ZOU Uil SLAGEN?
Brief uit het Buitenland
He' Hew Yorksche Society-Seven
en de crisis
Slavernij in het land der Vrijheid.
Het kind en de crisis
VERSOBERING DER FESTIVITEITEN.
NEW YORK, Februari 1932.
Wellicht meer dan ergens anders ter wereld gaan
te New York de allerhoogsten, de rijksten der rij
ken, onder de depressie gebukt. De „society" heeft
haar basis onder zich voelen wegglijden. Jarenlang
was het een stevige basis waarvan het eene uit
einde in Wallstreet, het andere in de million:
en milliardairpaleizen van de 5-th Avenue rustte.
In het beursgebouw van Wallstreet ontmoetten de
mannen elkaar in dagelijks weerkeerenden, vaak
profijtelijken strijd. De 5-th Avenue vormde het
strijdperk voor hun vrouwen en dochters. En de
slag woedde er niets minder fel dan die, welke
tusschen de zuilen en in de zalen van het beursge
bouw werden geleverd.
Zoover dat aan alle feestelijkheden een mde zou
zijn gekomen, is het gelukkig nog niet en den taaien
aard van den business-Amerikaan kennende, kan
men ook gerust aannemen, dat deze caalnsiteit zich
nimmer zal voordoen. Maar twee dingen vallen
toch wel duidelijk te constateeren, een toenemende
versobering bij het geven van partijen en het bin
nendringen in den exclusieven kring der „upper
400" van nieuwe rijken. Want het spreekwoord „de
een zijn dood is de ander zijn brood" geldt ook in
Amerika hier wellicht nog scherper en vooral bruter
dan ergens anders ter wereld.
De versobering der festiviteiten treedt in de eer
ste plaats bij de debutantenpartijen aan den dag,
dat zijn de feestelijkheden waarop de millionairs-
dochters voor de eerste maal haar intrede doen m
de society. De Amerikaansche Sundoy papers be
vatten wekelijks de glimlachen de foto's dezer
schoone en rijke jongedames, die dezen dag met
even groote angst en beven tegemoet zien als haar
Engelsche zusteren, wanneer deze in urenlangen op
tocht in schittering van diamanten en diademen
naar Buckingham Palce rijden, om er den koning
en koningin te worden voorgesteld, waarmede zij
tevens haar intrede doen in de society van het
Britsche Empire.
Zooals gezegd, in Amerika hebben juist deze de
butantenfeesten een sterke inkrimping ondergaan
want vele der allerbekendste hebben zich vrijwel
geheel uit de society teruggetrokken en in laats
daarvan hun aandacht gewijd aan liefdadigheidsfees
ten. In plaats van de geweldig uitgebreide diners
met bal na, waarbij een paar duizend gasten plach
ten aan te zitten en die gemeenlijk éen a tweehon
derd duizend dollars kostten, geeft men nu thes
dansants en soupers, teneinde atthans nog iets
te doen. Wat het liefdadigheidswerk betreft heeft
een aantal vooraanstaande jongedames zich aaneen
gesloten tot „junior League" die haar aandacht spe
ciaal den werkeloozen ten goede wil doen komen.
Statistici hebben becijferd dat hetgeen thans aan
hotelrekeningen, bloemen, muziek enz. wordt be
steed, hoogstens 50 procent van vroeger jaren be-
drGefeidelijk is het ook tot de hoogste standen der
Amerikaansche samenleving doorgedrongen, dat ein
delijk op doortastende wijze voor de millioenen werk
loozen behoort te worden gezorgd. De vrouw van
een der bekendste New Yorksche bankiers, tevens
voorzitster van de vrouwenafdeeling der commissie
tot steunverleening aan de werkloozen, houdt le
deren dag gedurende acht uur zitting in een speciaal
bureau. Een stroom van honderden werklooze vrou
wen en meisjes komt er raad inwinnen en sollici-
teeren naar de betrekkingen, die het bureau te ver
geven heeft. De bedoelde bankiersvrouw meent,
dat de huidige depressie althans dat groote voordeel
heeft dat zij ook eens den allerrijksten den grooten
nood en de enorme ontbeeringen doet kennen, waar
van zij het bestaan tevoren maar nauwelijks hadden
vermoed
Daarentegen wil zij van bezuinigingen op het ge
bied van feestelijkheden niets weten, daar hierdoor
h i. juist diegenen worden geschaad, die nu nog een
behoorlijk bestaan hebben, t.w. kellners, modisten,
leveranciers, bloemisten enz. „Het is waar" betoog
de zij, onlangs tegen een vertegenwoordiger der pers
dat onze groote luxe vaak schril tegen den nood.
