Uit den Omtrek Nieuwstijdingen Het Belgische Verdrag in de Eerste Kamer De Twee Kleinzoons. KOEDIJK. Donderdagavond had in de zaal van den heer Groot alhier de uitreiking plaats van de getuig schriften aan de leerlingen die op 1 April j.l. de lagere school hebben verlaten en aan hen die den 2-jarigen cursus voor het vervolgonderwijs hebben gevolgd. Het hoofd der school, de heer C. Stuffers, heet de aanwezigen welkom en deelt mede, dat deze avond, evenals het vorige jaar weder de noodige variatie zal brengen en spreekt den wensch uit dat de aan wezigen zullen genieten van hetgeen ten gehoore wordt gebracht. Spr. heet inzonderheid nog welkom den heer van den Berg, die, hoewel geen onderwijzer aan deze school meer zijnde, zich toch de moeite heeft getroost om dezen avond aanwezig te zijn om zijne medewerking te verleenen. Het hierna volgend programma werd geopend met een piano-nummer door de beide onderwijzeressen. Vervolgens een leesstukje „In Amerika" door P. Sëhekkermanvoordracht „Roodkajes thuiskomst" door Lies Blom; Leesstukje „Boschbrand" door Guurtje Koedijker; Door C van Twuiver drie kleine voordrachten: „Moeders critiek", „Alles van vader" en „Beter een vogel in de hand dan 10 in de lucht". Leesstukje „Bramen plukken" door N. Prins; Een voordracht „Duizendpoot" door Guurtje Koedijker. Vervolgens deelde de heer Stuffers mede, dat C. van Twuiver ook nog iets voor te dragen had, maar het was hem niet bekend wat dit was; het ging over de schooljaren. C. van Twuiver liet hierop in rijm hooren de verschillende geneugten van het school leven en bracht daarin hulde aan het Schoolver bond voor de genoten schoolreisjes. Door J. en A. Molenaar een voordracht „Schoorsteenveger en lin nenmeisje" Door A. Molenaar en G. Hartland een voordracht „Uit de oude doos". Door P. Molenaar een lees stukje „Een Zondagmorgenverrassing", door J. Kuit een voordracht „Hannes aan de table d'hote"; ver volgens door den heer Stuffers: „De visch wordt duur betaald" schets van Nono. Door Lies en Ali Hart en Nelie Hartland een klein tooneelstukje „Het Spook" en tenslotte door onder wijzer van den eBrg en eenige leerlingen een too neelstukje: „Meester Jeroen en zijn kweekeling". De verschillende nummers werden afgewisseld door piano-muziek van de onderwijzeressen, alsmede een paar vioolnummers van Cor van Twuiver, begeleid door juffrouw Janssonius Tenslotte ging de heer Stuffers over tot de uit reiking van de getuigschriften en de boekjes „Het leven in", waarna door hem een woord van dank werd gebracht aan N. Hartland, die weder gezorgd had voor het grimeeren en aan alle leerlingen die voor deze gezellige avond hadden gezorgd, terwijl spreker besloot met een „lang zullen ze leven" voor het Schoolverbond. Het applaus na de verschillende voorgedragen nummers was wel een duidelijk bewijs, dat de aan wezigen op den avond weer bijzonder hebben ge noten en het Schoolverbond kan dan ook met genoegen op dezen avond terugzien. genot om te zien en te luisteren naar deze interes sante reis. Zoowel talen, zeden en gewoonten enz. van de be volking van Ned. Indië werden door hem uitge legd! De schitterende opnamen maakten een indruk hoe heerlijk Indië moet zijn, door de uitlegging zoo volkomen te begrijpen. In de pauze gaf de heer A. ten Bruggencate nog een zangnummertje naar voren over ons eigen kleine Holland wat zeer in de smaak van het publiek viel. Na afloop bedankte de Burgemeester als voor zitter van het crisiscomité de heeren ten Burggen- cate voor hun zoo belangelooze medewerking voor het mooie menschlievënde doel. Ook dankte de Bur gemeester het schoolbestuur voor het afgestane schóollokaal, alsmede de heer Boskamp die gratis het dorp per bekkenslag heeft opgewekt naar hier te komen. Ook een woord van dank aan de beide school