Nederland in de knel Uit den Omtrek SINT PANCRAS. Adspirantenreisje „Sport Staalt Spieren". Maandagmorgen j.l., pl.m. 8.45 uur (n.t.), was het een vroolijke drukte op het Chr. Schoolplein. De adspiranten (n.l. de kleine jongens- en meisjes- afdeeling van „Sport Staalt Spieren" kwamen bijeen onder hoofdcommando van haren directeur, den heer G. de Rie Jr., uit Alkmaar en leden van het bestuur van S. S. S., de dames Mej. A. Zegers Md., Mej. A. Timmerman Jd. en de heef en P. Balder JnzT, M Visser Jz. en P. Gootjes Czn., om hun reisje naar Bergen en Bergen aan Zee teondern emen. Het weer was voor dit reisje buitengewoon goed. En toen dan ook om 9.05 (n.t.) de stoet zich in beweging stelde, onder groote belangstelling en onder trommelslag der kranige tambours van „Turnlust" Alkmaar, (welke zich geheel voor niets beschikbaar gesteld hadden) om naar de tramhalte Koedijk te mar- cheeren, was de goede stemming er al direct in. De roete ging langs Bovenweg, Kerkelaan, Onder weg, Koedijker landpad, Koedijk. Vroolijk stapten de kleine gymnasten voort, hier en daar klonk reeds en steeds een lied. De clubvlag, door een heerlijk windje aan het wapperen gebracht, deed ook haar plicht, en alle omstandigheden wezen er op dat het een recht genoeglijke dag zou kunnen worden. En dat werd het ook inderdaad. Om 10.05 uur vertrok S. S. S. naar Bergen. Aldaar aangekomen, werd gemacheerd onder trommelslag en vlagvertoon naar Duinvermaak. Waar men zich prettig vermaakte, o.a. met voetballen, slingerballen hardloopen, bokspringen en rustig liggen. Bij aankomst en later lieten een boterham en Spritskoeken zich goed.smaken. Nadat een foto ge nomen was ging het met plezier naar den speel tuin. Wederom werd eerst ontbijt en frissche ranja gedronken. Toen vermaakte men zich met de draai molens, wippledillen, rekstok enz. Om 13.11 uur (n.t.) ging het naar Bergen aan Zee, het frissche strand, alwaar reeds spoedig de schoenen en kousen uit waren, en onder goed toe zicht werd de tijd doorgebracht met pootjebaden, leuke spelletjes, voetballen, acrobatiek enz. Zoo nu en dan een versnapering naar binnen werken. Vooral de Roombonbons reepen konden de hartjes veroveren. Alzoo vierde de gymnastenvreugde hoogtij Te pl.m. 17 uur werd weer verzamelen geblazen en werd, na nog eenmaal bij één van Bergen aan Zee Restaurants te hebben opgestoken de terugtocht om 18.2 uur aanvaard. Met de tram langs Bergen naar Koedijk. Vandaar ging het per motorbootjes naar St. Pancras. Dit werd gedaan door eenige voorstanders van S. S. S. De heem A. Schuur en Gebrs. Visser Jnz. Om 7 uur 's avonds werd St. Pancras bereikt. Alwaar de beste tamboers (nadat een driewerf hoera voor de motorkapteins had geklonken) en vaandeldrager weder eens hun best mochten doen om de jeugd van S. S. S. en haar leiders naar het punt van bestemming, het Chr. Schoolplein te bren gen. Nu ging het, het Zuiden om, Onderweg, Stee nenlaan, Bovenweg. Aangekomen werd door één der jongste adspirant meisjes, N. Kooij Jd., aan den heer G. de Rie Jr. een bouquet Dahlia's aangeboden, voor al 't geen hij voor S. S. S., zijn vereeniging, voor dezen dag heeft gedaan. Waardoor ook om één ding te noe men door hem de tambours aanwezig waren. En één dag beschikbaar te stellen uit zijn bedrijf, en Turnleven. Onder geweldig veel belangstelling en onder hiep-hiep-hoera voor de tamboers, den direc teur en S. S. S. ging men hoogst voldaan huis waarts. De organisatoren kunnen op een welgeslaagde prachtige onderneming, ondanks de verantwoorde lijke taak" terug zien. SINT MAARTEN. Maandag was de dag dat onze ouden van dagen hun jaarlijks ritje wederom hebben gemaakt. 