Hat witte doek
Voor Huis en Hof
Allerlei
i
Hieuwaujuaiijjen
LOONSVERLAGINGEN IN TWENTE.
De Twentsche correspondent van het Handels
blad scmyit:
up ae textielfabriek „Rigtersbeek" te Enschede
is weer een loonsverlaging van vjji procent aigeaon
digd, die in r eoiuari a.s. aoor een tweeae venaging
van eveneens vjji procent zal woraen gevoigo.
Deze veriagingen geioen eenter aneen voor ae ar
beiders dre een vone wees. weraen.
BBij de firma H. P. Gelderman en Zoon, te Olden-
zaai, waar reeos een roonsvenagrng van acmuen
procent was ingevoera, is een nieuwe venagmg van
tien procent argeaonuigd.
In verDand aaarmeue werd een conferentie gehou
den tusscnen de inma en oe nestoren aer arneiuers
organisaties. Deze laatste neonen ae nieuwe rege
ling aigewezen.
iln het bericht van gisteren omtrent de loonsver
laging van oe nrma van neen en co. te Eiiscnede,
is net laatste oeei weggevanen, waardoor een misver -
stanu is ontstaan, net siot van net oericnt luidde,
dat ue partijen net er met aisaar over eens gewor
den warm, aa na aiioop van oen termijn van
twee maanuen ae iirma oen toestanu opnieuw onoer
de oogen zou moeten zien en oat naar vooistei uO
procent loonvtiiagnig terwijl oe weraweeir voor oen
tijd van twee maanuen van drie op vier en een
haiven oag zou woraen georaentj met die toevoeging
aan ae aiDeiders aan woruen overgeDracnt.
De ieoen van ae txtieiarDeiaersDonaen „De Een-
draent", „»t. namoertus en „unitas'' neooen een-
ter op voorster van die hooiaDesturen net voorstel
van ae iirma van neea en uo. met groote meeruer-
heid van stemmen verworpen.
Naar van wergkeverszijde wordt medegedeeld,
staat het vast, aat Dy ae firma van neen en uo.
te Enschede tweenonaerd dekenwevers en spinners
samen met ae ongeveer honderd andere aroeiders
die zich met de vooroereiding en aiweraing van de
desnes bezig houden, binnen sort op straat komen
te staan, ornaat zy nog never voor onbepaaiden tyd
weraioos woraen aan twee maanaen langer meer
werk en einaioon te krygen, maar aaai tegenover
een tariefsverlaging van uen procent moeten aan-
DRAlSfflA-vAMVALKEnBURG'S
LEEUWARDEN-
ONACHTZAAMHEID.
De melkrijder G. Verkerk uit Nieuwveen reed met
z n auto op aen üaagweg, toen hem een auto ach
terop reed, die bestuurd werd door een dame.
By het passeeren bemerkte ae man, aat boven
op haar wagen een damestascn rag, aie er eik oogen
blik af kon vallen. De mentry aer trachtte door net
geven van signaien de aandacht van de bestuurster
te trekken, aocn deze, bxykoaar in de meening ver-
keerende, dat de meikryaer op zyn beurt haar
trachtte in te halen, gal nog wat meer gas, zooaat
zy spoedig uit het gezicht was verawenen.
Enkele kilometers verder zag Verkerk de tasch
op den weg liggen. De innoud Dleek te bestaan uit
een bedrag van i uo aan conoan^n, em comei een
spaarbankboekje en een Dei nostte aen
meikryaer met veej. moc.^ nét adr-o van ae nonl
chaiame uame op te spo.cn. ny non eVenwe. spoe
dig weer m het bezit van naai .igenuoni woiden
gesteid. Zy verteiae aat zy per onge.uk net tasenje
op haai wagen had laten liggen.
De vinder kreeg een flinke belooning.
Land- en Tuinbouw
INGEZONDEN
(Buiten verantwoording der Redactie).
VRONE D. T. S.
De heer Hoogland maakt het nu toch werkelijk al
te bont.
i Nu ik te kennen geef, dat het geenszins in myn
bedoeling lag de Vrone-spelers van ruw spel te be
tichten, gaat hy de zaak omdraaien, en beweert hij,
dat de D.T.S.-spelers zich daaraan schuldig zouden
hebben gemaakt.
Hy gaat zelfs zoover, met de stelling te verkon
digen, dat deze meening bevestigd wordt door myn
uitlating, dat alle D.T.S.-spelers gelukkig geen lam
metjes zyn.
