwerken samenge bracht. In de eerste zaal anoniem werk van Ne derlandse 'huisvrouwen, in de tweede buitenlands borduurwerk en in dé derde tenslotte werkstuk ken van Nederlandse kunstnaaldwerksters. De Nederlandse vrouw blijkt haar inspiratie te putten in het buitenland: linnen tafelkleden naar Italiaanse trant, fijn kantwerk, en Veel invloeden uit Denemarken, Zweden en Engeland. Hierover kan men zich niet verbazen, wanneer men de prachtige handwerkboeken Uit die landen ziet. Het meeste plezier hebben we gehad van de merklap-' pen. Herinnert u zich uw merklap van de lagere school nog? Het alphabeth, uw naam, de cijfers van 1 tot en met 9, en een Grieks randje, alles met rode katoen op een witte lap. Dat wil zeggen, toen u begon was hij wit. Aan het' einde van uw wekenlange strijd was hij meestal wat grijzer ge worden. Dat was voor ons tot nu toe allemaal aan- het begrip merklap verbonden. Tot onze schande moeten we eerlijk bekennen, dat" het ten onrechte was. Nu hebben we geleerd, dat een merklap een geborduurd schilderij kan zijn. Er waren er bij voorbeeld twee, de één ter gelegenheid van een 70ste verjaardag, de andere voor een zilveren Bijna elke mantel uit het Parijse -huis van Jacques Griffe vertoont deze vorm, en deze lijn. Dus ruim rond de schouders en vrij ruime mouwen. Dit model „Cendrillon" is afkomstig uit de boutique, en werd in ma- ron-kleur getoond in het Amsterdamse Vic toria Hotel. Lichtgewicht raHné is de kwa liteit, die tevens warmte garandeert. Voor de eerste keer kwamen vijf ambassadrices van Jacques Griffe naar Nederland. Vijf man nequins, die met een serie couture modellen het huis van deze zéér jonge Franse ontwerper in het Amsterdamse Victoria Hotel vertegenwoordigden. Revoiutionnair is de collectie van Jacques Griffe niet, wel hebben de modellen uit dit huis een rustige élégance. Jacques Griffe is, evenals Char les Montalgpe, een leerling van Madame Vieonette. De vrouw, die mét Coco Chanel, Polret en Worth, een dertig jaren geleden tot de grootste ontwer- pers(sters) werd gerekend. Bijna alle vooraan staande Parijse ontwerpers(sters) zijn voortgeko men uit de school van Chanel, Vieonette, Poiret of Worth. Door zijn degelijke opleiding gaan vakmanschap en élégance bij Griffe hand in hand. Vanaf twee honderdnegentig gulden kan men in de boutique van Griffe een charmante cocktailjapon, een cos- tuum, of mantel bestellen. De modellen, bestemd voor de boutique, noemt Griffe zijn collectie „Evolution". Twintig modellen gingen deze keer naar de boutique, de rest is uitsluitend couture. Maar couture of evolution, Jacques Griffe weet met materialen wonderen te verrichten. Zijn kleine avondjaponnen zijn óf kort, óf vallen even boven de enkels. Deze japonnen worden voor een groot deel gemaakt van zéér dunne wollen jersey. Gegarneerd met glanzende satijn, behoren deze rustige (deftige) creaties tot de top-modellen. Schitterend zijn de ceintuurloze zwarte wollen namiddagjurken. Bij deze japonnen vallen de sluitingen aan de achterkant; ze zijn mouwloos en hebben ronde halzen. Ze worden gecombineerd met een korte blousende jacket of een geklede mantel van tweed of wollen fantasiestof. Mét jacket kan de japon reeds 's morgens worden gedragen; voor de avond behoeft de draagster de jacket slechts uit te doen om gekleed te zijn. Tweed is het materiaal van Griffe voor de ochtend-costuums. Tweeds in prachtige tinten, waarvan bijv. het costuum „Maitre Pierre" ver vaardigd werd. Maitre Pierre bestaat uit een rok en een half-lang jasje van groen-met-blauwe tweed, waardoor een rood draadje loopt. De bij behorende blouse werd gemaakt van oranje /ril len jersey. Vallen de jasjes van de sportieve cos- tuums ruim rond de schouders, de wollen lamée jersey pakjes voor de cocktail en de avond zijn aansluitend, met draperieën bij de enkel of dub bele sluitingen. Draperieën vragen sterk de aan dacht in de gehele collectie. Een eenvoudige zwarte namiddagjapon krijgt van Griffe een ge drapeerde zijden ceintuur, waaraan een breed- uitlopende satijnen slip wordt bevestigd. Naast héél veel zwart brengt Griffe ook vrolijke tinten als groen, geel, oranje, rose en een enkele keer een felrode kleur. Griffe voor de eerste keer in Amsterdam Wij hopen dat het niet de laat ste keer is' geweest. HALLO COCKPITTERS! Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen en jullie het treurige nieuws vertellen: DE PILOOT LIGT IN HET ZIEKENHUIS! Hoe dat Zo komt? Nu, dat is een heel verhaal. Toen We laatst op Bokkumeroog waren, bij tan te Aag natuurlijk, hebben we bokkum gegeten; want nea-gens hebben ze zulke heerlijke malse bokkum als juist daar. Het eilandje heet dan ook niet voor niets Bokkumeroog. We zijn hier in de cockpit allemaal dol op vers gerookte bokkum, maar de piloot is er gewoon stapel op! Daarom had hij nog wat bokkum meegenomen en hij schaamde zich zeker een beetje voor zijn gulzigheid die verstopt achter onze radiotoe stellen. Elke dag, voor we de lucht in gingen, pikte hij eerst zo'n bokkumpje. Hij deed dat altijd heel stiekem.maar nu weten wij er alies van! De vorige week Woensdag had hij juist zo'n visje voor de dag gehaald toen hij buiten geroepen werd. Er was iets met de stuurboordmotor. De pi loot stapte uit, maar omdat hij natuurlijk niet met een bokkum in de hand bij ohze chef-monteur kan komen, legt hij het visje even op het instrümen- tenbord. Frederik, die nog gekker op vis is dan de piloot, had al met kromme rug en opgestoken staart snor rend rondgelopenHij hoopte ook op een stuk je, minstens op de staart; maar nu zag hij de kans van zijn leven om een héle bokkum op de kop te tikken De piloot was de cockpit nog niet goed en wel uit of Frederik had de vis van het instrumenten- bord afgehaald; hij vloog ér mee op een van de fluwelen stoelen en ging lekker liggen smullen. Froukje, onze stewardess, ziet het en wordt na' tuurlijk woest op die dikke katmet zo'n vette bokkum op onze mooie lichtgrijze fluwelen ze tels. .1 Een van de passagiers zal daar met haai' zijden jurk op gaan zitten! Dus grijpt ze Frederik in zijn nek, trekt hem de bokkum uit de bek en mikt dat half afgekloven ding het cockpitraampje üit. Beter zo'n vet, glib berig ding op het beton van de startbaan dan Op onze mooie zetels. Dan gaat Froukje weer aan het werk; koffie zetten, tijdschriften klaar leggen en zo meer. De piloot komt weer terug naar het toestel. Hij wil weer instappen, kijk niet goed uit Waar ie loopt, glijdt uit over de bokkum en ligt languit 'op de grónd Zo kwam die snoeperd te pas! Wij lachen natuurlijk en Frederik rond springen van de pretMaar we lachten niet lang, want het was lelijk aangekomen. Een gebroken been en lelijk gebroken ook Zo komt de gulzigaard te pas!, maar op zo'n ogenblik zeg je dat natuurlijk niet. Wat hadden we een medelijden met die arme piloot; behalve Frederik, die snorde gewoon van