Uit den Omtrek
Nieuwstijdingen
Het Belgische Verdrag
in de Eerste Kamer
De Twee Kleinzoons.
KOEDIJK.
Donderdagavond had in de zaal van den heer
Groot alhier de uitreiking plaats van de getuig
schriften aan de leerlingen die op 1 April j.l. de
lagere school hebben verlaten en aan hen die den
2-jarigen cursus voor het vervolgonderwijs hebben
gevolgd.
Het hoofd der school, de heer C. Stuffers, heet de
aanwezigen welkom en deelt mede, dat deze avond,
evenals het vorige jaar weder de noodige variatie
zal brengen en spreekt den wensch uit dat de aan
wezigen zullen genieten van hetgeen ten gehoore
wordt gebracht. Spr. heet inzonderheid nog welkom
den heer van den Berg, die, hoewel geen onderwijzer
aan deze school meer zijnde, zich toch de moeite
heeft getroost om dezen avond aanwezig te zijn om
zijne medewerking te verleenen.
Het hierna volgend programma werd geopend met
een piano-nummer door de beide onderwijzeressen.
Vervolgens een leesstukje „In Amerika" door P.
Sëhekkermanvoordracht „Roodkajes thuiskomst"
door Lies Blom; Leesstukje „Boschbrand" door
Guurtje Koedijker; Door C van Twuiver drie kleine
voordrachten: „Moeders critiek", „Alles van vader"
en „Beter een vogel in de hand dan 10 in de lucht".
Leesstukje „Bramen plukken" door N. Prins; Een
voordracht „Duizendpoot" door Guurtje Koedijker.
Vervolgens deelde de heer Stuffers mede, dat C. van
Twuiver ook nog iets voor te dragen had, maar het
was hem niet bekend wat dit was; het ging over
de schooljaren. C. van Twuiver liet hierop in rijm
hooren de verschillende geneugten van het school
leven en bracht daarin hulde aan het Schoolver
bond voor de genoten schoolreisjes. Door J. en A.
Molenaar een voordracht „Schoorsteenveger en lin
nenmeisje"
Door A. Molenaar en G. Hartland een voordracht
„Uit de oude doos". Door P. Molenaar een lees
stukje „Een Zondagmorgenverrassing", door J. Kuit
een voordracht „Hannes aan de table d'hote"; ver
volgens door den heer Stuffers: „De visch wordt
duur betaald" schets van Nono.
Door Lies en Ali Hart en Nelie Hartland een klein
tooneelstukje „Het Spook" en tenslotte door onder
wijzer van den eBrg en eenige leerlingen een too
neelstukje: „Meester Jeroen en zijn kweekeling". De
verschillende nummers werden afgewisseld door
piano-muziek van de onderwijzeressen, alsmede een
paar vioolnummers van Cor van Twuiver, begeleid
door juffrouw Janssonius
Tenslotte ging de heer Stuffers over tot de uit
reiking van de getuigschriften en de boekjes „Het
leven in", waarna door hem een woord van dank
werd gebracht aan N. Hartland, die weder gezorgd
had voor het grimeeren en aan alle leerlingen die
voor deze gezellige avond hadden gezorgd, terwijl
spreker besloot met een „lang zullen ze leven" voor
het Schoolverbond.
Het applaus na de verschillende voorgedragen
nummers was wel een duidelijk bewijs, dat de aan
wezigen op den avond weer bijzonder hebben ge
noten en het Schoolverbond kan dan ook met
genoegen op dezen avond terugzien.
genot om te zien en te luisteren naar deze interes
sante reis.
Zoowel talen, zeden en gewoonten enz. van de be
volking van Ned. Indië werden door hem uitge
legd!
De schitterende opnamen maakten een indruk
hoe heerlijk Indië moet zijn, door de uitlegging zoo
volkomen te begrijpen.
In de pauze gaf de heer A. ten Bruggencate nog
een zangnummertje naar voren over ons eigen
kleine Holland wat zeer in de smaak van het publiek
viel.
Na afloop bedankte de Burgemeester als voor
zitter van het crisiscomité de heeren ten Burggen-
cate voor hun zoo belangelooze medewerking voor
het mooie menschlievënde doel. Ook dankte de Bur
gemeester het schoolbestuur voor het afgestane
schóollokaal, alsmede de heer Boskamp die gratis
het dorp per bekkenslag heeft opgewekt naar hier
te komen.
