BANK-ASSOCIAT1E ONS BLAD I Bureau: HOF 6, ALKMAAR. - Telefoon: BBgffi IEBTIE1 en E8MPWÏ «4 en 0°EDIETV£IEEHIË!NS 1883 BinnenL Nieuws FEUILLETON Onder Valsche Vlag S3 Indische Kroniek. No. 2 ZANDBLAD 10 CU VAM DER PÜTÏ DE VLAM ËINDÏÏOVEN. Kapitaal en Reserve f 19.500.000.- ZATERDAG 20 AUGUSTUS 1921 14e JAARGANG No. 261 H00RD-H0LLANDSCH DAGBLAD SS f 2— f 2 85 O 60 f hooger. ADMINISTRATIE No. 433 No. €33 Abonnementsprijs: Per kwartaal voor Alkmaar Voor buiten Alkmaar Met Geïllustreerd Zondagsblad "fan fdlft abonné's wordt op aanvrage gratis een polis verstrekt, welke hen verzekert tegen ongevallen tot een bedrag van f 500,—, f 400,—, f 200,—f 100,—f 6Q,—f 35,—, f 15.—. Advertentieprijs: Van 1—5 regels f 1.25; elke regel meer f 0 25; Reclames per regelt 075; Rubriek „Vraag en aanbod" bij voor- uitbetaling per plaatsing f 0.60 Enkele Indische bladen hebben nogal misbaar gemaakt over een treindiefstal die gepleegd is op de Semarang-Cheribon-lijn. Een der employes vaneen suiker- 'abriek in Tegal was naar de stad ge weest om geld te halen voor de uit betaling van loonen doch beging in den trein de onvoorzichtigheid oin in slaap te vallen. Met het gevolg dat toen hij bij het vertrek van een der russchen-station wakker schrok nog net een Inlander me: een zijner va liesjes met geld zag verdwijnen. Onze reiziger bleek niet uitgeslapen" want de dief vond gelegenheid uit den reeds in gang zijnde trein te springen zonder achtervolgd te worden en verdween net zijn buit van 7000. Hoewel door de ijverige nasporingen der politie het grootste deel van deze soms geids teruggevonden w rd ble ven de rest en de dief zoek. Een der bladen slaakte de verzuch-' ting da de Inlanders dergelijke d.nr gen in de bioscoop leeren. Inderdaad is de bioscoop ook in Indie weer leerzaam in het demonstrec ren van „handigheden" van deze soort. Maar mij dunkt ook wat deze soort van ontwikkeling betreft staat de Inlander nog lang niet op modern „Westersch" peil. Zoolang hij nog niet in staat is op één der d ukst be reden lijnen zooals de spoorweg Parijs- Marseille in eenvollen trein in een wag gon alle reizigers van hunne kostbaar heden te berooven kan hij zich nog 'eel meer „ontwikkeling" en vooral „wetenschappelijke" ontwikkeling ei gen maken. Maar dat komt nog wel als we het aan de film-importeurs over laten Van ontwikkeling gesproken wij Nederlanders zijn degelijke menschen. Dat is bekend. En dat we voor „we- enschappelijkheid" eerbied hebben en gaarne daarvan aan al ons werk een tintje geven is ook degelijk waar. Maar er zijn er onder ons. toch,.die in dit streven wel te grootsche dingen willen doen. Zoo is in den Volksraad gesproken van en aangedrongen op het vormen van een „wetensclrappelijken grondslag eener ontwikkelings-poli- tiek" m het afdeehngs-verslag van boven genoemd politiek college werd door een der leden betoogd, dat we bij de opvoeding van het Indische volk degelijker te werk moesten gaan. Doch dat zou natuurlijk niet in één, twee, drie kunnen geschieden „langs streng wetensclrappelijken weg dient goed en degelijk te wor den geconstateerd, welke plaats de Inlander inneemt in 't cultuurleven der volken". Let eens op de aaneenrijging „streng, wetenschappelijk, goed, dege lijk" en zegt dan eens, of we hier te doen hebben met iemand die aan de wetenschappelijkheid lage eischen stelt Nu de wijze waarop „de Inlander" moet worden onderzocht „Het werd wenschelijk geacht, dat de regeering een vaste competente commissie (wie heeft nu ooit van een niet-competente commissie gehoord S.) voor dit doel in het leven roept die zou hebben vast te stellen, wie en wat de Inlander eigenlijk is, en een werk program zou moeten ontwerpen dat bij de opvoeding