Indië en wij Ons Weekpraatje Het Spoorwegtekort en de Automobieibelasting Een Restaurant in de lucht Nieuwstijdingen Was het bijkans ondoenlijk om den totaal-invloed, economisch en sociaal gesproken, die er van de cultures voor Indië zelf uitging, vast te stellen nog moeilijker was dit ten aanzien van Nederland, want hier steunde men op meer directe dan indi recte gegevens. Het is de crisis, die ook Indië zoo fel striemt, welke ons pas goed doet beseffen, wat Indië tot dusver voor Nederland beteekend heeft. Nu uit dit land zoo weinig inkomsten naar Nederland vloeien, maar wel ontslagen personeel wordt teruggezonden, begrijpen wij pas goed, hoe de toestand in ons land zou zijn, indien de koloniën blijvend uitge schakeld waren. Zou b.v. de beteekenis van ons bankwezen niet aanmerkelijk verminderen, wanneer men de Indi sche ondernemingen, onder welke de suike een zoo belangrijke plaats inneemt, voor een groot deel uit schakelde? En men denke ook eens aan de uitga ven, die de tal van particulieren, die zich na eeu welbesteed leven in de cultures op een der hoofd plaatsen in Nederland terugtrekken, zich veroor loven. Maar er zijn ook directe posten aan te wijzen. Daar is in de eerste plaats het aantal jongelieden dat, hetzij opgeleid te Wageningen of te Deventer, hetzij opgeleid aan een der middelbaar technische scholen, hetzij opgeleid aan de Technische Hooge- school te Delft, emplooi vinden in de cultures. Daar zijn ook de belangrijke inkomsten, die de Neder- landsche stoomvaartmaatschappijen trokken uit de cultuurproducten, zoowel in den vorm van vrachten als van passagegelden. Voorts zij gewezen op de machinefabrieken, de fabrieken van electrische ap paraten en van locomotieven, in Nederland geves- tgd. Deze groote ondernemingen zouden een geheel anderen omvang hebben gehad, wanneer zij Indië niet als afnemer hadden gehad. Meer dan ooit heeft deze crisis ons geleerd, dat onder de direct belanghebbenden bij de Indische winsten ook te rangschikken zijn de duizenden Nederlandsche arbeiders en middenstanders, die hun bestaan voor een groot deel aan de Indische winsten en de werkzaamheid van het grootkapitaal in Indië hebben te danken. Zonder de Indische bedrijven en cultures zou het loonpeil in Nederland belangrijk lager zijn geweest; zou van een sociale wetgeving geen sprake kunnen zijn geweest, en zou paupe- rime in breede lagen in Nederland zijn intrede heb ben gedaan. Het voordeel ligt volstrekt niet alleen bij „de menschen met de aandeelen", maar schier bij elke maatschappelijke groep. Vele jaren hebben er in breede kringen in Neder land „smalle" opvattingen bestaan inzake de Indi sche belangen. Maar nu de Indische bedrijven geen wiinsten meer afwierpen, waarvan alle groepen in Nederland de gevolgen ondervinden, is Holland in last, en begint men heel anders te denken over de beteekenis van Indië voor Nederland. Wanneer deze verandering in gedachten blijvend zal zijn, heeft deze ellendige crisis tenminste nog één lichtpuntje opgeleverd! De moderne tijd wil het nu eenmaal zoo, dat we voor eiken dag een bijzondere intentie meekrijgen. Op 31 October we hadden juist dien dag ons maandgeld te beuren moesten we op last van het Internationaal Instituut voor het Spaarwezen aan ons steenen varken denken. Het was Wereldspaar- dag. O, natuurlijk, de dames en heeren van het Insti tuut zoeken niet in de eerste plaats het eigen belang, maar dat van óns, spaarders. Ze doorstaan alles om de hun toevertrouwde centjes te beveili gen. Lees maar het manifest, dat de „vertegenwoor digers der spaarbanken van de geheele wereld" ter gelegenheid van den jongsten Wereldspaardag heb ben uitgegeven. „Onze instellingen", zoo heet het, zijn van een „algemeene soliditeit, onaangetast en onverzwakt door revoluties en oorlogen, crisis en waanzinnige speculatievlagen". We spotten er