van man is
I De
Asfaltwegenbouw
in Nederland.
Ons Gouranfenverhaai
aandacht waard.
De Boterprijs
[SPORT EN WEDSTRIJDEN
Wij vertellen zeker geen nieuws. Wie thans
met luxe- of vracht-auto, auto-car of motorfiets,
per rijwiel of met het „ouderwetsche" paarden
rijtuig van Alkmaar naar Haarlem rijdt, gaat langs
den geasfalteerden weg. Hij is nog niet geheel ge
reed, maar, het zal stellig niet lang meer duren of
deze moderne verkeersweg is gereed gekomen. Nog
eenigen tijd verder en het moge dan nog een
paar jaren auren, zal men van den Langenüyx tot
Alkmaar en verder langs den modernen asfait-weg
gaan.
Het moge dan voor de bewoners, die langs de
straten wonen, welke geasfalteerd worden, een
kwelling zijn, maanden achtereen het gestamp der
stoomwalsen te hooren en het geklop van het bazalt,
verder het oorverdoovend geluid der vracht-auto's
langs de nog ruwe steenen, hobbelend en boteend,
toch, wanneer de moderne verkeersweg gereed is
gekomen, dan moet men die onaangenaamheden
reeds vergeten zijn en zich verlustigen in den aan
blik van een asfait-wegenbouw, die het verkeer tot
een aangenaam voortbewegen heeft bevorderd.
De Vereeniging voor toepassing van Bitumineuze
wegconstructies, Emmalaan 26, Utrecht, heeft een
boekje uitgegeven waarin de asfait-wegenbouw in
Nederland breedvoerig is beschreven. Wij willen
daaruit het een en ander putten om onze lezers
eens op de hoogte te stellen van het machtige werk,
dat is verbonden aan de toepassing van een moder
nen asfait-wegenbouw.
Vanaf de eerste schreden van den eersten mensch
tot op het huidige oogenblik heeft het vraagstuk
van den weg de aandacht getrokken, doch wel
nimmer heeft het zoo in het brandpunt van de
algemeene belangstelling gestaan ajls thans. De
enorme toeneming van het verkeer, op de eerste
plaats door de vrachtauto, maar ook door het in
voeren van den goedkoopen Amerikaanschen serie
wagen, die het autorijden tot een veel grooter kring
van beoefenaars zich doet uitstrekken, heeft aan de
wegen geheel andere, tot voor kort nimmer denkbare
eischen gesteld.
Met het oog op de vrachtauto is het zeker ge
rechtvaardigd te spreken van „eischen stellen". De
groote toepassing toch, die dit vervoermiddel heeft
verkregen, de nog veel grootere toepassing, die wij
in de toekomst hebben te verwachten, is van diep
ingrijpende economische beteekenis, daar zij een
der middelen is, .waardoor de productiekosten kun
nen worden verlaagd en zoodoende het algemeen
belang in hooge mate kan worden gediend. In ver
band hiermede is ook het gebruik der wegen weer
toegenomen.
Kwamen bij paardentractie slechte asdruk en de
kalkoenen der paardenhoeven in aanmerking, de
motortractie oefent een sterkere werking uit op de
de straatbedekking. Tegen deze werkingen zijn
slechts eerste-klasse wegbedekkingen bestand.
De asfaltweg. Een kort historisch overzicht.
Hoewel asfalt als bind- en waterbestendig mate
riaal in wegbedekking reeds is voorgekomen ten
tijde van de Babyloniërs en Prescott in zijn be
schrijving van Peru er melding van maakt als te
zijn toegepast ten tijde van de Inca's, kunnen deze
feiten slechte van historische en archeologische be
teekenis worden geacht. Het zou geen doel hebben
eenig verband te zoeken tusschen deze en de mo
dern uitgevoerde constructie. Niet van belang ont
bloot mag zijn de opmerking, dat deze historische
pogingen asfalt reeds doen kennen als een besten
dig product, welks karakteristieke eigenschappen
door de eeuwen heen onveranderd zijn gebleken.
