Nieuwe Lang'edijker Courant", van Zondag 2 April 1893.
dedeel, dat dezelfde enquêtte aan het licht heeft
gebracht, dat in '95 type-gemeenten in 1880 de
hypothecaire schuld 29 millioen, acht jaar later
81 millioen bedroeg, terwijl terzelfder tijd de
waarde van het land met de helft afnam.
En wat heeft in al dien tijd nu het parti
culier initiatief gedaan
Tal van banken zijn er gekomen, misschien
wel te veel. Maar voor den grooten boer kost
het geld 4 en voor den kleinen 5
Voor de Staatshypotheekbank zou een heirle-
ger van ambtenaars noodig zijn?
Volstrekt niet. De staat heeft in een peraequa-
tie voldoenden waarborg omtrent de waarde van
het land; kan dus den aanvrager 60 a 70%
der waarde verleenen en de aanvrager heeft geen
andere onkosten dan die van de acte en dat is
met 10 k 25 gulden betaald. Zoo doende kan
men den boerensfand helpen, geeft men hem
volstrekt niet eenig privilegie boven kooplieden
en kapitalisten en geen enkel belastingschuldige
zal er een cent meer belasting om behoeven te
betalen.
Dr. ten Bosch loopt met de soliditeit van Staats-
credidiet niet zoo hoog en herinnert aan Portugal
c. s.
En dan die goede werking der rijkspostspaar
bank!
Maar vergeet de heer Zijp dan, dat ook juist
de postambtenaren steen en been klagen, dat zij
voor al dat werk zoo treurig beloond worden
Daarbij vraagt spreker aan de geachte inleider
of hij de eenige vreemdeling is in Jeruzalem
die niet zou weten dat de Postspaarbank een ei
is door de coöperatieve kip gelegd. De Staat
behoefde geen prijsvraag uit te schrijven voor
eene mooie stijl, noch geld beschikbaar te stellen
tot oprichten van het gebouw, zelfs was het per
soneel ter exploitatie aanwezig en niettegen
staande dit alles bedraagt het dividend
2,64 -
Nu weet spreker wel dat men met verschil
lende factoren in deze materie moet rekening
houden, doch het gaat ook niet aan de Post
spaarbank voor te stellen als het toppunt van
succes door Staatsexploitatie ons gebracht.
En wat betreft de vertrouwbaarheid der schat-
tingscommissiën
Ja, dat is gebleken! Als die commissie op
eene plaats kwam om de waarde der eigendom
men te schatten, dan moest ze de hulp inroepen
van twee of meer personen uit die gemeente,
omdat ze met de toestanden dier plaats niet op
de hoogte was.
Stel u eens voor dat ge eene bezitting hebt
in Zeeland, waarvan gij per Hectare f50.
pacht ontvangt. Dan zal de berekening zijn, dat
dat land f1500 landwaarde heeft. Maar wat ge
beurt? Op de verbooping brengt het maar de
helft op. Hé, hoe komt dat en de schattings
commissie taxeerde het toch op f1500.Zeker,
maar de nieuwe kooper hield rekening dat de
possessie in eene polder lag waarvan de moge
lijkheid niet was buiten te sluiten zij eenmaal
calamiteus kon worden!
En daarom blijft spreker bij zijn gevoelen dat
er werkelijk een zeer groot aantal ambtenaren
noodig zou zijn.
Spr. beroept zich op het getuigenis van een
groot staathuishoudkundig hoogleeraar, een hon-
gaarsch afgevaardigde, die de Rijnprovincie had
bezocht ter bestudeering der door hem bedoelde
kring-kassen en daarvan verklaartdat de soli
dariteit tusschen eerlijke lieden, het gemeen
schapsgevoel versterkt. Deze instellingen vormen
een nieuwe sociale wereld, waarin broederliefde
en onderlinge hulp gehuldigd worden Een
Roomsch geestelijke verklaarde er van: mijne
landelijke kas heeft ten opzichte der oplossing
van sociale hervorming meer uitwerking gehad
dan al mijn spreken.
De heer J. Zijp Kz. zou de stichting dier par
ticuliere crediet-kassen toejuichen, maar hij
ziet ze nog niet komen in Nederland, waar we
wel overstroomd worden door hypotheekbanken.
