De Twee Kleinzoons.
Plattelandsbelangen
Binnenlandse!! Overzicht
De heer KLIFFEN geeft in overweging om de zaak
niet te eng te nemen.
De heer K. VAN DIJK vraagt wie er nu bepaalt,
politiek is en wat niet? Wel weet spreker, dat voor
taan de minderheid zal bepalen wat er behandeld
wordt en wat niet.
De heer Jn. KLIFFEN vraagt wie die minderheid
is.
De heer K. VAN DIJK acht het juist beter om de
vele zaken te behandelen in de organisatie, waar
allen bij elkaar zijn, men zal daar elkaar niet
uitschelden als kwajongens.
De VOORZITTER zegt, dat men elkaar juist niet
raakt en zal men altijd botsen.
De heer KLIFFEN is van oordeel dat er andere
belangen als politieke te behartigen zijn.
De heer IJ. KAAN acht het voorstel te ver-strek
kend, ofschoon het niet sprekers bedoeling is om
van den Noordermarktbond eene politieke verga
dering te maken. Het is nog nooit geberd tot ver
leden jaar toen de crediet-kwestie ter sprake is
gekomen en tenslotte kwam men toch tot elkaar
met toeslag.
De heer A. BARTEN zegt, dat er enkele princi-
pieele punten zijn en wil spreker het eens scherp
stellen en noemt de Zondagsrust.
De heer KLIFFEN zegt, dat er nog veel meer
punten zijn.
De heer A. BARTEN merkt op, dat er genoeg
zaken zijn, die reeds bij de politieke partijen be
kend zijn en daarom moet men het elkaar niet
lastig maken.
De heer BAKKER zegt, het een te zijn met de
heeren van Dijk en Kaan
Hierop volgt een breedvoerige discussie waarbij
verschillende zaken naar voren worden gebracht
en de meeningen uiteen loopen of die onder poli
tiek begrepen moeten worden of niet.
Het prae-advies in stemming gebracht wordt
hierna verworpen met 15 tegen 27 stemmen en 2
blanco.
Aangaande voorstel no. 9, merkt de heer A. BAR
TEN ou, dat zoo iets nooit voor elkaar te krijgen is.
De heer K. VAN DIJK zegt, dat het wel moge
lijk is, indien van hoogerhand centrale plaatsen,
waar het zaad wordt geteeld, worden aangewezen.
De heer L. MALLEKOTE zegt. dat het ook moge
lijk is als er eene uitvoerbepaling wordt vastge
steld.
Het prae-advies wordt hierna aangenomen.
Bij voorstel 10 vraagt de heer K. VAN DIJK of
het voorstel is verworpen als het prae-advies ge
noemd onder 6 wordt aangenomen. Spr. zou dit
voorstel toch willen verdedigen.
De heer GUTTER spreekt er zijn verwondering
over uit, dat dit voorstel toch ap den beschrijvings
brief is geplaatst, ondanks er niet over is gestemd.
De heer Jn. KLIFFEN zegt, den indruk te hebben
gekregen dat de groote meerderheid er voor was en
om nu alles te voorkomen heeft spreker het op den
beschrijvingsbrief geplaatst.
De heer IJ. KAAN merkt op, dat de voorzitter
gedacht had, dat het wel zou zijn ingetrokken. Dit is
nu niet het geval geweest maar als er stemming
zou zijn gehouden dan was het voorstel zeker aan
genomen.
De heer REEK acht het van het Bestuur volko
men gerechtvaardigd om het voorstel op den be
schrijvingsbrief te plaaatsen. Het voorstel is voor
ons aannemelijk. Hier wordt gevraagd den breed
opgezete actie om een ideaal te verwezenlijken en
alle organisaties er in te betrekken. Echter zal men
slechts enkele organisaties mee krijgen. Wij hebben
in dezen tijd als veilingsorganisatie beter te doen
dan zoo iets te willen bereiken. Gezien de finan-
tieele omstandigheden, waaarin wij leven, is het
nu geen geschikt oogenblik om onze kracht te ver-
lmmen van het staatspensioen. Het zal ook voor
ons, tuinders, een hopeloos vechten zijn.
