Het straatoproer te Genéve Dr. Goiijn over EEN SCHOONHEID (Overgenomen uit het verslag der Kamerzitting voorkomende iö het „HandeisDiad"). „Noodhulp-kabinet". We hebben hier niet te doen met een kabinet, dat in normalen zin parlementair genoemd aan worden. We neoDen te aoen met een extra-pane- mentair kabinet en dus redeneert dit: „Vergeer niet, dat we rner eigemyk maar zitten ars noounurp' Daarom moet de rvamer zien matigen in naar critiek en oat gerat temeer in omstanurgrreoen, zoo moemjx dat we ver in ae gescmeuenis terug moeten gaan om een genjkwaarurgen toestand te vmuen. Spr. zar zien ous ontnouaen can critrea, al betee- kent dit niet argeneeie instemming; er is voor oe A R. ook wei reuen voor critiea. jjocu net goeae overheerscht datgene, waarover we cntiea zouuen heDben te oeienen. Men bedenke voorts, dat noch dit kabmet, noen zijn poirtiea den inzet zuuen vormen van den ao- menaen eiectoraren strya. bpr. wjjsc op otn moemjiioii fiuancioeien toestand van ons iana. Er zyn eernge amgen, waarvan ae miihoenen nota m net geneei met gewaagt, in de eerste praats den acnoerstand van 229 mmioen by de aiscnryvingcii der Spoorwegen, voorts een gat van 2M mirhoen in het Fensioentonus var. net spoorwegpersoneel. Ook is er een acnterstand m de aisenryving van den woningbouw. Millioenennota een te gunstig beeld? Een verlaging der huren eerst met tien pet. en daarna nog eens met tien pet. oeteekent 3.2 plus 6 4 millioenen, waaroij dan nog komt twee millioen ongedekt exploitatietekort van net rapport-Vliegen, samen meer aan tien millioen, waarvan 75 pet. voor rijksrekening komt. Spr. meent aus, aat de millioenennota een te gunstig oeeia geeit. rvien moet zyn verwaentingen over een spoedig nerster van den economiscnen roe- stand nier te noog spannen, we moeten ons instel len op een lager levenspeil; dit gerat voor neei West-ituropa, temeer aaar na aen oonog oe inuu- strieere capaciteit in Amerika zien beiangryk uit breidde. Wegneming der handelsbelemmeringen thans hoofd zaak. Onze voornaamste afnemers, Engeland, Duitsch- land, Frankrijk en Belgi en aitnans de eerste twee zyn zelf slacntoffers van de structureeie veranderingen m de samenrevmg. Onze èxport moet g-aent worden blyvend te zyn verminderd. Moeten we nu maar aiwacnten? Spr. beantwoord aez.e viaag ontkennend. ue voornaamste taart op economisch gebied voor dit en het xomend kaoinet zal gericnt moeten zyn op Wegneming der nanueisoeremmermgen, ook ar bedenke men, aat op oen auur wre m rNeaeriand met verkoopen Kan, aaar ook niet Koopen aan; oe axzet- mogeiykneaen in net buitenrand zuüen m de toe komst germger worden. Daarop hebben we ons in te richten. Behoud van den tegenwoordigen toestand zou een eerste yereischte zyn. Doen daarnevens moet ook rekening worden genouaen met nog mogelyae toe- komstmogeiykneden. Dit is een moeilya vraagstuk. Wie weet precies het tijdstip waarop vaststaat, dat het oude niet terugkeert? De regeermg benoort acht te slaan op de tendenzen, die zich in het openbare leven vooraoen, voor de komende omver- mingen. Steun is daarbij op den duur minder noo- dig dan aanmoediging. De verhouding tusschen Nederlandsche en Indi sche belanagen besprekend, zegt de heer Colyn, dat nog te weinig beseft wordt, dat welvaart m Indie beteekent voorspoed in Nederland. We zijn helaas gekomen in een toestand, waarin herhaaldelijk met het buitenland overleg moet wor den gepleegd met het buitenland. Doen dan wordt FEUILLETON Wat Sir Gerard betrof, hij gedroeg zich altyd beleefd en vriendelijk jegens mij, hij was door en door gentleman en deed zijn best om te voor komen dat ik mij in het huis zijner tante een zaam of veronachtzaamd zou gevoelen. Daardoor gebeurde het dikwijls, wanneer wij een pic-nic hadden, of als wij na het eten in den tuin wandel den, dat sir Gerard mij zijn gezelschap schonk Na mijne aankomst was ons kringetje vergroot door drie jonge meisjes en even zooveel