Ook een woord van dank aan de beide school
hoofden, die de kinderen hebben aangespoord naar
hier te komen
SINT PANCRAS.
Donderdagmiddag ontlastte zich boven onze ge
meente een onweer wat gepaard ging met een wind
hoos.
Bij de tuinder Jb. Verduin werden ongeveer 20
eenruiters opgenomen en neer gekwakt in de een-
ruiters van zijn buurman de heer Krijn, water werd
uit de sloot opgezogen en verder neergelaten enz.
KOEDIJK.
Naar wij vernemen zal het plaatselijk Muziek-
korps „Aurora" op a.s. Zaterdag- en Zondagmid- j
dag een muzikale rondgang maken door de ge
meente. Daarbij zullen dan tevens jonge dames met
bussen een inzameling houden, waarvan de op
brengst ten goede komt aan het Plaatselijk Crisis
Comité.
KOEDIJK.
De trekking der verloting van het Plaatselijk
Crisis Comité zal vermoedelijk gehouden worden
op Zondag 17 April a.s. in café Groot alhier.
KOEDIJK.
In den loop der volgende week zal door het Plaat
selijk Crisis Comité wederom een hoeveelheid vleesch
wórden beschikbaar gesteld.
SINT PANCRAS.
Vrijdagmiddag en -avond vertoonden de heeren
ten Bruggencate wederom een serie lichtbeelden in
het Gymnastieklokaal bij de School met den Bijbel
ten bate van het plaatselijk crisiscomité.
Beide keeren, zoowel 's middags voor dé kinderen
als 's avonds voor de ouderen was de opkomst goed.
Deze serie platen waren thans een reis door In
dië, op de prettige wijze waarop de heer ten Brug
gencate de uitleg bij de platen gaf was het een
Ben windhoos te Ten Post.
Gistermorgen had achter in Ten Post een voor
val plaats waardoor vele mensehen erg ge
schrokken zijn.
Een windhoos heeft aldaar danig huisgehouden
Vooral bij de woning van den heer E. Kruizinga
heeft hij wél terdege zijn sporen achtergelaten.
Met een reuzen knal van een kanonschot gelijk
rukte hij van het nieuwe huis, voor korte jaren
gebouwd, een pl.m. 3 meter hooge schoorsteen
van zijn plaats. Deze viel in zijn geheel door het
dak en daarna door den zolder, waarin hij ge
deeltelijk bleef hangen. Dit gebeurde juist op
de plaats, waar de vrouw des huizes juist had
geloopen. Van schrik kreeg zij een flauwte.
Er werden bovendien nog ettelijke tientallen
pannen afgerukt.
Eigenaardig was, dat het naastgelegen huis
niet beschadigd werd, doch twee huizen verder
de woningen van den heer W. Kuikenga, en daar
tegenover het oude gasthuis, werden ook gedeel
j lelijk van de pannen van de daken beroof.l.
i Nog verder bij de woning van den heer G.
Hammingh werden de dakgoten weggerukt en bij
den heer O. Veen Jr. moesten de dakpannen het
weer ontgelden.
>fhade aan een hangar ap Schiphol,
i üp bet vliegveld Schiphol zijn van een dak
bedekking van een hangar door een windhoos
eenige betonnen platen afgerukt en naar binnen
gewaaid, waardoor de vleugels van eenige vlieg
tuigen, die daar geborgen stonden, beschadigd
werden. D'aar er altijd reservemateriaal in "de
vlieghaven aanwezig is, veroorzaakte dit ongeval
geen stagnatie in den dienst. Hoewel in den hanj-
gar arbeiders aan het werk waren, werd gelukkig
niemand persoonlijk getroffen.
Schoorsteen vernielt dak in zijn val.
Tijdens een windhoos, die boven Alphen a. d.
Rijn woedde, is een in aanbouw zijnde 5 meter
booge schoorsteen naar beneden gekomen, waar
door een gedeelte van het dak vernield en zware
schade wercl toegebracht aan de omliggende per-
ceelen. i
Telefoonverkeer gestagneerd
Het telefoonverkeer ondervond van de wind
hoozeri ook eenige stagnatie, doordat verschillen
de draden afknapten. In verband met de storin
gen, die zich vooral op de lijnen van het Noorden
met Amsterdam en 'den Haag voordeden, werden
de interlocale gesprekken langs die lijnen tot 3
m inuter gerantsoeneerd
ZWARE BRAND TE AMSTERDAM.
De bewoners op avontuurlijke wijze gered.