's Morgens te 9 ure was de bijeenkomst in het lokaal van den heer Schrijver alhier waar het gezel schap eerst een verfrissching, in den vorm van een gebakje en een kop koffie, werd aangeboden. Na dit vond de afrit plaats. Was dit onder minder gunstige omstandigheden, wat betreft het weer, ge lukkig keerde dit echter ten goede en werd het een prachtdag, zoodat volop van weer en natuur genoten kon worden en de plaats waarheen men toog, Haarlem en omstreken, is rijk gezegend met na tuurschoon. 's Avonds te 8.30 ure arriveerde men weer in ons dorpje en steeg men bij café „Rust en Lust" uit om aldaar nog even te vertoeven en het een en ander te consumeeren. Een gezellig gezicht, de tafels rondom met ouden van dagen gezeten en vele dorpelingen als belang stellenden er omheen. Ter opvroolijking was het de symphonie „O. G." welke een 3-tal nummers ten gehoore bracht ter eere der ouden van dagen en hiervoor aller dank en een geweldig applaus ver wierf 't Was de Burgemeester die, het woord ver kregen hebbende, dank bracht aan het bestuur voor de aan hem gedane uitnoodiging om dezen rijtoer mede te maken, doch wegens familie omstandig heden hier geen gebruik van heeft kunnen maken maar hoopt bij een komende keer, zoo hem de eer weer werd aangedaan, hiervan gebruik te kunnen maken. Namens de ouden van dagen sprak de heer v. d. Velde zijn dank uit aan allen die wederom het hunne hadden bijgedragen tot het houden van deze voor de ouden van dagen zoo mooie dag en hoopt dat er nog vele zullen volgen. De voorzitter dankt hierna allen die hebben mee gewerkt om dezen dag weer mogelijk te maken en brengt in het bijzonder zijn dank aan 2 milde intee- kenaars op de lijst welke onder het motto 2 vrien den een aardig bedrag hadden geteekend. Ook de symphonie wordt extra dank gebracht voor de wijze van onthaal aan ons gezelschap bereid. Ons Weekpraatje Een dezer dagen zaten we met de poes op onzen schoot. Zoo iets kan een man overkomen. We waren op vacantie, en het regende; het was alles even mieserig en troosteloos. Poes wilde weg, maar nét Op tijd grepen we ze nog bij d'r staart. De lezer zal begrijpen, dat zulks een min of meer pijnlijk iets voor de poes werd, toen deze haar krach ten ten behoeve van een voorwaartsche beweging bleef bezigen en wij inmiddels de poesenstaart van onf tegengestelde inzichten lieten blijken. Poes maakte eenige onaesthetische geluiden en door deze werden de overige huisgenooten geattendeerd, dat er iets gaande was. Van verschillende kanten kwa- ze toegesneld en ieder stelde ons de vraag, of we nog wel heelemaal bij ons volle verstand waren. De verontwaardiging, welke we hadden gewekt, was inderdaad zéér gemotiveerd. Schuldbewust heb ben we het erkend. Als zoenoffer stortten we een kleinigheid in het busje voor de Dierenbescherming en aan poes beloofden we, dat ze de eerste de beste musch zou krijgen, welke we zouden vangen. Dat dit laatste voornemen óók al fout was, begrepen we eerst, toen het zonnetje was teruggekeerd en we in ons vacantieoord weer wat ernstigers te doen kre gen dan luieren. De zachtaardigste mensch wordt een beul en wreedaard, als-ie zich verveelt en de omstandigheden hem sjachrijnig maken. Lediggang is des duivels oorkussen. Daarom is het lot van de vele duizenden jonge menschen, die in onzen tijd werkeloos rondloopen, zoo diep-treurig. Die jongelui met een volle lading energie in zich, moeten ontaarden en