Binnenlandsch Overzicht
De Twee Kleinzoons.
Buitenlandsch
Overzicht
uitgewerkt, hierover moet nog worden beslist. Het
is uit te voeren: over de Provincie, over districten,
streeksgewijze of afzonderlijk op iedere veiling. Het
bestuur is van meening, dat het meest gewenscht
is om het streeksgewijze te doen.
De heer GLAS (Groenteteelt) zegt, dat de afd.
er wel in meegaan wil, maar dat het procent niet
wordt geheven van die producten, waarvoor geen
minimumprijs is bepaald.
De VOORZITTER zegt, dat het voorstel weinig
zin heeft, daar juist de aardappelen, die nu niet
onder den minimumprijs vallen, er onder betrok
ken moeten worden. Tenslotte valt een heel enkel
artikel er niet onder.
De heer DEKKER (Tuitjehorn) vraagt, wanneer
de invoering zal plaats hebben en voorts wat er j
gebeuren gaat als verdere steun achterweg blijft.
De voorzitter antwoordt betreffende de eerste I
vraag, dt dit niet bekend is, doch in ieder geval zoo
spoedig mogelijk en zal er met bekwamen spoed aan
worden gewerkt. Het bestuur zou niet den moed
hebben gehad, als het niet de overtuiging had, dat
het streven door de Overheid zal worden gesteund.
Hierna wordt overeenkomstig het voorstel beslo
ten.
Zie voor verdere behandeling van den beschrij
vingsbrief het verslag in ons nummer van a.s. Za
terdag.
Ons Weekpnaatje
Het ontgroenen van aankomende studenten is
een mos, een zede, waartegen door verstandige
menschen, die hun eigen tijd zijn vergeten, al
dikwijls is geopponeerd, maar zonder succes. Als
het ontgroenen zijn dood moet sterven, dan zal
het een zeer langzaam overlijden worden, want
wie groen was, verlangt het is heel mensche-
lijk vooral een ding, dat hij dubbel en dwars
op anderen nog eens zal mogen wreken, wat hij
zelf moest ondergaan.
Op dezelfde overwegingen achten we ook een
andere bezoeking der menschheid onuitroeibaar
examens. Altijd als het Pinksteren geweest is
denken we terug aan eigen jeugdjaren hoe we
toen in zomerwarmte moesten zwoegen aan stu
die en repetitie in allerlei oninteressante vakken,
achtervolgd en opgedaagd door het spookbeeld
van droge en hardvochtige examinatoren. Al
leen liet Fata Morgana „Vacantie" hield ons op
de beenWat een tijd, wat een tijd. Wie
knap was en zenuwachtig, die sjeesde. Wie stom
was en geluk had, werd het heertje. Wie karakter
had, rilde, wie geen karakter had, spiekte.
In de laatste weken hebben we ze met hoopjes
teruggevnoden in de krant, onze studiemakkers
van vroeger, maar nu in de lijsten der examina
toren. We benijden de jongens pardon, ze zijn
intusschen heeren geworden. Wat zouden we ons
zelve ook graag hebben gewroken. De meeste
afgestudeerden krijgen daar de kans wel toe,
want de praktijk is zoo, tegenwoordig, gelijk
we het dezer dagen 'in een "teekening van Rae-
m akers vonden weergegeven, de eëne helft van
Nederland examineert de andere helft. Wij, jour- j
nalisten, vormen de eenige uitzondering. In de
journalistiek vragen ze alleen, of je een beetje
kunt schrijven voor de rest hoef je niets te
weten. Ach ja, vraag het maar aan de ingezonden
stukken schrijvers.
Nu ons de zoete wraak geen deel zal zijn, wil-
den wc het genot van examineeren toch niet ge- i
heel missen en hebben we ons eigen persoontje
nog eens wetenschappelijk getoetst. We stelden
ons zeiven een willekeurige vraag.
Wat weet je van den „Tocht der Tiendui
zend
We herinnerden ons, dat het hier de tienduizend
dapperen onder Xenephon- betrof, die eens met
deze schare was opgetrokken, naar Ja,
waar was ie ook weer heen geweest. Was het
niet naar PerNeen, met zekerheid konden
we het niet meer zeggen. En toch hebben we
op het Gym Xenephon vertaald, zijn heele boek
Tocht hoe was dat ook weer in het Grieksch?