De heer K. VAN DIJK zegt, dat erzakenzijn,die
meer onder de aandacht van de menschen moeten
worden gebracht. Vólgens spreker, stat het als een
paal boven water, dat er in de organisatie men
schen zijn, die het met spreker eens zijn. Ook
komt er op dit punt van alle kanten actie. Als er
van bovenaf resultat moet komen, dan weten wij
het wel, daar moet het juist van beneden af aan
De heer REEK acht het bezwaarlijk dat er alleen
wordt uitgesproken dat er eene tijdelijke ontheffing
van sociale lasten komt.
De heer D. KANSEN begrijpt niet, dat er oevr
deze zaak nog wordt gesproken, daar het een eigen
voorstel der afdeeling is.
De heer J. OOTJERS zegt, dat de neutraliteit moet
worden bewaard. Als nu de organisaties zullen sa
menwerken,'dan is men met dit voorstel op den
FEUILLETON
22)
Heinrich kwam zoo dikwijls thuis als hij maar
kon. Langzamerhand gewende men aan den nieu
wen toestand en het was een groot genot als hij
weder in hun midden was.
Heinrich's jeugd en jongelingsjaren waren als
't ware langs rozen gegaan. Geacht en geëerd als
hij was door zijn kennis en aangenaam karakter
had hij zelf geen begrip van de zorgen en de kwel
lingen des levens gekregen. Hij vermoedde niet,
toen hij met den ziekenoppasser Scheffer in het
door den gierenden wind omstuwde rijtuig in den
dienten motregen wegreed, dat van dat oogenblik
af het noodlot zajn zware hand naar het tot heden
onbezorgde jonge leven zou uitstrekken, zijn op-
geweKtneid zou verduisteren, de zwaarste beproe
ving hem zou bereiden, hij vermoedde niet, dat
de rust en de vrede zijner ziel met één slag zou
worden verstoord.
Zoo vlug als het paard kon loopen reed men naar
de tuinmanswoning, en reeds na een kwartier hield
men voor het huis stil. Vrouw Koch opende reeds
de deur.
„Ik ben blij dat je er bent, Heinrich", riep zij
hem reeds tegen.
„Wat scheelt mijn vader, tante?" vroeg de zoon
des huizes en drukte zijn pleegmoeder innig en
hartelijk de hand.
„Ik geloof, hij is heel ziek", antwoordde zij, „ik
had reeds hedenmiddag om U willen zenden, maar
papa Schwarz verzette er zich ten sterkste tégen.
„Gaan wij naar hem toe!"
Oom Koch was ook naderbij gekomen en noo-
digde den ziekenoppasser uit zoolang in zijn kamer
te komen. Daarop riep hij den knecht en beval
hem het rijtuig zoolang in den stal, te brengen; de
koetsier werd voor zijn wachten ruimschoots be
loond.
In de tweede kamer links lag in zijn bed de oude
dokter Schwarz. Met bleeke, ingevallen wangen, op
welke een roode vlek zichtbaar was, lag hij neer,
het eerwaardige gelaat verslapt terwijl zijn grijze
haren verward over zijn voorhoofd hingen.
Heinrich trad, gevolgd door vrouw Koch, in de
kamer. Maar voor hij binnenging had hij getracht
zijn aandoening meester te worden omdat hij zijn
verkeerden weg. Dan moeten er standsorganisaties
komen.
De heer E. VLUG acht de aanneming van het
voorstel wel mogelijk, doch dient het te worden
gewijzigd en heeft spreker het volgende voorstel:
„De tuinbuwvereenigingen dringen er bij de Regee
ring op aan om die maatregelen te nemen, welke
noodig zijn om de Nederlandsche tuinbouwers en
producenten eene voldoende bestaanszekerheid te
waarborgen, waarbij zij, ook bij ziekte of invalidi
teit of ouderdom niet noodlijdend behoeven te wor
den."
Na eene korte gedachtenwisseling wordt het prae-
advies verworpen met 1629 stemmen.
Hiermede is de beschrijvingsbrief ten einde.
Benoeming afgevaardigden.