van het huidig tijdsbestek afsteekt. Ik besef dit
heel goed. Maar ik houd mij steeds voor oogen, dat
wij, die nu eenmaal over geld beschikken, ons e-
venspeil zoo lang mogelijk dienen te handhaven. Uit
sluitend om sentimenteele gevoelens te bevredigen,
de werkloosheid nóg meer te vergrooten, heeft geen
Wij hadden het zooeven over de „upper 400" daar
mede doelend op de indertijd door Ward Mc. Alister
den secretaris van mevrouw Cornelius Vanderbilt,
opgestelde lijst van hen, die volgens Mc. Alister uit
sluitend waardig dienden te worden geacht om tot
de society te worden gerekend. Als eerste vereischte
diende daarbij natuurlijk het bezit van een stam
boom, met behulp waarvan het bewijs kon worden
geleverd, dat men afstamde van een der eerste
groepen Nederlandsche of Engelsche emigranten.
Maor zooals reeds gezegd, deze grenzen zijn ge
leidelijk sterk vervaagd en thans telt de New YprK-
sche Society duizenden leden, van wie velen uiter
aard volkomen vreemden voor elkander zijn.
(Nadruk verboden.)
OPSTAND TEGEN DE SLAVENHANDELAARS IN
LIBERIA.
DE MENSCH VAN DE EERSTE KWALITEIT KOST
ZESTIG GULDEN.
Het groteske feit, dat in onzen tijd van bescha
ving van de rechten van den mensch en niet in
het minst van nationale zelfbeschikking er nog
steeds groote landen en gebieden zijn, waarin een
meer of minder verborgen handel in slaven wordt
gedreven, is de laatste maanden herhaaldelijk ter
sprake gekomen. De berichten over het slavenbedrijf
en den slavenhandel in Abessinnië en gedeelten
van Arabië, in Sierra Leone, en in het gebied der
goudkusten zijn genoegzaam bekend. Maar al deze
schilderingen worden in de schaduw gesteld door
een officieel bericht van den Volkenbond, dat thans
door den onderzoeker en expert van Afrika dr.
Cuthbert Christy uitgegeven werd en dat voor geen
tegenspraak vatbaar materiaal over de ongelooflijk
treurige toestanden in den zwarten vrijstaat Li-
beria inhoudt.
Het moet wel een helsche inronie schijnen, dat
een staat, die tegenwoordig meer dan twee millioen
rechtelooze negers en een paar duizend door privi
leges uitverkoren stambroeders omvat, juist met
den naam Liberia aan de wereldgeschiedenis deel
neemt. De geestdriftige Noord-Amerikaansche sla-
venbevrijders van de vorige eeuw, die ter wille van
van hun ideeën een jarenlangen verbitterden
burgeroorlog moesten voeren, hadden ten tijde
der stichting van den vrij en negerstaat, in 1847,
van zijn latere ontwikkeling waarlijk niets kunnen
vermoeden. Maar de fout begon reeds destijds, toen
deze niets vermoedende vrienden der mensc.hheid,
„goede menschen in de verschrikkelijkste betee-
kenis van het woord" zooals lord Baconsfield deze
soort eenmaal noemde een paar duizend half- of
zeer onvolkomen ontwikkelde en beshaafde Ameri
kaansche negers en halfbloeden uit de zuidelijke
staten van de Unie vrij kochten of stalen, of hen
bij het vluchten hielpen, om hun beschermelingen
daarna in hun vaderland Afrika terug te planten.
Waren deze blanke vrienden der menschheid niet
zoo door hun ideeën verblind geweest, dan zouden
zij spoedig hebben bemerkt, dat deze Amerikaansche
negers slechts hun tweede vaderland verloren had
den in Amerika, zonder dat zij daarvoor hun oude
Afrika teruggewonnen hadden. Zij waren eraan ont
groeid, zij waren met een andere cultuur en andere
levensomstandigheden in aanraking gekomen, zij
waren voor hun oorspronkelijke leven in de natuur
evenzeer bedorven als voor de beschaving. Sinds
dien en in den loon der laatste decennia in steeds
sterkere mate iieersc.it in Liberia de toestand, dat
een in verhouding kleine groep van halfontwikkelde
negers uit Amerika de West-Indische eilanden of
andere Europeesche koloniën een ongebreidelde po
litieke en economiscae tyrannie over twee mdliccn
negers van de oorspronkelijke oerbevolking uitoe
fent. Slechts de immigranten hebben het kiesrecht
en alle andere politieke rechten, slechts deze lieden,
die eigenlijk vreemdelingen zijn, kunnen beambten,
gendarmen, rechters en soldaten van deze merk-
waardigen vrijstaat worden.
