van man is I De Asfaltwegenbouw in Nederland. Ons Gouranfenverhaai aandacht waard. De Boterprijs [SPORT EN WEDSTRIJDEN Wij vertellen zeker geen nieuws. Wie thans met luxe- of vracht-auto, auto-car of motorfiets, per rijwiel of met het „ouderwetsche" paarden rijtuig van Alkmaar naar Haarlem rijdt, gaat langs den geasfalteerden weg. Hij is nog niet geheel ge reed, maar, het zal stellig niet lang meer duren of deze moderne verkeersweg is gereed gekomen. Nog eenigen tijd verder en het moge dan nog een paar jaren auren, zal men van den Langenüyx tot Alkmaar en verder langs den modernen asfait-weg gaan. Het moge dan voor de bewoners, die langs de straten wonen, welke geasfalteerd worden, een kwelling zijn, maanden achtereen het gestamp der stoomwalsen te hooren en het geklop van het bazalt, verder het oorverdoovend geluid der vracht-auto's langs de nog ruwe steenen, hobbelend en boteend, toch, wanneer de moderne verkeersweg gereed is gekomen, dan moet men die onaangenaamheden reeds vergeten zijn en zich verlustigen in den aan blik van een asfait-wegenbouw, die het verkeer tot een aangenaam voortbewegen heeft bevorderd. De Vereeniging voor toepassing van Bitumineuze wegconstructies, Emmalaan 26, Utrecht, heeft een boekje uitgegeven waarin de asfait-wegenbouw in Nederland breedvoerig is beschreven. Wij willen daaruit het een en ander putten om onze lezers eens op de hoogte te stellen van het machtige werk, dat is verbonden aan de toepassing van een moder nen asfait-wegenbouw. Vanaf de eerste schreden van den eersten mensch tot op het huidige oogenblik heeft het vraagstuk van den weg de aandacht getrokken, doch wel nimmer heeft het zoo in het brandpunt van de algemeene belangstelling gestaan ajls thans. De enorme toeneming van het verkeer, op de eerste plaats door de vrachtauto, maar ook door het in voeren van den goedkoopen Amerikaanschen serie wagen, die het autorijden tot een veel grooter kring van beoefenaars zich doet uitstrekken, heeft aan de wegen geheel andere, tot voor kort nimmer denkbare eischen gesteld. Met het oog op de vrachtauto is het zeker ge rechtvaardigd te spreken van „eischen stellen". De groote toepassing toch, die dit vervoermiddel heeft verkregen, de nog veel grootere toepassing, die wij in de toekomst hebben te verwachten, is van diep ingrijpende economische beteekenis, daar zij een der middelen is, .waardoor de productiekosten kun nen worden verlaagd en zoodoende het algemeen belang in hooge mate kan worden gediend. In ver band hiermede is ook het gebruik der wegen weer toegenomen. Kwamen bij paardentractie slechte asdruk en de kalkoenen der paardenhoeven in aanmerking, de motortractie oefent een sterkere werking uit op de de straatbedekking. Tegen deze werkingen zijn slechts eerste-klasse wegbedekkingen bestand. De asfaltweg. Een kort historisch overzicht. Hoewel asfalt als bind- en waterbestendig mate riaal in wegbedekking reeds is voorgekomen ten tijde van de Babyloniërs en Prescott in zijn be schrijving van Peru er melding van maakt als te zijn toegepast ten tijde van de Inca's, kunnen deze feiten slechte van historische en archeologische be teekenis worden geacht. Het zou geen doel hebben eenig verband te zoeken tusschen deze en de mo dern uitgevoerde constructie. Niet van belang ont bloot mag zijn de opmerking, dat deze historische pogingen asfalt reeds doen kennen als een besten dig product, welks karakteristieke eigenschappen door de eeuwen heen onveranderd zijn gebleken. De moderne toepassing van asfalt als belangrijk wegverhardingsmateriaal dateert van het midden der vorige eeuw. In 1852 werden eenige straten te Parijs van een stampasfaltlaag voorzien, in 1869 volgt de Threadneedlestreet te Londen, terwijl het na 1870 in Amerika toepassing vindt. Enorme ontwikkeling van den asfaltwegenbouw vindt nu plaats. In