In den afgeloopen nacht brak brand uit in het
perceel Oudeburgsteeg 3 te Amsterdam, waar een
zaakis gevestigd in goud, zilver,klokken en horlo
ges. Het perceel werd bewoond door den eigenaar
zijn vrouw, een 10-jarig dochtertje en een 8-jarig
zoontje, die allen op de tweede verdieping sliepen.
De brand, die beneden is ontstaan, breidde zich
snel uit, en hierdoor 'konden de vier menschen niet
meer langs de trap naar beneden komen. Het meisje
sprong daarop uit het raam naar beneden, waar zij
in een deken werd opgevangen De man en zijn
vrouw klommen uit het raam eri zochten hun heil
op een groote reclameklok, die aan den gevel was
bevestigd. Gedienstige buren haalden een ladder en
spoedig had men de klok bereikt. Toen de vrouw
echter op de.ladder was overgestapt, stortte deze
met redders en al naar beneden. Gelukkig deden
zich hierbij geen persoonlijke ongevallen voor. Ook
de man was nu spoedig gered.
Het zoontje was intusschen naar boven gevlucht
en stond in de dakgoot om hulp te schreeuwen. Een
nachtwaker en eenpolitieagent wisten via den zol
der van een aangrenzend huis het knaapte te be-
bereiken en ook hem veilig op den beganen grond
te brengen.
De brandweer die inmiddels was gearriveerd, was
den brand spoedig meester.
Politie arresteert een poes.
Getraind op het stelen van vrouwenkleereir.
De bewoners van nr. 11 in de R,ue Diecrès te
Parijs hebben eenigen tijd gegronde redenen gehad i
om te gelooven, dat hun huis behekstl was. De
booze geest, die hun woningen bezocht, mani»
f. tftrde zich niet op de traditioneele wijze met
vreemde geluiden of met geklop. Niets werd ge- I
hoord noch gezien. Alleen bleek dat na, elk be
zoek vrouwenekelren ontbraken, hemden, com-
binations, kousen, liefst van zijde, desnoods van
linnen. Dat men hier met een gewonen, dief te
doer, had was uitgesloten. Deuren en ramen wa- j
ren zorgvuldig gesloten, en zelfs bij geopende j
vensters was indringing onmogelijk, omdat zo
te hoog waren. Geen enkel spoor vanl het for- j
cteren van sloten werd gevonden en zeif3 vin- 1
gerafdrukken waren niet te zien. De politie werd
op de hoogte gesteld, het huis kreeg bewaking,
maar alles was tevergeefs. Tot een van de be-
stolenen op een idee kwam. Hij plaatste op de
vensterbank een groote kraaienknip. Op een
ochtend werd hij gewekt door een klagelijk ge-
miauw. Hij ging naar "het venster en zag daar een
kat, die omwikkeld was met een stuk zijden on
dergoed en met een poot in de( klem zat.
De dief was gevonden. Zijn slimme meester
of meesteres die zich wijselijk schuil houdt, had
(het dier geoefend om door het venster de kamers
binnen te stappen, en elk stuk goed., dat daar
lag weg te sleepen.
Het intelligente beest wacht intusschen een
droevig lot. De politie heeft namelijk besloten
den vierpootigen arrestant naar het asyl te zen-
Zij vestigden er de aandacht op, dat de in te pol
deren Zuiderzeegronden voor verreweg het grootste
gedeelte zullen moeten dienen tot het verbouwen
van granen. Bij de huidige marktprijzen zal echter
concurrentie voor deze granen niet mogelijk zijn.
Hierbij komt, dat de hoog opgetrokken tariefmu
ren in de ons omringende landen verbetering der
graanprijzen in sterke mate belettenensteedsmindej
graanprijzen in sterke mate beletten en steeds
minder uitzicht openen voor import uit ons land.
Onder de gegeven omstandigheden is het, naar het
oordeel dezer leden, zeker, dat bij inpoldering de
Staat zal moeten overgaan tot het verleenen van
financieele hulp bij de exploitatie der te verkrij
gen gronden, waarmede ongetwijfeld aanzienlijke
bedragen gemoeid zullen zijn
Op grond van deze overwegingen waren de leden,
hier aan het woord, van oordeel, dat de inpoldering
van den Noord-Oostpolder moet worden opgeschort.
Zij zouden gaarne van de regeering een berekening
ontvangen der kosten van het in cultuur brengen
van dezen polder, waarbij rekening zou moeten wor
den gehouden met de kosten van den Wieringer-
meerpolder.
