i
OnsGourantenverhaal
IliCEZOWDEW
Ons Weekpraatje
Er zijn van die onderwerpen, waarover men
als publiek voorlichter, gaarne eens zou schrij
ven, maar welke toch moeilijk een behandeling in
de krant toelaten, omdat deze nu eenmaal een
familieblad is, dat geacht wordt voor alle huis
genoot en even geschikt ter lezing te zijn.
Daar het zoo jammer is, dat uit genoemde over
weging veel ongeschreven moet blijven, wat toch
van groot nut voor den lezerkring kan wezen,
wagen we het er eens een keer op om zulk moei
Aan de mijnen in Limburg is wederom op groote
schaal ontslag gegeven aan personeel. Zoolang uit
het buitenland nog zoovele en goedkoope kolen wor
den ingevoerd, zal de toestand er in Zuid-Limburg
niet beter op worden.
In de Overijselsche venen legden eenige duizen
den arbeiders zonder nader overleg met hun organi
saties het werk neer; een z.g. w ilde staking dus.
'De besturen hadden een voorstel van den Rijksbe
middelaar aanvaard, waarin* was gegarandeerd, dat
de loonsverlaging de 10 pet. niet zou overschrij
den, maar de arbeiders waren zóó ontstemd, dat ze
de leiders niet langer w ilden volgen. In Castri-
cum legde een 50-tal tewerkgestelden den arbeid
neer.
Het boter-menggebod, dat zulks in tegenspraak
met een bericht in de Msb. wel degelijk in het
voornemen der regeering heet te liggen, ondervindt
lijk onderwerp in deze rubriek op discrete wijze ^Vwacht
te behandelen. waar men den goeden naam van onze boter in het
Op Zaterdag en Zondag jl. heeft in Amsterdam buitenland door het „voorgestelde geknoei" bedreigd
een 41-jarig man twee zijner medemenschen door acht. Ons dunkt, dat men het ontwerp nu maar
messteken zwaar gewond. Het geschiedde in de j ^product ifo^dlnKet bTstaan van een
entourage van zekere inrichtingen van mannelijk j melange door den wetgever en het Rijkstoezicht vol-
nnt welke men hier en daar langs den weg pleegt
aan te treffen. De intimiteit dezer lokaaltjes
verleidt sommige personen, die zich „anders dan
anderen" heeten, van intimiteiten tot abnorma
liteiten. De dader van de aanslagen was door het
immoreele gedoe op die plaatsen blijkbaar ook
verstandelijk overstag gegaan en had zich voor
genomen om inu verder iedereen, die hem met
ongewenschte voorstellen of gesprekken zou las
tig vallen, overhoop te steken
In Amsterdam, als groote stad, is het aantal
van de hierboven bedoelde abnormalen zeer groot.
Wie daaromtrent juiste inlichtingen krijgt sta%'
versteld. Vele inrichtingen langs de straat staari
er bekend als haaiden niet alleen van het geschet
ste kwaad, maar ook als haarden van moreelc in
fectie. Jongens en mannen, die het onnatuurlijke
niet kenden, of het verre van zich wisten, hebben
daar dingen gehoord^ en ondervonden, waarvan
ze het bestaan niet vermoedden, en bewogen door
nieuwsgierigheid of ontwaakte lust, zijn ze al
gauw zelf van kwaad tot' erger gekomen. Van
daar dat op plaatsen met een dichte bevolking
het aantal dergenen, die zich anders meenen dan
anderen, ook zooveel grooter is. Dë infectieóa-
eil vindt er ruimere gelegenheid tot woekering
O.i. kan over zulke feiten in een) krant niet
altijd [woorden gezwegen, want al is de plaats,
waai dit blad verschijnt, geen Amsterdam, de
sexueel abnormalen vindt men overal en het is
plicht om onze gezbnde jongens tegen ze te
beschermen door ze te waarschuwen, voor ze
een ondervinding opdoen, welke hun nieuwsgie
righeid prikkelt, terwijl een dan ontwakend
schaamtegevoel ze weerhoudt om er met hun
ouders of andere opvoeders over te spreken.
