Baad Zuidscharwoude
In den dwaaltuin des levens
Unie-Obligaties
HOORNSCH GELUKSKANTOOR
Binnenland.
De Raad dezer gemeente kwam 28 October te half
acht in openbare vergadering bijleen.
Voorzitter, Wethouder G. Bekker, wegens ontsten
tenis van den Burgemeester.
De heeren Kramer en Dijkhuizen zijn afwezig.
De Voorzitter opent met een woord van welkom,
deelt mede dat de Burgemeester nog ziek is en
spreekt de hoop tot spoedig herstel uit.
Van den heer C. Kramer is bericht van verhin
dering ingekomen. De notulen der vorige vergade
ring worden zonder op of aanmerkingen goedge
keurd.
INGEKOMEN STUKKEN:
a. Van het Drankweercomité, geteekend C. de
Jong te Sint Pancras, dank brengend voor genoten
medewerking.
Voor kennisgeving aangenomen.
b. Van het Provinciaal Bestuur, inhoudend rege
ling jaarwedden Burgemeester, Secretaris en Ont
vanger.
Idem.
c. Van het Gemeentebestuur van Laren, inzake
adhaesiebetuiging steun aan kleine boeren, door
verlaging van P. E. N.-tarieven enz.
Idem.
d. Van Provinciale Staten, behelzende goedkeu
ring Raadsbesluit voor aangevraagde tweede ge
deelte aandeel tuinderscrdieten.
Idem.
AANBIEDING BEGROOTING.
De Voorzitter verzocht de heeren Kroon, Mulder en
Groen begrooting en rekening te willen nazien.
De heer Dijkhuizen komt ter vergadering.
Wethouder Du Burck acht het niet in orde, dat
slechts een commissie van drie leden deze zaak on
derzoekt, en zou het beter vinden, als de geheele
Raad, buiten de Wethouders dit deed. Nu zijn in het
goede gesproken steeds twee Raadsleden van de
voorbesprekingen buitengesloten.
De heer Du Burck heeft het eens nagegaan en is
tot de conclusie gekomen, dat het haast overal
de gewoonte is, dat alle Raadsleden het doen, en
wijst in dit verband op Harenkarspel met negen
raadsleden, buiten de wethouders.
Een commissie, die de Begrootting naziet, kan
op en aanmerkingen maken, en spr. acht ler alles
voor en niets tegen, dat ook de thans buitengeslote-
nen een meer algemeene kijk op de zaak krijgen.
De wet sluit het niet uit.
De Voorzitter wijst er op, dat alle leden een uit
treksel krijgen, en acht het een vertrouwenszaak.
Het eene jaar zijn het deze, het andere jaar weer
andere leden.
De heer Du Burck: Bij de behandeling van de
Begrooting voor deLichtbedrijven is b.v. de direc
teur aanwezig, tot het geven van inlichtingen. Daar
om zou het toch ook beter zijn, als de andere
leden er ook bij waren. Het is altijd afgewezen,
omdat men het in strijd met de wet achtte, maar
voor mij is het uitgemaakt, dat het niet in strijd is,
want anderen doen het ook.
De heer Groen vraagt of alle raadsleden ook voor
af een uittreksel van de Begrooting voor de Licht-
bedrijven ontvangen.
Voorzitter: Alleen de commissie.
De heer Groen acht het eigenlijk onnoodig en ziet
het voorstel van den heer Du Burck als niet be
langrijk. Een uittreksel is voldoende, maar wel acht
hij het van belang, dat alle leden een Begrooting
van de Lichtbedrijven ontvangen. De Rekening is
is iets anders. Spr. voelt als Raadslid niet de be
hoefte de Begrooting na te zien, als men een uit
treksel heeft.
