BEURSOVERZIGHT voor de Tuinliefhebbers OnsGourantenverhaal kladden gepakt en naar het politiebureau gebracht, alwaar bleek dat hij niet in het bezit was van een rijbewijs voor het besturen van tweewielige motor tijtuigen, wel had hij een dergelijk vergunning voor meerwielige motorwagens, welke bevoegdheid hem trouwens ook al eens voor den kantonrechter bracht. Onze germaansche buurman kwam echter heden nogal niet slecht af en werd bij verstek veroordeeld tot f 12 boete of 12 dagen. De heer ambtenaar schijnt nogal hoop te hebben op zijn terugkomst in kikker- Daar wordt de volgende week nog eens meer uitvoerig over geboomd. De heer O. J. R. vertegenwoordiger van de „Study Baker" wonende te Amsterdam, kwam in den avond van 2 Nov. behoorlijk ingebakerd tegen de koude op een open Touck van af den Helder door Alkmaar rijden en sloeg alstoen op den kennemerstraatweg geen acht op het stopbevel van een verkeersagent, die door een collega was gewaarschuwd dat achter- letter en nummer van de Truck onverlicht waren. Een rechercheur te Amsterdam bracht den Study Baker representant echter de blijde boodschap en heden stond de heer R. terecht. Hij beweerde echter niet te hebben gesnapt, dat een politieman hem sei nen gaf. Het was donker en hij had wel iemand de hand zien op steken, doch vermeende dat het een liefhebber was om mee te rijden, op Heiloo had de heer R. bespeurd, dat het achterlicht niet brandde. Enfin, zijn bezwaren hadden het gevolg, dat de vol gende week de verbalisant zal worden gehoord. Onze cliëntèle wordt altijd volgens de eischen des tijds Es is nicht wahr! Een paar ondernemende Egmondbinners, de 17 jarige A. C. Zu en zijn 21-jarige vriend en Compag- nen J. J. T. werden voor het front der troepen gecommandeerd, omdat zij op 2 Dec. in de duinen van den heer v. Vliet konijnen zouden gedolven en gedood hebben volgens unanieme verklaring van den heeren zou echter deze krasse beschuldiging totaal uit de lucht zijn gegrepen en werd dus deze zaak verdaagd, ten einde a.s. week den verbeel- dingskrachtigen jachtopziener te hooren. De critiek is niet van de lucht. Het schijnt tocch dat het met die dagvaardingen van den heer ambtenaar aan de bewoners van de duinstreek toch dikwerf niet in orde is. Men heeft er altijd wat op aan te merken, zooals nu ook weer de 16-jarige H. P. K. en zijn 21-jarige makker J, J. T. een der verdachten uit de vorige konijnen zaak, 'n dorpshaantje, dat nogal van zich doet spr. zouden wij zoo zeggen, welke heeren tërecht ston den ter zake het loopen over verboden grond, het grondgebied van den heer J. Mooy te Egmond Bin nen. De twee comparaanten hadden ieder hun spe ciaal verweer. T. was er niet geweest en K. mocht er vrij komen; doch de kantonrechter schonk meer waarde aan de hem ten dienste staande gegevens en legde ieder hunner f8.00 boete of 8 dagen op ter zake overtreding van art. 451. De ambtelijke snuffelzucht kent geen grenzen. De 43-jarige vischkoopman H. van O. uit Wijk aan Zee en Duin die met zijn auto, gevuld met versche zeevisch heel kennemerland bereist, had onder zijn gewichten ook 'n exemplaar, dat niet van een geldig ijkmerk was voorzen. De goede man had er zelf geen flauwe notie van, doch te Heiloo wist een controleerend politieman het zwarte schaap behoor lijk voor den dag te tooveren. Resultaat f2 boete of 2 dagen en het gewicht geconfisceerd. De heer ambtenaar moest de vlug strijken. De Egmond aan Zeesche schelpenvisscher en han delaar Th. B. bevond zich op 10 November met zijn aangespannen en zwaar beladen schelpenkar op een onbewaakten overweg onder de gemeente Heiloo. Hij kwam echter tot de conclusie dat Bruintje niet bij machte was de rulle „klugt" op te trekken en wendde den teugel, om langs een meer gemakke- lijken en veiligen weg de reis voort te zetten. Ge lukkig maar, want er naderde juist een trein, die stopt, waarop de conducteur of machinist den trein verliet om den „skulper" na