Indië en wij
Ons Weekpraatje
Het Spoorwegtekort en de
Automobieibelasting
Een Restaurant in de lucht
Nieuwstijdingen
Was het bijkans ondoenlijk om den totaal-invloed,
economisch en sociaal gesproken, die er van de
cultures voor Indië zelf uitging, vast te stellen
nog moeilijker was dit ten aanzien van Nederland,
want hier steunde men op meer directe dan indi
recte gegevens.
Het is de crisis, die ook Indië zoo fel striemt,
welke ons pas goed doet beseffen, wat Indië tot
dusver voor Nederland beteekend heeft. Nu uit dit
land zoo weinig inkomsten naar Nederland vloeien,
maar wel ontslagen personeel wordt teruggezonden,
begrijpen wij pas goed, hoe de toestand in ons
land zou zijn, indien de koloniën blijvend uitge
schakeld waren.
Zou b.v. de beteekenis van ons bankwezen niet
aanmerkelijk verminderen, wanneer men de Indi
sche ondernemingen, onder welke de suike een zoo
belangrijke plaats inneemt, voor een groot deel uit
schakelde? En men denke ook eens aan de uitga
ven, die de tal van particulieren, die zich na eeu
welbesteed leven in de cultures op een der hoofd
plaatsen in Nederland terugtrekken, zich veroor
loven. Maar er zijn ook directe posten aan te wijzen.
Daar is in de eerste plaats het aantal jongelieden
dat, hetzij opgeleid te Wageningen of te Deventer,
hetzij opgeleid aan een der middelbaar technische
scholen, hetzij opgeleid aan de Technische Hooge-
school te Delft, emplooi vinden in de cultures. Daar
zijn ook de belangrijke inkomsten, die de Neder-
landsche stoomvaartmaatschappijen trokken uit de
cultuurproducten, zoowel in den vorm van vrachten
als van passagegelden. Voorts zij gewezen op de
machinefabrieken, de fabrieken van electrische ap
paraten en van locomotieven, in Nederland geves-
tgd. Deze groote ondernemingen zouden een geheel
anderen omvang hebben gehad, wanneer zij Indië
niet als afnemer hadden gehad.
Meer dan ooit heeft deze crisis ons geleerd, dat
onder de direct belanghebbenden bij de Indische
winsten ook te rangschikken zijn de duizenden
Nederlandsche arbeiders en middenstanders, die hun
bestaan voor een groot deel aan de Indische winsten
en de werkzaamheid van het grootkapitaal in Indië
hebben te danken. Zonder de Indische bedrijven en
cultures zou het loonpeil in Nederland belangrijk
lager zijn geweest; zou van een sociale wetgeving
geen sprake kunnen zijn geweest, en zou paupe-
rime in breede lagen in Nederland zijn intrede heb
ben gedaan. Het voordeel ligt volstrekt niet alleen
bij „de menschen met de aandeelen", maar schier
bij elke maatschappelijke groep.
Vele jaren hebben er in breede kringen in Neder
land „smalle" opvattingen bestaan inzake de Indi
sche belangen. Maar nu de Indische bedrijven geen
wiinsten meer afwierpen, waarvan alle groepen in
Nederland de gevolgen ondervinden, is Holland in
last, en begint men heel anders te denken over de
beteekenis van Indië voor Nederland. Wanneer deze
verandering in gedachten blijvend zal zijn, heeft
deze ellendige crisis tenminste nog één lichtpuntje
opgeleverd!
De moderne tijd wil het nu eenmaal zoo, dat we
voor eiken dag een bijzondere intentie meekrijgen.
Op 31 October we hadden juist dien dag ons
maandgeld te beuren moesten we op last van het
Internationaal Instituut voor het Spaarwezen aan
ons steenen varken denken. Het was Wereldspaar-
dag.
O, natuurlijk, de dames en heeren van het Insti
tuut zoeken niet in de eerste plaats het eigen
belang, maar dat van óns, spaarders. Ze doorstaan
alles om de hun toevertrouwde centjes te beveili
gen. Lees maar het manifest, dat de „vertegenwoor
digers der spaarbanken van de geheele wereld" ter
gelegenheid van den jongsten Wereldspaardag heb
ben uitgegeven. „Onze instellingen", zoo heet het,
zijn van een „algemeene soliditeit, onaangetast en
onverzwakt door revoluties en oorlogen, crisis en
waanzinnige speculatievlagen".
