De Twee Kleinzoons. Plattelandsbelangen Binnenlandse!! Overzicht De heer KLIFFEN geeft in overweging om de zaak niet te eng te nemen. De heer K. VAN DIJK vraagt wie er nu bepaalt, politiek is en wat niet? Wel weet spreker, dat voor taan de minderheid zal bepalen wat er behandeld wordt en wat niet. De heer Jn. KLIFFEN vraagt wie die minderheid is. De heer K. VAN DIJK acht het juist beter om de vele zaken te behandelen in de organisatie, waar allen bij elkaar zijn, men zal daar elkaar niet uitschelden als kwajongens. De VOORZITTER zegt, dat men elkaar juist niet raakt en zal men altijd botsen. De heer KLIFFEN is van oordeel dat er andere belangen als politieke te behartigen zijn. De heer IJ. KAAN acht het voorstel te ver-strek kend, ofschoon het niet sprekers bedoeling is om van den Noordermarktbond eene politieke verga dering te maken. Het is nog nooit geberd tot ver leden jaar toen de crediet-kwestie ter sprake is gekomen en tenslotte kwam men toch tot elkaar met toeslag. De heer A. BARTEN zegt, dat er enkele princi- pieele punten zijn en wil spreker het eens scherp stellen en noemt de Zondagsrust. De heer KLIFFEN zegt, dat er nog veel meer punten zijn. De heer A. BARTEN merkt op, dat er genoeg zaken zijn, die reeds bij de politieke partijen be kend zijn en daarom moet men het elkaar niet lastig maken. De heer BAKKER zegt, het een te zijn met de heeren van Dijk en Kaan Hierop volgt een breedvoerige discussie waarbij verschillende zaken naar voren worden gebracht en de meeningen uiteen loopen of die onder poli tiek begrepen moeten worden of niet. Het prae-advies in stemming gebracht wordt hierna verworpen met 15 tegen 27 stemmen en 2 blanco. Aangaande voorstel no. 9, merkt de heer A. BAR TEN ou, dat zoo iets nooit voor elkaar te krijgen is. De heer K. VAN DIJK zegt, dat het wel moge lijk is, indien van hoogerhand centrale plaatsen, waar het zaad wordt geteeld, worden aangewezen. De heer L. MALLEKOTE zegt. dat het ook moge lijk is als er eene uitvoerbepaling wordt vastge steld. Het prae-advies wordt hierna aangenomen. Bij voorstel 10 vraagt de heer K. VAN DIJK of het voorstel is verworpen als het prae-advies ge noemd onder 6 wordt aangenomen. Spr. zou dit voorstel toch willen verdedigen. De heer GUTTER spreekt er zijn verwondering over uit, dat dit voorstel toch ap den beschrijvings brief is geplaatst, ondanks er niet over is gestemd. De heer Jn. KLIFFEN zegt, den indruk te hebben gekregen dat de groote meerderheid er voor was en om nu alles te voorkomen heeft spreker het op den beschrijvingsbrief geplaatst. De heer IJ. KAAN merkt op, dat de voorzitter gedacht had, dat het wel zou zijn ingetrokken. Dit is nu niet het geval geweest maar als er stemming zou zijn gehouden dan was het voorstel zeker aan genomen. De heer REEK acht het van het Bestuur volko men gerechtvaardigd om het voorstel op den be schrijvingsbrief te plaaatsen. Het voorstel is voor ons aannemelijk. Hier wordt gevraagd den breed opgezete actie om een ideaal te verwezenlijken en alle organisaties er in te betrekken. Echter zal men slechts enkele organisaties mee krijgen. Wij hebben in dezen tijd als veilingsorganisatie beter te doen dan zoo iets te willen bereiken. Gezien de finan- tieele omstandigheden, waaarin wij leven, is het nu geen geschikt oogenblik om onze kracht te ver- lmmen van het staatspensioen. Het zal ook voor ons, tuinders, een hopeloos vechten zijn. De heer K. VAN DIJK zegt, dat erzakenzijn,die meer onder de aandacht van de menschen