ZAAIGERST.
Nieuw
EEN HARLEWAK.
Rotterdam-
GAREELEN.
Nieuw I Nieuw I
dïhij tyarling chióóing cfoeóer,
Heerlijk van smaak.
Nieuw
Amerika.
GEZUfflEIDMOU».
gezeteld te SCHAGEN.
1
H B A. A G T
„Engelsch Champion Chevalier”
eenmaal op Texel verbouwd.
I
H H. Landbouwers
Van de zuiverste grondstoffen bereid a 1O
cent per pakje en 25 cent per doos.
bij Gebr. DROS, Oen Burg.
Hoeren rijwiel
PER Wewerstraatdie
aan,
eiken DINSDAG
naar
Almelo opzendt
IKSSEi
Eeuillewn.
Depót bij Mej G ROE-
tot zich zelf
komen, en zoo
Ik zal licht
de goederen geregeldj
Het beste en goedkoopste
adres voor
Ieder gareel wordt naar
verlangd model door mij
gemaakt en een week op
pio^f geleverd.
ALEX. KONING,
Zadelmakerij. Einde Weverstraat.
(Open voor elk scheikundig onderzoek.)
Alléén verkrijgbaar en Gros et en Detail
per 70 K.G. 7,— gulden.
Zoolang de voorraad strekt
R. Joh. KEIJSER, Burg.
Goedkoopste, Beste, Vei
ligste en vlugge overtocht
met de Ie klas SALON-
BOOTEN van de HOLLAND-
AMERIKA LIJN.
Plaatsen te bespieken bij den Agent
W. P, LAP
Weverstaart, hoek Julianastraat.
TE KOOP:
een kettinglooze
met goede banden bij
W. van BOVES,
de Coc^siorp.
9.)
Het ongelukkige meisje barstte in ’n
zenuwachtig snikken uit en bleet wel
tien minuten in dien toestand, als een
beeld van wanhoop en vertwijfeling
Doch o.k zij deed zich geweld aan
om hare kalmte te herwinnen.
Komaan, sprak ze
Boortje kon wel eens
moet, ze mij niet zien,
aansteken.
Rika gaf uitvoering aan dat voor
nemen.
Doortje van Dam was gewoon ia
’t schemeruurtje hare vriendin zoo nu
en dan eens te bezoeken. Vooral
deed zij dit sinds de laatste dagen,
nu Rika wel behoefte had aan een
vriéndelijk en opwekkend woord.
Juist wilde Doortje ook nu hare
vriendin een bezoek breugen toen de
deur van hare woning werd geopend
en een krachtige stem „volk” riep,
Zij herkende die stern niet.
De bezoeker, een zwaar gebouwde
vreemdeling, met een forsch voor
komen en een prachtigen vollen baard
liep haar toe: nBoortje, kent ge mij
niet meet
Neen, mijnheer I klonk het
weifelend.
Ik kom U een groet brengen van
uwen schoonbroeder uit Australië.
Wat zegt gij mijnheer I uit Au
stralië
Ja. In Boston heeft hij wu laatsten
brief ontvangen.
Hé, en is Lij nu in Australië?
Ja, maar kent gij mij niet meer?
Uw stem klinkt mij wel bekend
toe; maar komt U binnen, mijnbeer.
De vreemdeling voldeed aanstonds
aan die uitnoodiging.
Einde maand Maart aan-
jjggMiF’ staande kom ik met mijn
motorboot van Zeeland met een ver
huizing naar Oudeschild, Texel.
Diegenen die van het eiland Texel
met mij willen verhuizen naar Zeeland
melden zich vóór 15 Maart.
Adres: H. DE BIJKE,
Motordieust,
Zonnemaire, Zeeland.
HET COLLEGE VAN ÖAÖ2-
LIJKSCH BESTUUR van den
polder Waal en Burg op Texel, brengt
ter kennis van de Ingelanden, dat
de voorloopig goedgekeurde rekening
en verantwoording over het jaar
lb09 ter inzage is gelegd ten huize
van oen Secretaris Penningmeester
aan de Waal van lieden af tot
den 21Nten Februari aan
staande lederen werkdag van ’s
morgens tien tot 's middags een uur.
Het College van Dagelijksch
Bestuur voornoemd
A. 0. KEIJSER Voorzitter.
C. J. ROEPER, Secretaris.
De Openbare Vergadering,
bedoeld in Art. 27 e der Gezond
heidswet
(ter behandeling en vaststelling
van het Jaarverslag over 1909)
z”l geh< uden worden op Woensdag
16 Febr. as. des namiddags te
1 uur in het Raadhuis te Schagen.
De Gezondheidscommissie
voornoemd,
Mr. S. MEIHUIZEN, Voorzitter.
CORN. VISSER Az, Secretaris.
waar
Er moest toch iemand zijn die 't
kocht, en vindt ge zelf niet, dat uw
vader het verdriet moest bespaard
worden op zijn leeftijd dit huis nog
te ontruimen?