We spotten er niet mee, want er zijn werkelijk
solide spaarbanken. In ons land is er zelfs een vrij
behoorlijk aantal van, welke zich onder controle
hebben gesteld en den kleinen beleggers een goede
garantie bieden. Die spaarbanken voeren een eigen
embleem, dat ze van de minder solide ondernemin
gen onderscheidt. Het is verstandig, als men weet
te sparen en het is voorzichtig, indien men zijn geld
uitsluitend aan de bedoelde gecontroleerde instel
lingen toevertrouwt.
Maar sparen is een deugd, welke men ook gemak
kelijk kan overdrijven. Daarover wilden we het ter
gelenheid van den jongsten Wereldspaardag eens in
het bijzonder hebben. Aan het sparen zijn gren
zen verbonden, welke men niet straffeloos mag over-
overschrijden.
De Nederlandsche Spoorwegen sparen, óndanks
de aanzienlijke bedrijfstekorten sparen ze. Ze spa
ren b.v. op de post „bewaking van overwegen".
Sommige overwegen, waar een zeer ruim uitzicht
is, kunnen inderdaad onbewaakt blijven; van de
passanten mag oplettendheid worden vereischt.
Maar de Spoorwegen blijven ook dan sparen, als de
practijk heeft uitgewezen, dat sparen misdadig is.
De vorige week kon men onderstaand bericht vin
den in „De Maasbode":
„Op den onbewaakten overweg aan den Schie-
„damschen weg te Kethel, is een 48-jarige man
„met zijn motor door den trein gegrepen, oo
„slag gedood en afschuwelijk verminkt. De ma
chinist van den trein had niets van het onge-
„luk bemerkt. Dit is in korten tijd het tiende
„ongeluk met doodelijken afloop op dezen on
bewaakten overweg.
„Wij vragen met nadruk: moet deze moord
partij blijven voortduren?"
We herhalen met „De Maasbode"; het sparen is
hier misdadig geworden, bijna gelijk aan het plegen
van moor a
Op Zondag j.l. reed bij Ilpendam een aute te
water, waarbij de vier inzittenden verdronken. In
de bladen kon men lezen:
„De bocht bij De Vurige Staart staat nis zeer
„gevaarlijk bekend. Een aantal boomen beneemt
„er elk uitzicht en ze zijn niet eens wit gemaakt
„om het gevaar aan te duiden. Herhaaldelijk
„botsen er auto's tegen de boomen. Het gebeurde
„van Zondag was het vijftiende ernstige ongeluk
„in korten tijd"
De beheerders van dien weg zijn dus óók al
flinke spaarders. Ze sparen de boomen en ze sparen
het geld uit voor witkalk. Alleen andere welzijn
sparen ze niet.
Ook private personen sparen vaak onredelijk.
In dezen crisistijd vinden we het allesbehalve een
te loven eigenschap, als degenen, die nog over een
vrij behoorlijk inkomen beschikken, hun uitgaven
tot het uiterste of daar beneden blijven beperken.
Als die geest vaardig blijft, dan kan het einde van
de crisis nog lang op zich laten wachten.
De winter staat weer voor de deur. 't Is heel
prettig, als men z'n kolen in huis heeft en zich
verdere voor den winterdag verzekerd weet. Bij een
lekker vuur en een pittig sigaartje is het zelfs niet
onaangenaam om in zijn nieuwsblad het verloop van
de crisis te blijven volgen, waarbij men zoo nu en
dan z'n wijze hoofd kan blijven schudden over alle
wereldsche narigheid.
Denken we toch liever eens aan de velen, die door
het winterseizoen van hun normale bezigheid wor
den uitgesloten en die daardoor het werkloozenlegcr
komen vergrooten. Laat in dezen tijd wat doen om
nijvere handen bezig te houden. Er valt allicht wat
te schilderen, te timmeren, te spitten. Er is zeker
wel iets, dat men graag veranderd zou willen heb
ben. Dat laatste hebt ge u misschien al voorgenomen
te laten doenin een beteren tijd.
Dien beteren tijd zullen wij niet meer beleven, als
degenen, die nog over voldoende inkomende midde
len beschikken, dat geld maar stom-weg zitten vast
te houden. Als we allen niet meehelpen om het geld
weer te laten rollen in den goeden zin des woords
dan zijn de opgepotte duiten straks toch niets
waard.
Werk geven is altijd nog beter dan steun geven
aan werkloozen. Het laatste is óók noodzakelijk,
maar als men slechts óf het een, óf het ander kan
doen, bevorder dan liever de arbeidsgelegenheid.