degenereeren, als we ze niet helpen. In Onstwedde werd de vorige week een ouden, alleen-wonenden arbeider van 80 jaar vermoord, naar van de week bleek door zijn 18-jarigen kleinzoon en diens 21-jarigen vriend, 't Is ver schrikkelijk. Om den ouden man van zijn spaar centjes te kunnen berooven, hebben ze hem afge slacht, met een scherpen beitel 17 maal in zijn lijf gepriemd, tot-ie dood was. Die jongens moeten iets van eeij beestennatuur in zich hebben gehad, maar hun karaktei; had ver edeld kunnen worden door arbeid, welke verheft en verhindert, dat de opgehoopte energie zich op onjuiste wijze ontspant. De jonge kerels van van daag loopen zonder werk rond, geen enkele redelijke behoefte kunnen ze bevredigen. Het leven heeft voor hen geen waarde, het leven van anderen ook niet. Ze prakkezeeren op middelen om nog iets te bereiken; welke die middelen zijn, doet er niet toe. De lediggang en de langdurige overpeinzing van het kwade, maakt alles minder erg; ze wennen aan de slechte gedachte. Ze Verleeren om het slechts als zoodanig te onderkennen. Zeker, er wordt het een en ander gedaan voor werklooze jeugdige arbeiders. Men heeft ontspan- nings lokalen voor ze ingericht, waar ze kunnen schaken, dammen, kaarten of lezen. Hier en daar krijgen ze ook nog een kop koffie of een sigaar, 't Is alles goed bedoeld. Ze hebben het zoo goed als tijgers en leeuwen in Artis. Ziet echter die bees ten eens heen en weer loopen voor de tralies! Dan ziet men, hoe ze de goede zorgen waardeeren. Een beest moet men in haar natuurlijke omgeving laten; het grootste genot van het leven ligt in het normale verbruik van krachten. Vele rijkaards zijn gedegenereerd, omdat ze niet werken hoefden en stom! het daarom ook niet deden. Straks zullen ook vele arbeiderskinderen ont aard blijken, omdat ze niet werken konden. Een poosje geleden zagen we in „De Zaanlander" een plaatje van een ontspanningslokaal voor jeugdige werkloozen. De meeste bezoekers lagen meer op de tafels dan ze op hun stoelen zaten. Op aller gezich ten las men een stierlijke verveling. Hun scheef ge trokken petten gaven hun het uiterlijk van apaches Stuk voor stuk konden ze, naar hun gezichten en manieren te oordeelen, hun grootvader hebben ver moord. We bedoelen daarmee niets ten nadeele van de jeugdige werkloozen te zeggen; in hun omstandig heden zouden wé misschien niet anders zijn. Met een spelletje en een pijp tabak alléén, bewijst men aan de slachtoffers geen weldaad. Ze behoeven ar beid! Liefst betaald werk, maar als het niet anders kan, dan zou onbetaald werk baten. Voor jonge menschen is arbeiden even noodig als eten; arbeid is voor hen een lichamelijke en geestelijke levens behoefte. Overheid en arbeidersorganisaties zouden een goed werk doen met het inrichten van een vrij- willigen arbeidsdienst voor jeugdige werkloozen. In ieder geval zou de medewerking der arbeidsorgani saties worden vereischt, opdat elke verdenking weg- valle, dat noodige werken op een koopje worden klaar gemaakt. Er zijn overal wel niet-noodzakelijke nuttige werken te bedenken, waarvoor geen fonds m beschikbaar zijn en welke dan ook anders niet zouden worden uitgevoerd. Niet alleen de inkomsten uit Indië zijn geweldig gedaald, ook in onzen uitvoer naar Indië valt een steeds toenemende achteruitgang te constateeren. Het aandeel van Nederland is voortdurend in da lende lijn, dat van onze concurrenten, Japan in de eerste plaats, in stijgende lijn, De desbetreffende cijfers spreken boekdeelen, en doen ons beseffen, welk groot algemeen