Rechtszaken
GROOTE
VERDUISTERINGEN.
Ex.-advocaat K.
voor de Rechtbank.
Beau geste van den deken der bali?
Mr. W. C-
De deken der Alkmaarsche balie, mr. ,W|. O.
Bosman had schriftelijk aan den onder zijn juris
dictie staande leden der balie het dringende ver
zoek gericht, uit pieteit voor den voormaligen
collega de2e strafzitting niet bij te wonen, indien
men niet was verplicht daar aanwezig te zijn.
Het verzoek van den deken was voornamelijk
bedoeld voor de jongere advocaten, wier dorst
naar practische juridische kennisvermeerdering
hun collegialiteitsgevoel misschien zou knunen
overheerschen. Behalve den verdediger en een
bijzittend rechter was alzoo geen enkele advocaat
tegenwoordig.
De perstafel goed bezet
Ben vief tal buitengewone verslaggevers, voor
de plaatselijke bladen, de Telegraaf en voor Het
Volk een kittig zwartgelokt dametje waren voor
deze gelegen heil aanwezig.
Meer dan gewone belangstelling.
Behalve de permanente bezetting der publieke
tribune, had ook een aantal gelegenheidsnieuws
gierigen daar plaats genomen. Ben ondernemende
dame wist zich zelfs een zitplaatsje in de voorste
rij te veroveren.
Wat de verdachte wensehte te erkennen
In een voorloopige korte ondervraging van den
'verdachte, erkende hij inderdaad in 1921 zich de
effecten der stichting, ter waarde van plm. 28000
gulden, daartoe in staat gesteld door een door de
idrie beheerders ge toe kende machtiging te heb
ben genomen uit het bezit der Nederlandsche
Bank te Amsterdam. Hij had alstoen over die ef
fecten eigenmachtig beschikt teneinde, zooals hij
thans voorgaf, verschillende familieleden te sten
nen. Zijn broeder Alexius Kusters had deze ef
fecten successievelijk verkocht en van de op
brengst zelf 81000 gulden genoten.
Verdachte verklaarde met nadruk dat zijn broe
der niet bekend was met de malversaties.
Voorts ontkende verdachte het opzet te hebben
gehad de effecten te verduisteren en had hij het
plan gekoesterd de waarde weer aan de stichting
terug te geven. De verdistering der schoolgelden
zooals die hem in de tweede plaats waren te laste
gelegd, werd door den verdachte ontkend.
De militair auditeur in verhoor.
Mr. Aghina, militair auditeur te den Bosch,
en president beheerder werd onderworpen aan
een ongetwijfeld noodzakelijke doch tamelijk ver
velend en langdradig verhoor. Het betrof hier
wel in hoofdzaak of de stichting „het Huis van
Zessen" moest worden aangemerkt als een in- I
6telling van liefdadigheid.
Voorts kwamen ter sprake de bezittingen der
stichting, indertijd bestaande uit de thans ver- j
dwenen effecten en voorts uit landerijen. I
De getuige ontkende natuurlijk pertinent eeni
ge medewerking te hebben verleend tot het ont
vreemden der effecten, die hij, den thesaurier
Kusters volkomen vertrouwende, in het veilig
bezit der instelling waande.
De verdachte had voorgesteld, om nu het ge
bouw der Ned. Bank te Alkmaar zoo uitstekend
was geoutilleerd, om de effecten gemakshalve
van Amsterdam onder dit agentschap over te
brengen. Dit laatste was nu niet geschied, doch
had verdachte die effecten door zijn broeder la
ten versjaggelen.
Be samenstelling der Rechtbank.
Voor deze bijzondere strafzitting, waaraan, om
het zoo maar eens te noemen, nogal wajt t eklui-
ven viel, was de meervoudige strafkam r als volgt
samengesteld. Mr. Holsteijn, president, mr. Ub- j
hens en Fruin bijz. rechters, mr. van Loockeren
Campagne plaatsvervangend rechter, vervulde de j
functie van tweede bijzittend rechter met het i
doel, zoo een der andere rechters eens verhinderd
was, hij direct kon remplaceeren en de behande
ling dus niet behoefde te worden afgebroken.
