Nederland in de knel
Uit den Omtrek
SINT PANCRAS.
Adspirantenreisje „Sport Staalt Spieren".
Maandagmorgen j.l., pl.m. 8.45 uur (n.t.), was het
een vroolijke drukte op het Chr. Schoolplein. De
adspiranten (n.l. de kleine jongens- en meisjes-
afdeeling van „Sport Staalt Spieren" kwamen
bijeen onder hoofdcommando van haren directeur,
den heer G. de Rie Jr., uit Alkmaar en leden van het
bestuur van S. S. S., de dames Mej. A. Zegers Md.,
Mej. A. Timmerman Jd. en de heef en P. Balder JnzT,
M Visser Jz. en P. Gootjes Czn., om hun reisje naar
Bergen en Bergen aan Zee teondern emen. Het weer
was voor dit reisje buitengewoon goed. En toen dan
ook om 9.05 (n.t.) de stoet zich in beweging stelde,
onder groote belangstelling en onder trommelslag
der kranige tambours van „Turnlust" Alkmaar,
(welke zich geheel voor niets beschikbaar gesteld
hadden) om naar de tramhalte Koedijk te mar-
cheeren, was de goede stemming er al direct in.
De roete ging langs Bovenweg, Kerkelaan, Onder
weg, Koedijker landpad, Koedijk. Vroolijk stapten
de kleine gymnasten voort, hier en daar klonk reeds
en steeds een lied. De clubvlag, door een heerlijk
windje aan het wapperen gebracht, deed ook haar
plicht, en alle omstandigheden wezen er op dat het
een recht genoeglijke dag zou kunnen worden. En
dat werd het ook inderdaad.
Om 10.05 uur vertrok S. S. S. naar Bergen. Aldaar
aangekomen, werd gemacheerd onder trommelslag
en vlagvertoon naar Duinvermaak. Waar men zich
prettig vermaakte, o.a. met voetballen, slingerballen
hardloopen, bokspringen en rustig liggen.
Bij aankomst en later lieten een boterham en
Spritskoeken zich goed.smaken. Nadat een foto ge
nomen was ging het met plezier naar den speel
tuin. Wederom werd eerst ontbijt en frissche ranja
gedronken. Toen vermaakte men zich met de draai
molens, wippledillen, rekstok enz.
Om 13.11 uur (n.t.) ging het naar Bergen aan
Zee, het frissche strand, alwaar reeds spoedig de
schoenen en kousen uit waren, en onder goed toe
zicht werd de tijd doorgebracht met pootjebaden,
leuke spelletjes, voetballen, acrobatiek enz. Zoo nu
en dan een versnapering naar binnen werken.
Vooral de Roombonbons reepen konden de hartjes
veroveren. Alzoo vierde de gymnastenvreugde hoogtij
Te pl.m. 17 uur werd weer verzamelen geblazen
en werd, na nog eenmaal bij één van Bergen aan
Zee Restaurants te hebben opgestoken de terugtocht
om 18.2 uur aanvaard. Met de tram langs Bergen
naar Koedijk. Vandaar ging het per motorbootjes
naar St. Pancras. Dit werd gedaan door eenige
voorstanders van S. S. S. De heem A. Schuur en
Gebrs. Visser Jnz.
Om 7 uur 's avonds werd St. Pancras bereikt.
Alwaar de beste tamboers (nadat een driewerf
hoera voor de motorkapteins had geklonken) en
vaandeldrager weder eens hun best mochten doen
om de jeugd van S. S. S. en haar leiders naar het
punt van bestemming, het Chr. Schoolplein te bren
gen. Nu ging het, het Zuiden om, Onderweg, Stee
nenlaan, Bovenweg.
Aangekomen werd door één der jongste adspirant
meisjes, N. Kooij Jd., aan den heer G. de Rie Jr.
een bouquet Dahlia's aangeboden, voor al 't geen
hij voor S. S. S., zijn vereeniging, voor dezen dag
heeft gedaan. Waardoor ook om één ding te noe
men door hem de tambours aanwezig waren. En
één dag beschikbaar te stellen uit zijn bedrijf, en
Turnleven. Onder geweldig veel belangstelling en
onder hiep-hiep-hoera voor de tamboers, den direc
teur en S. S. S. ging men hoogst voldaan huis
waarts.