hoofden, die de kinderen hebben aangespoord naar hier te komen SINT PANCRAS. Donderdagmiddag ontlastte zich boven onze ge meente een onweer wat gepaard ging met een wind hoos. Bij de tuinder Jb. Verduin werden ongeveer 20 eenruiters opgenomen en neer gekwakt in de een- ruiters van zijn buurman de heer Krijn, water werd uit de sloot opgezogen en verder neergelaten enz. KOEDIJK. Naar wij vernemen zal het plaatselijk Muziek- korps „Aurora" op a.s. Zaterdag- en Zondagmid- j dag een muzikale rondgang maken door de ge meente. Daarbij zullen dan tevens jonge dames met bussen een inzameling houden, waarvan de op brengst ten goede komt aan het Plaatselijk Crisis Comité. KOEDIJK. De trekking der verloting van het Plaatselijk Crisis Comité zal vermoedelijk gehouden worden op Zondag 17 April a.s. in café Groot alhier. KOEDIJK. In den loop der volgende week zal door het Plaat selijk Crisis Comité wederom een hoeveelheid vleesch wórden beschikbaar gesteld. SINT PANCRAS. Vrijdagmiddag en -avond vertoonden de heeren ten Bruggencate wederom een serie lichtbeelden in het Gymnastieklokaal bij de School met den Bijbel ten bate van het plaatselijk crisiscomité. Beide keeren, zoowel 's middags voor dé kinderen als 's avonds voor de ouderen was de opkomst goed. Deze serie platen waren thans een reis door In dië, op de prettige wijze waarop de heer ten Brug gencate de uitleg bij de platen gaf was het een Ben windhoos te Ten Post. Gistermorgen had achter in Ten Post een voor val plaats waardoor vele mensehen erg ge schrokken zijn. Een windhoos heeft aldaar danig huisgehouden Vooral bij de woning van den heer E. Kruizinga heeft hij wél terdege zijn sporen achtergelaten. Met een reuzen knal van een kanonschot gelijk rukte hij van het nieuwe huis, voor korte jaren gebouwd, een pl.m. 3 meter hooge schoorsteen van zijn plaats. Deze viel in zijn geheel door het dak en daarna door den zolder, waarin hij ge deeltelijk bleef hangen. Dit gebeurde juist op de plaats, waar de vrouw des huizes juist had geloopen. Van schrik kreeg zij een flauwte. Er werden bovendien nog ettelijke tientallen pannen afgerukt. Eigenaardig was, dat het naastgelegen huis niet beschadigd werd, doch twee huizen verder de woningen van den heer W. Kuikenga, en daar tegenover het oude gasthuis, werden ook gedeel j lelijk van de pannen van de daken beroof.l. i Nog verder bij de woning van den heer G. Hammingh werden de dakgoten weggerukt en bij den heer O. Veen Jr. moesten de dakpannen het weer ontgelden. >fhade aan een hangar ap Schiphol, i üp bet vliegveld Schiphol zijn van een dak bedekking van een hangar door een windhoos eenige betonnen platen afgerukt en naar binnen gewaaid, waardoor de vleugels van eenige vlieg tuigen, die daar geborgen stonden, beschadigd werden. D'aar er altijd reservemateriaal in "de vlieghaven aanwezig is, veroorzaakte dit ongeval geen stagnatie in den dienst. Hoewel in den hanj- gar arbeiders aan het werk waren, werd gelukkig niemand persoonlijk getroffen. Schoorsteen vernielt dak in zijn val. Tijdens een windhoos, die boven Alphen a. d. Rijn woedde, is een in aanbouw zijnde 5 meter booge schoorsteen naar beneden gekomen, waar door een gedeelte van het dak vernield en zware schade wercl toegebracht aan de omliggende per- ceelen. i Telefoonverkeer gestagneerd Het telefoonverkeer ondervond van de wind hoozeri ook eenige stagnatie, doordat verschillen de draden afknapten. In verband met de storin gen, die zich vooral op de lijnen van het Noorden met Amsterdam en 'den Haag voordeden, werden de interlocale gesprekken langs die lijnen tot 3 m inuter gerantsoeneerd ZWARE BRAND TE AMSTERDAM. De bewoners op avontuurlijke wijze gered. In den afgeloopen nacht brak brand uit in het perceel Oudeburgsteeg 3 te Amsterdam, waar een zaakis gevestigd in