Officier mr. van der Feen de Lille en griffier
mr. Clouvee.
De entree van verdachte.
De verdachte, wiens stem in vroeger dagen,
toén hij nog optrad als pleiter de geheele zaal
vulde, had de uitnoodiging om op de verdach-
tenbank plaats te nemen, afgewacht in een hem
aangeboden vertrek.
Hij zag er, gelet o pde omstandigheden pienter
en voordeelig uit en maakte absoluut niet den
indruk een gebroken man te zijn. Weldra verloo
chende zich zelfs niet zijn krachtig temperament
en nam hij soms de leiding gedurende het onder-
zoe.k
Be leiding van den president*
De president mr. Holsteijn onderscheidde zich
door zijn kalmte en zelfbeheersching. De onder
vraging zoowel van verdachte als de getuigen,
geschiedde hoffelijk en correct.
Be effeeten kwamen niet op de proppen
Op de vraag van den officier of er rfiet meerma
len over was gesproken, dat de effecten verkocht
moesten worden, antwoordde deze getuige be
vestigend, doch de verdachte had steeds beweerd
dat het beter was deze papieren 'te houden. Dat
lag ook wel een beetje in den lijn van het beheer
van verdachte
Geen sehijn of schadnw van cenige kas
controle.
Door den president werd gedurende den loop
van dit verhoor opgemerkt, dat het toezicht jrior
namelijk neerkwam op liet goed vertrouwen in
verdachte als penningmeester. Maar er was geen
schijn o fschaduw te ontdekken van eenige kas
controle. De rekening en verantwoording werd
eenvoudig op de verificatievergaderingen voor
kennisgeving aangenomen, zooals de president
snedig opmerkte.
Het verhoor van Mr. Leesberg.
Mr. Leesberg op wiens kantoor verdachte in
dertijd werkzaam was, werd gehoord als secreta
ris beheerder van „het Huis van Zessen" en ver
klaarde dat verdachte hem begin Februari 1930
had medegedeeld, dat hij in moeilijkheden zat met
betrekking der schoolgelden en hij voorts de ef
fecten der instelling had zoek gemaakt, zulks met
het doel eenige familieleden finanttieel te steu-
Ds zaak niet in handen der Justitie.
De getuige erkende dat de opperste beheerder
de patroon, in casu de Bisschop van Haarlem
er in had toegestemd geen klacht in te dienon,
indien verdachte zich verbond het tekort, be
staande uit 28000 gulden, de nominale waarde der
effecten, benevens 18000 guide naan andere te
korten, zou aanzuiveren.
Vooral ook met het oog op de vele verdiensten
die aan verdachte met betrekking tot de stich
ting worden toegeschreven.
Verdachte zou dan het tekort reduceeren door
afstand te doen van zijn eigen huis, zijn inboedel
en auto en tot zekerheidstelling ook nog depo-
neeren de polis van zijn levensverzekering.
Geringe inkomsten. 19000 gulden in
De verdachte beriep zich op de geringe inkom
sten, door hem aanvankelijk genoten.
Volgens verklaring van mr. Leesberg, door
verdachte niet weersproken, verdiende hij aan
vankelijk een salaris van 5000 gulden per jaar
Deze jaarwedde steeg echter al spoedig geleide
lijk tot 10.000 gulden en in 1929 blijkbaar een
bijzonder vet jaartje kon de verdachte zelfs
19000 gulden als inkomsten boeken.
Be effeeten in Amsterdam aan de markt
gebraeht.
De heer Fedder, procuratiehouder der Rotter-
damsche bankvereeniging verklaarde, dat door
den heer Alexius Kusters, broeder van verdachte
door bemiddeling van de bank op zijn naam ver
kocht waren de effecten, door vergelijking erkend
als toebehoorende aan de instelling en in het tijds
verloop van December 1921 tot Augustus 1922
waren verkocht. Dje verdachte beschikte destijds
ook aldaar over een safe.
