ZOU Uil SLAGEN? Brief uit het Buitenland He' Hew Yorksche Society-Seven en de crisis Slavernij in het land der Vrijheid. Het kind en de crisis VERSOBERING DER FESTIVITEITEN. NEW YORK, Februari 1932. Wellicht meer dan ergens anders ter wereld gaan te New York de allerhoogsten, de rijksten der rij ken, onder de depressie gebukt. De „society" heeft haar basis onder zich voelen wegglijden. Jarenlang was het een stevige basis waarvan het eene uit einde in Wallstreet, het andere in de million: en milliardairpaleizen van de 5-th Avenue rustte. In het beursgebouw van Wallstreet ontmoetten de mannen elkaar in dagelijks weerkeerenden, vaak profijtelijken strijd. De 5-th Avenue vormde het strijdperk voor hun vrouwen en dochters. En de slag woedde er niets minder fel dan die, welke tusschen de zuilen en in de zalen van het beursge bouw werden geleverd. Zoover dat aan alle feestelijkheden een mde zou zijn gekomen, is het gelukkig nog niet en den taaien aard van den business-Amerikaan kennende, kan men ook gerust aannemen, dat deze caalnsiteit zich nimmer zal voordoen. Maar twee dingen vallen toch wel duidelijk te constateeren, een toenemende versobering bij het geven van partijen en het bin nendringen in den exclusieven kring der „upper 400" van nieuwe rijken. Want het spreekwoord „de een zijn dood is de ander zijn brood" geldt ook in Amerika hier wellicht nog scherper en vooral bruter dan ergens anders ter wereld. De versobering der festiviteiten treedt in de eer ste plaats bij de debutantenpartijen aan den dag, dat zijn de feestelijkheden waarop de millionairs- dochters voor de eerste maal haar intrede doen m de society. De Amerikaansche Sundoy papers be vatten wekelijks de glimlachen de foto's dezer schoone en rijke jongedames, die dezen dag met even groote angst en beven tegemoet zien als haar Engelsche zusteren, wanneer deze in urenlangen op tocht in schittering van diamanten en diademen naar Buckingham Palce rijden, om er den koning en koningin te worden voorgesteld, waarmede zij tevens haar intrede doen in de society van het Britsche Empire. Zooals gezegd, in Amerika hebben juist deze de butantenfeesten een sterke inkrimping ondergaan want vele der allerbekendste hebben zich vrijwel geheel uit de society teruggetrokken en in laats daarvan hun aandacht gewijd aan liefdadigheidsfees ten. In plaats van de geweldig uitgebreide diners met bal na, waarbij een paar duizend gasten plach ten aan te zitten en die gemeenlijk éen a tweehon derd duizend dollars kostten, geeft men nu thes dansants en soupers, teneinde atthans nog iets te doen. Wat het liefdadigheidswerk betreft heeft een aantal vooraanstaande jongedames zich aaneen gesloten tot „junior League" die haar aandacht spe ciaal den werkeloozen ten goede wil doen komen. Statistici hebben becijferd dat hetgeen thans aan hotelrekeningen, bloemen, muziek enz. wordt be steed, hoogstens 50 procent van vroeger jaren be- drGefeidelijk is het ook tot de hoogste standen der Amerikaansche samenleving doorgedrongen, dat ein delijk op doortastende wijze voor de millioenen werk loozen behoort te worden gezorgd. De vrouw van een der bekendste New Yorksche bankiers, tevens voorzitster van de vrouwenafdeeling der commissie tot steunverleening aan de werkloozen, houdt le deren dag gedurende acht uur zitting in een speciaal bureau. Een stroom van honderden werklooze vrou wen en meisjes komt er raad inwinnen en sollici- teeren naar de betrekkingen, die het bureau te ver geven heeft. De bedoelde bankiersvrouw meent, dat de huidige depressie althans dat groote voordeel heeft dat zij ook eens den allerrijksten den grooten nood en de enorme ontbeeringen doet kennen, waar van zij het bestaan tevoren maar nauwelijks hadden vermoed Daarentegen wil zij van bezuinigingen op het ge bied van feestelijkheden niets weten, daar hierdoor h i. juist diegenen worden geschaad, die nu nog een