m m
Modi* onze Lezeressen
Land- en Tuinbouw
ingezonden
Voor Verstrooiing en Verpoozing
BROEK OP LANGENDIJK.
De Afd. Broek op Langendijk van den Bijzonderen
Vrijw. Landstorm kwam Vrijdag 26 Febr. in jaar
vergadering bijeen in het café van den heer Jn. de
Boer. Na het zingen van 2 coupletten van het
Wilhelmus opende de waarn. voorzitter, de heer
Schelhaas, bij afwezigheid van den Voorzitter, de
E.A. Heer Burgemeester de vergadering met een har
telijk woord van welkom.
De heer Ooiders, altijd aanwezig op deze verga
dering, was door het overlijden van zijn vader ver
hinderd tegenwoordig te zijn.
De plaatselijke leider gaf een overzicht over het
geen in het afgeloopen jaar gepasseerd was. Hierna
volgde de prijsuitreiking van de in het afgeloopen
seizoen gehouden schietwijdstrijden bestaande uit
kunstvoorwerpen
Prijswinnaars zijn de heeren P. Kamp, G. Vin, S
de Graaf, Piet de Hartigh, S. Dirkmaat, H. Vinke en
C. Kruk Jbz. met respectievelijk 198, 195, 184, 194,
183, 193 en 190 punten in 4 serie's van 5 patronen!
Door den voorzitter werden de prijswinnaars har
telijk toegesproken.
Van de Burgerwacht was een uitnoodiging ont
vangen tot een te houden vriendschappelijken
schietwedstrijd op Vrijdag a.s. wat graag wordt aan
vaard.
De heer Ytsma, lid der plaatselijke commissie hield
hierna een opwekkende rede welke met stille aan
dacht werd aangehoord. Op de hem eigen manier
liet de Heer Ytsma ons een bilk slaan in het ver
leden en het heden en met de opwekking als Bijz.
Vrijw. Landstorm steeds paraat te zijn en trouw te
blijven aan Koningin en Vaderland.
Hierna volgde sluiting.
BROEK OP LANGENDIJK.
Met verwijzing naar de advertentie voorkomende
in het no. van heden staat de muziek en zanglief
hebbers wederom een avond te wachten van waar
kunstgenot.
De heer Paul Kok zal met zijn mannen koor
op Donderdag 3 Maart a.s. een uitvoering geven in
de Ned. Herv. Kerk, alwaar de heer K. Kok (tenor)
J. Pluister en Jb. Kostelijk (orgel) tevens hun mede
werking zullen verleenen.
Een keur van nummers staat op het programma
vermeld, zoodat we mogen verwachten dat het een
genotvolle avond zal worden.
TULPENTEELT.
Verloopen en Sporten en het Fijn worden van
Tulpen. 1
III
3 lot.
Oudkarspel, Februari 1932.
Aan de Redactie van de ,N.L. Courant"
te Noordscharwoude.
Geachte Eedactie
Verzoeke naar aanleiding van het verslag van
de jl. gehouden gemeenteraadsvergadering, voor-
komende in uw blad van I insdag jl. eenige plaats
ruimte.
Als getrouw lezer van uw blad, heb ik steeds
de meeste waardeering voor de wijze waarop in
uw blad de verslagen van de verschillende ge- 1
meetneraadsvergaderingen worden verzorgd, wat j
ook het geval is met het verslag van de jl. ge-
houden raadsvergadering te Oudkarspel.
I/aar echter het door mij gesprokene van een j
belangrijk punt niet voldoende tot zijn recht
komt, verzoekt ondergeteekende eenige rectifi
catie.
In het verslag staat dan met groote zwarte
letters aan "het hoofd aangegeven: „Niet het ver
stand, maar het gevoel moet spreken."
Dit was naar aanleiding van het gesprokene
door Mr. Elecen t.w.:
Als wij ons verstand laten spreken mogen wij
met het oog op de gemeen'tefinantien niet onze
stem aan de credieten geven. 'Laten wij echter ons
gevoel spreken, dan moeten wij met het oog op
den noodtoestand in den tuinbouw onze stem
hieraan geven.