Bé nieuwe directeur thesaurier aan het
woerd.
Na het overhaast ontslag van mr.Kusters
in 1930 werd in zijn plaats benoemd de heer D'.
J. C. van Dijk, directeur der Noorderbank te
Alkmaar en een financier van wien hooge ver
wachtingen in het belang der instelling mogen
worden gekoesterd.
Deze heer verklaarde de stichting absoluut te
beschouwen als een instelling van weldadigheid,
welke meening getuige grondde op het feit, dat
de proveniers slechts 30 gulden per drie maan
den hébben te betalen voor inwoning en volle
dig pension. Wel wordt vereischt zekere mate
van welstand om het gehalte pensionaires op
peil te houden. De drie beheerders ontvangen
voor hun bemoeiingen ieder 200 gulden per jaar
doch later ewrd het salaris van den Thesaurier
gebracht op 500 gulden.
Het kwam getuige voor, dat onder het beheer-
van zijn voorganger niet zuinig werd gewerkt, al
werd dan ook niet met het geld gesmeten. Thans
bleef een niet onaardig saldo over, terwijl do pro
veniers het over het algemeen 'beter hadden.
Be opinie van verdachte over zijn han
delingen en de rechtmatigheid van het
bestuur der stichting.
Na het verhoor van den heer Dl. J. O. van Dijk
werd de verdachte door den president nog eens
onderhanden genomen en moest hij erkennen de
effecten te hebben bemachtigd onder het voor
wendsel dat het gemakkelijker was deze eigen
dommen in bezit te geven van het agentschap te
Alkmaar en "het hem op deze wijze was gelukt
de noodzakelijke volmacht te verkrijgen.
Bat hij met het aanwenden van dit voorwend
sel de bedoeling had die effecten ten eigen bate
te gelde te maken en hij voorts daartoe van nie
mand vergunning had gekregen.
Met nadruk herhaalde verdachte dat zijn broe
der buiten deze malversatie stond wel had hij dien
broer 18000 gulden ter hand gesteld en met 13000
gulden zich zelf en andere familieleden geholpen
Tenslotte bestreed verdachte de meening dat ju
ridisch de bisschop de patroon zou zijn der stich
ting „het Huis van Zessen."
Een rake zet van den president.
Mr. JIols te ij n merkte op, dat verdachte toen
hij 'zijn benoeming aanvaardde, aan de rechtma
tigheid van den bisschop niet had getwijfeld en
evenmin toen hij de functie waarnam en in 1930
den bisschop zijn ontslag verzocht. Verdachte
kon blijkbaar niets anders doen dan deze zake
lijke opmerkingen toe te stemmen.
Wat er in de middagzitting voorviel.
Na de welverdiende pauze werd voor de tweede
maal de heer van Sijk opnieuw gehoord, doch
thans in qualiteit van lid van het schoolbestuur.
Toen vermoed werd dat de zaak fout liep, werd
ten spoedigste een nieuw schoolbestuur gevormd
waarvan ook deel uitmaken de pastoors der diverse
parochies der stad. Een onderzoek werd ingesteld
naar de administratie en geldelijk beheer van den
verdachte en bleek dat de kas, die flink gespekt
moest zijn geheel ledig was. Er was geen cent
voorhanden. De uitleg door verdachte gegeven werd
niet voldoende geacht en toen werd geconstateerd
dat de boekhouding geen licht kon geven, vorderde
men van verdachte schriftelijk een nadere toelich
ting. Deze werd niet gegeven waarop de getuige
Tebaerts, de boekhouder der scholen werd geïnter
pelleerd en de administrattie van he kantoor, waarop
verdachte werkte weggehaald.
De heer S. J. A. Keerom, accountant, bracht daar
op na ingesteld onderzoek rapport uiten bleek
hieruit, dat het tekort f 114.000 bedroeg.