De organisatoren kunnen op een welgeslaagde
prachtige onderneming, ondanks de verantwoorde
lijke taak" terug zien.
SINT MAARTEN.
Maandag was de dag dat onze ouden van dagen
hun jaarlijks ritje wederom hebben gemaakt.
's Morgens te 9 ure was de bijeenkomst in het
lokaal van den heer Schrijver alhier waar het gezel
schap eerst een verfrissching, in den vorm van een
gebakje en een kop koffie, werd aangeboden.
Na dit vond de afrit plaats. Was dit onder minder
gunstige omstandigheden, wat betreft het weer, ge
lukkig keerde dit echter ten goede en werd het een
prachtdag, zoodat volop van weer en natuur genoten
kon worden en de plaats waarheen men toog,
Haarlem en omstreken, is rijk gezegend met na
tuurschoon. 's Avonds te 8.30 ure arriveerde men
weer in ons dorpje en steeg men bij café „Rust en
Lust" uit om aldaar nog even te vertoeven en het
een en ander te consumeeren.
Een gezellig gezicht, de tafels rondom met ouden
van dagen gezeten en vele dorpelingen als belang
stellenden er omheen. Ter opvroolijking was het de
symphonie „O. G." welke een 3-tal nummers ten
gehoore bracht ter eere der ouden van dagen en
hiervoor aller dank en een geweldig applaus ver
wierf 't Was de Burgemeester die, het woord ver
kregen hebbende, dank bracht aan het bestuur voor
de aan hem gedane uitnoodiging om dezen rijtoer
mede te maken, doch wegens familie omstandig
heden hier geen gebruik van heeft kunnen maken
maar hoopt bij een komende keer, zoo hem de eer
weer werd aangedaan, hiervan gebruik te kunnen
maken.
Namens de ouden van dagen sprak de heer v. d.
Velde zijn dank uit aan allen die wederom het
hunne hadden bijgedragen tot het houden van deze
voor de ouden van dagen zoo mooie dag en hoopt
dat er nog vele zullen volgen.
De voorzitter dankt hierna allen die hebben mee
gewerkt om dezen dag weer mogelijk te maken en
brengt in het bijzonder zijn dank aan 2 milde intee-
kenaars op de lijst welke onder het motto 2 vrien
den een aardig bedrag hadden geteekend. Ook de
symphonie wordt extra dank gebracht voor de wijze
van onthaal aan ons gezelschap bereid.
Ons Weekpraatje
Een dezer dagen zaten we met de poes op onzen
schoot. Zoo iets kan een man overkomen. We waren
op vacantie, en het regende; het was alles even
mieserig en troosteloos. Poes wilde weg, maar nét
Op tijd grepen we ze nog bij d'r staart. De lezer
zal begrijpen, dat zulks een min of meer pijnlijk
iets voor de poes werd, toen deze haar krach
ten ten behoeve van een voorwaartsche beweging
bleef bezigen en wij inmiddels de poesenstaart van
onf tegengestelde inzichten lieten blijken. Poes
maakte eenige onaesthetische geluiden en door deze
werden de overige huisgenooten geattendeerd, dat
er iets gaande was. Van verschillende kanten kwa-
ze toegesneld en ieder stelde ons de vraag, of we
nog wel heelemaal bij ons volle verstand waren.
De verontwaardiging, welke we hadden gewekt,
was inderdaad zéér gemotiveerd. Schuldbewust heb
ben we het erkend. Als zoenoffer stortten we een
kleinigheid in het busje voor de Dierenbescherming
en aan poes beloofden we, dat ze de eerste de beste
musch zou krijgen, welke we zouden vangen. Dat
dit laatste voornemen óók al fout was, begrepen we
eerst, toen het zonnetje was teruggekeerd en we in
ons vacantieoord weer wat ernstigers te doen kre
gen dan luieren. De zachtaardigste mensch wordt
een beul en wreedaard, als-ie zich verveelt en de
omstandigheden hem sjachrijnig maken.
