Binnenlandsch Overzicht De Twee Kleinzoons. Buitenlandsch Overzicht uitgewerkt, hierover moet nog worden beslist. Het is uit te voeren: over de Provincie, over districten, streeksgewijze of afzonderlijk op iedere veiling. Het bestuur is van meening, dat het meest gewenscht is om het streeksgewijze te doen. De heer GLAS (Groenteteelt) zegt, dat de afd. er wel in meegaan wil, maar dat het procent niet wordt geheven van die producten, waarvoor geen minimumprijs is bepaald. De VOORZITTER zegt, dat het voorstel weinig zin heeft, daar juist de aardappelen, die nu niet onder den minimumprijs vallen, er onder betrok ken moeten worden. Tenslotte valt een heel enkel artikel er niet onder. De heer DEKKER (Tuitjehorn) vraagt, wanneer de invoering zal plaats hebben en voorts wat er j gebeuren gaat als verdere steun achterweg blijft. De voorzitter antwoordt betreffende de eerste I vraag, dt dit niet bekend is, doch in ieder geval zoo spoedig mogelijk en zal er met bekwamen spoed aan worden gewerkt. Het bestuur zou niet den moed hebben gehad, als het niet de overtuiging had, dat het streven door de Overheid zal worden gesteund. Hierna wordt overeenkomstig het voorstel beslo ten. Zie voor verdere behandeling van den beschrij vingsbrief het verslag in ons nummer van a.s. Za terdag. Ons Weekpnaatje Het ontgroenen van aankomende studenten is een mos, een zede, waartegen door verstandige menschen, die hun eigen tijd zijn vergeten, al dikwijls is geopponeerd, maar zonder succes. Als het ontgroenen zijn dood moet sterven, dan zal het een zeer langzaam overlijden worden, want wie groen was, verlangt het is heel mensche- lijk vooral een ding, dat hij dubbel en dwars op anderen nog eens zal mogen wreken, wat hij zelf moest ondergaan. Op dezelfde overwegingen achten we ook een andere bezoeking der menschheid onuitroeibaar examens. Altijd als het Pinksteren geweest is denken we terug aan eigen jeugdjaren hoe we toen in zomerwarmte moesten zwoegen aan stu die en repetitie in allerlei oninteressante vakken, achtervolgd en opgedaagd door het spookbeeld van droge en hardvochtige examinatoren. Al leen liet Fata Morgana „Vacantie" hield ons op de beenWat een tijd, wat een tijd. Wie knap was en zenuwachtig, die sjeesde. Wie stom was en geluk had, werd het heertje. Wie karakter had, rilde, wie geen karakter had, spiekte. In de laatste weken hebben we ze met hoopjes teruggevnoden in de krant, onze studiemakkers van vroeger, maar nu in de lijsten der examina toren. We benijden de jongens pardon, ze zijn intusschen heeren geworden. Wat zouden we ons zelve ook graag hebben gewroken. De meeste afgestudeerden krijgen daar de kans wel toe, want de praktijk is zoo, tegenwoordig, gelijk we het dezer dagen 'in een "teekening van Rae- m akers vonden weergegeven, de eëne helft van Nederland examineert de andere helft. Wij, jour- j nalisten, vormen de eenige uitzondering. In de journalistiek vragen ze alleen, of je een beetje kunt schrijven voor de rest hoef je niets te weten. Ach ja, vraag het maar aan de ingezonden stukken schrijvers. Nu ons de zoete wraak geen deel zal zijn, wil- den wc het genot van examineeren toch niet ge- i heel missen en hebben we ons eigen persoontje nog eens wetenschappelijk getoetst. We stelden ons zeiven een willekeurige vraag. Wat weet je van den „Tocht der Tiendui zend We herinnerden ons, dat het hier de tienduizend dapperen onder Xenephon- betrof, die eens met deze schare was opgetrokken, naar