EEN HARLEWAK.
g
3
GIDS VOOR TEXEL,
4e verbeterde druk.
Het Wetboek voor Iedereen.
Het Wetboek voor Iedereen,
(SUPPLEMENT)
4
O
O
S3
M
Uitgave van de „Nieuwe Texelsche Courant.”
Met verwijzing naar boven
staande neemt ondergetee-
kende de vrijheid zich beleefd aan te
bevelen voor het verlichten van alle
werkzaamheden eener
MACHINALE BREI-INRICHTING
••••••••••MS
REGULATEURS enHORLOGE’S
tegen veel verminderde prijzen met
2jaren
•••••••••••SS
GEVRAAGD, tegen 20 Maart a.s.
Verkrijgbaar in den boekhandel van
"W. C, Burg
Prijs van ELK Gebonden in Linnen Stelpelband slechts f 1.25.
H
H
«e
PRIJS 15 CENT.
W. C. REU.
GARANTIE
MONSTERING
van
PAARDEN.
VERZAMELING
T
9
zag
-
II SPIGT.
p.a. De heer P. ZEEMAN,
„Abbestede", Gem. Callantsoog.
QI
Ondergetoekende ‘biedt ziph aan ais'
Boerenknecht in huis.
Om met 20 JI aart in dienst
te treden.
Aanbevelend,
E. C. T1IOMASSEX,
De Waal.
Feuilleton.
E<
Wij berichten bij deze dat wij
onze SJIIIISZAAK te de Waal
benevens handel in aanverwante arti
kelen met ingang van 1 Januari heb
ben overgedaan aan den heer E,
THOMASSEN aldaar.
Wij bevelen onzen opvolger beleefd
aan.
VAX 1)ER KLOOI Co.
Voorzien van een gekleurd kaartje
van Texel en veel mooie kiekjes.
bij de Boekhandelaren of recht
streeks aan ons Bureau. -t-
Heden uit het Buitenland ontvangen
een ruime sorteering
met gezichtkvndig geslepen glazen en
vernikkeld montuur.
Prijs f 1.00 per stuk.
Brillen, op advies van H. H.
Artsen voorgeschreven worden op
nummer geleverd.
^ndergeteekende boricht, dat hij
wegens vertrek, zijn Maelli-
ehinale l»rei>iurichting heeit
overgedaan aan MARGARETHA
ZIJM.
Onder dankzegging voer het ge
noten vertrouwen beveelt hij zijne
opvolgster beleefd aan.
S. EEEMAA Pz.
Verwijzend naar bovenstaande
kennisgeving deel ik U mede dat ik
de door de firma VAN DER KLOOT
Co. te Waal gedreven smidszaak
met handel in aanverwante artikelen
heb overgenomen,
Ik hoop door vlugge en nette be
diening mij ieders gunst waardig te
maken.
Hopende door goed werk en een
vlugge bediening zich aller ver
trouwen waardig te maken.
31. M. ZIJM Thd.
Wev erstraat, Burg.
OPRUIMING
van
M. WIERINGA Warmoesstraat.
Gesloten zijnde, adres Hotel „De
Zwaan."
Landbouwers die
wenschen hunne paar
en te veikoopen van IJ jaar toten
met 9 jaar worden verzocht met hunne
paarden aan den Burg te komen op
Vrijdag 14 Januari 1910, op
het Marktplein tusschen 10—12 uur
met verkoopen dadelijk af te leveren.
J, ZWAKT.
Inlichtingen bij C. M. KOORN.
dochter van-Jaap Bruin-
nof zien scharrelen 1
Gok zij bezigden dat vreeselijke
woord, hetwelk hem als een bitter
verwijt in de ooren klonk en nameloos
ongelukkig maakte.
De vroohjke jonge paartjes schaar
den zich weer achter elkaar en bij ’t
heenrijden hieven zij een sentimenteel
dorpsliedje aan, dat aldus luidde
Vaarwel mijn teergeliefde 1
’k Moet heen, mijn plicht gebiedt.
’k Ga weer naar zee,
't Scheiden baart wee.