volksbelang betrokken is bij een verdere verdrijving van Nederland van de Indi sche markt. Want men verbeelde zich niet, dat het hierbij in de eerste plaats gaat om „kapitalistische belangen. Het aantal arbeiders, dat (niet alleen in onze havensteden) werkloos gaat worden, nu Indië belangrijk minder werk gaat geven, loopt in de duizenden. Het arbeidersbelang is bij het behoud van Indië als afzetgebied niet minder nauw betrok ken dan het „kapitalistenbelang" om nu maar niet eens te spreken van de andere groepen, b.v. de wetenschappelijk gevormden. Wat nu is de oorzaak, dat met name Japan zoo'n groot afzetgebied in Indië heeft veroverd ten koste van de Nederlandsche goederen? Zij is kort en goed deze, dat Japan, behalve door een lagere valuta, een grooten voorsprong heeft door zijn lage loonen. En nu zegge men niet, dat Japan in dit opzicht altijd eeen uitzondering zal vormen; neen, tegen over onze eigen nabuurlanden. België en Duitsch- land, verkeeren wij in dezelfde ongunstige positie. De Belgische loonen bedragen veelal nog niet de helft van de Hollandsche, terwijl in Duitschland de loonen eveneens belangrijk lager zijn en bovendien de productiekosten gunstig beinvloed worden door het feit, dat daar te lande de achturige werkdag voor meer den de helft der werklieden niet wordt gehandhaafd. Onze eigen nabuurstaten hebben dus door hun lagere productiekosten op de buiten- landsche markten een grooten voorsprong op Ne derland, en Japan en Amerika zijn zelfs in staat, ons van ons eigen terrein in Indië te verdringen! Er dient dus wel een resolute poging te worden gedaan om te voorkomen, dat Nederland op de buitenlandsche markten door zijn concurrenten nog verder wordt overvleugeld. De eenige remedie daar toe is gelegen in lagere productiekosten, opdat met oude durf en ondernemingsgeest weder aan de concurrentie het hoofd kan worden geboden. Daar toe dienen in de eerste plaats de kosten van het levensonderhoud vöor onze werkers lager te worden. Deze kosten zijn nog veel te hoog tengevolge van de opgeschroefde Staats- en bovenal ook gemeente uitgaven, waardoor ook de arbeidende stand onder zware belastingen gebukt gaat. Voorts dient de Ar beidswet veel soepeler te worden toegepast en waar noodig gewijzigd, in overeenstemming met de ar beidswetgeving in het buitenland. En tenslotte die nen de lasten, welke industrie, handel, landbouw, vervoer, enz. rechtstreeks treffen, te worden ver minderd, en mogen de productie in geen geval nieuwe lasten worden opgelegd. Hoe zwaar de overheidsuitgaven op de Neder landsche productie drukken, blijkt wel hieruit, dat de budgetten sedert 1913 meer dan verdrievoudigd zijn; de vermeerdering van personeel in Staats- en Gemeentedienst sedert 1913 is nog steeds zeer groot; terwijl het loonpeil in de Overheidsbedrijven be langrijk hooger is dan dat in de vrije bedrijven, in aanmerking genomen de daling van de prijzen der artikelen en de bijzondere voordeelen, die allen in Overheidsdienst werkzame personen ten deel vallen. In België heeft men in dezen zin krachtige maat regelen genomen, en de bereikte bezuinigingen heb ben mede in dit land den voorsprong gegeven waar van hierboven werd gewaagd. Nederland, dat thans in de knel is geraakt, zal nu ook moeten streven naar beperking van extra uitgaven, die op de geheele bevolking drukken en niet het minst op de werknemers die hun kosten van levensonderhoud zoo sterk hebben zien stij gen. Wanneer de Overheid eens begint, haar arbeids voorwaarden te brengen op het peil van die der