Maar mynheer Hoogland, al zyn het dan geen
lammetjes, die zich kalm laten afslachten, daarom
behoeven het tóch geen stieren te zyn.
U maakt my het verwy t, dat ik een party dig ver
slag zou hebben gegeven; als jeugdig sportverslag
gever moet Ik daartegen met klem protesteeren, al
vrees ik niet, dat myn carrière!?) in dit opzicht
schade zou lyden.
Ik heb de door U gewraakte feiten gememoreerd,
omdat deze van genoegzaam belang waren om ver-
meld te worden.
Het tweede doelpunt voor D. T. S. werd immers
gemaakt uit een strafschop, die gegeven werd door
het op ongeoorloofde wyze aanvallen van den links
binnen, het derde uit een strafschop door een soort-
gelyken aanval op den rechtsbinnen van D. T. S.,
terwyi het zoogenaamde vloeren van Dekker en
ondergeteekende (verslaggever) geschiedde op voor
het Vrone-doel critieke momenten.
Ik erken de mogelykheid, dat myn verslag aan
volledigheid te wenschen overlaat, want ook een
verslaggever (vooral, als hy zelf aan het spel deel-
I neemt) kan immers gemakkelyk iets ontgaan, wat
j sommigen uit het publiek wel waarnemen.
I Daaruit te concludeeren dat myn verslag party-
I dig is, doet werkeiyk eenige afbreuk aan myn goe
den dunk van uw onderscheidingsvermogen.
Hoogachtend,
J. P. SCHRIKKEN.
Wy achten deze zaak thans voldeonde besproken
en sluiten hiermede de discussie's.
(RED.).
geven hebben niet slechts een uiting van het
wereldgeweten, zy roept het geweten zelf wakker,
daar en by hen waar het nog slaapt. En daar
om komt den genialen regisseur, den senario-schry-
vre (Ernest Vajda) en bewerker (Reginald Ber-
kely), den cineast (Victor Millner) en allen, die
verder hét stuk van Maurice Rostand in dezen on-
vergetelyken film herschapen hebben, de publieke
erkentelykheid en dank toe.
Bovenal dus: de Paramount en Tuschinksy, die
met deze film kennelyk geen sensatie en niet in de
eerste plaats een bussiness-succes hebben gezocht,
maar het voldoen aan een taak van groote moreele
be teekenis.
Als de film begint te draaien, is voorloopig Ernst
Lubitsch alleen aan het woord. Zyn proloog van
flitsende beelden uit den oorlog zetten de film in
op wel onovertrefbare wyze. En men heeft de sen
satie alsof een bliksemtrein voorby gedenderd is,
als wij ons van het kruis op het daverende slagveld
plotseling tegenover het kruis in een kathedraal
DE NOORDHOLLANDSCHE CINEMA.
IK HEB EEN MENSCH GEDOOD.
KALIBEMESTING TARWE.
Er behoort zeker wel eenige moed toe, onder deze
omstandigheden, een artikel over bemesting te
schryven. De finantieele uitkomsten in den land
bouw zijn toch helaas momenteel zoo slecht dat in
vele gevallen de kosten aan de bemesting besteed
onevenreedig zyn aan de waarde der meeropbrengst
der producten.
Gelukkig dus dat wy heden over de bemesting
van een gewas kunnen spreken, dat, dank de steun
der regeering, een gunstige uitzondering maakt.
Waarop een oordeelkundige bemesting niet alleen
op zijn plaats is, maar ook voordeel kan brengen.
Wij bedoelen hier de tarwe en geen wonder dus
dat de verbouw van dit gewas zich sterk uitgebreid
heeft en zich nog meer uitbreiden zal, niet alleen
op klei- en zavelgronden, maar ook op die gronden
waar de teelt eenigszins mogeiyk is. Het komt ons
voor dat op vele gronden deze mogelykheid bestaat.
Wy hebben tenminste dezen zomer een vry goed
gewas tarwe gezien op veen- en zandgronden.
Toch zal men nimmer uit het oog mogen ver
liezen dat tarwe, ook wat de bemesting betreft,
groote eischen aan den bodem stelt. Dat de teelt
zeker zal mislukken als in de eerste plaats geen
basis is gelegd door middel van een flinke kali- en
fosforzuur bemesting.