Hiermede ben ik het geheel eens. Met het
nemen van belangrijke beslissingen moeten wij
zoowel het verstand als het gevoel laten spreken
en mag het gevoel ons verstand niet overheer-
schen.
Naar aanleiding hiervan heb ik opgemerkt, dat
de wereld thans geheel wordt geregeerd volgens
het verstand, vandaar dat het in de wereld zulk
een onhoudbare toestand is en het dus wellicht
beter is, dat men niet meer het verstand maar
het gevoel laat spreken, misschien dat hett dan
in de wereld beter wordt.
Verder staat in uw verslag dat 21 eredietaan-
vragen zijn toegestaan, dit moet zijn afgewezen.
Toegestaan zijn 82 credietaanvragen en afge
wezen 21.
Metdank voor de verleende plaatsruimte ver
blijf ik met de meeste hoogachting,
Uw dw. dr.,
Hi. BAKKfER,
Wethouder der gemeente öudkarspel.
ij het nalezen van ons verslag zijn wij ook
op de onjuistheid wat de credietaanvragen be-
trefft, gestuit. Deze fout hebben wij reeds in
ons nr. van Donderdag gerectificeerd. Red.
Zooals wij reeds eerder hebben opgemerkt,
ontstond uit de Darwintulpen een geheel andere
groep tulpen, nl. de bekende Rembrandt-tulpen,
welke door ons in een vorig artikel zijn beschre
ven.
Maar ook veranderde bij de Darwins soms al
leen de bloemkleur, evenals bij de andere tulpen
dit plaats vond.
Bekende sporten uit <^e Diarwintulpen zijn on
dermeer de volgende aanwinsten: Rose Copland
uit William Copland. After Glow en Pink
Perfection uit Baronne do la Tonnaye. Rich
mond uit Clara Butt, waaruit tevens de bekende
parkiettulp Fantasie is verloopen. Uit Pride
of Haarlem ontstond de Darwintulp Berlin.
Uit Farncombe Sanders de parkiettulp Thérèse
Uit de Darwintulp Oirce, de parkiet Lady Der
by. Uit de bekende Darwintulp Bartigon verlie
pen o.m. Santa Rosa, Die Generaal, Robert, Freya
Sparkel, Bonifacius, Judith, Hudon, en meerdere
nieuwe, zeer waardevolle variëteiten.
Ook enkele goede bekende Breerdertulpen gaven
gewaardeerde sporten, bv. Roi Soleil (kleur don
ker violet-blauw), uit de Breerdertulp Louis XIV
waarvan de kleur brons-purper is. Uit Velvet
King, met heldere rood-purpere kleur, verliep
Mahogany King, die een diep bruine kleur heeft
De Breerder Marly, met abrikozenkleur, is ver
loopen uit de rose-wit en geelachtige gerande
Breerdertulp Marie Louis.
Verder ontstonden uit deze Breerders de beken
de Oud-Hollandsche Fijne tulpen.
Voorheen hebben wij al opgemerkt, dat de par
kiettulpen door sports uit de Darwins en andere
tulpenrassen zijn ontstaan. Maar als sports van
deze tulpen, kwam het later weer voor, dat deze
sporten weer gingen sporten. Zoo kwam uit de
parkiet Sensation, dat een sport is uit Reine
d'Eispangc, de thans welbekende sport Gadelan.
Zoo zijn uit Murillo-sporfen ook weer nieuwe
sporten verloopen, welke reeds langeren of kor-
teren tijd in cultuur zijn.
Etr is dus door deze wijze van spontane kleur
en vormveranderingen, heel wat nieuws in de
tulpen ontstaan, maar nog niet genoeg naar de
zin van menigen kweeker en handelaar. Zoo
wordt tot op heden altijd nog tijd en moeite be
steed om nog meer nieuwere en betere(P) varië
teiten te krijgen.
Gewoonlijk tracht men deze te krijgen door
doelbewuste kruisingen van bepaalde tulpen, waar
van men iets beters kan verwachten.