de Vereenigde Staten van Noord- Amerika legt men zich bijna uitsluitend toe op wegenbouw met toepassing van petroleum-asfalt, terwijl in Engeland aanvankelijk nog in hoofdzaak het natuurlijk asfalt wordt toegepast. Eerst tegen het einde van de negentiende eeuw vindt het kunstmatig of synthetisch asfalt aan ueze zijde van den Atlantischen Oceaan toepassing. In dezen tijd komt ook de groote invloed tot uiting die de verbreiding van den asfaltweg zoo zal bevor deren. Het is de geweldige toeneming van het mo- torverkeer, dat den asfaltwegenbouw in zoo hooge mate wenschelijk maakt. Het motorverkeer eischt een wegoppervlak van een hoogere klasse, een weg- oppervlak, dat niet alleen direct na den aanleg maar dat steeds effen en vlak blijft. Bij de enorme ontwikkeling van het motortrans port is de toepassing van asfalt gedurende de laat ste twintig jaren op buitengewone wijze toegeno- DE FILMOPNAME. De kleine vorstin leunt tegen het venster van een derde klasse coupé, het hoofd diep in den weeken bontmantel gedoken en kijkt naar buiten. Het is nog geen zeven uur en de wereld heeft een anderen aanblik, dan zij anders gewend is te zien. Het eene stationnetje na het andere glijdt voorbij in het grauwe schemerlicht van den ochtend. Het leven ontwaakt, kruipt met tegenzin naar voren: Mannen met melkbussen hard en dreigend kletteren hun schreden over het perron, menschen, die vroeg al, ergens veraf in dienst moeten zijn, schuiven sla perig en moe met opgeslagen jaskraag naar hun werk. De groote stad wijkt meer en meer. Een vale morgen hangt over het natte troostelooze land schap. De kleine vorstin rilt. De troosteloosheid buiten en de troosteloosheid van haar hart rijken elkaar de hand. En zij treft vergelijkingen tusschen eens en nu, de vergelijking, die de ergste vijand van haar leven is geworden. Doch met samenge- klemde tanden houdt zij het vizioen vast, dat uit het troostelooze landschap oprijst, dat vizioen, dat zij nog steeds voor oogen heeft gehouden, dat haar kracht had gegeven, alszij meende, niet meer verder te kunnen, de blonde krullendekopjes van haar kin deren. „Maruska" Teeder strekt zich een hand naar de hare uit en trekt ze op de harde bank. Vorst Alexander ziet haar aan met bezorgde genegenheid: „Maruska, ga toch terug. Je kunt het niet. Je bent te zwak." men. Ernstige, diepgaande onderzoekingen hebben ieder onderdeel van de industrie doen stellen op zui ver wetenschappelijke basis en de diepere kennis van het samengestelde karakter der bitumen heeft een groote variatie van succesvolle asfaltsamen- stellingen mogelijk gemaakt, waardoor asfalt kan worden toegepast voor allerlei soort van wegen. Dit is zeer in het kort de ontwikeling van den asfaltweg, welke op dit oogenblik èn in Amerika èn in Engeland een eerste plaats inneemt onder de moderne wegdekken. Bij beschouwing van deze ont wikkeling in verband met de ontwikkeling der we gentechniek in het algemeen, moet men in de toe komst met een sterk progressieve uitbreiding der •2 kfalttechniek rekening houden. statistieken toonen aan, dat, zoowel in Engeland als in Amerika, de enorme toeneming van het motorverkeer op den voet gevolgd is door die van de toepassing van den asfaltweg, waaruit dus blijkt, dat de asfaltweg ten nauwste samenhangt met de eischen door het moderne verkeer gesteld. Aan den eenen kant heeft motortractie goede wegen geëischt, doch ook omgekeerd heeft de asfaltweg geleid tot de populariseering van het motorverkeer en zoo doende in hooge mate bijgedragen tot ontwikkeling van de industrie, wat in dichtbevolkte landen van het 'meest eminente staatsbelang mag worden ge acht. (Wordt vervolgd). groenten de Duitsehe markt zoodanig overstroom iden, dat hun Duitsehe producten onverkoopbaar iD uit sell land gaat conti ngentcer en. Aan het ..Handelsblad" ontleenen wij het