moeten worden gebracht. Vólgens spreker, stat het als een paal boven water, dat er in de organisatie men schen zijn, die het met spreker eens zijn. Ook komt er op dit punt van alle kanten actie. Als er van bovenaf resultat moet komen, dan weten wij het wel, daar moet het juist van beneden af aan De heer REEK acht het bezwaarlijk dat er alleen wordt uitgesproken dat er eene tijdelijke ontheffing van sociale lasten komt. De heer D. KANSEN begrijpt niet, dat er oevr deze zaak nog wordt gesproken, daar het een eigen voorstel der afdeeling is. De heer J. OOTJERS zegt, dat de neutraliteit moet worden bewaard. Als nu de organisaties zullen sa menwerken,'dan is men met dit voorstel op den FEUILLETON 22) Heinrich kwam zoo dikwijls thuis als hij maar kon. Langzamerhand gewende men aan den nieu wen toestand en het was een groot genot als hij weder in hun midden was. Heinrich's jeugd en jongelingsjaren waren als 't ware langs rozen gegaan. Geacht en geëerd als hij was door zijn kennis en aangenaam karakter had hij zelf geen begrip van de zorgen en de kwel lingen des levens gekregen. Hij vermoedde niet, toen hij met den ziekenoppasser Scheffer in het door den gierenden wind omstuwde rijtuig in den dienten motregen wegreed, dat van dat oogenblik af het noodlot zajn zware hand naar het tot heden onbezorgde jonge leven zou uitstrekken, zijn op- geweKtneid zou verduisteren, de zwaarste beproe ving hem zou bereiden, hij vermoedde niet, dat de rust en de vrede zijner ziel met één slag zou worden verstoord. Zoo vlug als het paard kon loopen reed men naar de tuinmanswoning, en reeds na een kwartier hield men voor het huis stil. Vrouw Koch opende reeds de deur. „Ik ben blij dat je er bent, Heinrich", riep zij hem reeds tegen. „Wat scheelt mijn vader, tante?" vroeg de zoon des huizes en drukte zijn pleegmoeder innig en hartelijk de hand. „Ik geloof, hij is heel ziek", antwoordde zij, „ik had reeds hedenmiddag om U willen zenden, maar papa Schwarz verzette er zich ten sterkste tégen. „Gaan wij naar hem toe!" Oom Koch was ook naderbij gekomen en noo- digde den ziekenoppasser uit zoolang in zijn kamer te komen. Daarop riep hij den knecht en beval hem het rijtuig zoolang in den stal, te brengen; de koetsier werd voor zijn wachten ruimschoots be loond. In de tweede kamer links lag in zijn bed de oude dokter Schwarz. Met bleeke, ingevallen wangen, op welke een roode vlek zichtbaar was, lag hij neer, het eerwaardige gelaat verslapt terwijl zijn grijze haren verward over zijn voorhoofd hingen. Heinrich trad, gevolgd door vrouw Koch, in de kamer. Maar voor hij binnenging had hij getracht zijn aandoening meester te worden omdat hij zijn verkeerden weg. Dan moeten er standsorganisaties komen. De heer E. VLUG acht de aanneming van het voorstel wel mogelijk, doch dient het te worden gewijzigd en heeft spreker het volgende voorstel: „De tuinbuwvereenigingen dringen er bij de Regee ring op aan om die maatregelen te nemen, welke noodig zijn om de Nederlandsche tuinbouwers en producenten eene voldoende bestaanszekerheid te waarborgen, waarbij zij, ook bij ziekte of invalidi teit of ouderdom niet noodlijdend behoeven te wor den." Na eene korte gedachtenwisseling wordt het prae- advies verworpen met 1629 stemmen. Hiermede is de beschrijvingsbrief ten einde. Benoeming afgevaardigden. Bij acclamatie worden 2 bestuursleden als zoo danig benoemd en na gehouden stemming de hee ren K. v. Dijk, IJ. Kaan, J. Vlug, G. Bakker, B. de Geus en H. Swager Als eerste plaatsvervanger wordt gekozen de heer K Langedijk en als 2e de heer A. Barten. Beschikbaarstelling Ammonsalpeter. De voorzitter deelt mede, dat van bovengenoem de ammonsalpeter 64 zakken beschikbaar zijn te gen f4.