Daar deze zaak nu genoeg besproken geacht
wordt, wordt bij acclamatie aan het bestuur
machtiging verleend„de oprichting
eener Staat s-H ypotheek te bevor
deren.*)
In zake het kanaalplan SchagenStolpen
wordt het bestuur gemachtigd aan de Tweede
Kamer en aan de Staten van Noordholland een
adres te zenden waarin medewerking wordt
verzocht ter verwezenlijking van dat plan, waar
door men zal verkrijgen
le. Betere gelegenheid tot min kostbaar en
sneller vervoer van landbouwproducten
2e. Bevordering van groentenverbouw, welke
thans door de gebrekkige waterwegen in de ge
meente Schagen bijna ondoenlijk is;
3e. Geschikte gelegenheid tot vervoer van
zand uit de Zijpe voer verschillende doeleinden
en werken en daarmede bevordering van het
afgraven van te hooge en schrale zandgronden
in die gemeente;
4e, Wederkeerige gelegenheid om mestspe-
ciën uit de meer vruchtbare omstreken van
Schagen te verkoopen en te vervoeren naar de
over het algemeen meer schrale gronden van
de Zijpe, Callantsoog en Koegras;
5e. Bevordering van goedkooper aanvoer van
meer en meer in gebruik komende kunstmest
stoffen
6e. Betere gelegenheid tot het in- en uit
voeren van voederartikelen, alshooi, stroo,
lijnzaadkoeken, suikerbieten, enz.
Na het vaststellen der begrooting voor 1893,
bedragende in ontvangst en uitgaaf f4348.18
wordt de vergadering door den voorzitter geslo
ten, met een woord van dank aan de leden.
Dat Dr. ten Bosch niet alleen staat wat betreft
zijne opinie in zake Staats-hypotheekbank, bewijst
o. a. dat de Geldersch—Overijselsche Maatschappij van
Landbouw den eigen-geërfden boer wil trachten te
helpen door
1°. stichting van instellingen tot bevordering van
het persoonlijk crediet;
2°. stichting van een onderlinge hypotheekbank,
gesteund door het Rijk.
De Red.
Den 30sten dezer werd in het Noord-Hol-
landsch koffiehuis te Schagen eene vergadering
gehouden ten einde te bespreken de belangen
voor den verkoop van vee. Op voorstel van den
heer H. de Leve van Purmerend, die de zaak
inleidde, en er op wees, hoe geschikt Schagen
voor het houden van een Paaschtentoonstelling
van vet vee en fokvee, enz. ligt, werd in begin
sel aangenomen op een Woensdag voor Paschen
eene dergelijke tentoonstelling te Schagen tot
stand te brengen. Yoor dit doel zal eene veree-
niging worden opgericht, waarom tijdens de ver
gadering een voorloopig bestuur van 7 leden
werd gekozen, nl. de heeren H. de Leve, van
Purmerend, D. Nierop van Nieuwe Niedorp, G.
Geerlings van Anna Paulowna, P. Boekei, P.
Buis, C. Zijdewind en J. de Yeer van Schagen
die de zaak verder zullen uitwerken.
De deelneming voor de weduwe van den
vermoorden wachtmeester der maréchaussees te
Osch is algemeen. Zijn lijk is heden ter aarde
hesteld. Woensdag werd ten behoeve der weduwe
een collecte gehouden die goede resultaten ople
verde. De vermoorde genoot aller achting en was
een plichtgetrouw rustbewaarder; en juist het
nauwgezet vervullen van dien plicht, zonder
daarom ruw op te treden, schijnt hem ten kwade
geduid te zijn. Het onderzoek heeft 18 korrels
hagel bij de hartstreek gevonden en ook eene
wond aan den hals. Ook schijnt het, dat hij zich
bij den eersten aanval heeft verdedigd, daar uit
zijn revolver een patroon werd gemist.
Woensdag werden 25 personen, meest werk
lieden, in verhoor genomen, doch de dader is
niet gevonden; althans werden allen weer vrij
gelaten. Eigenaardig is het, dat allen zoo pot
dicht zijn en er niets ook niet van vorige
aanslagen uitlekt. Er hebben nu in een jaar
tijd zes aanslagen plaats gehad en van geen en
kelen is de dader ontdekt.