Het is duidelijk dat de stammenderoerbevo'king
van het begin af een steeds groeiende vijandschap
tegen de nieuwe onderdrukkers en bevrijde indrin
gers aan den dag hebben gelegd, en er zijn weinig
jaren zonder oorlog en opstand voorbijgegaan
Doch tto nu toe- werden alle pogingen tot opstand
met ongehoorde gruv.-eiec onderdrukt. Eenige dui
zenden modern toegeruste gendarmes en soldaten
staan tegenover de inlandsche stammen en zooals
gezegd konden tot nu toe de opstandigen door het
geweldige verschil In bewapening in toom worden
gehouden. Voor het gro^
deze bewapening gebruikt de millioenen van b uten
landsche voornamelijk Amerikaansche leeningen
afgezien van de .sommen die, bij de verschillende
ambtenaren van de hoogste regeeringsambtenaren
tot de laagste gendarme hangen Want ofschoon
het land een voor zijn verhoudingen fantastisch
hooge staatsschuld op zich heeft geladen, is voor
de ontwikkeling van Liberia niet het minste geschied
In de hoofdstad Monrovia heeft men wel een paar
scholen opgericht, maar dat is dan ook alles wat
men voor de volksontwikkeling van het geheele land
heeft gedaan.
Reeds ongeveer tw.mtig jaar geleden gmgen door
de internationale politieke kringen geruchten, dat
in Liberia de verhoudingen niet zoo paradijsachtig
en vrijheidsgezind waren, als men eigenlijk zou mo
gen verwachten. Detze beschuldigingen werden dooi
de officieele instanties tegengesproken, maar zij
konden desondanks niet tot zwijgen worden gebracht
Enkele jaren geleden kwamen de toestanden in Li
beria en de slavenhadel naar Abessinië en Arabië
die een groote vlucht .genomen hebben, voor het FoT
rum van den Volkenbond. Weer verklaarde de eer
biedwaardige gedelegeerde van Liberia dat deze be
weringen uit de lucht waren gegrepen, en weer ge
schiedde van de zijde van den Volkenbond mets.
ofschoon een aantal neutrale waarnemers de juist
heid van de beschuldiging hadden bcstigl. Hit
Christy rapport bevestigt ni niet alleen punt voor
punt de aanklachten, maar het gaat zelfs in vele
opzichten nog veel verder dan de tot nu toe bekende
aanklachten. Dr. Christy kielt vast, dat het bezit
van slaven op katoen- en rubber- en ander? p.'an-
tages, slavenhadel te land en ter zee en dwang
arbeid voor particuliere personen of ondernemingen
aan de orde van den dag zijn.
Vijf Engelsche ponden bedraagt de prijs voor een
man van de eerste kwaliteit. Dat is de inkoopsprijs
in Liberia, waar men oe waren in het binnenland
tezamen vangt. Wanneer deze door vele tussohenban
delaars en bemiddelaars eindelijk in het oosten ter
bestemming zijn aangekomen, is natuurlijk de prijs
tot het tien- en twintigvoudige gestegen.
Dr. Christy stelde verder tallooze gevallen van cor
ruptie, omkooping, misbruik van ambtelijke macht,
bedrog enz vast, die voor de beambten en hoog-
waardigheiösbekleeders van Liberia zeer bezwarend
schijnen.
In dit rapport wordt dringend voor de waarschijn
lijke gevolgen van deze ontzettende toestanden ge
waarschuwd. Er wordt speciaal op gewezen, dat eeni
ge handige wapensmokkelaars zich deze toestand ten
nutte hebben gemaakt om hun funest bedrijf uit te
oefenen. Zij begonnen de opstandige stammen van
Kroe, in het hartje van het land, van moderne
geweren te voorzien en eischten betaling met antieke
kunstvoorwerpen van ivoor en koper en als zij
geluk hadden met een beetje goud uit de geheim
gehouden schakamers der Kroestammen.
Of het na dezen verboden wapenhandel steeds
zoo zal blijven dat de inlanders weerloos tegenover
de strafexpedities der regeering staan?
„Het geheele Kroegebied zal spoedig verwoest zijn
want de oorlog breidt zich naar alle zijden uit.