Lediggang is des duivels oorkussen. Daarom is
het lot van de vele duizenden jonge menschen, die
in onzen tijd werkeloos rondloopen, zoo diep-treurig.
Die jongelui met een volle lading energie in zich,
moeten ontaarden en degenereeren, als we ze niet
helpen.
In Onstwedde werd de vorige week een ouden,
alleen-wonenden arbeider van 80 jaar vermoord,
naar van de week bleek door zijn 18-jarigen
kleinzoon en diens 21-jarigen vriend, 't Is ver
schrikkelijk. Om den ouden man van zijn spaar
centjes te kunnen berooven, hebben ze hem afge
slacht, met een scherpen beitel 17 maal in zijn lijf
gepriemd, tot-ie dood was.
Die jongens moeten iets van eeij beestennatuur
in zich hebben gehad, maar hun karaktei; had ver
edeld kunnen worden door arbeid, welke verheft
en verhindert, dat de opgehoopte energie zich op
onjuiste wijze ontspant. De jonge kerels van van
daag loopen zonder werk rond, geen enkele redelijke
behoefte kunnen ze bevredigen. Het leven heeft
voor hen geen waarde, het leven van anderen
ook niet. Ze prakkezeeren op middelen om nog iets
te bereiken; welke die middelen zijn, doet er niet
toe. De lediggang en de langdurige overpeinzing van
het kwade, maakt alles minder erg; ze wennen aan
de slechte gedachte. Ze Verleeren om het slechts
als zoodanig te onderkennen.
Zeker, er wordt het een en ander gedaan voor
werklooze jeugdige arbeiders. Men heeft ontspan-
nings lokalen voor ze ingericht, waar ze kunnen
schaken, dammen, kaarten of lezen. Hier en daar
krijgen ze ook nog een kop koffie of een sigaar,
't Is alles goed bedoeld. Ze hebben het zoo goed
als tijgers en leeuwen in Artis. Ziet echter die bees
ten eens heen en weer loopen voor de tralies! Dan
ziet men, hoe ze de goede zorgen waardeeren. Een
beest moet men in haar natuurlijke omgeving laten;
het grootste genot van het leven ligt in het normale
verbruik van krachten.
Vele rijkaards zijn gedegenereerd, omdat ze niet
werken hoefden en stom! het daarom ook niet
deden. Straks zullen ook vele arbeiderskinderen ont
aard blijken, omdat ze niet werken konden. Een
poosje geleden zagen we in „De Zaanlander" een
plaatje van een ontspanningslokaal voor jeugdige
werkloozen. De meeste bezoekers lagen meer op de
tafels dan ze op hun stoelen zaten. Op aller gezich
ten las men een stierlijke verveling. Hun scheef ge
trokken petten gaven hun het uiterlijk van apaches
Stuk voor stuk konden ze, naar hun gezichten en
manieren te oordeelen, hun grootvader hebben ver
moord.
We bedoelen daarmee niets ten nadeele van de
jeugdige werkloozen te zeggen; in hun omstandig
heden zouden wé misschien niet anders zijn. Met
een spelletje en een pijp tabak alléén, bewijst men
aan de slachtoffers geen weldaad. Ze behoeven ar
beid! Liefst betaald werk, maar als het niet anders
kan, dan zou onbetaald werk baten. Voor jonge
menschen is arbeiden even noodig als eten; arbeid
is voor hen een lichamelijke en geestelijke levens
behoefte.
Overheid en arbeidersorganisaties zouden een
goed werk doen met het inrichten van een vrij-
willigen arbeidsdienst voor jeugdige werkloozen. In
ieder geval zou de medewerking der arbeidsorgani
saties worden vereischt, opdat elke verdenking weg-
valle, dat noodige werken op een koopje worden
klaar gemaakt. Er zijn overal wel niet-noodzakelijke
nuttige werken te bedenken, waarvoor geen fonds m
beschikbaar zijn en welke dan ook anders niet
zouden worden uitgevoerd.
Niet alleen de inkomsten uit Indië zijn geweldig
gedaald, ook in onzen uitvoer naar Indië valt een
steeds toenemende achteruitgang te constateeren.