De moderne toepassing van asfalt als belangrijk
wegverhardingsmateriaal dateert van het midden
der vorige eeuw. In 1852 werden eenige straten te
Parijs van een stampasfaltlaag voorzien, in 1869
volgt de Threadneedlestreet te Londen, terwijl het
na 1870 in Amerika toepassing vindt.
Enorme ontwikkeling van den asfaltwegenbouw
vindt nu plaats. In de Vereenigde Staten van Noord-
Amerika legt men zich bijna uitsluitend toe op
wegenbouw met toepassing van petroleum-asfalt,
terwijl in Engeland aanvankelijk nog in hoofdzaak
het natuurlijk asfalt wordt toegepast.
Eerst tegen het einde van de negentiende eeuw
vindt het kunstmatig of synthetisch asfalt aan ueze
zijde van den Atlantischen Oceaan toepassing.
In dezen tijd komt ook de groote invloed tot uiting
die de verbreiding van den asfaltweg zoo zal bevor
deren. Het is de geweldige toeneming van het mo-
torverkeer, dat den asfaltwegenbouw in zoo hooge
mate wenschelijk maakt. Het motorverkeer eischt
een wegoppervlak van een hoogere klasse, een weg-
oppervlak, dat niet alleen direct na den aanleg
maar dat steeds effen en vlak blijft.
Bij de enorme ontwikkeling van het motortrans
port is de toepassing van asfalt gedurende de laat
ste twintig jaren op buitengewone wijze toegeno-
DE FILMOPNAME.
De kleine vorstin leunt tegen het venster van een
derde klasse coupé, het hoofd diep in den weeken
bontmantel gedoken en kijkt naar buiten. Het is
nog geen zeven uur en de wereld heeft een anderen
aanblik, dan zij anders gewend is te zien. Het eene
stationnetje na het andere glijdt voorbij in het
grauwe schemerlicht van den ochtend. Het leven
ontwaakt, kruipt met tegenzin naar voren: Mannen
met melkbussen hard en dreigend kletteren hun
schreden over het perron, menschen, die vroeg al,
ergens veraf in dienst moeten zijn, schuiven sla
perig en moe met opgeslagen jaskraag naar hun
werk.
De groote stad wijkt meer en meer. Een vale
morgen hangt over het natte troostelooze land
schap. De kleine vorstin rilt. De troosteloosheid
buiten en de troosteloosheid van haar hart rijken
elkaar de hand. En zij treft vergelijkingen tusschen
eens en nu, de vergelijking, die de ergste vijand
van haar leven is geworden. Doch met samenge-
klemde tanden houdt zij het vizioen vast, dat uit
het troostelooze landschap oprijst, dat vizioen, dat
zij nog steeds voor oogen heeft gehouden, dat haar
kracht had gegeven, alszij meende, niet meer verder
te kunnen, de blonde krullendekopjes van haar kin
deren.
„Maruska"
Teeder strekt zich een hand naar de hare uit
en trekt ze op de harde bank. Vorst Alexander ziet
haar aan met bezorgde genegenheid: „Maruska,
ga toch terug. Je kunt het niet. Je bent te zwak."
men. Ernstige, diepgaande onderzoekingen hebben
ieder onderdeel van de industrie doen stellen op zui
ver wetenschappelijke basis en de diepere kennis
van het samengestelde karakter der bitumen heeft
een groote variatie van succesvolle asfaltsamen-
stellingen mogelijk gemaakt, waardoor asfalt kan
worden toegepast voor allerlei soort van wegen.