Wel is waar kan, zoo gingen deze leden voort,
verdere inpoldering worden aanbevolen met het oog
op de daardoor te verkrijgen verruiming der werk
gelegenheid, maar zij vroegen zich toch af, of de
gelden te besteden aan het in cultuur brengen der
te winnen gronden, niet nuttiger ten bate va andere
doeleinden kunnen worde uitgegeven, waardoor de
werkloosheid mogelijk og breeder zoude kunnen
worden bestreden. Gedacht werd hierbij aan het
verleenen van steun aan de industrie
Andere leden meenden dat het de veiligste weg
is, voorloopig niet tot verdere inpoldering te beslui
ten en zich te beperken tot het afmaken van den
afsluitdijk.
DRAISMAwanWLKENBURG'S
•iLLVlRTR
LEEUWARDEN
DE INPOLDERING VAN DE ZUIDERZEE.
Vele Eerste Kamerleden van voor- tegenstander
geworden
Aan het Voorloopig Verslag der Eerste Kamer
over de begrooting van het Zuiderzeefonds voor
1932 ontleenen wij het volgende.
Vele leden betoogden voorstander te zien geweest
van indijking en drooglegging der Zuiderzee, maar
dat de omstandigheden sedert den aanvang der
daartoe strekkende werkzaamheden dermate zijn
gewijzigd, dat zij thans geheel zijn veranderd van
zienswijze.
Het, zijn eenige spannende dagen geweest in de
Eerste Kamer, die deden herinneren aan de laatste
week van Maart 1927, toen onze Senaat het ont
werp-verdrag met België, waarin aan dit land
naast andere voordeelen het Antwerpen-Moerdijk-
kanaal werd toegezegd, met een meerderheid v.
33 tegen 17 stemmen verwierp.
De instemming met dit besluit van de Eerste
Kamer was in het land zoo algemeen, dat nog in
haar memorandum van 9 Mei 1929 onze regeering
moest, schrijven, dat „zelfs de meest vrijgevige
regeering niet zoover zou kunnen gaan, dat; zij
aan een vreemde mogendheid een gunst toestond,
die nadeelig zou zijn voor de levensbelangen van
de natie, die haar daarvan de bescherming heeft
t'.everrouwd, een gunst, die een ware premie zou
zijn aan den vreemden handel ten koste van het
eigen economisch bestel gegeven", en „dat iedere
regeering, die dit mocht vergeten, door de natie
gewraakt zou worden.'
Niettemin zou, naar verluidde, thans aan onze
■Staten Generaal een ontwerp-verdrag ter goed
keuring worden voorgelegd, waarin aan België
opnieuw een kanaal wordt toegezégd, dat van
het Moerdijkkanaal niet noemenswaardig ver
schilt, immers insgelijks eenrechtstreeksche ver
binding schept tusschen het stroomgebied van den
Rijn en de Antwerpsche dokken; die Antwerpen
feitelijk tot een Rijnhaven maakt ten koste van
onze nationale havens, een verdrag dat bovendien
de Wielingen, straks ook de Westersehelde, aan
België uitlevert.
Het Nederlandsche volk heeft aanstonds begre-
FEUILLETON
12)
Rosamunde zag droomerig den zich steeds meer
verwijderenden sneltrein na.
„Naar de residentie," sprak zij zacht in zich zelf
en verzonk daarna weder in diepe overpeinzing.
Wilde en velerlei gedachten woelden door haar
hoofd
Alstoevallig blikte zij over de barriere, die de
schuine helling van het terras scheidde en zag op
het eerste terras een menigte viooltjes bloeien.
„Viooltjes!" riep zij luid, en tegelijk sprongen haar
gedachten niet meer van het eene onderwerp op
het andere. Integendeel, zij namen een geregelden
loop aan, denzelfden weg volgend, als bij de ge
beurtenis op den vier-en-twintigsten Februari.
Hoe had zij zich op dien dag verheugd. Voor de
eerste maal zou zij haar lievelingsopera, de „Frei-
schütz", hooren. Zij kende dit zangspel zeer goed,
hoe dikwijls had zij een gedeelte der pianopartij
met haar gouvernante vierhandig gespeeld, hoe
dikwijls alle aria's zelf gezongen, maar gezien had
zij deze opera nog nooit. Twee acten waren geluk
kig voorbij, en met eene belangstelling, zooals de
ware muziekliefhebbers die alleen bezitten, had zij
elke afdeeling gevolgd. Hoe geheel anders als bij de
piano drong deze steeds nieuw blijvende muziek tot
haar oor door. Daar kwam de derde acte met haar
wolfshol en de vuurspuwende nachtelijke monsters.