de pret. Het leek wei Of hij „ha-ha-ha!" riep en Koos, de telegrafist, zei dat hy hem duidelijk „lek ker" had horen roepen. Stanislaus de boordwerk tuigkundige, werd er toch zó giftig van dat ie de zwarte kat een schop gaf, zfydat ie de hele .dag ver der onder de stoelen is blijven zitten. Er kwam een dokter, toen een ziekenauto en inplaats van naar de Jacbttentoohstelling in Düs- seldorf (Duitsland) te vliegen, werd de piloot nu naar het ziekenhuis gereden. Vooreerst blijft hij daar. Zijn been zit van onder tot boven in het gips. Het is zo stijf als een plank en als je er op tikt klinkt het helemaal hol. Hij ligt nu de hele dag mooie boeken te lezen en daar kan hij later dan weer het een en ander uit vertellen; dat is tenminste nog een geluk bij het ongeluk. Door al die narigheid konden we die dag niet meer vertrekken, Vooreerst zal ik nu liet vliegtuig moeten besturen. Ik ben nog pas een paar jaar in de vliegerij en dus niet zo'n oude rot als de eerste piloot. Maar ik heb m'n brevet en je kunt er op rekenen dat ik jullie veilig rond zal vliegen. Tot de volgende week. Dan gaan we toch maar naar de Jachttentoonstelling. De tweede BHoot: Tante Aag van Bokkumeroog stuurde ons het volgende telegram: heb altijd wel gezegd dat vliegen kwajongens- Werk is stop mij te gevaarlijk top blijf liever op de zandgrond van bokkumeroog stop ■ante aag van bokkumeroog. Die tante Aag heeft er weef niets van begrepen. We seinden daarom onmiddellijk terug; vliegen volkomen ongevaarlijk stop bokkum eten zeer gevaarlijk stop piloot gleed uit over bok- kumeroogse bokkum stop zwaar gewond in liet ziekenhuis stop bemanning cockpit. I. II. III. IV. V. (Advertentie) f. 1.25 per grote gezinsflacon Herstelt de natuurlijke glans I De schipper van de Seven Seas Herinneren jullie je nog hoe we enkele maanden geleden iets vertelden over André Bouwmeester; 'n Nederlandse jongeman van 25 jaar? Met een klein bootje ging hij een reis maken over de zeven wereld-zeeën. Daarom heette dat bootje de „SEVEN SEAS". Het jacht was 11 m lang, 3y2 m breed. De motor had 30 P.K. Duizend liter drinkwater nam André mee, 100 kilo aardappelen, tweehonderd blikken conserven en natuurlijk nog veel meer. Na zevetl maanden varen is.hij nu in Willemstad (Cu rasao) aangekomen. Al het werk heeft hy op reis zelf moeten doen. Hij was kok, kapitein, stuurman, matroos; allemaal op z'n eentje! Het grootste geluk had hij op het einde van de reis. De vreselijke or kaan „Hazel" raakte hem juist niet.Een week of Zes blijft hij Wat ttrusten en in die tijd maakt hij zyn boot weer in orde. Dan gaat hij weer ver der. De Atlantische Oceaan is hij al overgestoken; nu nog de zes qndere zeeën. Goede reis, André! Raadsels Wie zijn wij? 1. Ik héb één oog en kan niet zien. 2. En ik heb een en twintig ogen én zie evenmin. 3. Ik loop dag en nacht en Blijf toch op mijn plaats. 4. Overdag laat men mij veel lopen en tocll kom ik niet vooruit. Oplossing van de raadsels van vorige week Ouder worden. Een antwoord. De kleermaker, Hij hééft zélf 2 Ogen; zijn schaar heeft 2 ogen, en zijn naald 1 oog. Met pepermunt. Met een d. Een rozenkransdopje maken Zo langzamerhand komt het Sinterklaasfeest al mooi dichtbij. In de win kels kun je dat wel zien, maar.... dat kost geld en veel geld. Omdat jul lie arm en handig zijn heeft Froukje een mooi werkje voor jullie uitge- knobbeld, iets dat ieder een' kan maken en dat niet veel geld kost. Je