vol gende i Zuo heeft dan hedenmorgen te Munehen de Duitsehe rijksminister van Landbouw, Freiherr von Braun de, groote rede gehouden over de toekomstige richtlijnen der Duitsehe landbouw, politiek, waarnaar alles, wat in Nederland direct of indirect met landbouw, veeteelt en tuinbouw te maken heeft dus geheel ons volk begrij pelijkerwijze met zooveel spanning heeftl uitge zien. Na eenige inleidende woorden betoogde minis ter von Braun het volgende: Den export-fanitici wijs ik erop, dat wij den uitvoer niet in de hand hebben. Dte daling onze» uitvoerwaarde van 14.5 milliard mark! in 1929 tot 6 milliard mark in 1932 spreekt in deze een duidelijke taal die slechts voor een uitlegging vatbaar is. Ik sla da beteekenis van onzen ex port zeer hoog aan en ik wensch dringend, dat de export krachtiger en grooter zal' worden, doch de rijksregeering is vastbesloten om ter bescher ming van de binnenlandsche productie den over matig grooten invoer (Ubereinfuhr) dien wij door middel van invoerrechten niet de baas kunnen worden buiten onze landsgrenzen te houden. Zij heeft besloten den invoer van de volgende bo demproducten te contingenteeren De verschillende soorten kool, tomaten, de voor naams te soorten fruit, gezaagid naaldhout, pa pierhout, slachtrunderen, reuzel en rundvet,, bo ter (voorbehouden de bijzondere onderhandelin gen met afzonderlijke landen), erwten! en rijSt- afvallen De rijksregeering heeft voor deze producten reeds bepaalde contingenteeringsbasis vastgesteld (Ben aanzien der publicatie daarvan is zij met het oog op den hanjdelspolitieken toestand met de betrokken landen in contact getreden. Zij is daar bij op den grootst mogelijken spoed bedacht en afwikkeling kan men binnen zeer korten tijd verwachten. Alsdan zal de rijksregeering onmid dellijk de door den buitengewone^ noodtoestand van den landbouw noodzakelijk zijnde maatre gelen treffen. De rijksregeering beseft, dat menige buitan- landsche producent tegenover deze beperking van zijn uitvoer naar Duitsehland zal staan met on vermengde gevoelens van afwijzing (mit ganz ungemischten Gefühlen der Ablehnung gegen- überstehen wind: hier doelt von Braun klaarblij kelijk op de boycotactie in den Nederlandschen tuinbouw, want hij laat er op volgen: Doch het gaat niet aan. dat bij voorbeeld Duitsehe groen ten, zooals in talrijke gevallen is voorgekomen, door de Duitsehe tuinders op de mesthoop moes ten worden geworpen, omdat buitenlandsche Zij schudt langzaam met haar hoofd. Hij kent den eigenzinnigen trek om haar mond, hij weet dat zij er niet aan denkt te veranderen, maar toch houdt hij vol. Zie nu eens, dat is niet zooals bij andere gezel schapsopnamen, als je in eigen elegante kleeren in een restaurant zit of danst, dat is anders, heel anders. Ik ken het toch. Deze gezelschapsopnamen grijpen je al zoo aan, omdat je het scherpe licht, het vermoeiende wachten en heen en weer loopen niet kunt verdragen. Je weet echter wat het wil zeggen een massa-opname meemaken, grove klee ren aantrekken die anderen al hebben aangehad, zich laten voortduwen, zich laten toeschreeuwen., twaalf tot veertien uur lang, dat kun je niet en dat voor tien mark!" Met een handbeweging vaagt zij uit, wat hij heeft gezegd: „Als ik vandaag meefilm kunnen wij de huur betalen. Je weet, de hospita wacht niet. En wie weet, wanneer er weer een opname komt, en de kinderen!" Dan zucht hij en zwijgt. De kleine, teergebouwde kreeg een schok van ont zetting toen men haar een versleten rok en een grauw wollen jak in de armen wierp, dat wel reeds honderd anderen voor haar aan hadden gehad. En zij kan een hevigen tegenzin nauwelijks bedwingen. Toen de echtelieden zich eindelijk onder de dui zend grauwe, eenvormige gestalten terugvonden, troffen zich hun oogen in een stommen groet. Elk achtte de verschrikking te verbergen, die