Moderne Sprookjes 3. Het witte doek Zij, die een Man tnt wanhoop brengen OnsCourantenverhaal Jt worden deze gaarne beantwoord door de Re dactrice „Onze Keuken" Hofzichtlaan 4, den Haag. en goed uitgeknepen gelatine en het laatste het stijfgeklopte eiwit worden toegevoegd, waarna de creine in kleine glazen schaaltjes gedaan en daarin koud opgediend wordt. We presenteeren deze chocoladecreme met zachte biscuits, bv. bonnes meres. Broodschotel met krenten en rozijnen. 12 sneedjes brood, zonder korst, dus ongeveer 1 klein oud broodje, 50-gram krenten, 50 gram rozijnen, 2 eieren, 75 gram suiker, 75 gram bo- ter, een theelepel kaneel en 2 dl. melk. Het broodje wordt van de korsten ontdaanen weten niet hoe vol van wonderen de we- in 12 sneedjes gesneden, die met de boter wor- ,g (3]echtg de kinderen weten den besmeerd en worden verdeeld. 0QS leeft echter nog het Een vuurvast schoteltje wordt met boter vet n om d<m terug te vinden naar het gemaakt en met sprookjesland. Dat is echter slechts weinigen ge worden de reepjes brood er schuin over elkander f j sprookjes, die in dezen tijd ingelegd en de ruimte aangevuld met de krenten worden, zeldzaam ek de en rozijnen, melk, eieren, suiker en kaneel klop- pen wij flink met elkander en gieten de vloeistof over het brood heen, waarna er nog wat paneer meel en kleine stukjes boter op het brood ko- liltj-cl tJli HiClIlC nuu.A.Ji'O a/v men en het schoteltje ongeveer een half uur of drie kwartier in den oven gaat. Blesrhuit met bessensap. 10 groote beschuiten, half fleschje bessensap, en evenveel water, 150 gram suiker, stukje pijp kaneel, 35 gram maizena, en boter. De beschuiten worden in boter in de koekepan aan weerszijden lichtbruin gebakken en op een droom, geen marasie nei. moe, schaal gelegd. Van de bessensap maken wij saus staan met de werkelijkheid. Zonder dat is hot door de sap met een zelfde hoeveelheid water geen sprookje. In een sprookje komt het er niet op te zetten en het stukje kaneel, alles zachtjes op aan, dat ÜTwnnn gtjscurewu «iviucu, werkelijk mooie sprookjes daaronder zijn al bijzonder zeld zaam. Andersen was de eenige groote sprookjes dichter van de vorige eeuw en thans hebben wij Selma Lagerlof met haar „Niels Holgerson's reis Deze enkelingen hebben het wonder kunnen zien in het leven van allen dag. Hun sprookjes ken merken zich door dat vrije spel der fantasie in vereeniging met de werkelijkheid, waardoor de echte sprookjessfeer wordt verkregen, nl. den in druk, dat al dat wondere ook in werkelijkheid beleefd zou kunnen worden. Een sprookje is geen droom, geen fnatasie, het moet in nauw contact uy I/O mouten txx uvu aan de „kook brengen, suiker bijvoegen, tenslotte de aangemaakte maizena. De saus nog even laten doorkoken en over de gebakken beschuiten heen gieten. EENIGE VASTEN 'MENU'S. Macaroni met roèreieren en tomaten Prinecsseboonen, aardappelen. Gesmolten boter. Magere erwtensoep. Spinazie met spiegeleieren. Gestoofde aardappelen. Gestoofde kabeljauw staart. Worteltjes, aardappelpuree. Rijst met tutti frutti. Met het oog op de vasten, waardoor het velen onzer misschien wel eens moeilijk zal vallen de noodige variatie in de vischmenu's te brengen, laten wij hier eenige vischrecepten volgen. Kabeljauwstaart met fijne kruiden. 1 middelmatig groote kabeljauwstaart, halve liter water. 