,JNieuwe Langedijker Courant', van Zondag 9 Juli 1893. feestelijkheden is zeer uitgebreid en wordt alom in den lande verspreid. De commissie is met groote krachtsinspanning werkzaam, om op den bepaalden tijd gereed te zijn. Op eene hoogst eigenaardige wijze besproeit de heer R. te Schagen zijn weilanden. Een windmolentje pompt het water uit de slooten in lange zinken goten, die over een geheelen akker geleid kunnen worden en naar gelang het noo- dig is verkort of verlengd kunnen worden. Het molentje zelf is verplaatsbaar, zoodat de heer R. verscheidene, van elkander gelegen weiden van water kan voorzien. De voor een paar dagen besproeide gedeelten zien er heel wat beter uit dan de nog onbesprocide. Yan bevriende hand ontvingen wij het be richt dat door een groentenliandelaar van Xoord- scharwoudc dc eerste bloemkool is verzonden van het station alhier. liet ZendingslVest. Men schrijft: Dinsdag werd op het landgoed Velserbeek bij Yelsen, toebehoorende aan baron VanTuyllvan Serooskerken, het dertigste Christelijk Nationale Zendingsfeest gevierd. Het was zeer mooi weer en de plaats scheen met het vroolijk zonlicht schooner dan ooit. In Velsen was het buitengewoon druk. De men- schen kwamen uit alle deelen van ons land om het feest bij te wonen. Op verschillende punten waren in het bosch spreekgestoelten opgeslagen. Ook was er eene groote cantine en een hut van het roode kruis met verpleegsters. Om de spreekplaatsen waren orkesten opge steld, die de gezangen begeleidden. Ten tien ure werd het feest geopend door dr. J. de Visser, die God dankte voor het schoone weer en hulde bracht aan de familie VanTuyi, die zoo welwillend haar landgoed had afgestaan om het feest te vieren. Het bestuur der vereeniging is samengesteld uit de heeren: H. Y. Hogerzeil, S. H. Buij ten- dijk, H. B. Breijer, J. P. C. Westhof, J. J. Ver- bruch Hz. en H. C. Voorhoeve J.A.Ózn. Als sprekers traden op.de heeren: dr. J. Th. de Visser, M. A. Adriani, G. van Asselt, H. H. Barger, dr. J. Cramer, L. H. J. A. Faure, P. Groote, dr. Ph. Hoedeinaker, mr. C. J. H. graaf van Limburg Stirum, dr. A. Loeff, dr. II. M. van Nes, dr. J. liiemens, O. Schrieke, D. Veen, J. van der Veen, A. J. A. Vermeer, P. van Wijk Jr., J. H. Buitendijk en dr. A. W. Bronsveld. Het feest was uitstekend georganiseerd. Het werd druk bezocht, en met de verkoopingen van geschriften mede, bracht het een goede som geld op, ten voordeele van de zendingsvereeniging. Per extra-treinen keerden de feestvierenden huiswaarts in recht vroolijke stemming. Friesch Woordenboek. Van het Friesch Woordenboek, dat van wege de provincie Friesland zal worden uitgegeven, zijn te Leeuwarden bij de uitgevers Meijer en Schaafsma eenige proeven van bewerking met voorbericht en prospectus verschenen, waaruit blijkt, dat dit woordenboek zeer tot nut zal kun nen zijn voor schrijvers en beoefenaars der Friesche taal, en wel in de eerste plaats tot eene voorlichting zal kunnen strekken voor hen, die van de Friesche taal eene studie wenschen te maken. Ook de lijst van Friesche eigennamen, samen gesteld door den heer Johan Winkler, bevat veel wetenswaardigs en tal van bijzonderheden, waar mede de beoefenaars en belangstellenden der Friesche taal hun voordeel kunnen doen. De uitgave staat onder toezicht van de heeren J. van Loon, lid van Gedep. Staten Friesland; dr. Tj. Halbertsina, hoogleeraar aan de univer siteit te Groningen, en mr. P. van Blom, raads heer in den Hoogen Raad der Nederlanden. Amsterdamselie dieven. Door 2 opgeschoten jongens van 18- a 20-ja- rigen leeftijd werd dezer dagen ten 4 ure de koperen brievenbus met handvat van een kwaad. Wat verbeeldde die goevernante, met haar geelbleek gezicht zich wel? Nu, op zulk een meisje zou zeker nooit een man verliefd worden »Ja, ziet ge, die Stockholmsche heertjes zijn ge ducht verwend,® zeide Oom met een blik van ver standhouding en klopte de asch van zijne sigaar. Johan scheen dit gezegde weder in zijn humeur te brengen, althans hij nam met een heel verge noegd gelaat een slokje uit zijn punchglas. »Ja, ja Oompje; u weet hoe het onder ons, jongelui te Stockholm toegaat" antwoordde hij, ter wijl hij met zijn eene oog den ouden heer vertrouwe lijk wenkte, als om te zeggenwij twee verstaan elkander. »Men leeft daar vlot; raakt men eens in den maalstroom van bals en soupers, dan is het niet gemakkelijk er weder uit te komen.