—'per kilogram. Gegadigden kunnen zich opgeven. Mocht het aantal gegadigden meer be dragen dan de hoeveelheid zakken, zoo zal er wor den geloot. De heer J. KLIFFEN deelt mede, dat door het Nationaal Crisiscomité een zeker kwantum ammon- slapeter voor den Nederlandschen tuinbouw beschik baar is gesteld. Het kwantum voor den Noorder marktbond bedraagt 22800 kilogram, hetgeen is ver deeld over de aangesloten vereenigingen. Gegadig den dienen er rekening mede te houden, dat de betaling contant is. De heer K. VAN DIJK wil de gelegenheid voor ie der lid openstellen en stelt voor om allen aan de loting te laten deelnemen. De VOORZITTER deelt mede, dat een ieder vrij is om zich op te geven. Besloten wordt dat gegadigden zich heden bij het bestuur opgeven. Voor de niet-aanwezige leden bestaat de gelegen heid zich bij het bestuur op te geven tot (uiterlijk DINSDAG aanstaande. Rondvraag. De heerK WAGENAAR verzocht machtiging om een nieuwe ijsboeier te koopen, voor rekening van de ijsboeiercommissie. Wordt verleend. De heer K. VAN DIJK zeide, dat het stikstofver- lies der eerste ammoniak, welke zoo'n rook afgaf, niets beteekende. Betreffende Poolsche kali deelde sp. mede, dat de prijs maar zeer weinig beneden de Duitsche was en de voorraad ervan zeer klein. Spr. wilde verder de leege aardappelbakjes in de poterbewaarplaats verkoopen. Er kunnen bestellingen worden opgegeven bij den Secretaris. De heer P. SWAGER Kz. herinnerde aan het besluit dat per 100 kilogram zou worden gewogen, en met de bascules dwars. Daar wordt niet de hand aan gehouden. VOORZITTER antwoordde, dat er niets tegen was dat per 100 kilogram werd gewogen. De heer K. VAN NIENES maakte aanmerking op het lossen in zakjes van 25 kilogram. Men kwam nooit uit. De heer J. OOTJERS merkte op, dat men per 10C kilogram kan wegen, als men dat wenscht. De heer P. SWAGER Kz. zou bonnen willen geven voor de gevallen dat een koopman eens 1000 kg. tekort had. Dit zal in de rondvraag van de Noor dermarktbondvergadering worden besproken. De heer J. KEPPEL drong aan op meer ventilatie in de goot. Hierna sluiting. Het te hooge piel vooral in de beschutte <=foedrij ven en den overheidsdienst, drukt bovenal en in de eerste plaats op de plattelandsbevolking, welke le venspeil zich vrijwel richt naar dat in den land bouw. En dit laatste ligt, vooral op het oogenblik, zeer laag. Tal van loonen en andere kosten zullen, hoe eer hoe beter in belangrijke mate naar omlaag moeten. Onder die andere kosten verstaan we vooral ook belastingen, tarieven, huishuren, sociale lasten. De overheid kan daar dus veel aan doen. door versobering. In het bijzonder het rijkspersoneel verdient over het geheel niet te veel, maar het is wel veel en veel te talrijk, gevolg van de bemoei zucht van den Staat, en dientengevolge toch ook al veel te kostbaar. Het personeel van vele gemeenten staat wel te hoog, vooral wat de loonen betreft. Bovendien is ook dit te talrijk, eveneens gevolg van toene mende gemeentelijke bemoeizucht. Vooral de ge meenten kunnen dus veel doen in het belang van de algemeen noodige versobering. Het boerenbedrijf is niet in staat de zware so ciale lasten de dragen. Het was dit eigenlijk nooit thans is het dit minder dan ooit. Hierin moet geholpen worden. De vrije handel zal alleen