te zetten en te achter- haden. Er werd nu tegen B., die zichc nu juist geen volgzaam patient betoond, maar heel wat tegen sput- derde, proces verbaal opgemaakt ter zake overtre ding van het spoorwegreglement en stond heden voor dit feit terecht. Hij had echter medegebracht twee getuigen a décharge, in de personen van de heeren Lengers en Wessel, die het gebeurde hadden bijgewoond en konden verklaren, dat B. niet met zijn voertuig op de spoorbaan was geweest. Deze ge tuigen konden gevoegelijk als reddende engelen worden beschouwd, aangezien de ambtenaar voor dit „grof geschut" zooals Z.Ed. het noemde, den strijd opgaf en de verdachte conform het requisitoir werd vrijgesproken. Door Ph. STRAETMANS (Amsterdam). Heel lang heeft de verbeterde stemming op de verschillende beurzen, gevolg van goede verwachtin gen ten aanzien eener aanstaande volkomen rege ling van het vraagstuk der Oorlogsschulden, niet mogen duren. Want al heel spoedig bleek, op dit stuk, wederom van zooveel antagonisme, van zoo veel onderlinge concurrentiezucht, van zooveel egoisme en van zooveel zich nog steeds blind staren op eigen al of niet bestaande kracht en macht, dat men alom is gaan begrijpen dat Lausanne hoog stens een kaarsje zoude gaan branden voor Sint Juttemis! Uitstellen en nog eens uitstellen En zij die, eenige dagen geleden, met opgeruimder gemoed Vader Cats al hadden nagezegd zijn: „lek danck U voor Uw goet bericht; 't Ise tijd dat ick mijn ancker licht", en dientengevolge een aandeeltje ter Beurze hadden ingeslagen, moesten alras ondervinden hoe het korte Januari-zonnetje nog geen lente beteekende. Bergaf ging het weer. En de politieke verdwazing duurt voort met haar gevolgen op economisch en financieel gebied. En het krachtige woord in deze door Mussolini gesproken, zal wel niet veel weerklank vinden. Daartoe zijn de ooren teveel met watjes van eigen vinding en maaksel toegestopt! De een vindt uitstel der be slissingen noodig in verband met de a.s. algemeene verkiezingen, een ander omdat er binnen heel wat maanden een president moet gekozen worden, nog een ander omdat deze plotseling tot inzicht kwam dat een van oorlogsschulden bevrijd Duitschland een groot gevaar zou zijn voor zijn industrie en ten slotte komt „wirklich inverfroren" Dr. Oberfohren, de voorzitter van de Duitsch-nationale Rijksdag fractie, verklaren dat Frankrijk eigenlijk nog geld aan Duitschland schuldig is. Teveel al betaald! Goed zoo „nach Paris"! Slaap zacht, lieve kleine! De rede van den Franschen Kamer President Bouisson en de regeeringsverklaringen van Laval hebben inmiddels, voor zooverre nog noodig, meer dan genoegzaam onderstreept, dat een bevredigende regeling van het schuldenprobleem voorloopig niet te verwachten is. Amerika heeft intusschen reeds een geluid in denzelfden geest doen hooren in zijn antwoord aan Laval ten aanzien eener eventueele verlenging van het moratorium. En zoo zit de wereld in de modder en blijft erin tot den mond, tot stikkens toe. Leve de politiek! „Generaal" Dawes, de Ameri- kaansche gezant te Londen, is benoemd tot leider der Reconstruction Finance Corporation, die ver betering moet brengen in de credietverleening in de Vereenigde Staten. Laten wij hopen, dat hij het hier beter afbrengt dan destijds zijn „Dawesplan" het elders gedaan heeft. Anders het ook hier maar weer een geprobeerd met Young en dan verder met „wie volgt". Veel wordt er, den laatsten tijd, gesproken en ge schreven over de mogelijkheid eener inflatie in Amerika. Steeds verwarder, met ziet het, wordt de situatie vrijwel rondom. Groote goudonttrekkingen uit New York door Frankrijk zouden aanstaande zijn. Aan ons Damrak was, als zoowat overal, de „cou leur de rose" al spoedig verdwenen en kwam af brokkeling over de geheele lijn, nadat Wallstreet hiertoe het sein had gegeven in meerdere flauwe beurzen. Ook Olies konden het niet langer houden toen Parijs den steeds groeienden stroom