Baad Zuidscharwoude In den dwaaltuin des levens Unie-Obligaties HOORNSCH GELUKSKANTOOR Binnenland. De Raad dezer gemeente kwam 28 October te half acht in openbare vergadering bijleen. Voorzitter, Wethouder G. Bekker, wegens ontsten tenis van den Burgemeester. De heeren Kramer en Dijkhuizen zijn afwezig. De Voorzitter opent met een woord van welkom, deelt mede dat de Burgemeester nog ziek is en spreekt de hoop tot spoedig herstel uit. Van den heer C. Kramer is bericht van verhin dering ingekomen. De notulen der vorige vergade ring worden zonder op of aanmerkingen goedge keurd. INGEKOMEN STUKKEN: a. Van het Drankweercomité, geteekend C. de Jong te Sint Pancras, dank brengend voor genoten medewerking. Voor kennisgeving aangenomen. b. Van het Provinciaal Bestuur, inhoudend rege ling jaarwedden Burgemeester, Secretaris en Ont vanger. Idem. c. Van het Gemeentebestuur van Laren, inzake adhaesiebetuiging steun aan kleine boeren, door verlaging van P. E. N.-tarieven enz. Idem. d. Van Provinciale Staten, behelzende goedkeu ring Raadsbesluit voor aangevraagde tweede ge deelte aandeel tuinderscrdieten. Idem. AANBIEDING BEGROOTING. De Voorzitter verzocht de heeren Kroon, Mulder en Groen begrooting en rekening te willen nazien. De heer Dijkhuizen komt ter vergadering. Wethouder Du Burck acht het niet in orde, dat slechts een commissie van drie leden deze zaak on derzoekt, en zou het beter vinden, als de geheele Raad, buiten de Wethouders dit deed. Nu zijn in het goede gesproken steeds twee Raadsleden van de voorbesprekingen buitengesloten. De heer Du Burck heeft het eens nagegaan en is tot de conclusie gekomen, dat het haast overal de gewoonte is, dat alle Raadsleden het doen, en wijst in dit verband op Harenkarspel met negen raadsleden, buiten de wethouders. Een commissie, die de Begrootting naziet, kan op en aanmerkingen maken, en spr. acht ler alles voor en niets tegen, dat ook de thans buitengeslote- nen een meer algemeene kijk op de zaak krijgen. De wet sluit het niet uit. De Voorzitter wijst er op, dat alle leden een uit treksel krijgen, en acht het een vertrouwenszaak. Het eene jaar zijn het deze, het andere jaar weer andere leden. De heer Du Burck: Bij de behandeling van de Begrooting voor deLichtbedrijven is b.v. de direc teur aanwezig, tot het geven van inlichtingen. Daar om zou het toch ook beter zijn, als de andere leden er ook bij waren. Het is altijd afgewezen, omdat men het in strijd met de wet achtte, maar voor mij is het uitgemaakt, dat het niet in strijd is, want anderen doen het ook. De heer Groen vraagt of alle raadsleden ook voor af een uittreksel van de Begrooting voor de Licht- bedrijven ontvangen. Voorzitter: Alleen de commissie. De heer Groen acht het eigenlijk onnoodig en ziet het voorstel van den heer Du Burck als niet be langrijk. Een uittreksel is voldoende, maar wel acht hij het van belang, dat alle leden een Begrooting van de Lichtbedrijven ontvangen. De Rekening is is iets anders. Spr. voelt als Raadslid niet de be hoefte de Begrooting na te zien, als men een uit treksel heeft. Na hierover nog verder gediscussieerd te hebben, wordt op voorstel van den heer Dijkhuizen besloten, de zaak te laten zoo zij is, en zullen de leden allen toegang hebben tot de commissievergadering en op en aanmerkingen kunnen maken. Aan de Lichtbe drijven zal worden verzocht twee exemplaren van de Begrooting meer te mogen ontvangen. Van het Gemeentecrediet van Amsterdamis bericht ingekomen, datbeschikbaar is f 40.000.