Het aandeel van Nederland is voortdurend in da
lende lijn, dat van onze concurrenten, Japan in de
eerste plaats, in stijgende lijn, De desbetreffende
cijfers spreken boekdeelen, en doen ons beseffen,
welk groot algemeen volksbelang betrokken is bij
een verdere verdrijving van Nederland van de Indi
sche markt. Want men verbeelde zich niet, dat het
hierbij in de eerste plaats gaat om „kapitalistische
belangen. Het aantal arbeiders, dat (niet alleen in
onze havensteden) werkloos gaat worden, nu Indië
belangrijk minder werk gaat geven, loopt in de
duizenden. Het arbeidersbelang is bij het behoud
van Indië als afzetgebied niet minder nauw betrok
ken dan het „kapitalistenbelang" om nu maar
niet eens te spreken van de andere groepen, b.v.
de wetenschappelijk gevormden.
Wat nu is de oorzaak, dat met name Japan zoo'n
groot afzetgebied in Indië heeft veroverd ten koste
van de Nederlandsche goederen? Zij is kort en goed
deze, dat Japan, behalve door een lagere valuta,
een grooten voorsprong heeft door zijn lage loonen.
En nu zegge men niet, dat Japan in dit opzicht
altijd eeen uitzondering zal vormen; neen, tegen
over onze eigen nabuurlanden. België en Duitsch-
land, verkeeren wij in dezelfde ongunstige positie.
De Belgische loonen bedragen veelal nog niet de
helft van de Hollandsche, terwijl in Duitschland de
loonen eveneens belangrijk lager zijn en bovendien
de productiekosten gunstig beinvloed worden door
het feit, dat daar te lande de achturige werkdag
voor meer den de helft der werklieden niet wordt
gehandhaafd. Onze eigen nabuurstaten hebben dus
door hun lagere productiekosten op de buiten-
landsche markten een grooten voorsprong op Ne
derland, en Japan en Amerika zijn zelfs in staat,
ons van ons eigen terrein in Indië te verdringen!
Er dient dus wel een resolute poging te worden
gedaan om te voorkomen, dat Nederland op de
buitenlandsche markten door zijn concurrenten nog
verder wordt overvleugeld. De eenige remedie daar
toe is gelegen in lagere productiekosten, opdat met
oude durf en ondernemingsgeest weder aan de
concurrentie het hoofd kan worden geboden. Daar
toe dienen in de eerste plaats de kosten van het
levensonderhoud vöor onze werkers lager te worden.
Deze kosten zijn nog veel te hoog tengevolge van de
opgeschroefde Staats- en bovenal ook gemeente
uitgaven, waardoor ook de arbeidende stand onder
zware belastingen gebukt gaat. Voorts dient de Ar
beidswet veel soepeler te worden toegepast en waar
noodig gewijzigd, in overeenstemming met de ar
beidswetgeving in het buitenland. En tenslotte die
nen de lasten, welke industrie, handel, landbouw,
vervoer, enz. rechtstreeks treffen, te worden ver
minderd, en mogen de productie in geen geval
nieuwe lasten worden opgelegd.
Hoe zwaar de overheidsuitgaven op de Neder
landsche productie drukken, blijkt wel hieruit, dat
de budgetten sedert 1913 meer dan verdrievoudigd
zijn; de vermeerdering van personeel in Staats- en
Gemeentedienst sedert 1913 is nog steeds zeer groot;
terwijl het loonpeil in de Overheidsbedrijven be
langrijk hooger is dan dat in de vrije bedrijven, in
aanmerking genomen de daling van de prijzen der
artikelen en de bijzondere voordeelen, die allen in
Overheidsdienst werkzame personen ten deel vallen.
In België heeft men in dezen zin krachtige maat
regelen genomen, en de bereikte bezuinigingen heb
ben mede in dit land den voorsprong gegeven waar
van hierboven werd gewaagd.