150 gram boter, 40 gram bloem, 2 lepels zeer fijn gehakte kruiden, peterselie, kervel seldery, dragon, maggi aroma. Voor de bereiding snijden wij de graat uit de viseh, wasschen hem, geven daarna op afstan den kerven en zouten hem. In een vuurvasten schotel, liefst langwerpig komt de visch met de helft van de boter en net water, die wij met een deksel afgesloten in den oven plaatsen en gaar laten worden, het- geen ongeveer twintig of 25 minuten duurt. Af en toe met het vocht bedruipen. De boter en bloem worden tezamen verwarmd en vermengd, terwijl het vocht van de visch voorzichtig wordt afgeschonken en bij de bloem en boter komt en de saus door moet koken, tot dat ez mooi gebonden is. De pan komt van het vuur en de gehakte kruiden worden door de saus geroerd, evenals een paar druppels maggi aroma. De visch komt op een verwarmde schotel en de saus wordt er overheen gegoten, zoodat de visch er geheel mee bedekt is. Versch ge kookte of gesmoorde aardappelen en gekookte bietjes of worteltjes worden erbij opgediend. Koude visehpastei. 500 gram koude ontgrate visch bv. schelvisch, 50 gram boter, 4 eieren, 2 uitjes, 2 afgestreken eetlepels zeer fijn gehakte peterselie, peper en nootmuskaat, zout, maggi aroma. Hak of maal de ontgrate Visch fijn en vermeng ze met een zeer fijn gehakt uitje, gesmolten bo- ter, peper, noot, zout en twee der eieren en de maggi aroma, maar zoo dat alle ingrediënten goed dooreen gekneed zijn. Een vuurvaste schotel wordt met boter ingewreven met paneermeel be- trooid en op den bodem leggen wij nu eerst zeer dunne plakjes in, daarna komt het vischmengsel erop en tenslotte de overgebleven twee eieren die met peper en zout geklopt zijn. De schotel wordt nu in den oven flink doorgebakken, ge durende drie kwartier, daarna wordt de schotel voorzichtig omgekeerd en laten wij de pastei er op glijden, die koud moet worden en aan punten gesneden opgediend wordt. Panviseh. 350 "gram overgebleven visch, 300 gram ge kookte rijst, 100 gram rauw, 1 kilogram koude aardappelen, 100 gram boter, 2 dl. water, waar in de visch gekookt werd, 1.5 theelepel maggi aroma, twee groote uien. De van vellen en graten ontdane visch hakken wij fijn en vermengen deze met de gemalen aard appelen, de rijst, de in een deel van de boter lichtbruin gebakken uien, peper, zout, maggi aroma en zooveel vischwater plm. 2 kleine kopjes als noodig is om een niet te droog geheel te krijgen. We doen deze massa in een beboterd schoteltje, strooien er een laagje paneermeel over heen en klontjes van de boter, die wij nog over hebben, daarna in den oven plaatsen om er een bruin korstje op te laten komen. Mochten er onder onze lezeressen zijn, die be paalde wenschen omtrent recepten hebben, dan mogelijk zijn, maar dat de grenzen, die bestaan in onze natuurlijke verhouding tot de dingen om ons heen, worden uitgewischt. Daardoor al leen kunnen dingen natuurlijk schijnen, die wij geleerd hebben als niet natuurlijk te beschouwen Sprekende dieren, gedaanteverwisselingen, het be wegen en spreken van levenlooze voorewrpen, de opheffing der natuurwetten. De heksen en too- venaars ,de goede en booze feeën der oude sprook jes waren iets natuurlijks, omdat de mensehen van dien tijd vast aan hun bestaan geloofden. Daardoor hadden de dichters dier oude sprookjes een vrijheid van beweging, die bij een strikt mo dern sprookje verdwijnt, doch de taak van den sprookjesdichter blijft dezelfde. Hij moet waar- schiinlijk, neen, tot werkelijkheid maken, wat buiten het bereik van onze zintuigen valt. Le ven geven aan het levenlooze, de grenzen