behoorlijk bestaan hebben, t.w. kellners, modisten, leveranciers, bloemisten enz. „Het is waar" betoog de zij, onlangs tegen een vertegenwoordiger der pers dat onze groote luxe vaak schril tegen den nood. van het huidig tijdsbestek afsteekt. Ik besef dit heel goed. Maar ik houd mij steeds voor oogen, dat wij, die nu eenmaal over geld beschikken, ons e- venspeil zoo lang mogelijk dienen te handhaven. Uit sluitend om sentimenteele gevoelens te bevredigen, de werkloosheid nóg meer te vergrooten, heeft geen Wij hadden het zooeven over de „upper 400" daar mede doelend op de indertijd door Ward Mc. Alister den secretaris van mevrouw Cornelius Vanderbilt, opgestelde lijst van hen, die volgens Mc. Alister uit sluitend waardig dienden te worden geacht om tot de society te worden gerekend. Als eerste vereischte diende daarbij natuurlijk het bezit van een stam boom, met behulp waarvan het bewijs kon worden geleverd, dat men afstamde van een der eerste groepen Nederlandsche of Engelsche emigranten. Maor zooals reeds gezegd, deze grenzen zijn ge leidelijk sterk vervaagd en thans telt de New YprK- sche Society duizenden leden, van wie velen uiter aard volkomen vreemden voor elkander zijn. (Nadruk verboden.) OPSTAND TEGEN DE SLAVENHANDELAARS IN LIBERIA. DE MENSCH VAN DE EERSTE KWALITEIT KOST ZESTIG GULDEN. Het groteske feit, dat in onzen tijd van bescha ving van de rechten van den mensch en niet in het minst van nationale zelfbeschikking er nog steeds groote landen en gebieden zijn, waarin een meer of minder verborgen handel in slaven wordt gedreven, is de laatste maanden herhaaldelijk ter sprake gekomen. De berichten over het slavenbedrijf en den slavenhandel in Abessinnië en gedeelten van Arabië, in Sierra Leone, en in het gebied der goudkusten zijn genoegzaam bekend. Maar al deze schilderingen worden in de schaduw gesteld door een officieel bericht van den Volkenbond, dat thans door den onderzoeker en expert van Afrika dr. Cuthbert Christy uitgegeven werd en dat voor geen tegenspraak vatbaar materiaal over de ongelooflijk treurige toestanden in den zwarten vrijstaat Li- beria inhoudt. Het moet wel een helsche inronie schijnen, dat een staat, die tegenwoordig meer dan twee millioen rechtelooze negers en een paar duizend door privi leges uitverkoren stambroeders omvat, juist met den naam Liberia aan de wereldgeschiedenis deel neemt. De geestdriftige Noord-Amerikaansche sla- venbevrijders van de vorige eeuw, die ter wille van van hun ideeën een jarenlangen verbitterden burgeroorlog moesten voeren, hadden ten tijde der stichting van den vrij en negerstaat, in 1847, van zijn latere ontwikkeling waarlijk niets kunnen vermoeden. Maar de fout begon reeds destijds, toen deze niets vermoedende vrienden der mensc.hheid, „goede menschen in de verschrikkelijkste betee- kenis van het woord" zooals lord Baconsfield deze soort eenmaal noemde een paar duizend half- of zeer onvolkomen ontwikkelde en beshaafde Ameri kaansche negers en halfbloeden uit de zuidelijke staten van de Unie vrij kochten of stalen, of hen bij het vluchten hielpen, om hun beschermelingen daarna in hun vaderland Afrika terug te planten. Waren deze blanke vrienden der menschheid niet zoo door hun ideeën verblind geweest, dan zouden zij spoedig hebben bemerkt, dat deze Amerikaansche negers slechts hun tweede vaderland verloren had den in Amerika, zonder dat zij daarvoor hun oude Afrika teruggewonnen hadden. Zij waren eraan ont groeid, zij waren met een andere cultuur en andere levensomstandigheden in aanraking gekomen, zij waren voor hun oorspronkelijke leven in de natuur evenzeer bedorven als voor de beschaving. Sinds dien en in den loon der laatste decennia in steeds sterkere mate iieersc.it in Liberia de toestand, dat een in verhouding kleine groep van halfontwikkelde negers uit Amerika de West-Indische eilanden of andere Europeesche koloniën een ongebreidelde