jongelieden. Daar ieder der jonge heeren zijn bepaalde voorkeur scheen te hebben, namen zij niet veel notitie van mij en moest ik mij met een verbaasden en weinig vleienden blik bij onze eerste kennismaking tevre den stellen. Indien Sir Gerard zich mijner dus niet een weinig aangetrokken had, zou ik een vervelen den tijd gehad hebben. Het was eene mij tot nu toe ongekende erva ring eenige uren in het gezelschap van een man door te brengen, zonder dat hij mij een compli ment maakte over mijn voorkomen, of op de laffe manier, die den meesten jongelieden eigen is, alles beaamde, wat ik zeide. Niets ergert mij zoozeer ais de conversatie met een man, die, terwijl hij u met onverholen belangstelling aanziet, alsof hetgeen gij zegt van het grootste gewicht voor hem ware, door zijn onbeduidende antwoorden en onverdraaglijke uitroepen als: „Ja ja, U heeft gelijk," „Ik ben het volkomen met U eens," u het duidelijke bewijs geeft, dat hij het niet de moeite waard vond naar uwe woorden te luisteren. Met Sir Gerard was het een gansch ander geval. Wanneer hij het niet met mij eens was, dan zieide hij mij dit ronduit, en legde mij de redenen uit, die hem tot een ander inzicht noopten. En dit deed hij met zulk een ernst en zoo oprecht, dat hij mij den streelenden Indruk gaf, een goeden dunk te hebben van mijn verstandelijke ontwikkeling. Zijn omgang viel zeer in den smaak, en ik gewende er mij aan allerlei onderwerpen met hem te bespreken met een gemak en een helderheid, die mijzelf ver baasden. Het eenige onderwerp, dat hij nooit aan roerde, was juist datgeene, waarover ik zooveel had moeten hooren liefde. Ja," dacht ik met een gevoel van pyn, die zoo stekend was, dat ik er mij §ver verontrustte, „daarover spreekt hij met Amy. Hij vindt het prettig om met mij te praten, maar als een man over iets anders met een meisje spreken wil, dan inaar al te veel vergeten, dat we staan voor een ryk van zeventig mnnoen inwoners. Wat de huipverieening door den staat betreft, in breeae kringen heersent misvatting omtrent het vermogen van aen staat daartoe. De staat zeil heeft niets en moet zyn miadeien, die nog veel beperkter zijn dn byv. de heer Aiberda het voorstelt elaers zien te te krygen. En dan moeten ook nog zooveel mogelijk onge^yKneden worden voorKomen. Binnenschippers. Spr. wijst in dit verband op den toestand der hinnen.se.nippers. De steun mag net beorylsieven niet aantasten en niet den eenen vorm van dit leven oevoooraeelen bven een anaeren. Spr. denKt b.v. aan ae coöperatie en het vrye bedrijft Er moet komen een beter weaerzijdsch begrij pen, ook tusscnen werkgever en werknemer. Men denKe met, dat iemand in Nederland er door komt aonuer iets van ae Crisis te voeren. Een stem: „zy zyn er toen wei!" In noofdzaaK komen in omstan- aigned;£n ais deze de minaer goede eigenscnappen van een voxk naar voren, ais b.v. de zucnt om maar te leunen op de middelen van den Staat. Golf van geestelijke anarchie. Er is een moreele verslapping van het weerstands vermogen van ons voik. Dit ligt met uitsluitend aan de crisis; er zyn ook geesteryKe oorzaken, ondanks ae zoo nooge Kosten voor onderwijs m Nederland. Jnteilectueele krachten kunnen vooruitgang be- teekenen, doch de geschiedenis leert, dat dit niets baat zonder geestelijke diepte. Er gaat een golf van geestelyke anarchie over de wereld. Zij heeft meer moeilijke tijden gekend, maar is er altijd doorge komen, als er fundamenten van eerlijkheid en trouw en geestelijke diepte voldoende aanwezig waren. Als ons volk zyn lot weet te stellen in handen van een Vader, die in de hemelen is, zal het ook nu weer er boven op komen. Zonder dat valt het ge makkelijk aan hartstocht- en inhoudslooze leuzen ten prooi. Cumulatie-misstanden. Spr. ontkent bijv. niet, dat er misstanden bestaan ten aanzien van cumulatie van inkomsten. Doch op dit terrein liggen heel wat voetangels en klemmen. De rykswetgever kan hier bezwaanyk vrijheden