Nieuws
De Twee Kleinzoons.
is gehandeld. Elke week is .aan den minister c-en
telegram gezonden, waarin het verloop dier week
werd medgeedeeld. Eindelijk werd op 17 Febr
jl. een commissie door den secretaris generaal ont
vangen. Spr. bij het onderhoud aanwezig kreeg
(Jen indruk, dat men verwachtte, dat er eén paar
koolbouwertjes kwamen, die wel met gen kluitje
in het riet konden worden gestuurd. De secretaris
generaal maakte eenige aardigheidjes, doch was
niet eens op de hoogte met het verzoek Spreker
uit zijn verontwaardiging hierover en l-en ei-
gewezen was op de ramp die zich zou voltrekken
besloot tenslotte de secretaris generaal de com
missie. Zaalberg er mede in kennis te stellen Eien
uitkomst was het verzoek van burgemeester
Slot om de.zaak aanhangig te maken bij de com
missie Lovink. Door den secretaris generaal i<
nog toegezegd, om meer kunstmest beschikbaar
te stellen. Ofschoon door de commissie Lovink
met grooten spoed eraan is gewerkt, moet het
in de Tweede Kamer komen, want als het aan
genomen wordt is een wetswijziging noodig
Spr. laat het aan de vergadering over om te 'oor-
deelen over de houding der regeering
Alvorens den heer Jb. Kramer het woord te
s erieenen, raadt de VOORETTliER hem in gemo*
dc aan om kalm te blijven en zijn woorden o-oed
te overdenken.
De heer Jb. KRAMER verzekert zeer kalm
te z ijn en vangt aan mét de vraag of het niet
mogelijk is dat de Prov. comm. of het C|entr. Bu
reau de leden van pootaardappelen kan voorzien
onder oogstverband, daar velen'ze niet kunnen
betalen. Voorts vraagt spreker waar de motie
ven, die den burgemeester er toe hebben geleid
om de tuinders niet te hooren inzake de zaatk ren-
teloozc voorschotten of steun. Spreker noemt
zulks een beleediging tegenover den geheelen
tuinbouw. Als de Prov. Comm. niet wil weten en
hooren wat er onder de leden omgaat, dan zijn
zij op het; verkeerde pad. Steeds is door hem
alsmede door den heer de Boer erop aangedrongen
den organisatorischen weg te bewandelen.
Schouder aan schouder staande zal er meer van
de regeering worden verkregen als nu. S.preker
hoopt dat burgemeester Slot zal recht zetten 1
DESCVOORZITTER zegt-aangaande de poot-
aardappelen, dat in de laatste bestuursverga
dering der L. G. O. de wensch is uitgesproken, 1
dat er meer wit-vleezige aardappelen worden ge
teeld. Beschikbaar is thans een groote hoeveel-
neid Wilde Duck, tegen fli, per 100 E.G. In-
lichtingen zijn te verkrijgen bij den secretaris.
Voorts vraagt spr. aan Burgemeester Slot of j
hij wenseht te antwoorden op» het gesprokene
van den heer Jb. Kramer.
B-URGEMEESTER SLOT zegt niets te zeggen
te hebben daar er niets scheef is.
De heer JB. KRAMER, vraagt, wat er het vol
gend jaar moet gebeuren als de producten op
dezelfde condities weggaan als nu. Het is dan -
toch wenschelijk de veiling te sluiten ,hetgeen 1
do regeering zal nopen om tot daden over te gaan.
Spr. meent,, dat de regeering denkt, dat hier
zoo'n zoodjekannibalen is en daarom moeten
wij ons maar eens anders laten zien. Dikwijls
wordt er over geklaagd, dat er zooveel voor den
landbouw en zoo weinig voor den tuinbouw wordt
gedaan. Volgens spr. komt dit omdat het groot
grondbezit hier een rol speelt. Spr. is overtuigd,
dat, de belanghebbenden de Pachtwet hebben ver
pen en is het dus de belangenpoliti-ek. Of ran-
cunemaatregelen, op zijn plaats zijn, weet spr.
niet goed, doch moeten allen toch paraat blij- j
ven, daar als het zoo doorgaat, niemand van ons j
het hoofd boven water kan houden zonder staats
bmeoeiing.