—. FEUILLETON 14). Wat deerde het mij, dat ik de oorzaak van mijn lijden nauwelijks had leeren kennen, dat zij in elk geval geen vermoeden had van de vroegere verhou ding waarin ik tot Wladimir had gestaan; ik zag in het meisje slechts degene, die het ongeluk over mij had gebracht, terwijl tegenover haar geliefde in mij geen enkel gevoel van wrevel of ergernis was ontstaan; omdat ik nog steeds in de overtui ging leefde, dat ook hij, Wladimir, evenzeer leed als ik en dat hij slechts had gehandeld naar den wensch van zijn familieleden of op bevel van den keizer, als slachtoffer van halstarrige en on buigzame standsbegrippen. Op zekeren avond ging ik op weg naar het paleis van Graaf Bertitscheff, om mijn Duitsche lands vrouwe te bezoeken. Zij ontving mij met bemin nenswaardige vriendelijkheid, wij bespraken de nieuwtjes uit onze geboorteplaats en ik deelde haar mede, dat ik mijn engagement te Petersburg wenschte op te geven en mijn geluk elders, wel licht in Londen, wenschte te beproeven. De gou vernante vertelde mij haar kleine voorvallen, maar zij had in mij een weinig opmerkzame, verstrooide toehoordster. Een vreeselijke onrust maakte zich van mij meester, mijn hart klopte bijna hoorbaar in de borst en in het taschje van mijn japon hield ik het fleschje krampachtig omklemd. Zij, die ik in mijn verblinde dwaasheid alleen voor de schul dige van mijn ellende hield bevond zich met mij onder één dak, wellicht scheidde alleen de wand zich tusschen haar en mij; maar hoe zou ik haar ontmoeten, hoe zou ik de door verterende ijverzucht vervolgde, naderen, hoe mijn voornemen uitvoeren? Het grillige toeval, dat zoo menigen misdadiger gunstig was geweest, zou ook mij te hulp komen. Een bediende kwam binnen en plaatste een schit terende zilveren samowar op de tafel. „De gravin verzoekt u een glas thee te bereiden en dan een uurtje haar gezelschap te houden," zeide hij en verliet de kamer. „De Graaf en de Gravin zijn naar het winterpaleis en wonen een hofbal bij, Comtesse Natalie is niet wel en moet haar kamer houden," zoo lichtte de gouvernante mij in, terwijl zij thee zette. „Comtesse Natalie is verloofd?" vroeg ik zenuw achtig. De Voorzitter licht toe, dat het hier betreft de leening van f 36.000.Rente 51/» pet., 30 jaar af lossing met recht van conversie, waartoe besloten is. Door overschrijding der Begrooting, meer straat werk enz., is hetb edrag f 40.000.geworden. De heer Kroon vindt het wat eigenaardig, daar indertijd alles inbegrepen voor f 180.000 aangeno men was, en noemt het een fout van de aannemers. Spreker is van meening, dat het verhoogde bedrag weer van invloed is op de gas- en electriciteits- tarieven. De Voorzitter is het met hem eens, maar merkt op, dat het in dergelijke zaken meer voorkomt. Het voorstel wordt hierop zonder hoofdelijke stemming RONDVRAAG. De heer Groen vraagt in het algemeen, of B. en W. nog pogingen den inzake het Kerkepad, in ver band met de kanaalplannen. Spreker is er niet ge rust op, hoe het zal gaan, en het is hem niet dui delijk wat er zal komen. Er is f 5000 uitgetrokken voor een brug. Het lijkt spreker onmogelijk een vaste brug te maken, en een brug met bediening acht hij zeer bezwaarlijk. De Voorzitter meent, dat het geen haast heeft, daar het nog wel een jaar of vier kan duren, voor men er aan toe is, en stelt voor, dat er maar een commissie benoemd zal worden om deze zaak af te handelen. Schrijven baat weinig en antwoord blijft lang uit. De heer Groen acht het noodig, datmenhaast eischen gaat stellen, wil men niet voor een fait accompli komen. Na eenige bespreking wordt con form het voorstel van den voorzitter besloten. De heer Kroon wijst er op, als lid van het Banne- bestuur, geconstateerd te hebben dat de slagers de grove beenderen in het water gooien en acht het wenschelijk dat van gemeentewege gelegenheid wordt gegeven ze bij het andere gemeentevuil te brengen of te begraven. Het is een vieze beweging. De Voorzitter meent dat dit een zaak van de Banne zelf is, maar zal gaarne de zaak in B. en W. brengen ter afdoening. Er zal spoedig werk van gemaakt worden, want de toestand verergert bij den dag. Hierna sluiting. De heeren De Ruiter en v. d. Tak zullen den cursus lijden. 