niet mee, want er zijn werkelijk solide spaarbanken. In ons land is er zelfs een vrij behoorlijk aantal van, welke zich onder controle hebben gesteld en den kleinen beleggers een goede garantie bieden. Die spaarbanken voeren een eigen embleem, dat ze van de minder solide ondernemin gen onderscheidt. Het is verstandig, als men weet te sparen en het is voorzichtig, indien men zijn geld uitsluitend aan de bedoelde gecontroleerde instel lingen toevertrouwt. Maar sparen is een deugd, welke men ook gemak kelijk kan overdrijven. Daarover wilden we het ter gelenheid van den jongsten Wereldspaardag eens in het bijzonder hebben. Aan het sparen zijn gren zen verbonden, welke men niet straffeloos mag over- overschrijden. De Nederlandsche Spoorwegen sparen, óndanks de aanzienlijke bedrijfstekorten sparen ze. Ze spa ren b.v. op de post „bewaking van overwegen". Sommige overwegen, waar een zeer ruim uitzicht is, kunnen inderdaad onbewaakt blijven; van de passanten mag oplettendheid worden vereischt. Maar de Spoorwegen blijven ook dan sparen, als de practijk heeft uitgewezen, dat sparen misdadig is. De vorige week kon men onderstaand bericht vin den in „De Maasbode": „Op den onbewaakten overweg aan den Schie- „damschen weg te Kethel, is een 48-jarige man „met zijn motor door den trein gegrepen, oo „slag gedood en afschuwelijk verminkt. De ma chinist van den trein had niets van het onge- „luk bemerkt. Dit is in korten tijd het tiende „ongeluk met doodelijken afloop op dezen on bewaakten overweg. „Wij vragen met nadruk: moet deze moord partij blijven voortduren?" We herhalen met „De Maasbode"; het sparen is hier misdadig geworden, bijna gelijk aan het plegen van moor a Op Zondag j.l. reed bij Ilpendam een aute te water, waarbij de vier inzittenden verdronken. In de bladen kon men lezen: „De bocht bij De Vurige Staart staat nis zeer „gevaarlijk bekend. Een aantal boomen beneemt „er elk uitzicht en ze zijn niet eens wit gemaakt „om het gevaar aan te duiden. Herhaaldelijk „botsen er auto's tegen de boomen. Het gebeurde „van Zondag was het vijftiende ernstige ongeluk „in korten tijd" De beheerders van dien weg zijn dus óók al flinke spaarders. Ze sparen de boomen en ze sparen het geld uit voor witkalk. Alleen andere welzijn sparen ze niet. Ook private personen sparen vaak onredelijk. In dezen crisistijd vinden we het allesbehalve een te loven eigenschap, als degenen, die nog over een vrij behoorlijk inkomen beschikken, hun uitgaven tot het uiterste of daar beneden blijven beperken. Als die geest vaardig blijft, dan kan het einde van de crisis nog lang op zich laten wachten. De winter staat weer voor de deur. 't Is heel prettig, als men z'n kolen in huis heeft en zich verdere voor den winterdag verzekerd weet. Bij een lekker vuur en een pittig sigaartje is het zelfs niet onaangenaam om in zijn nieuwsblad het verloop van de crisis te blijven volgen, waarbij men zoo nu en dan z'n wijze hoofd kan blijven schudden over alle wereldsche narigheid. Denken we toch liever eens aan de velen, die door het winterseizoen van hun normale bezigheid wor den uitgesloten en die daardoor het werkloozenlegcr komen vergrooten. Laat in dezen tijd wat doen om nijvere handen bezig te houden. Er valt allicht wat te schilderen, te timmeren, te spitten. Er is zeker wel iets, dat men graag veranderd zou willen heb ben. Dat laatste hebt ge u misschien al voorgenomen te laten doenin een beteren tijd. Dien beteren tijd zullen wij niet meer beleven, als degenen, die nog over voldoende inkomende midde len beschikken, dat geld maar stom-weg zitten vast te houden. Als we allen niet meehelpen om het geld weer te laten rollen in den goeden zin des woords dan zijn de opgepotte duiten straks toch niets waard. Werk geven is altijd nog beter dan steun geven aan werkloozen. Het laatste is óók noodzakelijk, maar als