po litieke en economiscae tyrannie over twee mdliccn negers van de oorspronkelijke oerbevolking uitoe fent. Slechts de immigranten hebben het kiesrecht en alle andere politieke rechten, slechts deze lieden, die eigenlijk vreemdelingen zijn, kunnen beambten, gendarmen, rechters en soldaten van deze merk- waardigen vrijstaat worden. Het is duidelijk dat de stammenderoerbevo'king van het begin af een steeds groeiende vijandschap tegen de nieuwe onderdrukkers en bevrijde indrin gers aan den dag hebben gelegd, en er zijn weinig jaren zonder oorlog en opstand voorbijgegaan Doch tto nu toe- werden alle pogingen tot opstand met ongehoorde gruv.-eiec onderdrukt. Eenige dui zenden modern toegeruste gendarmes en soldaten staan tegenover de inlandsche stammen en zooals gezegd konden tot nu toe de opstandigen door het geweldige verschil In bewapening in toom worden gehouden. Voor het gro^ deze bewapening gebruikt de millioenen van b uten landsche voornamelijk Amerikaansche leeningen afgezien van de .sommen die, bij de verschillende ambtenaren van de hoogste regeeringsambtenaren tot de laagste gendarme hangen Want ofschoon het land een voor zijn verhoudingen fantastisch hooge staatsschuld op zich heeft geladen, is voor de ontwikkeling van Liberia niet het minste geschied In de hoofdstad Monrovia heeft men wel een paar scholen opgericht, maar dat is dan ook alles wat men voor de volksontwikkeling van het geheele land heeft gedaan. Reeds ongeveer tw.mtig jaar geleden gmgen door de internationale politieke kringen geruchten, dat in Liberia de verhoudingen niet zoo paradijsachtig en vrijheidsgezind waren, als men eigenlijk zou mo gen verwachten. Detze beschuldigingen werden dooi de officieele instanties tegengesproken, maar zij konden desondanks niet tot zwijgen worden gebracht Enkele jaren geleden kwamen de toestanden in Li beria en de slavenhadel naar Abessinië en Arabië die een groote vlucht .genomen hebben, voor het FoT rum van den Volkenbond. Weer verklaarde de eer biedwaardige gedelegeerde van Liberia dat deze be weringen uit de lucht waren gegrepen, en weer ge schiedde van de zijde van den Volkenbond mets. ofschoon een aantal neutrale waarnemers de juist heid van de beschuldiging hadden bcstigl. Hit Christy rapport bevestigt ni niet alleen punt voor punt de aanklachten, maar het gaat zelfs in vele opzichten nog veel verder dan de tot nu toe bekende aanklachten. Dr. Christy kielt vast, dat het bezit van slaven op katoen- en rubber- en ander? p.'an- tages, slavenhadel te land en ter zee en dwang arbeid voor particuliere personen of ondernemingen aan de orde van den dag zijn. Vijf Engelsche ponden bedraagt de prijs voor een man van de eerste kwaliteit. Dat is de inkoopsprijs in Liberia, waar men oe waren in het binnenland tezamen vangt. Wanneer deze door vele tussohenban delaars en bemiddelaars eindelijk in het oosten ter bestemming zijn aangekomen, is natuurlijk de prijs tot het tien- en twintigvoudige gestegen. Dr. Christy stelde verder tallooze gevallen van cor ruptie, omkooping, misbruik van ambtelijke macht, bedrog enz vast, die voor de beambten en hoog- waardigheiösbekleeders van Liberia zeer bezwarend schijnen. In dit rapport wordt dringend voor de waarschijn lijke gevolgen van deze ontzettende toestanden ge waarschuwd. Er wordt speciaal op gewezen, dat eeni ge handige wapensmokkelaars zich deze toestand ten nutte hebben gemaakt om hun funest bedrijf uit te oefenen. Zij begonnen de opstandige stammen van Kroe, in het hartje van het land, van moderne geweren te voorzien en eischten betaling met antieke kunstvoorwerpen van ivoor en koper en als zij geluk hadden met een beetje goud uit de geheim gehouden schakamers der Kroestammen. Of het na dezen verboden wapenhandel steeds zoo zal blijven dat de inlanders weerloos tegenover de strafexpedities der regeering staan? „Het geheele Kroegebied zal spoedig