De VOORZITTER acht het noodzakelijk dat
van nu af aan getracht moet worden om toeslag
te krijgen op verschillende hoofdproducten en
meent dat in de campagne op de aardappelen een
j'i.ik.stoeslag zal worden gegeven. Sluiting als vei-.
Bng acht spreker zeer moeilijk.
Burgemeester VAN BOOTEN' z-e^t met aan
dacht naar de besprekingen 'te hebben geluisterd
Groote waardeerng heeft Z.£. voor dc biding
dezer v. -lering. Spr. 'zingt en - aan, lat cl
leden zoo, I mogelijk liter hun bestuur blij
ven, ofschou! lit niet a's kan Gen. doch.het
schip heeft i,r. goede pi te in. !i dizen tip1,
nu hei zoo moeilijk is o iets va t de rc ering
gedaan te krijgen is het ten zeerste noodig om
zich schouder aan schouder te scharen achter de
organisatie.
De lieer BALDER, bestuurslid, wil trachten
te kom en in samenwerking met Vierbond en de
Streek tot een regeling van minimumprijzen,
voor aardappelen en kool met regeeringssteun.
Cok acht spreker het gcwenseht, dat doorschot
au behoorlijke kwaliteit kan worden uitgevoerd
uitsluitend gecontroleerd door den marktbe-taal
meester.
Be heer P. HART is van meening, dat ter ver
kkrijging vna een geregelden aanvoer meer con
tact moet worden gezocht met den handel. Zoo
kan een regeling worden getroffen, dat de eerstl
drie dagen een bepaald soort, bv. van groot ge
wicht en de laatste drie dagen die van klein ge
wicht wordt aangevoerd. Hierdoor wordt tevens
meereenheid in den aanvoer verkregen. Spreker
is voorts van meening, dat het verloop der zaak
van den regeeringssteun niet goed is geweest en
achtihet gewenscht dat de practische tuinder in'
de Prov. commissie zit.
De VOORZITTER antwoordt, dat als een ie
der wilde een regeling makkelijk uit te voeren is.
De goede kool wordt veel te v-eel overgehouden.
Er moet wat gebeuren, daarom is een distriDu-
tieregeling het meest gewenschte. Wat betreft
de er-edicten, herinnert spreker eraan, dat de al-
gemeene vergadering zich hiervoor heeft uitge
sproken, dus niet het bestuur der Prov. comm.
De voorz. der Prov. comm. is dagelijksch paraat
en staat eiken dag op de bras voor de tuinbou
wers, al gaat het niet altijd naar den zin van
allen.
De heer HOOGLAND1 van Sint Paneras zegt
dat het niet juist is. Op de algemeene vergadering
waren er twee bestuursvoorstellen en wel ren-
telooze voorschotten en gewijzigde handelspoli
tiek. Door den heer Klant is toen voorgesteld
rentelóoze credieten op langen termijn.
De VOORZITTER merkt op, dat de algemeene
vergadering steeds het recht heeft pm andere
voorstellen te doen.
Dan komt aan het woord de heer J. OOTJERlS
voorzitter van den Noordermarktbond, die zegt
met veel genoegen en veel belangstelling deze
vergadering te hebben bijgewoond. De agenda
lijk voorzien, duidde op een zware vergadering
Spreker feliciteert den voorzitter met het ver
loop dezer vergadering alsmede met den uitslag
en de genomen besluiten. Spr. hoopt dat de ver
gadering het volgend jaar in gunstiger en be
tere omstandigheden zal worden gehouden en
dat de samenwerking onder de verschillende af-
deelingen in opbouwenden zin en van aangena-
men aard zal zijn, denkende aan het spreekwoord
„Eendrhcht maakt macht'' Het is van den voor
zitter zeer goed gezien om all-e sprekers volop de
gelegenheid te hebben gegeven om zich te kun
nen uitspreken.
