i OnsGourantenverhaal IliCEZOWDEW Ons Weekpraatje Er zijn van die onderwerpen, waarover men als publiek voorlichter, gaarne eens zou schrij ven, maar welke toch moeilijk een behandeling in de krant toelaten, omdat deze nu eenmaal een familieblad is, dat geacht wordt voor alle huis genoot en even geschikt ter lezing te zijn. Daar het zoo jammer is, dat uit genoemde over weging veel ongeschreven moet blijven, wat toch van groot nut voor den lezerkring kan wezen, wagen we het er eens een keer op om zulk moei Aan de mijnen in Limburg is wederom op groote schaal ontslag gegeven aan personeel. Zoolang uit het buitenland nog zoovele en goedkoope kolen wor den ingevoerd, zal de toestand er in Zuid-Limburg niet beter op worden. In de Overijselsche venen legden eenige duizen den arbeiders zonder nader overleg met hun organi saties het werk neer; een z.g. w ilde staking dus. 'De besturen hadden een voorstel van den Rijksbe middelaar aanvaard, waarin* was gegarandeerd, dat de loonsverlaging de 10 pet. niet zou overschrij den, maar de arbeiders waren zóó ontstemd, dat ze de leiders niet langer w ilden volgen. In Castri- cum legde een 50-tal tewerkgestelden den arbeid neer. Het boter-menggebod, dat zulks in tegenspraak met een bericht in de Msb. wel degelijk in het voornemen der regeering heet te liggen, ondervindt lijk onderwerp in deze rubriek op discrete wijze ^Vwacht te behandelen. waar men den goeden naam van onze boter in het Op Zaterdag en Zondag jl. heeft in Amsterdam buitenland door het „voorgestelde geknoei" bedreigd een 41-jarig man twee zijner medemenschen door acht. Ons dunkt, dat men het ontwerp nu maar messteken zwaar gewond. Het geschiedde in de j ^product ifo^dlnKet bTstaan van een entourage van zekere inrichtingen van mannelijk j melange door den wetgever en het Rijkstoezicht vol- nnt welke men hier en daar langs den weg pleegt aan te treffen. De intimiteit dezer lokaaltjes verleidt sommige personen, die zich „anders dan anderen" heeten, van intimiteiten tot abnorma liteiten. De dader van de aanslagen was door het immoreele gedoe op die plaatsen blijkbaar ook verstandelijk overstag gegaan en had zich voor genomen om inu verder iedereen, die hem met ongewenschte voorstellen of gesprekken zou las tig vallen, overhoop te steken In Amsterdam, als groote stad, is het aantal van de hierboven bedoelde abnormalen zeer groot. Wie daaromtrent juiste inlichtingen krijgt sta%' versteld. Vele inrichtingen langs de straat staari er bekend als haaiden niet alleen van het geschet ste kwaad, maar ook als haarden van moreelc in fectie. Jongens en mannen, die het onnatuurlijke niet kenden, of het verre van zich wisten, hebben daar dingen gehoord^ en ondervonden, waarvan ze het bestaan niet vermoedden, en bewogen door nieuwsgierigheid of ontwaakte lust, zijn ze al gauw zelf van kwaad tot' erger gekomen. Van daar dat op plaatsen met een dichte bevolking het aantal dergenen, die zich anders meenen dan anderen, ook zooveel grooter is. Dë infectieóa- eil vindt er ruimere gelegenheid tot woekering O.i. kan over zulke feiten in een) krant niet altijd [woorden gezwegen, want al is de plaats, waai dit blad verschijnt, geen Amsterdam, de sexueel abnormalen vindt men overal en het is plicht om onze gezbnde jongens tegen ze te beschermen door ze te waarschuwen, voor ze een ondervinding opdoen, welke hun nieuwsgie righeid prikkelt, terwijl een dan ontwakend schaamtegevoel ze weerhoudt om er met hun ouders of andere opvoeders over te spreken. In mindere of meerdere mate doet het kwaad zich allerwege gelden en tenslotte moet men be denken, dat de moderne tijd onze jongens* voor nut of ontspanning al spoedig naar de grootere eteden leidt Allereerst kan de overheid helpen om het ge vaar zoo gering mogelijk te houden en wel door de wijze van inrichten der openbare toiletten In