uitwis- schen tusschen onze wereld en de sprookjeswereld (Nadruk verboden.) echter, als zij samen bij het vuurYitten, vertelt hij haar de geheele toedracht, de moeilijkheden welkee zij hadden te overwinnen, de gevaren waaraan zij blootstonden en tenslotte verhaalt hij haar den treurigen dood van zijn vriend, en hoe door haar onnadenkendheid deze opoffering voor niets is geweest. Geheel verdiept in zijn verhaal, houdt hij eindelijk op met spreken en ziet zijn vrouww aan, die al dien tijd heeft ge zwegen. Dan ziet hij dat ze slaapt De ge schiedenis draagt tot titel „vermoordde Kress- ler zijn vrouw?" (Karen Kjeld Nielsen) MATA HARI Eenvoudig door niets te doen. „Zij is een van die vrouwen, die een man tot wanhoop kunnen brengen," vertelde mij in dén loop van het gesprek eens een onschuldig vrij gezel. „Ja," sprak ik begrijpend, „ik ken dat type." Hij knikte en vervolgde, „ze is zoo on doorgrondelijk, zoozoo temperament V01 haar oogen hier hapte hij naar adem en een figuur 55. In stilte nam ik mijn vorige opmerking terug. De vrouw waar ik op doelde wqs anders, doch ik twijfelde niet of ze zou een man minstens even wanhopig kun nen maken als de verleidelijke sirene waar mijn ongerepte vriend het zoo juist over had, en wat meer zegt, ze zou het kunnen zonder de minste hulpmiddelen. Ook behoefde zij niet te wachten tot de schemerlamp van haar blonde lokken een gouden mysterie maakte of het maanlicht haar omtooverdc in een sprookjesprinses. Evenmin is er een zachte keelstem a la Garbo noodig. De methoden mijner sirene., welke haar zijn aangeboren, zijn veel eenvoudiger. Zij moet om te beginnen gehuwd zijn. Dit is noodzakelijk ofschoon het niet onwaarschijnlijk is, dat zij die vreemde macht reeds bezat als jonge maagd. Er is echter een echtgenoot noodig, welke de rol moet vervullen van „de man die tot wanhoop wordt gebracht."' Onlangs kwam ik een derge lijk slachtoffer tegen. Hij naderde mij met groo te schreden. Op zijn gelaat stond de diepste ver slagenheid te lezen. „Herinner jij je Jansen, vroeg hij me heesch. „De beste sepler uit onze club." „Natuurlijk verzekerde ik hem" „Nu, het was mijn grootste verlangen hem, eenmaal al- thans, te kunnen verslaan. Vandaag is dit mij nu eindelijk gelukt. Ik vertelde het aan mijn vrouw "Waarschijnlijk geloofde zij het niet opperde ik,' medelijden hebbend met zijn verslagenheid De arme kerel knarsetande. „Ze keek mij geboeid aan, als zag zij het tafereel voor zich, toen merk te ze nuchte rop „We moesten morgen dunkt me maar visch eten als de werkster komt. ,Viseh. Ze had niet eens gehoord dat ik tegen haar sprak." Ik kan u verzekeren dat zijn wan hoop even echt was als hadden de blauwe oogen eener aangebedene een andere richting uitgezien, inplaats van de zijne. Het voorgevallene deed mij denken aan een geschiedenis welke ik een maal las. Het betreft een natuuronderzoeker, die met zijn vriend de wildernis intrekt op zoek naaar een sporadisch voorkomende vlinder. Ein delijk na vele weken van onvermoeid zoeken, gedurende welke zij met ongelooflijke moeilijkhe den te kampen hebben, bereiken zij hun doel doch op den terugweg sterft de vriend, die de vermoeienissen niet heeft kunnen doorstaan. Alleen keert hij terug, in het bezit van de kost bare vlinder, voorzichtig verpakt in vele om hulsel en. Thuisgekomen vindt zijn vrouw het vuil uitziende pakje en denkende, dat het slechts rommel is, gooit ze het weg. Haar man ontdekt wat er gebeurd is, doch