Ja, waar was ie ook weer heen geweest. Was het niet naar PerNeen, met zekerheid konden we het niet meer zeggen. En toch hebben we op het Gym Xenephon vertaald, zijn heele boek Tocht hoe was dat ook weer in het Grieksch? Laat r's kijken uh uh Hé, vergeten. Maar „tienduizend" dat luidde in het Grieksch uh uh Sjonge, da 's sterk. En toch hebben we zes jaar lang, circa anderhalf uur per dag Grieksch gestudeerd. Zouden we de 24 letters ja, ja, twee minder dan in het onze zouden we de 24 letters van het Grieksche alphabet nog wel kennen. Alpha, betta, gamma, i Nou FEU6LLETON het ging nog. Het viel ons warempel mee Resultaat van zes jaar Grieksche studie. Nu het Latijn. „Gaudeamus, igitur," Ver hip, dat ging nog goed. Zoo hebben we verder getest. We herinnerden ons ook nog een Latijn- sche mop. Caesar eum diligentia in Galliam projectus est Caesar vertrok met de diligence naar Gallie had een klasgenoot vertaald. Reusachtig, dat we het nog zoo goed wisten. Ook kenden we nog een aantal spreekwijzen, als Maar die kent iedere onderwijzer, al heeft hij no gnooit. een Latijnsche grammatica in zijn j handen gehad Wij gingen over naar de Oostersche en andere 1 mythologie. Was het Zeus, die den Melkweg had gespuwd aan het uitspansel? En de zeven muzen, wie waren dat ook weer? Waren het er niet zeven? Had Aphro Avro v neen, de Avro had er niets mee 'te maken. Aphrodite heet te ze, naar we meenden, Z© was Ja, wat was ze ook weer? Een dochter van Venus of zoo Tets "Een en ander heet „algemeene ontwikkeling" Rggg! Daar ging de telefoon. Hallo, hallo. Ja, hier de firma van Puffe len en Co. Mijnheer, gisteren was Tiet de verval dag van CTunst; jawel, mijnheer,, nu u het' zegt. Excuseer s.v.p. We hebben In orde, mijnheer, als u dan maar zorgt, dat u voor Onmiddellijk mijnheer, onmiddellijk. We zul len dadelijk All right. Ik reken er op, mijnheer. Dat was nou die van Puffelen met( wien we ook nog hebben gestudeerd. Onder ons gezegd en gezwegen, het is dezelfde, die Caesar per diligence naar Gallie had laten trekken. Hij kent ons vermoedelijk niet meer. Reeds na 2 jaar had ie indertijd genoeg gehad van al die snorrepijperij, zooals hij het Latijn en Grieksch en de mythologie met algebra, physica, poësis en dergelijke heel oneerbiedig had genoemd. Hij heeft zcih een schitterende positie verworven, maar hij had op ons ook een voorsprong van T jaren, moet u rekenen. Twee of drie anderen, met een echten natuurlijken aanleg voor stu die, zijn eveneens heel goed terecht gekomen. Ze hebben belangrijke wetenschappelijke func- J ties. Maar voor de overigen was het toch jammer J dat ze niet tijdig van Puffelen hebben ge- volgd. I Economisch nieuws. Klein goed. De landkaart van Nederland herzien. scherpe wijze gebrek aan voortvarendheid terza ke de hulpverleening aan het platteland ver- weten. Minister Verschuur voelde zich door den toon van het telegram gegriefd en hij telegrafeer de dr. Posthuma terug op een toon door wel ke deze zich gegriefd gevoelde. Die heeren moes ten het geschil nu maar bijleggen, wanti voor zulke spiegelgevechten is nu geen tijd. De Melk wet is deze week in de Kamen geweest en als alles daar goed gaat, wat we aannemen, dan ziet het er voor de boeren inderdaad wat beter uit. De consumenten zullen wat meer. voor hun melk, boter en kaas moeten gaan betalen, maar toch niet meer dan billijk is om den boer-produ[- cent te vergoeden voor zijn arbeid. Ook nam de regeering een belangrijk besluit