Nederland, dat thans in de knel is geraakt, zal
nu ook moeten streven naar beperking van extra
uitgaven, die op de geheele bevolking drukken en
niet het minst op de werknemers die hun kosten
van levensonderhoud zoo sterk hebben zien stij
gen. Wanneer de Overheid eens begint, haar arbeids
voorwaarden te brengen op het peil van die der
particuliere bedrijven, dan is tenminste de eerste
schrede gezet op den weg, die leidt naar herovering
van onze vroegere positie op de buitenlandsche
markten en van ons eigen koloniaal terrein in
Indië. Want dat wij daar uit ons eigen huis worden
gezet, is toch eigenlijk al te mal!
INGEZONDEN
(Buiten verantwoording der Redactie).
VERWEER.
Toen de heer H. Hart voor eenige weken grieven
tegen de organisatoren van den cabaretavond in
St. Pancras meente te moeten uiten, hebben wij, als
zijnde hierbij niet rechtstreeks betrokken, geen com
mentaar gegeven. Slechts hebben wij den heer Hart
een beleefd briefje geschreven, en hem verteld, dat
ons optreden stond bulten de organisatie van den
avond, dat wij ons, als gewoonlijk beschikbaar stel
den voor een liefdadig dogl, en dat wij, voor ons,
meenen iets te brengen „voor allen." Daarmede
hebben wij een dikke streep onder de zaak gezet, en
alleen aan onze bordjesserie in het „klompehossie"
de bezoekers weten het nog wel, er één toege
voegd, dat van dien „ezel en dien steen". Nu echter
een geestige inzender Jasper een opmerking maakt
over zijn onvoldoende kennis van de hemeltergende
plaatselijke toestanden, en bij ongeluk de cabaretkoe
uit de sloot haalt, vat de heer Hart deze koe ter
stond bij de horens, zet zich er boven op en gaat
met open vizier en getrokken zwaard op den Sun-
terraiper los. Jammer, dat ik hem niet ken, want
hij zit natuurlijk, net als ik, op het oogenblik „op
kentoor" om 't „Hendrik" eens „gnap" te vertellen!
Dan konden we samen doen, want wij zeggen altijtf
„wat d' ien niet weet, weet d' aar." Enfin, maar nu
benut de heer Hart deze schoone gelegenheid o.a.
den volke te verkondigen: „Wel durf ik openlijk de
stelling poneeren, dat ieder die van zulke gelegen
heden gebruik maakt tegen Gods geboden ingaat."
De heer Hart past hier een algemeen oordeel toe
op een bijzonder geval, en daar Jasper en Meraike
toevallig een voornaam aandeel in dezen avond had
den, zal het duidelijk zijn, dat ze dit voelen als een
persoonlijke beleediging, hun werk aangedaan. Wij
vragen den „rechtschen" bezoekers, waarvan wij den
heer Hart de namen willen opgeven, of er door ons
één woord is gezegd, dat indruischte tegen Gods
Woord of tegen de goede zeden, of niet ons pro
gramma enkel is, een propaganda voor de West-
Friesche folklore en een beschrijving van aardige
gebeurtenissen? Een ieder heeft het recht, zijn werk
te verdedigen, of dit nu handwerk is of geestes
producten zijn; maar de heer Hart had dit geschrijf
kunnen voorkomen, door even inlichtingen te vra
gen. Als de heer Hart ons veroordeelt, veroordeele
hij ook liever alles wat onder „voordracht" verstaan
wordt, hij verbitde den heer Grondsma uit Alkmaar
of den heer Arie Post (bekende christelijke decla
matoren) op te treden, en hij schaffe onverbid
delijk alle gezellige avondjes van chr. zangver -
eenigingen, meisjes- en knapenvereenigingen, af.
De kunstwaarde van het gebodene van deze heeren,
of op deze avondjes, in vergelijking met ons werk,
blijve gevoegelijk buiten beschouwing. Maar de
„inhoud" van ons werk past overal, ook op die chris
telijke avonden waar „amusement" gevraagd wordt.
