VEËlFTIGinK TE BERGEN ÖE Rechtszaken OnsGourantenverhaal VOOR DEN KANTONRECHTER. STRAFZITTING VAN VRIJDAG 19 FEBRUARI. Willem wist er nu nog uit te wippen. ïn de voortgezette behandeling van de zaak be treffende baldadigheid tegen de gebrs. Ja en W D te Limmen, werd thans nog gehoord de 16 jarige mej. M. C. Oudhuis en den gem. veldwachter v. d. Sande Mej. Oudhuis zeide dat zij op 2 verschillende dagen het offenciel van de Gebrs. had afgekeken. Willem had met een paal gegooid en Jan de deur opengesmeten. Maar niet op denzelfden dag, zooals in de dagvaarding stond. De verdachten ontkenden alle schuld schuld aan de baldadigheid en ook drankschuld aan de fam. Oudhuis. Een hunner was toen ziek geweest. Hij souffreerde aan kiespijn. Door den heer van de Sande werd verklaard dat de jonge lieden niet al te gunstig bekend stonden en zich wel eens aan kleine baldadigheden schul- dig maakten. Ten slotte volgde veroordeeling van broer Jan tot f 7.00 boete of 7 dagen, terwijl Willem werd vrijgespoken. Ten zijnen behoeve zal de heer ambtenaar een spiksplinter nieuwe dagvaarding trachten op te stellen. De aanrijding tusschen motorrijder en stadsautobus aanschouwelijk voorgesteld. Nadat heden in de morgenzitting de zaak tegen den autobus-chauffeur W. J. te Alkmaar, betreffen de een aanrijding van den betonwerker M v d Broek te Zaandam, wiens rechterbeen ernstig door zijn omgevallen Indian-motor werd gewond, zoodat hij geruimen tijd in het ziekenhuis was verpleegd en thans nog invalide was, werd voortgezet met het hooren van nog eenige nieuwe getuigen, besloot men de zaak te schorsen en des middags voort te zetten, nadat ter plaatse de aanrijding was gere construeerd. Omstreeks 3 uur waren dan in de Emmastraat hoek Steynstraat alle belanghebbenden bijeen. De stadsbus en de handkar was aanwezig, alsmede de kantonrechter, ambtenaar, verdediger mr. Lange- veld, de verkeersagent Volberda en een aantal on willekeurige tooeschouwers. Nadat een en ander aanschouwelijk werd voorgesteld had in de rechts zaal de voorzitting der behandeling plaats. Het ge- vorderde uur belette ons echter deze middagzitting bij te wonen en volstaan we met de mededeeling dat gerequeerd werd f 15 boete of 15 dagen, terwijl de verdediger het ten laste gelegde niet voldoende bewezen achtende vrijspraak concludeerde. 4 Maart uitspraak. In 't belang van uw gezondheid, is het zaak de minste te zijn en te stoppen. Een 40-jarig aannemer te Helder, de heer H. van P., bevond zich op 27 Sept. op den Helderschen weg nabij den onbewaakten overweg van het asth- matische stoomtrammet je naar Warmenhuizen en nog verder, in een door hem bestuurden auto. De „schwiebelzug" was alreeds in aantocht en zóó nabij dat de wagen van den aannemer werd aangereden De schade bleek gering, maar de bestuurder stond heden terecht ter zake overtreding art. 11 van het spoorwegreglement en werd, hoewel hij met prij zenswaardigen ijver zich inspande zijn onvoorzich tigheid goed te praten, veroordeeld tot f8 boete o 8 dagen. Schijn kan soms bedriegen. De forsche, krachtig gebouwde heer J. A. E., ge tooid met zwaren zwarten knevel, leek zoo een mannetjesputter met wien het veiliger was te eten dan te vechten, doch hij bleek te zijn de hoogst vriendelijk en beleefde hotelier van een logement en terecht staande voor de belachelijk kleine over treding, een zijner logees met name Adema niet in het nachtregister te hebben ingeschreven. De heef E. gaf het feit volkomen toe en schreef