inzake het koe len van boter. De kosten daarvan, ook voor wat de reeds opgeslagen voorraden betreft, zal ze voor haar rekening nemen. Overigens zijn de economische perspectieven zoo weinig hoopvol. De mijnindustrie is opnieuw ge troffen door verzwaarde contingenteeringsmaat regelen in Frankrijk. Uitvoering dus van het plan van het Comité voor Economisch Verweer om aan Duitschland boter tegen steenkolen te ruilen, zou weinig geschikt zijn om de Lim- burgsche nijverheid te schragen. Ons volk zal moeten leeren om de binnenlandsche kolen bo ven die uit den vreemde te prefereeren. Lapmid deltjes helpen niet. Onze regeering, al antwoordt ze niet onmiddellijk op alle driftige en zenuw achtige epistels, is wel degelijk actief. Ze heeft de Duitsche regeering aan het verstand trachten te brengen, dat we hier meer respect verwachten voor een klant, welke van Duitschland drie maal meer koopt, dan het aan dat land levert. En toen de Duitsche- regeering weigerachtig bleef om eenige tegemoetkomendheid te betrachten, heeft onze regeering in Berlijn laten mededeelen, dat als geen resultaten bereikt werden, Nederland tot een eenzijdige deviezenregeling, d.w.z. tegen Duitschland gericht, zal overgaan. Minister Ver. schuur zei het op Woensdag in de Kamer, dat thans een verdrag van „Lamme Goedzak" niet in overeenstemming met den nood in ons land is, een verklaring, welke luide werd toegejuicht, Het zal heel ons volk goed doen, dat de regee ring met zooveel energie, ja met eigenlijk on- Hollandsch temperament, hier voor onze belan gen, voor onze rechten opkomt. De Amsterdamsche raad nam nu toch met 'meerderheid van stemmen de kortingsvoorstellen van B. en W. aan. De drie neutrale middenstan ders dreven hun desperado-politiek door, maar drie sociaal democraten nivelleerden hun invloed door thans met, het voorstel van B. en W;. mee te gaan. 30) £ijn nieuwsgierigheid was gaande gemaakt en hij wilde reeds de deur openen om de persoon, die dat akelig lachen had uitgestooten, te zien, maar de deur was gesloten. Op dit oogenblik klonk een andere stem uit de vestibule, die hem vroeg: „Wenscht u mijn vader te spreken?" Hij wendde zich om en zag in de geopende deur een jong meisje staan. „Neen," antwoordde Heinrich, „ik heb een bood schap over te brengen aan de dochter des huizes van mijn meester Graaf Albert Breitenbach." „U komt van Albert?" vroeg het meisje met op gewekte stem en kwam eenige schreden nader. O, dan verzoek ik u mij te willen volgen naar de kamer, mijn vader is niet thuis." Heinrich was ook nu, evenals zoo vele malen als hij Marianne bij Albert had gezien, verrast door haar schoonheid. Een slanke gestalte, een vrien delijk uiterlijk, blijmoedige trekken, gracieuse be wegingen, bruine oogen, lange, zwarte wimpers, een frissche keur, kortom, een innemend en lief uitziend meisje, dat heur kastanjebruin haar op be vallige wijze had saamgebonden. Het was nog een kind, maar dat zich reeds tot een volwassen meisje ontwikkelde. Nadat beiden de kamer waren binnen gegaan, sloot Marianne de deur en noodigde Heinrich uit plaats te nemen. „Wat heeft u mij te zeggen?" vroeg zij. „De jonge Graaf laat vragen, waarom u niet bij hem is gekomen?" In plaats van een antwoord te geven bedekte zij haar gelaat met een zakdoek en begon zacht te schreien. „Is u eenig leed overkomen?" vroeg Heinrich me delijdend. Marianne knikte meermalen met het hoofd. „Is er een ongeluk in uwe familie gebeurd?" „In de familie