dan gerechtvaardigd zijn, indien hij wordt toegepast ov het geheele ter rein va nhet economische leven. Dit wil zeggen, dat de bepaling der loonen evenals die van alle prijzen van producten en diensten gescheidt bij ab soluut vrije concurrentie. De tegenwoordige sociale opvattingen gaan daar echter tegenin, zij willen de loonen onttrekken aan de vrije concurrentie. eHt boerenbedrijf en het heele plattenlandsleven, heeft groote behoefte aan verbetering van het wegen net en aan rivieroverbruggingen. Laat de over heid zich op deze dingen met kracht en energie toe leggen. Een onschabare dienst zal zoodoende aan den landbouw, en wat zich daaromheen groepeert, bewezen worden. Het wordt met den dag dwazer, dat de tertiaire wegen aan hun achterlijk lot wor den overgelaten. Zovendien wat zit daar niet een onwaardeerbare hoeveelheid werkverschaffing in. Productieve werk verschaffing van de bovenste plank. Op deze en overeenkomstige wijze kunnen en moeten de plattelandsbelangen worden behartigd, meer en beter dan tto heden geschiedde meer en beter ook dan met allerlei kunstmatige crisis maatregelen bereikt kan worden. Ujt Jen Omtrek bint Pancras. Tegenwoordigheid van ge.st van den chauffeur. Een jongetje van den heer J. Bakker stak op Hemelvaartsdag plotseling de straat over, toen de bus der firma Kok', Tuinman en Wilken na derde. De bestuuraer, de heer tfehenk, wist door oogenblkikelijk krachtig te remmen de bus di rect tot stilstand te brengen, zoodat het kind niet werd overred n Een woord van fof komt den chauffeur zeker toe. ii Zoo krachtig was het remmen geweest, dat de bus niet meer op eigtn kracht iron wegkomen, en moest worden weggesleept. De reizigers moes ten overstappen in een andere bus. (Ingeschreven over de maand April 1932 Het platteland, dat zoo zwaar onder de crisis gebukt gaat, heeft in de eerste plaats behoefte aan algemeene verlaging van de kosten van levensonder houd. Het is Mei. Een boycot tegen het Duitsche rijk. Weisz-belgid in de hoofdstad. Ongeluk en misdaad. Al zou men het op sommige dagen aan de .temperatuur geenszins kunnen nemerken, het is toch Mei. Die vogelen bouwen hun nesten, het jonge plantenleven dringt uit de aarde op om de zon te zoeken, de boomgaarden in Betuwe, Beemster en Limourg pronken met rijke bruids- bouquetten de roode tulpen bloeien en de roode vendels werden uitgedragen naar buiten om de menschheid te toonen hoe ook! de socia- vader als arts wilde bijstaan. „Ben je daar, mijn lieve zoon," riep de oude hem toe, terwijl een lach om zijn lippen speelde. Doch niettegenstaande zijn blijde trekken zag de jonge aits aan de snelle ademhaling en het korte, veelvuldige hoesten, met één oogopslag, dat een zware ziekte hem had aangegrepen. Heinrich zeide rustig, zonder eenige aandoening in zijn stem te verraden: „U is niet wel, lieve vader? U heeft waarschijn lijk met dit kille weer kou gevat? Hij reikte hem de hand en drukte een kus op de ingevallen wang. „Ik vrees, het is erger dan een gewone verkoud heid," antwoordde de oude. Onderbroken door en kele korte hoesten. „Was het niet anders, dan had ik je niet laten roepen, mijn jongen. Maar heftige steken in de borst en het onophoudelijk hoesten zoo begon ook de ziekte van je moeder doen mij gelooven, dat het evenals bij haar. longontsteking is." Heinrich deelde zijn gevoelen, hoewel hij hem nog niet had onderzocht en zeide geruststellend: „Het kan ook een lichte aandoening zijn, binnen enkele dagen is u weder hersteld." ,,'t Is nauwelijks