Men wist te vertellen, dat de justitie alle ver
dachten en in verhoor genomen personen had
vrijgelaten in de hoop, dat zij in de komende
feestdagen uit vreugde over de vrijlating in ge
sprek iets zullen loslaten. Politie en marechaus-
seé bewegen zich telkens onder het volk om iets
gewaar te worden. Wellicht houdt velen die er
iets van weten de vrees voor „boycotten" tegen
om een of andere aanwijzing te doen, want hem
kan hetzelfde lot treffen als het den daders be
kend werd. Intusschen blijft Osch eene gevaar
lijke plaats en is het te hopen, dat de dader
gevonden en voorgoed een einde gemaakt worde
aan gebeurtenissen zooals deze, die niemand ze
kerheid voor zijn leven geven.
Zaterdagochtend kwamen te Ileerenveeii
44 werkloozen uit Jubbega-Schurega en wendden
zich tot den voorzitter van het burgerlijk arm
bestuur om onderstand. Daar zij hier geen hulp
konden vinden, wezen zij uit hun midden eene
commissie van elf personen aan, die zich ver
voegen zou bij den te Heerenveen woonachtigen
predikant van Nijehaske, om diens hulp in te
roepen. Deze poging was niet te vergeefs; de
predikant schonk hun 44 brooden, een voor elk
der werkloozen.
Bij hunne lastgevers teruggekeerd, vertelden
zij dezen, dat zij niets ontvangen hadden, en
eerst bij hunnen terugkeer te Jubbega-Schurega
werd het gepleegde bedrog ontdekt. Een hevige
twist was hiervan het gevolg, en deze liep zoo
hoog, dat de politie er aan te pas kwam, die,
na de rust te hebben hersteld, proces-verbaal
wegens verduistering tegen de 11 bedoelde ar
beiders heeft opgemaakt.
VLYGT ANS APRÈS.
Onder dit opschrift meldt het Hbld. van Dins
dagavond het volgende
Het is heden twintig jaar dat de vijandelijk
heden tegen Atjeh begonnen. Het kanonvuur
van Zr. Ms. Marnix gaf het sein dat de oorlog
begonnen was tegen den sultan van Atjeh, om
dat deze handel en scheepvaart in den Oostin-
dischen Archipel benadeelde en niet bij machte
was wet en orde te handhaven in de onderhoo-
righeden van Atjeh. Moedwillig had hij de Ne
derlanders gehoond, wier internationale plicht
het is, handel en scheepvaart in den Archipel
te beschermen.
De oorlog was een volkomen te rechtvaardi
gen oorlog, die allerminst tot verovering van
grondgebied gevoerd werd. Gelijk St. Augustinus
zeide is „der menschen natuurlijke begeerte voor
vrede. Oorlog is alleen een middel, waardoor hij
een hooger en beter vredestoestand in de plaats
stelt van een lager en slechter soort." Door wei
felend, telkens veranderend beleid zijn groote
en vaak herhaalde fouten begaan. Maar de hoofd
zaak is bereikt. De atjehsche zeeroovers brengen
niet langer de veiligheid op zee in gevaar. Te
genover de mogendheden van Europa en Azië
hebben wij onzen plicht vervuld door voor de
veiligheid zorg te dragen.
De lessen van het verleden zullen voor de toe
komst vruchten dragen. Een standvastiger wijze
van optreden zal Atjeh ten slotte de nederland-
sche opperheerschappij doen erkennen, die aan
zoovele indische gewesten ten zegen is.
Het verleden herdenkend, brengen wij dank
baar hulde, aan den zelfopofferenden moed en
de nobele volharding van ons Indisch leger en
onze koninklijke marine. De onhandigheid en
onwetendheid van zwakke staatslieden is hun niet
te wijten. Juist zij lijden er het meest onder.
Met groote zelfverzaking en geduld is in Atjeh
door leger en vloot hun plicht gedaan, sinds bij
de landing de adelborst eerste klasse Zimmer
sneuvelde, tot nu toe.