« «Neen, dat zal waar zijn,« stemde oom vrien delijk toe, maar zijn oog gleed spottend langs den langen, sproetigen bengel, die zoo bizonder gezocht was op de bals in de hoofdstad. Nu begon Johan met grooten ijver allerlei ver halen uit Stockholm op te disschen en met een geheimzinnig gebaar, als wist hij er alles van, over sommige toestanden in de hoofdstad te praten. Hierbij draaide hij langzamerhand zoo tamelijk zijn rug naar juffrouw Linder, boog zich gedurig tot zijn oom over en fluisterde hem het een en ander toe. Bij een paar, door juffrouw Linder gemaakte, opmerkingen, deed hij eenvoudig als had hij niets gehoord en vervolgde zijn gesprek. Maar (toen de gouvernante later de kamer uit ging, was Johan verwonderd en ontsteld tegelijk, bij de woorden van oom, die, hem de hand op den schouder leggende, vriendelijk doch zeer ernstig tot hem zeide: perceel op de Heerengracht ontvreemd, waar mede zij zich ijlings uit de voeten maakten. Een dochtertje des huizes heeft hen gezien. Heden, toekomst en verleden. Een boerenknecht te Borger-compagnie trok uit de loterij, verbonden aan de tentoonstelling te Winschoten, een paardeen pas gehuwd machinefabrikant een doopjurkje en een inva lide (die zijne beide beenen mist) een paar laarzen Kleine Piet. „Kom eens hier, Piet!" Geen antwoord; hij is aan 't vechten met zijn kleiner broertje Karei, en daar hij de sterkste is, wil hij niet ophou den. „Pietje", zegt moeder, „laat broer met rust, hij kan 't immers niet tegen je uithouden." „Dat kan me niet schelen", antwoordt de knaap tusschen twee welgemikte vuistslagen in. Zijn broertje valt weenend aan de voeten van Pieter en vraagt om genade. Hij is dan ook nog maar zes jaar oud. „M'n arm ventje", roept moeder uit, terwijl zij toesnelt, Karei oppakt en hem zoekt te troosten. „Pieter, je gaat dadelijk naar bed; 't is heel leelijk van je, een kleineren jongen aan te vallenje bent immers sterker. Foei, ik dacht, dat m'n oudste jongen lief was en zijn broertje zou beschermen. En dat ik mij nu zoo in je vergist heb! Ik ben heel boos op je; je krijgt ook geen nachtkus van me, en als vader thuis komt, zal ik hem alles vertellen, en die zal er erg verdrietig over zijn. „Dat geloof ik niet" antwoordt de jongen, zijn blondgelokt kopje weer opheffend, dat hij eerst beschaamd had neergebogen. „Wat is dat?" vroeg de moeder ernstig. „Neen" klinkt het besliste antwoord: „vader zal niet boos op mij wezen, want ik ben de sterkste en iederen avond, als u Kareltje naar bed brengt, vertelt vader me de veroveringen van Napoleon I; u weet wel de gróóte Napoleon! En, ziet u, hij heeft alleen zooveel overwinnin gen behaald en is groot geworden door z'n kracht en macht. Vader houdt veel van hem en ik ook. Vader zegt, dat hij alles doodde, wat hem weer stond. En ik heb broertje alleen maar geslagen, omdat hij niet toegeven wou." De moeder, niet weinig verrast door deze ver schrikkelijke logica, neemt haar Pieter op eene knie, terwijl ze Karei reeds op de andere had en streelt en kust hen beiden. „Kom, vertel mij eens, wat ge eigenlijk hebt en ik zal je verschil wel uitmaken." Karei antwoordt niet; die zit nog luid te snikken; maar Pieter roept in opgewondenheid uit „Waarom wil u dat uitmaken Ik ben de overwinnaar even als de groote Napoleon. Nie mand vroeg hem ooit rekenschap van zijne over winningen En nog vol van z'n overwinning gleed hij van moeders knie af; eensklaps zag hij tranen in haar oogtoen vloog hij haar om den hals en begon ook te schreien. „Ben ik dan