te gelooven," antwoordde de oude, en zacht voegde.hij er aan toe: „Het is mijn laatste ziekbed." Na een zeer ernstig en nauwkeurig onderzoek, waarbij hij op de vraag van zijn pleegmoeder ge ruststellende mededeelingen omtrent de wond aan zijn hand had verstrekt, was de verklaring van dokter Schwarz, de reeds vermoedde diagnose een borstvlies- en longontsteking. „Ik wil het u niet verzwijgen, dat uw longen inderdaad op een kleine plaats zijn ontstoken", zeide Heinrich na zijn onderzoek; „binnen acht of tien dagen zal u wel weer genezen zijn." „Ik wist het het was precies zoo bij mijn lieve Dorothea." „Ik zal bij u blijven, zoo lang u ziek is, vader. Een vriend van mij, dokter Berg, had zijn reis naar Weenen eenige weken uitgesteld, hij zal mij gaarne, wanneer ik hem daarom verzoek, voor korten tijd willen vervangen. Ik wil onmiddellijk eenige woorden aan hem schrijven; wil mij een oogenblik verontschuldigen." „Dat is mij een groote troost," antwoordde de oude, „jou nabijheid zal mij stellig de beste medi cijn zijn." Heinrich ging naar de woonkamer, schreef eenige regels aan dokter Berg, evenzoo een paar recepten, droeg Scheffler op goed voor een en ander te zor gen en keerde vervolgens naar zijn vader terug. Vrouw Koch stond hem reeds op te wachten om nader naar de ziekte te Informeeren. „Is het een gevaarlijke ziekte?" vroeg zij. „Helaas, hoogst gevaarlijk en bovendien treedt zij zoo heftig op, dat ik het ergste moet vreezen. O, tante, „zoo sprak hij verder, terwijl hij haar om den hals viel, „wanneer ik mijn vader verliezen moest!" De oogen van de oude vrouw vulden zich met tranen, niet alleen uit smart bij de gedachte, dat zij haar vriendelijken huisgenoot zou moeten mis sen, maar ook omdat zij haar pleegzoon, dien zij als een eigen kind had lief gekregen, zoo in droef heid verzonken zag. Het was eigenlijk de eerste maal, dat zij hem zoo innig bewogen zag. „Hopen wij het beste, mijn jongen; ik ben zoo blij, dat hij onder jou behandeling is, je zult de rechte middelen weten te vinden om hem zoo mogelijk weder gezond te maken of zijn leed te verzachten." Heinrich deed zijn best zich weder te beheer- schen en ging toen naar de ziekenkamer terug. Hij zou bij zijn vader waken, zoo lang hij ziek was en kon het verzoek van zijn pleegmoeder om hem af te lossen, niet inwilligen. De koorts nam toe en van uur tot uur werd de temperatuur hooger. Toch bleef de geest van den zieke helder en zoo af en toe informeerde de oude man naar de werk zaamheden van zijn zoon. De zieke bracht een sla- peloozen nacht door, doch niettegenstaande hij zich zeer vermoeid gevoelde, was zijn toestand den vol genden morgen iets beter; de koorts was merkelijk afgenomen en het hoesten verminderd. In den namiddag legde Heinrich zich een oogen blik ter ruste, gedurende welken tijd vrouw Koch zijn plaats aan het ziekbed innam. Tegen den avond nam de koorts weder in he vigheid toe en steeg de temperatuur hooger dan den vorigen avond. De zieke begon te ijlen en wilde, angstige fantasieën schenen den zieke te verontrusten. Een gewetenlooze, trotsche vrouw speelde in zijn koortsfantasie een groote rol. Nu eens stiet hij korte, onsamenhangende woorden uit, dan weder waren het lange zinnen die hij duidelijk uitsprak. Met zijn gedachten bevond hij zich in een groot slot, in gezelschap van zijn vader en moeder, en scheen een lang en belangrijk onder houd met hen te hebben. Even later bevond hij zich in een instituut om dan weder op het slot te vertoeven, waar