Een rij van mannen waarop wij fier zijn, on
derscheidde zich in die twintig jaren. Kohier,
Yan Swieten, Yerspyck, Pel, Demmeni, Yan Teyn,
"Wiggers van Kerchem, Van der Heijden, Gey
van Pittus, Koopman, Van Gogh, Bogaerdt, Bin-
kes en honderden anderen toonden dat de Ne
derlanders nog niet ontaard zijn.
En nu voltooie men het werk door geduld en
volharding.
Nederland heeft een grootsche taak in Indië.
Het vervulle die steeds beter en krachtiger.
Onze beteekenis onder de volken danken we
voornamelijk tegenwoordig aan ons optreden als
koloniale mogendheid. Daarom worde die taak
blijmoedig en hoopvol vervuld. Men doordringe
het geheele volk van het gewicht van die taak,
opdat wanneer aan ieder blijkt dat Indië geeu
batige saldos meer oplevert, niet ook hier de
sloopers aan het werk gaan om af te breken en
de oude vlag neer te halen.
In de Woensdag gehouden raadszitting te
Amsterdam is het voorstel-Wüste, betreffende
de opheffing van de Unuiversiteit in de hoofd
stad, na breedvoerige discussie, verworpen met
26 tegen 9 stemmen.
Toen de uitslag bekend was, ging er van de
publieke tribnne, waar vele studenten aanwezig
waren, een luid gejuich op.
Des avonds werd van de studenten-sociteit
„Nos Jungit Amicitia" de vlag uitgestoken.
Om 9 uren Woensdagavond werd door de
politie te Rotterdam zwaar geboeid naar het
huis van bewaring aan de Korte Hoogstraat ge
bracht een Duitscher. Deze vreemdeling was
dien namiddag, als zonder middel van bestaan
zijnde, met nog een man, die in dezelfde om
standigheden verkeerde, onder geleide van twee
agenten-brigadier op transport gesteld, om uit
het rijk te worden verwijderd. Omstreeks 21/2
uren van het Station Beurs vertrokken, wist deze
Duitscher de aandacht van zijne geleiders af te
leiden en nabij IJselmonde uit den met volle
vaart rijdenden trein te springen. Hij ontkwam
ongedeerd, doch werd later onder die gemeente
door een rijksveldwachter, dien men met het
voorgevallene in kennis stelde, opgespoord, aan
gehouden en naar Rotterdam terug getranspor
teerd. De opnieuw aangehoudene wil niet naar
zijn vaderland terugkeeren, waar hij, naar men
met grond meent, iets op zijn cachet heeft.
Dinsdagavond is op den trein, die 5 u. 47
m. (Greenwich) te Kuilenburg van Utrecht
aankomt, een schot gelost, juist toen de trein
van de brug was, ongeveer op de hoogte van
wachtpost R. Bierman. Het schot ging door eene
ruit van een coupé 1ste klasse, waarin zich eene
dame en een heer bevonden, die er gelukkig
zonder letsel afkwamen. Van een en ander is bij
den commissaris van politie te Kuilenburg aan
gifte gedaan.
Sedert eenige dagen loopt te Amsterdam
het gerucht, dat de heeren „invités" op de aan
staande hoffeesten, tijdens het verblijf onzer
vorstinnen in de hoofdstad des rijks, niet anders
dan gekleed in hof-costuum, in het gala-costuum
voor enkele ambtenaren vastgesteld, of in mili
taire tenue zullen mogen verschijnen.
Minder omdat zoo'n pak een uitgave van drie
honderd gulden kost, dan wel omdat onze eer
bare kooplieden zich over het algemeen ongaarne
met steek en degen tooien, vindt die maatregel
daar weinig bijval, en zijn daarom door enkele
bevoegde autoriteiten pogingen aangewend, om
het officieele bevel daartoe, zoo mogelijk, nog te
voorkomen.
Om verschillende redenen, maar vooral ook
omdat zooiets te Amsterdam nooit gebruikelijk
was, hopen wij, dat deze nouveauté niet worde
ingevoerd. (T.)
Tot secretaris-penningmeester van den pol
der Oudorp, is benoemd de heer G. Bos Wz.,
in plaats van wijlen zijn vader, den heer W.