55 leerlingen zullen aan den cursus deelnemen, f 5.00 zal de gemeente bijdragen. De heer de Ruiten spreekt zijn leedwezen uit over dit besluit der gemeenteraad, liever had hij ge wild dat leen vast bedrag was beschikbaar gesteld, voor het onderwijzend personeel is dit min of meer een beleediging. De bestuursverkiezing gaf tot uitslag dat mevrouw Burger-Veldhuis met algemeene stemmen werd her benoemd. Hierna houdt de heer de Ruiten eien inleiding over „Leesonderwijs". Met de grootste aandacht werd dit wezenlijk in teressante onderwerp door de aanwezigen aange- I hoord. I Inmiddels werd de thee geserveerd, j De heer de Vries brengt nog naar voren het or- ganiseeren van avondjes der jieugd, dit zal echter I door de te houden cursus niet door kunnen gaan. I Mej. Ruys Slik vraagt of het niet mogelijk is om de Paaschvacantie te verzetten naar de Pinkster. Dit wordt door het hoofd der school uitgelegd dat dit heel moeilijk is om te verzetten, het verzetten is gevaarlijk voor het leerplan. Dit zal later nog eens worden besproken. De heer v. Gracht vraagt of het niet mogelijk zou zijn om kinderen die de school verlaten, bij gebrek aan werk hier of daar te plaatsen, hiervoor wilde spreker een commissie benoemen of iets derge lijks. De heer W. Ruys vraagt of het niet mogelijk is om leesboeken aan te schaffen, rijzende bibliotheek of zooiets. Hierna sluiting. KOOPT ALS STEEDS bij de bekende agenten of in het (Huis van vertrouwen.) Veemarkt 33. Tel. 177. GEEN SLAAPNUMMERS. Uit den Omtrek SINT PANCRAS. Vrijdag 28 October werd in het lokaal van O. L. S. een ouderavond gehouden. De heer de Ruiten als hoofd der O. L. S. opent de bijeenkomst. In zijn opening uiteenzettende het nut van Ouderavonden, het verband tusschen ouders en onderwijzend personeel wordt versterkt en aangevuld, en desgewenscht kunnen verkeerde gedachten worden opgelost. Door het bestuur is geprobeert om verlaging van schoolgeld, dit is echter door den gemeenteraad verworpen. Ook is weer gebrobeert om een cursus voor rij pere jeugd in het leven te roepen, dit is door de gemeenteraad toegestaan. De gouvernante zag mij verwonderd aan, mijn houding moest haar opvallen. „Zij is met een jongen garde-officier verloofd, welke tot een onzer eerste familiën behoort", antwoordde zij. „Rosanoff Wladimir Rosanoff?" gilde ik en pakte den arm van het meisje, zoo stevig, dat zij een lichte gil van pijn liet hooren. „Maar, lieve hemel, zijt gij dol?" vroeg de gou vernante en trachtte haar arm te bevrijden. „Het is zoo, binnen eenige maanden zal het huwelijk plaats hebben. U schijnt een bezonder groote be langstelling voor deze verbintenis te hebben." „Vergeef mij o, ik ben een dwaas mijn arm hoofd!" riep ik uit. Inderdaad gonsde het daarin als een storm, mijn gedachten waren verward, ik vreesde elk oogenblik waanzinnig te zullen wor den. „U is waarlijk ziek, lieve vriendin!" zeide deel nemend het meisje. „Ik wil voor u een rijtuig be stellen, u mag niet te voet naar uw huis terug- keeren. Hoe gaarne zou ik u geleiden, maar u weet mijn plichten gaan voor; ik moet doen wat de comtesse verlangt." Terwijl zij deze woorden sprak had zij een kris tallen glas met thee gevuld en ging even naar de zilverkast, om daaruit een lepel en een tablet te halen. „Nu of nooit! Een weinig wilskracht en je bent gewroken!" zoo fluisterde mijn booze demon in mij. De kamer draaide voor mijn oogen rond en ik moest mij aan de tafel vasthouden om niet neer te zinken. Daar las ik op het glas de daarin gegra veerde naam Natalie, en de vernietigster van mijn geluk stond in mijn geest voor mij aan den arm van Wladimir mijn Wladimir, dien zij mij had ont roofd. Zij stond daar in bruidstooi en terwijl zij mij voorbij zweefde, wierp zij mij een