zijn vader gestorven was en zijn stiefmoeder den knaap voorspiegelde, dat hij niet de zoon van den gestorvene was, en hem zon der erbarmen uit het huis joeg. Dan plotseling was hij in Amerika, waar hij van oord tot oord trok: overal had hij aangeklopt maar nergens medelijden gevonden. Heinrich geloofde, dat dit beelden der fantasie waren, scenes uit de een of andere Engelsche of listische beweging wee-r van den ouden strijd- geeest is oeziMd en met jonge krachten ver sterkt. ,De maand Mei echter, vooral het begin ervan, kan grillig zijn als haar oudere zusters April en Maart. De -meeste Meibetoogingen, met geestdrift ingezet, zijn na een zonnig begin ten slotte totaal verregend, voor ze haar gedacht verloop hadden gehad. Was er vroeger éen. ïood Meifeest, tnans jubelen en manifesteeren socialisten van allerlei roode schakeering op ver schillende plaatsen en op onderscheiden uur. De roode macht groeit en órokkelt. Haast komen we letters van het alfabet tekort om alle revo lutionaire groepen van de initialen te kunnen! voorzien, waarmede ze zich van, elkander onder scheiden. We hebben een ia.D.A.P. als hoofd macht, een O.P.H. als uiterste nevenmacht, daar tusschen een fcs. P„, Bev. S. P., de partij der Vrije Socialisten en nog veel meer. Als, jongste kind in de familie kwam dit jaar de O.8.P. op het 1 Mei appel. ,D|e S,.Dj.A.P. welke als! socialisti sche beweging tot een zekere mate van welvaart is gekomen, ontkomt er ook al niet aan, dat po litieke parasieten zich aan haar levensbloed trachten te verzadigen. Dat kan een krachtig li chaam tenslotte wel doorstaan, maar het leidt soms toch tot een zekere matheid, welke den bui tenstaander niet ontgaat. Er wordt in ons land ernstig gedacht aan een algemeene boycot van Duitsche waren. Verte genwoordigers van de neutrale, christelijke en ka tholieke werkgeversorganisaties, alsmede van de maatschappij van Handel en Nijverheid en de de Commissie tot Economisch verweer uit dg ge zamenlijke landbouworganisaties hebben den mi nister president tijdens een audiëntie medegedeeld dat ze zulk een boycot zouden beginnen, als de regeering er niet in mocht slagen om binnen zeer korten tijd door onderhandelingen de Duitsche invoerbelemmeringen aanzienlijk te doen vermin deren. Duitschland bezorgt ons groote schade met zijn deviezenverordening, waardoor den Duitschen kooplieden belet wordt om voldoende inkoopen over de grens te kunnen doen. Ee'n boy cot zou zeer nadeeiig zijn voor onze Oosterburen wat uit, de volgende cijfers blijkt. In 1930 werd uit Duitschland naar Nederland uitgevoerd voor een waarde van 768 millioen gulden, in 1931 v. 620 millioen gulden. D|e cijfers van onzen ex port naar Duitschland waren in die jaren resp. 386 millioen en 256 millioen gulden. De Amsterdamsche raad bracht een verrassing door het voorstel van B. en w. om 4 pet. te korten -werklieden, te verwerpen. B. en W. zouden uit zich zelve niet tot zulk een voorstel zijn gekomen, maar het Kortingswetje van minister De Geer noopte ze er wel toe. De gemeente-ambtenaren en gemeentelijke politie hadden die korting in het georganiseerd overleg reeds vrijwillig aanvaard, niet omdat ze het geval zoo prettig vonden, maar omdat ze de noodzaak voor de gemeente inzagen. De ge meente-werklieden hadden het voorstel in meer derheid afgewezen, zoodat ten opzichte van deze laatsten de raad nu kreeg te beslissen. Socialisten en communisten waren tegen het voorstel van B. en W„ maar die tegenstrevers tesamen konden het