Bos, die gedurende 41 jaren, tot aan zijn dood,
die betrekking had vervuld.
Yan de 1100 burgemeesters in ons land
vervullen 426 het ambt van secretaris, 88 zijn
meester in de rechten, 62 noemen zich jonkheer,
48 baron en 3 graaf, 29 zijn versierd met den
Nederlandschen Leeuw, 13 met de Eikenkroon
en drie met de Militaire Willemsorde.
De tien kleinste gemeenten in ons land zijn
Papekop (Z.-H), Petten (N.-H.), 's Heer-Abts-
kerke (Zeel.). Tienhoven (Z.-H.), Rijcksholt,
Nunhem, Mesch, Ittervoort (alle in Limb.), Hem
men (Geld.) en Katwoude (N.-H.) met tusschen
de 359 en 223 inwoners.
Gedroogde aardappelen. Wie heeft er
ooit van gehoord En toch is 't volstrekt geen
nieuws meer. In gedroogden staat bederven de
aardappelen niet licht, de transportkosten en die
van 't bewaren zijn veel geringer.
Ook zjjn ze tegen oud worden en uitloopen
bestand. Zij kunnen ver verscheept worden en
zijn daarom voor de zeevaart als proviand
en voor legers veel waard.
Men kan ze als versch gebruiken, nadat ze
12—15 uren in het water zijn geweekt. Sma
kelijk eten
gelogeerd dat is alles, wat ik je kom vragen
Een korte, onwelluidende lach klinkt door de
kamer. Warmoltz heeft zich onverschillig afgekeerd.
«Nonsens mompelt hij, «ga weg
«Warmoltz ik smeek je heb medelijden
«Medelijden barst de ander nu heftig uit,
terwiji hij zich recht voor Van Manen plaatst en
zijn oog dreigend vonkelt, «medelijden Spreek jij
van medelijden, Van Manen? Zeg, heb jij me
delijden met mij gehad, toen je mij mijn schat
ontroofdet, toen je mij het schoonste en het liefste
ontnaamt, wat ik op aarde had toen je door
schijnheilige vriendschapsbewijzen en mooie praat
jes mijn meisje ontrouw deed worden en haar voor
jou begeerdet nog eens, noem je dat mede
lijden
«Vergiffenis wij zijn gelukkig
«Ja, ten koste van mijn geluk'k wil 't graag
gelooven,« klinkt 't bitter, «verboden vruchten sma
ken zoet, niet waar? Maar niet ieder neemt zulke
zaken zoo kalm op, als je misschien wel denkt
een daad van een schurk is niet zoo gemakkelijk
uit te wisschen. Sommige mensdien zijn gevaarlijk
en die dient men zooveel mogelijk uit den weg te
blijven en daarom verzoek ik je dus, mij te ver
laten
Van Manen heeft al den tijd, dat deze beschul
diging naar zijn hoofd werd geslingerd, zich kramp
achtig aan de tafel vastgehoudengeen woord is
meer over zijne lippen gekomenhij verdiende deze
verwijten, dat weet hij, maar als Warmoltz heeft
geëindigd, komt de gedachte aan zijn ziek kind
weer plotseling met kracht bij hem boven en hij
vraagt met trillende stem
«Dus moet mijn lieveling sterven?"
«Leer om leer de wraak is zoet!" mompelt
Warmoltz, «voor een vriend heb ik alles over
voor een vijand niets!"
«Warmoltz!" en bijna wanhopig klinkt dit woord
van de lippen, «neen, dat meen je niet ik weet
het, je wilt niet, dat een onschuldig wicht boet
voor hetgeen de ouders misdaan hebben je kunt
dat niet meenen; daarvoor is je hart te edel
ik smeek je, wil je komen?"
Eén oogenblik wankelt Warmoltz één oogen-
blik slechts. Dan schudt hij het hoofd en zegt:
«neen."
Verpletterd blijft Van Manen staannog even ziet
hij zijn vroegeren vriend aan, maar dan ijlt hij naar
de deur. Doch. nog kan hij niet weggaan, nog draalt
hijeenmaal nog zal hij een poging wagen en aan
doenlijk klinkt zijn stem, als hij vraagt:
«Voor 't laatst, Warmoltz wil je?"