men slechts óf het een, óf het ander kan doen, bevorder dan liever de arbeidsgelegenheid. In een woord van verweer tegen de automobiel belasting schrijft de Koninklijke Nederlandsche Automobielclub in het „Handelsblad" het volgende. Aan de hand van de volgende feiten geeft zij zlc.a rekenschap van de richting waarin zij zich wil bewegen. De feiten zijn deze: le. In ons land, rijk voorzien van scheepvaart wegen, hebben de spoorwegen altijd een zeer moei lijk bestaan gehad, met het 'resultaat, dat er f 229.000.000 te weinig van het kapitaal is afgeschre ven. 2e. De opkomst van het automobielverkeer en straks van het luchtvaartverkeer, zajn oorzaak dar geleidelijk een klein, daarna een grooter gedeelte van het vervoer overgaat naar de meer moderne verkeersmiddelen, welke het vervoer gemakkelijker of goedkooper kunnen verrichten. 3e. het gevolg daarvan is, dat de spoorwegen nog noodlijdender worden dan zij reeds waren, hetgeen daarenboven verergerd wordt door de huidige crisis omstandigheden. Moet het spoorweg-apparaat in den huidigen omvang behouden blijven? De vraag doet zich nu voor, waar wil men heen? Wil men het spoorweg-apparaat in zijn huidigen omvang in stand houden? Dat men het dan zegge en er naar handele! Dit is onmiddellijk bereikba3r door den import van automobielen te beletten, het maken van automobielen hier te lande te verbieden en op te houden met den aanleg van wegen geschikt voor automobielen. Het vervoer zal er dan inderdaad zijn ten behoeve van de spoorwegen, inplaats van dat de spoorwegen er zijn ten behoeve van het vervoer. Natuurlijk is er niemand met gezonde economische beginselen, die zich verbeeldt het voortgaan van den tijd te kunnen beletten door de wijzers van de pendule vast te houden. Men kan nu eenmaal niet tegelijk automobielwegenbouwen, groote overbrug gingen over de rivieren maken enz.; in het kort een paar honderd millioen gulden besteden om het automobielverkeer mogelijk te maken en tevens bezig zijn met hm, uitdenken van middelen om net automobielverkeer te beletten. Dat is economische Welnu, niemand denkt eraan om de overbrug- gingswerken stop te zetten en de wegenuitvoering te beletten. Dan heeft men ook de consequentie daarvan te aanvaarden en deze is: inkrimping van het spoorwegbec!vijf tot het onontbeerlijke, dit zoo modern mogelijk uit te rusten en zoo economisch mogelijk te exploiteeren. Wanneer het aan de tech niek niet gelukom een aanzienlijke verhooging van de rijsnelheid te paren aan een aanzienlijke verlaging van het dood gewicht van het rollend materiaal en een beperking van het personeel, is het bedrijf ten doode opgeschreven. Dat is dan een kwestie van tijd. Er worden in deze richting in het buitenland vele proeven genomen. Voor het spoor wegbedrijf is het te hopen, dat zij zullen slagen. Er was een tijd, dat men ontzag had voor een snelheid van 60 of 70 km. Tegenwoordig is dit een matig gangetje. Wanneer men een boemeltrein ziet langs komen, heeft men nu reeds het gevoel iets te aanschouwen uit de vorige eeuw, dat bij vergis sing nog niet opgehouden heeft te bestaan. Maar is deze inkrimping van het spoorwegbedrijf dus de opheffing van de locaalspoorwegen, het opheffen van vele lijnen, haltes, stationnetjes enz. het afbreken van honderden wagens enz. niet een geweldige kapitaalsvernietiging? Het antwoord op deze vraag moet ontkennend luiden. Deze kapitaals vernietiging heeft reeds plaats gevonden en wel op het oogenblik, dat de vooruitgang van de techniek het moderne, snelle en economische motorrijtuig ter beschikking van de menschheid stelde. Men kan schijnbaar het oude kapitaal dan zijn waarde doen behouden door van de nieuwe vinding geen gebruik te maken, maar in werkelijkheid doet men dan niet anders dan met het offer, dat door deze ontzegging gebrachi wordt, de plaats gehad hebben de kapitaalsvernietiging