Amsterdam zijn het in het bijzonder de in richtingen, waar plaats is voor meerdere perso nen tegelijk, waar zekere personen druk ver keeren. Het is ons bekend, hoe daar soms door de politie bepaalde groepeeringen met de gum mistak uiteen zijn geranseld. Grootscheepsche Amsterdamsche „inrichtingen" als die aan het Kolkje bv., hebben een treurige vermaardheid. De les? De overheid prefereere, indien open bare. toiletten noodzakelijk mochten worden ge acht, gelegenheden, waarin zich slechts éen per soon tegelijk kan ophouden, ingericht met vol doende onder-doorzicht om ongewenschte samen voegingen van buiten-af te kunnen opmerken. Voor goede verlichting in den avond worde zorg gedragen. Ook ouders en onderwijzers kunnen veel doen Allereerst waarschuwen. Zonder ze bepaald wij zer te maken dan ze zijn of noodig wordt ge acht, kan men de jongens voorbereiden op. praat jes of manipulaties, welke in openbare toiletten verwacht kunnen, maar geschuwd moeten wor den. Een jongen, die van niets weet,t blijft uit beduusdheid. Een gewaarschuwde knaap echter zet het uit angst op een loopen. Buiten dat alles kan men zeer veel bereiken met den jongens orde te leeren ter zake van het voldoen van menschelijke behoeften. Veelal heb ben jongens en mannen het slordige aanwedsel om zich behoeften te suggereeren op het moment dat ze er toevallig aan denken of ze wachten tel kens de dringende noodzaak af. Ze moeten ook in het bedoelde opzicht manieren leeren. Er kun nen altijd wel eens invloeden zijn, welke een onregelmatigheid opwekken, maar wie zich tijd stippen stelt, zal ervaren, hoe makkelijk een regel kan worden aangewend. Een schooljongen behoort zijn lichaam in conditie te brengen, voor hij naar school gaat, vervolgens als hij vandaar weer thuis is teruggekeerd enz. Dan behoeft hij onder schooltijd den goeden gang vafi zaken niet te storen én hij behoeft op straat geen in richtingen te bezoeken, welke gewoonlijk vies en vuil zijn en waar hem soms moreele geva ren bedreigen. Voor mannen geldt hetzelfde. Het kan door een bijzondere lichamelijke gesteld heid een ieder gebeuren, dat hij eens gebruik moet maken van een openbaar toilet, maar in het al gemeen zal men in zulke inrichting maar weinig geciviliseerde burgers ontmoeten, menschen, die prijs stellen 'óp beschaving, dus ook op orde en gelmaat. Binnenlandsch Overzicht doende beveiligd kunnen worden en we zien niet in waarom dat bij het verschijnen van een 50 pct.- melange niet meer het geval zou zijn. Men propa geert in zekere boerenkringen het opslaan der over productie in koelhuizen, voor Rijksrekening natuur lijk. Men zij daar voorzichtig mee. Een overproduc tie, welke van jaar tot jaar wordt opgepot, moge een tijdelijke uitkomst brengen, maar ze maakt de uiteindelijke debacle des te zekerder. We hebben dat beleefd met den katoen in Egypte, de tarme in Amerika, de koffie in Brazilië, desuike in Cuba enz. Alleen door een snellere consumptie dus o.a. door een menggebod zijn de gevolgen van over productie tegen te gaan. Het georganiseerde overleg in de groote steden tusschen de gemeentebesturen en de vakorganisaties der arbeiders en ambtenaren getuigt van een vrij ideale verhouding. De schepping is heel goed, om dat het „audi et alteram partem", het hoor en wederhoor verzekerd is, maar bij tegenstelling van belanagen zijn de prctische resultaten toch vaak onbevredigend. De organisaties hebben in meerder heid de kortingsvoorstellen van de gemeentebestu ren in Amsterdam en Den Haag afgewezen. Desniet tegenstaande zijn deze laatste toch met hun voor stellen tot voor den raad getreden, omdat ze door de Rijksmaatregelen wel worden gedwongen. Al de genoemde feiten tesamen geven geen opge wekt beeld van den economischen toestand. Slechts de Maastrichtenaren gaven van de week nog blijk van moed en vertrouwen. Die opgewekte