Rechtszaken GROOTE VERDUISTERINGEN. Ex.-advocaat K. voor de Rechtbank. Beau geste van den deken der bali? Mr. W. C- De deken der Alkmaarsche balie, mr. ,W|. O. Bosman had schriftelijk aan den onder zijn juris dictie staande leden der balie het dringende ver zoek gericht, uit pieteit voor den voormaligen collega de2e strafzitting niet bij te wonen, indien men niet was verplicht daar aanwezig te zijn. Het verzoek van den deken was voornamelijk bedoeld voor de jongere advocaten, wier dorst naar practische juridische kennisvermeerdering hun collegialiteitsgevoel misschien zou knunen overheerschen. Behalve den verdediger en een bijzittend rechter was alzoo geen enkele advocaat tegenwoordig. De perstafel goed bezet Ben vief tal buitengewone verslaggevers, voor de plaatselijke bladen, de Telegraaf en voor Het Volk een kittig zwartgelokt dametje waren voor deze gelegen heil aanwezig. Meer dan gewone belangstelling. Behalve de permanente bezetting der publieke tribune, had ook een aantal gelegenheidsnieuws gierigen daar plaats genomen. Ben ondernemende dame wist zich zelfs een zitplaatsje in de voorste rij te veroveren. Wat de verdachte wensehte te erkennen In een voorloopige korte ondervraging van den 'verdachte, erkende hij inderdaad in 1921 zich de effecten der stichting, ter waarde van plm. 28000 gulden, daartoe in staat gesteld door een door de idrie beheerders ge toe kende machtiging te heb ben genomen uit het bezit der Nederlandsche Bank te Amsterdam. Hij had alstoen over die ef fecten eigenmachtig beschikt teneinde, zooals hij thans voorgaf, verschillende familieleden te sten nen. Zijn broeder Alexius Kusters had deze ef fecten successievelijk verkocht en van de op brengst zelf 81000 gulden genoten. Verdachte verklaarde met nadruk dat zijn broe der niet bekend was met de malversaties. Voorts ontkende verdachte het opzet te hebben gehad de effecten te verduisteren en had hij het plan gekoesterd de waarde weer aan de stichting terug te geven. De verdistering der schoolgelden zooals die hem in de tweede plaats waren te laste gelegd, werd door den verdachte ontkend. De militair auditeur in verhoor. Mr. Aghina, militair auditeur te den Bosch, en president beheerder werd onderworpen aan een ongetwijfeld noodzakelijke doch tamelijk ver velend en langdradig verhoor. Het betrof hier wel in hoofdzaak of de stichting „het Huis van Zessen" moest worden aangemerkt als een in- I 6telling van liefdadigheid. Voorts kwamen ter sprake de bezittingen der stichting, indertijd bestaande uit de thans ver- j dwenen effecten en voorts uit landerijen. I De getuige ontkende natuurlijk pertinent eeni ge medewerking te hebben verleend tot het ont vreemden der effecten, die hij, den thesaurier Kusters volkomen vertrouwende, in het veilig bezit der instelling waande. De verdachte had voorgesteld, om nu het ge bouw der Ned. Bank te Alkmaar zoo uitstekend was geoutilleerd, om de effecten gemakshalve van Amsterdam onder dit agentschap over te brengen. Dit laatste was nu niet geschied, doch had verdachte die effecten door zijn broeder la ten versjaggelen. Be samenstelling der Rechtbank. Voor deze bijzondere strafzitting, waaraan, om het zoo maar eens te noemen, nogal wajt t eklui- ven viel, was de meervoudige strafkam r als volgt samengesteld. Mr. Holsteijn, president, mr. Ub- j hens en Fruin bijz. rechters, mr. van Loockeren Campagne plaatsvervangend rechter, vervulde de j functie van tweede bijzittend rechter met het i doel, zoo een der andere rechters eens verhinderd was, hij direct kon remplaceeren en de behande ling dus niet behoefde te worden afgebroken. Officier mr. van der Feen de Lille en griffier mr. Clouvee. De entree van verdachte. De verdachte, wiens stem in vroeger dagen, toén hij nog optrad als pleiter de geheele zaal vulde, had de uitnoodiging om op de verdach- tenbank plaats te nemen, afgewacht in een hem aangeboden vertrek. Hij zag er, gelet o pde omstandigheden pienter en voordeelig uit en maakte absoluut niet den indruk een gebroken man te zijn. Weldra verloo chende zich zelfs niet zijn krachtig