van den Inlander tot sen moreel intellectueel en econo misch sterker individu zou kunnn worden gevolgd," enz. Jammer voor dezen wetenschappe- lijken politicus, doch gelukkig voor dezen Inlander, vond zijne bedoeling zeer geringe instemming. De regeering gaf in de Memorie van Antwoord zeer correct doch beslist te kennen niets voor deze opvoeding volgens uniform staatsmodel te voelen, en verklaarde dat het haar ongeschikt voorkomt te generaliseeren omtrent „den" In lander". „De inheemsche bevolking van Ned. Indië vertoont daarvoor te diepgaande verschillen". ,Voor de benoeming van een Com missie ter vaststelling wie en wat de Inlander eigenlijk is, vindt de regee ring geen aanleiding". De lnlandsche, dus belanghebbende leden riposteerden in de openbare zitting spottend de een achtte het dan evenzeer noodig om vast te stellen „wat er van den Europeaan geworden is na eenige jaren verblijf in de tropen" een ander voelde er wel wa voor een post op de begrooting te brengen voor deze onderzoekingen, dóch dan onder het hoofd „Krankzinnigenwezen". 1-Iet was dwaas deze „wetenschappe lijke grondslag eener ontwikkelings politiek", dóch niet zoo heel veel dwa zer dan andere experimenten, waarbij men den Inlander als object kiest, met goede bedoelingen overigens. Het resultaat is' altijd gering ge- wee t, en zal altijd gering blijven. Beide paftijen werden er weinig wijzer door De methode is te eenzijdig en daar door foutief. Wanneer er sprake van kan zijn, dat de Inlandsche bevolking door ons, Nederlanders, wordt opgevoed en op geheven, wanneer wij deze millioenen- inassa willen leiden in zijn ontwikke lingsgang, dan moeten wij dat niet uitsluitend met wetenschappelijke theorie doen. Dat kost ons „hoofdbrekens" en de Inlander heeft er maling aan. Neen ons opvoedingswerk moet worden gekenmerkt door de liefde. Ook en nergens meer dan in Indie is het Christelijk beginsel van kracht, dat naast de rechtvaardigheid de liefde moet mede werken aan de her vorming der maatschappij, die ner- géns moeilijker te hervormen is dan daar. „De liefde voelt geen last, zij telt geen inspanning, zij wil meer doen dan zij vermagnooit spreekt zij van on mogelijkheden, daar zij meent alles te kunnen en te mogen". Ja, het onmogelijke althans uit „wetenschappelijk" oogpunt be schouwd dat is verricht door man nen als Pastoor van Lith, te Moentilan, en wordt nog gedaan door zijne mede priesters als Pastoor v. Driessche te Djocjakarta. Van den eersten schreef een Ja- vaansph leerling, seminarist te Moen tilan „Dezer dagen is Pastoor van Lith tot onze groote smart, wegens ziekte naar Holland vertrokken. Het is een groot verlies voor Moen tilan. Hij is de Petrus, de steenrots, waarop Christus zijn Kerk onder ons midden, Javanen, gebouwd heeft. Hij is onze vader, onze moeder, onze raadsman. Reeds 23 jaren heeft hij zijne vader lijke en moederlijke zorgen met zoo'n groote zelfopoffering en liefde aan ons, Javanen, besteed. En nu heeft hij ons moeten verlaten, en nu is hij naar Holland vertrokken. Och, moge de Goede God hem gauw de genezing geven, en hem wederom naar Java terugzenden". Ziet, deze als hij, zullen het hart van den Javaan winnen, door dezen zal hij zich laten leiden, totdat hij zelf standig zijn weg zal nemen, den weg, n 'e'c'sman hem aanwees. Waarom zijn er zoo weinigen Nederland S. Federatie-Congres voor Stands organisatie. Op 18 en 19 Sept. zal de Federatie der R.K. Volks- en Werlcliedenbonden in Ne derland te Nijmegen een congres houden, waar de taak der Standsorganisatie zal worden besproken. De stellingen der inleiders luiden aH volgt I. Dc Standsorganisatie op godsdiensig gebied. Stellingen van den Z.E. heer J. G. v. Scliaik. 