Limburgers weten altijd de zon aan den hemel te vinden. Met prettige uitgelatenheid hebben ze de opening van hun nieuwe brug op Maandag j.l. gevierd. Aan de afbeeeldingen te zien is het een monumentaal stuk werk, waarop over 5 eeuwen het nageslacht wel licht met evenveel trots neerziet, als wij het doen op het werk, dat eenzelfden tijd geleden door onze voorouders met de nu oude Maasbrug werd ge wrocht. Nemen we de rest van het wekelijksch nieuws verder slechts vluchtig onder de loupe. Allereerst een nieuwtje uit de hoofdstad. Omdat er minder vreemdelingen worden verwacht, gaat men er van dezen zomer allerlei feestelijkheidjes organiseeren om landgenooten te trekken. Men is o.m. bezig aan de uitwerking eener gedachte van den teekenaar Van Vlijmen, dieeen berg bij Amsterdam heeft geprojecteerd, een berg, die door werkloozen in productieve werkverschaffing moet worden opge worpen. Er komt een restaurant bij en de vreem deling zal er de hoofdstad des lands vanuit de hoogte kunnen bezien. Er zijn wel muizen, die ber gen baarden. Waarom zou Amsterdam, dat zoo vol muizenissen zit, het niet kunnen? In een Friesch dorpje, Driesum in de Dokkumer wouden, heeft het vervoer van een geesteszieke tot een dorpsherrie aanleiding gegeven. Het slachtoffer werd door drie politiemannen in uniform, als ware hij een misdadiger, gehaald. Een boer verleende zijn hulp door den ongelukkige met touwen te bewer ken! Het klinkt, als uit de binnenlanden van Suma tra. Het vervoer van geesteszieken wordt nog al eens te veel als een lastig corvée beschouwd, waarbij opschieten de boodschap is. Eveneens deze week stoof nabij Soesterberg een auto, waarin een krank zinnige werd vervoerd door gestichtschauffeur! met een vaart van 90—100 K.M. over den Rijks straatweg. Een motorrijder werd aangereden, ge schept en tientallen meters meegesleurd. De man werd levensgevaarlijk verwond opgenomen. De ver voerde geesteszieke zal na zoo'n avontuur ook zijn laatste greintje verstand wel hebben ingeboet. Onlangs, bij een bezoek aan Amsterdam, reed' de tram, waarin we zaten, een heel eind gelijk op met een auto, waarin de trampassagiers tot in bijzon derheden door de open ruiten heen een wanhopige worsteling konden volgen van een vrouwelijke krankzinnige met twee verplegers. Het wordt waarlijk tijd, dat we ook in ons land het verschil gaan inzien tusschen een geestesziek mensch en een wild beest. Een beetje meer égards voor den eerste, zij aanbevolen. Natuurlijk bleven we ook van de week niet van ergerlijke misdaden in ons land verschoond. In Rotterdam stak een man zijn echtgenoote, die een overigens maar weinnig prijzenswaardig leven leidde, dood. Een man in Amsterdam attaqueerde met een mes andere mannen, die hem lastig vielen in of nabij openbare toiletten. De dader is niet nor maal gebleken, op het politiebureau zag hij kans om ook zich zelf nog te steken; hij maakte twee slachtoffers, die ernstig werden verwond. In Sus- teren overvielen gemaskerde bandieten twee oude vrouwtjes van resp. 70 en 76 jaar, die ze nog mis handelden bovendien.De lafaards. In de buurt van Almelo werd een 20-jarig meisje op klaarlichten dag op den openbaren weg aangerand en bijna doode- lijk met een mes bewerkt. De aanrander kon geluk kig worden gearresteerd. Hij begon zijn verdediging al vast met zelf te verklaren, dat hij niet normaal was. Met de openbare veiligheid raakt het wel erg droef gesteld. Die veiligheid is nieuw geweld aangedaan door een vliegenier uit Soesterberg, die een noodlanding moest maken en daarvoor geen beter terrein wist of kon vinden, dan een stadsplein in Amersfoort! Gelukkig liepen er net weinig menschen, zoodat het incident niet tragisch eindigde. Herinneren we als slot nog even aan het voet- balfeest van Zondag j.l. in Amsterdam, waarbij 40.000 menschen hun guldens offerden om de Belsen met 