temperament en nam hij soms de leiding gedurende het onder- zoe.k Be leiding van den president* De president mr. Holsteijn onderscheidde zich door zijn kalmte en zelfbeheersching. De onder vraging zoowel van verdachte als de getuigen, geschiedde hoffelijk en correct. Be effeeten kwamen niet op de proppen Op de vraag van den officier of er rfiet meerma len over was gesproken, dat de effecten verkocht moesten worden, antwoordde deze getuige be vestigend, doch de verdachte had steeds beweerd dat het beter was deze papieren 'te houden. Dat lag ook wel een beetje in den lijn van het beheer van verdachte Geen sehijn of schadnw van cenige kas controle. Door den president werd gedurende den loop van dit verhoor opgemerkt, dat het toezicht jrior namelijk neerkwam op liet goed vertrouwen in verdachte als penningmeester. Maar er was geen schijn o fschaduw te ontdekken van eenige kas controle. De rekening en verantwoording werd eenvoudig op de verificatievergaderingen voor kennisgeving aangenomen, zooals de president snedig opmerkte. Het verhoor van Mr. Leesberg. Mr. Leesberg op wiens kantoor verdachte in dertijd werkzaam was, werd gehoord als secreta ris beheerder van „het Huis van Zessen" en ver klaarde dat verdachte hem begin Februari 1930 had medegedeeld, dat hij in moeilijkheden zat met betrekking der schoolgelden en hij voorts de ef fecten der instelling had zoek gemaakt, zulks met het doel eenige familieleden finanttieel te steu- Ds zaak niet in handen der Justitie. De getuige erkende dat de opperste beheerder de patroon, in casu de Bisschop van Haarlem er in had toegestemd geen klacht in te dienon, indien verdachte zich verbond het tekort, be staande uit 28000 gulden, de nominale waarde der effecten, benevens 18000 guide naan andere te korten, zou aanzuiveren. Vooral ook met het oog op de vele verdiensten die aan verdachte met betrekking tot de stich ting worden toegeschreven. Verdachte zou dan het tekort reduceeren door afstand te doen van zijn eigen huis, zijn inboedel en auto en tot zekerheidstelling ook nog depo- neeren de polis van zijn levensverzekering. Geringe inkomsten. 19000 gulden in De verdachte beriep zich op de geringe inkom sten, door hem aanvankelijk genoten. Volgens verklaring van mr. Leesberg, door verdachte niet weersproken, verdiende hij aan vankelijk een salaris van 5000 gulden per jaar Deze jaarwedde steeg echter al spoedig geleide lijk tot 10.000 gulden en in 1929 blijkbaar een bijzonder vet jaartje kon de verdachte zelfs 19000 gulden als inkomsten boeken. Be effeeten in Amsterdam aan de markt gebraeht. De heer Fedder, procuratiehouder der Rotter- damsche bankvereeniging verklaarde, dat door den heer Alexius Kusters, broeder van verdachte door bemiddeling van de bank op zijn naam ver kocht waren de effecten, door vergelijking erkend als toebehoorende aan de instelling en in het tijds verloop van December 1921 tot Augustus 1922 waren verkocht. Dje verdachte beschikte destijds ook aldaar over een safe. Bé nieuwe directeur thesaurier aan het woerd. Na het overhaast ontslag van mr.Kusters in 1930 werd in zijn plaats benoemd de heer D'. J. C. van Dijk, directeur der Noorderbank te Alkmaar en een financier van wien hooge ver wachtingen in het belang der instelling mogen worden gekoesterd. Deze heer verklaarde de stichting absoluut te beschouwen als een instelling van weldadigheid, welke meening getuige grondde op het feit, dat de proveniers slechts 30 gulden per drie maan den hébben te betalen voor inwoning en volle dig pension. Wel wordt vereischt zekere mate van welstand om het gehalte pensionaires op peil te houden. De drie beheerders ontvangen voor hun bemoeiingen ieder 200 gulden per jaar doch later ewrd het salaris van den Thesaurier gebracht op 500 gulden. Het kwam getuige voor, dat onder het beheer- van zijn voorganger niet zuinig werd gewerkt, al werd dan ook niet met het geld gesmeten. Thans bleef een niet onaardig saldo over, terwijl do pro veniers het over het algemeen 'beter hadden. Be opinie van verdachte over zijn han delingen en de rechtmatigheid