1. Quanlileit en qualiteit van de R.K. Vakbeweging in al hare onderdeden, han gen ten slotte hiervan af, of de als katho liek bekend staande arbeiders goed-katho- lieke menschen zijn. 2. De zorg voor het behoud en de ont wikkeling van de katholiciteit van de men schen, dus ook van de arbeiders, behoort tot de goddelijke zending der Kerk. 3. Onder leiding van en aansluiting aan de werkzaamheid der Kerk kan de arbei ders-organisatie krachtig op speciale wijze de Kerk behulpzaam zijn bij het godsdien stig en zedelijk opvoedingswerk onder de arbeiders. 4. Daartoe benutte de standsorganisatie bij baren organisatorischen opbouw zoo veel mogelijk het bestaand en natuurlijk gegroeid parochiaal verband, waarin de arbeiders overal leven. 5- De aan te wenden middelen, parochi aal, plaatselijk, gewestelijk, moeten steu nen op de juiste kennis van de werkelijke arbeiderstoestanden, parochiaal, plaatselijk, gewestelijk. 6, Hiertoe is noodig een goed georgani seerd contact, paroctiiaal, plaatselijk, ge westelijk, tusschen bestuurders en propa gandisten met geestelijke adviseurs en pa rochie-geestelijken. 7. De nationale én diocesane leiding boude geregeld persoonlijk contact met de gewestelijke en plaatselijke leiding van be stuurders en adviseurs, en regele hiernaar haar diocesane en nationale taak van gods- dienstig-zedelijk opvoedingswerk. II. De Standsorganisatie op cultureel gebied. Stellingen van den heer Ch. v. d. Bilt. 1. De standsorganisatie heeft tot taak haren leden het bereiken van hun einddoel den hemel te vergemakkelijken en hun waar geluk hier op aarde zooveel mo gelijk te bevorderen. 2. Het bezit van stoffelijke goederen alleen maakt den mensch niet gelukkig en kan zelfs een beletsel zijn voor het be reiken van het hoogste geluk 3. Bovendien leert de economische we tenschap, dat de massa der menschen slechts een bescheiden deel der stoffelijke goederen zal kunnen verkrijgen. 4. De cultureel hoogstaande mensch, kan, zoowel met als zonder stoffelijke goederen, waar gelukkig zijn. 3. De aanwezigheid van een zoo groot mogelijk aantal gelukkige menschen is een maatschappelijk belang. 6. Het is derhalve voor hen-zelf als voor de maatschappij zeer betreurenswaar dig, dat het overgroote deel der arbeiders lot dusver verstoken is van het genot, verbonden aan het bezit van cultureele goederen. 7. Wil de standsorganisatie hare verhe ven roeping vervullen, dan moet zij dus de cultureele goederen onder het bereik barer leden brengen. 8. Zij kan dit doen door vermeerdering a. der godsdienstige kennis; b. der kennis van de rechten en plichten als staatsburger en huisvader; c. der vakkennis; d. der kennis omtrent de levensvoor waarden in lichamelijk opzicht; e. van den kunstzin en het gevoel voor het scboone f. door veredeling der' ontspanning. 9. Zoowel de nationale, als de diocesane en plaatselijke besturen moeten, nu de ver korte arbeidstijd daartoe ruimschoots ge legenheid 'biedt, het ontwikkelingswerk door middel van lectuur, schriftelijke en mondelinge cursussen, enz., enz., krachtig ter hand nemen of voortzeilen. IQ, De standsorganisatie der arbeiders meent voor haar werk-op cultureel gebied een beroep te mogen doen op de hulp van hen, die van hun cultureel bezit reeds aan anderen kunnen mededeelen. III. De standsorganisatie cp sociaal- economisch-terrein. Stellingen van den heer C. J. Kuiper: I. De Standsorganisatie, zooais wij die in ons land kennen, heeft tot taak, naast .dc geestelijke en zedelijke beiangen, ook de sociaal-economische belangen der arbei ders te bevorderen. II. Hier ontmoet zij de vakbeweging, die op sociaal-economisch terrein een over wegende positie inneemt, zoodat het op den weg der standorganisatie