2—1 te zien verslaan, het gevaar voor een long ontsteking in de snerpende koude trotseerend». hebben, dat staat vast omdat de beursbezoeker zich ontpopt als „socialisten vreter", hoewel alweer dit er geheel buiten blijft. In mijn ingezonden stond niets anders dan de juiste feiten, en werd door mij zonder aanzien des persoons, als afkeuring bedoeld en door hen die goed gelezen hebben Ook^begrepen Dat „de beurs" niet aan politiek doet, dat weet u wel beter, omdat er nogal eens over politiek ge sproken wordt daar, bijna had er iemand op „de beurslijst," gestaan als candidaat voor den gemeen teraad. Ook gebeurt het wel eens dat er Raadsleden hun ooren te luisteren leggen op de Beurs, en dan kan men later uit het raadsverslag het weer best proe ven, wat de beurs er van gezegd heeft. Laatst kwam er iemand die zeide dat het beter was dat het in „de veert" gegooid moest worden, (het geld be doelde hij) en toen ging die iemand met het hoofd tusschen de beenen naar huis, (dat was ook niet tegen mij). Niet aan politiek doen? als zij het over den Raad hebben, dan zeggen zij: „Maarten is te zuinig, Jan is te duur, Henderik is te rechts, Kees, zegt niks heelemaal niks, Tjaad, is niet lastig, Willem slaat te veel met de vuist op tafel en Klaas, wel die zeurt te veel." Dus niemand of er is wel wat op aan te merken. De belastingbetaler II die denkt zeker dat ik dronken geweest ben, dat ik„ de Poolsche Landdag' schreef, door te schrijven of ik wel wist wat ik schreef, en of ik de geheele toedracht weet van het geval, nu daar behoeft hij in het geheel niet bang voor te wezen, dat is dik inorde. Ook scheen het hem toe, dat ik het voor de één of ander heb opgenomen, wel beste vriend, lees het nog eens over, en dan nog eens, en als u er dan in leest, dat er voor iemand is opgekomen, gaat dan heen en haal uw schoolgeld terug. Met klem kom ik daar tegen op, en ik kan mijn misnoegen over dit voorvel niet verbergen, het is treurig dat het zoo ver isgekomen, men zou niet zeggen, dat een Paardje in het groene gras een wapen van St. Pancras is, men zou eerder meenen als men zulke gevallen in de Raadszaal uithaalt, dat het een dier is met een dikke huid en lange ooren, die i-aa, i-aa roept als hij honger heeft, zoo denk ik er over en niet anders. Hoe het mogelijk is dat er zooveel verschillende leden v. d. Raad met tegenstrijdige partijen samen gaan, dat is mij ook een raadsel, daar geef ik u volkomen gelijk in. Maar dat u Maarten beticht van geldsmijterij, nu waarde vriend, dat is gevaarlijk, het zou bijna een strafrechtelijke beleediging we zen, nee dat weet u wel beter, dat is niet waar, ik kon mijn öogen bijna niet gelooven dat ik het las en dacht: „nou breekt mijn klomp.' Nee dan zijn er wel andere heeren die weten hoe het op moet, daar behoeft u niet mee bij de men schen aan te komen, dat zijn maar smoesjes, daar liet u zich leelijk zien waarde heer. Wat dat rondvliegen betreft van die „duif" met lek, kan me niet scheelen, laatst had Lek nog twee duiven, er is er één weggevlogen naar een ander „kamp", die vliegt wel meer heen en weer, hij is zoomaar komen aanvliegen ook. Het beste is, mijn meening, om hier nu mee te eindigen, ik dank de heeren voor hun commentaar en kom er niet meer op terug, we zullen nu kalm de volgende Raad afwachten, en hopen dat dan de verstandhouding is verbeterd, in het belang van de gemeente. U mijnheer de Redacteur mijn welgemeenden dank. DEZELFDE Sproeten voorjaar, koop tijdig een pot Sprutol komen vroeg in het Bij alle Drogisten. De economische toestand. De hoofd stad baart een berg. Het vervoer van geesteszieken. Misdaden. Een voet- balfuif. Het werkloozenperfcentage, hoewel veel hooger dan terzelfder tijd in het vorige jaar, blijft sedert het begin van 1932 op regelmatige en vrij bevredi gende wijze terugkropen,waaraan natuurlijk het gunstige