Dit is zeer in het kort de ontwikeling van den
asfaltweg, welke op dit oogenblik èn in Amerika èn
in Engeland een eerste plaats inneemt onder de
moderne wegdekken. Bij beschouwing van deze ont
wikkeling in verband met de ontwikkeling der we
gentechniek in het algemeen, moet men in de toe
komst met een sterk progressieve uitbreiding der
•2 kfalttechniek rekening houden.
statistieken toonen aan, dat, zoowel in Engeland
als in Amerika, de enorme toeneming van het
motorverkeer op den voet gevolgd is door die van
de toepassing van den asfaltweg, waaruit dus blijkt,
dat de asfaltweg ten nauwste samenhangt met de
eischen door het moderne verkeer gesteld. Aan den
eenen kant heeft motortractie goede wegen geëischt,
doch ook omgekeerd heeft de asfaltweg geleid tot
de populariseering van het motorverkeer en zoo
doende in hooge mate bijgedragen tot ontwikkeling
van de industrie, wat in dichtbevolkte landen van
het 'meest eminente staatsbelang mag worden ge
acht.
(Wordt vervolgd).
groenten de Duitsehe markt zoodanig overstroom
iden, dat hun Duitsehe producten onverkoopbaar
iD uit sell land gaat conti ngentcer en.
Aan het ..Handelsblad" ontleenen wij het vol
gende i
Zuo heeft dan hedenmorgen te Munehen de
Duitsehe rijksminister van Landbouw, Freiherr
von Braun de, groote rede gehouden over de
toekomstige richtlijnen der Duitsehe landbouw,
politiek, waarnaar alles, wat in Nederland direct
of indirect met landbouw, veeteelt en tuinbouw
te maken heeft dus geheel ons volk begrij
pelijkerwijze met zooveel spanning heeftl uitge
zien.
Na eenige inleidende woorden betoogde minis
ter von Braun het volgende:
Den export-fanitici wijs ik erop, dat wij den
uitvoer niet in de hand hebben. Dte daling onze»
uitvoerwaarde van 14.5 milliard mark! in 1929
tot 6 milliard mark in 1932 spreekt in deze een
duidelijke taal die slechts voor een uitlegging
vatbaar is. Ik sla da beteekenis van onzen ex
port zeer hoog aan en ik wensch dringend, dat de
export krachtiger en grooter zal' worden, doch
de rijksregeering is vastbesloten om ter bescher
ming van de binnenlandsche productie den over
matig grooten invoer (Ubereinfuhr) dien wij door
middel van invoerrechten niet de baas kunnen
worden buiten onze landsgrenzen te houden. Zij
heeft besloten den invoer van de volgende bo
demproducten te contingenteeren
De verschillende soorten kool, tomaten, de voor
naams te soorten fruit, gezaagid naaldhout, pa
pierhout, slachtrunderen, reuzel en rundvet,, bo
ter (voorbehouden de bijzondere onderhandelin
gen met afzonderlijke landen), erwten! en rijSt-
afvallen
De rijksregeering heeft voor deze producten
reeds bepaalde contingenteeringsbasis vastgesteld
(Ben aanzien der publicatie daarvan is zij met het
oog op den hanjdelspolitieken toestand met de
betrokken landen in contact getreden. Zij is daar
bij op den grootst mogelijken spoed bedacht en
afwikkeling kan men binnen zeer korten tijd
verwachten. Alsdan zal de rijksregeering onmid
dellijk de door den buitengewone^ noodtoestand
van den landbouw noodzakelijk zijnde maatre
gelen treffen.
De rijksregeering beseft, dat menige buitan-
landsche producent tegenover deze beperking van
zijn uitvoer naar Duitsehland zal staan met on
vermengde gevoelens van afwijzing (mit ganz
ungemischten Gefühlen der Ablehnung gegen-
überstehen wind: hier doelt von Braun klaarblij
kelijk op de boycotactie in den Nederlandschen
tuinbouw, want hij laat er op volgen: Doch het
gaat niet aan. dat bij voorbeeld Duitsehe groen
ten, zooals in talrijke gevallen is voorgekomen,
door de Duitsehe tuinders op de mesthoop moes
ten worden geworpen, omdat buitenlandsche
Zij schudt langzaam met haar hoofd. Hij kent
den eigenzinnigen trek om haar mond, hij weet
dat zij er niet aan denkt te veranderen, maar toch
houdt hij vol.