zijn nalatig heid toe aan de St. Nicolaasdrukte. De boete was dan ook gering en werd bepaald op slechts f4.00 of 4 dagen. Daar moet vast wat achtersteken. De 20-jarige koopman, Willen D., welke jongeling even te voren provisioneel was vrijgesproken wegens het bombardeeren op de verloflocaaldeur van de Fam. Oudhof op Disseldorp te Limmen genoot de hooge eer als een geliefd artist te worden terug geroepen en betrad voor de tweede maal vandaag de Bühne. Thans stond hij terecht omdat hij te Limmen op een stoep had gestaan. Hé, zei de kantonrechter, stom verbaasd, mag dat ook al niet meer? wat deed jij daar op die stoep. Nou zei Willem, ik stond de etalage van de siga renhandelaar te bekijken! En vond die dat goed? informeerde de kantonrechter. Wêjadie, antwoord Willem, waarom niet? Roep van der Sande, beval de kantonrechter, ik wil daar meer van weten! Maar van der Sande, de veldwachter is 'm reeds ge smeerd. Ik wiil daar nu toch honig of kuit van hebben hield de kantonrechter vol en gelaste aannhouding der zaak tot de zitting van a.s. week. We willen ho pen, dat alsdan de oplossing gevonden wordt. Een angelante rukker. Groote honden mogen in Bergen niet los loopen, maar eerlijk gezegd maken zij van hun vrijheid ook geen behoorlijk gebruik. Althans niet de Canus fa- miliers van den heer M. E. G., die op 2 Dec. in een dolle bui 'n fietsende jonge dame met een kerstroosje in de hand, tegen de vlakte wierp. Het meisje be schadigde haar kouzen en verwondde haar knie en alhoewel de eigenaar of eigenares de schade ver goedde, werd heden toch het gebrek aan zorg ge straft met f 4.00 boete of 4 dagen. j Een tamelijk lastige tourist. De 46-jarige zwervende venter B. W. van B. oud O. I. militair, welke waardigheidsbekleeding nogal eens onder dergelijke handelslui worden aangetrof fen, hield zich onlangs onledig met het aanbieden zijner koopwaren te Egmond aan Zee, alwaar het den rijksveldwachter Éergsma bleek, dat hij daar toe geen vergunning had. Bergsma vroeg hem plicht matig naar zijn naam, dien de koopman weigerde op te geven. Ook liet hij niet toe dat hij werd ge fouilleerd en was ook niet genegen, zich te verleu nen aan den burgemeester. Hierop volgde een ge weldig verzet, een formeele kloppartij, waaraan ook de ter assistentie toegesnelde gem. veldwachter ten Druggencate deelnam. Het liep zelf zoo ver, dat de koppige arrestant naar Alkmaar moest worden over gebracht en eerst zijn naam openbaarde, aan den geneesheer die hem moest behandelen voor de in den strijd opgeloopen verwondingen. De man was bij verstek veroordeeld tot f 3.00 boete of 3 dagen ter wijl ook nog een vervolgens ter zake wederspannig- heid tegen hem in de maak is. Tegen het verstek was de koopman in verzet gekomen en beklaagde zich over de ondergane mishandeling. Zijn naam kon hij zich niet herinneren, omdat men hem suf had geslagen. Volgens den verbalisant trad de koopman ook in andere gemeenten, o.m. te Uitgeest zoo onhebbelijk op. De ambtenaar vond 3 gulden boetw- te min en vorderde 8, maar de kantonrechter wilde in zijn beslissing geen verandering brengen en bekrachtigde het bij verstek gewezen vonnis, Een negotie, waar grof op werd toegelegd. Een Winkelier te Bergen, de heer J. D., had aan een cliënt geleverd 1 half fleschje cognac en een dito klare jenever, hoewel hij voor den verkoop van deze sterke dranken absoluut geen verlof had. Blijkbaar werd er echter op hem geloerd en ver schenen in den winkel eenige veldwachter