Zoo heeft men eenige jaren terug met het
vooropgezette doel getracht, om door middel van
kruising Due van Tholltulpen met Darwintulpen,
een ras(?) te krijgen, waar tulpen door zouden
ontstaan welke de eigenschappen hadden om
vroegtijdig te kunnen bloeien, evenals de Due
van Tholltulpen en den vorm en de kleur en lan
gen stengel zouden hebben van de Darwins.
Deze kruising gaf zeer goede resultaten, welke
men thans kan waarnemen bij de bekende Men-
deltulpen, waaronder zeer goede broeiers voor
komen.
Als allernieuwste methode om nieuwe kleur
objecten te krijgen, past men thans ook toe de
methode van het John Innes Tuinbouwinstituut
te Morton.
Daartoe worden verscheidene groepen tulpen
met boorsel van andere tulpen als het ware geënt
Ook worden soms twee helften van tulpenbollen
c-lke helft van een andere bol afkomstig,^ tegen
elkander aangeplakt en verbonden, om zoodoende
andere kleurtinten te verkrijgen.
In hoeverre deze 'methode van waarde zal zijn
voor den kweeker en voor den handel, zal nog
moeten blijken.
Of de behoefte nu juist zoo groot is aan nieu
we aanwinsten, is een vraag, dia in dezen tijd
moeilijk is te beantwoorden, vooral daar wij in
den laatsten tijd als het ware met nieuwigheden
zijn overstroomd en de prijzen laag zijn.
Br. o. L. P- GLAS.
DRAISItlAvANmKEïiBUR
^.LEEUWARDEN-
HET PRINSESJE IN DEN VIJVER.
Een benauwde droom over een booze fee.
Door TINE.
Het was al een heel langen tijd geleden, dat er
n een zeker land een koning leefde, Solar geheeten,
n een koningin Leonora, die een schattig doch-
ertje hadden. Zooals overal, waren er in dit land
ok vele goede maar ook veel kwade feeën. Bij de
eboorte van het prinsesje hadden de goede feeën
llerlei mooie heilwenschen over haar uitgesproken,
aar er was één kwade fee onder hen en die had
ij de wiep iets gemompeld, dat niemand had ver
staan. De koning en koningin Leonora hadden zich
daarover zeer bezorgd gemaakt en zij vonden het
't beste prinses Lucretia goed te laten bewaken.
En zoo geschiedde! De prinses kreeg een eigen
lijfwacht, die haar overal vergezelde en 't nachts
voor de deur en onder het venster van haar ka
mertje stond om alle indringers buiten te houden.
En zoo verliepen de jaren, zonder dat er iets ge
beurde en groeide ons prinsesje op. Ze vond het
meer dan verschrikkelijk steeds door een gewa
pende macht omringd te zijn, want zij kon nooit
eens vrij spelen, zooals de andere kinderen, maar
haar ouders vonden het veel te gewaagd en lieten
haar niet uit het oog verliezen. Op zekeren dag
echter, juist toen de wacht voor haar kamer werd
afgelost en de lijfwacht het daarmede te druk had,
zag zij de kans schoon en sloop uit haar komertje
naar het groote park bij het paleis. Daar ging zij
zitten op een steenen rand van den vijver en ge
noot van haar vrijheid. Het gevoel een oogen-
blikje van haar lijfwacht bevrijd te zijn, was zoo
heerlijk, dat zij haar oogen sloot en stil bleef zitten
droomen.
Plotseling echter gaf zij een gil! Een natte, kille
hand was uit den vijver gekomen, had haar bij
den pols gegrepen en nu werd zij met kracht om
laag getrokken, in het water De vijver was ver
van het paleis en men hoorde haar gil daar niet.
Dieper en dieper zonk zij in het water. Nooit had
zij geweten, dat deze vijver zoo diep was. En wat
het afschuwelijkste waszij voelde hoe haar
armen en beenen langzaam aan veranderden, be
dekt werden met glanzende schubben, hoe haar
gezichtje veranderde, verstrakte en toenzag
zij opeens, dat zij in een goudvisch was veranderd,
een prachtig glinsterend goudvisch je met een gou
den kroontje op. En dat kroontje woog zoo zwaar,
dat zij het graag had willen afnemen, maar han
den had zij niet meer, dus was ze onmachtig iets
te doen.