De eenige opheldering die de verdachte toen gaf
was: Het kan niet juist zijn, 'n toelicTitiHg waarmede
men zich uiteraard niet tevreden stelde.
Door Pastoor Micklinghof, thans door ernstige
ziekte van zijn pastoorsambt ontheven, en die
alreeds lont had geroken, werd de veronderstelling
gewaagd dat een door verdachte ondernomen reisje
naar Rome, dat slechts f 5000 had gekost misschien
zou zijn bekosttigd met de gelden der meisjes
scholen.
Verdachte deelde mede, destijds aan pastoor
Micklinghof bekend te hebben dat hij een tekort
had van f20.000. De pastoor had hem toen gerust
gesteld en hem schuldkwijting beloofd. Ook de
Deken was het daarmede eens en adviseerde hem
kalmte en geen tegenspraak.
Het was verdachte bekend, dat sommige personen
hem gaarne uit Alkmaar zagen verdwijnen, daarom
werd hem deze houding aangeraden.
Toen echter in een in de Pastorie belegde verga
dering hem werd gezegd, dat het tekort f 90.000
bedroeg, ontkende verdachte zulks met kracht en
beweerde dat dit tekortt slechts f20.500 was. On
danks de toezeggingen, den Deken en Pasttoor ten
spijt, ontving verdachte drie dagen later een schuld
bekentenis ten bedrage van f65000. Hij moest die
teekenen, terwijl bij weigering aangifte zou worden
gedaan bij de justitie.
Verdachte teekende de schuldbekentenis doch
schreef er bij, dat hij zulks had gedaan onder pressie
De vakman kreeg al direct argwaan.
De heer S. J. A. Keesom, deel uitmakende van
het nieuwe schoolbestuur had al spoedig in de gaten
dat het met de boekhouding van den administrateur
tthans niet meer opgenomen in het bestuur zelf,
niet in den haak was, zooals door hem meer uitt-
voerig werd aangetoond.
In de vergadering die gehouden werd in de pas
torie was aan verdachte medegedeeld, dat, indien
hij zich verbond ot restitutie der f 65000, men hem
het mes niet op de keel zou zetten.
Een vervelende „geschichte" und bleibt immer
Het getuigen verhoor omtrent de manier waarop
verdachte zich voor „zijn" scholen verschafte, was
uit den aard der zaak, langdurig en ultra vervelend.
Achtereenvolgens werden achter het getuigen
hekje genoodigd de gemeenteontvanger met zijn
gedelegeerde de procuratiehouder Venneker en de
directeur der Ned. Landb. Bank, kantoor Alkmaar,
A. J. Mulder, en diens procuratiehouder Klaver, die
inlichtingen gaven betreffende de financiën, die ver
dachte zich moest verschaffen, om den schoolmolen
draaiende te houden.
Van je vrienden moet je 't maar hebben. De
helpende vriendenhand.
De Eerw. zuster der Congregatie, tevens secreta
resse, als gettuige gehoord, vermeende in den aan
vang in verdachte iemand te hebben gezien, die
de zusters in Amersfoort belangeloos hielp. Hij be
laste zich met de geldelijke aangelegenheden, doch
het bleek, dat hoe langer hoe minder geld uit Alk
maar binnenkwam. De afrekeningen die zij ontving
waren steeds punctueel in orde.
Evenwel werden belangrijke verschillen geconsta
teerd tusschen de kasboekjes en de boekhouding te
Amersfoort.
De verdachte moest steeds in overleg treden met de
Congregatie en was dus geen formeel gemachtigde.
De Landbouwbank zit er ook nog voor 40 mille
tusschenj.
Onder dit verhoor kwam ook nog in behandeling,
dat de Ned. Landbouwbank een civiele procedure
voert tegen de Congregatie, betreffende f 40.000
zulks naar aanleiding van de door verdachte ge
voerde financieele politiek.
Door de Congregratie werd ten dien aanzien ont
kend, verdachte eenige volmacht te hebben gegeven.