In mindere of meerdere mate doet het kwaad
zich allerwege gelden en tenslotte moet men be
denken, dat de moderne tijd onze jongens* voor
nut of ontspanning al spoedig naar de grootere
eteden leidt
Allereerst kan de overheid helpen om het ge
vaar zoo gering mogelijk te houden en wel door
de wijze van inrichten der openbare toiletten
In Amsterdam zijn het in het bijzonder de in
richtingen, waar plaats is voor meerdere perso
nen tegelijk, waar zekere personen druk ver
keeren. Het is ons bekend, hoe daar soms door
de politie bepaalde groepeeringen met de gum
mistak uiteen zijn geranseld. Grootscheepsche
Amsterdamsche „inrichtingen" als die aan het
Kolkje bv., hebben een treurige vermaardheid.
De les? De overheid prefereere, indien open
bare. toiletten noodzakelijk mochten worden ge
acht, gelegenheden, waarin zich slechts éen per
soon tegelijk kan ophouden, ingericht met vol
doende onder-doorzicht om ongewenschte samen
voegingen van buiten-af te kunnen opmerken.
Voor goede verlichting in den avond worde zorg
gedragen.
Ook ouders en onderwijzers kunnen veel doen
Allereerst waarschuwen. Zonder ze bepaald wij
zer te maken dan ze zijn of noodig wordt ge
acht, kan men de jongens voorbereiden op. praat
jes of manipulaties, welke in openbare toiletten
verwacht kunnen, maar geschuwd moeten wor
den. Een jongen, die van niets weet,t blijft uit
beduusdheid. Een gewaarschuwde knaap echter
zet het uit angst op een loopen.
Buiten dat alles kan men zeer veel bereiken
met den jongens orde te leeren ter zake van het
voldoen van menschelijke behoeften. Veelal heb
ben jongens en mannen het slordige aanwedsel
om zich behoeften te suggereeren op het moment
dat ze er toevallig aan denken of ze wachten tel
kens de dringende noodzaak af. Ze moeten ook in
het bedoelde opzicht manieren leeren. Er kun
nen altijd wel eens invloeden zijn, welke een
onregelmatigheid opwekken, maar wie zich tijd
stippen stelt, zal ervaren, hoe makkelijk een
regel kan worden aangewend. Een schooljongen
behoort zijn lichaam in conditie te brengen, voor
hij naar school gaat, vervolgens als hij vandaar
weer thuis is teruggekeerd enz. Dan behoeft
hij onder schooltijd den goeden gang vafi zaken
niet te storen én hij behoeft op straat geen in
richtingen te bezoeken, welke gewoonlijk vies
en vuil zijn en waar hem soms moreele geva
ren bedreigen. Voor mannen geldt hetzelfde.
Het kan door een bijzondere lichamelijke gesteld
heid een ieder gebeuren, dat hij eens gebruik moet
maken van een openbaar toilet, maar in het al
gemeen zal men in zulke inrichting maar weinig
geciviliseerde burgers ontmoeten, menschen, die
prijs stellen 'óp beschaving, dus ook op orde en
gelmaat.
Binnenlandsch Overzicht
doende beveiligd kunnen worden en we zien niet in
waarom dat bij het verschijnen van een 50 pct.-
melange niet meer het geval zou zijn. Men propa
geert in zekere boerenkringen het opslaan der over
productie in koelhuizen, voor Rijksrekening natuur
lijk. Men zij daar voorzichtig mee. Een overproduc
tie, welke van jaar tot jaar wordt opgepot, moge
een tijdelijke uitkomst brengen, maar ze maakt de
uiteindelijke debacle des te zekerder. We hebben
dat beleefd met den katoen in Egypte, de tarme
in Amerika, de koffie in Brazilië, desuike in Cuba
enz. Alleen door een snellere consumptie dus o.a.
door een menggebod zijn de gevolgen van over
productie tegen te gaan.