Zoo zwom ze voort door het water, in afwachting
van wat er met haar gebeuren zou. En in het paleis
was men natuurlijk doodelijk ongerust. Overal liet
men nasporingen doen en zoo kwam het, dat men
tenslotte er toe overging in den vijver te dreggen,
want voetsporen van een klein meisje werden ge
vonden vlak daarbij in de buurt. Maar men haalde
niets op.of het moest zijn een klein goudvischje,
dat spartelde in het net. En het eigenaardigste was,
dat het goudvischje een klein, gouden kroontje
droeg! Maar, zoo zeiden de tuinlieden, die de dreg
en het net hanteerden, een goudvischje is geen
prinses en een prinses is geen goudvischje. En daar
om wierpen zij het goudvischje weer in zijn element
en bekommerden zich niet verder om den vijver.
Jullie begrijpt, hoe bedroefd Lucretia nu wel was,
dat zij niet herkend was geworden. „Wat moet ik
toch doen!" riep ze uit, „ik heb toch niets misdaan!
Ach, wist ik maar waar de booze fee was, en wilde
ze me maar weer om tooveren!" „Hohoho!" grin
nikte een waterkabouter, die heel stilletjes op een
plant zat toe te kijken, „ik weet wel, waarom de
booze fee je hierheen heeft gehaald en waarom
je nog niet terug mag!" z z z z z z zz
„Ach toe, meneer de Kabouter," vleide Lucretia,
„zeg me, waarom ik hier moetblijven!"
„Je weet wel, zei de kabouter geheimzinnig," dat
je in het paleis steeds zoo'n hekel had aan die mu
zieklessen. En nu moet een prises zeer zeker goed
op de hoogte zijn van de muziek en de kunst in het
algemeen, want anders kan ze later, als ze ook ko-
ninging is, nooit goed de muzikale talenten van haar
onderdanen beoordeelen, begrijp je? En nu wil de
fee, dat je eerst leert inzien, hoe heerlijk het is
mooie muziek te maken. Kom maar eens met mij
mee, dan zullen we een goed woord voor je doen."
„He ja, lieve kabouter," lachte Lucretia, die nu
weer hoop begon te koesteren. De kabouter lachte
gevleid en zijn baard krulde. Eindelijk kwamen ze
bij een donker gat. „Hier is de ingang van het
feeënpaleis," zeide hij. „Daar gaan we binnen!" En
hij deed een sprongetje en schoot naar beneden.
Lucretia volgde hem moedig. Eerst kon ze geen vin
voor oogen zien, maar dat werd allengs beter en
weldra stonden ze voor een paar prachtige ebben
houten deuren, die door onzichtbare handen werden
opengedraaid. Toen zagen ze een diepe zaal. Wui
vende waterplanten hingen van de wanden en de
zoldering omlaag en in de glinsterende schep van
een prachtigen zoetwateroester zag zij de fee zitten,
die haar van den rand van den vijver omlaag had
getrokken.
„Ik ben de koningin der Hofvijvers", zeide de fee,
„ik zie hier een gekroonde goudvisch en een water-
kabouteri Hofmaarschalk, vraag hen wat zij wen-
schen en ik zal recht spreken!"
Lucretia vond het griezelig, zoo plechtig sprak
zei die woorden uit. Maar al heel gauw werden haar
gedachten door wat anders in beslag genomen
Een dikke pad huppelde van achter een rietstengel
te voorschijn en begon hen uit te hooren. „Kwak-
wak! Kabouter; Kwak!" zei hij. „Wat kwakkerde-
kwak is de kwak-reden, dat je hier aangekwakt
komt, en nog wel met een kwak-goudvisch?" Lucre
tia vond het paddentaaltje niet er mooi, maar ze
begreep het toch wel. De kabouter deed echter,
alsof hij de pad heelemaal niet zag, maakte een
diepe buiging voor de Koningin en zeide beleefd
„groote vorstin, vergeef mij, als een nederige dienaar
van uw Majesteit zich onmiddellijk tot Uzelf richt.