Vergeel mij niet I
Nog tweemalen, met een lang ge
rekt tempo werd dat „vergeet mij
niet“ herhaald en stierf in de verte weg.
’t Was een afscheidsgroet van een
zeeman, die zijn liefje moest verlaten,
In de stemming waarin de jonge
man verkeerde, vonden die droefgees
tige woorden weerklank in zijn ge
moed en werktuigelijk herhaalde hij
„Rika, vergeet mij niet, vergeet mij
niet 1“
De wind stak meer en meer op
en streek snijdend en snerpend door
’t ho >ge riet, dat de vlakten omzoomde
’t Scheen den jongeling toe of ook
de kille wind door dat riet fluisterde
„vergeet mij niet, vergeet mij niet
In de verte weerklonk het gekras
van een troep bonte kraaien en ’t was
Albert, of er een honend ^harlewak*'
weid geroepen.
Nog altijd zat hij daar aan de treu
rigste gedachten overgegeven, beslui
teloos wat hij zou doen.
De maan was zooeven boven den
zeedijk te voorscüijn gekomen en weer
kaatste haar licht op ’t sneeuwveld.
De onafzienbare weiden leverden
in den doodslaap van den winter een
schouwspel op, dat aan’c ijzigst beeld
van verlatenheid deed denken.
Albert gevoelde nu toch het snij
den van den feilen oostenwind, die
bezig was om den arbeid van den
Winterkoning in deze streken verder
te voltooien.
Eene huivering overviel den jongen
vreemdeling. Met moeite richtte hij
zich op. De sneeuw kraakte hem
ouder de voeten. Nergens deed zich
meer een menschelijke stem in den
omtrek hooren maar de wind door
't naakte net scheen voortdurend op
sentimenteele wijze te zingenver
geet mij nietvergeet mij niet
Hij spoedde zich in de richting van
den Burg voort.
Nooit zou hij Rika vergeten en dit
kon hij ook niet, in weerwil dat zij
had gelachen toen hem als eene be
spotting ’t woord harlewak naar 't
hoofd was geslingerd.
II.
Droevige berichten.
Ontmoedigd en vermoeid kwam
Albert bij den ontvanger aan huis.
De vrouw des huizes zag ’t hem
aanstonds aan, dat er iets bij den
jongeling niet in den haak was.
Hij veinsde eige vermoeidheid en
verontschuldigde zich bij de familie,
dat hij liefst terstond naar zijn slaap
vertrek ging.
Daar verviel hij op nieuw in diep
gepeins, ontwierp allerlei plannen en
liet ze even spoedig weer varen,
Toch zweefde het beeld van het
bekoorlijk meisje hem onophoudelijk
voor den geest, Als zij hem met
mocht toebehooren wilde hij niet
langer op het eiland vertoeven,
Veel goeds en vriéndelijks had Al
bert er mogen ondervinden, doch dat
hij daar straks in openbaar bespot
was, ten aanhoore van haar, die zulk
een diepen iudruk op zijn jong ge
moed had gemaakt, dat mocht, dat
kon hij niet dulden.
O, 't zou gemakkelijk genoeg te
ve.geten zijn geweest als zij er maar
met om gelachen had,
Hij zou en moest het weten, mor
gen aan den dag nog, of Rika al dan
niet van hem hield.
Kon hij geen genade in hare oogen
vinden dan zou hij geen dag langer
op de piek toeven, die hem sinda
maanden een gastvrij oord was toe
geschenen.
Hoe ook de afloop van alles mocht
zijn, dit stond bij Albeit vast, dat
hij naar een anderen werkring wilde
omzien. Dat gehate woord wilde hij'
niet weer Hooren,
(Wordt vervolgd.)
2.)
De jongeling trok de stoute schoenen
aan en 'richtte tot Rika de vraag, of
hij haar tot voorrijder mocht ver
strekken.
Voor zij nog kon antwoorden, drong
een der jongelingen, die de vraag
gehoord had naar voren en zei spot
tend „Man, schaam jij je met, zoo’n
harlewak zou met Rika Bruinhof
willen rijden Kom, wees wijzer I
Wat wil die harlewak?
vroegen anderen.