Met zijn opmerking, al zal dit zijn bedoeling wel
niet zijn (want als we dit wisten, werden we „lillek")
berokkent hij ons schade, moreel, omdat sommigen
ons in een verkeerd daglicht zouden zien, finantieel
misschien, omdat onze voordrachtsavonden, naast
propaganda niet voor het „zoogenaamde" West-
friesch, maar voor de „Westfriesche taal, zeden en
gebruiken", ook beoogen de versterking van de
innerlijke kaspositie van de firma „Jasper en Me-
raitje N.V." En nu mijnheer Hart, Meraitje heb
oftig een koppie klaar. Kom je ders? Den zelle we
je wat voorspeule en leze lei te. Den kraig je der
wel een are kaik op. Main mense, je moete ders
efkes bedare, 't is nag lang gien raasverkiezing, je
hewwe je nag niks drok te maken. Op je huis, deer
staat zoo'n mooie duise naam, „van elders rust",
beteekent dat. Nou, neem den rust, wees waizer. Je
hewwe je heele leven al wogen, krente en keneel en
suiker, en moet je nou nog alles op goudskale wege?
JASPER.
AANPASSEN.
Geachte Redactie.
Gaarne zag ik opname van het onderstaande,
waarvoor bij voorbaat mijn vriendelijken dank.
Den laatsten tijd komen nog al eens artikelen in
uw blad voor, die bij mij een haast onbedwingbare
lust doet opkomen, daarover eens van gedachten te
gaan wisselen. Het artikel „Aanpassen" deed mij
besluiten, om door middel van een ingezonden stuk
eens een ander geluid te doen hooren. Eenzijdige
voorlichting is niet goed.
Wat wij ons allen moeten aanpassen bij den
huidigen toestand, is van zelf sprekend. Wij moeten
de staat als een gemeenschap beschouwen, waarin
wij menschen één groote familie behooren te zijn.
Beter gezegd één groot gezin. Wanneer er nu een
deel van dat gezin te lijden heeft onder de crisis,
dan behooren de andere leden bij te springen. In
een goed geordend gezin toch zal vader niet al het
beste opeten-, daarna zijn kinderen een te kleine
rest geven, en het overige bewaren voor zich zelf
voor een volgenden maaltijd. Nietwaar, men eet ge
zamenlijk totdat men verzadigd is.
Zoo is het ook in de samenleving. Pardon, zoo
behoort het te zijn. De Schepper bezorgt ons een
overvloedigen maaltijd. De aarde brengt meer op,
dan wij menschen aankunnen. In Amerika bij
voorbeeld is een overvloed van graan. Het zoo kos
telijk hoofdbestanddeel van onze voeding. Maar
vader (het groot kapitaal) vreet zich zat aan deze
overvloedigen disch en het overschot laten zij als
waardeloos in de locomotieven verbranden. U dacht
misschien dat dat alles teveel was. Och neen, lezer,
want in dat zelfde Amerika verkeeren honderd
duizenden mannen, vrouwen en kinderen in de
vreeselijkste armoede. Maar voor die menschen
groeit dat graan ook niet, want daar valt niets
aan te „verdienen". Een men zaait en oogst niet
om de gemeenschap te voeden, maar uitsluitend om
te verdienen. Zoo is het met het graan, zoo is het
met de koffie, zoo is het met zooveel andere produc
ten. Helaas weten de grootbezitters niet van aan
passen.
Met het betalingsmiddel is het al precies eender.
Er wordt alom geroepen om aanpassing bij den
tegenwoordigen toestand. Maar daarmede is het al
precies eender gesteld.
Ga de feiten maar eens na en neem daarvoor
maar eens de Commmissie-Welter. Deze commissie
kreeg tot opdracht om de begrooting sluitend te ma
ken. De ontvangsten waren 100 millioen lager dan
de uitgaven en een begrooting moet nu eenmaal
sluiten. Dus de uitgaven met honderd millioen ver
lagen of de ontvangsten met eenzelfde bedrag ver-
hoogen.
Natuurlijk ging Weiter c.s. de uitgaven vermin
deren. De werkloozensteun moet met 15 pet. ver
laagd worden. Daar kan ook wel wat vanaf. Die is
nog hoog genoeg. Aan den Langendijk geniet een
gezin met 3 kinderen zoowat 9 gulden steun. Niet
waar dat is toch teveel. Drie gulden huishuur, één
gulden voor ziekenkas enz. dan blijft er toch nog
altijd vijf gulden over, waar ze best een week van
kunnen rondkomen. Misschien houden ze nog wel
over. Weliswaar is Langedijk aan den lage kant
maar de gemiddelde steun in geheel Nederland, de
steden inbegrepen is toch niet hooger dan twaalf
dertien gulden.