seizoen, dat we tegemoet gaan, niet vreemd is. Overigens werkt het weer op het oogenblik weeinig mee om den handel te verlevendigen. Het is een guur voorjaar, vele werkzaamheden worden uitgesteld en tal van inkomsten worden gederfd, welke anders uit een fleurigenvóór -zomer ont spruiten. Andere jaren werd om dezen tijd in de bollenstreek b.v. nog aardig wat verdiend, maar nu willen demo ole bollendagen maar niet komen; de kleurige pracht verschrompelt vóór de massa er van heeft kunnen genieten. (Buiten verantwoording der Redactie). TWEE VLIEGEN IN EEN KLAP. Mijnheer de Redacteur. Geeft mij nog eens een plaatsje in uw blad bij voor baat dank. In uw blad van Dinsdag 19 dezer komen een paar stukjes voor die gericht zijn aan belasting betaler. Daarom zal ik met de beursbezoeker beginnen deze wil nu ook eens politiek zijn, nu dat blijkt, hij verwart het één met het andere, wat .heeft het „Volksblad" te maken met een ingezonden stuk in een ander blad, niets. De beursbezoeker zal dan ook zeker het „Volksblad" niet lezen of gelezen JOHN DUTOER, IN OCAINE. Door CHARLEY AMER. Ik zou er wat voor voelen om Inspecteur Holm te spreken, zei het kleine mannetje. Verbaasd en ook wel een beetje wantrouwend keek de dienstdoende agent hem aan. Het zal niet gemakkelijk gaan, merkte hij op. Ik vergiste mij, ik zou toch nog liever hebben, dat u mij bij den Hoofdinspecteur bracht. De agent scheen op het punt te staan een zeer uitvoerig, afwijzend antwoord onder woorden te brengen, maar hij kreeg er den tijd niet toe. Zegt u maar, dat er iemand is, die over John Dutour wil spreken. Een minuut later stond het mannetje tegenóver hoofdinspecteur Winter. De poolitieman trok zijn wenkbrauwen op, toen hij zijn bezoeker zag binnentreden. Hij legde zijn met een langzaam gebaar op den rand van zijn aschbakje en fronste nadenkend zijn voorhoofd. Als ik mij niet vergis bent U Inderdaad, zei Plums, mijn naam is Plums, en ik wilde even spreken over dien aardigen meneer Dutour, ons beider vriend, als ik mij niet vergis. Ik hoop niet, dat ik een al te teere snaar aan roer, maar het moet U spijten, dat U dien man nog altijd niet in een van uw snelle politie auto's hebt mogen vervoeren. Zelfs zou het mij niet ver bazen, wanneer U mij vertelde, dat U den goeden man nog nooit had gezien. Wat is het doel van uw bezoek? vroeg de ander tamelijk bruusk. Plums liet zich door den barschen toon volstrekt niet van zijn stuk brengen. Ik kwam U alleen even een kleine mededee- ling doen, verklaarde hij vriendelijk. Dutour is de man, dien u hebben moet. Wij kunnen veilig staat, die er den nlddcmfwypvbgkqjxzeao. .ao. aannemen, dat hij achter alle cocaine-zaakjes staat die er den laatsten tijd plaats hebben. Inspecteur Holm heeft zijn best gedaan, maar het valt hem blijkbaar niet mee. Ik zal U vertellen hoe dat komt. De inspecteur is aan de verkeerde zijde begonnen. Hij is er tot twee keer toe in geslaagd te ontdekken van welk schip die verdoovende rom mel gehaald werd. Dat was een niet onaardig be gin. Maar het heeft helaas niet veel gegeven. De eerste maal heeft men de mannen gevolgd in de hoop zoo achter de verblijfplaats van Dutour te komen. Dat was niet bepaald een succes. Als ik mij niet vergis, hebben die heeren de achtervolgende rechercheurs bij die gelegenheid twee uur lang voor een café later wachten, waar ze zelf maar een minuut zijn geweest. De tweede maal deed men het anders. Toen is de man, die de cocaine van de boot haalde, dadelijk ingerekend. Maar bij zijn verhoor heeft hij volgehouden nooit van Dutour te hebben gehoord. Plums zweeg en de politieman knikte. Wat wilde U mij nu komen vertellen; alleen dat wij een verkeerde manier hebben toegepast om dien man te snappen? —Wel, zei de kleine speurder, dat niet alleen. Het zal u echter interesseeren; dat ik hedenavond dien voortreffelijken