Weekblad voor LANGEDIJK en Omstreken. N°. 40. Zondag 1 October 1893. 2e Jaargang. 1 I0-" 1 Plaatselijk Nieuws. FEUILLETON. VIBSCHILUND BESTAAK. NIE I! W E LAItlEBUKER (Olini. Deze courant verschijnt eiken Zaterdagnamiddag. ABONNEM. NTS PRIJS voor Noordscharwoude, Oüdkarspel, Zuidscharwoude en Br. op Lanöedijk per drie maanden SO ct-, franco p. post 60 ct. UITGEVER: J. H. KEIZER. BUREEL: Noordscharwoude. PRIJS DER ADVERTENTIËN: Van 15 regels 30 ct., elke regel meer ct. Groote letters of vignetten worden naar plaatsruimte berekend. Brieven rechtstreeks aan den Uitgever. OP l)K\ 1IOLLANDSCHEN KPOOKW KU. (Greenwich tijd.) Vertrekuren van af station Noord-Scharwoude. (Zomerdienst.) RICH TI G II E L I) E R. GREENWICH TIJD. 6.36* 7.46 11.23 3.06 6.37 9.51 AMSTERDAMSCHE TIJD. 6.56* 8.06 11.43 3.26 6.57 Deze trein rijdt alleen des Donderdags tot Den Helder. RICHTING AMSTERDA M. GREENWICH TIJD. 6.18 7.30* 9.37 12.04f 1.38 3.55 8.16 AMSTERDAMSCHE TIJD. 6.38 7.50* 9.57 12.24f 1.58 4.15 8.36 Deze trein rijdt alleen naar Amsterdam, f Deze trein rijdt alleen des Donderdags tot Uitgeest. Als eene zeldzaamheid kan dienen, dat do heer Jb. Schuitemaker, alhier, heden voor de tweede maal aardbeziën plukt. Wanneer 't weer wat bestendiger wordt, zal hij er nog heel. wat kunnen plukken, daar de meeste aardbeziën die nog moeten rijpen bij dit gure herfstweer niet toe zullen komen. In de op den 27 September jl. gehouden vergadering van de banne Oüdkarspel is tot Hoofdingeland voor den polder Geestmer-Am- bacht herbenoemd de heer J. Butter Cz. en tot lid van het Dagelij ksch bestuur van voornoemde banne de heer A. Eeeen Pz. Bij de gehouden harddraverij op Maandag 25 September jl. ter gelegenheid der kermis te Oudkarspel door paarden die nimmer een prijs of premie boven de f 10 hebben gewonnen, na men 6 paarden deel, de prijs werd behaald door het paard van P. v. Dijk, te Zijdewind, de le premie door het paard van A. Kroon Jbz. en de 2e premie door het paard van J. Butter, beiden te Oudkarspel. Benoemd tot burgemeester van Opheinert J. R. Kist, burgemeester van Zuidscharwoude. Beroepen bij de geref. kerk te \ieuwdorp ds. J. Gideonse, te Broek op Laugedijk. Binnenland. De ouderlijke woning verlaten. De wed. M. te Kampen deelt mede, dat haar minderjarige dochter A. heimelijk de ouderlijke woning heeft verlaten om zich aan te sluiten bij het Leger des Heils. Een andere dochter, die naar de weduwe schrijft „helaas reeds meerderjarig is en ook tot mijn spijt bij het Leger des Heils is overgegaan, heeft haar daarbij de behulpzame hand geboden." „Toen al mijne pogingen om haar op te sporen zonder gevolg bleven zoo schrijft wed. M. nader en zelfs een signaleering in het Poli tieblad van den 12n Mei jl. niet het gewenscht resultaat had, heb ik mij gewend tot den heer Oliphant, kolonel bij dat leger, en hem de han delwijze mjjner meerderjarige dochter bekend gemaakt, die hare 17-jarige zuster aan al mijne nasporingen onttrekt. „De heer Oliphant antwoordde, dat de door mij behandelde zaak niet op zijn weg lag en hij met mijne dochter slechts in hare functie als officier van dat leger in betrekking staat." De bezorgde moeder vraagt derhalve, of een der leden van het Heilsleger en dus indirect de heer Oliphant een door de politie gezocht meisje mag helpen verbergen. Diefstal van f 5000. Naar men aan de „Middelb. Ct." meldt, zou dezer dagen in het zeemanshuis te Vlissingen een som gelds, men spreekt van ruim 400 pd. st., vermist zijn. Veertien, varensgezellen, onder welke uit Vlissingen, Middelburg en een uit Goes, zijn in arrest genomen. Bij de laatste deed de politie onderzoek, vond eenig geld en nam het in beslag; vandaar, dat een sterk ver moeden tegen hem bestaat en hj ge vankei ijk naar Vlissingen is vervoerd. Hij ontving echter onlangs een erfenis en beweert, dat daarvan liet geld, dat door het poskantoor werd uitbebaald, afkomstig is. In het laatste nummer der „Middelb. Ct. wordt meegedeeld, dat in het „Te huis voor zeelieden" geen diefstal is gepleegd. Ernstige verwijten. In een te Chicago verschjnend blad wordt in een artikel gezegd, dat onze landgenooten, die inzendingen hebben op de tentoonstelling te Chicago, ernstige verwijten hebben tegen den heer G. Birkhoff, Nederland's consul te Chieago, tevens commissaris-generaal van de Hollandsche afdeeling op de tentoonstelling aldaar. Hij eischte 1600 dollars voor de inrichting en versiering van de plaatstruimte der Holland sche afdeeling. Voor dit geld is echter zeer weinig tot stand gebracht. De verslaggever van de „Oprechte Haarl. Ct." zoekt de reden in de omstandigheid, dat de vader van den heer Birk hoff de aannemer is geweest en „het werk is uitgevoerd met het doel, om dezen zooveel mo gelijk geld voor zoo weinig mogelijk arbeid in den zak te spelen." Ook als agent heeft de heer B. zijn plicht zeer verzaakt. Sommige inzendingen kunnen nergens wor den teruggevonden. De heer Schouten te Nieuwerkerk zond een collectie kaas, die eenvoudig werd opgepeuzeld in plaats van tentoongesteld. In den specialen catalogus staat zelfs niet vermeld, dat Holland een afdeeling heeft. „De Hollandsche bezoekers" verzekert het Chicagosche blad „zijn verbaasd, als ze zien, wat soort van man hun land hier vertegen woordigt. Hij is nog ambitieus ook, want hij zou gaarne een „Nederlandsche Leeuw" hebben, maar de kans daarop zou hj hebben verspeeld omdat hij in een telegram bij gelegenheid van den verjaardag der Koningin Hare Majesteit zou hebben aangesproken met „you" De- Jong's houding in de gevangenis is, naar gemeld wordt, steeds dezelfde. H j beschouwt zich niet als de verdrukte onschuldintegendeel hij schijnt het zich best te kunnen begrjpen, dat de justitie een kwaad oog op hem heeft. Wordt hij in tegenwoordigheid gebracht van personen, die zich 't een of ander van hem meenen te herinneren, maar met de juiste dag- teekeningen in de war zitten, dan helpt hij ze zelfs, door het te berde brengen van deze of gene bijzonderheid, gaarne op weg om hun ge heugen op te frisschen. Alleen van 7 en 8 Juli en van 30 en 31 Augustus wil hj niets anders hooren, dan dat hj toen onderscheidenlijk te Londen en te Am sterdam was. Wordt hem gevraagd, waar hj dan de nach ten heeft doorgebracht, dan praat hj daar zeer geslepen om heen. Een Berljnsch blad geeft op den eigenaardi- gen uitheemschen trant de volgende lezing van deze geruchtmakende zaak: „Te Amsterdam heerscht groote sensatie we gens de arrestatie van den arts dr. De Jong. De arts, die tweemaal gehuwd is geweest, wordt beschuldigd beide vrouwen vergiftigd te hebben om zich van haar vermogen meester te maken. De rechtbank heeft de opgraving gelast van het Ijk der tweede vrouw, die den 