Het georganiseerde overleg in de groote steden
tusschen de gemeentebesturen en de vakorganisaties
der arbeiders en ambtenaren getuigt van een vrij
ideale verhouding. De schepping is heel goed, om
dat het „audi et alteram partem", het hoor en
wederhoor verzekerd is, maar bij tegenstelling van
belanagen zijn de prctische resultaten toch vaak
onbevredigend. De organisaties hebben in meerder
heid de kortingsvoorstellen van de gemeentebestu
ren in Amsterdam en Den Haag afgewezen. Desniet
tegenstaande zijn deze laatste toch met hun voor
stellen tot voor den raad getreden, omdat ze door
de Rijksmaatregelen wel worden gedwongen.
Al de genoemde feiten tesamen geven geen opge
wekt beeld van den economischen toestand. Slechts
de Maastrichtenaren gaven van de week nog blijk
van moed en vertrouwen. Die opgewekte Limburgers
weten altijd de zon aan den hemel te vinden. Met
prettige uitgelatenheid hebben ze de opening van
hun nieuwe brug op Maandag j.l. gevierd. Aan de
afbeeeldingen te zien is het een monumentaal stuk
werk, waarop over 5 eeuwen het nageslacht wel
licht met evenveel trots neerziet, als wij het doen
op het werk, dat eenzelfden tijd geleden door onze
voorouders met de nu oude Maasbrug werd ge
wrocht.
Nemen we de rest van het wekelijksch nieuws
verder slechts vluchtig onder de loupe. Allereerst
een nieuwtje uit de hoofdstad. Omdat er minder
vreemdelingen worden verwacht, gaat men er van
dezen zomer allerlei feestelijkheidjes organiseeren
om landgenooten te trekken. Men is o.m. bezig aan
de uitwerking eener gedachte van den teekenaar
Van Vlijmen, dieeen berg bij Amsterdam heeft
geprojecteerd, een berg, die door werkloozen in
productieve werkverschaffing moet worden opge
worpen. Er komt een restaurant bij en de vreem
deling zal er de hoofdstad des lands vanuit de
hoogte kunnen bezien. Er zijn wel muizen, die ber
gen baarden. Waarom zou Amsterdam, dat zoo vol
muizenissen zit, het niet kunnen?
In een Friesch dorpje, Driesum in de Dokkumer
wouden, heeft het vervoer van een geesteszieke tot
een dorpsherrie aanleiding gegeven. Het slachtoffer
werd door drie politiemannen in uniform, als ware
hij een misdadiger, gehaald. Een boer verleende zijn
hulp door den ongelukkige met touwen te bewer
ken! Het klinkt, als uit de binnenlanden van Suma
tra. Het vervoer van geesteszieken wordt nog al eens
te veel als een lastig corvée beschouwd, waarbij
opschieten de boodschap is. Eveneens deze week
stoof nabij Soesterberg een auto, waarin een krank
zinnige werd vervoerd door gestichtschauffeur!
met een vaart van 90—100 K.M. over den Rijks
straatweg. Een motorrijder werd aangereden, ge
schept en tientallen meters meegesleurd. De man
werd levensgevaarlijk verwond opgenomen. De ver
voerde geesteszieke zal na zoo'n avontuur ook zijn
laatste greintje verstand wel hebben ingeboet.
Onlangs, bij een bezoek aan Amsterdam, reed' de
tram, waarin we zaten, een heel eind gelijk op met
een auto, waarin de trampassagiers tot in bijzon
derheden door de open ruiten heen een wanhopige
worsteling konden volgen van een vrouwelijke
krankzinnige met twee verplegers. Het wordt
waarlijk tijd, dat we ook in ons land het verschil
gaan inzien tusschen een geestesziek mensch en
een wild beest. Een beetje meer égards voor den
eerste, zij aanbevolen.