zegt niets uit vrees te veel te zullen zeggen. Een paar avonden later De film een groot succes in Amerika. Wanneer de film Mata Hari" ook in ons land komt, zal het publiek er ongetwijfeld heenstroomen, al was het alleen maar omdat de bekende danseres die in Juli 1915 gearresteerd werd en op 15 Oc tober d.a.v. gefusilleerd werd wegens spionnage, een Hollandsche was. De uitstekende artisten, die de hoofdrollen vervullen, Greta Garbo en Ramon No- varo, vormen reeds op zichzelf een attractie voor het publwiek en wij kunnen slechts betreuren, dat zooveel talent verkwist wordt aan een geschiedenis die in werkelijkheid toch reeds spannend en ge heimzinnig genoeg is, maar die op de film verwron gen is tot een reeks fantastische verzinsels. Als het resultaat nu maar beter of spannender was dan de werkelijke geschiedenis van Mata Hari, zou men er vrede mee kunnen hebben, doch dat is niet het geval en het is dan ook onbegrijpelijk, waarom men in Amerika zoowel in de groote lijn als in de bijzonder heden van de waarheid is afgeweken, terwijl men de beschikking had over het materiaal om een be langrijk werk te leveren. Het is ergerlijk en de groo te filmartisten, die voor Mata Hari hun talent ter beschikking stelden, onwaardig, dat men niet beter het relaas heeeft gevolgd van majoor Thomas Coul son over Mata Hari, dat door de film heet te zijn uitgebeeld. Deze officier van den Engelschen spion- nagedienst heeft op spannende wijze beschreven hoe Mata Hari in nauwe relatie stond met Maria Anna Lesser, die onder de Engelschen bekend stond als Frau von Heinrichsen en onder de Franschen een voudig als Frau Doktor. Zij had haar hoofdkwartier in Antwerpen en schijnt dat Mata Hari onder haar leiding opgeleid werd de Lorrach, waar de toekom stige spionnen werden onderricht in alle bijzonder heden van hun werken ook leerden omgaan met co- des en cijferschrift. Fraulein Lesser was in werke lijkheid het hoofd van den Duitschen spionnage- dienst in Engeland en Frankrijk met uitzondering van het gevechtsterrein in laatstgenoemd land. Ziet men van de grove onjuistheden in den loop van het verhaal af dan is veel goeds en zelfs iets nieuws in deze film. Over Greta Garbo Ramon Na varro en Lionel Barrymore behoeven wij wel niets meer te zeggen. Zeer goed spel werd gegeven door C Henry Gordon, die de rol vertlokte van Dubois, den abmtenaar van den Franschen geheimen dienst die Mata Hari voortdurend achtervolgde. Ook de re gisseur George Fitzmaurice komt eer toe voor de wiize waaerop hij dezen acteur heeft gelid. Hetis daarom niet te begrijpen, dat hij voor den chef der Duitsche spionnen te Parijs zoo'n meer dan on waarschijnlijke figuur heeft gemaakt. Deze man, Andriani genaamd, zou zijn ondergeschikten als zij geen succes hadden eenvoudig een automatisch pi stool zenden als een stilzwijgend gevel tot ze f- moord. Zoo laat hij den een an den ander zelf moord plegen. Dat een dergelijke reeks van soort gelijke zelfmoorden de aandacht van de Parijsche politie moet trekken en daarom hoogst ongewensch. was in zijn positie, bedenkt deze film-Ardiani niet. Het feit, waarana dit alles ontleend wordt wordt door majoor Coulson beschreven en is veel inters- santer dan al die fantasie. Fraulein Lesser had be richten ontvangen over de tanks toes nog een vrijwel onbekend oorlogsmiddel en zond haar rap port naar een militair deskundige, die het als een verzinsel beschouwde en hatelijke opmerkingen erbij