afbetalen. Door de uitvinding en voortdurende modernisee ring van het motorrijtuig is onherroepelijk een deel van het in de spoorwegen gestoken kapitaal ver nietigd. Door geen enkele maatregel kan dit onge daan gemaakt worden. Dit is een gang van zaken, welke men in het economisch leven van de natie overal kan aantreffen. Huizen verouderen, machi nes verouderen, fabrieken verouderen. Zoo gaat het ook met vervoermiddelen. Met een eenvoudig voorstel, om de verliezen op de spoorwegen te laten betalen door het automobiel verkeer, komt men er dus geenszins. Maar men kome ons niet aan boord met voor stellen om de verliezen welke op de verouderde ver voersmiddelen worden geleden, te laten betalen door het automobielverkeer. Dit zou niet alleen tot eco nomisch zeer ongewenschte toestanden leiden, door dat het geleidelijk ontstaan van een gezond en zoo doeltreffend mogelijk vervoerssysteem zou worden belet, maar daarenboven in hooge mate onrecht vaardig en onbillijk zijn. Nogmaals: men hoede zich voor de gedachte, het voortgaan van den tijd tegen te kunnen houden. Een m tie, minder nog dan een particulier persoon, kan zich de weeelde van zelfbedrog veroorlooven. Hoofdartikel. LUNCH IN DE „EKSTER" HET BITTERTJE BOVEN DE NOORDZEE. (Overgenomen uit het Noord-Hollandsch Dagblad). "ATacht°ijMerf^ar^iohdefhoudt"de K.L.M. samen met de Skandinaafsche maatschappij A.B. Aero- transport, des zomers een verbinding tusschen Lon den en Parijs, via Amsterdam, met Kopenhagen en Malmö. Het eerste jaar werd enkel gedurende de paar zomermaanden gêvlogen, maar elk jaar werd de dienst weer wat vroeger in het seizoen begon nen en wat later beëindigd, zoodat er ten slotte maar een paar wintermaanden over bleven, waarin op deze route niet gevlogen werd. In hoofdzaak, omdat in die maanden de dagen te kort waren, om het geheele traject bij daglicht af te leggen. Des morgens om acht uur uit Londen, of uit Parijs ver trekkende, kon men in den namiddag in Kopen hagen of Malmö zijn. Dat ging goed als* de dagen lang zijn, maar wanneer des winters al om vier of van vijf uur donker wordt, bracht dat bezwaren mee. Bezwaren, die nu zijn ondervangen, zoodat met dezen winter te beginnen, het heele jaar door de „Scandinavian Air Express", zooals deze verbinding genoemd wordt, haar tochten volbrengt. Men heeft er namelijk iets op gevonden, om den tocht in korter tijd te volbrengen, zonder dat de vliegsnelheid behoefde te worden opgevoerd. Tot nog toe werd den passagierse die 's morgens vroeg uit Londen en Parijs vertrekken en om kwart over elven op Schiphol aankwamen, daar gelegen heid gegeven om te luncnen. Dat vorderde tijd en nog wei op den besten vliegtijd van den dag. Die lunchpauze is nu afgeschaft, maar omdat de men de passagiers toch niet van acht uur 's morgens tot vier des middags zonder eten kon laten, hebben K.L. M. en Aerotiransport besloten hun vliegtuigen om te bouwen tot restauratie-vliegtuigen, met andere woorden, de lunch kan nu aan boord, tijdens het vliegen gebruikt worden en steelt dus niet meer van het dagiicht. Den eersten November zou het eerste restauratie vliegtuig, de „Ekster", een van de driemotorige F ZII's van Schiphol vertrekken en door de vrien delijkheid van de K.L.M. zijn een twaalftal jougna- listen in de gelegenheid gesteld, de omgebouwde „Ekster" te bezichtigen en er een proeftocht mee te maken, om zich hoog in de lucht van de voor treffelijkheden van het vliegend restaurant te over tuigen. Het aantal zitplaatsen is iets verminderd, teneinde de gelegenheid te krijgen vóór iedere zitplaats een klein klaptafeltje aan te brengen, waarin twee gaten zitten, een kleine en een groote, waarin 'n glaasje en een beker passen. Port, sherry, vermouth of bols wordt in kleine glaasjes geserveerd, koffie, thee of bouillon in bekers van bakaliet. Van hetzelfde mate