Natuurlijk bleven we ook van de week niet van
ergerlijke misdaden in ons land verschoond. In
Rotterdam stak een man zijn echtgenoote, die een
overigens maar weinnig prijzenswaardig leven
leidde, dood. Een man in Amsterdam attaqueerde
met een mes andere mannen, die hem lastig vielen
in of nabij openbare toiletten. De dader is niet nor
maal gebleken, op het politiebureau zag hij kans
om ook zich zelf nog te steken; hij maakte twee
slachtoffers, die ernstig werden verwond. In Sus-
teren overvielen gemaskerde bandieten twee oude
vrouwtjes van resp. 70 en 76 jaar, die ze nog mis
handelden bovendien.De lafaards. In de buurt van
Almelo werd een 20-jarig meisje op klaarlichten dag
op den openbaren weg aangerand en bijna doode-
lijk met een mes bewerkt. De aanrander kon geluk
kig worden gearresteerd. Hij begon zijn verdediging
al vast met zelf te verklaren, dat hij niet normaal
was. Met de openbare veiligheid raakt het wel erg
droef gesteld.
Die veiligheid is nieuw geweld aangedaan door
een vliegenier uit Soesterberg, die een noodlanding
moest maken en daarvoor geen beter terrein wist
of kon vinden, dan een stadsplein in Amersfoort!
Gelukkig liepen er net weinig menschen, zoodat het
incident niet tragisch eindigde.
Herinneren we als slot nog even aan het voet-
balfeest van Zondag j.l. in Amsterdam, waarbij
40.000 menschen hun guldens offerden om de Belsen
met 2—1 te zien verslaan, het gevaar voor een long
ontsteking in de snerpende koude trotseerend».
hebben, dat staat vast omdat de beursbezoeker zich
ontpopt als „socialisten vreter", hoewel alweer dit
er geheel buiten blijft. In mijn ingezonden stond
niets anders dan de juiste feiten, en werd door mij
zonder aanzien des persoons, als afkeuring bedoeld
en door hen die goed gelezen hebben Ook^begrepen
Dat „de beurs" niet aan politiek doet, dat weet u
wel beter, omdat er nogal eens over politiek ge
sproken wordt daar, bijna had er iemand op „de
beurslijst," gestaan als candidaat voor den gemeen
teraad.
Ook gebeurt het wel eens dat er Raadsleden hun
ooren te luisteren leggen op de Beurs, en dan kan
men later uit het raadsverslag het weer best proe
ven, wat de beurs er van gezegd heeft. Laatst kwam
er iemand die zeide dat het beter was dat het in
„de veert" gegooid moest worden, (het geld be
doelde hij) en toen ging die iemand met het hoofd
tusschen de beenen naar huis, (dat was ook niet
tegen mij).
Niet aan politiek doen? als zij het over den Raad
hebben, dan zeggen zij: „Maarten is te zuinig, Jan
is te duur, Henderik is te rechts, Kees, zegt niks
heelemaal niks, Tjaad, is niet lastig, Willem slaat
te veel met de vuist op tafel en Klaas, wel die zeurt
te veel." Dus niemand of er is wel wat op aan te
merken.
De belastingbetaler II die denkt zeker dat ik
dronken geweest ben, dat ik„ de Poolsche Landdag'
schreef, door te schrijven of ik wel wist wat ik
schreef, en of ik de geheele toedracht weet van het
geval, nu daar behoeft hij in het geheel niet bang
voor te wezen, dat is dik inorde.
Ook scheen het hem toe, dat ik het voor de één
of ander heb opgenomen, wel beste vriend, lees het
nog eens over, en dan nog eens, en als u er dan in
leest, dat er voor iemand is opgekomen, gaat dan
heen en haal uw schoolgeld terug.
Met klem kom ik daar tegen op, en ik kan mijn
misnoegen over dit voorvel niet verbergen, het is
treurig dat het zoo ver isgekomen, men zou niet
zeggen, dat een Paardje in het groene gras een
wapen van St. Pancras is, men zou eerder meenen
als men zulke gevallen in de Raadszaal uithaalt,
dat het een dier is met een dikke huid en lange
ooren, die i-aa, i-aa roept als hij honger heeft, zoo
denk ik er over en niet anders.