De heer MADiDERQM wil sterken aandrang op
de regeering uitoefenen ter voorkoming van een
executorialen verkoop voor pachters, voor hypo
theektuinders en boeren.
Burgemeester SLOT, voorzitter der Prov. com-
missie zegt, dat er aan 'de algemeene vergadering
veel onaangenaams voor hem begint te kleven.
Als men naar beste weten, aldus spreker, alles
in het werk stelt om nog te bereiken wat te be
reiken is, dan moet men toch tot den indruk
komen, dat alles is en wordt gedaan in het be
lang der tuinders en is het hard om zulke uitla
tingen te moeten ontvangen want'er is niets
scheef.
Spreker hoopt, dat de vergadring zal aannemen
dat ïn'onder de twee laatste jaren door spreker alles
Is gedaan. Dat het niet altijd naar ieders zin ging,
is ieder goed recht, maa.- er moet toch worden vast
gehouden aan de rechte iijn. Spr. feliciteert „De
West" dat zij haar voor: tel betreffende den vei
lingleider heeft ingetrokken. Spr. betreurt het het
het voorstel is gedaan, daar Z.E.A. den heer Da
Boer zeer van nabij kent. Hij is een sympathiek
man en door verschillende personen is zijne leiding
als zeer juist genoemd. Als voorzitter heeft spreker
bewondering voor de lijdzaamheid en lankmoedig
heid om een ieder aan te hooren en ieder nog een
woord te geven. Spreker feliciteert den voorzitter
en hoopt, dat hij nog in lengte van tijd de belangen
der L. G. C. zal mogen en kunen behartigen en dat
in de toekomst betere tijden mogen aanbreken en
voor veiling en voor tuinders.
De VOORZITTER dankt voor de tot hem gelichte
woorden en zegt op denzelfden weg als tot nu toe
te zullen doorgaan en steeds te zullen trachten om
de eenheid onder de lbden te bewaren, maar ook
tusschen den handel en de tuinders.
Voorts stelt spreker voor om uit deze vergade
ring een telegram te zenden aan den Minister,
waarin op spoed wordt aangedrongen met het
verzoek betreffende den toeslag van 1 cent per
1 kilogram kool:
Niets meer aan de orde zijnde sluit de voorzitter
onder dank aan de leden, de gasten en de pers
de vergadering.
Aan den Beschrijvingsbrief was tevens toegevoegd
een kort niettemin duidelijk overzicht der i n 1931
gevoerde reclame.
Zoo wordt gememoreerd de gevoerde reclame in
het buitenland, op tentoonstelling, in Tram en Cou
ranten, op aanplakborden en zuilen, voorts door
middel van film, recepten boekjes, papierzakken,
proefzendingen, verpakkingsproeven enz.
Hieruit blijkt ten duidelijkste dat op ruime schaal
propaganda en reclame is gemaakt tot verdering van
den afzet der producten.
In totaal sctond voor de reclame een bedrag van
f 70.000 beschikbaar.
Nieuwstijdingen
HEIDEBRANDEN TE HILVERSUM.
De laatste weken breken wederom telkens heide
branden uit, waarbij dikwijls mooie stukken van
het Hilversumsch natuurschoon verloren gaan.
Verleden week Maandag brandde ongeveer 300 M2.
langs de spoorlijn Hilversum—Utrecht; Woensdag
daaropvolgend was er een brand in de heide achter
de Craailoosche brug, waarbij bijna vijf H.A. verlo
ren ging en gistermorgen verbrandden wederom
eenige honderden M2. heidegrond aan den Riebeek-
weg, nabij het gemeentelijk sportpark.