Laat r's kijken uh uh Hé, vergeten.
Maar „tienduizend" dat luidde in het Grieksch
uh uh Sjonge, da 's sterk. En toch hebben
we zes jaar lang, circa anderhalf uur per dag
Grieksch gestudeerd. Zouden we de 24 letters
ja, ja, twee minder dan in het onze zouden
we de 24 letters van het Grieksche alphabet
nog wel kennen. Alpha, betta, gamma, i Nou
FEU6LLETON
het ging nog. Het viel ons warempel mee
Resultaat van zes jaar Grieksche studie.
Nu het Latijn. „Gaudeamus, igitur," Ver
hip, dat ging nog goed. Zoo hebben we verder
getest. We herinnerden ons ook nog een Latijn-
sche mop. Caesar eum diligentia in Galliam
projectus est Caesar vertrok met de diligence
naar Gallie had een klasgenoot vertaald.
Reusachtig, dat we het nog zoo goed wisten.
Ook kenden we nog een aantal spreekwijzen, als
Maar die kent iedere onderwijzer, al heeft hij
no gnooit. een Latijnsche grammatica in zijn j
handen gehad
Wij gingen over naar de Oostersche en andere 1
mythologie. Was het Zeus, die den Melkweg
had gespuwd aan het uitspansel? En de zeven
muzen, wie waren dat ook weer? Waren het er
niet zeven? Had Aphro Avro v neen, de
Avro had er niets mee 'te maken. Aphrodite heet
te ze, naar we meenden, Z© was Ja, wat was
ze ook weer? Een dochter van Venus of zoo
Tets
"Een en ander heet „algemeene ontwikkeling"
Rggg! Daar ging de telefoon.
Hallo, hallo. Ja, hier de firma van Puffe
len en Co. Mijnheer, gisteren was Tiet de verval
dag van
CTunst; jawel, mijnheer,, nu u het' zegt.
Excuseer s.v.p. We hebben
In orde, mijnheer, als u dan maar zorgt,
dat u voor
Onmiddellijk mijnheer, onmiddellijk. We zul
len dadelijk
All right. Ik reken er op, mijnheer.
Dat was nou die van Puffelen met( wien we
ook nog hebben gestudeerd. Onder ons gezegd
en gezwegen, het is dezelfde, die Caesar per
diligence naar Gallie had laten trekken. Hij
kent ons vermoedelijk niet meer. Reeds na 2
jaar had ie indertijd genoeg gehad van al die
snorrepijperij, zooals hij het Latijn en Grieksch
en de mythologie met algebra, physica, poësis
en dergelijke heel oneerbiedig had genoemd. Hij
heeft zcih een schitterende positie verworven,
maar hij had op ons ook een voorsprong van T
jaren, moet u rekenen. Twee of drie anderen,
met een echten natuurlijken aanleg voor stu
die, zijn eveneens heel goed terecht gekomen.
Ze hebben belangrijke wetenschappelijke func- J
ties.
Maar voor de overigen was het toch jammer J
dat ze niet tijdig van Puffelen hebben ge-
volgd. I
Economisch nieuws. Klein goed.
De landkaart van Nederland herzien.
scherpe wijze gebrek aan voortvarendheid terza
ke de hulpverleening aan het platteland ver-
weten. Minister Verschuur voelde zich door den
toon van het telegram gegriefd en hij telegrafeer
de dr. Posthuma terug op een toon door wel
ke deze zich gegriefd gevoelde. Die heeren moes
ten het geschil nu maar bijleggen, wanti voor
zulke spiegelgevechten is nu geen tijd. De Melk
wet is deze week in de Kamen geweest en als
alles daar goed gaat, wat we aannemen, dan
ziet het er voor de boeren inderdaad wat beter
uit. De consumenten zullen wat meer. voor hun
melk, boter en kaas moeten gaan betalen, maar
toch niet meer dan billijk is om den boer-produ[-
cent te vergoeden voor zijn arbeid. Ook nam de
regeering een belangrijk besluit inzake het koe
len van boter. De kosten daarvan, ook voor
wat de reeds opgeslagen voorraden betreft, zal
ze voor haar rekening nemen.