niet, maar mij is iets schrikkelijks overkomen." „Wat dan?" Als alles goed is gegaan, dan hebben we deze week de Zuiderzee verloren en is het lFevo- meer geschapen. Door het gereed komen van den afsluitdijk is de Zuiderzee definitief een binnen water geworden. Daarmede is tevens aan dui zenden een bron van bestaan ontnomen, maar misschien zullen nog meerderen op het aani de baren ontwoekerde gebied zich eens een nieuwe toekomst kunnen scheppen. Laten we het hopep Het staat op het oogenblik nog niet vast, in welk tempo de werkzaamheden der inpoldering zullen worden voortgezet. Ware het werk een halve eeuw vroeger uitgevoerd, dan zouden de kosten zeer zeker reeds lang door de baten zijn gedekt, maar op het oogenblik is er geenszins een dringende behoefte aan den grond, welke men met zooveel moeite en kosten aan de zee ontwoekert, maar we mogen aannemen, dat de tijden wel weer een gunstiger aspect zullen gaan vertoonen. Op het oogenblik hebben onze inge- niuers in de Zuiderzee nog slechts technische wonderen verricht; moge de dure onderneming ook nog eens economische baten gaan afwerpen Op een deel der Zuiderzeegronden verrijzen reeds huizen, kerken en scholen. Prinses Juliana ont hulde van de week een gedenkplaat in de eerste N. H. kerk in den Wieringerpolder. Tusschen minister Verschuur en den oud-mi nister dr. Posthuma, voorzitter van het Comité voor Economisch verweer uit de landbouworga nisaties is een scherp, persoonlijk conflict gerezen Dr. Posthuma had in een telegram aan de regee ring en speciaal aan minister Verschuur, op een „Ik mag daarover niet spreken, Albert moet het niet eerder weten, dan wanneer ik „Moet ik mij dan zonder eenig antwoord weder verwijderen?" „Wat zal Albert van mij denken! Neen, neen, ik trotseer aller gramschap, ik kan niet zonder af scheid van hem te nemen, heengaan. Zegt u hem, dat ik op bevel van de Gravin morgenmiddag van hier moet vertrekken naar de residentie, naar een tante. Voor veertien dagen reeds had zij dit aan vader geschreven, maar eerst heden, nadat er bericht van mijn tante is gekomen, heeft mijn vader het mij gezegd. Het is mij verboden van Albert afscheid te nemen, maar niettegenstaande dit verbod zal ik heel vroeg komen om hem nog even te zien. Maar, verzoek hem vooral, dat hij niet verraadt, dat ik heb geklapt." „Dit bericht zal den Graaf zeer veel leed doen. Wellicht kan het bevel nog herroepen worden?" „Zou u denken?" vroeg Marianne hoopvol. „Mijn meester zal er zich tegen verzetten. Weet nog iemand anders van dit geheim af?" „Wilhelm, de koetsier, die mij met mijn koffer morgen naar het station zal brengen." „Dan zal ik aan den koetsier Wilhelm vragen of hij mij dit kan vertellen, dan heeft u niet geklapt en de Graaf kan dan zijn maatregelen nemen." „O, hoe goed is u!" riep Marianne, zij droogde haar tranen en een blijmoedige, hoopvolle trek kwam weder op haar lief kinderlijk gelaat te voor schijn. „De Graaf zal niet kunnen dulden, dat u wordt „Neen, dat geloof ik ook niet, wij houden te veel van elkander, wij kunnen geen dag buiten elkaar, wij zijn zoo gaarne in elkanders gezelschap." Heinrich moest onwillekeurig lachen over deze kinderlijke naïviteit. Op dit oogenblik opende zich een deur en een gebogen, oude vrouw, steunende op een stok, hinkte de kamer binnen. Het gerimpeld gelaat zag geel, de tandelooze mond was ingevallen, de kin stond naar voren. Haar hoofd was bedekt met grijs haar, dat verward neerhing en in de oogen