De Landbouwcourant voor de Veenkoloniën
schryft in het nummer van 15 September hierover
een artikeltje. Een beduidend aantal perceelen tarwe
zyn ten deele mislukt. De telers schryven het aan
ziekten toe, maar uitgesloten is het niet dat hier
kali- en (of) fosforzuurarmoede in het spel is. Ook
is het zeer goed mogelyk dat door gebrek aan de
noodlge voedingstoffen het tarwe-gewas voor enkele
ziekten vatbaar wordt. De practische landbouwer
zal dus goed doen, als er aan het gewas wat hapert
eerst in de richting der voeding te zoeken.
Nu worden, wat de kali betreft, op de zandgronden
nog de minste fouten dan op gronden waarvan men
denkt dat het ook zonder kali wel gaan zal. Maar
dat het ook daar in vele gevallen zonder kali spaak
loopt hebben de feiten bewezen
De Rykslandbouwconsulent, ir. P. G. Meyers, deelt
in het Groningsch Landbouwblad mee in het geheele
zavelgebied, van Lauwerzee tot Westersems kalige
brek aangetroffen te hebben by zomertarwe. Het
ergst kwam het verschynsel voor op spruitkool-
stoppel of na een ander gewas, dat veel kali ont
trokken had. In vele gevallen was het jonge gewas
geelachtig met dorre punten en groeide het slecht.
Hier en daar kwamen bosjes voor, die wat beter
waren. Kanten van het land waren beter als in het
midden. Meest echter wa het gewas dof donker
groen van kleur, vooral als het wat begon te groeien.
Het bossige bleef echter ook achter in de ontwik
keling.
Maar niet alleen in de Provincie Groningen, in
alle tarwe-verbouwende streken kan men deze typi
sche kali-gebrek kenmerkende verschijnselen waar
nemen.
De tarwe verb; - - - a .---.staande wel ter
harte en zorge dat de V; 1 fos.o. jurvoorziening
in de eerste plaats in orde is, opdSL ieze teelt, een
van de weinig rendab.zoo vo; .c.lg mogelyk zy.
De imposante kathedraal is geheel gevuld met
militairen, in eerbiedige houding den dankdienst
volgend, dien de geestelyke het is nog pas 1919
de overwinning wydt. Bliksemsnel toont Ernst
Lubitsch ons de oogenschynlyk eindelooze ryen van
sabels, die uit de kerkbannen steken, van zwaar ge
vulde revolvertasschen, waarop in devotie de even
zoo talryke gevouwen handen rusten.
Een gevoel van wanhoop bekruipt ons dan een
oogenbhk over het oneindige verschil hier in de ka-
thearaal en daar buiten op het slagveld.
De dienst is aigeloopen. De militairen verlaten de
kerk. Vreemd leeg is zy plotseling. Maar daar ver-
ryst langzaam boven een aer veie in stom zwygen
grade krekbanken een hoofd en twee handen, het
I geiaat van een in stemmig burger gekieeae jonge-
man. (Die plotselinge verandering der compacie
gewapende unuormenmassa en menigte van noexige
scnouaers en veroeten soppen in ae sooere eenzaam
heia van dezen vertwyfeioen jongeman is pracnug.)
Langzaam senrydt ae geesceiyse nog m aienst-
gewaaa. naaer. Paul, ae jonge Kransen man, treeat
hem tegemoet. Een oogenbns staan zy oog in oog.
En dan stoot ae jongen ae woorden uit, aie den
geesteiyke een terugdeinzend gebaar onuosken„Ik
neb een mensen geaooa." Een by na korte wens
en beiden verwy deren zich.
Paul vernaait, aan in deze geheiligde stilte met
horten en stooien, aat hy aen mensen Waiter Hoi-
aernn, een jongeman ais ny zen, neeit geaoou, aoor
s to sen. En terwyi ny zyn aaaa Descnryio, zien wy
op net aocK een van uie m aen oonog zoo tanoos
vaas voorgesomen sieine dramas, by een storm-
mop Somt ae zoon van een rranscne tDincscne
moeaer tegenover aen zoon van een Duitscne (uran
senej moeaereen oogenous van aarzeling
een stees, om niet gesiosen te woraen
en wederom zyn er twee neiuen, meer, een die ge
aoou is, en een aie geaooa neeit. ontzettena om
aan te zien, pracnug ais regiesunsc is net oogenous
aat net mooie jongensgezient van Waiter in aen
aooasangsi verstyit en ue ïevensiusuge oogen
na aen aooaeiysen steek bresen.
En Paul ver naait veiatr, hoe ae stervende Walter
met oeoioeae nanaen aen oriel aan zyn venooiue
weerspiegelt zien op zyn eenys geiaat, a^s ny naas-
tig naai- acn jongeman toesenrydt, nem oy ae
scnouaers vat en nem met een waariys vaaeriyaen
giiimacn omnuit.
u, net was aus in den oorlog?In het gevecht?