Overigens zijn de economische perspectieven zoo
weinig hoopvol. De mijnindustrie is opnieuw ge
troffen door verzwaarde contingenteeringsmaat
regelen in Frankrijk. Uitvoering dus van het
plan van het Comité voor Economisch Verweer
om aan Duitschland boter tegen steenkolen te
ruilen, zou weinig geschikt zijn om de Lim-
burgsche nijverheid te schragen. Ons volk zal
moeten leeren om de binnenlandsche kolen bo
ven die uit den vreemde te prefereeren. Lapmid
deltjes helpen niet. Onze regeering, al antwoordt
ze niet onmiddellijk op alle driftige en zenuw
achtige epistels, is wel degelijk actief. Ze heeft
de Duitsche regeering aan het verstand trachten
te brengen, dat we hier meer respect verwachten
voor een klant, welke van Duitschland drie maal
meer koopt, dan het aan dat land levert. En toen
de Duitsche- regeering weigerachtig bleef om
eenige tegemoetkomendheid te betrachten, heeft
onze regeering in Berlijn laten mededeelen, dat
als geen resultaten bereikt werden, Nederland
tot een eenzijdige deviezenregeling, d.w.z. tegen
Duitschland gericht, zal overgaan. Minister Ver.
schuur zei het op Woensdag in de Kamer, dat
thans een verdrag van „Lamme Goedzak" niet
in overeenstemming met den nood in ons land
is, een verklaring, welke luide werd toegejuicht,
Het zal heel ons volk goed doen, dat de regee
ring met zooveel energie, ja met eigenlijk on-
Hollandsch temperament, hier voor onze belan
gen, voor onze rechten opkomt.
De Amsterdamsche raad nam nu toch met
'meerderheid van stemmen de kortingsvoorstellen
van B. en W. aan. De drie neutrale middenstan
ders dreven hun desperado-politiek door, maar
drie sociaal democraten nivelleerden hun invloed
door thans met, het voorstel van B. en W;. mee
te gaan.
30)
£ijn nieuwsgierigheid was gaande gemaakt en
hij wilde reeds de deur openen om de persoon, die
dat akelig lachen had uitgestooten, te zien, maar
de deur was gesloten.
Op dit oogenblik klonk een andere stem uit de
vestibule, die hem vroeg: „Wenscht u mijn vader te
spreken?"
Hij wendde zich om en zag in de geopende deur
een jong meisje staan.
„Neen," antwoordde Heinrich, „ik heb een bood
schap over te brengen aan de dochter des huizes
van mijn meester Graaf Albert Breitenbach."
„U komt van Albert?" vroeg het meisje met op
gewekte stem en kwam eenige schreden nader. O,
dan verzoek ik u mij te willen volgen naar de
kamer, mijn vader is niet thuis."
Heinrich was ook nu, evenals zoo vele malen als
hij Marianne bij Albert had gezien, verrast door
haar schoonheid. Een slanke gestalte, een vrien
delijk uiterlijk, blijmoedige trekken, gracieuse be
wegingen, bruine oogen, lange, zwarte wimpers,
een frissche keur, kortom, een innemend en lief
uitziend meisje, dat heur kastanjebruin haar op be
vallige wijze had saamgebonden. Het was nog een
kind, maar dat zich reeds tot een volwassen meisje
ontwikkelde.
Nadat beiden de kamer waren binnen gegaan,
sloot Marianne de deur en noodigde Heinrich uit
plaats te nemen. „Wat heeft u mij te zeggen?"
vroeg zij.
„De jonge Graaf laat vragen, waarom u niet bij
hem is gekomen?"
In plaats van een antwoord te geven bedekte zij
haar gelaat met een zakdoek en begon zacht te
schreien.
„Is u eenig leed overkomen?" vroeg Heinrich me
delijdend.
Marianne knikte meermalen met het hoofd.