riaal zijn ook de bordjes voor de lunch, die bestaat uit bouillon, brood, koud vleesch, kip, kaas en fruit. Natuurlijk kan men ook a la carte eten. Al die mee gevoerde eet- en drinkwaren, waarvan de spijzen die van de restaurants op den beganen grond niet te bovengaan, en ook het tafelgerei, als messen, vorken, borden enz. zijn geborgen in een daarvoor achter in de cabine gebouwde kast, die uiterst prac- tisch is ingericht, zoodat veel in een kleine ruimte geplaatst kan worden. Warme dranken staan er in thermoflesschen, wijnen en bieren in kleine fleschjes welke passen in openingen in kleine laden, zoodat ze niet tegen elkaar stooten en rinkelen kunnen. Het was geen mooi weer, toen ik den voor de pers georganiseerden proeftocht meemaakte, maar daar merkten we in de cabine al heel weinig van; de moderne groote vliegtuigen liggen zoo vast in de lucht, dat zelfs een stevige wind er maar weinig vat op heeft. En de stroomende regen, och, daar had den we ook al niet veel last van, want al heel gauw waren we boven de wolken in een lekker zonnetje en we lieten den regen maar stilletjes op de aarde neerplensen, zonder er ons iets van aan te trekken. Nog maar een minuut of wat waren we onderweg of daar kwam Smit, de eerste vliegende steward, ons al vragen of we geen trek hadden in een kopje thee en op een hoogte van 1500 meter hebben we dat boven Haarlem met smaak opgedronken. En er een paar sandwiches bij gegeten, die daar boven heusch niet minder goed smaakten dan op den be ganen grond. Genoeglijk pratende genoten we van het tochtje, dat nu verder ging naar Zandvoort, waar de wol ken waf hooger hingen en piloot Both dus maar v/eer wat hooger steeg, tot we op 2100 M. hoogte 20 KM. ver van de kust boven zee dreven. Toen kwamen de port en de sherry en wat er al meer van dien aard bestaat aan de beurt en terwijl we in Zuidelijke richting langs de kust vlogen, werden deze kostelijke dranken met een stukje cake ge.roe en. Ter hoogte van Leiden werd de steven wee' naar he; land gewend en even voorbij die stad, daalde we al meer-cn-meer. En terwijl we genoeglijk een banaan, of een appel, of wat vijgen naar binnen werkten, kwamen we weer in den stroomenden re gen terecht. We naderden de aarde, om via Aalsmeer Schiphol weer op te zoeken, waar we na precies 35 minuten landden. Zoo uit den feliën zonneschijn weer in den plas regen. 't was een even groote mistroostigheid als een jubelende gewaarwording was geweest, toen we, bij het opstijgen daar plotseling de dagen lang niet meer aanschouwde zon zagen, die de onder ons han gende wolken in honderden kleuren verlichtte en met gouden randen omzoomde. Vliegen is toch maar een heerlijkheid en zóó vliegen als wij deden, met op z'n tijd je natje en je droogje is een dubbel genot. De vliegtuigen op de Skandinavlsche route zijn in den regel steeds vrijwel vol bezet; het zal me niet verwonderen, wanneer de K.L.M. nu ze de reis zoo gerieflijk en zoo gezellig gemaakt heeft, het binnen kort met één vliegtuig per dag het niet meer af kan en een tweede in de vaart moet brengen. I In, een mes gevallen. Dinsdagmiddag is te Zutfen op den deventer weg de 21-jarige slagersknecht van Osch in aan rijding gekomen met een anderen wielrijder waar door hij kwam te vallen. D|aar hij op weg was naar het slachthuis had hij| de noodige slagers messen in een zijner zakken geborgen. Bij het vallen op de straat is een der messen hem in de rechterlies gedrongen. Dtie doktoren verleenden de eerste hulp waarna hij per ziekenauto naar het ajgemeen ziekenhuis te Zuten is vervoerd. Het slachtofefr is een uur na het gebeurde over leden. De politie stelt een onderzoek in naar dei. onbekenden wielrijder. 