Hat witte doek Voor Huis en Hof Allerlei i Hieuwaujuaiijjen LOONSVERLAGINGEN IN TWENTE. De Twentsche correspondent van het Handels blad scmyit: up ae textielfabriek „Rigtersbeek" te Enschede is weer een loonsverlaging van vjji procent aigeaon digd, die in r eoiuari a.s. aoor een tweeae venaging van eveneens vjji procent zal woraen gevoigo. Deze veriagingen geioen eenter aneen voor ae ar beiders dre een vone wees. weraen. BBij de firma H. P. Gelderman en Zoon, te Olden- zaai, waar reeos een roonsvenagrng van acmuen procent was ingevoera, is een nieuwe venagmg van tien procent argeaonuigd. In verDand aaarmeue werd een conferentie gehou den tusscnen de inma en oe nestoren aer arneiuers organisaties. Deze laatste neonen ae nieuwe rege ling aigewezen. iln het bericht van gisteren omtrent de loonsver laging van oe nrma van neen en co. te Eiiscnede, is net laatste oeei weggevanen, waardoor een misver - stanu is ontstaan, net siot van net oericnt luidde, dat ue partijen net er met aisaar over eens gewor den warm, aa na aiioop van oen termijn van twee maanuen ae iirma oen toestanu opnieuw onoer de oogen zou moeten zien en oat naar vooistei uO procent loonvtiiagnig terwijl oe weraweeir voor oen tijd van twee maanuen van drie op vier en een haiven oag zou woraen georaentj met die toevoeging aan ae aiDeiders aan woruen overgeDracnt. De ieoen van ae txtieiarDeiaersDonaen „De Een- draent", „»t. namoertus en „unitas'' neooen een- ter op voorster van die hooiaDesturen net voorstel van ae iirma van neea en uo. met groote meeruer- heid van stemmen verworpen. Naar van wergkeverszijde wordt medegedeeld, staat het vast, aat Dy ae firma van neen en uo. te Enschede tweenonaerd dekenwevers en spinners samen met ae ongeveer honderd andere aroeiders die zich met de vooroereiding en aiweraing van de desnes bezig houden, binnen sort op straat komen te staan, ornaat zy nog never voor onbepaaiden tyd weraioos woraen aan twee maanaen langer meer werk en einaioon te krygen, maar aaai tegenover een tariefsverlaging van uen procent moeten aan- DRAlSfflA-vAMVALKEnBURG'S LEEUWARDEN- ONACHTZAAMHEID. De melkrijder G. Verkerk uit Nieuwveen reed met z n auto op aen üaagweg, toen hem een auto ach terop reed, die bestuurd werd door een dame. By het passeeren bemerkte ae man, aat boven op haar wagen een damestascn rag, aie er eik oogen blik af kon vallen. De mentry aer trachtte door net geven van signaien de aandacht van de bestuurster te trekken, aocn deze, bxykoaar in de meening ver- keerende, dat de meikryaer op zyn beurt haar trachtte in te halen, gal nog wat meer gas, zooaat zy spoedig uit het gezicht was verawenen. Enkele kilometers verder zag Verkerk de tasch op den weg liggen. De innoud Dleek te bestaan uit een bedrag van i uo aan conoan^n, em comei een spaarbankboekje en een Dei nostte aen meikryaer met veej. moc.^ nét adr-o van ae nonl chaiame uame op te spo.cn. ny non eVenwe. spoe dig weer m het bezit van naai .igenuoni woiden gesteid. Zy verteiae aat zy per onge.uk net tasenje op haai wagen had laten liggen. De vinder kreeg een flinke belooning. Land- en Tuinbouw INGEZONDEN (Buiten verantwoording der Redactie). VRONE D. T. S. De heer Hoogland maakt het nu toch werkelijk al te bont. i Nu ik te kennen geef, dat het geenszins in myn bedoeling lag de Vrone-spelers van ruw spel te be tichten, gaat hy de zaak omdraaien, en beweert hij, dat de D.T.S.-spelers zich daaraan schuldig zouden hebben gemaakt. Hy gaat zelfs zoover, met de stelling te verkon digen, dat deze meening bevestigd wordt door myn uitlating, dat alle D.T.S.