3ln Augustus overleed. De Jong behoort tot de meest bekende notabelen van Amsterdam." Niet bestellen op Zondag. Door het afdeelingsbestuur Delft van de „Ver- eeniging tot bevordering van Zondagsrust" is aan het hoofdbestuur het voorstel gedaan, aan de regeering te verzoeken om postzegels te doen vervaardigen, met „niet bestellen op Zondag," zooals deze in België in gebruik zijn. Bj de rechtbank te Haarlem is eene aanklacht ingediend tegen een dorpsnotaris in Noordholland, beschuldigd van het schieten met een kamerbuks op den burgemeester dier ge meente. Op de „kongres-indrukken", door den heer F. Domela Nieuwenhuis in „Recht voor Allen" over het socialisten-congres te Zürich geschre ven, zjn in dat blad Vrijdag tal van vaak hate lijke aanmerkingen gemaakt door den heer J. W. Gerhard, waarop D. N. verder op gelj ken toon, in noten, antwoordt. Uit dien strijd bljkt weer, hoe veel oneenigheid onder die partij bestaat. Aan het slot noemt de heer G. heten krasse beschuldiging dat volgens D. N. de Duitschers den ouden Engels „heel maal van Londen lieten komen, om hem in het laatste tooneel van hun comediestuk te laten optreden." Hj vraagt den heer Nieuwenhuis: „Zjt gij dan zelf niet tallooze malen door de menigte toege juicht? Klapt men dan niet re 's voor u op vergaderingen, zoodra ge komt Hoevele malen hebt gj niet aan een of ander feest of verga dering luister moeten bijzetten Waarop D. N. antwoordt: „Wat een laffigheid Ik ben nooit overgeko men, om mj te laten toejuichen, en ik heb die In dat oogenblik nadert op den stoffigen weg een klein meisje, blootsvoets, een grot katoenen jurkje aan, en een uit teenen gevlochten mand op het hoofd. De hond, die haar reeds in de verte bespeurt ijlt haar met vroolijke sprongen tegemoet, en de steenenbikker, die wel weet wat die grappen van het dier beteekenen, heft het hoofd op, terwijl hij zijn dochtertje toelacht. De mand bevat een stuk roggebrood en een schaal aardappelsoep, dat wil zeggen in water gekookte en fijngemaakte aardappelen, met een weinig zout en een paar uien er in. Wat de toevoeging van vet aangaat, die ontbreekt minstens zes keer in de week. Voor den steenenbikker levert dit echter geen bezwaar op. Hij spreidt, in de schaduw van den wilg, zijn vest uit bij wijze van tapijt, en begint met graagte zijn sober maal te nuttigen, terwijl het kind een praatje maakt tegen den hond. Deze luistert welwillend toe, in afwachting dat hem het overschot van de soep zal worden voorgezet, want hij koestert geen zweem van twijfel, dat men hem zal vergeten. In de gezinnen der armen hebben de dieren altijd hun rechten, als waren 't familie leden. Als hij wil drinken, laaft de steenenbikker zich naar hartelust aan den inhoud van de beek, gevuld met liet elixer dat uit de wolken afkomstig is; en als dessert heeft hij zijn roggebrood. Daarna rust hij een kwartierhij denkt aan zijn kind, de zonneschijn en vreugde van zijn leven, terwijl het dappere kleine ding welgemoed en vroo- lijk in de brandende zon huiswaarts keert, met geen andere parasol dan haar leege mand. Maar weldra richt de vader zich snel overeind. »Kommompelt hij, »ik zou daar naar liggen droomen als een rentenier! 't Is nu waarlijk wel noodig dat ik mijn vijftig spus alle avonden thuis breng, mijn arme kleine meid heeft een paar schoe nen zoo hoog noodig.