In een woord van verweer tegen de automobiel
belasting schrijft de Koninklijke Nederlandsche
Automobielclub in het „Handelsblad" het volgende.
Aan de hand van de volgende feiten geeft zij zlc.a
rekenschap van de richting waarin zij zich wil
bewegen.
De feiten zijn deze:
le. In ons land, rijk voorzien van scheepvaart
wegen, hebben de spoorwegen altijd een zeer moei
lijk bestaan gehad, met het 'resultaat, dat er
f 229.000.000 te weinig van het kapitaal is afgeschre
ven.
2e. De opkomst van het automobielverkeer en
straks van het luchtvaartverkeer, zajn oorzaak dar
geleidelijk een klein, daarna een grooter gedeelte
van het vervoer overgaat naar de meer moderne
verkeersmiddelen, welke het vervoer gemakkelijker
of goedkooper kunnen verrichten.
3e. het gevolg daarvan is, dat de spoorwegen nog
noodlijdender worden dan zij reeds waren, hetgeen
daarenboven verergerd wordt door de huidige crisis
omstandigheden.
Moet het spoorweg-apparaat in den huidigen
omvang behouden blijven?
De vraag doet zich nu voor, waar wil men heen?
Wil men het spoorweg-apparaat in zijn huidigen
omvang in stand houden? Dat men het dan zegge
en er naar handele! Dit is onmiddellijk bereikba3r
door den import van automobielen te beletten, het
maken van automobielen hier te lande te verbieden
en op te houden met den aanleg van wegen geschikt
voor automobielen. Het vervoer zal er dan inderdaad
zijn ten behoeve van de spoorwegen, inplaats van
dat de spoorwegen er zijn ten behoeve van het
vervoer.
Natuurlijk is er niemand met gezonde economische
beginselen, die zich verbeeldt het voortgaan van den
tijd te kunnen beletten door de wijzers van de
pendule vast te houden. Men kan nu eenmaal niet
tegelijk automobielwegenbouwen, groote overbrug
gingen over de rivieren maken enz.; in het kort een
paar honderd millioen gulden besteden om het
automobielverkeer mogelijk te maken en tevens
bezig zijn met hm, uitdenken van middelen om net
automobielverkeer te beletten. Dat is economische
Welnu, niemand denkt eraan om de overbrug-
gingswerken stop te zetten en de wegenuitvoering
te beletten. Dan heeft men ook de consequentie
daarvan te aanvaarden en deze is: inkrimping van
het spoorwegbec!vijf tot het onontbeerlijke, dit zoo
modern mogelijk uit te rusten en zoo economisch
mogelijk te exploiteeren. Wanneer het aan de tech
niek niet gelukom een aanzienlijke verhooging
van de rijsnelheid te paren aan een aanzienlijke
verlaging van het dood gewicht van het rollend
materiaal en een beperking van het personeel, is
het bedrijf ten doode opgeschreven. Dat is dan een
kwestie van tijd. Er worden in deze richting in het
buitenland vele proeven genomen. Voor het spoor
wegbedrijf is het te hopen, dat zij zullen slagen.
Er was een tijd, dat men ontzag had voor een
snelheid van 60 of 70 km. Tegenwoordig is dit een
matig gangetje. Wanneer men een boemeltrein ziet
langs komen, heeft men nu reeds het gevoel iets
te aanschouwen uit de vorige eeuw, dat bij vergis
sing nog niet opgehouden heeft te bestaan.
Maar is deze inkrimping van het spoorwegbedrijf
dus de opheffing van de locaalspoorwegen, het
opheffen van vele lijnen, haltes, stationnetjes enz.
het afbreken van honderden wagens enz. niet een
geweldige kapitaalsvernietiging? Het antwoord op
deze vraag moet ontkennend luiden. Deze kapitaals
vernietiging heeft reeds plaats gevonden en wel op
het oogenblik, dat de vooruitgang van de techniek
het moderne, snelle en economische motorrijtuig ter
beschikking van de menschheid stelde. Men kan
schijnbaar het oude kapitaal dan zijn waarde doen
behouden door van de nieuwe vinding geen gebruik
te maken, maar in werkelijkheid doet men dan
niet anders dan met het offer, dat door deze
ontzegging gebrachi wordt, de plaats gehad hebben
de kapitaalsvernietiging afbetalen.