Hoe het mogelijk is dat er zooveel verschillende
leden v. d. Raad met tegenstrijdige partijen samen
gaan, dat is mij ook een raadsel, daar geef ik u
volkomen gelijk in. Maar dat u Maarten beticht van
geldsmijterij, nu waarde vriend, dat is gevaarlijk,
het zou bijna een strafrechtelijke beleediging we
zen, nee dat weet u wel beter, dat is niet waar,
ik kon mijn öogen bijna niet gelooven dat ik het
las en dacht: „nou breekt mijn klomp.'
Nee dan zijn er wel andere heeren die weten hoe
het op moet, daar behoeft u niet mee bij de men
schen aan te komen, dat zijn maar smoesjes, daar
liet u zich leelijk zien waarde heer.
Wat dat rondvliegen betreft van die „duif" met
lek, kan me niet scheelen, laatst had Lek nog twee
duiven, er is er één weggevlogen naar een ander
„kamp", die vliegt wel meer heen en weer, hij is
zoomaar komen aanvliegen ook.
Het beste is, mijn meening, om hier nu mee te
eindigen, ik dank de heeren voor hun commentaar
en kom er niet meer op terug, we zullen nu kalm de
volgende Raad afwachten, en hopen dat dan de
verstandhouding is verbeterd, in het belang van
de gemeente.
U mijnheer de Redacteur mijn welgemeenden
dank.
DEZELFDE
Sproeten
voorjaar, koop tijdig een pot
Sprutol
komen vroeg in het
Bij alle Drogisten.
De economische toestand. De hoofd
stad baart een berg. Het vervoer van
geesteszieken. Misdaden. Een voet-
balfuif.
Het werkloozenperfcentage, hoewel veel hooger
dan terzelfder tijd in het vorige jaar, blijft sedert
het begin van 1932 op regelmatige en vrij bevredi
gende wijze terugkropen,waaraan natuurlijk het
gunstige seizoen, dat we tegemoet gaan, niet vreemd
is. Overigens werkt het weer op het oogenblik
weeinig mee om den handel te verlevendigen. Het
is een guur voorjaar, vele werkzaamheden worden
uitgesteld en tal van inkomsten worden gederfd,
welke anders uit een fleurigenvóór -zomer ont
spruiten. Andere jaren werd om dezen tijd in de
bollenstreek b.v. nog aardig wat verdiend, maar
nu willen demo ole bollendagen maar niet komen;
de kleurige pracht verschrompelt vóór de massa
er van heeft kunnen genieten.
(Buiten verantwoording der Redactie).
TWEE VLIEGEN IN EEN KLAP.
Mijnheer de Redacteur.
Geeft mij nog eens een plaatsje in uw blad bij voor
baat dank.
In uw blad van Dinsdag 19 dezer komen een paar
stukjes voor die gericht zijn aan belasting betaler.
Daarom zal ik met de beursbezoeker beginnen
deze wil nu ook eens politiek zijn, nu dat blijkt, hij
verwart het één met het andere, wat .heeft het
„Volksblad" te maken met een ingezonden stuk
in een ander blad, niets. De beursbezoeker zal dan
ook zeker het „Volksblad" niet lezen of gelezen
JOHN DUTOER, IN OCAINE.
Door CHARLEY AMER.
Ik zou er wat voor voelen om Inspecteur Holm
te spreken, zei het kleine mannetje.
Verbaasd en ook wel een beetje wantrouwend
keek de dienstdoende agent hem aan.
Het zal niet gemakkelijk gaan, merkte hij op.
Ik vergiste mij, ik zou toch nog liever hebben,
dat u mij bij den Hoofdinspecteur bracht.
De agent scheen op het punt te staan een zeer
uitvoerig, afwijzend antwoord onder woorden te
brengen, maar hij kreeg er den tijd niet toe.
Zegt u maar, dat er iemand is, die over John
Dutour wil spreken.
Een minuut later stond het mannetje tegenóver
hoofdinspecteur Winter.