misdadiger ga arresteeren. Daarvoor kom ik uw hulp inroepen. Ik heb daar voor twee van uw mannetjes noodig. Zou ik daarop mogen rekenen? Ik herinner me, dat u eens die wierdahistorie tot klaarheid heeft gebracht, zei de ander naden kend. Ik geloof, dat ik u uw zin zal geven Dank u zeer, mompelde Plums beleefd. Welk schip moeten zij in de gaten houden? Geen enkel, net zoo min als ik. Het is alleen noodig, dat ze er niet al te snugger uitzien en dat ze niet afkeerig zijn van een goed glas bier. Hij nam geestdriftig afscheid. Als er menschen bij zijn, die een beetje dam men of schaken kunnen, genieten die de voorkeur, zei hij zich omdraaiend bij de deur. Het was als gewoonlijk den geheelen avond druk geweest in „De Gouden Tor." De rook, die er hing was, zooals men dat noemt, om te snijden De tafeltjes stonden dicht op elkaar, ze zagen er verre van zindelijk uit, onontbeerlijk als de ver fomfaaide stamgasten. In een hoek bij het buffet stonden twee tafeltjes wat afgescheiden van de overige. Aan elk zaten twee mannen. Het eene twee tal was in diepzinnige aandacht gebogen over een dominospel. Aan het andere tafeltje voerde men een ernstig gesprek. 'Er zitten veel goede zijden aan dit leven constateerde de kleinste van de twee. Hebt u wei eens gebakken ppaling gegeten bij dien goeden Peter van der Veer, niet? Dan moet U dat bepaald doen vooor het te laat is. Ik hoop er nog eens toe in de gelegenheid te zijn, antwoordde de ander, maar mijn tijd is meestal zeer bezet. Het lijkt me een zeer in teressant beroep, kaas handelaar, zei de kleine man vriendelijk. Helaas zal ik het nooit kunnen worden. Als kind ben ik eens zeer onpasselijk van kaas geweest. Grappig eigen lijk, zooals dergelijke kleine dingen invloed uitoefe nen op ons latere leven. Inderdaad, als ik u vragen mag, wat is uw beroep eigenlijk? Ik ben reiziger in wollen ondergoederen, ver klaarde hij mistroostig. Als ik u goeden raad mag geven, begin daar nooit mee. Zoowaar als ik Cliff Cowes heet, het is de ongelukkigste beroepskeuze die een mensch kan doen. Wel, meneer Cowes, grijnsde de ander, ik meen, dat wij elkaar dan de hand kunnen geven, er is van de kaas ook niet veel meer te halen. Laat dat u gezegd zijn door een ouden rot als ik, Will Spencer, ben. Soms, zei de kleine meneer Cowes, en hij liet zijn stem dalen, soms zou ik.... Hij zweeg en zag zijn tafelgezel aan. Het scheen of hij er over na dacht of hij er wel goed aan deed te zeggen, wat hij zeggen wilde. Maar tenslotte kon hij het toch niet voor zich houden. Het klinkt raar, zei hij, maar soms verbaas ik mij er over, dat ik geen misdadiger ben gewor den. Will Spencer keek hem met een spottenden glim lach aan. Geloof je, dat je dan meer succes zou hebben gehad? Me dunkt, je ziet er niet naar uit. Dat zegt zoo weinig, vond denkleine meneer Cowes, er moeten op de wereld dieven en moorde naars rondkropen aan wie je je laatsten stuiver ge ven zou. Wat zou U overigens denken van een spelletje schaak. Even later zaten beide mannen diep over het schaakbord gebogen De groote hangklok boven het buffet had de meeste bezoekers al tot naar huis gaan aange spoord. De mannen achter het schaakbord schenen echter alleen maar aandacht voor het spel te heb ben. Slechts eenmaal werden zij afgeleid door een persoon, die haastig het café binnenkwam en een tasch bij Spencer neerzette. De Kaashandelaar scheen deze gebeurtenis ternauwernood bemerkt te hebben. Hij bromde wat tegen den bezoeker, bood hem zonder een woord te zeggen een sigaret aan en grijnsde. Dat was geen handige zet, meneer Cowes, merkt hij op. Zooals U ziet kan ik nu dien toren nemen en ik zal dat voor alle zekerheid maar doen. Hij wierp met een voldaan gebaar den toren van het bord. Ik geloof, dat ik ga verliezen, zuchtte de kleine meneer Cowes. gelooft het, maar ik weet het zeker vertelde Spencer