Na hierover nog verder gediscussieerd te hebben,
wordt op voorstel van den heer Dijkhuizen besloten,
de zaak te laten zoo zij is, en zullen de leden allen
toegang hebben tot de commissievergadering en op
en aanmerkingen kunnen maken. Aan de Lichtbe
drijven zal worden verzocht twee exemplaren van de
Begrooting meer te mogen ontvangen.
Van het Gemeentecrediet van Amsterdamis bericht
ingekomen, datbeschikbaar is f 40.000.—.
FEUILLETON
14).
Wat deerde het mij, dat ik de oorzaak van mijn
lijden nauwelijks had leeren kennen, dat zij in elk
geval geen vermoeden had van de vroegere verhou
ding waarin ik tot Wladimir had gestaan; ik zag
in het meisje slechts degene, die het ongeluk over
mij had gebracht, terwijl tegenover haar geliefde
in mij geen enkel gevoel van wrevel of ergernis
was ontstaan; omdat ik nog steeds in de overtui
ging leefde, dat ook hij, Wladimir, evenzeer leed
als ik en dat hij slechts had gehandeld naar den
wensch van zijn familieleden of op bevel van den
keizer, als slachtoffer van halstarrige en on
buigzame standsbegrippen.
Op zekeren avond ging ik op weg naar het paleis
van Graaf Bertitscheff, om mijn Duitsche lands
vrouwe te bezoeken. Zij ontving mij met bemin
nenswaardige vriendelijkheid, wij bespraken de
nieuwtjes uit onze geboorteplaats en ik deelde haar
mede, dat ik mijn engagement te Petersburg
wenschte op te geven en mijn geluk elders, wel
licht in Londen, wenschte te beproeven. De gou
vernante vertelde mij haar kleine voorvallen, maar
zij had in mij een weinig opmerkzame, verstrooide
toehoordster. Een vreeselijke onrust maakte zich
van mij meester, mijn hart klopte bijna hoorbaar
in de borst en in het taschje van mijn japon hield
ik het fleschje krampachtig omklemd. Zij, die ik
in mijn verblinde dwaasheid alleen voor de schul
dige van mijn ellende hield bevond zich met mij
onder één dak, wellicht scheidde alleen de wand
zich tusschen haar en mij; maar hoe zou ik haar
ontmoeten, hoe zou ik de door verterende ijverzucht
vervolgde, naderen, hoe mijn voornemen uitvoeren?
Het grillige toeval, dat zoo menigen misdadiger
gunstig was geweest, zou ook mij te hulp komen.
Een bediende kwam binnen en plaatste een schit
terende zilveren samowar op de tafel.
„De gravin verzoekt u een glas thee te bereiden en
dan een uurtje haar gezelschap te houden," zeide
hij en verliet de kamer.
„De Graaf en de Gravin zijn naar het winterpaleis
en wonen een hofbal bij, Comtesse Natalie is niet
wel en moet haar kamer houden," zoo lichtte de
gouvernante mij in, terwijl zij thee zette.
„Comtesse Natalie is verloofd?" vroeg ik zenuw
achtig.
De Voorzitter licht toe, dat het hier betreft de
leening van f 36.000.Rente 51/» pet., 30 jaar af
lossing met recht van conversie, waartoe besloten
is. Door overschrijding der Begrooting, meer straat
werk enz., is hetb edrag f 40.000.geworden.
De heer Kroon vindt het wat eigenaardig, daar
indertijd alles inbegrepen voor f 180.000 aangeno
men was, en noemt het een fout van de aannemers.
Spreker is van meening, dat het verhoogde bedrag
weer van invloed is op de gas- en electriciteits-
tarieven.
De Voorzitter is het met hem eens, maar merkt
op, dat het in dergelijke zaken meer voorkomt. Het
voorstel wordt hierop zonder hoofdelijke stemming
RONDVRAAG.