werkelijk stout, dat ik mijn lief mamaatje laat schreienMaar dan was de groote Napoleon, waarvan vader altijd praat, nog veel slechter, want hoeveel moeders moeten door hem gehuild hebbenIk wil niets meer van hem hoo- ren; zult u dat aan vader zeggen?" En daarna wendde hij zich tot Karei: „Willen we maar goed op elkaar wezen, al weet je nu, dat ik de sterkste ben?" „Goed zoo" zeide de moeier met een ge lukkig lachje, „den zwakke liefhebben en be schermen is grooter dan hen te overwinnen." (Pax Humanitate.) S 1 i in De heer C. E. W. B. te Zaltbomiuel heeft een kanarievogel, dien de eigenaar eiken morgen in de kamer laat rondvliegen, en dan twee klon tjes suiker geeft; het eene klontje wordt direct opgepeuzeld en het andere brengt de vogel in het water-fonteintjezoodoende heeft de slimmerd den heelen dag zoet water! «Hoor eens, jongen-lief, je schijnt de plaats die juffrouw Linder in mijn huis bekleedt, geheel ver keerd te begrijpen. Ik beschouw haar als eene mijner dochters en ik wensch dat allen die hier komen haar dezelfde oplettendheid bewijzen als aan mijne meisjes bewezen wordt". Johan boog toestemmend; hij prevelde iets van misverstand en »niet met bedoeling® en van «hoog achting® en zoo al meer, maar in zijn hart zwoer hij juffrouw Linder op dit oogenblik een doodelij- ken haat. Toen hij dien avond naar bed ging was hij niet best tevreden. Hij had gedurende dien nacht be nauwende droomen: hij danste polka met juffrouw Linder en Elsa stond er bij en lachte, dat zij proestte. Den anderen morgen stond hij vroeg op en ging naar den tuin, met het plan voor het ontbijt eene wandeling te maken. Het was een vrij groote tuin, die keurig onderhouden werd. Op het zien van dat fraai gazon, de goed gevulde bloemperken en de net geharkte paden had Johan de aangename gewaar wording, dat de oude heer er warmpjes in zat. Juist toen hij zich zoo onbaatzuchtig in den wel stand van zijnen oom verheugde, kreeg hij juffrouw Linder in liet oog, die onder een treur-esch zat te lezen. Hij dacht aan de les van oom, die hij giste ren had gekregen, daarom maakte hij haar op be leefde wijze zijne opwachting, hoewel hij in stilte de opmerking maakte dat zij een afschuwelijke japon had aangetrokken; men moest waarlijk eene gouvernante wezen, om zich zoo smakeloos te kleeden. Wordt vervolgd. Wilt gij uw kanarievogels van ongedierte bevrijden, hangt dan eenvoudig 's nachts een schoon servet over de kooi. Als ge dit 's morgens wegneemt, vindt gij er de beesten op als kleine, roode of zwarte stippen. Gij moet dit zoolang doen tot gij er niets meer vindt. In „De Nederlansche politiegids" orgaan van den Nederlandschen Politiebond van Juli 1893 (No. 91) is het volgende antwoord gege ven op een vraag, in dat orgaan gesteld, welke luidt als volgt: „Wat kan gedaan worden om het socialisme en anarchisme onder onze politie agenten tegen te gaan?" Dit antwoord is door den voorzitter van den Politiebond zelf gegeven. Vraag 219. Om deze vraag te kunnen beant woorden moet eerst vaststaan, dat het socialis me en anarchisme onder de politie-agenten heerscht. Door deze vraag op te nemen in dezen vorm heeft de redactie reeds aangenomen, dat het vaststaat, dat onder de bewaarders van orde en rust de verfoeilijke begrippen en denkbeelden, die socialisme en anarchisme in de wereld bren gen, wortel hebben geschoten. En dat doet mij genoegen, dat de redactie er zoo over denkt. Want het is waar, het is eene treurige waar heid, dat onder de politieambtenaren en beambten in Nederland socialisme en anarchisme een vruchtbaren bodem ter bewerking hebben, en er reeds velen, ja zeer velen door zijn aan getast. Eu niet alleen weet ik dat het bij de mindere beambten zoo gesteld is, zelfs bij de hoogere politie-ambtenaren tiert het kwaad welig en zal het spoelig voor goed wortel schieten. Trourig, maar waar, helaas! Aan wie of wien de schuld? Misschien dat ik daar later het antwoord op geven zal, nu is het voldoende antwoord op de vraag te geven „Wat kin gedaan worden om het socialisme en anarchisme onder onze politie-agenten tegen te gaan," maar laat ons dan niet noemen „po litie-agenten", maar daarvoor in de plaats stel len „ambtenaren en beambten van politie". De beantwoording dier vraag kan zeer kort zijn: 1. Invoering eener Politiewet in Nederland. 