waarop proces-verbaal werd opgemaakt. De verdachte was niet verschenen, wel zijn bediende, die de opkik kertjes had afgeleverd. Het feit werd gequalifi ceerd als ernstig en een benadeeling van de bone fide vergunninghouders. Eisch f50 boete of 50 da gen. Vonnis f40 boete of 40 dagen. Een debuut, dat geen succes mocht verwerven De fabrikant, A. G. S., te Bergen, stond terecht omdat hij volgens dagvaarding op 29 Dec. aldaar op het kruispunt Oldenburg en Breelaan het verkeer van rechts geen voorrang had gegeven, waardoor hij met de door hem bestuurde wagen een aanrij ding veroorzaakte met den auto komende uit rich ting Schoorl en bestuurd door zekeren heer C. Groo- tes. De heer S., sinds Maart 1931 gediplomeerd en nog al flink van den tongriem gesneden, beweerde dat niet hij, maar Grootes de schuld had te dragen van de aanrijding, doch er waren eenige ooggetui gen gehoord in zijn nadeel en de Kantonrechter hedreigde zelfs zijn rijbewijs bij herhaalde over treding. De straf werd voor ditmaal alleen vastge steld op 25 gulden boete of 25 dagen. Op zoek naar werk in een ford uit het ijstijdperk. Een drietal werkloozen te Enkhuizen, wie het gedwongen lanterfanten begon te vervelen, besloten werk te gaan zoeken in de Wieringermeerpolder en huurden ten dien einde een fordje, dat alle teeke nen toonde van seviele aftakeling. Het werd dan in dit oude rammelkastje heusch geen plezier reisje. De chauffeur, de 22-jarige tim merman K. C. B., verkocht zijn mooiste kunsten, maar kon niet beletten dat zijn armzalig voertuig waarvan ook de stuurinrichting defect bleek, te Oudorp en H. H. Waard tegen een boom optornde. Ten slotte was het geheele voorsteuk er onder uit gegleden en konden reizigers met schipbreukelingen orden vergeleken. Bovendien liep de timmerman ook nog een proces verbaal op en stond heden terecht. De kantonrech ter vroeg hem of hij soms proeven had willen nemen met automatisch boomenrooienoverigens werd rekening gehouden met het goede doel dat de werkzoekenden hadden beoogd en de timmerman veroordeeld tot f 16 boete of 16 dagen. Ich bin je heut' so gliicklich De heer J. B., vrachtrijder te Alkmaar, had heden weinig aanleiding deze populaire melodie aan te heffen als uiting van zijn blijde gemoedsstemming, want hij had financieel een onmiskenbaren slechte dag. De nogal lastige rijksverkeerspolitie, die onze Alkmaarsche brigadie concurrentie schijnt te willen aan doen, had namelijk op 15 Jan. j.l. aan den door den expediteur bestuurden vracht ford ernstige ge breken ontdekt. De handrem deed zoo ongeveer „niks" en wat bedenkelijker was, ook het stuur was niet „what jou call." De ambtenaar hakte er dan ook met de grove bijl op los en vorderde 2 maal f25 boete of 2 maal 25 dagen, doch gelukkig hield de kantonrechter meer rekening met de financieele draagkracht van een vrachtman, die ook niet voor zijn onverdeeld ge noegen met zoó'n afgeleefde karos 's -heeren wegen berijdt en veroordeelde hem tot 2 maal f20 boete of 2 maal 10 dagen. Hevige toorn van den heer Kantonrechter. Een te Beverwijk woonachtige chauffeur, B. J. W„ die den tweeden Kerstdag te Alkmaar met zijn vriend Kuijs uit Wijk aan Zee en Duin op stap was geweest, had bij zijn terugtocht naar huis te Heiloo het malheur 'n wielrijder P. van Veen aan te rijden met gevolg dat diens rijwiel flink werd beschadigd. De chauffeur gaf niet zich zelve doch verschillende andere oorzaken de schuld va nhet on geval. Aangezien het bleek, dat de weirijder