van ma teriaal niet meer kon verwerken. Suikerwaarden lieten eveneens een veertje en ontstellend is de pas gebliceerde lijst van fabrieken die de productie voorloopig gaan stop zetten. Chad- bourne loopt de wereld af om van zijn plannetje nog te redden wat te reddén valt en inmiddels lijkt het of de Visp op haar laatste beentjes loopt, waar mede dan tevens het Chadbourneplan verdwenen zoude zijn, bij gebreke van het alsnog bestaan van een der grootste contracteerenden„De Visp." Nu de wereldregeling nog niet in het nabije ver schiet kwam te liggen moesten ook de Tabakken hiervan den erugslag ondervinden en geeft men zich meer enl meer rekenschap van het feit, dat de aanstaande Sumatra-inschrijvingen daarvan de ge volgen zullen ondervinden. Scheepvaarten vonden nog weinig redenen tot bemoediging. Het blijft slecht gaan, bijna overal, in deze branche. Van industrieelen begonnen Philipsen het eerst terrein verliezen, waaraan de contramine een aardig handje meehielp. Denkelijk zijn de dividendsver wachtingen hier hulpmiddel. Maar eigenlijk zeggen deze al bitter weinig. .Want op veel uitkeering zal zoo langzamerhand wel niemand meer gerekend hebben. Het moet hier, als in zooveel andere be drijven, van nieuwe tijden met nieuwe mogelijk heden komen! Unilevers staken, na iedere afbrok keling, het hoofd weer op, doch moesten, per slot van rekening, toch met niet onbeduidend verlaagd koerspeil genoegen nemen. Accoustieken en wat al meer op deze afdeeling verloren eveneens van het herwonnenen. De betere onderlinge verstandhouding die op kunstzijde terrein begint te worden en die weldra tot algemeene overeenstemming zou kunnen leiden, nu ook de Fransche belangen meer tot sa menwerking bereid zijn, heeft den koers van Aku's niet voldoende kunnen beschermen tegen het leed dat de slechte politieke situatie hem bezorgde. Zoo kwam ook hier teleurstelling! De Amerikaansche markt bracht meerdere dagen lagere koersen, die hier gevolgd werden. De onder handelingen met de spoorwegarbeiders lijken nag niet te vlotten. Ook de contraimine schijnt echter haar woorde in Wallstreet te hebben meegespro ken. Voor Steels wordt 3/8 procent per dag „leen geld" berekend. Waar de dividendsdeclaratie echter al heel spoedig plaats zal vinden, beteekent dit niet zooveel. Dan komen de dekkingen, al of niet met voordeelig resultaat. Het verslag en de cijfers der Union Pacific vallen, gezien de tijdsomstandigheden ten zeerste mede, hoewel 1932 pas tot uitdrukking kan brengen wat aan sommige jaarsinkomsten over 1931 gemist wordt. 's-Gravenhage heeft een 5 pet. leening afgesloten met een consortium onder verplichting binnen vijf jaar over te gaan tot nieuwe consolodiratie van het dan nog niet afgeloste bedrag. Het gaat zoo ge makkelijk niet meer als wat maandjes geleden. CYCLAMEN EN AZALEA. Hoe we ze kunnen overhouden. De schitterendste, bloemrijkste, meest gewaar deerde kamerplanten voor den winter zijn zeker de cyclamens en Azalea's. Men ziet ze thans overal voor de vensters, die er een fleurig aanzien door hebben. De bezitters en meer nog de bezitsters, zijn wat trotsch op de mooie planten en slechts één ding vinden ze jammer: dat ze niet weten, hoe ze over gehouden kunnen worden tot een volgenden winter Dat overhouden is voor de meesten zoo'n hopeloos iets, dat bijna alle uitgebloeide Cyclamen naar den vuilnisemmer verdwijnt. Azalea's volgen na een jaar denzelfden weg, als dan gebleken is, dat de plant niiet opneuw in den bloei is gekomen. De planten zijn niet duur op het oogenblik en schitterende Cyclamen koopt men zelfs voor enkele kwartjes per stuk. Goed onderhouden, d.i. dage lijks het schoteltje, waarin ze staan, volgieten met lauw water, prijken ze zes a acht weken met een wondere bos bloemen. Goedkooper kan men zijn huis zelfs in den zomer niet met snijbloemen tooien. Voor het geld behoeft men dus de moeite van het overhouden niet op zich te nemen, maar het is