hem vriendelijk. Hij schoof zijn looper vooruit. Ik zeg schaak en ik zou zoo zeggen, dat er erg weinig meer aan te doen is.. U hebt gelijk, mompelde zijn kleine tegenstan der verdrietig. Enfin, dit spelletje wint U, een volgende maal hoop ik eens te winnen. Er worden van mij allemachtig weinig spel letjes gewonnen, verzekerde de kaashandelaar. Hij keek trotsch om zich heen. Het scheen, dat de overwinning hem zeer goed had gedaan. Er was bijna niemand meer in het café. Behalve zij zelf zaten er alleen nog maar de eeuwige domino-spe lers en een paar matrozen. De kaashandelaar kuchte eens. Toen zei hij met een scherpe, maar toch zachte stem: Waarde meneer Cowes, ik zie je vanavond voor het eerst en waarschijnlijk ook voor het laatst. Je lijkt me een eenvoudig burgermannetje toe en in jouw leventje zal wel nooit iets bijzonders gebeurd zijn. Wel, ik zal er voor zorgen, dat je eenmaal in je leven een avontuur meemaakt, waarover je zeer lang kunt opscheppen. De kleine reiziger schoof zenuwachtig heen en weer op zijn stoel. De ander boog zich naar hem over. Je moet me één plezier doen en niet flauw val len, merkte hij op, maar je hebt hier den hee- len avond aan één tafeltje gezeten met John. Du tour, het hoofd der cocaine-bende. UhahaU.bent een grappenmaker, stotterde Cowes. ZegtUdat nog eens? Meneer Spencer-Dutour herhaalde zijn woorden. Toen vervolgde hij Ik beloofde je een avontuur. Let op, er is een half uur geleden een tasch gebracht. Ze bevat 5 kg. cocaine. We gaan nu afrekenen en naar huis en dan voel ik er wat voor, dat u die tasch onder uw arm neemt. Ja, ja, zeker, zei Cowes bedeesd, als u er op aat. Er werd afgerekend en ze stonden op het punt te vertrekken. Maar de kleine reiziger scheen nog iets op het hart te hebben. Mag ik nog even wat vragen? De groote Dutour maakte een toegeeflijk gebaar. Het is nou, dat ik een eenvoudig mannetje ben, zei Cowes, ik zou hier niet graag herrie maken. Maar is u niet wat onvoorzichtig geweest, door zoo maar aan een wildvreemde te vertellen, dat U Dutour, de geweldige is. De bandiet bromde wat. En verder, zei Cowes, niet dat ik u niet ge loof, maar het kan best allemaal opschepperij we zen. Ik moet maar gelooven, dat U Dutour bent en dat er werkelijk cocaine in die tasch zit. Even later werd hem de geopende tasch onder den neus geduwd en zag hij de „sneeuw" vlijk bij zich. Toch onvoorzichtig Wat onvoorzichtig? Wel, zei meneer Cowes. U hebt daarnet din gen verklaard, die de politie een kapitaal waard waren als U ze herhaalde. Stel eens, dat ik van de politie ben." 'Hij liet zijn stem dalen. Stel eens, zei hij opgewekt, dat ik die gezel lige detective Plums ben, die den laatsten tijd zulke aardige successen boekt. Wat zou u dan doen?" Dutour keek het kleine mannetje tegenover zich aan. Zijn breede mond trilde. Toen bulderde zijn lach door het zaaltje. Ha, hahij werd vuurrood van het lachen en hield de handen voor zijn buik geklemd. Als jij werkelijk die Plums was, verzekerde hij met een poging om ernstig te kijken, dan zou ik zeggen, meneer Plums, hier zijn m'n -handen, kom op met de handboeien. Het waren geweldige handen, die hij den wol handelaar voorhield. De kleine meneer Cowes sprong. Hij maakte een, twee, drie bliksemsnelle bewegingen. 2°°'n kans mag ik niet laten loopen, zei Plums terwijl hij de boeien over Dutour's handen schoof. Vervl...., brulde de cocaine-handelaar. De beide domino-spelers hadden plotseling alle belangstelling voor hun spel verloren. Ze hielden elk een dof zwart voorwerp in de rechterhand. Do- mlno-steenen waren het niet. Ze moesten maar opstappen, zei Plums, er is iets voor te zeggen om van de achterdeur gebruik te maken. Hij bukte zich. Ik zal die tasch wel dragen, deelde hij mee.

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Nieuwe Langedijker Courant | 1932 | | pagina 4