De poolitieman trok zijn wenkbrauwen op, toen
hij zijn bezoeker zag binnentreden. Hij legde zijn
met een langzaam gebaar op den rand van zijn
aschbakje en fronste nadenkend zijn voorhoofd.
Als ik mij niet vergis bent U
Inderdaad, zei Plums, mijn naam is Plums, en
ik wilde even spreken over dien aardigen meneer
Dutour, ons beider vriend, als ik mij niet vergis.
Ik hoop niet, dat ik een al te teere snaar aan
roer, maar het moet U spijten, dat U dien man
nog altijd niet in een van uw snelle politie auto's
hebt mogen vervoeren. Zelfs zou het mij niet ver
bazen, wanneer U mij vertelde, dat U den goeden
man nog nooit had gezien.
Wat is het doel van uw bezoek? vroeg de ander
tamelijk bruusk.
Plums liet zich door den barschen toon volstrekt
niet van zijn stuk brengen.
Ik kwam U alleen even een kleine mededee-
ling doen, verklaarde hij vriendelijk. Dutour is
de man, dien u hebben moet. Wij kunnen veilig
staat, die er den nlddcmfwypvbgkqjxzeao. .ao.
aannemen, dat hij achter alle cocaine-zaakjes staat
die er den laatsten tijd plaats hebben. Inspecteur
Holm heeft zijn best gedaan, maar het valt hem
blijkbaar niet mee. Ik zal U vertellen hoe dat
komt. De inspecteur is aan de verkeerde zijde
begonnen. Hij is er tot twee keer toe in geslaagd
te ontdekken van welk schip die verdoovende rom
mel gehaald werd. Dat was een niet onaardig be
gin. Maar het heeft helaas niet veel gegeven. De
eerste maal heeft men de mannen gevolgd in de
hoop zoo achter de verblijfplaats van Dutour te
komen. Dat was niet bepaald een succes. Als ik mij
niet vergis, hebben die heeren de achtervolgende
rechercheurs bij die gelegenheid twee uur lang
voor een café later wachten, waar ze zelf maar een
minuut zijn geweest. De tweede maal deed men
het anders. Toen is de man, die de cocaine van de
boot haalde, dadelijk ingerekend. Maar bij zijn
verhoor heeft hij volgehouden nooit van Dutour
te hebben gehoord.
Plums zweeg en de politieman knikte.
Wat wilde U mij nu komen vertellen; alleen
dat wij een verkeerde manier hebben toegepast
om dien man te snappen?
—Wel, zei de kleine speurder, dat niet alleen.
Het zal u echter interesseeren; dat ik hedenavond
dien voortreffelijken misdadiger ga arresteeren.
Daarvoor kom ik uw hulp inroepen. Ik heb daar
voor twee van uw mannetjes noodig. Zou ik daarop
mogen rekenen?
Ik herinner me, dat u eens die wierdahistorie
tot klaarheid heeft gebracht, zei de ander naden
kend. Ik geloof, dat ik u uw zin zal geven
Dank u zeer, mompelde Plums beleefd.
Welk schip moeten zij in de gaten houden?
Geen enkel, net zoo min als ik. Het is alleen
noodig, dat ze er niet al te snugger uitzien en dat
ze niet afkeerig zijn van een goed glas bier.
Hij nam geestdriftig afscheid.
Als er menschen bij zijn, die een beetje dam
men of schaken kunnen, genieten die de voorkeur,
zei hij zich omdraaiend bij de deur.
Het was als gewoonlijk den geheelen avond druk
geweest in „De Gouden Tor." De rook, die er
hing was, zooals men dat noemt, om te snijden
De tafeltjes stonden dicht op elkaar, ze zagen er
verre van zindelijk uit, onontbeerlijk als de ver
fomfaaide stamgasten. In een hoek bij het buffet
stonden twee tafeltjes wat afgescheiden van de
overige. Aan elk zaten twee mannen. Het eene twee
tal was in diepzinnige aandacht gebogen over een
dominospel. Aan het andere tafeltje voerde men
een ernstig gesprek.