De oorzaak van deze branden is, zooals vrijwel
altijd, onbekend.
(Handelsblad i
er op het oogenblik bij het pompstation van de
gemeentewaterleiding te Winschoten een groote
drukte die des morgens vroeg reeds begint. Tank
wagens rijden af en aan uit alle dorpen uit den
omtrek om van het thans zoo hoog op prijs ge-1
stelde water een vrachtje mede te nemen. Dit
geschiedt niet alleen van particuliere zijde, maar
ook van gemeentewege wordt de distributie van
water ter hand genomen, zooals o.a. door de ge
meenten Veendam, Oude Pekela, Finsterwolde.
Nieuweschans e.a.
Uit Bellingwolde wordt bericht, dat regen
bakken, die voor vier maanden schoongemaakt
zijn sindsdien geen druppeltje water meer bevat-
teji. Zij die over oen Nortonpomp beschikken
zooaE o.iii. een school uit G'adskanaal, helpen
de geheele buurt aan water. Ook in Marum,
Hoogkerk en in de dorpen op liet Hoogeland hel
pen dc- mensehen zich op alle mogelijk - wijzen,
doordat alle regenbakken, zelfs de grootste leeg
zijn en men is aangewezen op de enkele pompen
Op het platteland is dus wel „Leiden in last"
Zeker is het, dat thans wel iedereen zal inzien,
dat 'de binnenkort aan te leggen provinciale wa
terleiding in een algemeene behoefte zal voor
zie11. Handelsblad.
WEER EEN PANTSERAUTO AANGEHOUDEN.
Door zestien karabijnschoten tot stilstand gebracht.
De inzittenden ontvlucht.
In de omgeving van het grensdorp Walbeek bij
Arcen hadden de Duitsche douanebeambten gisteren
een goeden vangst.
I Het schijnt, dat de douane verwittigd was van
de komst van een smokkelauto, want toen een pant-
serauto de grens bij Walbeek in razende vaart wilde
passeeren, werd plotseling van het struikgewas langs
den weg uit het halteslgnaal der douane gegeven.
Onmiddellijk daarop werden van alle kanten schoten
gelost uit karabijnen en revolvers.
De auto was in een hinderlaag gevallen.
Door de geweldige vaart van den grooten wagen
wist deze echter door het cordon heen te breken.
Daar de wagen door vele schoten zwaar getroffen
was, werd poging tot ontvluchting opgegeven. De
inzittenden wisten in het donker in het struikgewas
te ontkomen met achterlating van den wagen en
een rijke buit. Een lading koffie en tabak. De be
ambten namen een en ander in beslag.
(Handelsblad).
ZONDERLING MOTORONGELUK.
Onder een paard doorgereden.
Te Maasland is een eigenaardig motorongeluk
gebeurd, dat intussehen voor het slachtoffer ern
stige gevolgen heeft gehad.
Zekere M„ een jongeman, wilde even buiten het
dorp een wagen, dien hij achterop reed, passeeren.
Toen hij daartoe naar links uithaalde en achter de
kar vandaan kwam, zag hij plotseling een van den
tegenovergestelden kant komend paard met wagen
voor zich en eer iemand begreep wat er gebeurde,
schoot M. met zijn motor onder het paard door.
Aan den anderen kant sloeg hij met een smak tegen
deng rond, waar hij ernstig gewond bleef liggen.
Het bleek, dat zijn borstkas ingedrukt en een been
gebroken was, terwijl een der oogen vrijwel uit het
hoofd was gerukt.
In zorgvollen toestand is de ongelukkige naar zijn
woninig vervoerd.
Groot drink watergebrek. In de geheele
provincie Groningen. Tengevolge van de lang
durige droogte ontvangt men thans uit schier
alle (plaatsen der provincie Groriingen doodbe
richten over gebrek aan drinkwater. Zoo heCrscht
Plaatselijk
Biroek op Langend ijk.