Niemand weet hoeveel menschen bij de verbranding
en plundering van het groote dorp Sahis zijn om
gekomen, maar duizenden zijn dakloos en sterven in
de bosschen van honger.
De visschers van Nifoe zagen na de terugkeer
van de vischvangst hun stad in brand. Zij konden
niet landen en moesten langs de kust varend naar
Monrovia koers zetten, een afstand van meer dan
300 kilometer. Onder het Kroe-volk der hoofdstad
heerscht groote verbittering en weeklagen over het
lot hunner broeders.
In het gevecht met de Teampoe-lieden vielen meer
dan honderd duizend gewonden, manne, vrouwen,
en kinderen aan hun zijde Bij ons waren er een
doode en twee gewonden.
Deze zinnen zijn brokstukken uit berichten, die dr.
Christy als authentiek heeft opgenomen in zijn rap
port. Intusschen is bekend geworden, dat de ter
reur, die in Liberia woedt, nog verscherpt is. Er
worden strafxepedities gezonden naar de stammen,
die voor de Volkenbondscommissie een getuigenis af
legden. Op grond hiervan werd door Geneve een
nieuw onderzoek geëischt en intusschen geschiedt
er niemendal. Een nieuw rapport zal verschijnen
dat de vroegere rapporten slechts zal bevestigen,
zoo niet overtreffen. En wat zal er daarna geschie
den? Het is te hopen dat men nu eindelijk er toe
besluit iets te ondernemen voor in Liberia een vuur
opvlamt, dat zich naar alle waarschijnlijkheid niet
alleen tot dit land zal beperken, maar zich over het
geheele zwarte continent zal uitbreiden.
De experimenten van den goudmaker Dunikowski
door onzen' Parijschen correspondent.
PARIJS, Februari 1932.
Ontwapeningsconferentie oorlog in China
crisis al deze zorgen heeft men in Parijs
vergeten. Er is maar een onderwerp van den
dag er is igaar een vraag op Slier lippen
„Zou hij slagen?' En iedereen weet, wat
daarmede bedoeld wordt. Dunikowski zal voor
een kring van de meest beroemde geleerden van
het „Institut de France' demonstreeren, op wel
ke wijze hij goud meent te kunnen vervaardigen.
Het voorspel is spoedig verteld. Ongeveer vijf
jaar geleden dook aan de Cote d'Azur een aar
dige j sympathiek uitziende jonge man op, een
vreemdeling uit Lemberg in Polen. Hij vertelde,
dat hij erin geslaagd was het geheim te vinden,
hoe men goud moest maken, iets dat de meest
beroemde geleerden niet hadden kunnen ontdek
ken. Hij vervaardigde een groot, uiterst inge
wikkeld toestel en publiceerde eenige zeer merk
waardige dingen betreffende Z-stralen, welke hij
ontdekt zou hebben. Prins Albert van Monaco
begon zich langzamerhand voor dezen eigenaar-
digen man te interesseeren. En als Dunikowski
hem zijn plannen voorlegt, met behulp van zijn
toestel uit de mineralen van het zeewater goud
te vervaardigen, geeft hij hem de volle beschik
king over zijn beroemd oceanografisch museum
te Monte Carlo. Een tijd lang gaat alles goed,
de experimenten léveren bevredigende resulta
ten op, maar het blijkt noodig te zijn, de beschik
bare toestellen te verbouwen en te vergrooten.
Daar is geld voor noodig en de prins wil niet
dadelijk met groot-ere sommen voor den dag ko
men. De prins is voorzichtig en wil eerst meer
zien. Daarom neemt Dunikowski het besluit naait
Parijs te gaan en zich daar nieuw kapitaal te
verschaffen. Dat wordt zijn noodlot. Welis
waar vindt hij betrekkelijk spoedig enkele men
schen, die op een dergelijke goedkoope wijze tot
grooten rijkdom willen komen, maar als de jon
geman vertrokken is naar de Riviera, komt de
heele zaak hen wel wat verdacht voor. Zeer be
grijpelijk, overigens. Zij willen zich niet met
phrasen laten troosten, zij willen ook resultaten
in klinkende munt zien en als na eenigen 'tij'd
directe sugcessen uitblijven, loopen zij naar den
rechter.