moet een stuk kunstleer kopen Van 20 bij 8 centi meter. Wanneer je het rozenkransdopje wat-ster ker wilt maken plak je er aan de binnenkant eerst voering tegen; een stevige voering in een bij het leer passende kleur. Met lijm uit tube tjes gaat dat prima. Mooi gelijk aanstrijken en dan onder iets zwaars laten drogen. Wanneer de voering stevig op het kunstleer vast zit begin je te teke nen zoals de werkteke ning aangeeft. Teken zo dun mogelijk en met pot lood, anders kun -je de lijnen er later niet meer uitkrijgen. De maten op de tekening zijn allemaal' -In centimeters! A op B gevouwen (let op de vouwlijnen!) vormt het eigenlijke zakje. C is de klep die, gevouwen op de bovenste vouwlijn, over A sluit. Knip vooral mooi strak! Wie een kartonmesje en een ijzeren liniaal heeft kan nog beter snijden, want dat geeft strakkere lijnen. Maar liever knip pen dan snijden, als je dut niet gord kunt! De onderkant bij A tekenen we eerst recht. Dan meten we, precies Vanuit het midden, iy2 cm af en trekken de twee schuine lijnen naar de hoekpun ten. Die inspringende hoek staat mooi en maakt het uithalen van de rozenkrans gemakkelijker. De punten van klep C knippen We Wat rond bij. Nu komt een secuur werkje: bet liaaien. We leggen A op B en zetten de hoekpunten van A op B vast met) wat lijm en een paar wasknijpers. Dan kan het leer bij het naaien niet meer schui ven. We naaien met een kool'dachtige zijden draad; niet te dun, maar ook niet te dik. Eyen voorprikken op de gaatjes maakt het werk ge makkelijker. De kunst is nu om de steken recht on pl-ecies even groot te maken. Denk eraan dat er bij het begin een knoopje komt en dat jë links en rechts keurig afhecht. Je zult wel geen gereed schap hebben om de drukknoop op A en C vast te zetten. Het best ls daarom dat je maar eens hij jullie schoenmaker gaat praten; die kan je daar mee zeker helpen, want htj heeft er het gereed schap voor. Doe je best. Het is geen moeilijk werkje en het resultaat is een IJzersterk rozenkransdopje. Froukje, bruiloft, die allebei een compleet familie-archief bleken. Zo maar allemaal losse motiefjes in heel fijne kruissteekjes en heldere kleuren. Op die bruiloftslap werd het middenstuk gevormd door vijf wiegjes op een rijtje, el'k met een jaartal er onder. In de hoeken namen en jaartallen, en over al tussendoor kleine prentjes, die natuurlijk voor de betrokkenen even zovele herinneringen beteke nen. Met eindeloos geduld gemaakt natuurlijk, maar wat een kostbaar geschenk vergeleken met een in het net geschreven bruiloftsvers. Ook merklappen-zo-maar waren er te zien, zoals d'ie mooie, grote, die een grootmoeder voor haar kleindochter-maakte, met als tekst „Moge Elsje in haar leven als de zon haar warmte geven", en daaromheen springende hertjes en eendjes in een vijvertje. Bij de wandkleden vielen ons nog twee kleine werkstukken op. Het een was een boeketje bloe men op een licjite achtergrond, dat ons deed den ken aan de motieven op een stuk 18de eeuws bro- caat. Het andere stelde een rijtje vrouwenfiguurtjes voor, elk in een poortje op een tegelvloertje in perspectief, Elisabeth van Oostenrijk, Maria Stuart enz., een waar keizerinnengalerijtje. Een werkstuk van geheel andere aard was een tafellaken, geborduurd voor een ronde tafel, wit op wit. Midden op een stuk spiegelglas in bijzon dere vorm en op elke hoek daarvan een porselei nen figuurtje. Het grappige was n,u, dat rondom dit stuk