verachtelijken blik toe. Toen ook week mijn laatste greintje verstand; Woede en smart, jaloersche haat woelden in mijn ziel ik haalde het fleschje voor den dag en een seconde later was het glas met de lichtbruine drank een giftbeker geworden! Het was mij onmogelijk den blik van het glas af te wenden; mijn verbeeldingskracht tooverde aller lei schrikbeelden voor mijn oogen; het scheen mij toe als grijnsde mij een doodshoofd aan, dan weder kronkelden slangen uit 't gift, veranderden in *n Me- duzahoofd, dat mij met groote koude oogen aanzag en het bloed in mijn aderen deed verstijven. Dan was het een helsch demonengezicht, dat mij met blikken van leedvermaak wenkte te volgen, mij in een hoog, stil grafgewelf voerde, een zwart voor hangsel wegschoof en met kille hand op een door kaarsen omringde grafzerk wees. Daar lag mijn doodsvijandin, stil en bleek, maar schoon als de lelie, die zij in de koude verstijfde hand hield. Een SINT PANCRAS. Naar we vernemen is in eien kringbestuursver gadering der Neutralen Bond van Boeren, Land- en Tuinbouwers, Kring Langedijk, het volgende dag- lijksbestuur samengesteld. Voorzitter: Jb. de Vries, St. Pancras. Penningmeester: J. Paarlberg, Dirkshorn. Secretaris: Abr. de Geus, Noordscharwoude. Het doel is om een vaste band te vormen voor deze streek en om bij eventueele voorkomende on rechtvaardige executie in overleg te treden met de betrokkenen. SINT PANCRAS. Het loopt de tuinders dit jaar wel over alle kanten tegen, vele dachten van de andijvie noch iets te vangen, doch de prijzen zijn laag, en vele stukken zijn verzand, zoodat ze voor consumptie ongeschikt zijn, de eene slag volgt tp de andere. Blijkens het voorloopig verslag van de Tweede Kanier over het wetsontwerp tot regeling van dsn uitvoer van pootaardappelen werd in het algemeen instemming met dit wetsontwerp betuigd. Enkele leden klaagden over de ondeskundigheid van verschillende controleurs en keurmeesters bij de uitoefening van toezicht op een keuring van de pootaardappelen. Er werd aangedrongen om te bevorderen de uitvoering uitluitend te leggen in handen van volledig deskundigen. Een lid keurde den voorgestelden maatregel af, omdat er juist groote vraag is naar ongekeurde pootaardappelen. Mogen deze nu niet worden uit gevoerd, dan blijven de teelers daarmede zitten en bestaat er gevaar, dat deze niet gekeurde of afge keurde pootaardappelen in het binnenland worden gebruikt. Vele leden weerspraken zoowel de klacht over de ondeskundigheid als het bezwaar dat men blijft zitten met minderwaardige pootaardappelen. Geen enkele verstandige landbouwer daarenboven zal deze voor gebruik aanwenden. (Handelsblad.» jonge man, gekleed in de uniform van de keizerlijke garde knielde naast het lijk neer; bij mijn binnen treden richtte hij het hoofd een weinig in de hoogte, doch wendde zich onmiddellijk met een uit drukking van de diepste afschuw van mij af, als hij het mijne gewaar werd. Doch ik moest mij zien te beheerschen, met ge weld overwon ik mij zelf, dankte de gouvernante en besteeg het rijtuig, dat een bediende voor mij had besteld, terwijl ik den koetsier de woning van Ra- boullain als adres had opgegeven, waarheen hij moest rijden. Daar eerst kwam ik weder tot mij zelf ik weet niet meer hoe lang ik daar bleef en wat wij gesproken hebben, in mijn hoofd spookte zoowel het een als het andere door elkaar; slechts dit herinner ik mij weder, dat ik den Franschman alles vertelde en dat het mij had» opgelicht, dat ik mijn schuld aar. een ander had medegedeeld. Ra- boullain raadde mij aan Petersburg zoo spoedig mogelijk te verlaten, en ik begreep, dat ik slechts door een snelle vlucht aan de straf van mijn. mis daad kon ontkomen. De astronoom verklaarde mij, dat ook hij reeds lang het plan had opgevat de Russische hoofdstad te verlaten en sloeg