goud, zilver,klokken en horlo ges. Het perceel werd bewoond door den eigenaar zijn vrouw, een 10-jarig dochtertje en een 8-jarig zoontje, die allen op de tweede verdieping sliepen. De brand, die beneden is ontstaan, breidde zich snel uit, en hierdoor 'konden de vier menschen niet meer langs de trap naar beneden komen. Het meisje sprong daarop uit het raam naar beneden, waar zij in een deken werd opgevangen De man en zijn vrouw klommen uit het raam eri zochten hun heil op een groote reclameklok, die aan den gevel was bevestigd. Gedienstige buren haalden een ladder en spoedig had men de klok bereikt. Toen de vrouw echter op de.ladder was overgestapt, stortte deze met redders en al naar beneden. Gelukkig deden zich hierbij geen persoonlijke ongevallen voor. Ook de man was nu spoedig gered. Het zoontje was intusschen naar boven gevlucht en stond in de dakgoot om hulp te schreeuwen. Een nachtwaker en eenpolitieagent wisten via den zol der van een aangrenzend huis het knaapte te be- bereiken en ook hem veilig op den beganen grond te brengen. De brandweer die inmiddels was gearriveerd, was den brand spoedig meester. Politie arresteert een poes. Getraind op het stelen van vrouwenkleereir. De bewoners van nr. 11 in de R,ue Diecrès te Parijs hebben eenigen tijd gegronde redenen gehad i om te gelooven, dat hun huis behekstl was. De booze geest, die hun woningen bezocht, mani» f. tftrde zich niet op de traditioneele wijze met vreemde geluiden of met geklop. Niets werd ge- I hoord noch gezien. Alleen bleek dat na, elk be zoek vrouwenekelren ontbraken, hemden, com- binations, kousen, liefst van zijde, desnoods van linnen. Dat men hier met een gewonen, dief te doer, had was uitgesloten. Deuren en ramen wa- j ren zorgvuldig gesloten, en zelfs bij geopende j vensters was indringing onmogelijk, omdat zo te hoog waren. Geen enkel spoor vanl het for- j cteren van sloten werd gevonden en zeif3 vin- 1 gerafdrukken waren niet te zien. De politie werd op de hoogte gesteld, het huis kreeg bewaking, maar alles was tevergeefs. Tot een van de be- stolenen op een idee kwam. Hij plaatste op de vensterbank een groote kraaienknip. Op een ochtend werd hij gewekt door een klagelijk ge- miauw. Hij ging naar "het venster en zag daar een kat, die omwikkeld was met een stuk zijden on dergoed en met een poot in de( klem zat. De dief was gevonden. Zijn slimme meester of meesteres die zich wijselijk schuil houdt, had (het dier geoefend om door het venster de kamers binnen te stappen, en elk stuk goed., dat daar lag weg te sleepen. Het intelligente beest wacht intusschen een droevig lot. De politie heeft namelijk besloten den vierpootigen arrestant naar het asyl te zen- Zij vestigden er de aandacht op, dat de in te pol deren Zuiderzeegronden voor verreweg het grootste gedeelte zullen moeten dienen tot het verbouwen van granen. Bij de huidige marktprijzen zal echter concurrentie voor deze granen niet mogelijk zijn. Hierbij komt, dat de hoog opgetrokken tariefmu ren in de ons omringende landen verbetering der graanprijzen in sterke mate belettenensteedsmindej graanprijzen in sterke mate beletten en steeds minder uitzicht openen voor import uit ons land. Onder de gegeven omstandigheden is het, naar het oordeel dezer leden, zeker, dat bij inpoldering de Staat zal moeten overgaan tot het verleenen van financieele hulp bij de exploitatie der te verkrij gen gronden, waarmede ongetwijfeld aanzienlijke bedragen gemoeid zullen zijn Op grond van deze overwegingen waren de leden, hier aan het woord, van oordeel, dat de inpoldering van den Noord-Oostpolder moet worden opgeschort. Zij zouden gaarne van de regeering een berekening ontvangen der kosten van het in cultuur brengen van dezen polder, waarbij rekening zou moeten wor den gehouden met de kosten