-spelers gelukkig geen lam metjes zyn. Maar mynheer Hoogland, al zyn het dan geen lammetjes, die zich kalm laten afslachten, daarom behoeven het tóch geen stieren te zyn. U maakt my het verwy t, dat ik een party dig ver slag zou hebben gegeven; als jeugdig sportverslag gever moet Ik daartegen met klem protesteeren, al vrees ik niet, dat myn carrière!?) in dit opzicht schade zou lyden. Ik heb de door U gewraakte feiten gememoreerd, omdat deze van genoegzaam belang waren om ver- meld te worden. Het tweede doelpunt voor D. T. S. werd immers gemaakt uit een strafschop, die gegeven werd door het op ongeoorloofde wyze aanvallen van den links binnen, het derde uit een strafschop door een soort- gelyken aanval op den rechtsbinnen van D. T. S., terwyi het zoogenaamde vloeren van Dekker en ondergeteekende (verslaggever) geschiedde op voor het Vrone-doel critieke momenten. Ik erken de mogelykheid, dat myn verslag aan volledigheid te wenschen overlaat, want ook een verslaggever (vooral, als hy zelf aan het spel deel- I neemt) kan immers gemakkelyk iets ontgaan, wat j sommigen uit het publiek wel waarnemen. I Daaruit te concludeeren dat myn verslag party- I dig is, doet werkeiyk eenige afbreuk aan myn goe den dunk van uw onderscheidingsvermogen. Hoogachtend, J. P. SCHRIKKEN. Wy achten deze zaak thans voldeonde besproken en sluiten hiermede de discussie's. (RED.). geven hebben niet slechts een uiting van het wereldgeweten, zy roept het geweten zelf wakker, daar en by hen waar het nog slaapt. En daar om komt den genialen regisseur, den senario-schry- vre (Ernest Vajda) en bewerker (Reginald Ber- kely), den cineast (Victor Millner) en allen, die verder hét stuk van Maurice Rostand in dezen on- vergetelyken film herschapen hebben, de publieke erkentelykheid en dank toe. Bovenal dus: de Paramount en Tuschinksy, die met deze film kennelyk geen sensatie en niet in de eerste plaats een bussiness-succes hebben gezocht, maar het voldoen aan een taak van groote moreele be teekenis. Als de film begint te draaien, is voorloopig Ernst Lubitsch alleen aan het woord. Zyn proloog van flitsende beelden uit den oorlog zetten de film in op wel onovertrefbare wyze. En men heeft de sen satie alsof een bliksemtrein voorby gedenderd is, als wij ons van het kruis op het daverende slagveld plotseling tegenover het kruis in een kathedraal DE NOORDHOLLANDSCHE CINEMA. IK HEB EEN MENSCH GEDOOD. KALIBEMESTING TARWE. Er behoort zeker wel eenige moed toe, onder deze omstandigheden, een artikel over bemesting te schryven. De finantieele uitkomsten in den land bouw zijn toch helaas momenteel zoo slecht dat in vele gevallen de kosten aan de bemesting besteed onevenreedig zyn aan de waarde der meeropbrengst der producten. Gelukkig dus dat wy heden over de bemesting van een gewas kunnen spreken, dat, dank de steun der regeering, een gunstige uitzondering maakt. Waarop een oordeelkundige bemesting niet alleen op zijn plaats is, maar ook voordeel kan brengen. Wij bedoelen hier de tarwe en geen wonder dus dat de verbouw van dit gewas zich sterk uitgebreid heeft en zich nog meer uitbreiden zal, niet alleen op klei- en zavelgronden, maar ook op die gronden waar de teelt eenigszins mogeiyk is. Het komt ons voor dat op vele gronden deze mogelykheid bestaat. Wy hebben tenminste dezen zomer een vry goed gewas tarwe gezien op veen- en zandgronden. Toch zal men nimmer uit het oog mogen ver liezen dat tarwe, ook wat de bemesting betreft, groote eischen aan den bodem stelt. Dat de teelt zeker zal mislukken als in de eerste plaats geen basis is gelegd door middel van een flinke kali- en fosforzuur bemesting. De Landbouwcourant voor de Veenkoloniën schryft in het nummer van 15 September hierover een artikeltje. Een beduidend aantal perceelen tarwe zyn ten deele mislukt. De telers schryven het aan ziekten toe, maar uitgesloten is het niet dat hier kali- en (of) fosforzuurarmoede in het spel is. Ook is het zeer goed mogelyk dat door gebrek aan de noodlge voedingstoffen