'Oioor hartverlamming getroffen I In de Heuvelstraat te Princenhage kreeg op Maandagmiddag omstreeks vier uur dei herber- 1 gier H. de Booy oneenigheid met zijn vrouw j over de opvoeding van de kinderen. De vrouw nam het voor de kinderen op en stelde zich tus- i schen hen en hun vader. Zij maakte zich zoo j kvaad 'dat zij eensklaps ineenzakte. Bij onder zoek bleek, dat zij aan hartverlamming was overleden. De man is door de politie voorloopig opgesloten. Djroevig ongeval. Dinsdagmiddag vond ten huize van den heer M. in de Beitelstraat te Doesburg een droevig ongeval plaats dat aan een 5-jarig meisje het Ier ven heeft gekost. Terwijl de ouders uit waren gegaan en vier van de zes jeugdige kinderen al leen thuis waren heeft de 12-jarige Jantje M. het oudste zoontje van de familie M. kans ge zien een onbeheerd liggend geladen revolver te bemachtigen. Spelenderwijze richtte hij het wa pen op een zijner zusjes, de 5-jarige Trees je M die door een patroon in den hals werd getroffen. Hun zusje badend in haar bloed ziende, renden de overige kinderen de straat' op, om voorbij gangers en buren van het gebeurde in kennis te stellen. Deze waarschuwden onmiddellijk! dr. Brant die de eerste hulp verleende. Menschelijke hulp mocht evenwel niet meer baten daar het kinidje na een half uur overleed. Op last van den burgemeester jhr. mr. Nahuys werd het lijk je in beslag genomen en naar het ziekenhuis overgebracht. Godsdiensthaat in Spanje Sedert het bestaan «van de republiek zijn door extremistische elementen niet minder dan 4.5 kerken en kloosters in brand gestoken terwijl er dit jaar alleen 77 geplunderd zijn. Verscheidene kerkhoven zijn geschonden en de grafzerken vernield. De 'bandieten hebben dezer dagen; ook pogin gen gedaan om de beroemde kerk van San Gil te Feijs Andalusie en het klooster in het zelfde dorp in brand te steken. Ook in het historische bedehuis van San Fe lipe Neri, te Cladiz, waar in 1812 de eerste libe rale konstitutie tot stand kwam, werd een po ging tot brandstichting gedaan. Gelukkig! werd in beide gevallen tijdig alarm gemaakt en kon het vuur worden gebluscht voordat ernstige schade was aangericht. Om bij zijn vrouw te kunnen zijn. Op een kleine boerderij bij Szeged heeft naar Beuter meldt een treurig naspel van den wereld oorlog plaats gehad. Tot groote ontsteltenis bleek bij de vaststelling van de identiteit van een overleden boerenknecht dat hij de eerste man was van de boerin, bij wier tegenwoordigen echt genoot hij in dienst was. Sedert het begin van den oorlog was de man, die aan het Bpssische front diende verdwenen. Fierst eenige maanden geleden was hij uit Bussische krijgsgevangen schap gevlucht en keerde na een uiterst moeilij ken. tocht in zijn geboorteplaats terug waar hij vernam, dat zijn ouders gestorven waren en zijn vrouw voor de tweede maal getrouwd was. Om in haar nabijheid te kunnen zijn, vroeg hij den tweeden man van zijn eigen, vrouw hem in dienst te nemen. In den verwaarloosden, sterk verou derden man had niemand den vroegeren dorps genoot en echtgenoot van de boerin herkend. (Handelsblad. ONTWIKKELINGSWERK TE BARCHEM. De vereeniging Woodbrookers in Holland, die al Sjnds 1929 ontwikkelingswerk organiseert voor ver schillende groepen vrouwen en meisjes, stelt zich voor van 3 tot 31 Januari 1933 een vierweeksche cursus te houden voor boerendochters en andere plattelandsmeisjes tusschen 18 en 35 jaar, in het internaat „Heidehof" te Barchem (Geld.) Onder werpen over gezondheidsleer, kinderverzorging, ge schiedenis van het heden zullen worden ingeleid, terwijl boekbesprekingen, handenarbeid, muziek, huishoudelijk werk enz. ook een deel der dagtaak zullen uitmaken. De kosten bedragen f 40.Nadere inlichtingen worden gaarne verstrekt; men rechtte zich ook vootr aanmelding tot mej. C. C. Wilbren- ninck, de Carpentierstraat 82, Den Haag. DRA15iïlA-vAN\ALKEriBURG'S LEVERTRAAN -LEEUWARDEN- I

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Nieuwe Langedijker Courant | 1932 | | pagina 4