de ver schijning van den ander in hem deed ontstaan. Hol en ingevallen werkten de met roet zwartge maakte wangen van den vorst, onherkenbaar ont steld was de elegante verschijning van zijn vrouw. Als zij nu nog alleen hadden gespeeld, dan was het nog niet zoo erg geweest, maar duizenden menschen uit alle lagen samengebracht, dat werkte als een hypnose, waaraan de teerbesnaarden zich niet kon den onttrekken. En de verbittering, die voor een geknecht volk noodig was, lag reeds op de gezichten gestempeld, voordat de opname was begonnen. Er was eens een man, die in de bin nenlanden ging jagen. Er kwam een verschrikkelijk onweer opzetten, en on middellijk kroop hij in een gat om dek king te zoeken. Doch het noodweer hield urenlang aan, en het water steeg hooger en hooger. Eindelijk bereikte het zelfs het gat, waarin de jager dekking had Toen het onweer voorbij was kon hij er echter niet uit, wijl het gat onder graven en de uitgang bijna geheel inge stort was. De jager wist dat, indien hij zich niet kon bevrijden, hij den hongerdood zou moeten sterven. In doodsangst trok zijn geheele leven aan zijn geest voorbij. Plotseling herin nerde hij zich, dat hij den laatsten keer vergeten had, zijn advertenties aan ons blad opnieuw op te geven. Deze gedachte maakte hem zóó kléin, dat het voor hem niet moeilijk was, door het uiterst kleine gat, dat nog open was, naar buiten te kruipen ADVERTEER IN DE „NIEUWE LANGEDIJKER COURANT" Alge H deze si Algemeene afdoende publiciteit voor deze streek. Belangrijk lager dan in 1930 en voorafgaande jaren. De Crisis-zuivel Centrale schrijft ons: Het schijnt, dat bij het publiek zich de meening heeft vastgezet, dat tengevolge van de Crisis-Zui- velwet op den consument zware lasten worden ge legd, zóó zwaar zelfs, dat men daarom de natuur boter den rug toekeert en naar de margarine over gaat. Deze meening is geheel onjuist. Tot half Maart 1931 is de natuurboter jarenlang veel hooger in prijs geweest dan ze thans sedert en kele weken is, en nooit kwamen er in die jaren klachten over de dure boter. Hoe duur de boter voor heen was, zien wij van de volgende getallen: Volgens de officiëele Leeuwarder noteering was de gemiddelde jaarprijs van de boter in 1925: ƒ2.37 per kg.; in 1926: ƒ2.04; in 1927: ƒ2.08; in 1928: ƒ2.18; in 1929: ƒ2.09;in 1930: fl.71.Dat waren stevige prij zen! Thans bedraagt de boterprijs ƒ1.51 per kg. dus belangrijk lager dan in 1930 en de daaraan voor afgaande jaren. Zelfs op 13 Maart 1931 stond de noteering nog op ƒ1.52, dus een cent hooger dan heden. Doch na dien datum trad een geleidelijke daling in tengevolge van de moeilijkheden bij den export. De gemiddelde jaarprijs over 1931 bedroeg ƒ1.34; En sedert 11 Juli 1932, toen de Crisis-Zuivelwet in werking trad, wordt nu getracht den boterprijs ge leidelijk op te voeren, to de veehouder den produc tieprijs voor zijn melk ontvangt. Zoo stond de boter op 22 Juli op ƒ1.28; 5 Augus tus op ƒ1.30; 19 Augustus ƒ1.31; 26 Augustus ƒ1.41; 9 September ƒ1.48; 10 Sept. ƒ1.51; alles per KG. Een langzame stijging alzoo. Zoolang de Crisis-Zuivelwet in werking is, staat de boterprijs dus belangrijk lager dan in 1930 en de daaraan voorafgaande jaren op dit oogenblik is hij nog slechte 17 cent hooger dan over het geheel jaar 1931. Er is dus geen sprake van, dat de boterconsument zwaaar belast wordt; in Nederland eet men, ver- In de groote opname-hal is het koud. De tanden klapperden op elkaar en de naakte voeten worden blauw van de koude want het verlammende wachten begint, het staan en wachten voor men aan de beurt komt,, dat bijna steeds aan alle opnamen voorafgaat. Daar schuiven naakte mannengestalten door de hal, slechts met een gordel bedekt, met kaalgescho ren schedels. Slaven. De allegorische scène begint. Vele honderden slaven. Slavenhoeders met lange rinoceros-zweepen