schreef. Later bleken de tanks wel degelijk te be staan en nu zond Fraulein Lesser het rapport met de aanteekeningen beneevns een pistool naar den of ficier, die inderdaad met hetzelfde pistool zelf moord pleegde. Laten wij echterfastappen van de vele onjuist heden in het filmverhaal en wijzen op een nieuwe methode die bij het maken van deze film met veel succes gevolgd is. Het scenario werd al van tevoren voorzien van een kleine driehonderd teekeningen waarop de decors de verdeeling der spelers over het beeld de belichting en de wijze van opnemen waren aangeduid, zoodat iedereen, die met de tech niek van het filmwerk vertrouwd was, zich dadelijk tot in bijzonderheden een voorstelling kan maken van de film, zooals deze worden moet. Dit nieuwe systeem van Fitzmaurice werd aanvankelijk be schouwd als een eenigszins imslachtige proef, doch het bleek van zooveel waarde te zijn om fouten en vergissingen te voorkomen, en betere effecten te verkrijgen bij de belichting, zoowel als bij de groe peering der personen, dat het wel meer en meer zal worden toegepast. Er was veel minder tijd noo dig voor de repetities en het aantal conferenties, dat gewoonlijk voor het maken van een film noodig is, werd ook belangrijk verminderd. Mata Hari is de vijfde sprekende film van Gre.a Garbo en de eerste waarin zij met Ramon Novarro samenspeelt. (Nadruk verboden.) DtE brief. door E. VERDEN. De winter was buitengewoon streng. Het vroor des nachts en ook overdag 12, zelfs tot 20 gra den en de scherpe Oostenwind zorgde wel, dat ieder zooveel mogelijk thuis bleef. Het was een Januari-morgen. Jansen, postbeambte, had juist voor zijn lo ket plaats genomen waar Re poste restante 'brie ven bewaard werden. De oude Jansen schoof het luikje open en zag iemand staan, die er arm en zielig uitzag. Het was een lange magere man, wiens beenen g dunner schenen, doordat de broekspijpen nogal nauw waren. Onder zijn arm droeg hij een koperen trompet, die betere dagen scheen te hebben gekend. Tenminste hij zat vol deuken eh was hier en daar een beetje geroest. Hit voorwerp sprak reeds voor den man zelf, die een van die menschen was, die hun bestaan, zooals zoovelen in dat beroep, treurig voortsle pen. Het was een lachwekkende verschijning, maar tegelijk een treurige. Zijn komst maakte op den ietwat ruwen Jansen een meewarigen in druk. Wat is er? vroeg Jansen op ruwen toon, daar hij niet wilde laten merken, dat hij een beetje aangedaan was en zooals zoovele menschen hun gevoelig innerlijk onder een ruw uiterlijk trachtten te verbergen. Neem wij niet kwalijk, mijnheer, maar ik wou u vragen ik wou graag weten, of er soms een brief voor mij was. Mijn naam is Timmermans. En waar moet die brief vandaan komen De man noemde den naam van een heel klein dorpje, een heel eind van de stad vandaan. Jan sen nam den man eens op, en onderzocht de voor hem liggende brieven. Eindelijk vond hij een dik pakje, waarop als adres stond: Poste restante. Aan den heer Tim mermans uit R. nu te Z. De brief was niet ge frankeerd, zoodat de geadresseerde hem alleen kon krijgen als hij er 60 cent voor betaalde. De beambte gaf den brief over en Timmer mans bekeek het adres met alle aandacht, waar na hij den brief weer tergugaf. Is hij niet voor u Neen, mijnheer. Er is geen andere van dien naam. Dan zal ik zoo vrij zijn nog eens 'terug te komen. i 1 Veertien dagen waren verloopen, toen de mu zikant terug kwam. En weer was er een brief, waarvan het adres