met een vriend naast elkander hadden gereden, riep de kan tonrechter verontwaardigd. Dat ver. .duivelde rijden met z'n tweeën! blijf achter elkaar op een drukken rijweg! De ambtenaar stortte een volle maat odium uit op het hoofd van verdachte en requireerde f40 boete of 40 dagen. Doch de kantonrechter was min der vlug met zijn oordeel gereed en bepaalde de uit spraak op 4 Maart e. k. Een onachtzaamheid die méér kost dan twee kwartjes. De 23-jarige motorrijder, hij zal er vermoedelijk nog wel wat anders bij doen, Willem Fr. uit Dirks- horn, was zoo lichtzinnig maar rond te tuffen zon der in het bezit te zijn van een geldig rijbewijs, daar de vergunning waarover hij kon beschikken, reeds lang was verloopen, op 11 Nov. liep het echter vast en werd hij met een proces verbaal opgeknapt. Hem werd heden wat meer attentie aanbevolen en teer aanmoediging opgelegd f 7.— boete of 7 da gen. Het geneesmiddel nog erger dan de kwaal. De visscher Pieter Gr., had geruimien tijd op St. Pancras gewoond en gewerkt en toen daar het vet van den ketel was geraakt, met vrouw en drie kinderen weer naar zijn geboortedorp teruggekeerd. Maar ook daar lagen te peultjes niet opgeschept en gelukte het niet om werk te krijgen, omdat zijn aanwezigheid in de gemeente van nog te korten duur was. Tot overmaat van ramp werd zijn vrouw ook nog ziek en moest Piet met 9 gulden stempel- traktement de week met zijn 3 spruiten zien rond te scharrelen. Door nood gedwongen greep de man weer naar de lichtbak en ging op stroopen uit, maar werd al gelanceerd alvorens hij nog één lang oor had gesnapt. Bij verstek werd hij veroordeeld tot 14 dagen principale hechtenis en was hij thans met het oog op zijn kinderen, die de moederzorg moesten ontberen, in verzet gekomen, verzoekende slechts met een lichte geldboete te worden ge straft. Na lang over en weer praten werd de hech- dat zich schuldig had gemaakt aan stroöperij, de aangeboren sport van eiken volbloed Egmonder, was voor dit feit tot een zware boete veroordeeld. Maar de knaap was intusschen te werk gesteld op een trauwler, ter vervanging van een visscher, die de fijt in zijn duim had opgeloopeh. En om nu te trachten voor haar zoon een meer billijk vonnis te verkrijgen, was moeder BI. dapper naar het kanton gerecht gestapt als gemachtigde van haar stam houder, die verzet tegen het vonnis had aangetee- kend. Volgens verklaring van de moeder, door den jachtopziener bevestigd, had haar zoon zich te voren nooit aan strooperij schuldig gemaakt. Al was nooit ln dain ewist, zooals de vrouw het kernachtig uitdrukte. Haar bemoeingen werden dan ook met succes bekroond en de opposant veroordeeld tot f 10 boete of 10 dagen. MEERVOUDIGE STRAFKAMER. Zitting van Dinsdag 23 Februari. Parijsch groen! (Of ander titel ad libitum). Een veel besproken strafzaak heden ter zitting behandeld. Voor eemgen tijd werden de gemoederen beroerd en de tongen losgeslagen van de ingezeten van Berg-en Alkmaar en verdere omstreken, toen in de plaatselijke bladen eenige sensatiewekkende berich ten voorkwamen betreffende een hoogst ernstige poging tot vergiftiging, dat te Bergen zou hebben plaats gehad. Dit drama zou zich hebben afgespeeld in een villa te Bergen, bewoond door den heer Jan B„ voormalig landbouwer en zijn echtgenoote. De heer B., een maaglij wer, had gevaar geloopen te worden vergiftigd door toediening van een sterk arsenicum houdend praeperaat, dat ook wel wordt gebezigd tot besproeiing van gewassen, genaamd