zoo'n dankbaar iets, als een plant op onze goede zorgen reageert door na een jaar weer rijk te bloeien. We hebben er dan meer dan dubbel pleizier van. En het kan, als men maar handelt, zooals we hier aangeven. Een Cyclamen is een der weinige planten, die we bij voorkeur niet op de aarde gieten, maar in een schoteltje met water plaatsen, wat anders uit den booze. Gieten we een Cyclamen op de aarde, dan wordt ook de bol nat, die daarop gaat schimmelen en rotten. Tijdens den bloei kan de Cyclamen véél water verdragen. We zetten de plant dan voor een zonnig venster, maar niet te warm. Na den bloei verwijderen we alle bloemstengels en plaatsen de plant dan nog koeler, maar houden ze vorstvrij. We geven weinig water. Half mei graven we de plant buiten in den vollen grond in, in een mengsel van turfmolm of bladaarde met oude koemest. Gieten doen we dan regelmatig en om de twee weken geven we wat vloeimest. Tegen September potten we de plant weer op en dan brengen we deze. geleidelijk over naar kamertemperatuur, d.w.z. de temperatuur van een koele, vorstvrije kamer. Met geleidelijkheid bedoelen we: eerst overdag nog buiten laten en 's nachts bininen, maar n de nabijheid van een ge opend venster, vervolgens dag en nacht binnen en langzaam aan de buitenlucht ook des nachts afsluiten. Nu voldoende water geven. Als de bloem knoppen zich gaan vertoonen, dan de plant gelei delijk iets warmer zetten, maar in geen geval in de buurt van een kachel. Met Sinterklaas ongeveer kan men weer bloemen hebben. Bij mooi weer is een Cyclaam altijd dankbaar voor veel frissche lucht; men mijde evenwel tocht. De Azalea behandelen we juist zoo, maar we be gieten deze op de aarde. Een kroon-besproeiing is zeer aan te bevelen, echter niet meer als de bloemen open gaan, want dan verkleuren deze en worden leelijk. Des zomers, als de Azalea buiten is ingegra ven, moet de plant rijkelijker begoten worden dan de Cyclamen. We sproeien dan zelfs meermalen daags en over de kroon heen; de aarde, waarin de plant staat, moet steeds nat blijven. Een kleine herinnering aan de tuinliefhebbers: bestel tijdig uw prijscouranten voor zaden en plan ten. Doe het nu, want al heel gauw moet het een en ander den grond in. Prijscouranten herinneren ons veel en ze bevatten, als ze van een goede firma af komstig zijn, een schat van aanwijzingen. We ont vingen b.v. weer de bekende prijscourant van de firma Turkenburg, zaadhandel te Bodegraven. Het is een schitterend boekwerkje, gratis verkrijgbaar voor wie er om vragen en het vertelt den liefhebber van tuinieren alles, wat hij noodig heeft te weten: zaaitijd, hoogte der planten, oogsttijd, grondbewer king, bemesting enz. Het is een onmisbaar vademecum voor eiken amateur-tuinier. DE KAST MET DE VAASJES. Omzichtig loopend, klauterde nicht Leida de hooge trap op naar de tweede verdieping waar de nichten Floor en Eef woonden. Floor lag te bed. Nicht Leida bracht haar een kalfssoepje in een weckflescch. Ze had er een half pond beste kalfspoulet en koste lijke vermicelli voor genomen. Nicht Leida hield niet van de nichten Floor en Eef. Maar het waren de kinderen van haar moeders zuster. En ze hoopte, dat ze, wanneer Floor stierf, nu de kast met de vaasjes zou erven, die nog stamde uit haar moeders ouderlijk huis. Floor kwakkelde vaak, maar ze was gedurig weer opgestaan van het ziekbed. „Krakende wagens duren het langst," zei dan nicht Leida met de boossaam- geperste lippen tegen haar man, die een lobbes was en dien ze, gedurende een en twintig huwelijksjaren had weten te doordringen van de wenschelijkheid om ééns de kast met de vaasjes te bezitten, die nu bij de nichten stond. Hé, hé, ziezoo, ze was er. Ze klopte stevig tegen de gesloten portaaldeur. Drie keer, dan wist Eef dat zij het was. Eef maakte anders niet zoo licht open, met het oog op al dat rare volk dat tegenwoordig langs den weg scharrelde. „O, dag Leida. Nicht Eef sperde de portaal