verwoest zijn want de oorlog breidt zich naar alle zijden uit. Niemand weet hoeveel menschen bij de verbranding en plundering van het groote dorp Sahis zijn om gekomen, maar duizenden zijn dakloos en sterven in de bosschen van honger. De visschers van Nifoe zagen na de terugkeer van de vischvangst hun stad in brand. Zij konden niet landen en moesten langs de kust varend naar Monrovia koers zetten, een afstand van meer dan 300 kilometer. Onder het Kroe-volk der hoofdstad heerscht groote verbittering en weeklagen over het lot hunner broeders. In het gevecht met de Teampoe-lieden vielen meer dan honderd duizend gewonden, manne, vrouwen, en kinderen aan hun zijde Bij ons waren er een doode en twee gewonden. Deze zinnen zijn brokstukken uit berichten, die dr. Christy als authentiek heeft opgenomen in zijn rap port. Intusschen is bekend geworden, dat de ter reur, die in Liberia woedt, nog verscherpt is. Er worden strafxepedities gezonden naar de stammen, die voor de Volkenbondscommissie een getuigenis af legden. Op grond hiervan werd door Geneve een nieuw onderzoek geëischt en intusschen geschiedt er niemendal. Een nieuw rapport zal verschijnen dat de vroegere rapporten slechts zal bevestigen, zoo niet overtreffen. En wat zal er daarna geschie den? Het is te hopen dat men nu eindelijk er toe besluit iets te ondernemen voor in Liberia een vuur opvlamt, dat zich naar alle waarschijnlijkheid niet alleen tot dit land zal beperken, maar zich over het geheele zwarte continent zal uitbreiden. De experimenten van den goudmaker Dunikowski door onzen' Parijschen correspondent. PARIJS, Februari 1932. Ontwapeningsconferentie oorlog in China crisis al deze zorgen heeft men in Parijs vergeten. Er is maar een onderwerp van den dag er is igaar een vraag op Slier lippen „Zou hij slagen?' En iedereen weet, wat daarmede bedoeld wordt. Dunikowski zal voor een kring van de meest beroemde geleerden van het „Institut de France' demonstreeren, op wel ke wijze hij goud meent te kunnen vervaardigen. Het voorspel is spoedig verteld. Ongeveer vijf jaar geleden dook aan de Cote d'Azur een aar dige j sympathiek uitziende jonge man op, een vreemdeling uit Lemberg in Polen. Hij vertelde, dat hij erin geslaagd was het geheim te vinden, hoe men goud moest maken, iets dat de meest beroemde geleerden niet hadden kunnen ontdek ken. Hij vervaardigde een groot, uiterst inge wikkeld toestel en publiceerde eenige zeer merk waardige dingen betreffende Z-stralen, welke hij ontdekt zou hebben. Prins Albert van Monaco begon zich langzamerhand voor dezen eigenaar- digen man te interesseeren. En als Dunikowski hem zijn plannen voorlegt, met behulp van zijn toestel uit de mineralen van het zeewater goud te vervaardigen, geeft hij hem de volle beschik king over zijn beroemd oceanografisch museum te Monte Carlo. Een tijd lang gaat alles goed, de experimenten léveren bevredigende resulta ten op, maar het blijkt noodig te zijn, de beschik bare toestellen te verbouwen en te vergrooten. Daar is geld voor noodig en de prins wil niet dadelijk met groot-ere sommen voor den dag ko men. De prins is voorzichtig en wil eerst meer zien. Daarom neemt Dunikowski het besluit naait Parijs te gaan en zich daar nieuw kapitaal te verschaffen. Dat wordt zijn noodlot. Welis waar vindt hij betrekkelijk spoedig enkele men schen, die op een dergelijke goedkoope wijze tot grooten rijkdom willen komen, maar als de jon geman vertrokken is naar de Riviera, komt de heele zaak hen wel wat verdacht voor. Zeer be grijpelijk, overigens. Zij willen zich niet met phrasen laten troosten, zij willen ook resultaten in klinkende munt zien en als na eenigen 'tij'd directe sugcessen uitblijven, loopen zij naar den rechter. Dunikowski werd begin December 1931 ge arresteerd. De politie is ervan overtuigd, weer eens een kwakzalver en bedrieger te hebben ge snapt. De zaak Tausend is nog te versch