De heer Groen vraagt in het algemeen, of B. en W.
nog pogingen den inzake het Kerkepad, in ver
band met de kanaalplannen. Spreker is er niet ge
rust op, hoe het zal gaan, en het is hem niet dui
delijk wat er zal komen. Er is f 5000 uitgetrokken
voor een brug. Het lijkt spreker onmogelijk een
vaste brug te maken, en een brug met bediening
acht hij zeer bezwaarlijk.
De Voorzitter meent, dat het geen haast heeft,
daar het nog wel een jaar of vier kan duren, voor
men er aan toe is, en stelt voor, dat er maar een
commissie benoemd zal worden om deze zaak af te
handelen. Schrijven baat weinig en antwoord blijft
lang uit.
De heer Groen acht het noodig, datmenhaast
eischen gaat stellen, wil men niet voor een fait
accompli komen. Na eenige bespreking wordt con
form het voorstel van den voorzitter besloten.
De heer Kroon wijst er op, als lid van het Banne-
bestuur, geconstateerd te hebben dat de slagers de
grove beenderen in het water gooien en acht het
wenschelijk dat van gemeentewege gelegenheid
wordt gegeven ze bij het andere gemeentevuil te
brengen of te begraven. Het is een vieze beweging.
De Voorzitter meent dat dit een zaak van de
Banne zelf is, maar zal gaarne de zaak in B. en W.
brengen ter afdoening. Er zal spoedig werk van
gemaakt worden, want de toestand verergert bij den
dag.
Hierna sluiting.
De heeren De Ruiter en v. d. Tak zullen den
cursus lijden. 55 leerlingen zullen aan den cursus
deelnemen, f 5.00 zal de gemeente bijdragen.
De heer de Ruiten spreekt zijn leedwezen uit over
dit besluit der gemeenteraad, liever had hij ge
wild dat leen vast bedrag was beschikbaar gesteld,
voor het onderwijzend personeel is dit min of meer
een beleediging.
De bestuursverkiezing gaf tot uitslag dat mevrouw
Burger-Veldhuis met algemeene stemmen werd her
benoemd.
Hierna houdt de heer de Ruiten eien inleiding
over „Leesonderwijs".
Met de grootste aandacht werd dit wezenlijk in
teressante onderwerp door de aanwezigen aange-
I hoord.
I Inmiddels werd de thee geserveerd,
j De heer de Vries brengt nog naar voren het or-
ganiseeren van avondjes der jieugd, dit zal echter
I door de te houden cursus niet door kunnen gaan.
I Mej. Ruys Slik vraagt of het niet mogelijk is
om de Paaschvacantie te verzetten naar de Pinkster.
Dit wordt door het hoofd der school uitgelegd dat
dit heel moeilijk is om te verzetten, het verzetten
is gevaarlijk voor het leerplan. Dit zal later nog
eens worden besproken.
De heer v. Gracht vraagt of het niet mogelijk zou
zijn om kinderen die de school verlaten, bij gebrek
aan werk hier of daar te plaatsen, hiervoor wilde
spreker een commissie benoemen of iets derge
lijks.
De heer W. Ruys vraagt of het niet mogelijk is
om leesboeken aan te schaffen, rijzende bibliotheek
of zooiets.
Hierna sluiting.
KOOPT ALS STEEDS
bij de bekende agenten of in het
(Huis van vertrouwen.)
Veemarkt 33. Tel. 177.
GEEN SLAAPNUMMERS.
Uit den Omtrek
SINT PANCRAS.
Vrijdag 28 October werd in het lokaal van O. L. S.
een ouderavond gehouden.
De heer de Ruiten als hoofd der O. L. S. opent
de bijeenkomst. In zijn opening uiteenzettende het
nut van Ouderavonden, het verband tusschen
ouders en onderwijzend personeel wordt versterkt
en aangevuld, en desgewenscht kunnen verkeerde
gedachten worden opgelost.
Door het bestuur is geprobeert om verlaging van
schoolgeld, dit is echter door den gemeenteraad
verworpen.