De Eerw. moeder overste der Congregatie had bij
nazien der boekhouding opgemertet dat verschillende
als afgedragen geboekte posten, nimmer werden
ontvangen.
De bevinding van den Rijksaccountant.
De heer Engelgeer, rijksaccountant te Haarlem
had de boekhouding deskundig nagepluisd en gecon
stateerd een tekort van f 107.971.96.
Er waren belangrijke verschillen in de boeken van
Alkmaar en Amersfoort.
De getuige toonde zulks specifiek aan en rele
veerde, dat verdachte van de bank opname f26."""
niet had verantwoord en van de gemeente vergoe
dingen f12000.
Verdachte en accountant aan 't kibbelen.
Qoor verdachte, die zich daarbij nogal opwond,
werden verschillende verklaringen van den accoun
tant bestreden. Hij beeweerde belangrijke voorschot
ten aan Amersfoort te hebben gedaan. Daarom was
een dergelijk groot tekort als de deskundige had
gevonden, onjuist te noemen.
Hierna schorsing tot 8 uur.
In de avondzitting had de heer de Witte, boek
houder ten kantore van mr. Leesberg en die de ad
ministratie van de scholen voor verdachte voerde
een langdurig en tamelijk onprettig verhoor te on
dergaan, omdat de president zijn verklaringen niet
positief genoeg achtte en getuige eenige malen op
het gewicht van den eed wees. De getuige bleef per
tinent beweeren dat steeds werd geboekt, hetgeen
werd uitgegeven
De heer Tebaerts, administrateur der meisjes
scholen, destijds werkzaam voor verdachte, op een
jaarlijksche toelage van f 800 tot f 2000, was belast
met de zorg voor de administratieve bescheiden
centra Rijk en de Gemeente.
Verhoor van de verdachte.
Ten slotte werd nog gehoord de verdachte, dis
verklaarde conform de door hem in den loop van
het proces kenbaar gemaakte intenties en toelich
tingen.
Hierop werd de zitting omsreeks 10.30 uur ver
daagd tot Woensdagmorgen 10 uur.
De Woensdagmorgen zitting.
Het requisitoir van den officier. Deze ken
schetst verdachte ais een loyaal tegenstander.
3 jaar gevangenisstraf gevorderd.
Nadat nog even was besproken een aanvullende
wijziging van de dagvaarding, dis, ook na verzet
van verdachte en diens verdedigers door de recht
bank was goedgekeurd, kreeg de officier geSegenheid
voor het nemen van zijn requisitoir.
De officier noemde het een pijnlijk momemt, t.hans
ambtelijk op te moeten treden tegen een verdach
te die hij voorheen zoo dikwerf in andere positie
tegenover zich had gevonden en die zich alsdan had
doen kennen als een loyaal tegenstander, die steeds
met open vizier streed zooals de afificier door een
kenschetzend voorbeeld illustreerde.
Maar hier moest het persoonlijk element svorden
uitgeschakeld omdat de officier verplicht was het
recht te dienen, zonder aanziens -der persoons. Ai-
schuldig gemaakt, had de officier zich genoopt ge
zien in te grijpen en was in beslag name van de
boeken gevolgd, terwijl verdachte, die zich alstoen
bevond in Wassenaar, op last van de justitie naar
Alkmaar werd overgebracht en in voorloopige hech
tenis gesteld. In verband evenwel met zijn zeer
slechten gezondheidstoestand werd verdachte als
toen uit dit voorarrest ontslagen en op eerewoord,
dat hij niet zou vluchten, in vrijheid gesteld.
De officier behandelde daarop allereerst het eer
ste deel der dagvaarding, de verduistering der ef
fecten, ten nadeele der instelling van weldadigheid.
De verdachte had zelf erkend, zich deze effecten te
hebben toegeeigend, doch er bij gevoegd, dat hij
zulks niet met opzet had gedaan. Nu noemde echter
de officier ee ndergelijke restructie vrijwel onbe
grijpelijk voor een man, die zoo doorkneed was in
het strafrecht als de verdachte. Het was eenvoudig
een dedeneering, gehouden door lieden, die niet met
eenig voordeel zich daaromtrent kunnen uitlaten,
dus een leekenoordeel.