van het bestuur der stichting. Na het verhoor van den heer Dl. J. O. van Dijk werd de verdachte door den president nog eens onderhanden genomen en moest hij erkennen de effecten te hebben bemachtigd onder het voor wendsel dat het gemakkelijker was deze eigen dommen in bezit te geven van het agentschap te Alkmaar en "het hem op deze wijze was gelukt de noodzakelijke volmacht te verkrijgen. Bat hij met het aanwenden van dit voorwend sel de bedoeling had die effecten ten eigen bate te gelde te maken en hij voorts daartoe van nie mand vergunning had gekregen. Met nadruk herhaalde verdachte dat zijn broe der buiten deze malversatie stond wel had hij dien broer 18000 gulden ter hand gesteld en met 13000 gulden zich zelf en andere familieleden geholpen Tenslotte bestreed verdachte de meening dat ju ridisch de bisschop de patroon zou zijn der stich ting „het Huis van Zessen." Een rake zet van den president. Mr. JIols te ij n merkte op, dat verdachte toen hij 'zijn benoeming aanvaardde, aan de rechtma tigheid van den bisschop niet had getwijfeld en evenmin toen hij de functie waarnam en in 1930 den bisschop zijn ontslag verzocht. Verdachte kon blijkbaar niets anders doen dan deze zake lijke opmerkingen toe te stemmen. Wat er in de middagzitting voorviel. Na de welverdiende pauze werd voor de tweede maal de heer van Sijk opnieuw gehoord, doch thans in qualiteit van lid van het schoolbestuur. Toen vermoed werd dat de zaak fout liep, werd ten spoedigste een nieuw schoolbestuur gevormd waarvan ook deel uitmaken de pastoors der diverse parochies der stad. Een onderzoek werd ingesteld naar de administratie en geldelijk beheer van den verdachte en bleek dat de kas, die flink gespekt moest zijn geheel ledig was. Er was geen cent voorhanden. De uitleg door verdachte gegeven werd niet voldoende geacht en toen werd geconstateerd dat de boekhouding geen licht kon geven, vorderde men van verdachte schriftelijk een nadere toelich ting. Deze werd niet gegeven waarop de getuige Tebaerts, de boekhouder der scholen werd geïnter pelleerd en de administrattie van he kantoor, waarop verdachte werkte weggehaald. De heer S. J. A. Keerom, accountant, bracht daar op na ingesteld onderzoek rapport uiten bleek hieruit, dat het tekort f 114.000 bedroeg. De eenige opheldering die de verdachte toen gaf was: Het kan niet juist zijn, 'n toelicTitiHg waarmede men zich uiteraard niet tevreden stelde. Door Pastoor Micklinghof, thans door ernstige ziekte van zijn pastoorsambt ontheven, en die alreeds lont had geroken, werd de veronderstelling gewaagd dat een door verdachte ondernomen reisje naar Rome, dat slechts f 5000 had gekost misschien zou zijn bekosttigd met de gelden der meisjes scholen. Verdachte deelde mede, destijds aan pastoor Micklinghof bekend te hebben dat hij een tekort had van f20.000. De pastoor had hem toen gerust gesteld en hem schuldkwijting beloofd. Ook de Deken was het daarmede eens en adviseerde hem kalmte en geen tegenspraak. Het was verdachte bekend, dat sommige personen hem gaarne uit Alkmaar zagen verdwijnen, daarom werd hem deze houding aangeraden. Toen echter in een in de Pastorie belegde verga dering hem werd gezegd, dat het tekort f 90.000 bedroeg, ontkende verdachte zulks met kracht en beweerde dat dit tekortt slechts f20.500 was. On danks de toezeggingen, den Deken en Pasttoor ten spijt, ontving verdachte drie dagen later een schuld bekentenis ten bedrage van f65000. Hij moest die teekenen, terwijl bij weigering aangifte zou worden gedaan bij de justitie. Verdachte teekende de schuldbekentenis doch schreef er bij, dat hij zulks had gedaan onder pressie De vakman kreeg al direct argwaan. De heer S. J. A. Keesom, deel uitmakende van het nieuwe schoolbestuur had al spoedig in de gaten dat het met de boekhouding van den administrateur tthans niet meer opgenomen in het bestuur zelf, niet in den haak was, zooals door hem meer uitt- voerig werd aangetoond. In de vergadering die gehouden werd in de pas torie was aan verdachte medegedeeld, dat, indien hij zich verbond ot restitutie der f 65000, men