„Is er een ongeluk in uwe familie gebeurd?"
„In de familie niet, maar mij is iets schrikkelijks
overkomen."
„Wat dan?"
Als alles goed is gegaan, dan hebben we deze
week de Zuiderzee verloren en is het lFevo-
meer geschapen. Door het gereed komen van den
afsluitdijk is de Zuiderzee definitief een binnen
water geworden. Daarmede is tevens aan dui
zenden een bron van bestaan ontnomen, maar
misschien zullen nog meerderen op het aani de
baren ontwoekerde gebied zich eens een nieuwe
toekomst kunnen scheppen. Laten we het hopep
Het staat op het oogenblik nog niet vast, in
welk tempo de werkzaamheden der inpoldering
zullen worden voortgezet. Ware het werk een
halve eeuw vroeger uitgevoerd, dan zouden de
kosten zeer zeker reeds lang door de baten zijn
gedekt, maar op het oogenblik is er geenszins
een dringende behoefte aan den grond, welke
men met zooveel moeite en kosten aan de zee
ontwoekert, maar we mogen aannemen, dat de
tijden wel weer een gunstiger aspect zullen gaan
vertoonen. Op het oogenblik hebben onze inge-
niuers in de Zuiderzee nog slechts technische
wonderen verricht; moge de dure onderneming
ook nog eens economische baten gaan afwerpen
Op een deel der Zuiderzeegronden verrijzen reeds
huizen, kerken en scholen. Prinses Juliana ont
hulde van de week een gedenkplaat in de eerste
N. H. kerk in den Wieringerpolder.
Tusschen minister Verschuur en den oud-mi
nister dr. Posthuma, voorzitter van het Comité
voor Economisch verweer uit de landbouworga
nisaties is een scherp, persoonlijk conflict gerezen
Dr. Posthuma had in een telegram aan de regee
ring en speciaal aan minister Verschuur, op een
„Ik mag daarover niet spreken, Albert moet het
niet eerder weten, dan wanneer ik
„Moet ik mij dan zonder eenig antwoord weder
verwijderen?"
„Wat zal Albert van mij denken! Neen, neen, ik
trotseer aller gramschap, ik kan niet zonder af
scheid van hem te nemen, heengaan. Zegt u hem,
dat ik op bevel van de Gravin morgenmiddag van
hier moet vertrekken naar de residentie, naar een
tante. Voor veertien dagen reeds had zij dit aan
vader geschreven, maar eerst heden, nadat er
bericht van mijn tante is gekomen, heeft mijn
vader het mij gezegd. Het is mij verboden van
Albert afscheid te nemen, maar niettegenstaande
dit verbod zal ik heel vroeg komen om hem nog
even te zien. Maar, verzoek hem vooral, dat hij niet
verraadt, dat ik heb geklapt."
„Dit bericht zal den Graaf zeer veel leed doen.
Wellicht kan het bevel nog herroepen worden?"
„Zou u denken?" vroeg Marianne hoopvol.
„Mijn meester zal er zich tegen verzetten. Weet
nog iemand anders van dit geheim af?"
„Wilhelm, de koetsier, die mij met mijn koffer
morgen naar het station zal brengen."
„Dan zal ik aan den koetsier Wilhelm vragen of
hij mij dit kan vertellen, dan heeft u niet geklapt
en de Graaf kan dan zijn maatregelen nemen."
„O, hoe goed is u!" riep Marianne, zij droogde
haar tranen en een blijmoedige, hoopvolle trek
kwam weder op haar lief kinderlijk gelaat te voor
schijn.
„De Graaf zal niet kunnen dulden, dat u wordt
„Neen, dat geloof ik ook niet, wij houden te veel
van elkander, wij kunnen geen dag buiten elkaar,
wij zijn zoo gaarne in elkanders gezelschap."
Heinrich moest onwillekeurig lachen over deze
kinderlijke naïviteit.
Op dit oogenblik opende zich een deur en een
gebogen, oude vrouw, steunende op een stok, hinkte
de kamer binnen. Het gerimpeld gelaat zag geel,
de tandelooze mond was ingevallen, de kin stond
naar voren. Haar hoofd was bedekt met grijs haar,
dat verward neerhing en in de oogen flikkerde een
eigenaardige glans.