2. Wettelijke waarborg van benoeming en ontslag. 3. Geen willekeurige handelingen van Burge meesters. 4. Geen benoemingen van personen tot hoo gere rangen, die buiten het politievak staan. 5. Gel jj lelijke opklimming tot hoogere ran gen, met dien verstande, dat wel capaciteiten in aanmerking worden genomen, maar anciënni teit den doorslag moet geven. 6. Het vertrouwen in het rechtvaardig han delen van hooger autoriteit aankweeken, in plaats van, zooals thans meermalen geschiedt, het rechtvaardigheidsgevoel van den politieambtenaar te kwetsen en te beleedigen. (w. g.) J. W. TUINENBURG, Commissaris van politie. Hilversum. Moord. Te Ees (Dr.) had Dinsdag-morgen omstreeks zeven uur een ontzettend voorval plaats. De landbouwerszoon, E. Warringa, die voor eenigen tijd verkeering had gehad met Rika Wenning, 23 jaar oud, heeft dit meisje, wetende, dat zij alleen thuis was, door twee revolverschoten in hare woning gedood. Misschien heeft hij haar, alvorens tot de mis daad over te gaan, verzocht om de liefdesbe trekking, die door het meisje, op verzoek des vaders, afgebroken was, weer te hervatten. Het zal hem niet gelukt zijn Rika daartoe over te halen. Een zilveren halsslotje, vroeger door War ringa aan Rika gegeven, werd op de tafel ge vonden, dat zij, zooals men denki, aan hem zal hebben willen teruggeven. Voorts moet er eene worsteling hebben plaats gehad, hetwelk men meent te mogen afleiden uit krabben op des meisjes bloote armen. Toen moet hij de twee schoten op haar hebben gelost, waarvan een haar achter het eene oor en 't an dere haar in den schouder trof. Rika is toen naar buiten gevlucht en wilde eene achterdeur aan den zuidkant der woning weer binnentreden. Hier is zij bezweken. De vermoedelijke dader, die gevlucht was, is gearresteerd. Dat de zaak in Ees veel veront waardiging wekt, moge blijken uit het feit, dat de boeren aldaar Woensdag een boer vergadering hebben gehouden en daarna zijn uitgetogen om den moordenaar te zoeken. Bij diens arrestatie en confrontatie met het lijk der vermoorde was een groote menigte op de been, welke blijken van verontwaardiging gaf. Tl? Sterk gegeeuwd Een juffrouw in de Bosohstraat te Breda had het erg te kwaad met de warmte; het goede mensch deed niets dan gapen. Op een oogenblik echter, dat ze haar mond weder wijd geopend had, weigerden de kaakspieren haar dienst en de juffrouw bleef, ondanks al haar pogingen om den mond weder te sluiten, een gezicht houden als de koppen, die aan drogistwinkels uithangen. Dr. Bijnen bracht de werkstakende kaakspieren weer tot rede. De juffrouw kan nu weer „hap" zeggen Eervol emeritaat is verleend aan den Heer J. de Jong pred. te Heer lliigowanrd, tegen 1 September a. s. Afschaffing van sterken drank. Op de a. s. kermis te Leeuwarden, zal, van wege de drie aldaar bestaande vereenigingen tot bestrijding van bedwelmende dranken, kosteloos drinkwater verkrijgbaar worden gesteld, zullen geschriften en spreuken worden verspreid en aangeplakt, en platen worden tentoongesteld, die den invloed van alcohol op het menschelijk lichaam te zien geven." Oplichterij. Uit Zaandam meldt men Een zeer brutale oplichterij, zeker niet een van de alledaagsche soort, had dezer dagen hier ter stede plaats. J. Z. komt op zekeren dag tot de wetenschap, dat K. O. (alhier) een broer heeft, die vóór lange jaren naar „de Oost" vertrok en van wien men na dien tijd niets meer vernam. Hij besluit voor dien broer te fungeeren. Aan de woning gekomen van K. O., valt hij dien, onder de hevigste aandoeningen van vreugde, om den hals, welke blijdschap ook zijn uitwer king