deur wijd open en in het ganglicht zag Leida dat haar oogen nat waren. Is het erg met Floor?", vroeg ze haastig. „Hier he'je een krachtig soepje voor d'r. Kan ik bij 'r?" Eef knikte en nam de weckflesch met teederheid over. Ze zuchte. „Ze is erg zwak, geloof ik voor mij. Op, hé! Ga maar in 't alcoof." Nicht Leida ging, nu wel heel begaan en een beetje wee door de lucht van ongeluchte kamers, drankjes en koorts, die het heele woninkje ver vulde. Toen ze bij het bed in den duisteren alcoof- hoek stond, zeg ze het óók. wel. Vaal en hol-geel lag Floor's smalle gezicht met het vlokkige grauwe haar er om heen in het bolle witte kussen. „Hoe maak je het meid? Ik kwam je wat soep brengen," nicht Leida fluisterde gedempt en wat schor. Ze kon niet goed tegen narigheid. Maar aan den anderen kant: het was nu eenmaal de bestu ring des hemels, dat we vroeger of later allen ster ven moesten. Nu leek Floor's beurt gekomen. Floor geloofde het zelve ook wel. ,,'t Wil niet meer Leida" fluisterde ze met een zweem van een glimlachje, 't Raakt met me gedaan, ik voel het wel, al zegt de dokter ook van niet. 'k Heb er de jaren voor, is 't niet zoo?" Leida poogde iets troostends te zeggen, maar er viel haar niets in. Ze zuchtte alleen een verstolen dwaalde haar blik naar 't voorkamertje, waar de kast met de vaasjes stond. Zou ze er nu rechtstreeks om durven vragen? Floor kon het ding toch niet meenemen in haar graf en EefEef had genoeig aan de overige meubeltjes. Leida was er toch na aan toe, de allernaaste familie die Floor en Eef nog hadden. Maar ze wist niet hoe te be ginnen. Opeens begon de zieke koortsachtig te pra ten. „Er is iets da'k je allang had willen vragen, Leida. Alsik weggenomen wordt, zul jij en je manzullen jullie dan om Eef blijven denken Je weet. ze wordt ook oud. We zijn altijd samen geweest van kind af aan en ik heb zoo 't land aan de gedachte dat Eef zoo alleen zal moeten achter blijven; ze heeft er nooit tegen gekund. Wil je het doen voor mij, voor m'n nagedachtenisDe koortsoogen schitterden smeekend. Leida schroefde zich op tot vroolijkheid. „Maar natuurlijk, malle meid. Dat spreekt toch vanzelf. Ofschoon ik geloof dat jullie nog best lang gezellig samen zult blij ven Leida kneep de handen in de garen handschoenen samen. Nu was het dan tocch wel de tijd. Floor had haar een dienst gevraagd, de ééne dienst was de andere waard, had ze altijd geleerd. En schor begon ze: „Floor, luister eens De patient richtte zich half op in bed en staarde Leida gespannen aan. „Nu ik dat gevraagd heb," zei ze zachtjes en ge heel bezig met haar eigen gedachten," nu geloof ik wel dat ik rustig stervenEen scheurende hoest drong uit haar keel. Leida zweeg beduusd, pro beerde haar op den rug te kloppen, Eef kwam uit het keukentje naar het alcoof gevlogen. De zieke hoestte tot ze blauw-zwart in het gezicht zag. Toen terug en met zachten dwang leidde Eef Leida uit het alcoof. De gelegenheid om te praten over de kast met de vaasjes, de unieke gelegenheid, was voorbij. Nicht Floor stierf dienzelfden nacht tegen het krieken van den morgen. De werkster kwam het Leide en haar man 's morgens vertellen. Ze togen er dadelijk heen. Tijdens de rouwdagen en de begra fenis durfde Leida niet goed over de erfenis te praten, maar haar oogen hingen telkens bran- dender aan het pronkstuk van een mahonie-kast met de Delftsche blauwe vaasjes. Toen de begrafenis voorbij was, bleek dat nicht Floor 'r testament had gemaakt. Eef was universeel ergename. Universeel erfgename! Toen nicht Leida de woor den uitsprak, smaakten ze bitter op haar tong. Maar ze herinnerde zich haar belofte aan de zieke. „Want de lobbes-van-een man zei het nuchter en zonder rechtstreeksch kwade bedoeling: Als Eef vandaag of morgen eens dood ging, dan kwam de kast met de vaasjes dan toch aan hén!" J. d. B. v. 8.

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Nieuwe Langedijker Courant | 1932 | | pagina 4