Door de uitvinding en voortdurende modernisee
ring van het motorrijtuig is onherroepelijk een deel
van het in de spoorwegen gestoken kapitaal ver
nietigd. Door geen enkele maatregel kan dit onge
daan gemaakt worden. Dit is een gang van zaken,
welke men in het economisch leven van de natie
overal kan aantreffen. Huizen verouderen, machi
nes verouderen, fabrieken verouderen. Zoo gaat het
ook met vervoermiddelen.
Met een eenvoudig voorstel, om de verliezen op de
spoorwegen te laten betalen door het automobiel
verkeer, komt men er dus geenszins.
Maar men kome ons niet aan boord met voor
stellen om de verliezen welke op de verouderde ver
voersmiddelen worden geleden, te laten betalen door
het automobielverkeer. Dit zou niet alleen tot eco
nomisch zeer ongewenschte toestanden leiden, door
dat het geleidelijk ontstaan van een gezond en zoo
doeltreffend mogelijk vervoerssysteem zou worden
belet, maar daarenboven in hooge mate onrecht
vaardig en onbillijk zijn.
Nogmaals: men hoede zich voor de gedachte, het
voortgaan van den tijd tegen te kunnen houden.
Een m tie, minder nog dan een particulier persoon,
kan zich de weeelde van zelfbedrog veroorlooven.
Hoofdartikel.
LUNCH IN DE „EKSTER"
HET BITTERTJE BOVEN DE NOORDZEE.
(Overgenomen uit het Noord-Hollandsch Dagblad).
"ATacht°ijMerf^ar^iohdefhoudt"de K.L.M. samen
met de Skandinaafsche maatschappij A.B. Aero-
transport, des zomers een verbinding tusschen Lon
den en Parijs, via Amsterdam, met Kopenhagen en
Malmö. Het eerste jaar werd enkel gedurende de
paar zomermaanden gêvlogen, maar elk jaar werd
de dienst weer wat vroeger in het seizoen begon
nen en wat later beëindigd, zoodat er ten slotte
maar een paar wintermaanden over bleven, waarin
op deze route niet gevlogen werd. In hoofdzaak,
omdat in die maanden de dagen te kort waren, om
het geheele traject bij daglicht af te leggen. Des
morgens om acht uur uit Londen, of uit Parijs ver
trekkende, kon men in den namiddag in Kopen
hagen of Malmö zijn. Dat ging goed als* de dagen
lang zijn, maar wanneer des winters al om vier
of van vijf uur donker wordt, bracht dat bezwaren
mee.
Bezwaren, die nu zijn ondervangen, zoodat met
dezen winter te beginnen, het heele jaar door de
„Scandinavian Air Express", zooals deze verbinding
genoemd wordt, haar tochten volbrengt.
Men heeft er namelijk iets op gevonden, om den
tocht in korter tijd te volbrengen, zonder dat de
vliegsnelheid behoefde te worden opgevoerd.
Tot nog toe werd den passagierse die 's morgens
vroeg uit Londen en Parijs vertrekken en om kwart
over elven op Schiphol aankwamen, daar gelegen
heid gegeven om te luncnen. Dat vorderde tijd en
nog wei op den besten vliegtijd van den dag. Die
lunchpauze is nu afgeschaft, maar omdat de men
de passagiers toch niet van acht uur 's morgens tot
vier des middags zonder eten kon laten, hebben K.L.
M. en Aerotiransport besloten hun vliegtuigen om te
bouwen tot restauratie-vliegtuigen, met andere
woorden, de lunch kan nu aan boord, tijdens het
vliegen gebruikt worden en steelt dus niet meer van
het dagiicht.
Den eersten November zou het eerste restauratie
vliegtuig, de „Ekster", een van de driemotorige
F ZII's van Schiphol vertrekken en door de vrien
delijkheid van de K.L.M. zijn een twaalftal jougna-
listen in de gelegenheid gesteld, de omgebouwde
„Ekster" te bezichtigen en er een proeftocht mee
te maken, om zich hoog in de lucht van de voor
treffelijkheden van het vliegend restaurant te over
tuigen.
Het aantal zitplaatsen is iets verminderd, teneinde
de gelegenheid te krijgen vóór iedere zitplaats een
klein klaptafeltje aan te brengen, waarin twee gaten
zitten, een kleine en een groote, waarin 'n glaasje
en een beker passen. Port, sherry, vermouth of bols
wordt in kleine glaasjes geserveerd, koffie, thee of
bouillon in bekers van bakaliet. Van hetzelfde mate
riaal zijn ook de bordjes voor de lunch, die bestaat
uit bouillon, brood, koud vleesch, kip, kaas en fruit.