Plotseling staakte het gezang, de muziek zweeg,
op het tooneel ontstond eene onrustige beweging
een hel schijnsel vlamde links achter de coulissen
op en het geroep: „Brand!" drong door de zaal
Daarna ontstond een ontzettende, een vreeselijké
verwarring onder de toeschouwers. Op alle rangen
klonk als een echo het geroep: „Brand!" gevolgd
door een gillen, een schreien en jammeren. Allen
drongen en vluchtten naar den uitgang. Het werd
een woest getier, een schelden en worstelen om den
verstikkingsdood te ontkomen. Reeds brandden allé
coulissen aan de linkerzijde van het tooneel, en
deelden de vlammen zich mede aan scherm en
zijloges, lekten aan gordijnen en sofazittingen en
alsof alles van papier was opgebouwd, zoo snel
grepen de vlammen om zich heen.
Gravin Rosamunde had in de voorste loge plaats
genomen terwijl de naast gelegen loge onbezet was
gebleven. Deze behoorde aan haar oom, den minister
van Warrenfels. Steeds had zij onder geleide van
haar tante, de gemalin van den minister, het the
ater bezocht. Haar vader, die haar naar de resi
dentie had vergezeld, bezocht nooit het theater.
Daar zou dan eindelijk de lang verwachte opera de
„Freischütz" opgevoerd worden Haar tante had
haar niet kunnen vergezellen en' zij was dus alleen
naar de opera gegaan, slechts gevolgd door een
bediende.
Haar geliefde „Freischütz" moest zij zien.
Toen de vreeselijke kreet klonk: „Brand!" was zij
blijven zitten, het was haar niet mogelijk geweest
op te staan, de schrik had haar voor een oogenblik
totaal bevangen. Daarop was zij opgesprongen en
verdoofd en verward naar den uitgang der loge ge
vlucht; zij trachtte de deur te openen, maar het
slot sprong niet open; de deur bleef gesloten;
vergeefsch en zenuwachtig probeerde zij 't opnieuw,
het slot weigerde en de deur bleef tot haar
ontzetting gesloten. Zij vloog terug naar haar plaats
en gilde meer dan zij riep, terwijl zij zich over den
rand heenboog: „Red mij! Red mij! De logedeur is
gesloten!" In hetzelfde oogenblik zag zij, hoe de
vlammentongen zich reeds tot den zijrand van haar
voorloge uitstrekten. Nog éénmaal riep zij om hulp,
dan ijlde zij naar de deur, en trachtte deze op
nieuw te openen, maar tevergeefs! Reeds hoorde
zij het knetteren der vlammen vlak naast haar; het
werd haar zwart voor de oogen, haar geest werd
beneveld, zij zonk bewusteloos neder.
Wat verder met haar was geschied wist zij niet,
had zij tot op dezen dag nog niet ervaren.
Toen zij haar oogen weder opsloeg, lag zij, lang
uitgestrekt, op een canapé in een vreemde kamer.
Over haar heen gebogen zag zij een jongen man
met een edel gelaat, welke haar in haar droom
voorkwam als de prins in „Doornroosje" Zij hoorde
hem zeggen: „U leeft? O, God zij dank!" Zij
zag en voelde 't hoe hij zich tot haar nederboog
en een innige kus op haar mond drukte. Zij had
de kus beantwoord terwijl een gelukzalig lachje
om haar lippen speelde. Was dit alles dan niet een
droom? Hij zeide: „Dat is mijn loon. Wij zullen
elkander wel nimmer wederzien!" En daarna een
bouquet je viooltjes van haar borst nemende, voegde
hij haar met een droevig gelaat toe: „Deze bloemen
neem ik mede als eene herinnering aan die geluk
kigste en ongelukkigste oogenblikken mijns le
vens." Daarop verwijderde hij zich langzaam, zag,
bij de deur gekomen, nog eenmaal om, wenkte met
de hand, die in een witten doek was gewikkeld en
verdween.