het tarwe-gewas voor enkele ziekten vatbaar wordt. De practische landbouwer zal dus goed doen, als er aan het gewas wat hapert eerst in de richting der voeding te zoeken. Nu worden, wat de kali betreft, op de zandgronden nog de minste fouten dan op gronden waarvan men denkt dat het ook zonder kali wel gaan zal. Maar dat het ook daar in vele gevallen zonder kali spaak loopt hebben de feiten bewezen De Rykslandbouwconsulent, ir. P. G. Meyers, deelt in het Groningsch Landbouwblad mee in het geheele zavelgebied, van Lauwerzee tot Westersems kalige brek aangetroffen te hebben by zomertarwe. Het ergst kwam het verschynsel voor op spruitkool- stoppel of na een ander gewas, dat veel kali ont trokken had. In vele gevallen was het jonge gewas geelachtig met dorre punten en groeide het slecht. Hier en daar kwamen bosjes voor, die wat beter waren. Kanten van het land waren beter als in het midden. Meest echter wa het gewas dof donker groen van kleur, vooral als het wat begon te groeien. Het bossige bleef echter ook achter in de ontwik keling. Maar niet alleen in de Provincie Groningen, in alle tarwe-verbouwende streken kan men deze typi sche kali-gebrek kenmerkende verschijnselen waar nemen. De tarwe verb; - - - a .---.staande wel ter harte en zorge dat de V; 1 fos.o. jurvoorziening in de eerste plaats in orde is, opdSL ieze teelt, een van de weinig rendab.zoo vo; .c.lg mogelyk zy. De imposante kathedraal is geheel gevuld met militairen, in eerbiedige houding den dankdienst volgend, dien de geestelyke het is nog pas 1919 de overwinning wydt. Bliksemsnel toont Ernst Lubitsch ons de oogenschynlyk eindelooze ryen van sabels, die uit de kerkbannen steken, van zwaar ge vulde revolvertasschen, waarop in devotie de even zoo talryke gevouwen handen rusten. Een gevoel van wanhoop bekruipt ons dan een oogenbhk over het oneindige verschil hier in de ka- thearaal en daar buiten op het slagveld. De dienst is aigeloopen. De militairen verlaten de kerk. Vreemd leeg is zy plotseling. Maar daar ver- ryst langzaam boven een aer veie in stom zwygen grade krekbanken een hoofd en twee handen, het I geiaat van een in stemmig burger gekieeae jonge- man. (Die plotselinge verandering der compacie gewapende unuormenmassa en menigte van noexige scnouaers en veroeten soppen in ae sooere eenzaam heia van dezen vertwyfeioen jongeman is pracnug.) Langzaam senrydt ae geesceiyse nog m aienst- gewaaa. naaer. Paul, ae jonge Kransen man, treeat hem tegemoet. Een oogenbns staan zy oog in oog. En dan stoot ae jongen ae woorden uit, aie den geesteiyke een terugdeinzend gebaar onuosken„Ik neb een mensen geaooa." Een by na korte wens en beiden verwy deren zich. Paul vernaait, aan in deze geheiligde stilte met horten en stooien, aat hy aen mensen Waiter Hoi- aernn, een jongeman ais ny zen, neeit geaoou, aoor s to sen. En terwyi ny zyn aaaa Descnryio, zien wy op net aocK een van uie m aen oonog zoo tanoos vaas voorgesomen sieine dramas, by een storm- mop Somt ae zoon van een rranscne tDincscne moeaer tegenover aen zoon van een Duitscne (uran senej moeaereen oogenous van aarzeling een stees, om niet gesiosen te woraen en wederom zyn er twee neiuen, meer, een die ge aoou is, en een aie geaooa neeit. ontzettena om aan te zien, pracnug ais regiesunsc is net oogenous aat net mooie jongensgezient van Waiter in aen aooasangsi verstyit en ue ïevensiusuge oogen na aen aooaeiysen steek bresen. En Paul ver naait veiatr, hoe ae stervende Walter met oeoioeae nanaen aen oriel aan zyn venooiue weerspiegelt zien op zyn eenys geiaat, a^s ny naas- tig naai- acn jongeman toesenrydt, nem oy ae scnouaers vat en nem met een waariys vaaeriyaen giiimacn omnuit. u, net was aus in den oorlog?In het gevecht? Maar aan neo je geuaan wat je piicut was. iviaar de jonge r rausenman