spiegel een brede rand geborduurd was in precies dezelfde vorm, met in de hoeken een afbeelding van het beeldje, dat er boven stond. We kunnen maar enkele grepen doen Uit het grote aantal tentoongestelde stukken. En we moeten helaas wat sneller door de tweede zaal, waar het 'buitenlandse werk ligt. Hier was o.a. Hongaars borduursel te zien in een prachtige kleur rood, brede randen in kleine kruisjes, met de contouren in zwart. Een Zweeds wandkleed riep associaties op aan glas-in-lood: op een beige lap lijnfiguren in verschillende kleuren grijs. Modern en mooi Tenslotte dan de zaal waar de gasten van deze tentoonstelling hum werk lieten bewonderen. Kunstnaaldwerksters, maar we zouden hen lieveV naaldkunstenaressen willen noemen. Erneé van de Linden-'t Hooft, Erica Freund, Lies Gunte- naar, Chris Enthoven en Hildegard Brom-Fischer. Van de laatste een schitterend Wandkleed: Ma donna met St. Jacobus". Prachtig van sierlijke lijnen en 'zacht groene tinten. AppUcatiewerk, maa, op de stof geporduurd met steentjes en steekjes, waardoor een rijk effect wordt verkre gen. Van Erica Freund een „Ontmoeting van Maria en Elisabeth". Dit doek was op grove jute gebor duurd tnet dikke wol in een eenvoudige stop- teohniek. Donkere kleuren groen, blauw, rood en oker maken het tót eên Warm geheel. Ook Ernéé vain de Linden gebruikt tamelijk dikke wol, maar in helderder kleuren en op licht fond. „Het vertrek" bijv. was gewerkt op nógal hobbelige, crème gordijnstof, waardoor een eigen aardig relief ontstaat. Een schilderachtig geheel door de herfstachtige tinten en de fijne vrouwen figuren. Ook hier weer tot on-ze spijt slechts een greep uit het vele. We kunnen onze lezeressen van harte aanbevelen, een dergelijke tentoonstelling van hedendaags handwerk te gaan zien, wamneer ze daartoe enigs zins in staat zijn. Het zal een bron van inspiratie blijken en een vreugdevolle belevenis tevens. Er wordt door de Nederlandse vrouw op handwerk gebied veel waarlijk moois en belangrijks gepres teerd. IDA. Wanneer de zomerbloeiende planten hun tijd hebben gehad, trekken de besdragende heesters de aandacht. De cotoneasteraoorten ne- njen daarbij geenszins de laatste plaats in. De mees,t bekende is wel de C. horizontalis, de prach tige gevelbedekker, die thans met eên menigte van rode besjes getooid is. Maar er zijn nog vele andere variëteiten, waarop wij de aandacht wil len vestigen. In hoogte variëren ze van twintig centimeter (de C. dannmeri) tot drie, ja zelfs vier meter (C. wateri). De C. horizontalis, die ongeveer tachtig centi meter hoog wordt, is zeer geschikt voor begroeiing van taluds; de stugge twijgen leggen zich vanzelf tegen de muur aan. Op een zonnige plaats doet deze soort het uitstekend. Alle Cotoneastersoorten bloeien (met weinig opvallende witte of rose bloempjes) in Mei. De laatste is wel de C. saliclfo- lia floccosa (zie afbeelding), die pas in Juni in bloei komt. Het ts een van de .mooiste cotoneasters en heeft breed uitgroeiende gebogen takken, die in het najaar met een Weelde aan rode bessen Behangen zijn: De hoogte van deze soort is onge veer drie meter. Cotoneasters mogen niet gesnoeid worden; zou den wij het in de winter doen, dan snijden wij de bloemlcnoppen weg en bij snoei na de bloei zouden wij de besvormvng voorkomen. Htn. h»

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Noordhollands Dagblad : dagblad voor Alkmaar en omgeving | 1954 | | pagina 10