Maar aan neo je geuaan wat je piicut was.
iviaar de jonge r rausenman gevoeit zien aller
minst veriient. Jvret een vertwyleia gemat vraagt ny
01 urn verzesering, zyn pnent te neooen vervum a.
het eenige woora is, aat hem verlossing moet geven
Aan, zyn handen kieeit toch bioed, net jeugdige
warme bloed van dien anderen jongen? Die toen ook
een moeder heeft?
In diepe vertwyfeling verlaat de jonge Fransch
man den priester, wiens woorden „God is met U"
hem naklinken.
(Wordt vervoldg.)
Bovengenoemde onderneming komt Zondag 20 No
vember met een Paramountproduct dat om zyn in
houd voor de tegenwoodige steeds levendiger wor
dende vredesgedachte van groote waarde genoemd
mag worden.
Wy waren nog niet in de gelegenheid de film te
zien, maar om de aanstaande bezoekers toch reeds
met den inhoud op de hoogte te stellen laten wy
hier volgen wat in het Orgaan „Oorlog of Vrede"
algemeen weekblad voor democratische samenwer
king Internationale Ontwapening en Internationale
Aaneensluiting onder Redactie van Paul Kiès over
deze film is geschreven.
Laten wy er echter direct aan toevoegen dat aan
dit blad medewrking wordt verleend door prof. dr
D. van Embden, J. J. de Roode, Matthys de Visser,
C. D. Wesseling, Ds. Hugenholtz, Mevr. Itallie-van
Embden, mevr. Pothuis-Smit, A. M. de Jong, Martien
Beversluis en vele anderen.
Het blad schryft dan:
„De N.V. Paramountfilm heeft het genoegen U
hiermede uit te noodigen tot het bywonen der eer
ste vertooning in Nederland van hare Ernst Lubitsch
Productie, „Ik heb een mensch gedood."
Aldus de ultnoodigingskaart, die ons verder mede
deelde, dat deze film is „een hartstochtelyke kreet
om wereldvrede en internationale toenadering, een
felle aanklacht tegen het schandelyk oorlogsbe-
dryf, een vlammende uiting van het wereldgeweten,
dat overal steeds luider begint te spreken.
Een Amerikaansche film zoo dachten wy twyfel
moedig, met de haar eigen genoegelijke sfeer en
happy end" kan die wel een hartstochtelyke kreet
een felle aanklacht, een vlammende uiting tegen den
oorlog geven?
Regie van Ernst Lubitsch lazen we verder, en we
dachten weer, dan moet het toch in orde zyn.
Welnu, laat ons het maar direct zeggen, het is
in orde. Het is een hartstochtelyke kreet. Het is
een felle aanklacht. En het Is een vlammende uiting
van het wereldgeweten, dat overal seeds luider be
gint te spreken.
Het is meer! De film „Ik heb een mensch ge
dood" is en dat is de hoogste lof, dien wyte
DE LIGPLAATS VAN HONDEN.
Schande, dat ze het beest den heelen nacht
maar buiten laten liggen, zoo is soms de meening
van buren, als menschen, die er een hond op na
houden, dezen in den tuin laten overnachten.
Lang niet altyd hebben deze critici gelyk, al is
er inaerdaad veel onkunde over wat een hond als
rustplaats voor den nacht toekomt. Men kan even
wel aannemen, dat aan het wezen en de gezondheid
van honden meer nadeel wordt teogebracht door
een goedgemeende, maar onpractiscne vertroete
ling, dan door verontachtzaming. Er zyn helaas
uitzonderingen, maar over het algemeen verzorgen
de menschen hun huisdieren wel naar behooren,
in vele gevallen te behoorlyk. Een hond is geen
mensch, en we moeten, om zyn verzorging te beoor-
deelen, geen menschelijke maatstaf aanleggen.
Een flinke, hier geacclimatiseerde hond, kan heel
goed buiten overnachten, voor het wezen van
den hond en voor diens gezondheid zal dat zelfs
uitstekend zijn. Elk wezen moet iets doen of onder
gaan voor het leven, anders verslapt en verzwakt
het. Een huishond kent den stryd om het bestaan
al lang niet meer, zyn voeding behoeft Ihj niet by-
een te scharrelen en als we hem nu ook nog de
gelegenheid benemen om het lichaam te trainen
op actieven weerstand tegen natuuriyke invloeden
dan wordt zyn heele bestaan een vegeteerend lui
eren, schadelyk voor de gezondheid het wezen ont
aardend. De natuur heeft den hond de middelen
verschaft, om zich tegen ongunstige weersomstan
digheden te beschermen. Als de winterdag nadert,
krygt hy een nieuw wollig kleed van onderhaar,
en als het barre jaargetyde is gepasseerd, dan
schudt hy dat wollige onderpak van zich af, om het
zomerseizoen in te gaan met een luchtig dun zo
merjasje.