in de herinnering, om aan een serieuze wetenschap pelijke basis geloof te kunnen hechten. Maar de Pool blijft hardnekkig volhouden, dat hij inder daad een verbluffende ontdekking heeft ge daan. Hij eiselit in staat te worden gesteld, zijn beweringen door daden te kunnen bewijzen. Hij is bereid zijn toestel aan iederen vakman te de monstreeren. Enkéle details, die hij voor den rechter van onderzoek mededeelt, doen inderdaad de deskundigen opkijken. Er is iets veelbelo vends in zijn ideeën. De beroemde advocaat Torres neemt de verdediging op zich. Met alle kracht en alle welsprekendheid, die hem ten dienste staan, strijdt hij voor den Pool. Eindelijk krijgt Dunikowkski verlof in het la- loratorium van het beroemde „Institut de France" zijn machines op te bouwen. Tegen alle verwachtingen in, nemen de voorbereidingen hij- zonder korten tijd in beslag. Reeds tegen het midden van Januari verklaart Dunikowski ge- reed te zijn voor de experimenten. Als echter der echter met eenige professoren der Sorbonne in het laboratorium verschijnt, eischt de Pool echter plotseling de aanwezigheid van zijn ver- dediger. Maar de onderzoekingsrechter heeft be zwaren en laat Dunikowkski weer achter slot en grendel zetten. Een knecht van het labora- torium verraadt echter eenige journalisten, dat de geangene reeds een generae repetitie in zijn te genwoordigheid heeft gehouden, waarbij inder daad eenige korrels goud tevoorschijn waren ge- komen. Deze 'meded-eeling wekt natuurlijk in hooge mate de belangstelling van de Groote Pers. De couranten protesteeren heftig ertegen, dat men een aangeklaagde zijn eerste recht, de aan wezigheid van zijn verdediger wil ontnemen en zoo moeten de autoriteiten eindelijk toegeven. Het experiment zal in tegenwoordigheid van den advocaat Torres plaats vinden. Die eerste proef van Dunikowkski mislukt, maar de Pool Iaat zich niet ontmoedigen. Hij blijft erbij, dat er iets aan zijn toestel hapert. Hij begint nogmaals weer mislukking. Voor de derde maal moet men beginnen. Ditmaal is het resultaat echter inderdaad een klein hoopje geel poeder. Het is goud. Zuiver, volkomen zuiver goud. Een levendig gesprek ont spint zich tusschen de geleerden. Men is het er nog niet geheel over eens, of alles strikt eerlijk is toegegaan, of er geen sprake kan zijn van be drog. Dunikowski stelt voor een vierde proef te nemen met verscherpte controle. Maar nu mislukt alles totaal nog voordat men tot het eigenlijke werk is gekomen, breken eenige voor name deelen der machine en moeten eerst her steld worden. Natuurlijk heeft het behaalde succes bij de derde proef, al mag dit succes ook nog zoo vaag zijn, bewerkt, dat de stemming thans ten gunste van hem is omgeslagen. Men stelt voor den Pooi in de gelegenheid te stellen verdere proeven onder bewaking in zijn laboratorium a. de Riviera te nemen, waar hij grootere en meer volmaakte toestellen heeft staan. De kwestie of Dunikowski werkelijk goud kan maken is met deze proef nog niet opgelost. Maar het loont de moeite even op de beginselen van zijn, nog niet geheel en al duidelijke metho de in te gaan. Dunikowski gebruikt als uitgangs punt een mengsel van verpulverd verdspaat en kwarts, dat vermengd wordt met kwikzilver. Deze massa wordt behandeld met de geheimzin nige Z-stralen. Blijkbaar stuurt Diunikowski aan op de verwoesting der atomen. Eenige jaren geleden hebben de beide Berlijners Miethe en Stammereich, twee bekende natuur kundigen overigens kort voor het verschijnen van Dunikowski aan de Riviera, met kwik zilver soortgelijke proevien genomen, maar zon der bepaald succes. De microscopisch kleine hoe veelheden goud waren toen blijkbaar van andere dingen afkomstig, dan van de grondstoffen, die Miethe en Stammereich gebruikten. Bij onder zoek bleek namelijk, dat er in het kwikzilver on zichtbaar kleine hoeveelheden goud aanwezig wa ren, terwijl bovendien een der assistenten