Parijsch groen en dit vergift zou hem in de voor geschreven levensmiddelen zijn toegediend door zijn eigen vrouw! De lijdende echtgenoote, die zijn gezondheids toestand steeds voelde achteruitgaan, ondanks de medische behandeling ontvluchtte de doodende at- mospheer en liet zich op last van den huisarts dr. Pameijer in het Centraal Ziekenhuis te Alkmaar opnemen, alwaar een nauwlettend onderzoek door een specialiteit van interne ziekten werd geconsta- tteerd dat de patiënt in hooge mate lijdende was aan arsenicum vergiftiging. Als gevolg van arsenicum hem in kleine hoeveel heden, doch geregeld toegediend. Natuurlijk het verstrekken van een letale portie zou in zeer korten tijd onverbiddelijk den dood ten gevolge hebben gehad. Doch een chronische arsenicum intoxicatie is evenmin een licht te achten aandoening. De man heeft althans tot dusverre het ziekenhuis nog niet als hersteld patiënt kunnen ver laten. Welk praeparaat werd gebezigd. Het toegediende vergiftigingsmiddel werd aange duid als Parijs groen, aangelengd of verdund met gedistilleerd water in een Apotheek te Alkmaar gekocht. Bedoeld Parijs groen bestand uit een ver binding van arsenig en koperzuur. De vrouw verdacht. Het spreekt vanzelf, dat de justitie niet werkeloos bleef. Het was waarlijk niet het eerste geval dat zijn in dit opzicht had te onderzoeken. Zooals sommige lezers zich nog wel zullen herin neren had voor een aantal jaren een dergelijke tragedie zich ontwikkeld in een klein dorpje bij den Helder, zulks met doodelijk gevolg. De vrouw werd veroordeeld tot 8 jaar, doch de auctor intellectualis, een Belg, heeft men nimmer kunnen achterhalen In dit geval was de justitie meer gelukkig. Wie verstrekte het Parijsche groen Al zeer kort na het politioneel en justitieel onder zoek had de arrestatie plaats van de echtgenoote maar het werd de justitie al heel spoedig duidelijk dat die vrouw vermoedelijk niet alléén de schuldige was. Het voortgezette onderzoek bracht aan het licht dat hier een medeplichtige bestond die er belang bij had, dat de echtgenoot uit den weg werd geruimd. Een vermoedelijke mededader gearresteerd Het duurde niet lang, of ook een tweede aan houding volgde en wel van een pl.m. 48-jarigen zeer gefortimeerden gekruid-kaashandelaar, die voor eenigen tijd in Alkmaar een vorstelijk Heeren huis had doen bouwen en zulks thans bewoonde. Deze kaashandelaar stond in zekere relatie met de echtgenoote van den vergiftigden rentenier en rezen tijdens het vooronderzoek zulke ernstige be zwaren, dat ook zijn aanhouding werd gelast en hij in voorarrest werd gesteld. Inmiddels hadden de beide verdachten zich voor zien van een raadsman en verdediger en had de echtgenooote de juridische steun gekozen van mr. C. A. de Groot, 'n strafrechtpleiter van erkende be kwaamheid, die toevallig ook in het vergiftigingspro ces door ons hiervoren in herinnering gebracht, als assistent van mr. W, C. Bosma, de verdediger, een werkzaam aandeel had genomen. De verdachte kaashandelaar werd bijgestaan door mr. Muller Massis uit Amsterdam, welke krachtvolle strijder der juridische oude garde in vele belangrijke strafzaken, ook voor de Alkmaarsche rechtbank, met succes opponeerde. Behandeling door de meervoudige strafkamer. Beide hierboven aangeduide verdachten: lo. Vinmetje B., huisvrouw J. B. te Bergen, oud 48 jaar, thans gedetineerd in het Huis van Bewaring te Alkmaar en 2o. Hendrik E., oud 48 jaar, kaashandelaar, wo nende te Alkmaar, thans