„Grootmoeder," riep Marianne verschrikt, als zij
de oude vrouw zag. „Waar komt u vandaan?"
„Waar ik vandaan kom?" antwoordde de oude
met schelle stem, „hihihi! Ik ben uit het venster
geklommen en door de huisdeur hier binnen ge
gaan."
Het was dezelfde stem, die Heinrich tevoren
achter de deur had gehoord.
Ministercrisissen overal. De eerste
vrouw over den Oceaan. De ontwape
ningsconferentie een wanhoopsconferentie
Allerlei.
Van den politieken toestand in Europa valt
niet veel te zeggen, zoolang de kabinetscrisissen
niet zijn opgelost, welke de gemoederen in be
roering houden. In Frankrijk hebben drukke con
ferenties plaats tusschen de leidende figuren uit
het demissionaire kabinet Tardieu en den over
winnaar uit de jongste verkiezingen, Herriot..
Het is nog geenszins te bezien, of Herriot de
leiding zal nemen van een kabinet van nationa
le concentratie, dan wel met de socialisten in zee
zal gaan, die wel bereid blijken aan de kabinets
vorming deel te nemen, mits enkele verstrekken
de eischen worden aanvaard. Herriot schijnt daar
niet veel vóór te voelen. Die uitspraken van de
zen radicaal ademen den laatsten tijd een nogal
1 ehoudenden geest en speciaal terzake het schul
denvraagstuk toon't hij zich lang niet zoo, wel
willend jegens Duitschland, als van hem werd
verwacht.
In Belgie intusschen is Renkin er weer in
geslaagd om een ministerie samen te stellen. De
oplossing beteekent een overwinning voor de
Vlamingen, die elkaar nu eens gevonden hebben
„Zij spreekt weder," zeide Marianne, „welk een
wonder, sinds vele jaren heeft zij slechts deze woor
den geuit: „Waar is Constance?"
„Ja, waar is Constance?" vroeg de oude op den
zelfden schellen toon, „waar is zij! Is u het Con
stance? Ja, u is het!" zoo ging zij verder en liep
een schrede nader op Heinrich toe om hem beter
te kunnen zien, want het werd reeds tamelijk
schemerig in de kamer? „Ja, dat zijn die mooie,
bruine oogen, die zijn liefde deden ontwaken, ver
weg, in Amerika, waar was het toch, hoe heet
het daar? Ach, de naam is mij reeds lang ontgaan,
ik kan er niet meer opkomen."
Heinrich beefde.
„Wie is," zoo vroeg hij met onvaste stem, „deze
Constance?"
„Het was," antwoordde Marianne in haar on
schuld, „een vriendin van Graaf Anselm, die met
hem uit Amerika hier is overgekomen; mijn groot
moeder was haar kamenier en kwam tegelijk met
hem mede uit Amerika."
Het was Heinrich te moede als zou zijn adem blij
ven stilstaan.
„Nu is u weder hier," zoo voer de oude voort, „nu
weet ik, dat ik niet gedroomd heb. Hu, hu! Dat was
een verschrikkelijke droom! Hoe kon ik ook mijn
woord verkospen! Een allerdwaaste droom! Het is
niet waar, dat ik een cachette met geld heb gekre
gen voor mijn zwijgen. Zie maar, of zij niet wer
kelijk verborgen ligt, achter het mauzoleum, in
de nabijheid van de zerk, tien voet van het hoofd
einde verwijderd. Het is alles niet waar! Maar het
goud blonk en schitterde, zijn glans scheen mij in
het hart, in de ziel, in mijn hersenen. Nu kan ik mij
rustig neerleggen en slapen en behoef niet meer te
droomen."
Zij staarde een oogenblik stil voor zich heen,
draaide zich om, liep naar de deur, stiet deze met
haar stok open en verliet de kamer. Buiten hoorde
men haar weder roepen: „Waar is Constanze?"