Bij acclamatie worden 2 bestuursleden als zoo
danig benoemd en na gehouden stemming de hee
ren K. v. Dijk, IJ. Kaan, J. Vlug, G. Bakker, B. de
Geus en H. Swager
Als eerste plaatsvervanger wordt gekozen de heer
K Langedijk en als 2e de heer A. Barten.
Beschikbaarstelling Ammonsalpeter.
De voorzitter deelt mede, dat van bovengenoem
de ammonsalpeter 64 zakken beschikbaar zijn te
gen f4.—'per kilogram. Gegadigden kunnen zich
opgeven. Mocht het aantal gegadigden meer be
dragen dan de hoeveelheid zakken, zoo zal er wor
den geloot.
De heer J. KLIFFEN deelt mede, dat door het
Nationaal Crisiscomité een zeker kwantum ammon-
slapeter voor den Nederlandschen tuinbouw beschik
baar is gesteld. Het kwantum voor den Noorder
marktbond bedraagt 22800 kilogram, hetgeen is ver
deeld over de aangesloten vereenigingen. Gegadig
den dienen er rekening mede te houden, dat de
betaling contant is.
De heer K. VAN DIJK wil de gelegenheid voor ie
der lid openstellen en stelt voor om allen aan de
loting te laten deelnemen.
De VOORZITTER deelt mede, dat een ieder vrij
is om zich op te geven.
Besloten wordt dat gegadigden zich heden bij
het bestuur opgeven.
Voor de niet-aanwezige leden bestaat de gelegen
heid zich bij het bestuur op te geven tot (uiterlijk
DINSDAG aanstaande.
Rondvraag.
De heerK WAGENAAR verzocht machtiging om
een nieuwe ijsboeier te koopen, voor rekening van
de ijsboeiercommissie.
Wordt verleend.
De heer K. VAN DIJK zeide, dat het stikstofver-
lies der eerste ammoniak, welke zoo'n rook afgaf,
niets beteekende. Betreffende Poolsche kali deelde
sp. mede, dat de prijs maar zeer weinig beneden
de Duitsche was en de voorraad ervan zeer klein.
Spr. wilde verder de leege aardappelbakjes in de
poterbewaarplaats verkoopen.
Er kunnen bestellingen worden opgegeven bij
den Secretaris.
De heer P. SWAGER Kz. herinnerde aan het besluit
dat per 100 kilogram zou worden gewogen, en met
de bascules dwars. Daar wordt niet de hand aan
gehouden.
VOORZITTER antwoordde, dat er niets tegen was
dat per 100 kilogram werd gewogen.
De heer K. VAN NIENES maakte aanmerking op
het lossen in zakjes van 25 kilogram. Men kwam
nooit uit.
De heer J. OOTJERS merkte op, dat men per 10C
kilogram kan wegen, als men dat wenscht.
De heer P. SWAGER Kz. zou bonnen willen geven
voor de gevallen dat een koopman eens 1000 kg.
tekort had. Dit zal in de rondvraag van de Noor
dermarktbondvergadering worden besproken.
De heer J. KEPPEL drong aan op meer ventilatie
in de goot.
Hierna sluiting.
Het te hooge piel vooral in de beschutte <=foedrij ven
en den overheidsdienst, drukt bovenal en in de
eerste plaats op de plattelandsbevolking, welke le
venspeil zich vrijwel richt naar dat in den land
bouw. En dit laatste ligt, vooral op het oogenblik,
zeer laag.
Tal van loonen en andere kosten zullen, hoe eer
hoe beter in belangrijke mate naar omlaag moeten.
Onder die andere kosten verstaan we vooral ook
belastingen, tarieven, huishuren, sociale lasten.
De overheid kan daar dus veel aan doen. door
versobering. In het bijzonder het rijkspersoneel
verdient over het geheel niet te veel, maar het is
wel veel en veel te talrijk, gevolg van de bemoei
zucht van den Staat, en dientengevolge toch ook al
veel te kostbaar.
Het personeel van vele gemeenten staat wel te
hoog, vooral wat de loonen betreft. Bovendien
is ook dit te talrijk, eveneens gevolg van toene
mende gemeentelijke bemoeizucht. Vooral de ge
meenten kunnen dus veel doen in het belang van
de algemeen noodige versobering.