weer met verschillende han den geschreven scheen te zijn. Hij bekeek den brief aandachtig, waarna hij met een dank je wel, mijnheer, hij is niet. voor mij, teruggaf. Weer verliepen er een paar weken. Jansen had over het eigenaardige geval nagedacht. Gaat dat wel eerlijk toe? dacht Jansen, want hoewel hij goedhartig van aard was, wil de hij zich toch niet voor den gek laten honden. Op een Zaterdag kwam cle muzikant weer. Hij klopt eaan het loketje en Jansen opende het Wat is er? vroeg hij ruw. Een droevige glimlach plooide zich om Tim mermans mond. Ik ben het mijnheer. Ik kom nog eens hoo- ren, of er soms een brief voor mij is. Neen man, er is niets. Mijnheer. Timmermans schrok zichtbaar. Weet u dat wel zeker Neen, man, er is niets voor je. Zoudt u dan misschien nog eens goed wil len kijken, mijnheer? U herinnert zich misschien niet wie ik ben. Ik ben Ja man, ik weet wel wie je bent. Maar je hebt immers de vorige brieven ook geweigerd. En nu was er wel een brief, en ik vind het niet noodig je dien te geven. De muzikant werd doodsbleek. Toe mijn heer. Laat u mij dien brief even iften. Kom later nog maar eens terug. Ik heb Tm geen tijd meer. Jansen wilde het loket sluiten, toen hij ge snik hoorde. Dat was echter teveel voor den postbeambte. Hij opende de deur van zijn kan toor en kwam naar voren. -- Wat scheelt je, man? Neem, mij niet kwalijk, mijnheer, ik kan het niet langer verzwijgen. Ik moet u iets vertellen Ik kom uit B. maar ik moest mijn dorp verlaten daar wij anders van honger omgekomen waren. U moet weten, ik ben getrouwd. Mijn vrouw heet Greta. Wij leefden heel gelukkig. Ik ben musicus en speelde op bals en op de kermis. Ons huisgezin vermeerderde steeds en om voor hen allen den kost te verdienen in het dorp, dat ging ten laatste niet meer. Ik hoop, dat ik u niet verveel, mijnheer, maar mijn verhaal is dadelijl uit. Toen ben ik naar Z. gegaan, daar was meer te verdienen en als ik nu iets over heb, stuur ik het telkens op de een of andere manier naar mijn vrouw en lieve kinderen. Maar het ergste is, I dat ik nooit iets van hen te hooren krijg, want I geld om mij te schrijven heeft Greta niet. Daar I om hebben wij er iets op gevonden. Het is mis-1 schien niet heelemaal eerlijk, maar wij werden er toe gedwongen door geldgebrek. U hebt misschien wel gezien, dat het adres I door verschillende handen erop geschreven is. - Welnu, mijnheer, ieder thuis zet er wat op. Ik heb dus maar aan het adres te zien, om te we-1 ten dat ze thuis allen gezond zijn. En den inhoud, dien heb ik niet noodig te| weten. Iedere brief bevat het hart van mijn Gre ta en de liefde van mijn kinderen. Ik hoop, dat u den brief niet achterwege zult houden, u zoudt een ongelukkigen vader wan hopig maken. Jansen liet den brief zien en gedurende den geheelen winter kon Timmermans de brieven zien die er voor hem kwamen. Dat was het werk van Jansen, den postbeambte. Hen volgenden dag, toen Jansen zich juist kleedde om naar zijn kantoor te gaa.n, klonk er buiten, voor zijn huis, een volksliedje. Het was Timmermans, die op deze manier Jansen wild bedanken voor den dienst, dien deze hem be wezen had en hij had niets beters kunnen verzi» nen dan het op deze manier te doen. Maar he was een dankzegging, die Jansen zijn leven laag niet vergeten zou. (Nadruk verboden.) j$7. *LKJ ^dijvii erenk uien 5.e II 4-6

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Nieuwe Langedijker Courant | 1932 | | pagina 6