flikkerde een eigenaardige glans. „Grootmoeder," riep Marianne verschrikt, als zij de oude vrouw zag. „Waar komt u vandaan?" „Waar ik vandaan kom?" antwoordde de oude met schelle stem, „hihihi! Ik ben uit het venster geklommen en door de huisdeur hier binnen ge gaan." Het was dezelfde stem, die Heinrich tevoren achter de deur had gehoord. Ministercrisissen overal. De eerste vrouw over den Oceaan. De ontwape ningsconferentie een wanhoopsconferentie Allerlei. Van den politieken toestand in Europa valt niet veel te zeggen, zoolang de kabinetscrisissen niet zijn opgelost, welke de gemoederen in be roering houden. In Frankrijk hebben drukke con ferenties plaats tusschen de leidende figuren uit het demissionaire kabinet Tardieu en den over winnaar uit de jongste verkiezingen, Herriot.. Het is nog geenszins te bezien, of Herriot de leiding zal nemen van een kabinet van nationa le concentratie, dan wel met de socialisten in zee zal gaan, die wel bereid blijken aan de kabinets vorming deel te nemen, mits enkele verstrekken de eischen worden aanvaard. Herriot schijnt daar niet veel vóór te voelen. Die uitspraken van de zen radicaal ademen den laatsten tijd een nogal 1 ehoudenden geest en speciaal terzake het schul denvraagstuk toon't hij zich lang niet zoo, wel willend jegens Duitschland, als van hem werd verwacht. In Belgie intusschen is Renkin er weer in geslaagd om een ministerie samen te stellen. De oplossing beteekent een overwinning voor de Vlamingen, die elkaar nu eens gevonden hebben „Zij spreekt weder," zeide Marianne, „welk een wonder, sinds vele jaren heeft zij slechts deze woor den geuit: „Waar is Constance?" „Ja, waar is Constance?" vroeg de oude op den zelfden schellen toon, „waar is zij! Is u het Con stance? Ja, u is het!" zoo ging zij verder en liep een schrede nader op Heinrich toe om hem beter te kunnen zien, want het werd reeds tamelijk schemerig in de kamer? „Ja, dat zijn die mooie, bruine oogen, die zijn liefde deden ontwaken, ver weg, in Amerika, waar was het toch, hoe heet het daar? Ach, de naam is mij reeds lang ontgaan, ik kan er niet meer opkomen." Heinrich beefde. „Wie is," zoo vroeg hij met onvaste stem, „deze Constance?" „Het was," antwoordde Marianne in haar on schuld, „een vriendin van Graaf Anselm, die met hem uit Amerika hier is overgekomen; mijn groot moeder was haar kamenier en kwam tegelijk met hem mede uit Amerika." Het was Heinrich te moede als zou zijn adem blij ven stilstaan. „Nu is u weder hier," zoo voer de oude voort, „nu weet ik, dat ik niet gedroomd heb. Hu, hu! Dat was een verschrikkelijke droom! Hoe kon ik ook mijn woord verkospen! Een allerdwaaste droom! Het is niet waar, dat ik een cachette met geld heb gekre gen voor mijn zwijgen. Zie maar, of zij niet wer kelijk verborgen ligt, achter het mauzoleum, in de nabijheid van de zerk, tien voet van het hoofd einde verwijderd. Het is alles niet waar! Maar het goud blonk en schitterde, zijn glans scheen mij in het hart, in de ziel, in mijn hersenen. Nu kan ik mij rustig neerleggen en slapen en behoef niet meer te droomen." Zij staarde een oogenblik stil voor zich heen, draaide zich om, liep naar de deur, stiet deze met haar stok open en verliet de kamer. Buiten hoorde men haar weder roepen: „Waar is Constanze?" Zij scheen vergeten te zijn, dat Heinrich, dien zij heden nog voor Constance had gehouden, niet meer aanwezig was, waarschijnlijk had zij het voorge vallene weder vergeten. Marianne ijlde