ligt, de vak beweging zooveel mogelijk te bevorderen en deze in de uitoefening harer laak, waar noodig, naar krachten te steunen. III. Wijl de ontwikkeling der verzeke ringswetgeving ongetwijfeld zal gaan in de richting der uitvoering van de wetten door uit het vrije maatschappelijke leven ■ontstane organisaties, zal de standsorga nisatie op dit punt, hetzij direct of indirect,, een nog belangrijker sociaal-economische taak te vervullen krijgen. IV. Bovendien zal de standsorganisatie er op bedacht moeten zijn ook andere ver zekeringsinstellingen in slond te houden of in het leven te roepen, terwijl het aanbeve ling zal verdienen de ontoereikende wette lijke ■Verzekeringen door eigen onderlinge verzekeringen aan te vullen. V. Tot versterking van de sociaal-eco nomische posftie der arbeiders zal de standsorganisatie machtig veel kunnen bij dragen door den lust tot sparen te bevor deren, spaarbanken op te richten, deze te .centraliseeren ep daarnaast, onder de noo- dige waarborgen, credielinstellingen op te richten. VI. Het ligt cp dein weg der slandsorga- nisatié de coöperatie krachtig te bevorde ren, daarbij voor zoover noodig leidend op te t rie.n, ten einde de meest gezonde coö peratieve beginselen toegepfast te krijgen, waardoor de positie der coöperatieve be weging wordt versterkt en haar sociaal- econormisoh nut verhoogd. VII. Veel zorg mag vam de staudsorga- nisatie ook worden gevraagd voor een krachtige activiteit tot oprichting van ver eenigingen,die zich belasten met den bouw van geriefelijke en gezonde arbeiderswo ningen; het bouwen en exploiteeren van gezellenhuizen en gaarkeukens, waardoor de sociaal-economische onafhankelijkheid der arbeiders zeer wordt verhoogd. VIII. Om echter uit al het streven van stands- en vakorganisatie voor de arbei ders het hoogst mogelijke nut te trekken, is het een eerste vereisohte den arbeiders door meudelinge en sohriltelijke voorlich ting een behoorlijke mate van sociaal-eco- "omisch inzicht bij te brengen, om aldus hun volle medewerking te verkrijgen bij te grootmaking hunner eigen instellingen, welk'e vooral tot hun eigen sociaal-eco nomisch welzijn worden gesticht. IV. Dc Standsorganisatie op charitatief gebied. Stellingen van den heer Jos. Maenen. I. De mensclT).,wi] hij zidh oprecht Chris ten toonen, moet heel zijn leven laten be- heerschen door de liefde, die hem in God zijn Vader, in alle medemenschen zijn broeders en zusters leert zien. II. Gelijk de christelijke liefde het voor naamste kenmerk en meest wezenlijke ver- eischte van den waren christen mensch is, zoo is dit evenzeer van elke ware kathol, standsorganisatie, wijl deze organisatie van een bepaalde soort van menschen, in hun volle waardigheid van menschen is en zij zach tot hoofdtaak stelt de vorming van dien mensch. III. Voor de naleving van wat Christus ■roemde Zijn gebod, is niet altijd goud en zilver noodig, omdat de christelijke arbei der oneindig kostbaarder schatten kan pulten uit het van wate Christelijke liefde kloppende mensdhenhart. IV. In de beoefening van de Charitas Kantoor ALKMAARBREEDSTRAAT H Correspondenteseliap HOORN] GROOTE NOORD 149 Direct.: K. VAN NIENES Jr. Crsdseten, Deposito's, Aan- en Verkoop van Effecten. ALLE BANKZAKEN. dient men te zien een machtig middel tot zelfheiliging en zedelijke verheffing. V. Zonder de medewerking van den ar beidenden stand zelf, kunnen tal van so ciale ellenden omogelijk worden opgehe ven, VI. Onze eigen standsorganisatie vordert als een eere-pliöht voor haar zelve op, het opbeuren tot een hooger peil van tal van ongelukkigen. die eigenlijk thuis beheoren in den arbeidenden stand, maar helaas zijn weggezonken in de ellenden von wat men noemt