'Er zitten veel goede zijden aan dit leven
constateerde de kleinste van de twee. Hebt u wei
eens gebakken ppaling gegeten bij dien goeden
Peter van der Veer, niet? Dan moet U dat bepaald
doen vooor het te laat is.
Ik hoop er nog eens toe in de gelegenheid te
zijn, antwoordde de ander, maar mijn tijd is
meestal zeer bezet.
Het lijkt me een zeer in teressant beroep, kaas
handelaar, zei de kleine man vriendelijk. Helaas zal
ik het nooit kunnen worden. Als kind ben ik eens
zeer onpasselijk van kaas geweest. Grappig eigen
lijk, zooals dergelijke kleine dingen invloed uitoefe
nen op ons latere leven.
Inderdaad, als ik u vragen mag, wat is uw
beroep eigenlijk?
Ik ben reiziger in wollen ondergoederen, ver
klaarde hij mistroostig.
Als ik u goeden raad mag geven, begin daar
nooit mee. Zoowaar als ik Cliff Cowes heet, het is
de ongelukkigste beroepskeuze die een mensch kan
doen.
Wel, meneer Cowes, grijnsde de ander, ik
meen, dat wij elkaar dan de hand kunnen geven,
er is van de kaas ook niet veel meer te halen.
Laat dat u gezegd zijn door een ouden rot als ik,
Will Spencer, ben.
Soms, zei de kleine meneer Cowes, en hij liet
zijn stem dalen, soms zou ik.... Hij zweeg en zag
zijn tafelgezel aan. Het scheen of hij er over na
dacht of hij er wel goed aan deed te zeggen, wat
hij zeggen wilde. Maar tenslotte kon hij het toch
niet voor zich houden.
Het klinkt raar, zei hij, maar soms verbaas
ik mij er over, dat ik geen misdadiger ben gewor
den.
Will Spencer keek hem met een spottenden glim
lach aan.
Geloof je, dat je dan meer succes zou hebben
gehad? Me dunkt, je ziet er niet naar uit.
Dat zegt zoo weinig, vond denkleine meneer
Cowes, er moeten op de wereld dieven en moorde
naars rondkropen aan wie je je laatsten stuiver ge
ven zou. Wat zou U overigens denken van een
spelletje schaak.
Even later zaten beide mannen diep over het
schaakbord gebogen
De groote hangklok boven het buffet had de
meeste bezoekers al tot naar huis gaan aange
spoord. De mannen achter het schaakbord schenen
echter alleen maar aandacht voor het spel te heb
ben. Slechts eenmaal werden zij afgeleid door een
persoon, die haastig het café binnenkwam en een
tasch bij Spencer neerzette. De Kaashandelaar
scheen deze gebeurtenis ternauwernood bemerkt
te hebben. Hij bromde wat tegen den bezoeker,
bood hem zonder een woord te zeggen een sigaret
aan en grijnsde.
Dat was geen handige zet, meneer Cowes,
merkt hij op. Zooals U ziet kan ik nu dien toren
nemen en ik zal dat voor alle zekerheid maar
doen.
Hij wierp met een voldaan gebaar den toren
van het bord.
Ik geloof, dat ik ga verliezen, zuchtte de
kleine meneer Cowes.
gelooft het, maar ik weet het zeker vertelde
Spencer hem vriendelijk.
Hij schoof zijn looper vooruit.
Ik zeg schaak en ik zou zoo zeggen, dat er
erg weinig meer aan te doen is..
U hebt gelijk, mompelde zijn kleine tegenstan
der verdrietig. Enfin, dit spelletje wint U, een
volgende maal hoop ik eens te winnen.
Er worden van mij allemachtig weinig spel
letjes gewonnen, verzekerde de kaashandelaar.