van lagere en lokale organen aan banden leggen. Op sprekers medewerking is hier niet te rekenen. De teleurgestelde kiezers heboen het recht om van hun teleurstelling te doen blijken, doen als dit gaat om de wyze zooals dit eemgen tyd geleden gebeurd is, moet spr. er toen tegen opkomen. Er zyn aityd ontbindende krachten in de maat schappij werkzaam, ook bijv. op het gebied der lite ratuur. Dan verschijnt een boek als van het echt paar Wibaut, dat de bijl legt aan den wortel van het gezinsleven. Doch dit ia niet oorspronkelyk en werd reeds door de Fransche revolutie in beginsel gebracht, door het plaatsen van het individu in het' centrum van het leven en door de propaganda voor ongeloof. Spr. richt geen verwijten tot een enkele groep; op dit punt is geen enkele groep geheel zon der fout. Als aan grilien soms te vlug wordt tege moetgekomen, is het geen wonder, dat de eerbied voor net gezag verminderen. Bedacht moet worden dat omwentelingen nooit afgekocht kunnen worden; het gezag moet steunen op Hem, wiens souvereiniteit boven alles staat. De overheid, die har gezag weet te handnaven kan veel doen om de moreele volkskracht te ver sterken. Zij heeft zich dan te onthouden van de ontwikkeling der godsdienstige stroomingen. Zy heeft te handhaven en zooveel mogelijk te bescher men de vrijheid dier stroomingen. Wat de werkloosheid betreft, als spr. er hen* bij rekent, die van werkloozen afhankelijk zijn, dan omvat zij een achtste van ons volk. Moreele degeneratie. Het is erg, dat zoo velen met een bestaans minimum moeten volstaan; maar erger is de mo reele degeneratie het gevolg ervan. De materieele gevolgen zijn met steun alleen niet op te lossen niemand kan verzekeren, dat Nederland in staat zl blijven voor dit doel jaarlijks 150 millioen Uit te geven, ook de heer Albarda niet. verlangt hij iemand naar wie hij ook met plezier kijken kan." Het scheen Amy volstrekt niet te hindeien, dat Sir Gerard zich zooveel met mij bezig hield. Zy beschouwde mij klaarblijkelijk als onschadelijk „sans conséquence." Bovendien namen de plichten, die zij als dochter des huizes te vervullen had, veel van haar tijd in beslag, en mogelijk geloofde zij, dat haar neef veiliger was in mijn gezelschap dan in dat van de andere jonge dames. Wanneer zij hem verlangde te sp eken, aarzelde zij nooit hem, als ware dit de meest gewone zaak ter wereld, aau mijn gezelschap te onttrekken. Het verwonderde mij wel eens, dat haar heerschzuchtige manier van doen hem niet hinderde, maar de geringste wenk was hem voldoende om aan haar wensch te voldoen waarschijnlijk verlangde hij niets liever dan naar haar toe te gaan. Op zekeren fraaien zomermorgen waren wy naar een naburig bosch gereden om aldaar een pic-nic te houden. Het meerendeel van het gezel schap had zich in een groot, open rijtuig naar de plaats der bestemming begeven; Sir Gerard reed er met Amy heen in het kleine pony-wagentje. De andere jonge meisjes hadden de voorkeur aan het groote rijtuig gegeven. Amy vraagde mij niet, wat ik liever deed, maar waarschijnlijk zou ik het haar toch niet gezegd hebben. Toen het tweede ontbijt afgeloopen was, wandelden wij langs het kabbelende beekje, dat het bosch doorsneed. Si Gerard liep naast mijhij was bij mij gekomen om mij de hand te reiken bij het afgaan van een steilte. Ik denk, dat hij bemerkt had, hoe ik mij op dat oogenblik geheel alleen bevond, en wetende dat mijn oogen zwak waren, begreep dat ik hulp noodig had. Hij hield mijn hand geruimen tijd ste nig vast, en waarschuwde mij, dat het steile pad onmiddellijk op het water uitliep. Na eenigen tijd ging ik op een grooten steen zitten, want ik gevoelde geen lust om mij te ver moeien met het plukken van vergeet-mij-nietjes, net eigenlijke voorwendsel van de geheele partij. Sir Gerard had et*i klein ruikertje geplukt, dat hij mij zonder iets te zeggen in den schoot wierp. Eerst nam ik er geen notitie van, maar een poosje later