het lompen-proletariaat. VII. W zijn ons nochtans ten volle bewust, dat de steun van andere organisa ties hierbij volstrekt onmisbaar is en doen daarom een beroep op den steun der broe ders en zusters van andere standen, die iiiertoe ook zelf door het gebod der Chris telijke liefde zijn verplicht. VIII. De liefde is de wonderroede, wel ke het waar geluk weet te krengen in het leven van eiken mensch, van elk huisgezin, alsook van heel de menschelijlk'e samenle ving. IX. De voornaamste vrucht van het wer ken onzer standsorganisatie behoort daar om overal en altijd te zijn de voortdurende bevordering en steeds inniger verlevendi ging derzelfde, heel het leven der men schen bezielende christelijke liefde. X. Om deze verhevene roeping naar best vermogen te vervullen, behoort de standsorganisatie speciale „Commissies voor liefdewerken" op te richten, welke zich o.a. tot taak zullen kunnen stellen a. een dagelijksöh gebed der leden voor den noodlijdenden evenmensch waarbij zoowel het godsdienstig als het stoffelijk heil der noodijdenden in het oog gehouden wordt. c. versohaffing van tijdelijke- hulp in het huishouden, wanneer de huisvrouw zelf daarvoor een tijdlang niet naar 'behooren zorg kan' dragen. d. het opzoeken en liefderijk bejegenen van vreemde arbeiders, die zich in de ge meente vestigen en deze op de hoogte brengen van de plaatselijke toestanden. e. bescherming der jeugdige arbeiders, die aan alle gevaren blootstaan, vooral op de werkploatsen, in schaftlekalen en de ar beidersterreinen. f. het steunen van en samenwerken met vereenigingen en instellingen welke voor bovengenoemd doel bevorderlijk' zijn, zoo als patronaten, „De Jonge Werkman"; Liefdewerk Kinderbescherming enz. DE SALARIEERING DEB RIJKS AMBTENAREN. Naar aanleiling van de me ledeeling -n van mr. M. W. E. Treub, dat een salarisherziening van het rijkspersoneel geen geld mag kosten, en een ver zoek van enkele leden der Centrale Oom missie van G-eorg. Overleg aan de Oen trales van Overheidspersoneel om een salarissehema bij het Bureau van Voor bereiding in te dienen, hebben de sa menwerkende organisaties, die deel uit maken van de Centrale Oommissie, met uitzondering van de Centrale van Hoo- gere Rijksambtenaren en den Ned. Ee- deratieven Bond van personeel in open baren dienst, het volgende schrijven ga zonden aan den teer Treub, voorzitter van de Centrale Oommissie voor Ge organiseerd Overleg in Amb enaarsziken. „In de vergadering van de Centrale Commissie voor Georganiseerd Overleg op 21 Juli werd naar aanleiding van een voorstel van het lid der Commissie, don heer E. P. Westerveld, door de vertegenwoordigers der Centrales vaD Ambtenaren, welke deelnemen aan het overleg, verklaard, dat zij de mogelijk heid onder de oogen zouden zien, of zij gezamenlijk een salarissehema voor het rijkspersoneel bij het Bureau van Voorbereiding zouden kunnen indienen. Deze verklaring werd mede afgelegd, om hiermede tegen te gaan het door het genoemd Bureau gekoesterde voor nemen, om met de categorale organisaties, ja zelfs met de ongeorganiseerde amb tenaren in overleg te treden. Den lsten Augustus kwamen naar aanleiding van bovenstaande de best uurs vertegen woordigers van de R. K. Centrale van Burgerlijk Overheidspersoneel; het perament Comité uit de bij het Ohr. Nat. Vakverbond aangesloten organisa ties van personeel in Publieken Dienst; de Centrale van Vereenigingen van Per soneel in 's Rijksdienst; het Comité ter behartiging van de algemeene belangen van Overheidspersoneel in vergadering bijeen, ten einde hun standpunt te be palen. De bestuuraverlegonwoord'g'rs ver klaarden, dat, nu in de vergadering van de Centrale Oommissie voor Georgani seerd Overleg op 28 Juli uit een mede- deeling van den voorzitter is gebleken, dat ook advies zou kunnen worden in gewonnen bij categorale organisaties en ongeorganiseerden, en dus niet de min ste zekerheid bestaat, dat in overeen stemming met de uitspraak ter zake door de Centrale Oommissie gedaan, zal wor den gehandeld, zij het niet in het be lang der ambtenaren achten, dat door hare vertegenwoordigers in het Geor ganiseerd Overleg een gemeenschappe lijk voorstel bij het Bureau van Voor bereiding zal worden ingezonden." MGR. DR. W. H. NOLENS. 