Ook is weer gebrobeert om een cursus voor rij
pere jeugd in het leven te roepen, dit is door de
gemeenteraad toegestaan.
De gouvernante zag mij verwonderd aan, mijn
houding moest haar opvallen. „Zij is met een jongen
garde-officier verloofd, welke tot een onzer eerste
familiën behoort", antwoordde zij.
„Rosanoff Wladimir Rosanoff?" gilde ik en
pakte den arm van het meisje, zoo stevig, dat zij
een lichte gil van pijn liet hooren.
„Maar, lieve hemel, zijt gij dol?" vroeg de gou
vernante en trachtte haar arm te bevrijden. „Het
is zoo, binnen eenige maanden zal het huwelijk
plaats hebben. U schijnt een bezonder groote be
langstelling voor deze verbintenis te hebben."
„Vergeef mij o, ik ben een dwaas mijn arm
hoofd!" riep ik uit. Inderdaad gonsde het daarin
als een storm, mijn gedachten waren verward, ik
vreesde elk oogenblik waanzinnig te zullen wor
den.
„U is waarlijk ziek, lieve vriendin!" zeide deel
nemend het meisje. „Ik wil voor u een rijtuig be
stellen, u mag niet te voet naar uw huis terug-
keeren. Hoe gaarne zou ik u geleiden, maar u weet
mijn plichten gaan voor; ik moet doen wat de
comtesse verlangt."
Terwijl zij deze woorden sprak had zij een kris
tallen glas met thee gevuld en ging even naar de
zilverkast, om daaruit een lepel en een tablet te
halen.
„Nu of nooit! Een weinig wilskracht en je
bent gewroken!" zoo fluisterde mijn booze demon in
mij. De kamer draaide voor mijn oogen rond en ik
moest mij aan de tafel vasthouden om niet neer te
zinken. Daar las ik op het glas de daarin gegra
veerde naam Natalie, en de vernietigster van mijn
geluk stond in mijn geest voor mij aan den arm van
Wladimir mijn Wladimir, dien zij mij had ont
roofd. Zij stond daar in bruidstooi en terwijl zij mij
voorbij zweefde, wierp zij mij een verachtelijken blik
toe. Toen ook week mijn laatste greintje verstand;
Woede en smart, jaloersche haat woelden in mijn
ziel ik haalde het fleschje voor den dag en een
seconde later was het glas met de lichtbruine drank
een giftbeker geworden!
Het was mij onmogelijk den blik van het glas af
te wenden; mijn verbeeldingskracht tooverde aller
lei schrikbeelden voor mijn oogen; het scheen mij
toe als grijnsde mij een doodshoofd aan, dan weder
kronkelden slangen uit 't gift, veranderden in *n Me-
duzahoofd, dat mij met groote koude oogen aanzag
en het bloed in mijn aderen deed verstijven. Dan
was het een helsch demonengezicht, dat mij met
blikken van leedvermaak wenkte te volgen, mij in
een hoog, stil grafgewelf voerde, een zwart voor
hangsel wegschoof en met kille hand op een door
kaarsen omringde grafzerk wees. Daar lag mijn
doodsvijandin, stil en bleek, maar schoon als de
lelie, die zij in de koude verstijfde hand hield. Een
SINT PANCRAS.
Naar we vernemen is in eien kringbestuursver
gadering der Neutralen Bond van Boeren, Land- en
Tuinbouwers, Kring Langedijk, het volgende dag-
lijksbestuur samengesteld.
Voorzitter: Jb. de Vries, St. Pancras.
Penningmeester: J. Paarlberg, Dirkshorn.
Secretaris: Abr. de Geus, Noordscharwoude.
Het doel is om een vaste band te vormen voor
deze streek en om bij eventueele voorkomende on
rechtvaardige executie in overleg te treden met de
betrokkenen.
SINT PANCRAS.