van den Wieringer- meerpolder. Wel is waar kan, zoo gingen deze leden voort, verdere inpoldering worden aanbevolen met het oog op de daardoor te verkrijgen verruiming der werk gelegenheid, maar zij vroegen zich toch af, of de gelden te besteden aan het in cultuur brengen der te winnen gronden, niet nuttiger ten bate va andere doeleinden kunnen worde uitgegeven, waardoor de werkloosheid mogelijk og breeder zoude kunnen worden bestreden. Gedacht werd hierbij aan het verleenen van steun aan de industrie Andere leden meenden dat het de veiligste weg is, voorloopig niet tot verdere inpoldering te beslui ten en zich te beperken tot het afmaken van den afsluitdijk. DRAISMAwanWLKENBURG'S •iLLVlRTR LEEUWARDEN DE INPOLDERING VAN DE ZUIDERZEE. Vele Eerste Kamerleden van voor- tegenstander geworden Aan het Voorloopig Verslag der Eerste Kamer over de begrooting van het Zuiderzeefonds voor 1932 ontleenen wij het volgende. Vele leden betoogden voorstander te zien geweest van indijking en drooglegging der Zuiderzee, maar dat de omstandigheden sedert den aanvang der daartoe strekkende werkzaamheden dermate zijn gewijzigd, dat zij thans geheel zijn veranderd van zienswijze. Het, zijn eenige spannende dagen geweest in de Eerste Kamer, die deden herinneren aan de laatste week van Maart 1927, toen onze Senaat het ont werp-verdrag met België, waarin aan dit land naast andere voordeelen het Antwerpen-Moerdijk- kanaal werd toegezegd, met een meerderheid v. 33 tegen 17 stemmen verwierp. De instemming met dit besluit van de Eerste Kamer was in het land zoo algemeen, dat nog in haar memorandum van 9 Mei 1929 onze regeering moest, schrijven, dat „zelfs de meest vrijgevige regeering niet zoover zou kunnen gaan, dat; zij aan een vreemde mogendheid een gunst toestond, die nadeelig zou zijn voor de levensbelangen van de natie, die haar daarvan de bescherming heeft t'.everrouwd, een gunst, die een ware premie zou zijn aan den vreemden handel ten koste van het eigen economisch bestel gegeven", en „dat iedere regeering, die dit mocht vergeten, door de natie gewraakt zou worden.' Niettemin zou, naar verluidde, thans aan onze ■Staten Generaal een ontwerp-verdrag ter goed keuring worden voorgelegd, waarin aan België opnieuw een kanaal wordt toegezégd, dat van het Moerdijkkanaal niet noemenswaardig ver schilt, immers insgelijks eenrechtstreeksche ver binding schept tusschen het stroomgebied van den Rijn en de Antwerpsche dokken; die Antwerpen feitelijk tot een Rijnhaven maakt ten koste van onze nationale havens, een verdrag dat bovendien de Wielingen, straks ook de Westersehelde, aan België uitlevert. Het Nederlandsche volk heeft aanstonds begre- FEUILLETON 12) Rosamunde zag droomerig den zich steeds meer verwijderenden sneltrein na. „Naar de residentie," sprak zij zacht in zich zelf en verzonk daarna weder in diepe overpeinzing. Wilde en velerlei gedachten woelden door haar hoofd Alstoevallig blikte zij over de barriere, die de schuine helling van het terras scheidde en zag op het eerste terras een menigte viooltjes bloeien. „Viooltjes!" riep zij luid, en tegelijk sprongen haar gedachten niet meer van het eene onderwerp op het andere. Integendeel, zij namen een geregelden loop aan, denzelfden weg volgend, als bij de ge beurtenis op den vier-en-twintigsten Februari. Hoe had zij zich op dien dag verheugd. Voor de eerste maal zou zij haar lievelingsopera, de „Frei- schütz", hooren. Zij kende dit zangspel zeer goed, hoe dikwijls had zij een gedeelte der pianopartij met haar gouvernante vierhandig gespeeld, hoe dikwijls alle aria's zelf gezongen, maar gezien had zij deze opera nog nooit. Twee acten waren geluk kig voorbij, en met eene belangstelling, zooals de ware muziekliefhebbers die alleen bezitten, had zij elke afdeeling gevolgd. Hoe