doet gevoelen op het broederhart van K. O. Feestelijk wordt de verloren gewaande broeder onthaald, terwijl hij van zijn avonturen vertelt. En als hij om cenig reisgeld vraagt, om zijn Militaire Willemsorde, die hij zegt verdiend te hebben, in ontvangst te gaan nemen, wordt hem dit terstond gegeven. Ook verstrekt men hem schoon linnen, om „knap voor den dag te ko men," waarna hij vertrekt met de belofte, des avonds terug te keeren. Hij komt echter dien dag niet, ook niet de volgende dagen, zoodat men zijn indentiteit in twijfel trekt en de politie met een en ander in kennis stelt. Toen hij dan ook acht dagen na het gebeurde terugkeerde, werd hij in hechtenis genomen en geboeid naar Haarlem gevoerd. Hetzelfde tooneel had hij ook afgespeeld bij de zuster van K. O. Vermoedelijk zal te 's Gravenhage, even als te Amsterdam, op 23 Juli een betooging plaats hebben ten gunste van algemeen kies recht. Deze betooging, van socialistische zijde opgezet, wordt dan gehouden op derizelfden dag, waarop te 's-Gravenhage de meeting van het „Alg. Nederl. Werkliedenverbond" zal plaats hebben. Schandelijk! Uit Enschede wordt aan „Het Vad." bericht, dat daar gepasseerde week algemeene veront waardiging heerschte tegen een viertal lijkdragers die met een kinderlijkje van de R.-K. kerk naar de begraafplaatswaggelden, want zij waren stomdronken! Er is geen proces-verbaal tegen deze „kraaien" opgemaakt, hoewel hun tocht langs het politie-bureau voerde. Harde verwijten voor den boer. In de „Standaard" spreekt iemand, die zich met Veritas teekent, een hard oordeel uit over de boeren in het algemeen. Hij noemt de boeren maar plompweg onvat baar en erg eigenwijs en zegt, dat deze treu rige factoren er sterk toe medewerken, om den ondergang van den boer te bevorderen. „Het is overbekend" aldus licht hij zijn oordeel toe „dat de „Landbouw Courant" de allerbeste lessen ten beste geeft voor het land bouwbedrijf. Maar wat doet nu de boer? Leest hij deze bladen; neen! en zij, die ze lezen, leggen deze bladen schouderophalend ter zijde, lachen er erg eigenwijs om en doen niets. Hoevele malen heeft de boer de les gekregen, om zijne kostelijke mestvaalt toch niet aan de slootzijde uit te doen tranen, maar de urine daarvan op te vangen; hoevele malen heeft de boer den raad gekregen, zijne mestvaalt des zo mers te overdekken met bladriet of stroo. Maar de boer laat de beste sappen liever wegvloeien, dan eenige moeite aan te wenden ter bewaring van zijne goudmijn. Hoevele malen heeft de boer den raad ge kregen, om den bagger niet alleen aan de sloot- zijde over te werpen, maar dezen midden op het land te werpen, omdat de slootzijde toch vruchtbaar genoeg is. En volgt de boer nu dezen raad op o neen, zijn vader en zijn grootvader deden het zoo en nu doet hij het ook zoo. Op de markt ontvangt de eene boer f46, de buurman f60 voor zijne boter. Onderzoekt nu zulk een boer naar de oorzaak van dien lagen prijs? Wel neen! De volgende week komt hij weer met dezelfde minne kwaliteit boter op de markt. Was hij een nette boer, hij zou zijn vee kennen, hij zou direct onderzoeken, welke koe kwade melk gaf. Hij zou onderzoeken, of zijn melker of melkster wel goed was. De eene boer krijgt voor zijne kaas 20 a 21 ct., de andere 29 72 ct- Stelt nu zulk een boer een onderzoek in naar de oorzaak in geen geval. De eene boer maakt voor zijne jonge biggen 13 a 13 gld., je andere 7 a Shoe komt dat Wel, omdat de biggen niet behandeld worden, zooals dat behoort. Bij den een sterft telkens de zeug even na het kramen, omdat men niet nauwkeurig acht gaf op de dracht en het beest geen goede ligging had. Komt men in den winter in den stal, waar de beesten een half jaar verblijf houden, dan behoeft men er zich waarlijk niet over te ver wonderen, dat het vee van den eenen boer zoo veel beter er aan toe is dan dat van den ande-

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Nieuwe Langedijker Courant | 1893 | | pagina 2