hem het mes niet op de keel zou zetten. Een vervelende „geschichte" und bleibt immer Het getuigen verhoor omtrent de manier waarop verdachte zich voor „zijn" scholen verschafte, was uit den aard der zaak, langdurig en ultra vervelend. Achtereenvolgens werden achter het getuigen hekje genoodigd de gemeenteontvanger met zijn gedelegeerde de procuratiehouder Venneker en de directeur der Ned. Landb. Bank, kantoor Alkmaar, A. J. Mulder, en diens procuratiehouder Klaver, die inlichtingen gaven betreffende de financiën, die ver dachte zich moest verschaffen, om den schoolmolen draaiende te houden. Van je vrienden moet je 't maar hebben. De helpende vriendenhand. De Eerw. zuster der Congregatie, tevens secreta resse, als gettuige gehoord, vermeende in den aan vang in verdachte iemand te hebben gezien, die de zusters in Amersfoort belangeloos hielp. Hij be laste zich met de geldelijke aangelegenheden, doch het bleek, dat hoe langer hoe minder geld uit Alk maar binnenkwam. De afrekeningen die zij ontving waren steeds punctueel in orde. Evenwel werden belangrijke verschillen geconsta teerd tusschen de kasboekjes en de boekhouding te Amersfoort. De verdachte moest steeds in overleg treden met de Congregatie en was dus geen formeel gemachtigde. De Landbouwbank zit er ook nog voor 40 mille tusschenj. Onder dit verhoor kwam ook nog in behandeling, dat de Ned. Landbouwbank een civiele procedure voert tegen de Congregatie, betreffende f 40.000 zulks naar aanleiding van de door verdachte ge voerde financieele politiek. Door de Congregratie werd ten dien aanzien ont kend, verdachte eenige volmacht te hebben gegeven. De Eerw. moeder overste der Congregatie had bij nazien der boekhouding opgemertet dat verschillende als afgedragen geboekte posten, nimmer werden ontvangen. De bevinding van den Rijksaccountant. De heer Engelgeer, rijksaccountant te Haarlem had de boekhouding deskundig nagepluisd en gecon stateerd een tekort van f 107.971.96. Er waren belangrijke verschillen in de boeken van Alkmaar en Amersfoort. De getuige toonde zulks specifiek aan en rele veerde, dat verdachte van de bank opname f26.""" niet had verantwoord en van de gemeente vergoe dingen f12000. Verdachte en accountant aan 't kibbelen. Qoor verdachte, die zich daarbij nogal opwond, werden verschillende verklaringen van den accoun tant bestreden. Hij beeweerde belangrijke voorschot ten aan Amersfoort te hebben gedaan. Daarom was een dergelijk groot tekort als de deskundige had gevonden, onjuist te noemen. Hierna schorsing tot 8 uur. In de avondzitting had de heer de Witte, boek houder ten kantore van mr. Leesberg en die de ad ministratie van de scholen voor verdachte voerde een langdurig en tamelijk onprettig verhoor te on dergaan, omdat de president zijn verklaringen niet positief genoeg achtte en getuige eenige malen op het gewicht van den eed wees. De getuige bleef per tinent beweeren dat steeds werd geboekt, hetgeen werd uitgegeven De heer Tebaerts, administrateur der meisjes scholen, destijds werkzaam voor verdachte, op een jaarlijksche toelage van f 800 tot f 2000, was belast met de zorg voor de administratieve bescheiden centra Rijk en de Gemeente. Verhoor van de verdachte. Ten slotte werd nog gehoord de verdachte, dis verklaarde conform de door hem in den loop van het proces kenbaar gemaakte intenties en toelich tingen. Hierop werd de zitting omsreeks 10.30 uur ver daagd tot Woensdagmorgen 10 uur. De Woensdagmorgen zitting. Het requisitoir van den officier. Deze ken schetst verdachte ais een loyaal tegenstander. 