particuliere bedrijven, dan is tenminste de eerste schrede gezet op den weg, die leidt naar herovering van onze vroegere positie op de buitenlandsche markten en van ons eigen koloniaal terrein in Indië. Want dat wij daar uit ons eigen huis worden gezet, is toch eigenlijk al te mal! INGEZONDEN (Buiten verantwoording der Redactie). VERWEER. Toen de heer H. Hart voor eenige weken grieven tegen de organisatoren van den cabaretavond in St. Pancras meente te moeten uiten, hebben wij, als zijnde hierbij niet rechtstreeks betrokken, geen com mentaar gegeven. Slechts hebben wij den heer Hart een beleefd briefje geschreven, en hem verteld, dat ons optreden stond bulten de organisatie van den avond, dat wij ons, als gewoonlijk beschikbaar stel den voor een liefdadig dogl, en dat wij, voor ons, meenen iets te brengen „voor allen." Daarmede hebben wij een dikke streep onder de zaak gezet, en alleen aan onze bordjesserie in het „klompehossie" de bezoekers weten het nog wel, er één toege voegd, dat van dien „ezel en dien steen". Nu echter een geestige inzender Jasper een opmerking maakt over zijn onvoldoende kennis van de hemeltergende plaatselijke toestanden, en bij ongeluk de cabaretkoe uit de sloot haalt, vat de heer Hart deze koe ter stond bij de horens, zet zich er boven op en gaat met open vizier en getrokken zwaard op den Sun- terraiper los. Jammer, dat ik hem niet ken, want hij zit natuurlijk, net als ik, op het oogenblik „op kentoor" om 't „Hendrik" eens „gnap" te vertellen! Dan konden we samen doen, want wij zeggen altijtf „wat d' ien niet weet, weet d' aar." Enfin, maar nu benut de heer Hart deze schoone gelegenheid o.a. den volke te verkondigen: „Wel durf ik openlijk de stelling poneeren, dat ieder die van zulke gelegen heden gebruik maakt tegen Gods geboden ingaat." De heer Hart past hier een algemeen oordeel toe op een bijzonder geval, en daar Jasper en Meraike toevallig een voornaam aandeel in dezen avond had den, zal het duidelijk zijn, dat ze dit voelen als een persoonlijke beleediging, hun werk aangedaan. Wij vragen den „rechtschen" bezoekers, waarvan wij den heer Hart de namen willen opgeven, of er door ons één woord is gezegd, dat indruischte tegen Gods Woord of tegen de goede zeden, of niet ons pro gramma enkel is, een propaganda voor de West- Friesche folklore en een beschrijving van aardige gebeurtenissen? Een ieder heeft het recht, zijn werk te verdedigen, of dit nu handwerk is of geestes producten zijn; maar de heer Hart had dit geschrijf kunnen voorkomen, door even inlichtingen te vra gen. Als de heer Hart ons veroordeelt, veroordeele hij ook liever alles wat onder „voordracht" verstaan wordt, hij verbitde den heer Grondsma uit Alkmaar of den heer Arie Post (bekende christelijke decla matoren) op te treden, en hij schaffe onverbid delijk alle gezellige avondjes van chr. zangver - eenigingen, meisjes- en knapenvereenigingen, af. De kunstwaarde van het gebodene van deze heeren, of op deze avondjes, in vergelijking met ons werk, blijve gevoegelijk buiten beschouwing. Maar de „inhoud" van ons werk past overal, ook op die chris telijke avonden waar „amusement" gevraagd wordt. Met zijn opmerking, al zal dit zijn bedoeling wel niet zijn (want als we dit wisten, werden we „lillek") berokkent hij ons schade, moreel, omdat sommigen ons in een verkeerd daglicht zouden zien, finantieel misschien, omdat onze voordrachtsavonden, naast propaganda niet voor het „zoogenaamde" West- friesch, maar voor de „Westfriesche taal, zeden en gebruiken", ook beoogen