stak ik de bloemen tusschen de cein tuur van mijn japon. De anderen waren langza merhand van ons afgedwaald. Amy wilde de beek oversteken, en hield zich in evenwicht op een grooten steen, die midden in den stroom lag, hare bevallige figuur kwam allervoordeeligst uit, terwijl zij den voet ophief om een volgenden stap te wagen. Zou zij weten, dat wij allen naar haar keken, en daarom zoo weinig haast maken den overkant te bereiken? Het scheen of zij verwachtte, dat iemand haar te hulp zou komen, ik meende althans, dat ik haar den naam van Gerard hoorde roepen, maar hij zag niet naar haar en scheen haar niet te hooren. Hij had zich op het heldere kiezelzand aan mijne voeten neergevlijd en was bezig zich Werkverschaffing moet zooveel mogelijk naar vo ren. Men bedenke, dat ook by normaie toestanden het Deux yisxt; ven nxet axxe weiKxooxcii vot zxoii zax kun nen nemen; ue gewyzigue suuovuur zax een oexang- ryk resxuu aoen Oxyvcii ocsuxytii. et- moet, um ge- traont woruen nieuwe wexaen te vmuen, uocn wy zuuen ons ax z&er mogen venieugen ais onze expoxt- muustiien op ue nonnaie oasis zouuen texugxeexen. aai ais uav ook nxet geOeux t/ wat uan t xvxoeten wy ons er maai' meue veizoenen, dat er vvox gocu jaaxnjxs djjv. iö mxmoen woxut uitge geven voor steun aan weikioozeiiv vergrooting bodemoppervlak. Spr. ziet een middel in de goede richting door vergrootnxg van net Doaemoppexviak. xvxet net oog op u,c tOcKomst ziet spi. nut ui ue aaaeiyxe vooit- „ng van nipOiuexingen onuaxiKS ue uaaxaan ver- oonueii Kosten, wanneer die maar zyn, uan oenou- uen zy weiKgeiegoniieiu voor nieuwe gioepen in te- gcxistexxihg met anuere weiKgeiegcnueuen. öpr. aixngt erop aan axsnog een post van bijv. twee mxiiiOcn uit te trekken op ue oegiootnxg van net z, uxuex zeetonus voor veraere ïnpoiaenng. in a ue vex Kxezing.cn aus aangenomen, dat er voor ue veiKiezmgcii geen ongciUKKen geocuren, noopt spr. aat ucze regcenng ue imancieexe sanee- xxig kan voxtooxell, waartoe Dy ernstxgen wu net vex trouwen aan woruen gescxxonken zou spr. ster van aen normaxen parlementairen toestand wenscnen. vooral in dezen tijd is een extra parlementair kabinet een gewaagd experiment. Terug naar een gezonde democratie. Juli 1933 is nog ver. Hoe de toestand dan zijn zal, kan alleen dan beoordeeld worden. Een toestand zooals nu een kabmet, dat in zyn samenstelling nauw aansluit bij de groepen der Kamer zonder dat die vooraf gekend zyn in het werkprogram is niet gewenscht. Wy moeten terug naar een gezonde democratie, die niet bang is voor de dingen, die moeten gebeu ren. En dan bedenke men dat volgens sprekers vaste overtuiging wat ons nu overkomt niet meer is dan het begin der smarten welke ons te wachten staan. (Overgenomeu uit het Handelsblad.) Twaalf doe den. Het aantal do oden tengevolge van het straat oproer te Geneve is volgdfsi de jongste berich ten gestege tot 12 domen, drie zwaar-* en eeni ge tientallen volgens V.jl<- 65 lichtgewon den. Bijzonderheden omtrent het gebeurde Naar V.La nog weet te melden heoben de ge beurtenissen zich als volgt afgespeeld. De democratische nationale groep, de Union Nationale, die conservatief gezind is, doch in de laatste jaren een sterk fascistischen inslag kreeg hield in de Salie Communale de Plainpalais een vergadering. Tijdens de betooging,' die gericht was tegen de actie van de beide plaatselijke so cialistische leiders Leon Nicole en Dicker in den kantonalen raad, verzamelden zich vele socia listische en commulnistische arbeiders voor het ,gebouw. De polit.e bad de gebruikelijke voorzorgs maatregelen getroffen en de omgevingf van het gebouw afgezet. De verzamelde massa groeide echter steeds aan en nam tenslotte een zoo drei- met zijn hoed koelte toe te waaien. „Welk een heerlijke....," zoo begon hij, toen ik hem in de reae viel. „Ga mij nu niet vertellen, dat het een heerlijke dag is, Sir Gerard; dat is oud nieuws, en heb ik van morgen al drie of