Zij scheen vergeten te zijn, dat Heinrich, dien zij
heden nog voor Constance had gehouden, niet meer
aanwezig was, waarschijnlijk had zij het voorge
vallene weder vergeten.
Marianne ijlde haar na om de tegenover liggende
deur te openen, opdat de oude vrouw niet door het
venster naar binnen zou gaan. Zij liet zich gewil
lig leiden murmelde nog slechts zacht: „Waar
is Constance?"
De kleindochter sloot het venster, schoof er den
grendel weder voor en keerde naar de woonkamer
terug.
„Wat is u bleek geworden, mijnheer de secretaris,"
om te ontkomen aan den druk der Waalsch-Fran-
kiljonsche minderheid. De onderwijs-taalkwestie
zal door het kabinet in den geest der Vlaamsche
gedachten daaromtrent worden afgehandeld. Het
zitting namen van den Vlaming prof. Snap' in
het nieuwe kabinet is een waarborg voor de
juiste, nakoming der jegens de Vlamingen aan
gegane verplichtingen.
In Duitschland is de positie van het' kabinet
Bruning niet zoo hecht meer. Mpn verwacht het
aftreden van den premier, en natuurlijk ook' van
zijn kabinet, na de conferentie van Lausanne,
omtrent het schulden vraagstuk. Het schijnt, dat
de macht in Duitschland toch geleidelijk zal moe
ten overgaan aan de Nazi's, wier politieke op-
marsch niet te stuiten schijnt. Duitschland gaat
dan blijkbaar een periode van opwinding en avon
tuur tegemoet een tijdperk waarin elke politieke
verrassing mogelijk zal zijn. Een nieuwe sterke
nevenmacht heeft zich geopenbaard, nl. die van
de generaalscamarilla, welke den Rijksweer be-
heerscht. In den Rijksweer bevinden zich vele
monarchistische elementen, maar het is nog lang
niet zeker, of zij zich als zoodanig zullen laten
gelden. Het behoud van hun, zoo tersluiks ver
worven machtspositie is ze misschien meer waard
'dan een avontuurlijk herstel der Hohenzollerns
op den troon.
De nieuwe Pruisische Landdag is deze week
voor het eerst bijeen gekomen. De zeer sterke
fractie der Nationaal-Socialisten hield zich on
der den invloed van haar verhoogde verant
woordelijkheid opmerkelijk ingetogen. Welke re
geering zich in Pruisen zal vormen, is nog moei
lijk te voorzien.
In GRIEKENLAND heet de toestand ernstig.
Eerst hebben de postambtenaren er gestaakt,
nu hebben de spoorwegarbeiders het bijltje er
bij neergelegd. Het heeft er veel van een revo-
lutionnaire beweging, welke de regeering slechts
met moeite baas blijft. Het ministerie is afge
treden, maar de premier houdt met strakke hand
de teugels van het bewind voorloopig nog in
handen. Deze premier, Venizelos, vreest, dat de
oud-dictator, Pangalos, of de ex-koning wel eens
van de verwarring konden profiteeren. De alge
meene economische crisis schijnt ook de verwek
ster der jongste revolutionnaire beweging in
Griekenland te zijn.
In JAPAN probeert de zeer oude ex.admiraal
xSaito, of hij met de militairen tot een accoord
xkan komen en aan het land na den moord op
xden premier weer een regeering kan bezorgen,
xmaar er zijn op het oogenblik weinig liefheb
bers voor de in Japan wel zeer riscante minis
terbaantjes.
Een Amerikaansche vrouw, mrs. Earhart, is
als eerste van haar sexe alleen in een vliegtuig
xozver den Oceaan gekomen. Vele menschen zijn
er zeer enthousiast over. Wat het geval vooral
interessant heet te maken, is het feit, dat ze pre
cies op den 5en verjaardag zva Lindbergh's be
roemden tocht haar prestatie volbracht, en óók,
dat ze van haar beroemden ovorganger een vrou-
lijke dubbelgangster is naar het uiterlijk. Het
is naast de crisis de Lindbergh-ziekte, waaraan
de wereld lijdt.....