Natuurlijk kan men ook a la carte eten. Al die mee
gevoerde eet- en drinkwaren, waarvan de spijzen
die van de restaurants op den beganen grond niet
te bovengaan, en ook het tafelgerei, als messen,
vorken, borden enz. zijn geborgen in een daarvoor
achter in de cabine gebouwde kast, die uiterst prac-
tisch is ingericht, zoodat veel in een kleine ruimte
geplaatst kan worden. Warme dranken staan er in
thermoflesschen, wijnen en bieren in kleine fleschjes
welke passen in openingen in kleine laden, zoodat
ze niet tegen elkaar stooten en rinkelen kunnen.
Het was geen mooi weer, toen ik den voor de
pers georganiseerden proeftocht meemaakte, maar
daar merkten we in de cabine al heel weinig van;
de moderne groote vliegtuigen liggen zoo vast in de
lucht, dat zelfs een stevige wind er maar weinig vat
op heeft. En de stroomende regen, och, daar had
den we ook al niet veel last van, want al heel gauw
waren we boven de wolken in een lekker zonnetje
en we lieten den regen maar stilletjes op de aarde
neerplensen, zonder er ons iets van aan te trekken.
Nog maar een minuut of wat waren we onderweg
of daar kwam Smit, de eerste vliegende steward,
ons al vragen of we geen trek hadden in een kopje
thee en op een hoogte van 1500 meter hebben we
dat boven Haarlem met smaak opgedronken. En er
een paar sandwiches bij gegeten, die daar boven
heusch niet minder goed smaakten dan op den be
ganen grond.
Genoeglijk pratende genoten we van het tochtje,
dat nu verder ging naar Zandvoort, waar de wol
ken waf hooger hingen en piloot Both dus maar
v/eer wat hooger steeg, tot we op 2100 M. hoogte
20 KM. ver van de kust boven zee dreven. Toen
kwamen de port en de sherry en wat er al meer
van dien aard bestaat aan de beurt en terwijl we in
Zuidelijke richting langs de kust vlogen, werden deze
kostelijke dranken met een stukje cake ge.roe en.
Ter hoogte van Leiden werd de steven wee' naar
he; land gewend en even voorbij die stad, daalde
we al meer-cn-meer. En terwijl we genoeglijk een
banaan, of een appel, of wat vijgen naar binnen
werkten, kwamen we weer in den stroomenden re
gen terecht. We naderden de aarde, om via Aalsmeer
Schiphol weer op te zoeken, waar we na precies
35 minuten landden.
Zoo uit den feliën zonneschijn weer in den plas
regen. 't was een even groote mistroostigheid als
een jubelende gewaarwording was geweest, toen we,
bij het opstijgen daar plotseling de dagen lang niet
meer aanschouwde zon zagen, die de onder ons han
gende wolken in honderden kleuren verlichtte en
met gouden randen omzoomde.
Vliegen is toch maar een heerlijkheid en zóó
vliegen als wij deden, met op z'n tijd je natje en
je droogje is een dubbel genot.
De vliegtuigen op de Skandinavlsche route zijn
in den regel steeds vrijwel vol bezet; het zal me niet
verwonderen, wanneer de K.L.M. nu ze de reis zoo
gerieflijk en zoo gezellig gemaakt heeft, het binnen
kort met één vliegtuig per dag het niet meer af kan
en een tweede in de vaart moet brengen.
I In, een mes gevallen.
Dinsdagmiddag is te Zutfen op den deventer
weg de 21-jarige slagersknecht van Osch in aan
rijding gekomen met een anderen wielrijder waar
door hij kwam te vallen. D|aar hij op weg was
naar het slachthuis had hij| de noodige slagers
messen in een zijner zakken geborgen. Bij het
vallen op de straat is een der messen hem in de
rechterlies gedrongen. Dtie doktoren verleenden
de eerste hulp waarna hij per ziekenauto naar
het ajgemeen ziekenhuis te Zuten is vervoerd.
Het slachtofefr is een uur na het gebeurde over
leden. De politie stelt een onderzoek in naar
dei. onbekenden wielrijder.
'Oioor hartverlamming getroffen
I In de Heuvelstraat te Princenhage kreeg op
Maandagmiddag omstreeks vier uur dei herber-
1 gier H. de Booy oneenigheid met zijn vrouw
j over de opvoeding van de kinderen. De vrouw
nam het voor de kinderen op en stelde zich tus-
i schen hen en hun vader. Zij maakte zich zoo
j kvaad 'dat zij eensklaps ineenzakte. Bij onder
zoek bleek, dat zij aan hartverlamming was
overleden. De man is door de politie voorloopig
opgesloten.