viermaal moeten hooren." „Wat zal ik u dan vertellen?" vraagde hij lachend. „O, wat gij maar wilt!" „Als Ik u vertelde wat ik wilde," antwoordde hij, eensklaps ernstiger wordende, „dan vrees ik, dat gij het niet goed zoudt opnemen, en daarom wil ik het niet wagen." Ik zag verwonderd op. Hij keek mij strak aan, en er was lets in zijn manier van doen, dat mij het bloed naar de wangen joeg. Ik werd boos op mijzelf bij de gedachte, dat hij bemerken zou welk een uitwerking zijn woorden op mij hadden. Hy zou mij zeker echt kinderachtig vinden. Om mijne verlegenheid te verbergen, zei ik hetgeen my het eerst voor den geest kwam. „Moet gij Amy niet gaan helpen?" Zijn nichtje had den terugweg aangenomen, en wiegelde zich nu weer op een steen midden in het water. Hy wendde zich thans om ten einde naar haar te kyken. „O, Amy zal zich wel redden! Bovendien is Kirk daar in de buurt." Hij keerde zich weer naar mij toe, en het was of mij een gelukkig gevoel doorstroomde, toen ik hem op die onverschillige manier over zijne nicht hoorde spreken, „Maar misschien wenscht gij van mijn gezel schap ontslagen te zijn, Miss Grey," vervolgde hij, evenwel zonder zich te verroeren. „Neen zeker niet. Ik dacht er niet aan om zoo onbeleefd te wezen." „Dan is het goed," hernam hij, zich op zijn gemaak neervlijende, „want ik heb het hieer zeer naar mijn zin, en niet het minste plan om weg te gaan." Hierop volgde een vrij langdurige stilte. Hoe het kwam weer ik niet, maar het was of ons gesprek dien dag niet wilde vlotten. Voor het eerst gevoelde ik eenige verlegenheid in zijn bijzijn, en het scheen of hij iets op het hart had, dat hem den lust tot praten benam. Ik vermaakte mij met het uitzoeken van steentjes, die ik naar hunne grootte in hoopjes verdeelde, en hij keek naar het geen ik deed. „Wat hebt gij mooie handjes," zeide hij eens klaps, en nam daarbij een mijner handen in de zijne. Hij deed dit op zulk een eenvoudige manier, dat het preutsch van mij zou geweest zijn als ik er mij tegen verzet had, en hij zeide het zoo onge dwongen, dati k er mij niet beleedigd door kon ge voelen. „Weet gij wel," zoo ging hij voort, „dat zij dadelijk myn aandacht trokken de eerste maal toen ik u zag, dien dag in den trein?" gende houding aan, dat fle politie vreesde de af zetting nieUie kunnen handhaven, en militaire hulp inriep. Toen de soldaten arriveerden werdeni zij met woest geschreeuw en gescheld ontvangen. Zij wer den door de menigte aangevallen de geweren werden hum ontrukt, waarbij verscheidene sol daten wonden opilepen. Een officier werd met een knuppel bewusteloos geslagen en aan alle kanten weerklonk het geroep „bandieten,moor denaars." Opvallend was het aantal vrouwen dat aan deze demonstraties deelnam. Die politie riep inmiddels de hulp in van 2 nieuwe compagnieën van de infanterie-recruten- school. Ook met. deze troepen zag zij echter geen kans den toestand meester te worden, zoodat tenslotte eenige machinegeweren in stelling ge bracht werden. Toen het vuur geopend werd ontstond een onbeschrijflijke paniek. Aanvanj- kclijk stoof de menigte uiteen met achterlating van dooden en gewonden, die op de straat ble>- ven liggen Dit was echter voor de meesten aanleiding om weder stand te houden. Dte Inter nationale werd aangeheven en op de schouders van eenige betoogers hield Nicole een korte toe spraak, waarin hij openlijk opwekte om het op treden der Geneefsche regeering met de rvolu- tie te beantwoorden. De aanvallen werden dan ook voortgezet, zoodati de troepen opnieuw het vuur openden j Die Geneefsche regeerihg die nog1 in den loop van den nacht in een buitengewone vergadering bijeenkwam besloot het heele garnizoen, waar onder ook de buiten de stad Geneve in het kan ton gevestigde militaire scholen vallen, te mo- biliseeren om verdere onlusten te voorkomen'. De Geneefsche autoriteiten zijn van meening, dat de aanval der socialisten en kommunisten op de militairen