Zie nu eens, dat is niet zooals bij andere gezel
schapsopnamen, als je in eigen elegante kleeren in
een restaurant zit of danst, dat is anders, heel
anders. Ik ken het toch. Deze gezelschapsopnamen
grijpen je al zoo aan, omdat je het scherpe licht,
het vermoeiende wachten en heen en weer loopen
niet kunt verdragen. Je weet echter wat het wil
zeggen een massa-opname meemaken, grove klee
ren aantrekken die anderen al hebben aangehad,
zich laten voortduwen, zich laten toeschreeuwen.,
twaalf tot veertien uur lang, dat kun je niet en dat
voor tien mark!"
Met een handbeweging vaagt zij uit, wat hij heeft
gezegd: „Als ik vandaag meefilm kunnen wij de
huur betalen. Je weet, de hospita wacht niet. En
wie weet, wanneer er weer een opname komt, en de
kinderen!"
Dan zucht hij en zwijgt.
De kleine, teergebouwde kreeg een schok van ont
zetting toen men haar een versleten rok en een
grauw wollen jak in de armen wierp, dat wel reeds
honderd anderen voor haar aan hadden gehad. En
zij kan een hevigen tegenzin nauwelijks bedwingen.
Toen de echtelieden zich eindelijk onder de dui
zend grauwe, eenvormige gestalten terugvonden,
troffen zich hun oogen in een stommen groet. Elk
achtte de verschrikking te verbergen, die de ver
schijning van den ander in hem deed ontstaan.
Hol en ingevallen werkten de met roet zwartge
maakte wangen van den vorst, onherkenbaar ont
steld was de elegante verschijning van zijn vrouw.
Als zij nu nog alleen hadden gespeeld, dan was het
nog niet zoo erg geweest, maar duizenden menschen
uit alle lagen samengebracht, dat werkte als een
hypnose, waaraan de teerbesnaarden zich niet kon
den onttrekken. En de verbittering, die voor een
geknecht volk noodig was, lag reeds op de gezichten
gestempeld, voordat de opname was begonnen.
Er was eens een man, die in de bin
nenlanden ging jagen. Er kwam een
verschrikkelijk onweer opzetten, en on
middellijk kroop hij in een gat om dek
king te zoeken. Doch het noodweer hield
urenlang aan, en het water steeg hooger
en hooger. Eindelijk bereikte het zelfs
het gat, waarin de jager dekking had
Toen het onweer voorbij was kon hij
er echter niet uit, wijl het gat onder
graven en de uitgang bijna geheel inge
stort was.
De jager wist dat, indien hij zich niet
kon bevrijden, hij den hongerdood zou
moeten sterven.
In doodsangst trok zijn geheele leven
aan zijn geest voorbij. Plotseling herin
nerde hij zich, dat hij den laatsten keer
vergeten had, zijn advertenties aan ons
blad opnieuw op te geven.
Deze gedachte maakte hem zóó kléin,
dat het voor hem niet moeilijk was, door
het uiterst kleine gat, dat nog open was,
naar buiten te kruipen
ADVERTEER IN DE
„NIEUWE LANGEDIJKER COURANT"
Alge
H deze si
Algemeene afdoende publiciteit voor
deze streek.
Belangrijk lager dan in 1930 en voorafgaande jaren.
De Crisis-zuivel Centrale schrijft ons:
Het schijnt, dat bij het publiek zich de meening
heeft vastgezet, dat tengevolge van de Crisis-Zui-
velwet op den consument zware lasten worden ge
legd, zóó zwaar zelfs, dat men daarom de natuur
boter den rug toekeert en naar de margarine over
gaat.