1 Op 13 November a.s. zal de leider der Katholieke Kamerfractie mgr. dr. No lens zijn zilveren jubileum als lid der Tweede Kamer vieren, schrijft de Res.- bode.. Het zal op dien dag namelijk 23 jaar geleden zijn, dat mgr. Nolens voor het eerst als Rd der Tweede Kamer voor het district Venlo gekozen werd, voor welk district hij steeds, tot de invoering der Evenredige Vertegenwoordiging in de Kamer bleef zitting nomen. DE BEZUINIGINGSPLANNEN. De „Ned." meldt, dat te hevoegder plaatse het voornemen bestaat, om den werktijd op de departementen dageRjks met een half uur te verlengen. Dit staat niet in het verband met het werk der bezuinigingscommissie daar haar arbeid niet ligt op het terrein dei werktijden. Een verzoek der Nederl, regeering. De Nederlandsche regeering heeft ver zocht op de agenda van de a.s. zit ting van de vergadering van den volken bond op 5 September te plaatsen hei punt: Regeling van de internationale sta tistiek. Geen turfgebrek. Het blijkt, dat te Groningen nog groote hoeveelheden turf van verleden j'aar opgesta peld liggen in de pakhuizen, zoodat de vraag naar het nieuwe, dit jaar gefa briceerde brandstofmateriaal geringer is, dan gedacht was. Daarbij komt, dat do VRIJ NAAR HET DlirTSCH, TWEEDE DEELy Zij sprak niet veruer, de heer Guth bridge was bewusteloos achterover jzonken in de kussens. De gevolgen van dit incident waren minder ernstig, dan men gevreesd had. Reeds na weinige dagen verklaarde de dokter, dat ieder gevaar was geweken, tn de volkomen herstelling nog slechts een kwestie van tijd was. Het eenige, vat hem nog eenige zorg baarde, was de in een hoogen graad zenuwachtige opgewondenheid van den herstellende, Welke alle aangewende middelen trot seerde en een dubbel angstwekkend karakter aannam, wanneer zijn ver pleegster om de een of andere reden, koor langen tijd de ziekekamer verliet, tegenwoordigheid van Augusta scheen hem een behoefte te zijn ge worden zijn oogen volgden al hare bewegingen met een hardnekkigheid, die voor haar iets benauwends had, en menigmaal vestigde hij zijn oog op haar met eene uitdrukking, die zij niet kon verklaren. Was het vrees, die uit zijn blikken sprak Maar waarom zou hij haar vreezen Voor de eerste maal mocht Guth- bridge opstaan, om eenige uren buiten het bed door te brengen. Vermoeid van de inspanning lag hij nu in zijn leuningstoel. Augusta zat naast hem en las hem, op zijn wensch, de courant voor. De huishoudster was niet aan wezig. Plotseling legde een bevende hand zich op den arm der voorlezeres. „Genoeg voor heden, lieve juffrouw. Die woelingen der verschillende Mexi- kaansche partijen zijn vandaag voor mij zonder belang." Augusta liet de courant zakken en keek op haar horloge. „Ik vrees, dat ik door mijn voorle zen meer verveeld dan wel geamu seerd heb," zeide zij een weinig on- angenaam getroffen. „O neen, integendeel, ik luister gaarne naar u." Er ontstond een pauzeAugusta vouwde langzaam de courant dicht en Guthbridge keek peinzend in de verte. Eenige malen scheen het alsof hij wilde spreken, en Augusta zag met verwondering, dat zijn oogen een zonderling opgewonden, angstige uit drukking aannamen, en dat z'n handen