de versterking van de innerlijke kaspositie van de firma „Jasper en Me- raitje N.V." En nu mijnheer Hart, Meraitje heb oftig een koppie klaar. Kom je ders? Den zelle we je wat voorspeule en leze lei te. Den kraig je der wel een are kaik op. Main mense, je moete ders efkes bedare, 't is nag lang gien raasverkiezing, je hewwe je nag niks drok te maken. Op je huis, deer staat zoo'n mooie duise naam, „van elders rust", beteekent dat. Nou, neem den rust, wees waizer. Je hewwe je heele leven al wogen, krente en keneel en suiker, en moet je nou nog alles op goudskale wege? JASPER. AANPASSEN. Geachte Redactie. Gaarne zag ik opname van het onderstaande, waarvoor bij voorbaat mijn vriendelijken dank. Den laatsten tijd komen nog al eens artikelen in uw blad voor, die bij mij een haast onbedwingbare lust doet opkomen, daarover eens van gedachten te gaan wisselen. Het artikel „Aanpassen" deed mij besluiten, om door middel van een ingezonden stuk eens een ander geluid te doen hooren. Eenzijdige voorlichting is niet goed. Wat wij ons allen moeten aanpassen bij den huidigen toestand, is van zelf sprekend. Wij moeten de staat als een gemeenschap beschouwen, waarin wij menschen één groote familie behooren te zijn. Beter gezegd één groot gezin. Wanneer er nu een deel van dat gezin te lijden heeft onder de crisis, dan behooren de andere leden bij te springen. In een goed geordend gezin toch zal vader niet al het beste opeten-, daarna zijn kinderen een te kleine rest geven, en het overige bewaren voor zich zelf voor een volgenden maaltijd. Nietwaar, men eet ge zamenlijk totdat men verzadigd is. Zoo is het ook in de samenleving. Pardon, zoo behoort het te zijn. De Schepper bezorgt ons een overvloedigen maaltijd. De aarde brengt meer op, dan wij menschen aankunnen. In Amerika bij voorbeeld is een overvloed van graan. Het zoo kos telijk hoofdbestanddeel van onze voeding. Maar vader (het groot kapitaal) vreet zich zat aan deze overvloedigen disch en het overschot laten zij als waardeloos in de locomotieven verbranden. U dacht misschien dat dat alles teveel was. Och neen, lezer, want in dat zelfde Amerika verkeeren honderd duizenden mannen, vrouwen en kinderen in de vreeselijkste armoede. Maar voor die menschen groeit dat graan ook niet, want daar valt niets aan te „verdienen". Een men zaait en oogst niet om de gemeenschap te voeden, maar uitsluitend om te verdienen. Zoo is het met het graan, zoo is het met de koffie, zoo is het met zooveel andere produc ten. Helaas weten de grootbezitters niet van aan passen. Met het betalingsmiddel is het al precies eender. Er wordt alom geroepen om aanpassing bij den tegenwoordigen toestand. Maar daarmede is het al precies eender gesteld. Ga de feiten maar eens na en neem daarvoor maar eens de Commmissie-Welter. Deze commissie kreeg tot opdracht om de begrooting sluitend te ma ken. De ontvangsten waren 100 millioen lager dan de uitgaven en een begrooting moet nu eenmaal sluiten. Dus de uitgaven met honderd millioen ver lagen of de ontvangsten met eenzelfde bedrag ver- hoogen. Natuurlijk ging Weiter c.s. de uitgaven vermin deren. De werkloozensteun moet met 15 pet. ver laagd worden. Daar kan ook wel wat vanaf. Die is nog hoog genoeg. Aan den Langendijk geniet een gezin met 3 kinderen zoowat 9 gulden steun. Niet waar dat is toch teveel. Drie gulden huishuur, één gulden voor ziekenkas enz. dan blijft er toch nog altijd vijf gulden over, waar ze best een week van kunnen rondkomen. Misschien houden ze nog wel over. Weliswaar is Langedijk