Hij keek trotsch om zich heen. Het scheen, dat
de overwinning hem zeer goed had gedaan. Er was
bijna niemand meer in het café. Behalve zij zelf
zaten er alleen nog maar de eeuwige domino-spe
lers en een paar matrozen. De kaashandelaar
kuchte eens. Toen zei hij met een scherpe, maar
toch zachte stem:
Waarde meneer Cowes, ik zie je vanavond voor
het eerst en waarschijnlijk ook voor het laatst.
Je lijkt me een eenvoudig burgermannetje toe en in
jouw leventje zal wel nooit iets bijzonders gebeurd
zijn. Wel, ik zal er voor zorgen, dat je eenmaal in
je leven een avontuur meemaakt, waarover je zeer
lang kunt opscheppen.
De kleine reiziger schoof zenuwachtig heen en
weer op zijn stoel.
De ander boog zich naar hem over.
Je moet me één plezier doen en niet flauw val
len, merkte hij op, maar je hebt hier den hee-
len avond aan één tafeltje gezeten met John. Du
tour, het hoofd der cocaine-bende.
UhahaU.bent een grappenmaker,
stotterde Cowes. ZegtUdat nog eens?
Meneer Spencer-Dutour herhaalde zijn woorden.
Toen vervolgde hij
Ik beloofde je een avontuur. Let op, er is een
half uur geleden een tasch gebracht. Ze bevat 5
kg. cocaine. We gaan nu afrekenen en naar huis
en dan voel ik er wat voor, dat u die tasch onder
uw arm neemt.
Ja, ja, zeker, zei Cowes bedeesd, als u er op
aat.
Er werd afgerekend en ze stonden op het punt
te vertrekken. Maar de kleine reiziger scheen nog
iets op het hart te hebben.
Mag ik nog even wat vragen?
De groote Dutour maakte een toegeeflijk gebaar.
Het is nou, dat ik een eenvoudig mannetje
ben, zei Cowes, ik zou hier niet graag herrie
maken. Maar is u niet wat onvoorzichtig geweest,
door zoo maar aan een wildvreemde te vertellen,
dat U Dutour, de geweldige is.
De bandiet bromde wat.
En verder, zei Cowes, niet dat ik u niet ge
loof, maar het kan best allemaal opschepperij we
zen. Ik moet maar gelooven, dat U Dutour bent en
dat er werkelijk cocaine in die tasch zit.
Even later werd hem de geopende tasch onder
den neus geduwd en zag hij de „sneeuw" vlijk bij
zich.
Toch onvoorzichtig
Wat onvoorzichtig?
Wel, zei meneer Cowes. U hebt daarnet din
gen verklaard, die de politie een kapitaal waard
waren als U ze herhaalde. Stel eens, dat ik van de
politie ben."
'Hij liet zijn stem dalen.
Stel eens, zei hij opgewekt, dat ik die gezel
lige detective Plums ben, die den laatsten tijd zulke
aardige successen boekt. Wat zou u dan doen?"
Dutour keek het kleine mannetje tegenover zich
aan. Zijn breede mond trilde. Toen bulderde zijn
lach door het zaaltje.
Ha, hahij werd vuurrood van het lachen
en hield de handen voor zijn buik geklemd.
Als jij werkelijk die Plums was, verzekerde hij
met een poging om ernstig te kijken, dan zou ik
zeggen, meneer Plums, hier zijn m'n -handen, kom
op met de handboeien.
Het waren geweldige handen, die hij den wol
handelaar voorhield.
De kleine meneer Cowes sprong. Hij maakte
een, twee, drie bliksemsnelle bewegingen.
2°°'n kans mag ik niet laten loopen, zei Plums
terwijl hij de boeien over Dutour's handen schoof.
Vervl...., brulde de cocaine-handelaar.
De beide domino-spelers hadden plotseling alle
belangstelling voor hun spel verloren. Ze hielden
elk een dof zwart voorwerp in de rechterhand. Do-
mlno-steenen waren het niet.
Ze moesten maar opstappen, zei Plums, er is
iets voor te zeggen om van de achterdeur gebruik
te maken.
Hij bukte zich.
Ik zal die tasch wel dragen, deelde hij mee.