«Nimmer!" luidt 't antwoord.
Even later staat een forsche gestalte voor 't bedje
van de kleine patiente, die in een hevige koorts
ter neder ligt. De gasten, die gewoonlijk des zomers
het hotel bewonen, om van de schoone omstreken
en de gezonde lucht te profiteeren, die 't dorp B.
hun schonk, begrepen niet, waarom des geneesheers
gelaat zoo ernstig stond, toen hij daar straks in
allerijl had gevraagd, waar de kamers van den heer
Van Manen waren en hoe hij toen snel was bin
nengetreden. Zij wisten wel, dat 't kleine meisje
plotseling ziek, erg ziek van een wandeling met de
dienstbode thuis was gekomen en misschien zou
sterven; maar dit was toch voor een dokter geen
reden, om zóó zorgelijk te zien een geneesheer
was waarlijk wel aan akelige tooneelen gewendHoe
konden zij ook weten, dat er zooeven een strijd
gestreden was tusschen menschenliefde en vijand
schap en hoe Warmoltz' goed en edel hart op 't
eind de zege had behaald over alle bitterheid, die
in hem woedde?
Een doodsche stilte heerscht er in de ziekenkamer,
slechts afgebroken door 't eentonig getik van een
klok en door een welluidende mannenstem, die nu
en dan eens een woordje zegt.
«Zal u mij beter maken, mijnheer?" vraagt plot
seling een fijn stemmetje, dat door de koorts ge
jaagd en hoog klinkt.
«Zeker, kindje, maar dan moet je ook zoet de
poeiertjes innemen en kalm blijven liggen beloof
je mij dit?"
Het kind knikt. «Maar mijn hoofdje gloeit zoo!"
kermt het, zich rusteloos heen en weer bewegende.
«Maatje!" vervolgt het, zich eensklaps oprichtende
en met haar groote schitterende oogen haar moeder
beangst aanziende, «zou ik dood gaan?"
«Dood gaan? neen mijn liefje, je moogt niet
dood gaan?" snikt de moeder, het handje van haar
lievdling in de hare nemende «je moet bij paatje
en mij blijven, zul je? Dokter zal je wel gauw weer
beter maken."
Geen woord van herkenning of vergiffenis is tus
schen de echtgenooten en Warmoltz gewisseld, toen
hij binnentrad; zwijgend, overtuigd van hun schuld,
hadden beiden niet durven spreken, doch één blik
waarin een wereld van gedachten lag, had alles ge
zegd; toen had Warmoltz zich snel omgekeerd en
't polsje van 't zieke kind in zijn hand genomen.
«Nietwaar!" vraagt opnieuw zijn volle, doch nu
ongemeen zacht klinkende stem, «je zult een dap
per meisje zijn en lief innemen
«Heuschbelooft het kind, «en gaat dat vuurtje
in mijn hoofd dan ook over 't doet hier zoo'n
pijnk en opnieuw verdwijnt de kleine poezele hand,
woelend in 't blonde krulkopje.
Warmoltz buigt zich over ke kleine en legt zijn
koele hand op 't klamme voorhoofdje. «Is 't zoo
niet beterfluistert hij.
«Ja, ja,« knikt het meisje, haar oogjes sluitende,
alsof deze aanraking haar goed doet, «veel beter!»
en terwijl een glimlachje om haar mond verschijnt,
valt zij in een lichte sluimering.
Warmoltz dompelt nu een doek in een waterkan
en nadat hij dezen met de zorgvuldigheid van een
moeder op 't gloeiende hoofdje gelegd en een kal
meerend middel voorgeschreven heeft, kan hij zijn
taak hier voor vandaag als geëindigd beschouwen.
«Warmoltz!» klinkt een stem hem achterna, alsi
hij haastig, zonder om te zien, de kamer wil ver
laten, «ga zoo niet heen laat ons eerst goed
maken, wat wij misdreven hebben; geef ons de
hand ter verzoening!»
«Ik kan niet,« luidt het gedempt, »'t is mij on
mogelijk!»