Mijn boodschap duldt geen uitstel. Ik heb hier bij
mij een goudvisch, vroeger prinses Lucretia. Ik weet
dat uwe Majesteit haar voor haar ongehoorzaam
heid ten opzichte der muzieklessen gestraft heeft.
Het meisje kwijnt ecjiter van heimwee naar haar
ouders weg. Daar moeten wij iets aan doen. In naam
der gerechtigheid kom ik Uwe Majesteit smeeken,
haar op de proef te stellen en een kans te geven
naar het Rijk der Aardbewoners terug te keeren.
Dit is, groote Koningin, mijn boodschap! „Kwak!"
zei de pad, die boos was, omdat er van hem geen
notitie was genomen. „Kwak!" Wat een kwak-bru-
taalheid?" Maar de kabouter liet zich niet uit het
veld slaan, wierp een minachtenden blik op de
kwakkende hofmaarschalk en boog nogmaals voor
de koningin. Ook Lucretia maakte een diepe bui
ging.
De koningin dacht eenigen tijd na, een tijd, die
Lucretia wel een eeuw toescheen. Toen zei zij„Goed
ik wil genade laten gelden, maar een proef zal onze
gekroonde goudvisch moeten afleggen. Hier is een
muziekboek met drie liederen. Over drie dagen
moeten alle drie de liederen door Lucretia gezongen
kunnen worden. Op het hoffeest, dat hier is, zal ze
die liederen moeten voorzingen. Mijn onderdanen
zullen beslissen, of zij het waard is, dan weer naar
haar ouders terug te keeren! Den Kabouter belast
ik met het instudeeren van deze liederen."
Wat was de Kabouter blij, dat zijn plan geslaagd
was. Hij sprong naar den troon, liet zich op een
knie neer, nam het muziekboek van de Koningin
aan en kuste haar dankbaar de hand. Toen maakte
hij een paar diepe buigingen, en geleide Lucretia
de zaal uit. „Kwak!" hoorden zei de pad nog zeg-
gen, toen de ebbenhouten deuren weer achter hen
dicht draaiden.
De prinses, die nooit zangles had willen hebben
studeerde nu zoo ijverig, dat de kabouter meermalen
goedkeurend knikte van achter zijn orgel, dat ge
maakt was van rietstengels. Zoo naderde de dag van
het feest.Toen de gasten van de fee bijeen waren,
liet zij den kabouter met Lucretia roepen. En zoo
kwam zij voor de tweede maal in zaal. Lucretia
kwam achter haar leermeester te staan, en deze
sloeg op het groote rieten hoforgel de eerste rui-
sehende accoorden aan. Zóó mooi zong Lucretia
haar eerste lied, dat zelfs de booze fee geroerd werd
Nog aangrijpender droeg zij het tweede lied voor
en bij het derde lied was er niet één in de zaal,
die niet uitriep: „Dat meisje heeft haar belooning
verdiend!" „Kindlief", zei de booze fee, „Je hebt
me daar een paar mooie oogenblikken bezorgd: Ga
in vrede naar je ouders en naar allen, die je lief
hebt terug. En de fee raakte haar met haar scepter
aan en Lucretia werd wakker in haar bedje. Voor
de kamerdeur hoorde zij wapengekletter. Het was
de lijfwacht, die werd afgelost. Zij had alles maar
gedroomd. Maar voortaan studeerde zij ijverig haar
liedjes in!
OM TIENMAAL ACHTEREEN VLUG NA TE
Onderstaand zinnetje tienmaal achtereen vlug
nazeggen. Voor iedere maal dat men zich vergist
een pand geven, dat later ingelost moet worden.
Wie geen vergissing begaat, krijgt een prijsje:
Had Hannes Hansje hout hooren hakken,
Dan had Hannes Hansje helpen hout hakken!