Het boerenbedrijf is niet in staat de zware so
ciale lasten de dragen. Het was dit eigenlijk nooit
thans is het dit minder dan ooit. Hierin moet
geholpen worden.
De vrije handel zal alleen dan gerechtvaardigd
zijn, indien hij wordt toegepast ov het geheele ter
rein va nhet economische leven. Dit wil zeggen,
dat de bepaling der loonen evenals die van alle
prijzen van producten en diensten gescheidt bij ab
soluut vrije concurrentie. De tegenwoordige sociale
opvattingen gaan daar echter tegenin, zij willen de
loonen onttrekken aan de vrije concurrentie.
eHt boerenbedrijf en het heele plattenlandsleven,
heeft groote behoefte aan verbetering van het wegen
net en aan rivieroverbruggingen. Laat de over
heid zich op deze dingen met kracht en energie toe
leggen. Een onschabare dienst zal zoodoende aan
den landbouw, en wat zich daaromheen groepeert,
bewezen worden. Het wordt met den dag dwazer,
dat de tertiaire wegen aan hun achterlijk lot wor
den overgelaten.
Zovendien wat zit daar niet een onwaardeerbare
hoeveelheid werkverschaffing in. Productieve werk
verschaffing van de bovenste plank.
Op deze en overeenkomstige wijze kunnen en
moeten de plattelandsbelangen worden behartigd,
meer en beter dan tto heden geschiedde meer
en beter ook dan met allerlei kunstmatige crisis
maatregelen bereikt kan worden.
Ujt Jen Omtrek
bint Pancras.
Tegenwoordigheid van ge.st van den chauffeur.
Een jongetje van den heer J. Bakker stak op
Hemelvaartsdag plotseling de straat over, toen
de bus der firma Kok', Tuinman en Wilken na
derde. De bestuuraer, de heer tfehenk, wist door
oogenblkikelijk krachtig te remmen de bus di
rect tot stilstand te brengen, zoodat het kind
niet werd overred n
Een woord van fof komt den chauffeur zeker
toe. ii
Zoo krachtig was het remmen geweest, dat de
bus niet meer op eigtn kracht iron wegkomen,
en moest worden weggesleept. De reizigers moes
ten overstappen in een andere bus.
(Ingeschreven over de maand April 1932
Het platteland, dat zoo zwaar onder de crisis
gebukt gaat, heeft in de eerste plaats behoefte aan
algemeene verlaging van de kosten van levensonder
houd.
Het is Mei. Een boycot tegen het
Duitsche rijk. Weisz-belgid in de
hoofdstad. Ongeluk en misdaad.
Al zou men het op sommige dagen aan de
.temperatuur geenszins kunnen nemerken, het is
toch Mei. Die vogelen bouwen hun nesten, het
jonge plantenleven dringt uit de aarde op om
de zon te zoeken, de boomgaarden in Betuwe,
Beemster en Limourg pronken met rijke bruids-
bouquetten de roode tulpen bloeien en de
roode vendels werden uitgedragen naar buiten
om de menschheid te toonen hoe ook! de socia-
vader als arts wilde bijstaan.
„Ben je daar, mijn lieve zoon," riep de oude
hem toe, terwijl een lach om zijn lippen speelde.
Doch niettegenstaande zijn blijde trekken zag de
jonge aits aan de snelle ademhaling en het korte,
veelvuldige hoesten, met één oogopslag, dat een
zware ziekte hem had aangegrepen.
Heinrich zeide rustig, zonder eenige aandoening
in zijn stem te verraden:
„U is niet wel, lieve vader? U heeft waarschijn
lijk met dit kille weer kou gevat?
Hij reikte hem de hand en drukte een kus op de
ingevallen wang.
„Ik vrees, het is erger dan een gewone verkoud
heid," antwoordde de oude. Onderbroken door en
kele korte hoesten. „Was het niet anders, dan had
ik je niet laten roepen, mijn jongen. Maar heftige
steken in de borst en het onophoudelijk hoesten
zoo begon ook de ziekte van je moeder doen mij
gelooven, dat het evenals bij haar. longontsteking
is."