haar na om de tegenover liggende deur te openen, opdat de oude vrouw niet door het venster naar binnen zou gaan. Zij liet zich gewil lig leiden murmelde nog slechts zacht: „Waar is Constance?" De kleindochter sloot het venster, schoof er den grendel weder voor en keerde naar de woonkamer terug. „Wat is u bleek geworden, mijnheer de secretaris," om te ontkomen aan den druk der Waalsch-Fran- kiljonsche minderheid. De onderwijs-taalkwestie zal door het kabinet in den geest der Vlaamsche gedachten daaromtrent worden afgehandeld. Het zitting namen van den Vlaming prof. Snap' in het nieuwe kabinet is een waarborg voor de juiste, nakoming der jegens de Vlamingen aan gegane verplichtingen. In Duitschland is de positie van het' kabinet Bruning niet zoo hecht meer. Mpn verwacht het aftreden van den premier, en natuurlijk ook' van zijn kabinet, na de conferentie van Lausanne, omtrent het schulden vraagstuk. Het schijnt, dat de macht in Duitschland toch geleidelijk zal moe ten overgaan aan de Nazi's, wier politieke op- marsch niet te stuiten schijnt. Duitschland gaat dan blijkbaar een periode van opwinding en avon tuur tegemoet een tijdperk waarin elke politieke verrassing mogelijk zal zijn. Een nieuwe sterke nevenmacht heeft zich geopenbaard, nl. die van de generaalscamarilla, welke den Rijksweer be- heerscht. In den Rijksweer bevinden zich vele monarchistische elementen, maar het is nog lang niet zeker, of zij zich als zoodanig zullen laten gelden. Het behoud van hun, zoo tersluiks ver worven machtspositie is ze misschien meer waard 'dan een avontuurlijk herstel der Hohenzollerns op den troon. De nieuwe Pruisische Landdag is deze week voor het eerst bijeen gekomen. De zeer sterke fractie der Nationaal-Socialisten hield zich on der den invloed van haar verhoogde verant woordelijkheid opmerkelijk ingetogen. Welke re geering zich in Pruisen zal vormen, is nog moei lijk te voorzien. In GRIEKENLAND heet de toestand ernstig. Eerst hebben de postambtenaren er gestaakt, nu hebben de spoorwegarbeiders het bijltje er bij neergelegd. Het heeft er veel van een revo- lutionnaire beweging, welke de regeering slechts met moeite baas blijft. Het ministerie is afge treden, maar de premier houdt met strakke hand de teugels van het bewind voorloopig nog in handen. Deze premier, Venizelos, vreest, dat de oud-dictator, Pangalos, of de ex-koning wel eens van de verwarring konden profiteeren. De alge meene economische crisis schijnt ook de verwek ster der jongste revolutionnaire beweging in Griekenland te zijn. In JAPAN probeert de zeer oude ex.admiraal xSaito, of hij met de militairen tot een accoord xkan komen en aan het land na den moord op xden premier weer een regeering kan bezorgen, xmaar er zijn op het oogenblik weinig liefheb bers voor de in Japan wel zeer riscante minis terbaantjes. Een Amerikaansche vrouw, mrs. Earhart, is als eerste van haar sexe alleen in een vliegtuig xozver den Oceaan gekomen. Vele menschen zijn er zeer enthousiast over. Wat het geval vooral interessant heet te maken, is het feit, dat ze pre cies op den 5en verjaardag zva Lindbergh's be roemden tocht haar prestatie volbracht, en óók, dat ze van haar beroemden ovorganger een vrou- lijke dubbelgangster is naar het uiterlijk. Het is naast de crisis de Lindbergh-ziekte, waaraan de wereld lijdt..... Ter ONTWAPENINGSCONFERENTIE het hoeploos mis. Het is juist geloopen, gelijk wij het voorspelden: na de gebleken eenstemmig heid van