drijven ze op. Het scherpe knal len der zweepen verscheurt de lucht. Zij zijn met touwen samengebonden. Zij gaan met neerhangende hoofden. Hun oogen zijn nat en er ligt iets van hopeloosheid in. De kleine vorstin staart met wijd open oogen. De indruk van deze scène was te sterk het beeld vervloeide met de werkelijkheid van haar leven. Over haar komt een dwangvoorstelling: dat daar, dat is geen spel. meer, dat is de naakte, harde werkelijkheidzij bevindt zich er midden in zij en haar manzij moeten mee den dood in. Zij beeft over al haar ledematen. „Ja, zij moeten mee den dood in, het leven, deze nooit-voldane, vraatzieke moloch verslindt hen. Steunend tuimelt zij aan den voet van een peiler. Dan voelt zij de hand van haar man, de angstige blik, die haar wanhopige oogen zoekt. Zij breekt tezamen. Het is koud in de groote hal en het heeft geen zin, daarover na te denken. Het heeft geen zin in elkaar te krimpen, als men achter zich hoort ver tellen door een vrouw, die ook niet in de kleedij schijnt thuis te hooren, dat haar man bij een der gelijke opname longontsteking had gekregen en gestorven was het heeft werkelijk geen zin, want de opnamen beginnen reeds. En het ontzettende vangt aan, dat de sterken lachend overwinnen, maar dat te zwaar is voor de zwakke krachten van de kleine vorstin, die met stoicijnschen toch wil door zetten, omdat haar nog twaalf mark voor de huur ontbreken. En verder, verderIn een wilde heksendans geleken-met vorige jaren, nog steeds goedkoope boter. En dat zal wel zoo blijven, want al voert de Crisis-Zuivel-Centrale den boterprijs ook op tot f 1.60 0- wat oorspronkelijk als uiterste grens werd opgegeven dan nog is deze prijs lager dan in 1930 en vroeger. Bij genoemde prijzen en dat geldt zoowel voor de vroegere als de tegenwoordige en de toekomstige moeten nog worden opgeteld de onkosten en de winstmarge voor den groot- en den kleinhandel (winkelier). Maar dit zijn tamelijk constante, in ieder geval nauw gelimiteerde factoren, al is de eene groot handelaar en winkelier met iets minder tevreden dan de andere. Doch op de stijging of daling van den boterprijs heeft dit geen invloed. ALKMAAR I—D. T. S. I 2—1. In een door D. T. S. slecht gespeelden wedstrijd, moest zij in Alkmaar haar meerdere erkennen. D. T. S. heeft twee invallers voor Jb. Speets en J. Mulder, waarvoor J. Bakhuis en P. Schrieken invallen, het elftal ziet er nu als volgt uit: A. Kroon. P. Schrieken C. Kroon J. Bakhuis, W. v. Dijk, K. Kooy J. Schrieken, K. v. Meurs, J. Dekker, D. Kokkes, H. Kuiper Omstreeks 2 uur fluit scheidsrechter Vel de elf tallen in het veld, van Dijk wint de toss en Alk maar trapt af. Het spel gaat gelijk op, -nu eens is het D. T. S.-doel in gevaar, dan weer het Alkmaar- doel, dit duurt zoo voort tot er ongeveer een kwartier gespeeld is, dan loopt K. Kooy een blessure op met het gevolg dat hij hinkende tot de rust verder kan spelen en de toch al gevaarlijke rechtsbuiten van Alkmaar, geheel vrij spel heeft. Deze speler plaatst dan ook den bal scherp voor het doel en de bal wordt door een toeloopende Alk maar speler ingezet. D. T. S„ niet ontmoedigd laat het er ook niet bij zitten en onderneemt eenige goede aanvallen, maar de Alkmaar-keeper is goed op dreef en zendt alle ballen het veld weer in. Maar als Dekker de bal goed doorgeeft naar Kokkes, scoort deze met een hard schot, wat den keeper te machtig is. 1—1. Een oogenblik later komt dezelfde speler weer voor den keeper van Alkmaar te staan, maar zijn schot vliegt tegen deze aan, zoodat ook deze goede scorings kans weer verloren is. Niet lang daarna fluit de scheidsrechter rust. Na de rust komt Alkmaar onstuimig opzetten, maar de D.T.S.ijbacks en keeper zijn in vorm en weten voorloopig het gevaar te bezweren. De D.T.S.