Met verwijzing naar de advertentie in dit nr.,
zal het Ghr. fanfarecorps ADVENDO Maandag
den 2den Paaschdag des avonds kwart voor 8
in de Ned. Herv. Kerk een uitvoering geven on
der leiding van zijn directeur, den heer G. van
Kalker te Hoorn, terwijl tevens medewerking ver
leenen de heeren K. Wagenaar op het kerkorgel
en G. Grondsma van Alkmaar als declamator.
De toegangsprijzen zijn zoodanig gesteld, dat
een ieder in de gelegenheid wordt gesteld dezen
kunstavond te bezoeken.
Broek op Langend ijk.
Bij den correspondent der gemeentelijke ar
beidersbemiddeling staan de navolgenjde werk-
looze arbeiders ingeschreven.
3 timmerlieden, 4 schippers, 1 schilder, 34 land
arbeiders, 1 matroos en 1 monteur-chauffeur.
jaarverslag van de fuiniioiiw-Vereen. „De Eendracht".
FEUILLETON
6)
In Heinrich Schwarz' trekken was geen bijzondere
verandering te bespeuren bij het hooren van deze
ontboezeming, slechts een licht rood kleurde zijn
wangen en onmerkbaar trilden zijn lippen. Toen
vroeg hij zoo ongedwongen mogelijk:
„Wie was dan die doode?"
„Het was de eerste gemaling van Graaf Anseim
van Breitenbach," antwoordde de oude.
„Dan kan U toch niet zoo stellig beweren vader,
antwoordde zijn zoon, die op den ladder stond.
„Ik zou er alles voor durven verwedden, dat zij
zijn wettige vrouw vrouw was," zei op beslisten
toon de grijsaard. Ik heb haar gekend, een engel
was zij, ais vari den hemel ons geschonken. Zoo lang
zij leefde, waren er in het dorp geen armen meer.
Met milde hand deelde zij haar gaven uit; rnyn
vader zaliger dankte aan haar zijn huis en zijn akker
land, waardoor wij thans nog zonder zorgen ons
leven kunnen slijten; en mij zelf heeft zij eens, toen
ik zwaar ziek lag, met eigen hand verpleegd; dat
zal ik nooit vergeten en daardoor kan ik t niet
dulden, dat men haar durfde belasteren en aan
haar rechtschapenheid en deugd twijfelde. Heiaas,
moest zij maar al te spoedig deze aarde verlaten.
De bediende was gaarne op den ouden man toe-
geloopen, om hem voor die warme verdediging van
den na haar dood zoo zeer beweende vrouw, de hand
te drukken, maar hij beheerschte zich en vroeg ook
niet verder naar haar, doch informeerde slechts:
„Waar ligt het graf, dat, zooals u zooeven ver
telde, op dit oogenblik weer geopend wordt.
„Achter de kapel, de arbeiders hebben het nauwe
lijks kunnen vinden; geen liefderijke hand heeft t
ooit verzorgd. U is hier zeker vreemd? vroeg de
grijsaard na een kleine pauze. -
„Tot nog toe wel, maar ik hoop bier spoedig mee.
bekend te worden, ik- ben de nieuwe bediende van
den jongen Graaf Albert.'V»
De oude zag hem eenigszins onthutst aam „De
nieuwe bediende?" zeide hij, „ja, ja. hm. hm. Wari
neer ik dat had geweten, zou ik mij wel tweemaal
bedacht hebben, zoo openlijk met u over de gestoi
vene te spreken."
„Waarom heeft U 't ook gedaan, vader?" klonk 't
van den ladder naar beneden,
i Omdat mij dé herinnering steeds weer opnieuw
overmeestert, wanneer ik het ledige graf hier aan
schouw!