mij voor, de reis met hem gemeenschappelijk te maken; met groote vreugde willigde ik zijn voorstel in, de steun en bijstand van een man van ervaring was mij onder deze omstandigheden onontbeerlijk. Het werd mij echter al zeer spoedig duidelijk, dat zijn bij stand en zijn deelneming of wilt ge zijn grootmoe digheid niet mij gold, maar dat hij zeer gewichtige bijoogmerken daarmede had, ook hem was het ge raden Petersburg zoo spoedig mogelijk te verlaten; Zwendelarijen en vervalschingen waren door hem gepleegd en blijkbaar kon hij elk oogenblik ver wachten, dat dit aan het licht zou komen. Ik wil thans nog vermelden, wat ik eerst later te weten ben gekomen. Toen bij Natalie de werking van het gift merkbaar werd, ontstond in het huis van den Graaf een onuitsprekelijke verwarring. De onmiddellijk ontboden arts ontdekte direct de oor zaak, constateerde vergiftigingsverschijnselen en wendde de krachtigste middelen aan de gravin te redden. De comtesse had een bijzonder opvallende smaak aan de thee bemerkt en derhalve slechts weinig er van gedronken; deze voorzichtigheid redde haar het leven. Zij genas ten volle en reikte eenige maanden later Rosanoff haar hand. Laatstgenoemde had, nadat hij van mijn bezoek aan de gouvernante had gehoord, de oorzaak van haar ongesteldheid terstond vermoed, maar aangezien hij zijn vroegere verhouding tot mij liever wilde verzwijgen, had men door zijn invloed van een gerechtelijk onderzoek afgezien, temeer, waar de gevolgen zoo gunstig waren verloopen. De arme gouvernante echter moest het slot verlaten, doch had het geluk, een aanbie- TEGEN. VERHOOGING VAN ACCIJNS OP BIER. Dr. L. G. Kortenhorst, lid van de Tweede Kamer, heeft een amendement ingediend op het wetsont werp tot t delijke heffing van opcenten op alle invoerrechten en op den accijns op bier, alsmede her ziening van het tareif. Door een deel van het eerste en het geheele derde artikel te doen vervallen wil hij de voorgestelde heffing van opcenten op den accijns op bier uit het ontwerp lichten. (Handelsblad) IN 27 DAGEN SLECHTS TWEE DROGE DAGEN. Onze P.-medewerker schrijft: Nu er te Amsterdam vannacht nog 13 m.m. regen is gevallen, is dus reeds op den 26sten der maand een totaal bereikt, dat dat van alle natte maanden uit vroegere jaren overtreft. Het resultaat is dan ook, da de regenval sinds 1 Januari nu reeds normaal is, terwijl op 30 September er nog belangrijk onder was, dank zij de zeer droge maanden Februari, Juni en Augustus. In den laatsten tijd zijn wij wel erg gewend ge raakt aan den regen: sedert 30 September, dus 27 dagen lang, zijn er slechts twee dagen geweest met „regenvacantie", n.l. Vrij daag 7 October en Za- terdg 22 October. Overigens ging er geen dag zonder regen voorbij, hoewel het natuurlijk niet altijd even erg was. Intusschen is de maand nog niet om, en het ziet er naar uit of er nog wel een toegift zal worden ver strekt. TWEE MILLIARD WERELDBURGERS. De statistiek van het jaarboek voor 1932 van den Volkenbond meldt: dat er nu 2.012.000.000 menschen op aarde zijn, dat is 20 milliöen meer dan in 1931. Azië staat vooraan met 1.103.000.000 zielen en een vermeerdering van 11.000.000 sinds 1931. Het geheele vasteland van Amerika heeft er vier millioen bij ge kregen en herbergt thans 255 millioen inwoners. Europa komt nu voor het eerst boven de grens van een half milliard. Het telt 8 millioen Europeanen meer da n in 1931 en het totaal cijfer is daardoor gestegen tot 506 millioen. Rusland is met 127 mil lioen inwoners het volkrijkste land van Europa. Alleen Groot-Brittannië heeft niet meer dan de i& millioen zielen, die het ook in 1931 telde. Italië is, wat te verwonderen is, met 41 millioen zielen, 40.000 beneden het bevolkingscijfer van 1931 gebleven. Australië en Nieuw-Zeeland zijn geschat U millioen inwoners. Na zeer uitvoerige beraadslagingen heeft de ge meenteraad van Zaandam in de vergadering van gisteravond de door B. en W. voorgestelde tijdelijke korting op de loonen en salarissen der gemeente werklieden en ambtenaren aangenomen. Tegen stemden alleen het communistische lid de heer Makkinga en het lid van de O.S.P. de heer P°Deze beide leden keerden zich in het bijzonder tot de soc.