geheel anders als bij de piano drong deze steeds nieuw blijvende muziek tot haar oor door. Daar kwam de derde acte met haar wolfshol en de vuurspuwende nachtelijke monsters. Plotseling staakte het gezang, de muziek zweeg, op het tooneel ontstond eene onrustige beweging een hel schijnsel vlamde links achter de coulissen op en het geroep: „Brand!" drong door de zaal Daarna ontstond een ontzettende, een vreeselijké verwarring onder de toeschouwers. Op alle rangen klonk als een echo het geroep: „Brand!" gevolgd door een gillen, een schreien en jammeren. Allen drongen en vluchtten naar den uitgang. Het werd een woest getier, een schelden en worstelen om den verstikkingsdood te ontkomen. Reeds brandden allé coulissen aan de linkerzijde van het tooneel, en deelden de vlammen zich mede aan scherm en zijloges, lekten aan gordijnen en sofazittingen en alsof alles van papier was opgebouwd, zoo snel grepen de vlammen om zich heen. Gravin Rosamunde had in de voorste loge plaats genomen terwijl de naast gelegen loge onbezet was gebleven. Deze behoorde aan haar oom, den minister van Warrenfels. Steeds had zij onder geleide van haar tante, de gemalin van den minister, het the ater bezocht. Haar vader, die haar naar de resi dentie had vergezeld, bezocht nooit het theater. Daar zou dan eindelijk de lang verwachte opera de „Freischütz" opgevoerd worden Haar tante had haar niet kunnen vergezellen en' zij was dus alleen naar de opera gegaan, slechts gevolgd door een bediende. Haar geliefde „Freischütz" moest zij zien. Toen de vreeselijke kreet klonk: „Brand!" was zij blijven zitten, het was haar niet mogelijk geweest op te staan, de schrik had haar voor een oogenblik totaal bevangen. Daarop was zij opgesprongen en verdoofd en verward naar den uitgang der loge ge vlucht; zij trachtte de deur te openen, maar het slot sprong niet open; de deur bleef gesloten; vergeefsch en zenuwachtig probeerde zij 't opnieuw, het slot weigerde en de deur bleef tot haar ontzetting gesloten. Zij vloog terug naar haar plaats en gilde meer dan zij riep, terwijl zij zich over den rand heenboog: „Red mij! Red mij! De logedeur is gesloten!" In hetzelfde oogenblik zag zij, hoe de vlammentongen zich reeds tot den zijrand van haar voorloge uitstrekten. Nog éénmaal riep zij om hulp, dan ijlde zij naar de deur, en trachtte deze op nieuw te openen, maar tevergeefs! Reeds hoorde zij het knetteren der vlammen vlak naast haar; het werd haar zwart voor de oogen, haar geest werd beneveld, zij zonk bewusteloos neder. Wat verder met haar was geschied wist zij niet, had zij tot op dezen dag nog niet ervaren. Toen zij haar oogen weder opsloeg, lag zij, lang uitgestrekt, op een canapé in een vreemde kamer. Over haar heen gebogen zag zij een jongen man met een edel gelaat, welke haar in haar droom voorkwam als de prins in „Doornroosje" Zij hoorde hem zeggen: „U leeft? O, God zij dank!" Zij zag en voelde 't hoe hij zich tot haar nederboog en een innige kus op haar mond drukte. Zij had de kus beantwoord terwijl een gelukzalig lachje om haar lippen speelde. Was dit alles dan niet een droom? Hij zeide: „Dat is mijn loon. Wij zullen elkander wel nimmer wederzien!" En daarna een bouquet je viooltjes van haar borst nemende, voegde hij haar met een droevig gelaat toe: „Deze bloemen neem ik mede als eene herinnering aan die geluk kigste en ongelukkigste oogenblikken mijns le vens." Daarop verwijderde hij zich langzaam, zag, bij de deur gekomen, nog eenmaal om, wenkte met de hand, die in een witten doek was gewikkeld en verdween. Nog was zij niet in staat zich te bewegen, om hem terug te roepen, nog lag zij gedachtenloos, neer, bevangen als zij was door deze wonderlijke scene toen zij plotseling tot bezinning kwam en met één slag de gruwelijke gebeurtenis in haar herinnering