aan den lage kant maar de gemiddelde steun in geheel Nederland, de steden inbegrepen is toch niet hooger dan twaalf dertien gulden. Groote werken, als bijv. de Zuiderzeewerken moe ten werden stopgezet, dus nog meer werkloosheid. Ook het onderwijs moet verslecht worden. Het eigenaardige van deze geheele bezuiniging is, dat het daar gehaald wordt, waar het niet is. De commissie zou ook voorgesteld kunnen hebben, om de ontvangsten te verhoogen, door het heffen van extra belastingen. Want men jammert van zekere zijde wel, dat ook het groot kapitaal het slecht te verantwoorden heeft, maar ook dat valt nog wel mee. Volgens het rijksbureau voor de sta tistiek zijn er op dit oogenblik in ons kleine landje nog 22000 menschen die een jaarlijks inkomen ge nieten van honderdduizend gulden of meer. Mij dunkt van die inkomens een extra heffing van 5 pet. en de 100 millioen is er ruimschoots uit. Als men nu 2000 gulden per week heeft te verteeren dan kan daar wel 100 gulden extra belasting af, dan heb je toch nog 1900 gulden over. Maar daar blijft Weiter c.s. af. Op die manier is de aanpassing niet bedoeld. De geheele tactiek der regeering is een zuiver kapitalistisch streven, om datgene wat de arbeiders beweging door harden strijd heeft veroverd, weer terug te winnen. Niet de natie, maar het arbeidende deel van Nederland moet het gelag betalen. Is het wonder dat de arbeiders massaal in fel verzet ko men en weigeren zich terug te laten dringen in den poel van ellende, waaruit zij zoo moeizaam zijn op geklommen? Geen weldenkend mensch kan er be zwaar tegen hebben, wanneer de belastingen op het inkomen worden verhoogd, desnoods verdubbeld, want op die manier zal ieder burger, die nog in komen heeft, zijn steentje kunnen bijdragen aan den crisisnood van zijn medeburgers. D a t is de taak der overheid. Maar dat doet zij niet. Ook in deze hou ding der regeering zit „planwirtschaft". Aanpassen moeten wij ons allen. Dat is de plicht van ieder staatsburger. Maar dan ieder naar vermogen, niet door loonsverlagingen, maar door belastingverhoo- ging. iWij hebben ons telefonisch in verbinding ge steld miet den inzender van het ingezonden stuk zonlder hem te kunnen spreken. Wij hadden hem willen verzoeken zijn stuk met zijn vollen naam te Willen onderteekenen. Tqch plaatsen wij dit met de letter, in de reken- en stelkunde bekend als de onbekende grootheid." Het zal ons aangenaam zijn, dergelijke stukken in het vervolg van de hanidteekening voorzien te ontvangen. Wij zouden anders verplicht zijn ern stig de al of niet plaatsing in overweging te moeten nemen. - RED'. Oudkarspel, Aug. '32. Mijnheer de Redakteur. Naar aanleiding van het stukje in uw blad van j.l. Dinsdag van A. T., verzoekt ondergeteekende U eenige plaatsruimte voor het volgende. Hoe gevaarlijk het is om in te gaan op iets dat men van hooren zeggen heeft of uit een couranten verslag gelezen heeft, blijkt uit het stukje van A. T. Hierin wordt geschreven over een vergadering van het Boeren Comité, of-te-wel afdeeling van den Neutralen Bond van Boeren en Tuinders te Oud karspel. Laat ik dan beginnen geachte heer T. dat de ver gadering waar de heer de Weerdt gesproken heeft heelemaal niet uitging van de afdeeling van den Neutrale Bond, maar van een Comité uit verschil lende plaatsen. De Neutrale Bond staat er dan ook heelemaal buiten. Hoe de verslaggever van een der bladen er dan ook toegekomen is om den N. B. er in te noemen is mij een raadsel. Er stond n.l. dat de vergadering stond onder leiding van onderge