reeds geruimen tijd was voorbereid aangezien vele communisten in het bezit van wapenen zouden zijn geweest. Bij het bekend worden van de gebeurtenissen te G erneve is het ook te Lausanne tot communis tische onlusten gekomen, die hier echter een, minder bloedig karakter droegen, en spoedig on derdrukt konden worden. Hi»e de actie werd voorbereid. Volgens mededeelingen van de Geneefsche po litie zouden de leiders der socialisten en commu nisten te Geneve gisteravond de volgende in structies hebben gegeven: 1. Alle café's in de omgeving van de gemeen telijke zaal van Plainpalais worden zooveel mo gelijk bezet. 2. Stormtroepen bezetten de zaal, waarin de Union Nationale haar vergadering houdt, en het podium. 3., Met alle ten dietaste staande middelen, moet het voortzetten der vergadering onmoge lijk worden gemaakt. i. Pogingen der politie om de orde in Ue zaal te herstellen of om betoogingen buiten de zaal te evrhinderen, moeten zoo noodig zelfs met geweld worden gekeerd. 5. Die straten in de omgeving moeten wor den bezet om het optreden van militairen te verhinderen^ Het politieonderzoek heeft uitgewezen, dat 't sein tot den aanval op de militairen is gegeven door een commuuistiscnen leider. De socialistische leider Nicole, die tijdens het begin van de onlusten de massa toesprak, zeide in zijn rede, dat de revolutie te Geneve nood zakelijk was geworden, dat de massa de straat bezet moest houden en zich actief' moest verlet ten tegen elke actie van de troepen. De revolu tie te Geneve mocht niet tot Zwitserland pe- „Gij zijt een goed opmerker, Sir Gerard." „En ik merkte nog veel meer op," hernam hy veéibeteekenend. „Wat zaagt gy dan?" vraagde ik. Myn hart begon onrustig te kroppen. Wat zou hy bedoelen? „Dat zal ik u later wel eens vertellen; gy zoudt het niet gaarne hooren, ten minstenu niet." „Och ja, waarom niet?" antwoordde ik, myn best doende om zoo onverschillig mogelyk te spre ken. „Zoo iets vreeselyks zal het wei met geweest Z1J,?Neen, vreeselyk was het niet, ten minste zoo vond ik het niet." „En ik dacht, dat gy al dien tyd in die ver velende courant verdiept waart." „Men kan meer opmerken achter een courant dan gy denkt." Dat kan wel zijn, want ik was zeer verbaasd, dat gy gezien had, dat ik het raampje wilde toe- „Het doet my plezier, dat gy u de by zonder heden van onze reis even goed herinnert als ik zelf," zeide hy, my glimlachend aanziende. Ik kreeg een gloeiende kleur. Hoe kon ik zoo dom zyn. Ik had my moeten houden alsof ik alles vergeten was. Hy kwam een weinig nader, en, my half be schroomd aanziende, zeide hy: „Mis Grey, zoudt gy het my zeer kwahjk nemen, als ik u om een gunst verzocht?" „Ik geloof niet, dat gy iets vragen zoudt, dat ik kwalyk zou behoeven te nemen," antwoordde ik op zachten toon, de oogen neerslaande onder zyn vurigen blik. Dank u. Ik zou zoo gaaarne weten welke oogen gy hebt. Zoudt gy er tegen hebben een oogenblik uw bril af te zetten?" Ik was geheel uit het veld geslagen. Zulk een verzoek had ik niet verwacht. „Myn bril?" vraagde ik aarzelend. „Gy weet, dat ik dien gedurende vier weken niet mag afzetten." „Dat weet ik maar één minuut zal u geen kwaad doen." „Waarom wenscht gy myn oogen te zien? „Omdat ik my een eigen voorstelling gevormd heb omtrent de oogen, die by een mond en een gelaatskleur als de uwe behooren, en ik mij wilde overtuigen of die voorstelling juist was." „Gy hebt geen recht om u over dat punt een voorstelling te maken," antwoordde ik, met 'een vruchtelooze poging om mij beleedigd te toonen. Zijn manier van spreken was zoo beleefd, en hij behandelde de zaak zoo ernstig, dat het mij on mogelijk was boos te biyven. „Misschien heb ik er geen recht toe," antwoordde hy „maar wie kan zyn gedachten aan banden leggen? Wilt gy mij niet één oogenblik uw oogen laten zien?" (Wordt vervolgd).

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Nieuwe Langedijker Courant | 1932 | | pagina 4