Groote werken, als bijv. de Zuiderzeewerken moe
ten werden stopgezet, dus nog meer werkloosheid.
Ook het onderwijs moet verslecht worden. Het
eigenaardige van deze geheele bezuiniging is, dat
het daar gehaald wordt, waar het niet is.
De commissie zou ook voorgesteld kunnen hebben,
om de ontvangsten te verhoogen, door het heffen
van extra belastingen. Want men jammert van
zekere zijde wel, dat ook het groot kapitaal het
slecht te verantwoorden heeft, maar ook dat valt
nog wel mee. Volgens het rijksbureau voor de sta
tistiek zijn er op dit oogenblik in ons kleine landje
nog 22000 menschen die een jaarlijks inkomen ge
nieten van honderdduizend gulden of meer.
Mij dunkt van die inkomens een extra heffing van
5 pet. en de 100 millioen is er ruimschoots uit. Als
men nu 2000 gulden per week heeft te verteeren
dan kan daar wel 100 gulden extra belasting af, dan
heb je toch nog 1900 gulden over. Maar daar blijft
Weiter c.s. af. Op die manier is de aanpassing niet
bedoeld.
De geheele tactiek der regeering is een zuiver
kapitalistisch streven, om datgene wat de arbeiders
beweging door harden strijd heeft veroverd, weer
terug te winnen. Niet de natie, maar het arbeidende
deel van Nederland moet het gelag betalen. Is het
wonder dat de arbeiders massaal in fel verzet ko
men en weigeren zich terug te laten dringen in den
poel van ellende, waaruit zij zoo moeizaam zijn op
geklommen? Geen weldenkend mensch kan er be
zwaar tegen hebben, wanneer de belastingen op het
inkomen worden verhoogd, desnoods verdubbeld,
want op die manier zal ieder burger, die nog in
komen heeft, zijn steentje kunnen bijdragen aan
den crisisnood van zijn medeburgers. D a t is de taak
der overheid. Maar dat doet zij niet. Ook in deze hou
ding der regeering zit „planwirtschaft". Aanpassen
moeten wij ons allen. Dat is de plicht van ieder
staatsburger. Maar dan ieder naar vermogen, niet
door loonsverlagingen, maar door belastingverhoo-
ging.
iWij hebben ons telefonisch in verbinding ge
steld miet den inzender van het ingezonden stuk
zonlder hem te kunnen spreken. Wij hadden hem
willen verzoeken zijn stuk met zijn vollen naam
te Willen onderteekenen. Tqch plaatsen wij dit
met de letter, in de reken- en stelkunde bekend
als de onbekende grootheid."
Het zal ons aangenaam zijn, dergelijke stukken
in het vervolg van de hanidteekening voorzien te
ontvangen. Wij zouden anders verplicht zijn ern
stig de al of niet plaatsing in overweging te
moeten nemen. - RED'.
Oudkarspel, Aug. '32.
Mijnheer de Redakteur.
Naar aanleiding van het stukje in uw blad van
j.l. Dinsdag van A. T., verzoekt ondergeteekende U
eenige plaatsruimte voor het volgende.
Hoe gevaarlijk het is om in te gaan op iets dat
men van hooren zeggen heeft of uit een couranten
verslag gelezen heeft, blijkt uit het stukje van A. T.
Hierin wordt geschreven over een vergadering van
het Boeren Comité, of-te-wel afdeeling van den
Neutralen Bond van Boeren en Tuinders te Oud
karspel.