Djroevig ongeval.
Dinsdagmiddag vond ten huize van den heer
M. in de Beitelstraat te Doesburg een droevig
ongeval plaats dat aan een 5-jarig meisje het Ier
ven heeft gekost. Terwijl de ouders uit waren
gegaan en vier van de zes jeugdige kinderen al
leen thuis waren heeft de 12-jarige Jantje M.
het oudste zoontje van de familie M. kans ge
zien een onbeheerd liggend geladen revolver te
bemachtigen. Spelenderwijze richtte hij het wa
pen op een zijner zusjes, de 5-jarige Trees je M
die door een patroon in den hals werd getroffen.
Hun zusje badend in haar bloed ziende, renden
de overige kinderen de straat' op, om voorbij
gangers en buren van het gebeurde in kennis
te stellen. Deze waarschuwden onmiddellijk! dr.
Brant die de eerste hulp verleende. Menschelijke
hulp mocht evenwel niet meer baten daar het
kinidje na een half uur overleed. Op last van
den burgemeester jhr. mr. Nahuys werd het lijk
je in beslag genomen en naar het ziekenhuis
overgebracht.
Godsdiensthaat in Spanje
Sedert het bestaan «van de republiek zijn door
extremistische elementen niet minder dan 4.5
kerken en kloosters in brand gestoken terwijl
er dit jaar alleen 77 geplunderd zijn.
Verscheidene kerkhoven zijn geschonden en de
grafzerken vernield.
De 'bandieten hebben dezer dagen; ook pogin
gen gedaan om de beroemde kerk van San Gil
te Feijs Andalusie en het klooster in het
zelfde dorp in brand te steken.
Ook in het historische bedehuis van San Fe
lipe Neri, te Cladiz, waar in 1812 de eerste libe
rale konstitutie tot stand kwam, werd een po
ging tot brandstichting gedaan. Gelukkig! werd
in beide gevallen tijdig alarm gemaakt en kon
het vuur worden gebluscht voordat ernstige
schade was aangericht.
Om bij zijn vrouw te kunnen zijn.
Op een kleine boerderij bij Szeged heeft naar
Beuter meldt een treurig naspel van den wereld
oorlog plaats gehad. Tot groote ontsteltenis
bleek bij de vaststelling van de identiteit van een
overleden boerenknecht dat hij de eerste man
was van de boerin, bij wier tegenwoordigen echt
genoot hij in dienst was. Sedert het begin van
den oorlog was de man, die aan het Bpssische
front diende verdwenen. Fierst eenige maanden
geleden was hij uit Bussische krijgsgevangen
schap gevlucht en keerde na een uiterst moeilij
ken. tocht in zijn geboorteplaats terug waar hij
vernam, dat zijn ouders gestorven waren en zijn
vrouw voor de tweede maal getrouwd was. Om
in haar nabijheid te kunnen zijn, vroeg hij den
tweeden man van zijn eigen, vrouw hem in dienst
te nemen. In den verwaarloosden, sterk verou
derden man had niemand den vroegeren dorps
genoot en echtgenoot van de boerin herkend.
(Handelsblad.
ONTWIKKELINGSWERK TE BARCHEM.
De vereeniging Woodbrookers in Holland, die al
Sjnds 1929 ontwikkelingswerk organiseert voor ver
schillende groepen vrouwen en meisjes, stelt zich
voor van 3 tot 31 Januari 1933 een vierweeksche
cursus te houden voor boerendochters en andere
plattelandsmeisjes tusschen 18 en 35 jaar, in het
internaat „Heidehof" te Barchem (Geld.) Onder
werpen over gezondheidsleer, kinderverzorging, ge
schiedenis van het heden zullen worden ingeleid,
terwijl boekbesprekingen, handenarbeid, muziek,
huishoudelijk werk enz. ook een deel der dagtaak
zullen uitmaken. De kosten bedragen f 40.Nadere
inlichtingen worden gaarne verstrekt; men rechtte
zich ook vootr aanmelding tot mej. C. C. Wilbren-
ninck, de Carpentierstraat 82, Den Haag.
DRA15iïlA-vAN\ALKEriBURG'S
LEVERTRAAN
-LEEUWARDEN-
I