Deze meening is geheel onjuist.
Tot half Maart 1931 is de natuurboter jarenlang
veel hooger in prijs geweest dan ze thans sedert en
kele weken is, en nooit kwamen er in die jaren
klachten over de dure boter. Hoe duur de boter voor
heen was, zien wij van de volgende getallen:
Volgens de officiëele Leeuwarder noteering was
de gemiddelde jaarprijs van de boter in 1925: ƒ2.37
per kg.; in 1926: ƒ2.04; in 1927: ƒ2.08; in 1928: ƒ2.18;
in 1929: ƒ2.09;in 1930: fl.71.Dat waren stevige prij
zen!
Thans bedraagt de boterprijs ƒ1.51 per kg. dus
belangrijk lager dan in 1930 en de daaraan voor
afgaande jaren. Zelfs op 13 Maart 1931 stond de
noteering nog op ƒ1.52, dus een cent hooger dan
heden. Doch na dien datum trad een geleidelijke
daling in tengevolge van de moeilijkheden bij den
export.
De gemiddelde jaarprijs over 1931 bedroeg ƒ1.34;
En sedert 11 Juli 1932, toen de Crisis-Zuivelwet in
werking trad, wordt nu getracht den boterprijs ge
leidelijk op te voeren, to de veehouder den produc
tieprijs voor zijn melk ontvangt.
Zoo stond de boter op 22 Juli op ƒ1.28; 5 Augus
tus op ƒ1.30; 19 Augustus ƒ1.31; 26 Augustus ƒ1.41;
9 September ƒ1.48; 10 Sept. ƒ1.51; alles per KG.
Een langzame stijging alzoo.
Zoolang de Crisis-Zuivelwet in werking is, staat de
boterprijs dus belangrijk lager dan in 1930 en de
daaraan voorafgaande jaren op dit oogenblik is hij
nog slechte 17 cent hooger dan over het geheel jaar
1931.
Er is dus geen sprake van, dat de boterconsument
zwaaar belast wordt; in Nederland eet men, ver-
In de groote opname-hal is het koud. De tanden
klapperden op elkaar en de naakte voeten worden
blauw van de koude want het verlammende
wachten begint, het staan en wachten voor men aan
de beurt komt,, dat bijna steeds aan alle opnamen
voorafgaat.
Daar schuiven naakte mannengestalten door de
hal, slechts met een gordel bedekt, met kaalgescho
ren schedels. Slaven. De allegorische scène begint.
Vele honderden slaven. Slavenhoeders met lange
rinoceros-zweepen drijven ze op. Het scherpe knal
len der zweepen verscheurt de lucht. Zij zijn met
touwen samengebonden. Zij gaan met neerhangende
hoofden. Hun oogen zijn nat en er ligt iets van
hopeloosheid in. De kleine vorstin staart met wijd
open oogen.
De indruk van deze scène was te sterk het
beeld vervloeide met de werkelijkheid van haar
leven. Over haar komt een dwangvoorstelling: dat
daar, dat is geen spel. meer, dat is de naakte, harde
werkelijkheidzij bevindt zich er midden in
zij en haar manzij moeten mee den dood in.
Zij beeft over al haar ledematen. „Ja, zij moeten
mee den dood in, het leven, deze nooit-voldane,
vraatzieke moloch verslindt hen. Steunend tuimelt
zij aan den voet van een peiler. Dan voelt zij de
hand van haar man, de angstige blik, die haar
wanhopige oogen zoekt. Zij breekt tezamen.
Het is koud in de groote hal en het heeft geen
zin, daarover na te denken. Het heeft geen zin in
elkaar te krimpen, als men achter zich hoort ver
tellen door een vrouw, die ook niet in de kleedij
schijnt thuis te hooren, dat haar man bij een der
gelijke opname longontsteking had gekregen en
gestorven was het heeft werkelijk geen zin, want
de opnamen beginnen reeds. En het ontzettende
vangt aan, dat de sterken lachend overwinnen, maar
dat te zwaar is voor de zwakke krachten van de
kleine vorstin, die met stoicijnschen toch wil door
zetten, omdat haar nog twaalf mark voor de huur
ontbreken.