erger beefden dan anders. „Mejuffrouw Augusta, u zeide gis ter, dat uw tegenwoordigheid in de ziekekamer van nu af aan overbodig was," begon hij eindelijk en zweeg weer. _„U is immers, God zij dank, weer bijna geheel hersteld, mijnheer Guth bridge." „Nog lang niet." „Jawelbuitendien heeft u Tom weer in genade aangenomen hij zal zeker zijn best doen om te bewijzen, dat zijn verbanning uit uwe nabijheid onverdiend was. Het is vreemd, dat u in het begin uwer ziekte plotseling zulk een afkeer tegen hem kreeg." „Vreemd herhaalde Guthbridge en haar trof een blik, waarvoor zij onwillekeurig terugdeinsde. „Waartoe die copvedie- Mlemand weet heter dan u, waarom ik gedurende mijn bewusteloosheid niemand bij mij wilde hebben, die Engelsch verstaat. Maar daarover willen wij niet spreken het heeft geen doel en de wanden heb ben soms ooren. U begrijpt mij „Jawel," hernam Augusta weife lende. „Mijne dochter weet natuurlijk niets," zeide Guthbridge na een poos je zacht. „Wij zijn immers alleen?" Augusta knikte. „Tom zit in de voor kamer, kan echter onmogelijk ver staan, wat hier wordt gesproken." De oogen van den zieke dwaalden want ouwend door de kamer. „Men kan niet te voorzichtig zijn, fluisterde hij. „U heeft toch niemand, ook mijn dochter niet, een woord gezegd-van u weet wat ik meen „Zeker niet," hernam Augusta. Zij kon niet vermoeden, waarop deze haar onverklaarbare aanduidingen betrek king hadden slechts zooveel was haar duidelijk, dat Guthbridge meende, haar in zijn bewusteloosheid een gewichtig geheim te hebben verraden, en dat het voor haar het beste zou zijn, hem bij zijne dwaling te laten. Guthbridge zweeg eenige oogenblik- ken cn keek besluiteloos in het vol verwachting op hem gerichte gelaat van het jonge meisje. Maar waarom zou hij den stap uit stellen, die toch gedaan moest wor den Slechts dan, wanneer, zij zijne verloofde zijne echtgenoote was, kon hij met volle zekerheid op haar zwij gen rekenen. „Augusta," begon hij eindelijk, „wat ik u heb te zeggen,zal u misschien verrassen. Maar neen, geheel onvoor bereid kan u niet zijn. Uwe vrouwe lijke scherpzinnnigheid moet u reeds lang de oogen hebben geopend over. over de gevoelens, die ik te uwen op zichte koester." Augusta antwoordde niet. Zij deed een geringe poging om de hand te be vrijden, die Guthbridge had gevat desniettegenstaande duldde zij, dat hij haar naar zich toe trok." „Dadelijk bij onze eerste samen komst heeft u een diepen indruk op mij gemaakt," ging Guthbridge voort. „Augusta, indien ik eerder had gespro ken, nog vóór mijn ziekte, zou u dan aan mijn verzoek voldaan en deze lieve, kleine hand In de mijne hebben gelegd „Uweuwe vraag komt zoo zoo onverwacht." „Ik ben niet meer jong, maar juist mijn rijpere leeftijd moet u de zeker heid geven, dat mijne neiging geen voorbijgaande gril is, en dat u mij ge rust uw levenslot kan toevertrouwen." „O, ik let volslrekf niet op het ver schil in' levensjaren," fluisterde Augu sta. Gutbridge drukte haar hand aan zijn lippen. „Dank voor het vriendelijk woord mag ik het aanzien als een toe stemming in mijn voorstel Augusta boog blozend. „Hoe zou ik zulk een eervol aanbod van de hand kunnen wijzen zeide zij zacht. „En," haastte Guthbridge rich te zeggen, „het geheim, waarin mijn in de hitte der koorts geuite woorden u heb ben ingewijd, is buiten u en mij geen mensch bekend. Het gevaar eener ont dekking bestaat dus niet. Augusta wi. u mijn echtgenoote worden Zij aarzelde. Dit geheim, waarvan zij den sleutel niet kon vinden, beangstig-, de haar meer, dan zij zich zelf wilde bekennen, .OY.ordt vervolgd}*

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Noord-Hollandsch Dagblad : ons blad | 1921 | | pagina 1