Heinrich deelde zijn gevoelen, hoewel hij hem
nog niet had onderzocht en zeide geruststellend:
„Het kan ook een lichte aandoening zijn, binnen
enkele dagen is u weder hersteld."
,,'t Is nauwelijks te gelooven," antwoordde de
oude, en zacht voegde.hij er aan toe: „Het is mijn
laatste ziekbed."
Na een zeer ernstig en nauwkeurig onderzoek,
waarbij hij op de vraag van zijn pleegmoeder ge
ruststellende mededeelingen omtrent de wond aan
zijn hand had verstrekt, was de verklaring van
dokter Schwarz, de reeds vermoedde diagnose een
borstvlies- en longontsteking.
„Ik wil het u niet verzwijgen, dat uw longen
inderdaad op een kleine plaats zijn ontstoken",
zeide Heinrich na zijn onderzoek; „binnen acht of
tien dagen zal u wel weer genezen zijn."
„Ik wist het het was precies zoo bij mijn
lieve Dorothea."
„Ik zal bij u blijven, zoo lang u ziek is, vader.
Een vriend van mij, dokter Berg, had zijn reis
naar Weenen eenige weken uitgesteld, hij zal mij
gaarne, wanneer ik hem daarom verzoek, voor
korten tijd willen vervangen. Ik wil onmiddellijk
eenige woorden aan hem schrijven; wil mij een
oogenblik verontschuldigen."
„Dat is mij een groote troost," antwoordde de
oude, „jou nabijheid zal mij stellig de beste medi
cijn zijn."
Heinrich ging naar de woonkamer, schreef eenige
regels aan dokter Berg, evenzoo een paar recepten,
droeg Scheffler op goed voor een en ander te zor
gen en keerde vervolgens naar zijn vader terug.
Vrouw Koch stond hem reeds op te wachten om
nader naar de ziekte te Informeeren.
„Is het een gevaarlijke ziekte?" vroeg zij.
„Helaas, hoogst gevaarlijk en bovendien treedt
zij zoo heftig op, dat ik het ergste moet vreezen.
O, tante, „zoo sprak hij verder, terwijl hij haar om
den hals viel, „wanneer ik mijn vader verliezen
moest!"
De oogen van de oude vrouw vulden zich met
tranen, niet alleen uit smart bij de gedachte, dat
zij haar vriendelijken huisgenoot zou moeten mis
sen, maar ook omdat zij haar pleegzoon, dien zij
als een eigen kind had lief gekregen, zoo in droef
heid verzonken zag. Het was eigenlijk de eerste
maal, dat zij hem zoo innig bewogen zag.
„Hopen wij het beste, mijn jongen; ik ben zoo
blij, dat hij onder jou behandeling is, je zult de
rechte middelen weten te vinden om hem zoo
mogelijk weder gezond te maken of zijn leed te
verzachten."
Heinrich deed zijn best zich weder te beheer-
schen en ging toen naar de ziekenkamer terug. Hij
zou bij zijn vader waken, zoo lang hij ziek was
en kon het verzoek van zijn pleegmoeder om hem
af te lossen, niet inwilligen. De koorts nam toe
en van uur tot uur werd de temperatuur hooger.
Toch bleef de geest van den zieke helder en zoo
af en toe informeerde de oude man naar de werk
zaamheden van zijn zoon. De zieke bracht een sla-
peloozen nacht door, doch niettegenstaande hij zich
zeer vermoeid gevoelde, was zijn toestand den vol
genden morgen iets beter; de koorts was merkelijk
afgenomen en het hoesten verminderd.
In den namiddag legde Heinrich zich een oogen
blik ter ruste, gedurende welken tijd vrouw Koch
zijn plaats aan het ziekbed innam.