En verder, verderIn een wilde heksendans
geleken-met vorige jaren, nog steeds goedkoope
boter. En dat zal wel zoo blijven, want al voert de
Crisis-Zuivel-Centrale den boterprijs ook op tot
f 1.60 0- wat oorspronkelijk als uiterste grens werd
opgegeven dan nog is deze prijs lager dan in 1930
en vroeger.
Bij genoemde prijzen en dat geldt zoowel voor
de vroegere als de tegenwoordige en de toekomstige
moeten nog worden opgeteld de onkosten en de
winstmarge voor den groot- en den kleinhandel
(winkelier).
Maar dit zijn tamelijk constante, in ieder geval
nauw gelimiteerde factoren, al is de eene groot
handelaar en winkelier met iets minder tevreden
dan de andere.
Doch op de stijging of daling van den boterprijs
heeft dit geen invloed.
ALKMAAR I—D. T. S. I 2—1.
In een door D. T. S. slecht gespeelden wedstrijd,
moest zij in Alkmaar haar meerdere erkennen.
D. T. S. heeft twee invallers voor Jb. Speets en
J. Mulder, waarvoor J. Bakhuis en P. Schrieken
invallen, het elftal ziet er nu als volgt uit:
A. Kroon.
P. Schrieken C. Kroon
J. Bakhuis, W. v. Dijk, K. Kooy
J. Schrieken, K. v. Meurs, J. Dekker, D. Kokkes,
H. Kuiper
Omstreeks 2 uur fluit scheidsrechter Vel de elf
tallen in het veld, van Dijk wint de toss en Alk
maar trapt af. Het spel gaat gelijk op, -nu eens is
het D. T. S.-doel in gevaar, dan weer het Alkmaar-
doel, dit duurt zoo voort tot er ongeveer een kwartier
gespeeld is, dan loopt K. Kooy een blessure op met
het gevolg dat hij hinkende tot de rust verder kan
spelen en de toch al gevaarlijke rechtsbuiten van
Alkmaar, geheel vrij spel heeft.
Deze speler plaatst dan ook den bal scherp voor
het doel en de bal wordt door een toeloopende Alk
maar speler ingezet.
D. T. S„ niet ontmoedigd laat het er ook niet bij
zitten en onderneemt eenige goede aanvallen, maar
de Alkmaar-keeper is goed op dreef en zendt alle
ballen het veld weer in. Maar als Dekker de bal goed
doorgeeft naar Kokkes, scoort deze met een hard
schot, wat den keeper te machtig is. 1—1.
Een oogenblik later komt dezelfde speler weer voor
den keeper van Alkmaar te staan, maar zijn schot
vliegt tegen deze aan, zoodat ook deze goede scorings
kans weer verloren is.
Niet lang daarna fluit de scheidsrechter rust.
Na de rust komt Alkmaar onstuimig opzetten,
maar de D.T.S.ijbacks en keeper zijn in vorm en
weten voorloopig het gevaar te bezweren.
De D.T.S.-halflinie is bijna geheel op verdedigen
aangewezen, zoodat er een groote gaping is tus
schen voorhoede en halfs, met het gevolg dat de
voorhoed de nog te spelen tijd bijna niets te doen
heeft.
Alleen af en toe een snelle doorbraak, die niet
van gevaar ontbloot is.
Twintig minuten voor het einde stopt A. Kroon
een hard schot, laat de bal vallen, en grijpt deze
weer snel, maar op hetzelfde oogenblik is er ook
een Alkmaar-speler en de D.T.S.-keeper krijgt een
trap tegen zijn hoofd; de scheidsrechter fluit en het
is penalty, daar de scheidsrechter meent gezien te
hebben, dat A. Kroon de beenen van den Alkmaar
speler heeft vastgehouden, hetgeen zoowel door hem
als de Alkmaar-speler wordt ontkend.