Dunikowski werd begin December 1931 ge
arresteerd. De politie is ervan overtuigd, weer
eens een kwakzalver en bedrieger te hebben ge
snapt. De zaak Tausend is nog te versch in
de herinnering, om aan een serieuze wetenschap
pelijke basis geloof te kunnen hechten. Maar de
Pool blijft hardnekkig volhouden, dat hij inder
daad een verbluffende ontdekking heeft ge
daan. Hij eiselit in staat te worden gesteld, zijn
beweringen door daden te kunnen bewijzen. Hij
is bereid zijn toestel aan iederen vakman te de
monstreeren. Enkéle details, die hij voor den
rechter van onderzoek mededeelt, doen inderdaad
de deskundigen opkijken. Er is iets veelbelo
vends in zijn ideeën. De beroemde advocaat
Torres neemt de verdediging op zich. Met alle
kracht en alle welsprekendheid, die hem ten
dienste staan, strijdt hij voor den Pool.
Eindelijk krijgt Dunikowkski verlof in het la-
loratorium van het beroemde „Institut de
France" zijn machines op te bouwen. Tegen alle
verwachtingen in, nemen de voorbereidingen hij-
zonder korten tijd in beslag. Reeds tegen het
midden van Januari verklaart Dunikowski ge-
reed te zijn voor de experimenten. Als echter
der echter met eenige professoren der Sorbonne
in het laboratorium verschijnt, eischt de Pool
echter plotseling de aanwezigheid van zijn ver-
dediger. Maar de onderzoekingsrechter heeft be
zwaren en laat Dunikowkski weer achter slot
en grendel zetten. Een knecht van het labora-
torium verraadt echter eenige journalisten, dat
de geangene reeds een generae repetitie in zijn te
genwoordigheid heeft gehouden, waarbij inder
daad eenige korrels goud tevoorschijn waren ge-
komen.
Deze 'meded-eeling wekt natuurlijk in hooge
mate de belangstelling van de Groote Pers.
De couranten protesteeren heftig ertegen, dat
men een aangeklaagde zijn eerste recht, de aan
wezigheid van zijn verdediger wil ontnemen en
zoo moeten de autoriteiten eindelijk toegeven.
Het experiment zal in tegenwoordigheid van den
advocaat Torres plaats vinden. Die eerste proef
van Dunikowkski mislukt, maar de Pool Iaat
zich niet ontmoedigen. Hij blijft erbij, dat er
iets aan zijn toestel hapert. Hij begint nogmaals
weer mislukking. Voor de derde maal moet
men beginnen.
Ditmaal is het resultaat echter inderdaad een
klein hoopje geel poeder. Het is goud. Zuiver,
volkomen zuiver goud. Een levendig gesprek ont
spint zich tusschen de geleerden. Men is het er
nog niet geheel over eens, of alles strikt eerlijk is
toegegaan, of er geen sprake kan zijn van be
drog. Dunikowski stelt voor een vierde proef
te nemen met verscherpte controle. Maar nu
mislukt alles totaal nog voordat men tot het
eigenlijke werk is gekomen, breken eenige voor
name deelen der machine en moeten eerst her
steld worden.
Natuurlijk heeft het behaalde succes bij de
derde proef, al mag dit succes ook nog zoo
vaag zijn, bewerkt, dat de stemming thans ten
gunste van hem is omgeslagen. Men stelt voor
den Pooi in de gelegenheid te stellen verdere
proeven onder bewaking in zijn laboratorium a.
de Riviera te nemen, waar hij grootere en meer
volmaakte toestellen heeft staan.
De kwestie of Dunikowski werkelijk goud
kan maken is met deze proef nog niet opgelost.
Maar het loont de moeite even op de beginselen
van zijn, nog niet geheel en al duidelijke metho
de in te gaan. Dunikowski gebruikt als uitgangs
punt een mengsel van verpulverd verdspaat en
kwarts, dat vermengd wordt met kwikzilver.
Deze massa wordt behandeld met de geheimzin
nige Z-stralen. Blijkbaar stuurt Diunikowski aan
op de verwoesting der atomen.
Eenige jaren geleden hebben de beide Berlijners
Miethe en Stammereich, twee bekende natuur
kundigen overigens kort voor het verschijnen
van Dunikowski aan de Riviera, met kwik
zilver soortgelijke proevien genomen, maar zon
der bepaald succes. De microscopisch kleine hoe
veelheden goud waren toen blijkbaar van andere
dingen afkomstig, dan van de grondstoffen, die
Miethe en Stammereich gebruikten. Bij onder
zoek bleek namelijk, dat er in het kwikzilver on
zichtbaar kleine hoeveelheden goud aanwezig wa
ren, terwijl bovendien een der assistenten zijn
trouwring had aangehouden. Desondanks ging
men eveneens uit van een principieele gedachte
namelijk, dat er bij een verwoesting van atomen
zooals reeds sedert Rutherford door een aantal
geleerden is beschreven, het desbetreffende ele
ment moet veranderen in het eerstvolgend ele
ment in de lijst der elementen. Kwikzilver en
goud liggen nu in dit systeem naast elkaar. En
nu heeft men alle reden te vermoeden, dat kwik
zilver door verwoesting der kwikatomen in goud
omgezet kan worden.