werd teruggeroepen. Maar was dan, hetgeen zoo even was voorgevallen, niet werkelijk een droom geweest? Neen, het bouquetje viooltjes ontbrak, en daar lag een half verbrande handschoen; zij had gezien, dat de redder dezen had uitgetrokken en zijn hand in een witte zakdoek had gewikkeld. Als door een gedachte bezield sprong zij op, haar onmacht was geweken en haar krachten keerden terug. Den handschoen raapte zij op hij was met bloed be vlekt en verborg hem op haar boezem Doch nu overviel haar een vreeselijke angst, het was haar, als ware zij opnieuw ingesloten, terwijl alles rondom haar in brand stond. Ontzetting greep haar aan en zij ijlde naar de deur. God lof, zij was niet gesloten en kon haar verblijfplaats verlaten. Maar waar bevond zij zich? Zij was op een lange, breede corridor, op welken een groot aantal menschen zich b vond. Daaronder een aantal brandweerlieden, die heen en weer liepen. Hier en daar stonden groe pen menschen te praten. Rook en walm hulde de omgeving nog in half duister. Doch nergens was meer een angstig vluchten merkbaar, of eenige haast te bespeuren. Inplaats hiervan een levendige conversatie. Nimmer komen de tongen zoo los als na een ernstig voorval Reeds wilde zij tot eèn der naastbij staande per sonen een vraag richten, als achter haar de uitroep klonk: „Rosamunde, o, mijn God, ben je daar!" Het was haar vader, die thans in heftige ge moedsbeweging op haar toe ijlde, haar in zijn armen sloot en haar kuste met tranen in zijn oogen. Zoo teeder en liefdevol had zij hem nog nooit ge zien. Naast hem stond minister v. Warrenfels, van wien de loge behoorde. Beiden waren toegesneld, als de ontzettende roep door de straten klonk: „Het theater staat in brand." Zij hadden tot heden, be zield door vreeselijke angst, vergeefsch naar haar gezocht. „Hoe dank ik den Hemel, dat je gered bent!" zeide Graaf Stephan en kon van ontroering niet verder spreken. „Is dan de brand gebluscht?" vroeg zij. „Het tooneel en de helft van de zaal zijn een prooi der vlammen geworden," antwoordde de mi nister, „Onze brandweer heeft zich dapper geweerd, in een oogwenk was zij ter plaatse en al spoedig gelukte het haar den brand te blusschen Wij wisten, dat u in mijn loge was, en denk u dus onze vree selijke angst, als wij zagen en hoorden, dat ook dit deel van het theater was verbrand, terwijl van u geen spoor was te ontdekken." „Wie heeft je dan gered, mijn kind?" vroeg Graaf Stephan, die zijn zelfbeheersching had terug gekre gen. In korte woorden schilderde Gravin Rosamunde de angstige oogenblikken tot zij tenslotte bewus teloos was neergezonken. Dan ging zij voort: „In het oogenblik van het grootste gevaar werd ik gered. Op welke wijze, is mij een raadsel mijn redder moet mij, terwijl ik in onmacht nederlag, in gindsche kamer hebben gedragen. Toen ik ont waakte stond een jonge man naast mij, die zich, zoodra hij bemerkte, dat ik weder tot bewustzijn kwam, verwijderde. Wie hij was, heb ik niet ver nomen, 't was mij zelfs, wanneer ik naar zijn naam had willen vragen en mijn dank betuigen, zoo was 't mij in de eerste oogenblikken, dat ik uit mijn bewusteloosheid ontwaakte, onmogelijk geweest, daar ik geen lid kon verroeren en geen woord kon spreken." Het sprookje, dat zij meende doorleefd te heb ben, dien zoeten droom, van den haar gegeven en beantwoordde kus, de woorden, door den schoonen prins gesproken, dat hij haar het bouquetje viooltjes had ontnomen en dat zij den verbranden hand schoen had gevonden en opgeraapt, ja, dat alles verzweeg zij. „Wij zullen ons alle moeite geven den redder op te sporen om hem naar zijn stand voor zijn edele daad te kunnen beloonen," zeide'de Graaf. (Wordt vervolgd).

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Nieuwe Langedijker Courant | 1932 | | pagina 4