Ter ONTWAPENINGSCONFERENTIE
het hoeploos mis. Het is juist geloopen, gelijk
wij het voorspelden: na de gebleken eenstemmig
heid van gevoelen omtrent het principe der af-
afschaffing van aanvalswapenen, is men het vol
komen oneens geraakt over hetgeen onder aan
valswapenen moet worden verstaan. We voor
zien niet het minste resultaat van al het gepraat
te Genéve.
Memoreeren we tenslotte met een enkel woord
dat de Duitsche vliegboot Do X vlot vanuit
Amerika is weergekeerd; dat de slachtoffers (52)
der tunnetinstorting in Chili toch nog allen ge
red zijn kunnen worden; dat de gevechten tus
schen Mohammedanen en Hindoes te Bombay
aan 18.3 menschen het leven hebben gekost; dat
de ramp van de ,,PHilippar" minder slachtoffers
heeft geeischt dan aanvankelijk verluidde, maar
toch nog 58 menschen, waaronder twee Neder-
landsche vrouwen, zijn omgekomen; dat in een
rebellenproces in Turkije 34 doodvonnissen wer
den geveld; dat Prof. Piccard over drie weken
een nieuwen stratosfeertocht gaat ondernemen
vanuit Zurich.
Dat alles voor wat het buitenlandsch „Ge
mengd" betreft.
zeide Marianne, „heeft het u zoo aangegrepen een
krankzinnige te zien?"
„Inderdaad," antwoordde Heinrich, als uit een
droom ontwakende.
„Zij is niet gevaarlijk en doet niemand eenig
leed. U moet een geheel bij zonderen indruk op haar
gemaakt hebben, dat zij plotseling zoo vloeiend be
gon te spreken. Ik heb tot heden toe nog niet anders
van haar gehoord dan dat eeuwige: „Waar is Con
stance". Wij spreken met haar op de vingers, als
ware zij een doofstomme."
Het was intusschen duister in de kamer gewor
den, Heinrich had nog gaarne eenige vragen met
betrekking tot haar grootmoeder gedaan, maar hij
wilde een opvallende nieuwsgierigheid vermijden.
Hij nam afscheid van Marianne, deze gaf hem
duizend groeten voor Albert mede en zeide nog toen
zij hem tot de deur uitgeleide deed:
„Nu ben ik weder vol hoop, Albert wordt er
mede in kennis gesteld en hij zal mij niet laten
gaan. Ach, ik heb treurige oogenblikken beleefd!
Het ga u goed, mijnheer de secretaris!"
Heinrich verwijderde zich. Hij was nog onder
den indruk van het gebeurde. Dat die waanzinnige
uitlatingen van de oude meer beteekende, dan lou
ter wartaal, voortspruitende uit haar zwakke gees
testoestand, dat stond bij hem vast. Het toeval
scheen hem steeds gunstig te willen zijn; hij was
nog slechts korten tijd hier, en reeds had hij vele
bijzonderheden mogen vernemen, vingerwijzingen,
die hem ongetwijfeld van grooten. dienst zouden
kunnen zijn. Wat wist Marianne's grootmoeder van
de verhouding tusschen Constance en Graaf An
selm? Zij was met hen tezamen naar Europa ge
komen, zij moest ongetwijfeld den waren toestanfl
kennen, de plaats weten, waar zijn grootvader zien
echtelijk had verbonden. Wanneer hij slechts den
naam van die plaats kende, dan zouden de bewijzen
op het bureau van den Burgerlijken stand of m
het kerkelijk archief te vinden zijn, dat deze echt
verbintenis had plaats gehad en hiermede was alles
gewonnen. En waarom zou, hetgeen hij van "e
waanzinnige had gehoord, niet op waarheid be
rusten? Had men werkelijk haar het zwijgen afge
kocht, en had zij wellicht later daarover berouw
gekregen, waarop zij het ontvangen geld had be
graven? Had haar dit wellicht waanzinnig gemaaKi
en van het verstand beroofd? Morgen vroeg, nog
voor de zon was opgegaan, zoo nam hij zich voor,
wilde hij op de aangeduide plaats een onderzoen
instellen, of werkelijk daar de cachette met geW
verborgen was.
(Wordt vervolgd)-