Op grond dus van de feiten en de eigen erkente
nis van den verdachte, achtte de officier dit deel
der telaste leggingen, wetig en overtuigend bewezen.
Komende tot de bespreking omtrent de nadeelen
toegebracht aan de Congregatie en door den offi
cier vastgesteld op ruim f 100.000, noemde spreker
het een schandaal dat zoo slordig was omgespron
gen met het geld van anderen. Nimmer ontvangen
de zusters van Amersfoort een behoorlijke afreke
ning en als daarom werd verzocht, werd men afge-
snauwd.
De officier kon dan ook niet anders dan opzet
telijke kwade trouw veronderstellen.
De verduisteringen namen in den loop der jaren
steeds in omvang toe, zoodat in het tweede halfjaar
1929 zelfs f38.000 werd zoek gemaakt.
De verdachte gaf dit zelf toe, doch hij bleef maar
steeds het opzet ontkennen en sprak van dooreen-
vloeeiing van de verschillende kassen en de onder
steuning aan arme familieleden, wat de officier
echter geen geldige motieven tot ontheffing der
strafbaarheid kon vinden. inn1(;n„0
De officier achtte een verduistering van f 100.150.72
een zeer ernstig delict, vooral ook met het oog op
de onwikkeling en positie van verdachte. Het be-
trof hier toch feitelijk een systematisch voortgezet
misdrijf, waarvoor de officier ten slotte vorderde
een gevangenisstraf voor den tijd van 3 jaar.
Eindelijk noemde de officier den verdachte een
optimist, die steeds had gehoopt, dat om gezond
heidsredenen zijn strafzaak niet verder zou worden
voortgezet en in verband daarmede aan der. Mi
nister van justitie zelfs een request had ger'cht,
hoewel hij kon weten dat een dergelijke handeling
geen resultaat kon hebben.
De officier scheen het echter niet geheel buiten-
gesloten te achten, dat verdachte, indien hij tot
gevangenisstraf zou worden veroordeeld, hij zich
aan de tenuitvoerlegging zou kunnen onttrekken en
daarom requireerde de officier bij eventueele ver
oordeeling onmiddellijk aanhouding.
De verdachte opstaande verklaarde daarop zijji
verdediging over te laten aan mr. Langeveld, maar
wat betrof de vordering van den officier tot onmid-
delijke gevangeneming na de uitspraak sprak mr.
Kusters op krachtigen toon, dat hij niet laf was
noch aan vluchting dacht.
Als hij onherroepelijk werd veroordeeld, dan zou
hij zijn straf ondergaan.
Bovendien was hij straatarm, zoodat aan vluchten
niet gedacht kon worden. De rechtbank mocht ook
gedenken en er waren er onder zijn rechters, die
wisten hoe treurig de toestand thuis was, dat hij na
geruimen tijd weer een betrekking had gevonden en
iets verdiende, zoodat zijn gezin, indien hij werd
gevangenomen weer broodeloos zou zijn.
Hierop werd het woord verleend aan den ver
dediger.
Resumé pleitrede van Mr. Langeveld.
Pleiter stelde vooraf in het licht, dat het blazoen
van verdachte ongerept was gebleven.
Voorts bracht hij den dank van zijn cliënt, voor
de van kiesheid getuigende afwezigheid des leden
van de Balie, benevens aan de pers voor het niet
lanceeren van voorloopige berichten.
Hierop vestigde pleiter de aandacht op de hui
selijke omstandigheden van verdachte en prees de
heldhaftigheid der echtgenoote van verdachte, die
hem in zijn moeilijken tijd als een heldin bleef ter
zijde staan. - t
Pleiter bracht hulde aan den president voor de
voortreffelijke leiding en aangename behandeling.