gevoeit zien aller minst veriient. Jvret een vertwyleia gemat vraagt ny 01 urn verzesering, zyn pnent te neooen vervum a. het eenige woora is, aat hem verlossing moet geven Aan, zyn handen kieeit toch bioed, net jeugdige warme bloed van dien anderen jongen? Die toen ook een moeder heeft? In diepe vertwyfeling verlaat de jonge Fransch man den priester, wiens woorden „God is met U" hem naklinken. (Wordt vervoldg.) Bovengenoemde onderneming komt Zondag 20 No vember met een Paramountproduct dat om zyn in houd voor de tegenwoodige steeds levendiger wor dende vredesgedachte van groote waarde genoemd mag worden. Wy waren nog niet in de gelegenheid de film te zien, maar om de aanstaande bezoekers toch reeds met den inhoud op de hoogte te stellen laten wy hier volgen wat in het Orgaan „Oorlog of Vrede" algemeen weekblad voor democratische samenwer king Internationale Ontwapening en Internationale Aaneensluiting onder Redactie van Paul Kiès over deze film is geschreven. Laten wy er echter direct aan toevoegen dat aan dit blad medewrking wordt verleend door prof. dr D. van Embden, J. J. de Roode, Matthys de Visser, C. D. Wesseling, Ds. Hugenholtz, Mevr. Itallie-van Embden, mevr. Pothuis-Smit, A. M. de Jong, Martien Beversluis en vele anderen. Het blad schryft dan: „De N.V. Paramountfilm heeft het genoegen U hiermede uit te noodigen tot het bywonen der eer ste vertooning in Nederland van hare Ernst Lubitsch Productie, „Ik heb een mensch gedood." Aldus de ultnoodigingskaart, die ons verder mede deelde, dat deze film is „een hartstochtelyke kreet om wereldvrede en internationale toenadering, een felle aanklacht tegen het schandelyk oorlogsbe- dryf, een vlammende uiting van het wereldgeweten, dat overal steeds luider begint te spreken. Een Amerikaansche film zoo dachten wy twyfel moedig, met de haar eigen genoegelijke sfeer en happy end" kan die wel een hartstochtelyke kreet een felle aanklacht, een vlammende uiting tegen den oorlog geven? Regie van Ernst Lubitsch lazen we verder, en we dachten weer, dan moet het toch in orde zyn. Welnu, laat ons het maar direct zeggen, het is in orde. Het is een hartstochtelyke kreet. Het is een felle aanklacht. En het Is een vlammende uiting van het wereldgeweten, dat overal seeds luider be gint te spreken. Het is meer! De film „Ik heb een mensch ge dood" is en dat is de hoogste lof, dien wyte DE LIGPLAATS VAN HONDEN. Schande, dat ze het beest den heelen nacht maar buiten laten liggen, zoo is soms de meening van buren, als menschen, die er een hond op na houden, dezen in den tuin laten overnachten. Lang niet altyd hebben deze critici gelyk, al is er inaerdaad veel onkunde over wat een hond als rustplaats voor den nacht toekomt. Men kan even wel aannemen, dat aan het wezen en de gezondheid van honden meer nadeel wordt teogebracht door een goedgemeende, maar onpractiscne vertroete ling, dan door verontachtzaming. Er zyn helaas uitzonderingen, maar over het algemeen verzorgen de menschen hun huisdieren wel naar behooren, in vele gevallen te behoorlyk. Een hond is geen mensch, en we moeten, om zyn verzorging te beoor- deelen, geen menschelijke maatstaf aanleggen. Een flinke, hier geacclimatiseerde hond, kan heel goed buiten overnachten, voor het wezen van den hond en voor diens gezondheid zal dat zelfs uitstekend zijn. Elk wezen moet iets doen of onder gaan voor het leven, anders verslapt en verzwakt het. Een huishond kent den stryd om het bestaan al lang niet meer, zyn voeding behoeft Ihj niet by- een te scharrelen en als we hem nu ook nog de gelegenheid benemen om het lichaam te trainen op actieven weerstand tegen natuuriyke invloeden dan wordt zyn heele bestaan een vegeteerend lui eren, schadelyk voor de gezondheid het wezen ont aardend. De natuur heeft den hond de middelen