3 jaar gevangenisstraf gevorderd. Nadat nog even was besproken een aanvullende wijziging van de dagvaarding, dis, ook na verzet van verdachte en diens verdedigers door de recht bank was goedgekeurd, kreeg de officier geSegenheid voor het nemen van zijn requisitoir. De officier noemde het een pijnlijk momemt, t.hans ambtelijk op te moeten treden tegen een verdach te die hij voorheen zoo dikwerf in andere positie tegenover zich had gevonden en die zich alsdan had doen kennen als een loyaal tegenstander, die steeds met open vizier streed zooals de afificier door een kenschetzend voorbeeld illustreerde. Maar hier moest het persoonlijk element svorden uitgeschakeld omdat de officier verplicht was het recht te dienen, zonder aanziens -der persoons. Ai- schuldig gemaakt, had de officier zich genoopt ge zien in te grijpen en was in beslag name van de boeken gevolgd, terwijl verdachte, die zich alstoen bevond in Wassenaar, op last van de justitie naar Alkmaar werd overgebracht en in voorloopige hech tenis gesteld. In verband evenwel met zijn zeer slechten gezondheidstoestand werd verdachte als toen uit dit voorarrest ontslagen en op eerewoord, dat hij niet zou vluchten, in vrijheid gesteld. De officier behandelde daarop allereerst het eer ste deel der dagvaarding, de verduistering der ef fecten, ten nadeele der instelling van weldadigheid. De verdachte had zelf erkend, zich deze effecten te hebben toegeeigend, doch er bij gevoegd, dat hij zulks niet met opzet had gedaan. Nu noemde echter de officier ee ndergelijke restructie vrijwel onbe grijpelijk voor een man, die zoo doorkneed was in het strafrecht als de verdachte. Het was eenvoudig een dedeneering, gehouden door lieden, die niet met eenig voordeel zich daaromtrent kunnen uitlaten, dus een leekenoordeel. Op grond dus van de feiten en de eigen erkente nis van den verdachte, achtte de officier dit deel der telaste leggingen, wetig en overtuigend bewezen. Komende tot de bespreking omtrent de nadeelen toegebracht aan de Congregatie en door den offi cier vastgesteld op ruim f 100.000, noemde spreker het een schandaal dat zoo slordig was omgespron gen met het geld van anderen. Nimmer ontvangen de zusters van Amersfoort een behoorlijke afreke ning en als daarom werd verzocht, werd men afge- snauwd. De officier kon dan ook niet anders dan opzet telijke kwade trouw veronderstellen. De verduisteringen namen in den loop der jaren steeds in omvang toe, zoodat in het tweede halfjaar 1929 zelfs f38.000 werd zoek gemaakt. De verdachte gaf dit zelf toe, doch hij bleef maar steeds het opzet ontkennen en sprak van dooreen- vloeeiing van de verschillende kassen en de onder steuning aan arme familieleden, wat de officier echter geen geldige motieven tot ontheffing der strafbaarheid kon vinden. inn1(;n„0 De officier achtte een verduistering van f 100.150.72 een zeer ernstig delict, vooral ook met het oog op de onwikkeling en positie van verdachte. Het be- trof hier toch feitelijk een systematisch voortgezet misdrijf, waarvoor de officier ten slotte vorderde een gevangenisstraf voor den tijd van 3 jaar. Eindelijk noemde de officier den verdachte een optimist, die steeds had gehoopt, dat om gezond heidsredenen zijn strafzaak niet verder zou worden voortgezet en in verband daarmede aan der. Mi nister van justitie zelfs een request had ger'cht, hoewel hij kon weten dat een dergelijke handeling geen resultaat kon hebben. De officier scheen het echter niet geheel buiten- gesloten te achten, dat verdachte, indien hij tot gevangenisstraf zou worden veroordeeld, hij zich aan de tenuitvoerlegging zou kunnen onttrekken en daarom requireerde de officier bij eventueele ver oordeeling onmiddellijk aanhouding. De verdachte opstaande verklaarde daarop zijji verdediging over te laten aan mr. Langeveld, maar wat betrof de vordering van den officier tot onmid- delijke gevangeneming na de uitspraak sprak mr. Kusters op krachtigen toon, dat hij niet laf was noch aan vluchting dacht. Als hij onherroepelijk werd veroordeeld, dan zou hij zijn straf ondergaan. Bovendien was hij straatarm, zoodat aan vluchten niet gedacht kon worden. De rechtbank mocht ook gedenken en er waren er onder zijn rechters, die wisten hoe treurig de toestand thuis was, dat hij na geruimen tijd weer een betrekking had gevonden en iets verdiende, zoodat zijn gezin, indien hij werd gevangenomen weer broodeloos zou zijn. Hierop werd het woord verleend aan den ver dediger. Resumé pleitrede van Mr. Langeveld. Pleiter stelde vooraf in het licht, dat het blazoen van verdachte ongerept was gebleven. Voorts bracht hij