Nu komt echter het cardinale punt: de jongste
onderzoekingen hebben plotseling een totnutoc
als vaststaand aangenomen hypothese omver ge
worpen. Men had namelijk steeds aangenomen,
dat het betreffende element in het volgende ech
ter met kleiner atoomgewicht verandert. Nu
blijkt echter uit verschillende jproeven der laat
ste jaren dat de bij deze verwoesting gebruik
te, uit snelbewegende, electrisch geladen Helium
atomen bestaande Alphastralen, weliswaar een
waterstofdeeltje uit liet gebombardeerde atoom
slingeren, maar dat daarvoor een heliumdeeltje
in de atoomkern wordt opgenomen en vastgehou
den. Daar Helium zwaarder is dan waterstof,
moet hij deze atoomverandering een element v.
een hooger atoomgewicht ontstaan. Ein dat be-
teekent, dat men uit het zware kwikzilver nooit
het lichtere goud zou kunnen winnen.
Dunikowski gebruikt echter geen Alphastra
len, maar de door hem uitgevonden, met een slui
er der geheimzinnigheid bedekte Z-stralen, die
misschien geheel andere eigenschappen bezitten.
Daarbij is het zuiver theoretisch denkbaar dat
het kwikzilveratoom met atoomgewicht 201 uit
goud atoomgewicht 197 en helium atoom
gewicht 4 is samengesteld. Als het nu den
Pool inderdaad gelukt is de scheiding van He-
liumatoom en kwikzilveratoom te bewerkstelli
gen, zou er volgens deze theorie werkelijk
goud moeten ontstaan.
In ieder geval zal men moeten afwachten hoe
de verdere proeven Dunikowski verloopen, voor
dat men een beslissend oordeel kan vellen.
Hoe het eindresultaat echter ook moge zïjn, een
ding staat nu reeds vast zelfs wanneer Duni
kowski er in zou slagen waarlijk goud te vervaar
digen, dan zou de wereld daardoor geen cent
rijker worden. Want natuurlijk zou bij een sterk
verhoogde goudproductie de prijs daarvan ge
weldig omlaag gaan. Daarom is in deze proe
ven het niet geringe gevaar gelegen, dat er voor
het menschdom een waardevorm verloren gaat,
waaraan het sedert eeuwen gewend is en waarin
het vast gelooft.
(Nadruk verboden.)
De leuze „het kind mag niet 'onder de crisis
lijden" is althans door het Centraal Genootschap
begrrepen.
De schitterende vooruitgang in 1931 is in 1932
voortgezet. De maand Januari geeft weder een
surplus op Januari 1931 van rond vijfduizend ver-
pleegdagen.
Als te begrijpen worden uit verschillende van
de 435 afdeelingen sombere klachten vernomen.
Het overgroote deel der afdeelingen begrijpt
echter, dat het zwakke kind nu meer dan ooit
steun behoeft en handelt ernaar. Het Centraal
Genootschap als geheel beseft, dat bezuiniging
op kindergezondheid noodlottige gevolgen zal
hebben voor het komende geslacht en heeft het
winterseizoen gebruikt om door verhoogde pro
paganda nieuwe bronnen te zoeken, waar oude
zijn verdroogd.
De aantrekkelijke flim over een zwak jongetje
en de winterfilm zijn reeds of worden nog ver
toond in niet minder dan 62 propaganda-avonden
terwijl in de maand April nog 810 avonden be
schikbaar zijn. Deze film is een directe propa
ganda voor het Centraal Genootschap met zijn 10
spoedig wellicht 11, mooie, groote koloniehuizen
en tevens een propaganda voor de kinderuitzen
ding in het algemeen, die ook de zustervereeni-
gingen ten goede komt.
Plaatselijk
Nieuws
OUD-KARSPEL.
Gevonden voorwerpen:
Een zakmes en een nog nieuwe lakriem.
Inlichtingen verstrekt de gemeentepolitie