verschaft, om zich tegen ongunstige weersomstan digheden te beschermen. Als de winterdag nadert, krygt hy een nieuw wollig kleed van onderhaar, en als het barre jaargetyde is gepasseerd, dan schudt hy dat wollige onderpak van zich af, om het zomerseizoen in te gaan met een luchtig dun zo merjasje. Een flinke hond dus, die hier is ingeburgerd, Herdershonden, Keezen, Terriers, New Foundlanders verschillende soorten jachthonedn, Dobbermann's, niet de aldus genaamde Dwergpinchers, e.d. behoeven geen byzondere bescherming tegen de tem peratuur. Wel echter tegen natte koude. In de na tuur zoeken ze daarvoor geschikte schuilplaatsen, welke wy ze waar we ze op beperkte ruimte houden, moeten verschaffen. Het is daarom niet goed, niet te rechtvaardigen, om een hond des nachts op een steenen grond of op de bloote aarde buiten te laten overnachten. Het beest heeft recht op een houten vloer en een dak boven het hoofd. We moeten dus een ruim hondenhok ter beschik king stellen aan een zyde slechts open. Op den bo dem leggen we steeds versch stroo, al of niet ver mengd met hooi, waarin de vochtige uitwasaming van den grond wordt geabsorbeerd. Maar als een flinke hond een goed hok ter beschikking heeft, waarin hy naar verkiezing kan gaan liggen, mag hy des nachts gerust buiten worden gelaten. Voor op den dag"ëh des zomers zoekt hy graag ergens een losse houten vloer op een schaduwryk plekje. Als we zoo'n hond op den dag in huis hebben, doen we goed om hem niet aan de kachelwarmte te gewennen. Laat hem dus niet by een haard zyn rustplaats kiezen. Zulke honden vaten spoedig kou de en doen gemakkelyk een longontsteking op. Het matje of kleedje van zoo'n hond in de kamer, hoort in den van den kachel verst verwy derden hoek te liggen. Als jonge honden buiten liggen, worden de verdikte gewrichten wel eens aan de koude of de buiten lucht geweten. Dat is ook niet juist. Jonge honden zyn over het algemeen zeer vatbaar voor rachi tis. (Engelsche ziekte) en daarop duiden die ver dikte gewrichten aan de pooten. Met koude of bui tenlucht heeft dat niets te maken. Om ze tegen rachitis te beschermen, geven we ze dageiyks min stens tot ze een jaar oud zyn, een eetlepel fosfor- levertraan. Z.g. dameshondjes de kleine soorten, mag men natuurlyk niet buiten laten overnachten, zeker niet in den winter. Die beesten zyn gewooniyk uit vreem de landen afkomstig en niet bestand tegen ons kli maat. Van vele soorten dameshondjes is het wezen trouwens ontaard, doordat fokkerskunst ze een groot te en model gaf, dat wy menschen mooi vinden, maar een misvorming is van de natuur. Die diertjes lyden eigeniyk een jammeriyk bestaan. Het leven is ze een kwelling. De natuuriyke voeding zyn ze ontwend. Ze leven op koekjes en andere zoetigheden en hun lyfje is gewooniyk een voortdurende sid dering en rilling. Ze worden soms met jasjes ge kleed en in wollige mandjes by een kachel gestopt, We verbeelden ons, dat we, o, zoo goed voor ze zijn maar de eenige weldaad, die we ze kunnen bewyzen, zou zyn, dat we ze in al hun onnatuuriyke soorten zoo spoedig mogelyk lieten uitsterven. Maar zoolang ze leven, dienen we ze in ieder geval tegen alle bezoekingen van vocht en kou te bescher men en wel op te passen, dat ze naar buiten gelaten, geen gevolgen van te groote temperatuur wisseling te doorstaan krygen. ROND DE WERELD. IN TWEE DAGEN. Toen Prof. Pickard zyn stratosfeervlucht onder nam door middel van een ballon, waaronder een speciale, door hem geconstrueerde gondel is aan die onderneming meer sportieve dan wetenschappeiyke waarde toegekend, door leeken tenminste. En ten onrechte, naar thans blykt. Aan Pickard's stratos- feer-onderzoekingen werd door sommigen beteekenis toegekend voor net toekomstige luchtverkeer en reeds thans worden de resultaten, blykens