Tegen den avond nam de koorts weder in he
vigheid toe en steeg de temperatuur hooger dan
den vorigen avond. De zieke begon te ijlen en
wilde, angstige fantasieën schenen den zieke te
verontrusten. Een gewetenlooze, trotsche vrouw
speelde in zijn koortsfantasie een groote rol. Nu
eens stiet hij korte, onsamenhangende woorden uit,
dan weder waren het lange zinnen die hij duidelijk
uitsprak. Met zijn gedachten bevond hij zich in
een groot slot, in gezelschap van zijn vader en
moeder, en scheen een lang en belangrijk onder
houd met hen te hebben. Even later bevond hij
zich in een instituut om dan weder op het slot
te vertoeven, waar zijn vader gestorven was en
zijn stiefmoeder den knaap voorspiegelde, dat hij
niet de zoon van den gestorvene was, en hem zon
der erbarmen uit het huis joeg. Dan plotseling was
hij in Amerika, waar hij van oord tot oord trok:
overal had hij aangeklopt maar nergens medelijden
gevonden.
Heinrich geloofde, dat dit beelden der fantasie
waren, scenes uit de een of andere Engelsche of
listische beweging wee-r van den ouden strijd-
geeest is oeziMd en met jonge krachten ver
sterkt. ,De maand Mei echter, vooral het begin
ervan, kan grillig zijn als haar oudere zusters
April en Maart. De -meeste Meibetoogingen, met
geestdrift ingezet, zijn na een zonnig begin ten
slotte totaal verregend, voor ze haar gedacht
verloop hadden gehad. Was er vroeger éen.
ïood Meifeest, tnans jubelen en manifesteeren
socialisten van allerlei roode schakeering op ver
schillende plaatsen en op onderscheiden uur. De
roode macht groeit en órokkelt. Haast komen
we letters van het alfabet tekort om alle revo
lutionaire groepen van de initialen te kunnen!
voorzien, waarmede ze zich van, elkander onder
scheiden. We hebben een ia.D.A.P. als hoofd
macht, een O.P.H. als uiterste nevenmacht, daar
tusschen een fcs. P„, Bev. S. P., de partij der
Vrije Socialisten en nog veel meer. Als, jongste
kind in de familie kwam dit jaar de O.8.P. op het
1 Mei appel. ,D|e S,.Dj.A.P. welke als! socialisti
sche beweging tot een zekere mate van welvaart
is gekomen, ontkomt er ook al niet aan, dat po
litieke parasieten zich aan haar levensbloed
trachten te verzadigen. Dat kan een krachtig li
chaam tenslotte wel doorstaan, maar het leidt
soms toch tot een zekere matheid, welke den bui
tenstaander niet ontgaat.
Er wordt in ons land ernstig gedacht aan een
algemeene boycot van Duitsche waren. Verte
genwoordigers van de neutrale, christelijke en ka
tholieke werkgeversorganisaties, alsmede van de
maatschappij van Handel en Nijverheid en de
de Commissie tot Economisch verweer uit dg ge
zamenlijke landbouworganisaties hebben den mi
nister president tijdens een audiëntie medegedeeld
dat ze zulk een boycot zouden beginnen, als de
regeering er niet in mocht slagen om binnen zeer
korten tijd door onderhandelingen de Duitsche
invoerbelemmeringen aanzienlijk te doen vermin
deren. Duitschland bezorgt ons groote schade
met zijn deviezenverordening, waardoor den
Duitschen kooplieden belet wordt om voldoende
inkoopen over de grens te kunnen doen. Ee'n boy
cot zou zeer nadeeiig zijn voor onze Oosterburen
wat uit, de volgende cijfers blijkt. In 1930 werd
uit Duitschland naar Nederland uitgevoerd voor
een waarde van 768 millioen gulden, in 1931 v.
620 millioen gulden. D|e cijfers van onzen ex
port naar Duitschland waren in die jaren resp.
386 millioen en 256 millioen gulden.
De Amsterdamsche raad bracht een verrassing
door het voorstel van B. en w. om 4 pet. te korten
-werklieden, te verwerpen. B. en W. zouden uit
zich zelve niet tot zulk een voorstel zijn gekomen,
maar het Kortingswetje van minister De Geer
noopte ze er wel toe. De gemeente-ambtenaren en
gemeentelijke politie hadden die korting in het
georganiseerd overleg reeds vrijwillig aanvaard, niet
omdat ze het geval zoo prettig vonden, maar omdat
ze de noodzaak voor de gemeente inzagen. De ge
meente-werklieden hadden het voorstel in meer
derheid afgewezen, zoodat ten opzichte van deze
laatsten de raad nu kreeg te beslissen. Socialisten
en communisten waren tegen het voorstel van B.