Wat nu betrof de verduistering was pleiter met
verdachte van meening, dat hier oplichting had
plaats gevonden en dit feit dus verjaard was.
Met betrekking tot het „Huis van Zessen" betoogde
pleiter dat dit is een instelling en kon volgens de
wet geen goedkeuring verleend worden aan den
Bisschop tot patroon dier stichting. Hieruit zou
moeten volgen, dat ook de benoeming der Direc
teuren onwettig is. Na het overlijden van den Hertog-
van Aostra, waren andere erfgenamen aangewezen.
De Bisschop had door de rechtbank benoemd moe
ten worden. Ergo was ook de benoeming van den
verdachte onwettig.
Derhalve concludeerde pjleiter, dat de officier
niet had aangetoond, dat verdachte de gelden an
ders dan door misdrijf onder zich had en derhalve
moest worden vrijgesproken.
Pleiter becritiseerde daarop de in de instructie be
gane fouten, door hem meer uitvoerig gepreciseerd.
In het breede trachtte pleiter vervolgens aan
nemelijk te maken, dat het niet aangaat om ver
dachte de dupe te maken van de uit de verwarde
scholadministratie ontstane ellende. Door de zusters
is nimmer rekening en verantwoording gevorderd.
Verdachte ontving voor zijn vele bemoeiingen
slechts f 1000 salaris, daarvan moest af 500 gulden
aan mr. Leesberg voor tijdverlies en het salaris van
zijn personeel.
Er wasc een huis en keukenboekhouding gevoerd
Een boereboekhoudkunde. Er werd gelukkig geleefd
onder de leus: Het eind zal de last wel dragen.
Kascontrle had nooit plaats gehad.
Pleiter was de meening toegedaan dat in beide te
laste leggingen vrijspraak zou moeten volgen. Een
jury zou zonder twijfel de zaak in alle omstandig
heden bekijken en verdachte vrijspreken.
Indien verdachte tot 3 jaar gev. werd veroordeeld
zou hij, gelet op het rapport van Dr. Barnholm dien
tijd als een verbitterd man in een zenuwlijdersge
sticht moeten doorbrengen.
Pleiter drong tenslotte bij herhaling op vrijspraak
aan.
De verdachte sprak het slotwoord.
De verdachte, krachtens de wet het laatste woord
verkrijgende, erkende dat de effecten van „Het
Huis van Zessen" weg waren ook dat er geld ver
dwenen was. Hij had van het geld dat hij verdiende,
royaal kunnen leven. Het geld was opgegaan aan
zijn familie en de Kath. zaak.
Hij zou zwijgen over de anderen die hem hadden
verraden en die thans in angst zitten, dat hij zou
spreken. Hij deed zulks, maar zijn lust was groot te
spreken en te maken, dat anderen op de plaats
kwamen, die hij thans innam.
Op zijn eerewoord verzekerde verdachte nogmaals
dat hij niet zou vluchten. Liever ging hij de gevan
genis in, dan zijn vrouw die hem altijd trouw bleef
en zijn zoontje in den steek te laten.
De uitspraak werd daarop bepaald op 23 Februari
En hiermede is deze strafzaak, die zoolang tus
schen hangen en wurgen heeft gezweefd, dan toch
zoo geod als beëindigd. De uitspraak is nu nog maar
kwestie van enkele dagen.
Met den officier betreuren wij het evenwel dat
een man, die moest vechten voor zijn titel en zoo
veel beloofde voor de toekomst, op een dergelijke
treurige wijze zijn juridische en politieke carrière
ontijdig moest beëindigen. Maar niet minder droevig
noemen wij het dat iemand, van wien kan worden
getuigd dat hij was de „primus inter pares" de eer
ste onder zijns gelijken, door zijn onbezonnen daden
zulk een slecht voorbeeld heeft gegeven aan hen,
zoo toen de geruchten steeds sterker ^werden, dat die juist van bovenaf, een goed voorbeeld zoo bitter
mr. Kusters zich aan een strafbaar feit zou hebben noodig hebben om staande te blijven.