-democraten, died oor hen hard gevallen werden, dat zij aan verslechtering van de arbeids voorwaarden van het gemeentepersoneel hun mede werking verleenen, terwijl hun van burgerlijke zijde werd verweten, dat zij door deze loonkorting zoo langen tijd tegen te houden, tot verergering van den toestand hebben bijgedragen. Van. soc.-dem. kant werd betoogd, dat zij de loonkorting aanvaarden, om te voorkomen, dat straks een regeeringscommissaris te gemeente zou gaan besturen. Met dezelfde stemverhouding werd hierna de door B. en W. aangeboden gewijzigde begrooting voor 1932 goedgekeurd. Door deze wijziging heeft de gemeenteraad zich ten aanzien van het bestuur der gemeente, die thans geheel in handen van B. en W. was, weer inge schakeld. ding te mogen ontvangen en in eene betrekking te worden geplaatst, waar zij reeds vroeger was ge weest, op een eenzaam slot midden in Rusland, waar zij thans wellicht nog werkzaam is. Op de boot, die ons naar Stockholm voerde, was ik uitsluitend op den omgang en het gezelschap van Raboullain aangewezen. Hij was voor mij vol attenties, met eerbied en op de meest hoffelijke wijze kwam hij mij tegemoet, zoodat hij mijn volle vertrouwen verwierf en ik het als een geluk be schouwde, als hij mij voorstelde met hem een ge meenschappelijke woning te betrekken en één huis houding te voeren. Ik had een aanzienlijke som gelds gespaard, mijn begeleider vertelde mij, dat hij eveneens over een aanzienlijk vermogen beschikte, in hoofdzaak in Duitschland belegd, en zoo schenen wij voor zorgen behoed te zijn. De astronoom was beleefd genoeg, mij voor te stellen, mij voor de wereld als zijn dochter te doen aangaan en ik wilgde daartoe tenslotte in, nadat ik na rijpelijke overweging, hem wist over te halen, mijn naam aan te nemen. Een tijd lang ging alles goed, onze verhouding was inderdaad zóó geworden, als het samengaan tus schen vader en dochter zijn kan. Daar ontdekte ik, dat zijn middelen uitgeput waren; meermalen moest ik hem uit mijn kas geld leenen en op die wijze slonk mijn kapitaal niet alleen, maar de steeds groo- tere uitgaven waren zooveel oorzaken voor een algeheel verlies mijner geldmiddelen. Om zich uit zijn netelige positie te redden begon hij te spelen, hij leefde op zeer grooten voet en trachtte zich steeds van mijn kapitaal te bedienen. Mijn waar schuwingen en vermaningen hadden niet het min ste gevolg en toen ik eindelijk weigerde verdere voorschotten te geven, ontzag hij zich niet mij met eene gerechtelijke vervolging te dreigen en op die wijze mij opnieuw geld af te persen. Te laat werd het mij duidelijk, dat ik in handen van een ellen deling was gevallen, die mijn vertrouwen op de schandelijkste wijze voor zijn egoïstische doeleinden uitbuitte. Uit vrees voor een gerechtelijke vervolging had ik mij niet onmiddellijk naar Duitschland begeven, doch was na eenige jaren in Stocholm te zijn ge weest, daarna naar Londen gegaan. Eindelijk besloot ik in het geheim naar mijn vaderland terug te kee- ren en mij bij die gelegenheid mij van mijn bege leider te ontdoen. Ik bedroog mij, want nauwelijks was ons schip uitgevaren, toen de ex-astroloog de kajuitstrap afkwam en mij met een honenden lach beleefd groette. Van dien tijd af vervolgde hij mij als een schaduw, ik moest zijn nabijheid steeds op nieuw ontdekken en dulden. (Wordt vervolgd).

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Nieuwe Langedijker Courant | 1932 | | pagina 4