Het loopt de tuinders dit jaar wel over alle
kanten tegen, vele dachten van de andijvie noch
iets te vangen, doch de prijzen zijn laag, en vele
stukken zijn verzand, zoodat ze voor consumptie
ongeschikt zijn, de eene slag volgt tp de andere.
Blijkens het voorloopig verslag van de Tweede
Kanier over het wetsontwerp tot regeling van dsn
uitvoer van pootaardappelen werd in het algemeen
instemming met dit wetsontwerp betuigd.
Enkele leden klaagden over de ondeskundigheid
van verschillende controleurs en keurmeesters bij
de uitoefening van toezicht op een keuring van
de pootaardappelen. Er werd aangedrongen om te
bevorderen de uitvoering uitluitend te leggen in
handen van volledig deskundigen.
Een lid keurde den voorgestelden maatregel af,
omdat er juist groote vraag is naar ongekeurde
pootaardappelen. Mogen deze nu niet worden uit
gevoerd, dan blijven de teelers daarmede zitten en
bestaat er gevaar, dat deze niet gekeurde of afge
keurde pootaardappelen in het binnenland worden
gebruikt.
Vele leden weerspraken zoowel de klacht over de
ondeskundigheid als het bezwaar dat men blijft
zitten met minderwaardige pootaardappelen. Geen
enkele verstandige landbouwer daarenboven zal deze
voor gebruik aanwenden. (Handelsblad.»
jonge man, gekleed in de uniform van de keizerlijke
garde knielde naast het lijk neer; bij mijn binnen
treden richtte hij het hoofd een weinig in de
hoogte, doch wendde zich onmiddellijk met een uit
drukking van de diepste afschuw van mij af, als
hij het mijne gewaar werd.
Doch ik moest mij zien te beheerschen, met ge
weld overwon ik mij zelf, dankte de gouvernante en
besteeg het rijtuig, dat een bediende voor mij had
besteld, terwijl ik den koetsier de woning van Ra-
boullain als adres had opgegeven, waarheen hij
moest rijden. Daar eerst kwam ik weder tot mij
zelf ik weet niet meer hoe lang ik daar bleef
en wat wij gesproken hebben, in mijn hoofd spookte
zoowel het een als het andere door elkaar; slechts
dit herinner ik mij weder, dat ik den Franschman
alles vertelde en dat het mij had» opgelicht, dat ik
mijn schuld aar. een ander had medegedeeld. Ra-
boullain raadde mij aan Petersburg zoo spoedig
mogelijk te verlaten, en ik begreep, dat ik slechts
door een snelle vlucht aan de straf van mijn. mis
daad kon ontkomen. De astronoom verklaarde mij,
dat ook hij reeds lang het plan had opgevat de
Russische hoofdstad te verlaten en sloeg mij voor,
de reis met hem gemeenschappelijk te maken; met
groote vreugde willigde ik zijn voorstel in, de steun
en bijstand van een man van ervaring was mij
onder deze omstandigheden onontbeerlijk. Het werd
mij echter al zeer spoedig duidelijk, dat zijn bij
stand en zijn deelneming of wilt ge zijn grootmoe
digheid niet mij gold, maar dat hij zeer gewichtige
bijoogmerken daarmede had, ook hem was het ge
raden Petersburg zoo spoedig mogelijk te verlaten;
Zwendelarijen en vervalschingen waren door hem
gepleegd en blijkbaar kon hij elk oogenblik ver
wachten, dat dit aan het licht zou komen.