toch niet doen verwerpen. Daar verscheen echter een hulpmacht uit.... het Neutrale Middenstands- blok, aangevoerd door den genationaliseerden Ne derlander Weisz. Hoe ze zouden stemmen, wilden ze tijdens de beraadslagingen niet verklappen; dat moest een verrassing blijven. Welnu, het werd in derdaad een verrassing; de heeren stemden tégen het voorstel van B. en W„ waardoor de salariskor ting werd verworpen. Als consequentie besloot de raad toen om óók de vrijwillig aanvaardde korting van ambtenaren en politie ongedaan te maken. Of dit gebaar van Weisz en de zijnen een wijs gebaar is? We zien onze eigen inkomsten óók niet graag gekort en wneschen zoo'n bezoeking ook an deren niet toe. Hier echter werd de raad door de regeering gedwongen om een onaanzienlijke korting toe te passen, daar de gemeente anders voor en kele millioenen in de rijksbijdrage zou worden gekort. De raad heeft nu de opcenten op de ge- Fransche roman, die zijn vader in den laatsten tijd had vertaald. Dat het werkelijke episoden waren uit den levensroman van den zieke, dat vermoedde hij niet. Tegen den morgen verdwenen de fantasieën weder en een lichte sluimering trad in: in den daarop volgenden middag voelde zijn vader zich weder iets beter, zijn geest was weder helder, maar de zieke werd steeds zwakker en de uitputting nam toe. Doch deze oogenblikken werden korter, vroeger dan anders verergerde de toestand, de koortsen werden zwaarder, de temperatuur steeg hooger. De droombeelden werden heftiger, en meermalen was de patient nauwelijk in bed te houden. Heinrich waakte den derden nacht. Ook op den morgen van den daarop volgenden dag trad een meer kalme toestand in. „Heinrich," zeide plotseling de zieke en sloeg de oogen wijd open, „geef mij je hand." De zoon nam de magere toegestoken rechter hand zijns vaders, boog zich neder en drukte een kus op de dunne, doorschijnende vingers. „Heinrich," sprak de oude, zijn woorden meer malen afbrekende, terwijl pijnlijke trekken zich op zijn ingevallen gelaat vertoonden, „ik heb je iets mede te deelen. Het wordt tijd, ik voel het, mijn uren zijn geteld, het was evenzoo bij je moeder. Ik ben niet altijd openhartig tegenover je ge weest; wat ik je over mijn geboorte en over mijn ouders heb gezegd, was verzonnen. Maar ik wilde je vrede niet verstoren, ik wilde je sparen voor een strijd met machtige tegenstanders om mijn en jou eer te redden! Lang ben ik met mij te rade gegaan, of ik het geheim mijner geboorte mede in het graf zou nemen of niet. Maar steeds weer sprak een stem in mijn binnenste, dat dit niet mocht, dat ik je de gelegenheid moest geven mijn eer, die van mijn moeder en daarmede ook die van jou te zui veren van de smet, die gewetenlooze menschen daarop hadden geworpen. Maar niet vóór mijn dood zou je het mogen vernemen. Ik sta reeds op den drempel. Daar, in mijn schrijfbureau, in de bovenste lade rechts, ligt een aan jou geadresseerd verzegeld pakke't; geef mij je woord, het niet eerder dan na mijn dood te zullen openen, en beloof mij, wanneer, niettegenstaande mijn over tuiging, de Almachtige God mij het leven spaart, mij later niet aan deze bekentenis te zullen her inneren en er bij mij niet op aan te dringen gedurende mijn leven het geheim te verraden. Wil je mij dit beloven, Heinrich?" „Ik geef u mijn woord, vader." „Nu ben ik rustig," zeide de zieke en sloot uitge put de oogen. (Wordt vervolgd).

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Nieuwe Langedijker Courant | 1932 | | pagina 4