Laat ik dan beginnen geachte heer T. dat de ver
gadering waar de heer de Weerdt gesproken heeft
heelemaal niet uitging van de afdeeling van den
Neutrale Bond, maar van een Comité uit verschil
lende plaatsen. De Neutrale Bond staat er dan ook
heelemaal buiten. Hoe de verslaggever van een der
bladen er dan ook toegekomen is om den N. B. er
in te noemen is mij een raadsel. Er stond n.l. dat
de vergadering stond onder leiding van onderge
teekende. Als ik mij goed herinner heb ik gedurende
de vergadering heelemaal niet gesproken. Twee
hoofdbestuursleden van den Neutrale Bond, de
heeren Hoogland en Kaan hebben zelfs met de heer
de Weerdt nog aan het debateeren geweest. Vraagt
de heer T. boven zijn stukje of het wel in orde is,
hieruit blijkt dus wel, dat het dik in orde is.
Verder maakt de heer T. van de gelegenheid ge
bruik om het werk van het Comité tegen te werken
en zwart te maken, want zegt hij, welke waarde zal
men kunnen toekennen aan de gegevens, verstrekt
door de commissie on der leiding van den bevoor-
oordeelden communist de Weerdt. Jammer is het
dat de heer T. niet op de vergadering waar de heer
de Weerdt gesproken heeft is geweest. Daar toch
had hij het doel van de delegatie kunnen hooren
en ik geloof zeker mijnheèr T. dat U er dan niet zoo
over geschreven had. Maar laat ik u gerust stellen.
De delegatie bestaat niet uit communisten, maar
uit personen van verschillende richtingen. Deze
dagen las ik juis dat de verkiezing voor een afge
vaardigde te Alsmeer heeft plaats gehad. Uit drie
candidaten, een partijlooze, een communist en een
S. D. A. P.,er werd laatstgenoemde gekozen, dus een
partijgenoot van de door U genoemde heer Mathy-
sen. Dat u geen vertrouwen schenkt aan de gekozen
personen, spijt me zeer.
Vervolgens maakt de heer T. aanmerking op het
werk van B. en W. van Oudkarspel en prijst hij de
houdiing van het dagelijks bestuur van Noordschar-
woud'e. Laat ik u dan dit zeggen. Wanneer er kerke
lijk een andere geest in de menschen komt dan is
dit niet tegen te gaan door het weigeren voor een
te houden collecte, maar het zal juist de oogen van
vele menschen openen, om op de ingeslagen weg
voort te gaan. Dat velen nog bang zijn voor een
communistische staat, ik kan het mij best voorstel
len. Vele menschen leven op heden nog in het be
loofde land, al is het ten koste van de vele en harde
werkers.
Tenslotte nog dit. D'e heer T. haalt er ook nog de
leege kas van het Crisis-comité bij. Dat er verschil
lende kassen van plaatselijke afdeelingen van het
N. C. M. leeg zijn, pleit niet voor de menschen die
het in deze maatschappij nog goed hebben, al zijn
er enkele uitzonderingen. Ons plaatselijk Comité,
kreeg na herhaalde aanvrage om geld bij het N. C.
M. de laatste keer nul op het request. Hieruit blijkt
dus alweer wanneer wij het van dien kant moeten
verwachten, wij bedrogen zullen uitkomen. Het is dus
geen wonder dat de kleine man een andere richting
begint te zoeken.
Mijnheer de Redakteur verder wil ik niet op deze
zaak ingaan, ik zou te veel van uw plaatsruimte ver
gen. Ik dank U voor de mij toegestane plaatsruimte.
NIET IN ORDE.
Ons stukje in het nummer van j.l. Dinsdag „In
orde?" was ten deele onjuist. Van bevriende zijde
werden we er op attent gemaakt, dat „Het Boeven
Comité" en de afdeeling Oudkarspel van den Neu
tralen Bond van Boeren, Land- en Tuinbouwers
niets met elkander gemeen hebben. En ook, dat de
vergadering, waarin de Communist de Weerdt op
trad, op initiatief van het Boerencomité is gehou
den.
Uit het ons ter hand gestelde laatste nummer van
„De Ontwaking", het eens per maand verschijnend
orgaan van den Neutralen Bond blijkt tevens, dat
het Hoofdbestuur geweigerd heeft een lid van het
college aan te wijzen om onder leiding van den heer
de Weerdt naar Sovjet-Rusland te gaan.
We lazen dit bericht met genoegen en haasten
ons de fout dadelijk te herstellen.