Een flinke hond dus, die hier is ingeburgerd,
Herdershonden, Keezen, Terriers, New Foundlanders
verschillende soorten jachthonedn, Dobbermann's,
niet de aldus genaamde Dwergpinchers, e.d.
behoeven geen byzondere bescherming tegen de tem
peratuur. Wel echter tegen natte koude. In de na
tuur zoeken ze daarvoor geschikte schuilplaatsen,
welke wy ze waar we ze op beperkte ruimte
houden, moeten verschaffen. Het is daarom niet
goed, niet te rechtvaardigen, om een hond des
nachts op een steenen grond of op de bloote aarde
buiten te laten overnachten. Het beest heeft recht
op een houten vloer en een dak boven het hoofd.
We moeten dus een ruim hondenhok ter beschik
king stellen aan een zyde slechts open. Op den bo
dem leggen we steeds versch stroo, al of niet ver
mengd met hooi, waarin de vochtige uitwasaming
van den grond wordt geabsorbeerd. Maar als een
flinke hond een goed hok ter beschikking heeft,
waarin hy naar verkiezing kan gaan liggen, mag
hy des nachts gerust buiten worden gelaten. Voor
op den dag"ëh des zomers zoekt hy graag ergens
een losse houten vloer op een schaduwryk plekje.
Als we zoo'n hond op den dag in huis hebben,
doen we goed om hem niet aan de kachelwarmte
te gewennen. Laat hem dus niet by een haard zyn
rustplaats kiezen. Zulke honden vaten spoedig kou
de en doen gemakkelyk een longontsteking op. Het
matje of kleedje van zoo'n hond in de kamer, hoort
in den van den kachel verst verwy derden hoek te
liggen.
Als jonge honden buiten liggen, worden de verdikte
gewrichten wel eens aan de koude of de buiten
lucht geweten. Dat is ook niet juist. Jonge honden
zyn over het algemeen zeer vatbaar voor rachi
tis. (Engelsche ziekte) en daarop duiden die ver
dikte gewrichten aan de pooten. Met koude of bui
tenlucht heeft dat niets te maken. Om ze tegen
rachitis te beschermen, geven we ze dageiyks min
stens tot ze een jaar oud zyn, een eetlepel fosfor-
levertraan.
Z.g. dameshondjes de kleine soorten, mag men
natuurlyk niet buiten laten overnachten, zeker niet
in den winter. Die beesten zyn gewooniyk uit vreem
de landen afkomstig en niet bestand tegen ons kli
maat. Van vele soorten dameshondjes is het wezen
trouwens ontaard, doordat fokkerskunst ze een groot
te en model gaf, dat wy menschen mooi vinden,
maar een misvorming is van de natuur. Die diertjes
lyden eigeniyk een jammeriyk bestaan. Het leven
is ze een kwelling. De natuuriyke voeding zyn ze
ontwend. Ze leven op koekjes en andere zoetigheden
en hun lyfje is gewooniyk een voortdurende sid
dering en rilling. Ze worden soms met jasjes ge
kleed en in wollige mandjes by een kachel gestopt,
We verbeelden ons, dat we, o, zoo goed voor ze zijn
maar de eenige weldaad, die we ze kunnen bewyzen,
zou zyn, dat we ze in al hun onnatuuriyke soorten
zoo spoedig mogelyk lieten uitsterven.
Maar zoolang ze leven, dienen we ze in ieder geval
tegen alle bezoekingen van vocht en kou te bescher
men en wel op te passen, dat ze naar buiten
gelaten, geen gevolgen van te groote temperatuur
wisseling te doorstaan krygen.
ROND DE WERELD.
IN TWEE DAGEN.
Toen Prof. Pickard zyn stratosfeervlucht onder
nam door middel van een ballon, waaronder een
speciale, door hem geconstrueerde gondel is aan die
onderneming meer sportieve dan wetenschappeiyke
waarde toegekend, door leeken tenminste. En ten
onrechte, naar thans blykt. Aan Pickard's stratos-
feer-onderzoekingen werd door sommigen beteekenis
toegekend voor net toekomstige luchtverkeer en
reeds thans worden de resultaten, blykens een be
richt in de „Daily Herald" in de praktijk gebracht.