« Dan begint hij weer geduldig met zijn steenen- bikker's muziek tik, tik, tik De Markies La Clique begint zich toch eindelijk wat te vervelen, en hij besluit dus op te staan. Een uur later, nadat hij door John gekleed, ge- pommadeerd en opgesierd is, stapt hij in zijn rijtuig. Tot aan den avond legt hij een oneindig aantal bezoeken af, bij allerlei soort van dames. Hier en daar gebruikt hij een kop thee of een teug Xerès, naar gelang van omstandigheden. Ten laatste houdt zijn i'ijtuig stil voor 't huis eener hem welbekende schoone, met wie hij afsprak gezamenlijk te dinee- ren, en als hij met haar in zijn villa is terugge keerd, klinkt vijf minuten vóór achten op nieuw de aankondiging van den indrukwekkenden maitre d'hótel »Monsieur le marquis est servi De steenenbikker, die zich vast had voorgenomen zijn taak af te maken, gaat nog bij maanlicht door met zijn arbeidTik, tik, tik En door de stille avondlucht klinkt dat geluid in de verte als de klaagtoon van een of anderen vreemden vogel. De Markies La Clique en zijn dame begeven zich naar de met eikenhout beschoten eetzaal, waar het schild der La Cliques in elk der omlijste panee- len prijkt. 't Fijn linnen tafelgoed, 't kostbare porcelein, 't schitterende zilverwerk, alles is met het familie wapen van den Markies versierd; tot zelfs op de zittingen der leêren stoelen is het aanwezig, want de Markies houdt er van het overal aan te brengen, waar slechts een ruimte zoo groot als een duim dit toelaat. Nog een stapje verder, en hij zou 't op het brood, op de vleugels van de kippen, en wie weet misschien op den arm van zijn dame willen laten stempelen. 't Menu is schitterend, een combinatie van de uitgezochtste gerechten en de fijnste wijnen, te veel om op te noemen. Onder het genot van al die heerlijkheden heeft er tusschen den Markies en zijn dame nu en dan een gedachtenwisseling plaats over paarden, jockeys, weddingschappen bij de wedrennen aangegaan, of wel ze spreken kwaad van dezen of genen hunner bekenden. Als finale spoelen zij zich den mond niet het meergenoemde druivennat, want die mondspoeling is een schitterende uitvinding van den Markies, waarop hij niet weinig roem draagt. Nog meer dan dien morgen had elk plekje van aarde en zee, van 't Noorden naar 't Zuiden, van 't Westen naar 't Oosten, de grondstoffen opgele verd voor het uitgezochte maalen toch was de Markies niet voldaan hij bad nog steeds dezelfde barsche ontevreden uitdrukking op 't gelaat. »Ik moet werkelijk mijn excuses maken,zegt hij, met zijn krassende stern; »mijn kok is een knoeier, 't Is niet mogelijk hier in huis iemand behoorlijk te ontvangen! Werkelijk, 't is eenbede- laarsmaal dat ik u daar heb voorgezet Ze traden het boudoir binnen om een partij besigue te spelen, terwijl de Markies een sigaar van vijt francs aansteekt en de dame zijn voorbeeld volgt. Op dat oogenblik slaat de steenenbikker zijn laatsten slag. Ondanks 't verdoofde gevoel in zijn knieën, de stramheid zijner lendenen en zijn groote vermoeid heid, richt hij zich vroolijk overeind, terwijl hij in stilte bedenkt dat, als hij in staat is zes weken achtereen vijf sous daags op zij te leggen, zijn doch tertje haar schoenen zal kunnen hebben en men zich thuis eens op een stukje vleesch en een flesch

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Nieuwe Langedijker Courant | 1893 | | pagina 1