en W„ maar die tegenstrevers tesamen konden het
toch niet doen verwerpen. Daar verscheen echter
een hulpmacht uit.... het Neutrale Middenstands-
blok, aangevoerd door den genationaliseerden Ne
derlander Weisz. Hoe ze zouden stemmen, wilden
ze tijdens de beraadslagingen niet verklappen; dat
moest een verrassing blijven. Welnu, het werd in
derdaad een verrassing; de heeren stemden tégen
het voorstel van B. en W„ waardoor de salariskor
ting werd verworpen. Als consequentie besloot de
raad toen om óók de vrijwillig aanvaardde korting
van ambtenaren en politie ongedaan te maken.
Of dit gebaar van Weisz en de zijnen een wijs
gebaar is? We zien onze eigen inkomsten óók niet
graag gekort en wneschen zoo'n bezoeking ook an
deren niet toe. Hier echter werd de raad door de
regeering gedwongen om een onaanzienlijke korting
toe te passen, daar de gemeente anders voor en
kele millioenen in de rijksbijdrage zou worden
gekort. De raad heeft nu de opcenten op de ge-
Fransche roman, die zijn vader in den laatsten tijd
had vertaald. Dat het werkelijke episoden waren
uit den levensroman van den zieke, dat vermoedde
hij niet.
Tegen den morgen verdwenen de fantasieën weder
en een lichte sluimering trad in: in den daarop
volgenden middag voelde zijn vader zich weder
iets beter, zijn geest was weder helder, maar de
zieke werd steeds zwakker en de uitputting nam
toe.
Doch deze oogenblikken werden korter, vroeger
dan anders verergerde de toestand, de koortsen
werden zwaarder, de temperatuur steeg hooger. De
droombeelden werden heftiger, en meermalen was
de patient nauwelijk in bed te houden. Heinrich
waakte den derden nacht.
Ook op den morgen van den daarop volgenden
dag trad een meer kalme toestand in.
„Heinrich," zeide plotseling de zieke en sloeg de
oogen wijd open, „geef mij je hand."
De zoon nam de magere toegestoken rechter
hand zijns vaders, boog zich neder en drukte een
kus op de dunne, doorschijnende vingers.
„Heinrich," sprak de oude, zijn woorden meer
malen afbrekende, terwijl pijnlijke trekken zich op
zijn ingevallen gelaat vertoonden, „ik heb je iets
mede te deelen. Het wordt tijd, ik voel het, mijn
uren zijn geteld, het was evenzoo bij je moeder.
Ik ben niet altijd openhartig tegenover je ge
weest; wat ik je over mijn geboorte en over mijn
ouders heb gezegd, was verzonnen. Maar ik wilde
je vrede niet verstoren, ik wilde je sparen voor een
strijd met machtige tegenstanders om mijn en jou
eer te redden! Lang ben ik met mij te rade gegaan,
of ik het geheim mijner geboorte mede in het
graf zou nemen of niet. Maar steeds weer sprak een
stem in mijn binnenste, dat dit niet mocht, dat ik
je de gelegenheid moest geven mijn eer, die van
mijn moeder en daarmede ook die van jou te zui
veren van de smet, die gewetenlooze menschen
daarop hadden geworpen. Maar niet vóór mijn
dood zou je het mogen vernemen. Ik sta reeds op
den drempel. Daar, in mijn schrijfbureau, in de
bovenste lade rechts, ligt een aan jou geadresseerd
verzegeld pakke't; geef mij je woord, het niet
eerder dan na mijn dood te zullen openen, en
beloof mij, wanneer, niettegenstaande mijn over
tuiging, de Almachtige God mij het leven spaart,
mij later niet aan deze bekentenis te zullen her
inneren en er bij mij niet op aan te dringen
gedurende mijn leven het geheim te verraden. Wil
je mij dit beloven, Heinrich?"
„Ik geef u mijn woord, vader."
„Nu ben ik rustig," zeide de zieke en sloot uitge
put de oogen.
(Wordt vervolgd).