gedetineerd, stonden thans beiden terecht ter zake het hun ge- zamentlijk en afzonderlijk was te laste gelegd Poging tot moord. En wel dat zij beiden na kalm beraad in onderling overleg hebben getracht den gettuige J. B. van het leven te berooven, de eerste verdachte door het toe dienen van het hiervoren aangeduide vergif in de aan J. B. verstrekte levensmiddelen, de tweede ver dachte door bedoeld vergif op verschillende tijd stippen in het tijdvak Augustus tot October 1931 met het hierboven omschreven doel aan eerste verdachte ter hand te stellen. Zijnde de uitvoering van het feit niet voltooid tengevolge de aan den wil van ver- tenuis vervangen door een boete - maar met mm- dachte onafhankelijke omstandigheid, dat de gé- der dan f 50 boete of 40 dagen, zoodat Piet gen over- tuige B niet overleden, maar door tijdig ingrij- wegènde reden had, voor dezen verwisseling dank- pen van den medicus alleen bekwam een chroniiche baar te zijn. arsenicum vergiftiging. Afzonderlijke telaste leggingen. Aan de verdachten wordt bovendien nog afzon derlijk te laste gelegd daderschap aan eerste ver- Een jongmensch uit Egmond aan Zee, Willem B., dachte en kan tweede verdactite medeplichtigheid omdat hij opzettelijk de inlichtingen en middelen had verschaft tot het plegen van het misdrijf, in casu de verschillende fleschjes Parijsch groen. De dagvaaarding contra verdachte was ten dien aanzien zeer uitgebreid. Getuigen en deskundigen. In deze zaak waren gedagvaard als getuigen: J. B. (de echtgenoot), G. M. Wokke, P. de Vries Th L- J- Bol, G. C. Som, P. W. Emmelot, C. G. Halil A. A. Steilberg, Anth. Nortier. Als deskundigen. Dr J. H. Pameijer, arts te Alkmaar, H. J. Wanna, apoth. scheikundige, A. J. M. Kam, M. E Stas Dr G. Hoeneveld, psycholoog te Alkmaar, Dr. J. Kr'uyt- bosch, psycholoog Prov. gesticht te Bakkum gem Castricum. De vrede tusschen de echtelieden hersteld? Ons bereikten geruchten dat tusschen den heer J. B. en zijn echtgenoote een formeele verzoening is tot stand gekomen. Misschien dat deze omstandig heid krachtig zou kunnen medewerken tot clemen- tie. De persoon van tweede verdachte. De aweede verdachte, Hendrik E., wordt ons van verschillende zijden beschreven als een aangenaam en vriendelijk mensch, omtrent wien van harte wordt betreurd, dat hij aan zulk een strafwaardige daad heeft medegewerkt. Door ons zelf is gecon stateerd, dat zijn echtgenoote hem in het Huis van Bewaring een bezoek bracht. DE VERDWENEN VROUW. Door Wilhelmine Baltinester. Dirk en Helga zaten in den trein. „Die bruiloften", fluisterde Dirk, „zijn altijd de verschrikkelijkste straffen die je bij een huwelijk bedenken kunt!" „Stil toch", suste Helga en zij verstopte haar bruidsbouquet voor de blikken van den medereiziger wiens doordringende donkere oogen onafgebroken op de jonge vrouw gevestigd waren. Een onaangenaam mensch. Iedereen, die met een pas getrouwd paartje samenreist, is trouwens een onaangenaam mensch! Dirk was woedend, woedend voooral omdat zij nu niet eens alleen waren, maar ook omdat deze man geen oogenblik beleefd genoeg was om uit het cou péraampje te kijken of zich slapend te houden. Ten slotte was Helga toch een getrouwde vrouw en be hoorde die vent haar niet zoo brutaal te fixeeren. Als alle vrouwen op den huwelijksreis gedroeg Helga zich tegenover vreemden alsof ze „reeds lang getrouwd" waren. Ze keek Dirk geen enkele maal aan, trok haar hand terug en zei goed hoorbaar: „Je bent vandaag vriendelijker, dan in de