Ik wil thans nog vermelden, wat ik eerst later
te weten ben gekomen. Toen bij Natalie de werking
van het gift merkbaar werd, ontstond in het huis
van den Graaf een onuitsprekelijke verwarring. De
onmiddellijk ontboden arts ontdekte direct de oor
zaak, constateerde vergiftigingsverschijnselen en
wendde de krachtigste middelen aan de gravin te
redden. De comtesse had een bijzonder opvallende
smaak aan de thee bemerkt en derhalve slechts
weinig er van gedronken; deze voorzichtigheid redde
haar het leven. Zij genas ten volle en reikte eenige
maanden later Rosanoff haar hand. Laatstgenoemde
had, nadat hij van mijn bezoek aan de gouvernante
had gehoord, de oorzaak van haar ongesteldheid
terstond vermoed, maar aangezien hij zijn vroegere
verhouding tot mij liever wilde verzwijgen, had men
door zijn invloed van een gerechtelijk onderzoek
afgezien, temeer, waar de gevolgen zoo gunstig
waren verloopen. De arme gouvernante echter moest
het slot verlaten, doch had het geluk, een aanbie-
TEGEN. VERHOOGING VAN ACCIJNS OP BIER.
Dr. L. G. Kortenhorst, lid van de Tweede Kamer,
heeft een amendement ingediend op het wetsont
werp tot t delijke heffing van opcenten op alle
invoerrechten en op den accijns op bier, alsmede her
ziening van het tareif.
Door een deel van het eerste en het geheele derde
artikel te doen vervallen wil hij de voorgestelde
heffing van opcenten op den accijns op bier uit het
ontwerp lichten.
(Handelsblad)
IN 27 DAGEN SLECHTS TWEE DROGE DAGEN.
Onze P.-medewerker schrijft:
Nu er te Amsterdam vannacht nog 13 m.m. regen
is gevallen, is dus reeds op den 26sten der maand een
totaal bereikt, dat dat van alle natte maanden
uit vroegere jaren overtreft. Het resultaat is dan ook,
da de regenval sinds 1 Januari nu reeds normaal is,
terwijl op 30 September er nog belangrijk onder was,
dank zij de zeer droge maanden Februari, Juni en
Augustus.
In den laatsten tijd zijn wij wel erg gewend ge
raakt aan den regen: sedert 30 September, dus 27
dagen lang, zijn er slechts twee dagen geweest
met „regenvacantie", n.l. Vrij daag 7 October en Za-
terdg 22 October. Overigens ging er geen dag zonder
regen voorbij, hoewel het natuurlijk niet altijd even
erg was.
Intusschen is de maand nog niet om, en het ziet er
naar uit of er nog wel een toegift zal worden ver
strekt.
TWEE MILLIARD WERELDBURGERS.
De statistiek van het jaarboek voor 1932 van den
Volkenbond meldt: dat er nu 2.012.000.000 menschen
op aarde zijn, dat is 20 milliöen meer dan in 1931.
Azië staat vooraan met 1.103.000.000 zielen en een
vermeerdering van 11.000.000 sinds 1931. Het geheele
vasteland van Amerika heeft er vier millioen bij ge
kregen en herbergt thans 255 millioen inwoners.
Europa komt nu voor het eerst boven de grens van
een half milliard. Het telt 8 millioen Europeanen
meer da n in 1931 en het totaal cijfer is daardoor
gestegen tot 506 millioen. Rusland is met 127 mil
lioen inwoners het volkrijkste land van Europa.
Alleen Groot-Brittannië heeft niet meer dan de i&
millioen zielen, die het ook in 1931 telde. Italië is,
wat te verwonderen is, met 41 millioen zielen, 40.000
beneden het bevolkingscijfer van 1931 gebleven.
Australië en Nieuw-Zeeland zijn geschat U
millioen inwoners.
Na zeer uitvoerige beraadslagingen heeft de ge
meenteraad van Zaandam in de vergadering van
gisteravond de door B. en W. voorgestelde tijdelijke
korting op de loonen en salarissen der gemeente
werklieden en ambtenaren aangenomen.