gevoelen omtrent het principe der af- afschaffing van aanvalswapenen, is men het vol komen oneens geraakt over hetgeen onder aan valswapenen moet worden verstaan. We voor zien niet het minste resultaat van al het gepraat te Genéve. Memoreeren we tenslotte met een enkel woord dat de Duitsche vliegboot Do X vlot vanuit Amerika is weergekeerd; dat de slachtoffers (52) der tunnetinstorting in Chili toch nog allen ge red zijn kunnen worden; dat de gevechten tus schen Mohammedanen en Hindoes te Bombay aan 18.3 menschen het leven hebben gekost; dat de ramp van de ,,PHilippar" minder slachtoffers heeft geeischt dan aanvankelijk verluidde, maar toch nog 58 menschen, waaronder twee Neder- landsche vrouwen, zijn omgekomen; dat in een rebellenproces in Turkije 34 doodvonnissen wer den geveld; dat Prof. Piccard over drie weken een nieuwen stratosfeertocht gaat ondernemen vanuit Zurich. Dat alles voor wat het buitenlandsch „Ge mengd" betreft. zeide Marianne, „heeft het u zoo aangegrepen een krankzinnige te zien?" „Inderdaad," antwoordde Heinrich, als uit een droom ontwakende. „Zij is niet gevaarlijk en doet niemand eenig leed. U moet een geheel bij zonderen indruk op haar gemaakt hebben, dat zij plotseling zoo vloeiend be gon te spreken. Ik heb tot heden toe nog niet anders van haar gehoord dan dat eeuwige: „Waar is Con stance". Wij spreken met haar op de vingers, als ware zij een doofstomme." Het was intusschen duister in de kamer gewor den, Heinrich had nog gaarne eenige vragen met betrekking tot haar grootmoeder gedaan, maar hij wilde een opvallende nieuwsgierigheid vermijden. Hij nam afscheid van Marianne, deze gaf hem duizend groeten voor Albert mede en zeide nog toen zij hem tot de deur uitgeleide deed: „Nu ben ik weder vol hoop, Albert wordt er mede in kennis gesteld en hij zal mij niet laten gaan. Ach, ik heb treurige oogenblikken beleefd! Het ga u goed, mijnheer de secretaris!" Heinrich verwijderde zich. Hij was nog onder den indruk van het gebeurde. Dat die waanzinnige uitlatingen van de oude meer beteekende, dan lou ter wartaal, voortspruitende uit haar zwakke gees testoestand, dat stond bij hem vast. Het toeval scheen hem steeds gunstig te willen zijn; hij was nog slechts korten tijd hier, en reeds had hij vele bijzonderheden mogen vernemen, vingerwijzingen, die hem ongetwijfeld van grooten. dienst zouden kunnen zijn. Wat wist Marianne's grootmoeder van de verhouding tusschen Constance en Graaf An selm? Zij was met hen tezamen naar Europa ge komen, zij moest ongetwijfeld den waren toestanfl kennen, de plaats weten, waar zijn grootvader zien echtelijk had verbonden. Wanneer hij slechts den naam van die plaats kende, dan zouden de bewijzen op het bureau van den Burgerlijken stand of m het kerkelijk archief te vinden zijn, dat deze echt verbintenis had plaats gehad en hiermede was alles gewonnen. En waarom zou, hetgeen hij van "e waanzinnige had gehoord, niet op waarheid be rusten? Had men werkelijk haar het zwijgen afge kocht, en had zij wellicht later daarover berouw gekregen, waarop zij het ontvangen geld had be graven? Had haar dit wellicht waanzinnig gemaaKi en van het verstand beroofd? Morgen vroeg, nog voor de zon was opgegaan, zoo nam hij zich voor, wilde hij op de aangeduide plaats een onderzoen instellen, of werkelijk daar de cachette met geW verborgen was. (Wordt vervolgd)-

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Nieuwe Langedijker Courant | 1932 | | pagina 4