WAT BETEEKENT „MIMICRY"
„Mimicry" noemt men de hoedanigheid van. som
mige dieren om zich volkomen aan te passen aan
de omgeving, waarin ze leven. Zij benutten deze
eigenschap in de eerste plaats om hun eigen leven
te beschermen, in de tweede plaats om ongemerkt
hun prooi te kunnen besluipen.
De leeuw heeft een zandkleur en is ook tegen een
rotsachtigen achtergrond moeilijk te onderschei
den. Wil de tijger zijn prooi besluipen, dan merkt
men hem nauwelijks op met de loodrechte zwarte
strepen, als hij door de wildernis sluipt. In de hoo
rnen zitten de panters en luipaarden. Daar zijn zij
goed verborgen, daar de zonnevlekken, die ontstaan
door de openingen in het bladerdak dezelfde ronde
lichtplekken geven, als de huid van de dieren ver
toont. De grijsbruine kleur van de aarde weerspie
gelt zich in de pelzen der hazen en in het hooge
Noorden zijn de vossen en hazen in den winter wit.
Het sneeuwhoen is daartegen in den zomer zoo bont
als een fazant. Krokodillen, die traag aan den oever
van een rivier liggen, zien er uit als onschadelijke
boomstammen, waarvan er zoo vele in het water
en half op den oever verspreid liggen. Zwartbruine
kreeften zijn van den waterbodem nauwelijk te on
derscheiden. De meeste visschen glanzen in het
water evenzeer als het water zelf.
Het beste zijn echter de insecten beschermd. Zoo
bestaan er b.v. rupsen, die groen zijn als de blade
ren, waarop zij geregeld zitten. Op de berketakken
kan men een rups vinden, die met vier zuignapjes
tegen de tak staat, terwijl de andere pooten in de
lucht hangen, zoodat men meent met een twijg te
doen te hebben.
HET WEEKPRAATJE VAN OOM MAARTEN.
Beste kinderen,
Daar ik deze week een heeleboel briefjes moet
beantwoorden, houd ik geen praatje, maar ga direct
tot de raadsels over:
OPLOSSINGEN:
lo. Scheveningen, vin, neen, ei, hen, neen, Schie.
2o. Spinneweb, bes, been, spies, Weenen, Snip.
3o. Hark, Bark.
4o. Zes, Mes.
NIEUWE OPGAVEN.
LETTERS BA.:
lo. Wie is de snelste schilder?
2o. Wat loopt steeds op den kop?
3o. Wat heeft steeds het laatste woord?
4o. Wat slaat zonder armen?
Vier gemakkelijke raadsels. Doe je best. De win
naars van de vorige serie zijn „Kamperfoelie" en
„Klaas Vaak". Gegroet van Mies en van oom
MAARTEN.
ONZE KEUKJEN.
Wat eten wij deze week?
ZONDAG.
Vermioellisoep kalfsoesters met doperwten
aardappelen choco! adecreme.
MAANDAG.
Haché, bieten aardappelen appel
schotel.
DINSDAG.
Rollade gedroogde appeltjes en aardappe
len rijst met boter en suiker.
WOENSDAG.
Koud vleesch groene kool aardappelen
broodschotel met krenten en rozijnen.
DONDERDAG.
Gebakken spek bruine boonen en aardap
pelen beschuit met bessensapsaus.
VRIJDAG I.
Bruine boonensoep gebakken bokking
bieten sla pommes frites.
VRIJDAG II.
Bruine boonensoep ommelet met kaas
worteltjes aardappelen peterseliesaus.
ZATERDAG.
Boerenkool met worst vla met abrikozen.
Cliocol&deereme.
Driekwart liter melk, 6 reepen chocolade, 3
eieren, '75 gram suiker, 3 bladen gelatine.
De choco]adereepen worden in stukjes gebro
ken en in een steelpannetje bv. met oen beetje
van de melk in een grooten pan met kokend water
gezel om te smelten, daarna wordt de overige
melk erbij gevoegd. De dooiers worden met de
suiker geklopt. De chocolademelk wordt er bij
scheutjes tegelijk bij geschonken en de geheele
massa au bain marie of anders op een asbest
plaatje op een kleine pit nog even doorgekookt
waarna de pan van het vuur gaat, de geweekte