Tegen stemden alleen het communistische lid de
heer Makkinga en het lid van de O.S.P. de heer
P°Deze beide leden keerden zich in het bijzonder
tot de soc.-democraten, died oor hen hard gevallen
werden, dat zij aan verslechtering van de arbeids
voorwaarden van het gemeentepersoneel hun mede
werking verleenen, terwijl hun van burgerlijke zijde
werd verweten, dat zij door deze loonkorting zoo
langen tijd tegen te houden, tot verergering van den
toestand hebben bijgedragen.
Van. soc.-dem. kant werd betoogd, dat zij de
loonkorting aanvaarden, om te voorkomen, dat
straks een regeeringscommissaris te gemeente zou
gaan besturen.
Met dezelfde stemverhouding werd hierna de door
B. en W. aangeboden gewijzigde begrooting voor
1932 goedgekeurd.
Door deze wijziging heeft de gemeenteraad zich
ten aanzien van het bestuur der gemeente, die thans
geheel in handen van B. en W. was, weer inge
schakeld.
ding te mogen ontvangen en in eene betrekking te
worden geplaatst, waar zij reeds vroeger was ge
weest, op een eenzaam slot midden in Rusland,
waar zij thans wellicht nog werkzaam is.
Op de boot, die ons naar Stockholm voerde, was
ik uitsluitend op den omgang en het gezelschap
van Raboullain aangewezen. Hij was voor mij vol
attenties, met eerbied en op de meest hoffelijke
wijze kwam hij mij tegemoet, zoodat hij mijn volle
vertrouwen verwierf en ik het als een geluk be
schouwde, als hij mij voorstelde met hem een ge
meenschappelijke woning te betrekken en één huis
houding te voeren. Ik had een aanzienlijke som
gelds gespaard, mijn begeleider vertelde mij, dat hij
eveneens over een aanzienlijk vermogen beschikte,
in hoofdzaak in Duitschland belegd, en zoo schenen
wij voor zorgen behoed te zijn. De astronoom was
beleefd genoeg, mij voor te stellen, mij voor de
wereld als zijn dochter te doen aangaan en ik
wilgde daartoe tenslotte in, nadat ik na rijpelijke
overweging, hem wist over te halen, mijn naam aan
te nemen.
Een tijd lang ging alles goed, onze verhouding
was inderdaad zóó geworden, als het samengaan tus
schen vader en dochter zijn kan. Daar ontdekte ik,
dat zijn middelen uitgeput waren; meermalen moest
ik hem uit mijn kas geld leenen en op die wijze
slonk mijn kapitaal niet alleen, maar de steeds groo-
tere uitgaven waren zooveel oorzaken voor een
algeheel verlies mijner geldmiddelen. Om zich uit
zijn netelige positie te redden begon hij te spelen,
hij leefde op zeer grooten voet en trachtte zich
steeds van mijn kapitaal te bedienen. Mijn waar
schuwingen en vermaningen hadden niet het min
ste gevolg en toen ik eindelijk weigerde verdere
voorschotten te geven, ontzag hij zich niet mij met
eene gerechtelijke vervolging te dreigen en op die
wijze mij opnieuw geld af te persen. Te laat werd
het mij duidelijk, dat ik in handen van een ellen
deling was gevallen, die mijn vertrouwen op de
schandelijkste wijze voor zijn egoïstische doeleinden
uitbuitte.
Uit vrees voor een gerechtelijke vervolging had
ik mij niet onmiddellijk naar Duitschland begeven,
doch was na eenige jaren in Stocholm te zijn ge
weest, daarna naar Londen gegaan. Eindelijk besloot
ik in het geheim naar mijn vaderland terug te kee-
ren en mij bij die gelegenheid mij van mijn bege
leider te ontdoen. Ik bedroog mij, want nauwelijks
was ons schip uitgevaren, toen de ex-astroloog de
kajuitstrap afkwam en mij met een honenden lach
beleefd groette. Van dien tijd af vervolgde hij mij
als een schaduw, ik moest zijn nabijheid steeds op
nieuw ontdekken en dulden.
(Wordt vervolgd).