„Maar, niet waar," zoo wendde de klazenmaker
zich tot Heinrich, „U zal 't op het slot niet vertellen,
zij zijn daar boven met betrekking tot deze ge-
schiedenis zeer gevoelig en prikkelbaar en ik wilde
niet graag hun gunst verliezen. Het heeft reeds
velen berouwd een enkele vraag slechts in die rich
ting gedaan te hebben en ook u, Jonge man, wil ik
1 den raad geven, namelijk wanneer gij uwe betrek-
king wilt behouden, over deze geschiedenis met
niemand een woord te reppen hoort U", tegenover
1 niemand!"
„U kunt gerust zijn, beste man, ik zal van uwe
openhartigheid aan niemand een woord verraden
en ik dank U bovendien voor uw raad, dien ik
streng zal opvolgen. Hoe is uw naam?"
„Grauer, glazenmaker Grauer en de uwe?"
„Heinrich Schwarz."
„Het is mij aangenaam, kennis met u gemaakt te
hebben. Wanneer U eens in het dorp mocht komen,
ga dan 't woonhuis niet voorbij, het ligt onmiddel-
j lijk naast de pastorie".
i „Vriendelijk dank, ik hoop van uwe uitnoodiging
I gebruik te kunnen maken."
i „U wilde misschien het graf wel eens zien, komt
U dan maar mede, dan zal ik er u heenbrengen."
De oude en Heinrich verlieten het musoleum,
nadat de laatste nog een langen blik op het graf
van Graaf Anseim had geworpen en traden naar
buiten, liepen rechts om de jonge dennebeplanting
heen en bereikten na weinige schreden te hebben
gedaan de plaats waar vier arbeiders bezig waren
een zerk, aan twee lissen verbonden, naar boven
te trekken
„Wel, wat moet u hier doen, Grauwer?" klonk
plotseling in de onmiddellijke nabijheid de stem
van Graaf Roderich von Breitenbach, die op dit
oogenblik achter een oude beuk te voorschijn trad.
De oude glazenmaker nam de muts van het
hoofd en antwoordde op nederigen toon:
Wil mij verontschuldigen, mijnheer de Graaf,
mijn zoon vervangt in de kapel de gebroken ruit
door een nieuwe."
En nu wordt gij wederom door uw oude dweep
zucht gedreven om het graf van uw vroegere aange
bedene nog eenmaal te zien!" zei met een hatelijk
lachje de jonge graaf.
De oude beet zich op de lippen, doch zweeg.
Heinrich Schwarz stond achter een jonge beuk,
niet zoo onzichtbaar dat hij onopgemerkt kon blij
ven.
„En wie is u?" vroeg thans Graaf Roderich, zijn
kleine oogen op hem richtende.
De toegesprokene, die door de oneerbiedige woor
den van den Graaf bleek was geworden, had zich
snel weten te herstellen; hij trad een schrede naar
voren, met den hoed in de hand en zeide op be
scheiden toon:
„Wil mij verontschuldigen," hij gebruikte dezelfde
woorden als de oude Grauwer, „ik ben de nieuwe
bediende van den jongen Graaf Heinrich
Schwarz."
„En daar loopt gij zoo in het bosch te dwalen?"
„Ik moet wel om uwe toegevendheid verzoeken,
uwe Hoogheid, „ik zag van den weg af die mooie
kapel, ik had nog nooit een familiegraf van zulk
een voornaam geslacht gezien de deuren stonden
open en ik had het bevel ontvangen mij niet
eerder dan om twaalf uur op het slot aan te mel
den.
De Graaf zag den spreker met een zeldzamen blik
van onder tot boven aan en wendde zich zonder
nog verder een woord te zeggen tot de arbeiders,
die met het omhoog halen van de kist thans gereed
waren en deze op den grond naast de groeve hadden
neergezet.
„De Gravin verlangt, dat die kist heden avond,
als het donder is geworden, naar het kerkhof zal
worden gebracht, haalt een kleed uit het voorhuis
en bedekt haar daarmede, twee man blijven hipr
als bewakers."
Hij sloeg met zijn rijzweep in de lucht en ging
daarop met vluggen tred heen in de richting van
de rijlaan.