zijn trouwring had aangehouden. Desondanks ging men eveneens uit van een principieele gedachte namelijk, dat er bij een verwoesting van atomen zooals reeds sedert Rutherford door een aantal geleerden is beschreven, het desbetreffende ele ment moet veranderen in het eerstvolgend ele ment in de lijst der elementen. Kwikzilver en goud liggen nu in dit systeem naast elkaar. En nu heeft men alle reden te vermoeden, dat kwik zilver door verwoesting der kwikatomen in goud omgezet kan worden. Nu komt echter het cardinale punt: de jongste onderzoekingen hebben plotseling een totnutoc als vaststaand aangenomen hypothese omver ge worpen. Men had namelijk steeds aangenomen, dat het betreffende element in het volgende ech ter met kleiner atoomgewicht verandert. Nu blijkt echter uit verschillende jproeven der laat ste jaren dat de bij deze verwoesting gebruik te, uit snelbewegende, electrisch geladen Helium atomen bestaande Alphastralen, weliswaar een waterstofdeeltje uit liet gebombardeerde atoom slingeren, maar dat daarvoor een heliumdeeltje in de atoomkern wordt opgenomen en vastgehou den. Daar Helium zwaarder is dan waterstof, moet hij deze atoomverandering een element v. een hooger atoomgewicht ontstaan. Ein dat be- teekent, dat men uit het zware kwikzilver nooit het lichtere goud zou kunnen winnen. Dunikowski gebruikt echter geen Alphastra len, maar de door hem uitgevonden, met een slui er der geheimzinnigheid bedekte Z-stralen, die misschien geheel andere eigenschappen bezitten. Daarbij is het zuiver theoretisch denkbaar dat het kwikzilveratoom met atoomgewicht 201 uit goud atoomgewicht 197 en helium atoom gewicht 4 is samengesteld. Als het nu den Pool inderdaad gelukt is de scheiding van He- liumatoom en kwikzilveratoom te bewerkstelli gen, zou er volgens deze theorie werkelijk goud moeten ontstaan. In ieder geval zal men moeten afwachten hoe de verdere proeven Dunikowski verloopen, voor dat men een beslissend oordeel kan vellen. Hoe het eindresultaat echter ook moge zïjn, een ding staat nu reeds vast zelfs wanneer Duni kowski er in zou slagen waarlijk goud te vervaar digen, dan zou de wereld daardoor geen cent rijker worden. Want natuurlijk zou bij een sterk verhoogde goudproductie de prijs daarvan ge weldig omlaag gaan. Daarom is in deze proe ven het niet geringe gevaar gelegen, dat er voor het menschdom een waardevorm verloren gaat, waaraan het sedert eeuwen gewend is en waarin het vast gelooft. (Nadruk verboden.) De leuze „het kind mag niet 'onder de crisis lijden" is althans door het Centraal Genootschap begrrepen. De schitterende vooruitgang in 1931 is in 1932 voortgezet. De maand Januari geeft weder een surplus op Januari 1931 van rond vijfduizend ver- pleegdagen. Als te begrijpen worden uit verschillende van de 435 afdeelingen sombere klachten vernomen. Het overgroote deel der afdeelingen begrijpt echter, dat het zwakke kind nu meer dan ooit steun behoeft en handelt ernaar. Het Centraal Genootschap als geheel beseft, dat bezuiniging op kindergezondheid noodlottige gevolgen zal hebben voor het komende geslacht en heeft het winterseizoen gebruikt om door verhoogde pro paganda nieuwe bronnen te zoeken, waar oude zijn verdroogd. De aantrekkelijke flim over een zwak jongetje en de winterfilm zijn reeds of worden nog ver toond in niet minder dan 62 propaganda-avonden terwijl in de maand April nog 810 avonden be schikbaar zijn. Deze film is een directe propa ganda voor het Centraal Genootschap met zijn 10 spoedig wellicht 11, mooie, groote koloniehuizen en tevens een propaganda voor de kinderuitzen ding in het algemeen, die ook de zustervereeni- gingen ten goede komt. Plaatselijk Nieuws OUD-KARSPEL. Gevonden voorwerpen: Een zakmes en een nog nieuwe lakriem. Inlichtingen verstrekt de gemeentepolitie

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Nieuwe Langedijker Courant | 1932 | | pagina 4