een be richt in de „Daily Herald" in de praktijk gebracht. Henri Karman, de eerste Europeaan, die in 1907 by Issy-les-Moulineaux in Frankryk met een vlieg tuig van eigen vinding toonae, dat de mensch vlie gen kan, is thans bezig met een vliegtuig te bou wen, voigehs de gegevens door Pickard verstrekt en door deze op zyn befaamden bailontocht ver zameld betreffende de viiegmogeiykheden in de stratosfeer. In de nabyheid van Parys zal Farman nog dit jaar bewyzen dat snelheden van meer dan 1200 km. per uur kunnen worden bereikt, mits het vliegtuig maar in de dunne laag stygt tot 16 of meer kilometer hoogte. Het zou dan mogelyk zyn om van Londen naar Australië te vliegen binnen een etmaal, en de reis om de wereld te maken in twee dagen. De menschheid is op weg het gedeelte van den Kosmos te veroveren, dat ais een tweeden ring om de eigenlyke atmosfeer der aarde heen ligt. Dit gedeelte van het heelal wordt door de wetenschap stratosfeer genaamd, zy vangt aan op ongeveer 12 tot 14 kilometer boven de aardoppervlakte. De lucht druk bedraagt er nog slechts een tiende van die boven den grond. Tot nu toe heeft men aangenomen dat op een hoogte van 16.000 meters een koude heerschte van 70 tot 80 graden, maar de tocht van prof. Pic- card heeft bewezen, dat deze in werkeiykheid ge ringer is en wel ongeveer 40 tot 50 graden Colcius. Doch ook by deze temperatuur is het voor den mensch onmogelyk om er in te verblyven. Daarom zal de bouw van de cabine voor het stratosfeer- vliegtuig op heel afzonderlyke grondslag moeten berusten. Door het sterk verminderde zuurstfogehalte in de stratosfeer is het tevens noodzakelyk dat de cabine van het sratosfeervliegtiug door een dubbelen wand hermetisch voor de buitenlucht zal zijn afgesloten. De lucntverversching moet echter door een kleinen compressor worden geregeld. Wat echter de meeste moeilykheden met zich meebrengt was wel de noodzakeiykheid dat ook de vlieger binnen de afgesloten ruimte moet ver blyven en van daar uit de geheele bediening der motoren, instrumenten en het stuurappa-aat moet verzoigen. Doch ook deze moeilykheid scnynt be vredigend te zyn opgelost. In de stratosfeer Is de luchtweerstand zoo gering dat men geweldige snelheden zal bereiken. Vaklie den schatten de maximale snelheid op 1200 kilo- meer per uur. Bij een uursnelheid van 500 kilometer zal men New York van uit Berlyn reeds in twaalf uur kun nen bereiken, of met andere woorden, tusschen den morgen en den avond, Opstijgen en dalen, dat veel langzamer zal gaan, duren elk ongeveer een half uur. Ais Farman in zyn plannen slaagt, staan we voor allerlei fantastische mogelykheden. By een snelheid van 500 kilometer per uur kan Amsterdam—New York worden gedaan in 11 uur, doch waar men nu reeds een maximumsnelheid van 1200 kilometer berekent, mogen wy de toe komst tegemoet zien, om van ons land uit New York in 56 uur te bereiken, dat isvlugger dan de voortschryding van den dag. Het tydsverschil im mers tusschen ons land en de hoofdstad van de Vereenigde Staten van Amerika bedraagt circa 8 uur. Worden de fantasiën van Farman werkeiykheid dan zal het mogelyk worden om in ons land des morgens per vliegtuig na het ontbyt naar New York te vertrekken en daar aan te komenvoor de New Yorkers aan de ontbyttafel zyn verschenen. De reiziger zalvroeger in Amerika's hoofdstad arriveeren dan hy uit Amsterdam vertrok. De snelheid der stratosfeervliegtuigen zal zoo groot zyn dat ze stilstaan in het heelal en het nog slechts de planeet Aarde is die onder haar door draait. Het zyn allemaal mogelykheden, die in de naaste toekomst liggen, maar waar men voorloopig toch nog niet aan denken kan, zonder erdraaierig van te worden.

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Nieuwe Langedijker Courant | 1932 | | pagina 6