De oude glazenmaker en Heinrich Schwarz zetten
daarop weder hun hoofddeksel op en de eerste I
zeide, terwijl hij de hand van den nieuwen bediende
greep:
„U heeft op het slot niet anders te doen dan den
jongen Graaf te verplegen, o, bedien hem goed,
opdat niet het verschrikkelijkste plaat vinde, wat
gebeuren kan, namelijk, dat wij dezen booswicht als
heer een meester op het slot zullen krijgen!"
„Wat in mijn macht is en zoover mijn krachten
reiken zal ik trachten te doen!"
„Ik geloof u."
Heinrich trad dicht op de kist toe en vestigde
langen tijd zijn blik daarop. Het scheen, dat hij
ook hier, zooals even te voren bij het graf van
Graaf Anseim, zacht eenige woorden mompelde,
Door den secretaris werd het volgende jaarver
slag voorgelezen op de 1.1. gehouden vergadering.
Financieel verslag der tuinbouwvereen. „De Een
dracht" te Oudkarspel over het jaar 1931.
Om een jaarverslag te schrijven over 1931 is moei
lijk, tenminste wanneer men er eenige lichtpunten
daarop keerde hij zich snel om, wisselde nog eenige
woorden met Grauwer, beloofde hem zoo spoedig
mogelijk te bezoeken en sloeg daarop ook den rij
weg. in, die hem tred voor tred nader bracht tot
de plaats, waar hij het wonderlijkste en zeldzaam
ste zou beleven, de plaats, waar hij uit zijn jaren
lange rust zou worden gestoord, waar hij zijn geluk
of zijn noodlot zou tegengaan, hetgeen de toe
komst echter in haar schoot verborgen hield.
Doch, nog vóór hij het slot bereikte, zou hij een
zeer gewichtigen bewoner van hetzelve, wellicht de
allergewichtigste, leeren kennen.
III.
Heinrich Schwarz liep langzaam den weg langs,
die naar het slot leidde, terwijl een zee van ge
dachten, zijn hoofd bestormden. Dat het niet zon
der strijd zou gaan, had hij stellig verwacht, en zich
ook voorgesteld, maar dat hij, nog voor dat hij het
eigenlijke strijdperk had betreden, de worsteling zou
moeten beginnen, daarop had hij niet gerekend. Wat
hij reeds had gehoord en gezien, had hem niet alleen
tot de erkenning gebracht, dat uiterste voorzich
tigheid moest worden betracht, en ook de grootste
zelfbeheersching, maar de wijze waarop hij
de eerste proef had doorstaan vervulde hem met
moed en vertrouwen. En die moed was nog toege
nomen, nadat hij van de waardin van het stations
koffiehuis had vernomen, dat de kamerdienaar van
den ouden Graaf Anseim, die alle reizen met dezen
had meegemaakt door kleine attenties was te win
nen en zijn gunst zou kunnen worden verkregen.
Dit vertrouwen bij den op het slot zoo gewichtigen
persoon te bereiken, zou voor de .naaste toekomst
zijn eenig en doelbewust streven zijn.
De weg werd wat stijler, de zon kwam hooger en
mede door zijn innerlijke gewaarwordingen, deed de
invloed der warmte zich nog meer gelden, zoodat
hij al spoedig de zweetdroppels van zijn voorhoofd
moest wisschen.
De weg maakte opnieuw, maar nu in tegenover
gestelde richting een scherpe bocht en nu zag onze
wandelaar, toen hij de bocht was gepasseerd, een
niet zeer groot, maar aardig nieuw gebouwd huis,
onmiddellijk aan den grooten rijweg gelegen, dat
door een groot boven de deur aangebracht herten
gewei als een houtvesters woning was te herkennen,
uit welke de arbeiders een kieed moesten halen, om
daarmee de aan den schoot der aarde ontnomen
looden kist te bedekken.
(Wordt vervolgd).