De toegewezen penalty wordt naa§t geschoten,
maar het is uitstel van executie, want als de bal
5 ihinuten later bij den rechtsbuiten van Alkmaar
beland, schiet deze hard voor en de linksbinnen
doelpunt onhoudbaar. 2—1.
D.T.S. onderneemt dan nog eenige snelle aanval
len, waarbij een Alkmaar-speler hands maakt in
het strafschopgebied, maar dit ontgaat den scheids
rechter.
Een goed genomen corner van rechts levert ook
al niets op en dan fluit de scheidsrechter, die even
als D.T.S.zijn dag niet erg heeft, einde.
Vooruit Deetjes, de volgende week beter hoor,
de tanden op elkaar dan zullen jullie eens laten
zien, wat jullie kunnen.
De overige uitslagen in deze afdeeling zijn:
Vrone 1Schagen 1. 03.
E. V. C. 1—Q. S. C. 1. 2—0.
Uitgeest 1Texel 1. 42.
Zilvermeeuwen 1Beverwijk 1. 12.
D. T. S. 2 speelde Zondag voor de competitie te
gen Vrone 2, maar deze brachten het er beter af
dan het eerste en wonnen met 60.
D.T.S. a, die ook haar eerste competitie-wedstrijd
speelde, behaalde eveneens de overwinning, door
Vrone a met 50 naar huis te sturen. Bravo Deetjes.
draaien de kringen der duizenden door geschreeuw
en commando's van de regisseurs opgezweept. Er
is geen bezinnen meerverderverder. Hoe
lang nog? De avond daalt. Men bemerkt het aan de
kleine venstertjes boven in de hal. Maar het einde
is nog niet te zien. En verder gaat de razende
dans. Hoe lang nog zullen haar krachten reiken?
Verder, verderEens komt toch aan alles een
eind, eens. Een tot waanzin vervallen volk stormt
in ontzettende woede de groote trap op om het
werk der vernietiging te voltooien.
De kleine vorstin is van haar man weggedron
gen, zijn beschuttende arm ontbreekt. Ruwe vuis
ten stooten en trekken haar voorwaarts. Haar
krachten nemen af. Zij kijkt in door haar vertrok
ken gezichten, wilde verwenschingen gillen in haar
oor. Daar stort een man met bloed overdekt op de
menigte in. Het joelen en krijten wordt tot een
orkaan, die alles met zich meesleept.
In de wijdopengesperde oogen van de vorstin
is ontzetting te lezen. Ze ziet zich weer terugge
plaatst in de dagen der Russische revolutie tusschen
het gepeupel, waaruit zij als door een wonder was
gered. Voor haar oogen legt zich nu een roode
sluier, ®an verliest zij het bewustzijn. Nog een
oogenblik wordt zij door de driingenden en stooten
den gedragen, doch zinkt dan langzaam weg onder
de voeten der toestormenden.
Vorst Alexander, die haar geen oogenblik uit het
oog heeft verloren, ziet haar vallen. Een kreet ver
scheurt het rumoer en voor zijn zware slagen splitst
zich de menigte. Hij tilt haar van den grond op en
op zijn sterke armen draagt hij de gewonde naar
buiten.
In de garderobe knielt hij voor haar neer, trekt
met trillende vingers de grove kleeren van haar
lichaam. De arm is gebroken. Onder haar haren
sijpelt bloed en druppelt over haar voorhoofd. Dan
slaat zij langzaam de oogen op, die wonderlijk
schoon zijn en waarin toch een afgrond-diepe ver
schrikking ligt. Dan laten de krampachtige handen
van den man los en huilend legt hij zijn met roet
zwartgemaakt hoofd in haar schoot: „Je leeft!"