Henri Karman, de eerste Europeaan, die in 1907
by Issy-les-Moulineaux in Frankryk met een vlieg
tuig van eigen vinding toonae, dat de mensch vlie
gen kan, is thans bezig met een vliegtuig te bou
wen, voigehs de gegevens door Pickard verstrekt
en door deze op zyn befaamden bailontocht ver
zameld betreffende de viiegmogeiykheden in de
stratosfeer.
In de nabyheid van Parys zal Farman nog dit jaar
bewyzen dat snelheden van meer dan 1200 km. per
uur kunnen worden bereikt, mits het vliegtuig maar
in de dunne laag stygt tot 16 of meer kilometer
hoogte. Het zou dan mogelyk zyn om van Londen
naar Australië te vliegen binnen een etmaal, en de
reis om de wereld te maken in twee dagen.
De menschheid is op weg het gedeelte van den
Kosmos te veroveren, dat ais een tweeden ring om
de eigenlyke atmosfeer der aarde heen ligt. Dit
gedeelte van het heelal wordt door de wetenschap
stratosfeer genaamd, zy vangt aan op ongeveer 12
tot 14 kilometer boven de aardoppervlakte. De lucht
druk bedraagt er nog slechts een tiende van die
boven den grond.
Tot nu toe heeft men aangenomen dat op een
hoogte van 16.000 meters een koude heerschte van
70 tot 80 graden, maar de tocht van prof. Pic-
card heeft bewezen, dat deze in werkeiykheid ge
ringer is en wel ongeveer 40 tot 50 graden Colcius.
Doch ook by deze temperatuur is het voor den
mensch onmogelyk om er in te verblyven. Daarom
zal de bouw van de cabine voor het stratosfeer-
vliegtuig op heel afzonderlyke grondslag moeten
berusten.
Door het sterk verminderde zuurstfogehalte in de
stratosfeer is het tevens noodzakelyk dat de cabine
van het sratosfeervliegtiug door een dubbelen wand
hermetisch voor de buitenlucht zal zijn afgesloten.
De lucntverversching moet echter door een kleinen
compressor worden geregeld.
Wat echter de meeste moeilykheden met zich
meebrengt was wel de noodzakeiykheid dat ook
de vlieger binnen de afgesloten ruimte moet ver
blyven en van daar uit de geheele bediening der
motoren, instrumenten en het stuurappa-aat moet
verzoigen. Doch ook deze moeilykheid scnynt be
vredigend te zyn opgelost.
In de stratosfeer Is de luchtweerstand zoo gering
dat men geweldige snelheden zal bereiken. Vaklie
den schatten de maximale snelheid op 1200 kilo-
meer per uur.
Bij een uursnelheid van 500 kilometer zal men
New York van uit Berlyn reeds in twaalf uur kun
nen bereiken, of met andere woorden, tusschen den
morgen en den avond, Opstijgen en dalen, dat veel
langzamer zal gaan, duren elk ongeveer een half
uur.
Ais Farman in zyn plannen slaagt, staan we voor
allerlei fantastische mogelykheden.
By een snelheid van 500 kilometer per uur kan
Amsterdam—New York worden gedaan in 11 uur,
doch waar men nu reeds een maximumsnelheid
van 1200 kilometer berekent, mogen wy de toe
komst tegemoet zien, om van ons land uit New York
in 56 uur te bereiken, dat isvlugger dan de
voortschryding van den dag. Het tydsverschil im
mers tusschen ons land en de hoofdstad van de
Vereenigde Staten van Amerika bedraagt circa 8
uur. Worden de fantasiën van Farman werkeiykheid
dan zal het mogelyk worden om in ons land des
morgens per vliegtuig na het ontbyt naar New
York te vertrekken en daar aan te komenvoor
de New Yorkers aan de ontbyttafel zyn verschenen.
De reiziger zalvroeger in Amerika's hoofdstad
arriveeren dan hy uit Amsterdam vertrok.
De snelheid der stratosfeervliegtuigen zal zoo
groot zyn dat ze stilstaan in het heelal en het nog
slechts de planeet Aarde is die onder haar door
draait.
Het zyn allemaal mogelykheden, die in de naaste
toekomst liggen, maar waar men voorloopig toch
nog niet aan denken kan, zonder erdraaierig
van te worden.