-halflinie is bijna geheel op verdedigen aangewezen, zoodat er een groote gaping is tus schen voorhoede en halfs, met het gevolg dat de voorhoed de nog te spelen tijd bijna niets te doen heeft. Alleen af en toe een snelle doorbraak, die niet van gevaar ontbloot is. Twintig minuten voor het einde stopt A. Kroon een hard schot, laat de bal vallen, en grijpt deze weer snel, maar op hetzelfde oogenblik is er ook een Alkmaar-speler en de D.T.S.-keeper krijgt een trap tegen zijn hoofd; de scheidsrechter fluit en het is penalty, daar de scheidsrechter meent gezien te hebben, dat A. Kroon de beenen van den Alkmaar speler heeft vastgehouden, hetgeen zoowel door hem als de Alkmaar-speler wordt ontkend. De toegewezen penalty wordt naa§t geschoten, maar het is uitstel van executie, want als de bal 5 ihinuten later bij den rechtsbuiten van Alkmaar beland, schiet deze hard voor en de linksbinnen doelpunt onhoudbaar. 2—1. D.T.S. onderneemt dan nog eenige snelle aanval len, waarbij een Alkmaar-speler hands maakt in het strafschopgebied, maar dit ontgaat den scheids rechter. Een goed genomen corner van rechts levert ook al niets op en dan fluit de scheidsrechter, die even als D.T.S.zijn dag niet erg heeft, einde. Vooruit Deetjes, de volgende week beter hoor, de tanden op elkaar dan zullen jullie eens laten zien, wat jullie kunnen. De overige uitslagen in deze afdeeling zijn: Vrone 1Schagen 1. 03. E. V. C. 1—Q. S. C. 1. 2—0. Uitgeest 1Texel 1. 42. Zilvermeeuwen 1Beverwijk 1. 12. D. T. S. 2 speelde Zondag voor de competitie te gen Vrone 2, maar deze brachten het er beter af dan het eerste en wonnen met 60. D.T.S. a, die ook haar eerste competitie-wedstrijd speelde, behaalde eveneens de overwinning, door Vrone a met 50 naar huis te sturen. Bravo Deetjes. draaien de kringen der duizenden door geschreeuw en commando's van de regisseurs opgezweept. Er is geen bezinnen meerverderverder. Hoe lang nog? De avond daalt. Men bemerkt het aan de kleine venstertjes boven in de hal. Maar het einde is nog niet te zien. En verder gaat de razende dans. Hoe lang nog zullen haar krachten reiken? Verder, verderEens komt toch aan alles een eind, eens. Een tot waanzin vervallen volk stormt in ontzettende woede de groote trap op om het werk der vernietiging te voltooien. De kleine vorstin is van haar man weggedron gen, zijn beschuttende arm ontbreekt. Ruwe vuis ten stooten en trekken haar voorwaarts. Haar krachten nemen af. Zij kijkt in door haar vertrok ken gezichten, wilde verwenschingen gillen in haar oor. Daar stort een man met bloed overdekt op de menigte in. Het joelen en krijten wordt tot een orkaan, die alles met zich meesleept. In de wijdopengesperde oogen van de vorstin is ontzetting te lezen. Ze ziet zich weer terugge plaatst in de dagen der Russische revolutie tusschen het gepeupel, waaruit zij als door een wonder was gered. Voor haar oogen legt zich nu een roode sluier, ®an verliest zij het bewustzijn. Nog een oogenblik wordt zij door de driingenden en stooten den gedragen, doch zinkt dan langzaam weg onder de voeten der toestormenden. Vorst Alexander, die haar geen oogenblik uit het oog heeft verloren, ziet haar vallen. Een kreet ver scheurt het rumoer en voor zijn zware slagen splitst zich de menigte. Hij tilt haar van den grond op en op zijn sterke armen draagt hij de gewonde naar buiten. In de garderobe knielt hij voor haar neer, trekt met trillende vingers de grove kleeren van haar lichaam. De arm is gebroken. Onder haar haren sijpelt bloed en druppelt over haar voorhoofd. Dan slaat zij langzaam de oogen op, die wonderlijk schoon zijn en waarin toch een afgrond-diepe ver schrikking ligt. Dan laten de krampachtige handen van den man los en huilend legt hij zijn met roet zwartgemaakt hoofd in haar schoot: „Je leeft!"

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Nieuwe Langedijker Courant | 1932 | | pagina 4