Wel, die wil Rika slepen, was ’t
antwoord, dat een spotachtig gelach
deed opgaan.
Harlewak schreeuwde een guit
vlak bij Alberts oor, en snelde daarop
vlug op de schaatsen voort, gevolgd
door de anderen, die nog harder
moesten lachen, bij ’t armezondaars
gezicht van den vreemdeling.
Machteloos moest hij zich zulk eene
beleediging laten welgevallen, want
allen waren hem te vlug op de schaats.
’t Hinderde hem ’t meest, dat ook
Rika gelachen had, toen hem zoo
smadelijk dat voor hem onbekende
woord aan ’t oor was geschreeuwd.
Wat moest dat beduiden Werd
dit woord misschien gebezigd jegens
vreemdelingen, die een meisje van ’t
eiland het hof maken. Hij zou en
moest er meer van weten.
Albert ging in de giootste tent,
waar de eigenaar reeds aanstalten
maakte om in te pakken.
De andere maiketenters waren be
reids naar huis vertrokken.
De jonge man liet zich een anijsje
inschenken, omdat de marketentei
verklaarde geen chocolademelk meer
te hebben.
„Wel”, zoo ving Albert aan, ver
tel u mij eens wat hier op ’t eiland
oedoeld wordt mtt het woord harlewak.
De marketenter, een echte guit,
die de geheile scène zooeven had
gehoord, zag den vreemdeling een
poos aan en vr?eg toen zoo leuk hij
maar kon „weet je dat heusch niet
//Neen stellig met I”
Nou, zoo noemen zij hier iemand,
die de burgerij de belasting uit den
zak komt kloppen.
Albert antwoordde niets en zag
niet, hoe de marketenter bij zijne
geheel onware mededeeling heimelijk
lachte en zijn best moest doen om ’t
niet uit te proesten.
De jonge man voelde zich diep
ongelukkig.
Rika had gelachen bij dien flauwen
scheldnaam, dat vond hij verschrik
kelijk.
Eensklaps had hij een besluit ge
nomen om nog dien eigen avond een
brief aan zijn moeder te schrijven,
haar te berichten, dat hij iets anders
zou zoeken en met ’t belastingvak,
langer niets wilde te maken hebben.
Peinzend zette hij zich in de sneeuw
op den Kadijk neer.
Maar door naar iets anders te
zoeken, zou bij ’t eiland moeten ver
laten en dan moest hij ook haar prijs
geven, haar, aan wie hij onophoudelijk
met het ttêrste gevoel dacht.
Wat te doen, wat te doen
Ginds naderden nog drie jonge
paren, die onder ’t rijden een lustig
liedje hadden aangeheven,
Welk een verschil toch met hem.
Daar woonde vreugde en zorgeloos
heid in 't gemoed en in zijn binnenste
stoimde en woelde het.
Dat verschrikkelijke woord, dat
ergerlijke „bailewak", waarbij ook
Rika gelachen had, klonk hem als
een duemvonnis in de ooren.
De jonge paartjes, die nog even in
de tent waren binnengezeild, klauter
den over den Kadijk om den reis naar
Oudeschild te vervolgen.
Zij zagen met eenige verwondering
den jongen man daar in de sneeuw
zitten soesen. Een der jongelieden
voegde hem toe: //Nou makkei, je
heot daar ook ’n luchtig plaatsjeia
zou maar zien achter de kactiel te
komen.
Wie is ’t - vroeg een ander.
Wel, die harlewakwas 't ant
woord heb je ’m van middag niet
eene zindelijke
DIENSTBODE.
bij J ZOETELIEF,
Molenstraat, Burg.
van Wetten, die schier een elk telkens in het dagelijksch
leven te pas komen, zoodat het bezit dezer verzamelingen voor een
ieder het grootste gemak oplevert.
en de tweede geheel bijgewerkte druk van NAUTA
Het feit, dat van deze Wetboek en binnen enkele jaren niet minder dan 30000
Ex. verkocht zijn, is wel een bewijs voor hunne practische bruikbaarheid.
K
K
w
i
si—
BRILLEN
V"—’ -■
ff