teekende. Als ik mij goed herinner heb ik gedurende de vergadering heelemaal niet gesproken. Twee hoofdbestuursleden van den Neutrale Bond, de heeren Hoogland en Kaan hebben zelfs met de heer de Weerdt nog aan het debateeren geweest. Vraagt de heer T. boven zijn stukje of het wel in orde is, hieruit blijkt dus wel, dat het dik in orde is. Verder maakt de heer T. van de gelegenheid ge bruik om het werk van het Comité tegen te werken en zwart te maken, want zegt hij, welke waarde zal men kunnen toekennen aan de gegevens, verstrekt door de commissie on der leiding van den bevoor- oordeelden communist de Weerdt. Jammer is het dat de heer T. niet op de vergadering waar de heer de Weerdt gesproken heeft is geweest. Daar toch had hij het doel van de delegatie kunnen hooren en ik geloof zeker mijnheèr T. dat U er dan niet zoo over geschreven had. Maar laat ik u gerust stellen. De delegatie bestaat niet uit communisten, maar uit personen van verschillende richtingen. Deze dagen las ik juis dat de verkiezing voor een afge vaardigde te Alsmeer heeft plaats gehad. Uit drie candidaten, een partijlooze, een communist en een S. D. A. P.,er werd laatstgenoemde gekozen, dus een partijgenoot van de door U genoemde heer Mathy- sen. Dat u geen vertrouwen schenkt aan de gekozen personen, spijt me zeer. Vervolgens maakt de heer T. aanmerking op het werk van B. en W. van Oudkarspel en prijst hij de houdiing van het dagelijks bestuur van Noordschar- woud'e. Laat ik u dan dit zeggen. Wanneer er kerke lijk een andere geest in de menschen komt dan is dit niet tegen te gaan door het weigeren voor een te houden collecte, maar het zal juist de oogen van vele menschen openen, om op de ingeslagen weg voort te gaan. Dat velen nog bang zijn voor een communistische staat, ik kan het mij best voorstel len. Vele menschen leven op heden nog in het be loofde land, al is het ten koste van de vele en harde werkers. Tenslotte nog dit. D'e heer T. haalt er ook nog de leege kas van het Crisis-comité bij. Dat er verschil lende kassen van plaatselijke afdeelingen van het N. C. M. leeg zijn, pleit niet voor de menschen die het in deze maatschappij nog goed hebben, al zijn er enkele uitzonderingen. Ons plaatselijk Comité, kreeg na herhaalde aanvrage om geld bij het N. C. M. de laatste keer nul op het request. Hieruit blijkt dus alweer wanneer wij het van dien kant moeten verwachten, wij bedrogen zullen uitkomen. Het is dus geen wonder dat de kleine man een andere richting begint te zoeken. Mijnheer de Redakteur verder wil ik niet op deze zaak ingaan, ik zou te veel van uw plaatsruimte ver gen. Ik dank U voor de mij toegestane plaatsruimte. NIET IN ORDE. Ons stukje in het nummer van j.l. Dinsdag „In orde?" was ten deele onjuist. Van bevriende zijde werden we er op attent gemaakt, dat „Het Boeven Comité" en de afdeeling Oudkarspel van den Neu tralen Bond van Boeren, Land- en Tuinbouwers niets met elkander gemeen hebben. En ook, dat de vergadering, waarin de Communist de Weerdt op trad, op initiatief van het Boerencomité is gehou den. Uit het ons ter hand gestelde laatste nummer van „De Ontwaking", het eens per maand verschijnend orgaan van den Neutralen Bond blijkt tevens, dat het Hoofdbestuur geweigerd heeft een lid van het college aan te wijzen om onder leiding van den heer de Weerdt naar Sovjet-Rusland te gaan. We lazen dit bericht met genoegen en haasten ons de fout dadelijk te herstellen.

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Nieuwe Langedijker Courant | 1932 | | pagina 4