den dank van zijn cliënt, voor de van kiesheid getuigende afwezigheid des leden van de Balie, benevens aan de pers voor het niet lanceeren van voorloopige berichten. Hierop vestigde pleiter de aandacht op de hui selijke omstandigheden van verdachte en prees de heldhaftigheid der echtgenoote van verdachte, die hem in zijn moeilijken tijd als een heldin bleef ter zijde staan. - t Pleiter bracht hulde aan den president voor de voortreffelijke leiding en aangename behandeling. Wat nu betrof de verduistering was pleiter met verdachte van meening, dat hier oplichting had plaats gevonden en dit feit dus verjaard was. Met betrekking tot het „Huis van Zessen" betoogde pleiter dat dit is een instelling en kon volgens de wet geen goedkeuring verleend worden aan den Bisschop tot patroon dier stichting. Hieruit zou moeten volgen, dat ook de benoeming der Direc teuren onwettig is. Na het overlijden van den Hertog- van Aostra, waren andere erfgenamen aangewezen. De Bisschop had door de rechtbank benoemd moe ten worden. Ergo was ook de benoeming van den verdachte onwettig. Derhalve concludeerde pjleiter, dat de officier niet had aangetoond, dat verdachte de gelden an ders dan door misdrijf onder zich had en derhalve moest worden vrijgesproken. Pleiter becritiseerde daarop de in de instructie be gane fouten, door hem meer uitvoerig gepreciseerd. In het breede trachtte pleiter vervolgens aan nemelijk te maken, dat het niet aangaat om ver dachte de dupe te maken van de uit de verwarde scholadministratie ontstane ellende. Door de zusters is nimmer rekening en verantwoording gevorderd. Verdachte ontving voor zijn vele bemoeiingen slechts f 1000 salaris, daarvan moest af 500 gulden aan mr. Leesberg voor tijdverlies en het salaris van zijn personeel. Er wasc een huis en keukenboekhouding gevoerd Een boereboekhoudkunde. Er werd gelukkig geleefd onder de leus: Het eind zal de last wel dragen. Kascontrle had nooit plaats gehad. Pleiter was de meening toegedaan dat in beide te laste leggingen vrijspraak zou moeten volgen. Een jury zou zonder twijfel de zaak in alle omstandig heden bekijken en verdachte vrijspreken. Indien verdachte tot 3 jaar gev. werd veroordeeld zou hij, gelet op het rapport van Dr. Barnholm dien tijd als een verbitterd man in een zenuwlijdersge sticht moeten doorbrengen. Pleiter drong tenslotte bij herhaling op vrijspraak aan. De verdachte sprak het slotwoord. De verdachte, krachtens de wet het laatste woord verkrijgende, erkende dat de effecten van „Het Huis van Zessen" weg waren ook dat er geld ver dwenen was. Hij had van het geld dat hij verdiende, royaal kunnen leven. Het geld was opgegaan aan zijn familie en de Kath. zaak. Hij zou zwijgen over de anderen die hem hadden verraden en die thans in angst zitten, dat hij zou spreken. Hij deed zulks, maar zijn lust was groot te spreken en te maken, dat anderen op de plaats kwamen, die hij thans innam. Op zijn eerewoord verzekerde verdachte nogmaals dat hij niet zou vluchten. Liever ging hij de gevan genis in, dan zijn vrouw die hem altijd trouw bleef en zijn zoontje in den steek te laten. De uitspraak werd daarop bepaald op 23 Februari En hiermede is deze strafzaak, die zoolang tus schen hangen en wurgen heeft gezweefd, dan toch zoo geod als beëindigd. De uitspraak is nu nog maar kwestie van enkele dagen. Met den officier betreuren wij het evenwel dat een man, die moest vechten voor zijn titel en zoo veel beloofde voor de toekomst, op een dergelijke treurige wijze zijn juridische en politieke carrière ontijdig moest beëindigen. Maar niet minder droevig noemen wij het dat iemand, van wien kan worden getuigd dat hij was de „primus inter pares" de eer ste onder zijns gelijken, door zijn onbezonnen daden zulk een slecht voorbeeld heeft gegeven aan hen, zoo toen de geruchten steeds sterker ^werden, dat die juist van bovenaf, een goed voorbeeld zoo bitter mr. Kusters zich aan een strafbaar feit zou hebben noodig hebben om staande te blijven.

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Nieuwe Langedijker Courant | 1932 | | pagina 4