Nog was zij niet in staat zich te bewegen, om hem
terug te roepen, nog lag zij gedachtenloos, neer,
bevangen als zij was door deze wonderlijke scene
toen zij plotseling tot bezinning kwam en met één
slag de gruwelijke gebeurtenis in haar herinnering
werd teruggeroepen. Maar was dan, hetgeen zoo
even was voorgevallen, niet werkelijk een droom
geweest? Neen, het bouquetje viooltjes ontbrak, en
daar lag een half verbrande handschoen; zij had
gezien, dat de redder dezen had uitgetrokken en zijn
hand in een witte zakdoek had gewikkeld. Als door
een gedachte bezield sprong zij op, haar onmacht
was geweken en haar krachten keerden terug. Den
handschoen raapte zij op hij was met bloed be
vlekt en verborg hem op haar boezem Doch nu
overviel haar een vreeselijke angst, het was haar, als
ware zij opnieuw ingesloten, terwijl alles rondom
haar in brand stond. Ontzetting greep haar aan
en zij ijlde naar de deur. God lof, zij was niet
gesloten en kon haar verblijfplaats verlaten. Maar
waar bevond zij zich? Zij was op een lange, breede
corridor, op welken een groot aantal menschen zich
b vond. Daaronder een aantal brandweerlieden,
die heen en weer liepen. Hier en daar stonden groe
pen menschen te praten. Rook en walm hulde de
omgeving nog in half duister. Doch nergens was
meer een angstig vluchten merkbaar, of eenige
haast te bespeuren. Inplaats hiervan een levendige
conversatie. Nimmer komen de tongen zoo los als
na een ernstig voorval
Reeds wilde zij tot eèn der naastbij staande per
sonen een vraag richten, als achter haar de uitroep
klonk: „Rosamunde, o, mijn God, ben je daar!"
Het was haar vader, die thans in heftige ge
moedsbeweging op haar toe ijlde, haar in zijn
armen sloot en haar kuste met tranen in zijn oogen.
Zoo teeder en liefdevol had zij hem nog nooit ge
zien.
Naast hem stond minister v. Warrenfels, van wien
de loge behoorde. Beiden waren toegesneld, als
de ontzettende roep door de straten klonk: „Het
theater staat in brand." Zij hadden tot heden, be
zield door vreeselijke angst, vergeefsch naar haar
gezocht.
„Hoe dank ik den Hemel, dat je gered bent!"
zeide Graaf Stephan en kon van ontroering niet
verder spreken.
„Is dan de brand gebluscht?" vroeg zij.
„Het tooneel en de helft van de zaal zijn een
prooi der vlammen geworden," antwoordde de mi
nister, „Onze brandweer heeft zich dapper geweerd,
in een oogwenk was zij ter plaatse en al spoedig
gelukte het haar den brand te blusschen Wij wisten,
dat u in mijn loge was, en denk u dus onze vree
selijke angst, als wij zagen en hoorden, dat ook dit
deel van het theater was verbrand, terwijl van u
geen spoor was te ontdekken."
„Wie heeft je dan gered, mijn kind?" vroeg Graaf
Stephan, die zijn zelfbeheersching had terug gekre
gen.
In korte woorden schilderde Gravin Rosamunde
de angstige oogenblikken tot zij tenslotte bewus
teloos was neergezonken. Dan ging zij voort:
„In het oogenblik van het grootste gevaar werd
ik gered. Op welke wijze, is mij een raadsel mijn
redder moet mij, terwijl ik in onmacht nederlag,
in gindsche kamer hebben gedragen. Toen ik ont
waakte stond een jonge man naast mij, die zich,
zoodra hij bemerkte, dat ik weder tot bewustzijn
kwam, verwijderde. Wie hij was, heb ik niet ver
nomen, 't was mij zelfs, wanneer ik naar zijn naam
had willen vragen en mijn dank betuigen, zoo was
't mij in de eerste oogenblikken, dat ik uit mijn
bewusteloosheid ontwaakte, onmogelijk geweest,
daar ik geen lid kon verroeren en geen woord kon
spreken."
Het sprookje, dat zij meende doorleefd te heb
ben, dien zoeten droom, van den haar gegeven en
beantwoordde kus, de woorden, door den schoonen
prins gesproken, dat hij haar het bouquetje viooltjes
had ontnomen en dat zij den verbranden hand
schoen had gevonden en opgeraapt, ja, dat alles
verzweeg zij.
„Wij zullen ons alle moeite geven den redder op
te sporen om hem naar zijn stand voor zijn edele
daad te kunnen beloonen," zeide'de Graaf.
(Wordt vervolgd).