laatste drie jaar van ons huwelijk". Wat bezielde haar? Dirk was perplex. De vreem deling glimlachte, doch dit lachje maakte zijn gezicht niet aantrekkelijker. Dirk haatte dien kerel. Zwijgend bleef hij zich zitten ergeren. Na een uur rijden, waarop nog meerdere moesten volgen, kreeg zij honger. Dirk kon het niet over zijn hart verkrijgen zijn jonge vrouw te laten hongelijden en nauwelijks was de zachte klacht over haar lippen gekomen, of de trein reed een station binnen. Dirk stapte uit, hoewel hij Helga niet graag met dien man alleen liet. De vent beviiel hem heelemaal net en de ge dachte aan een dreigend onheil maakte den jongen echtgenoot onrustig. MaarHelga had honger! Hij liep op een draf naar het stationsbuffet, dat een eind van hun wagon verwijderd was. De keuze van de coupé was niet toevallig geweest. Zijn schoon moeder had er op aangedrongen, dat ze een com partiment in het midden van den trein zouden ne men; ze beweerde, dat bij een ongeluk de wagons in het midden steeds gespaard bleven. Doch juist die middenwagons waren dicht bezet. Zoo had het jonge paar kort voor het vertrek van den trein in allerijl in den laatsten wagen moeten springen. Op weg naar het buffet dacht Dirk met woede aan zijn schoonmama en hevig met zijn ellebogen werkende veroverde hij een kartonnen schaaltje met iets eetbaars; wierp het geld op de toonbank en holde rerug. Het sein van vertrek weerklonk. Hij zag draaiende wielen, sprong op de treeplank en stond in een vreemde coupé voor vreemde gezichten. Het kartonnetje angstvallig balanceerend liep hij langs alle compartimenten. Nergens vond hij zijn vrouw, nergens de bagage, nergens de geheimzinnige vreemdeling. Een waanzinnige angst maakte zich van hem meester. Er was geen twijfel mogelijk, de man met de glurende oogen had Helga ontvoerd. Ook de bagage had de ellendeling niet vergeten! Hij was een beroepsmoordenaar of misschien een inter nationale misdadiger! Dirk waarschuwde den hoofd conducteur. De medereizigers gingen zich met het geval bemoeien. Met de grootste moeite hield men den als een krankzinnige te keer gaanden echtge noot ervan terug aan den noodrem te trekken. Een huivering liep langs de ruggen der passagiers. Men herinnerde zich treinovervallen; men zag in zijn verbeelding donkere treinen over viaducten en brug gen denderen en gehandschoende misdadigershanden menschelijke lichamen in de peillooze diepten slin geren. Dirk-zelf overtrof hen in alle gruwelijke vi sioenen. Bij het volgende station werd de politie in den arm genomen. Dirk stond op het perron en ver telde schreiend van den vreemdeling; nauwelijks kon men een verstandig woord uit hem krijgen. Men- schen kwamen toeloopen. De agent noteerde rustig: kleine dame, jong, blond, bruine oogen, bruine man tel, bruine hoed. Bijzondere kenteekenen: opvallend mooi. Verdachte: groot, slank, donkere oogen, snor (waarschijnlijk valsch), zeer elegant gekleed, nieuwe koffer. Een der passagiers vervolmaakte het portret: „Nubja, de echter salon-misdadiger ziet er altijd zoo uit". Een ander zei: „Maar misschien wordt deze kwestie nog opgelost als we in O. aankomen". Met een ruk draaide Dirk zich om. „Hoezoo? in O „We gaan immer naar O!" Het schaaltje, dat Dirk nog altijd krampachtig in zijn hand hield, kletterde op het perron. De brui degom wankelde op zijn beenen. Hij was in den verkeerden trein getaspt!

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Nieuwe Langedijker Courant | 1932 | | pagina 3