Gij zijt meer dan goed -sta
melde zij verlegen, terwijl tranen van
dankbare aandoening in hare oogen
parelden.
Eu mag ik nu voortaan ’t geluk
met U deelen, Rika vroeg hij ter
wijl hy hare hand omvatte.
Ja, lispte zij zacht en greep zijne
andere hand, terwijl zij ’t blonde
hoofd voorover boog.
Met een nooit gekend gevoel van
de reinste vreugde sloot bij haar in
de armen en drukte een kus op hare
lippen.
Tranen van geluk en innige dank
baarheid parelden large Rika’s wangen.
Toen vader Br uinhof te huis kwam,
vond Lij er twee gelukkige ment enen
en hij zelf maakte ’t drietal voltallig,
EINDE,
Toen hij voor de tafel stond en ’t
lamplicnt op zijn gelaat viel, meende
Doortje toch ouk kennis te zien aan
zijne trekken.
Ik ben de man van den brief,
Doortje, klonk ’t diepe basgeluid van
den bezoekerz/zou ik te laat zijn
gekomen
Wall Albert de Gelder, zijt gij
het
Neen, ge zijt nog niet te laat;
Rika wacht nog altijd. Doch ga zitten.
Nu was het over en weer vertellen,
verklaren en ophelderen, nu en dan
verbroken door uitroepen en vragen.
Maar toen Albert, die een reis met
allerlei Hindernissen hal gehad en
rechtstreeks naar Texel wasvoortge
sped, vernam van den onvrijwilligen
verkoop, die misschien reeds nu ge
houden werd, zei hij tot Doortje, ter
wijl hij haastig opstond ik wil eerst
trachten te redden wat gered kan
worden.
In weinige minuten bevond bij zich
in het verkooplokaal, een langwerpig
vierkant lokaal, zoo vol rook en
damp, dat hij wel de stem van den
ijslager hoorde, do^h den man zeil
slechts in flauwe omtrekken kon zien.
Het lokaal was vol nieuwsgierigen
en belanghebbenden.
Men gaapte den vreemdeling
die bij de oeur bleef staan.
Juist was de afslager of veiler be
zig om alles in massa te veilen.
Eerst was ieder stuk land en daarna
de hofstede afzonderlijk geveild en
nu zou alles gecombineerd worden
aangeboden.
»De hofstede met. de landerijen^,
zoo liet zich de veiler met klank volle
stem hooien„heeft in bod mogen
gelden zesen veertigduizend achthon
derd en vijftiggulden, en ik zet er
tienduizend gulden boven.
Er heerschte een ademlooze stilte
in de verkoopingszaal.
Negenduizend vijfhonderd gulden,
negenduizend gulden, ging de veiler
weer regelmatig en langzaam vooit;
achtduizenbvijihonderd gulden.
Mijn 1 klonk een krachtige
basstem, en aller oogen wendde zien
tot den vreemdeling.
Wie heeft dat? vroeg de afslager
of veiler.
Ik mijnheer I
Ja, maar wie is ikwij moeten
een naam opschrijven, mijnheer 1
Nu schrijf maar wat zet maar
harlewak l
Een gegichel klonk uit de menigte
Kom, asjeidieft geen gekheid, zei
de veiler eenigszins verstoord wie
zijn je borgen
Die heb ik hier, en hield een
handvol bankpapier in de hoogte.
Dat zijn de beste borgen, luidde de
grappige opmerking van den veiler,
<iie er aanstonds op liet volgen »wrl
mijnheer dan maar binnenkomen
Gereedelijk werd aan die uitnoodi-
ging voldaan, ofschoon het den vreem
deling niet weinig moeitte kostte zich
door de menigte een weg te banen.
Allerwege zag men hem uitvorschend
aan, doch hoe nieuwsgierig men ook
was, niemand herkende den vruegeren
volontair van den ontvanger Geelhuis.
De kooper groette den notaris en
diens klerken, benevens de verdere
in de verkoopingskamer aanwezigen.
Jacob Bruinhof staarde dof voor
zich, het hooid geleund op de rechter
hand.
Wil mijnheer maar zoo goed zijn,
ving de notaris aan, mij even in te
lichten op wiens naam de geveilde
perceelen moeten worden ingeschre
ven
Zeker, mijnheer 1 luidde ’t ant
woord. Schrijf alles ten name van
Mejuffrouw Rika Bruinhof'. -
Bij ’t hooren van dien naam richtte
Rika’s vader zich op en staarde den
vreemdeling onderzoekend aan.
De boer begreep er letterlijk niets
van ’t was of hij droomde.
Aloert trad naar hem heen, stak
Bruinhof de hand toe, diukte de zijne
recht hartelijk en wenkte hem in
een hoek der kamer. Daar fluisterde
hij eenige oogenblikken met den ver
baasden mat en verzocht hem de
voorloopige formaliteiten met den
notaris te willen regelen.
De vreemdeling wenschte op die
plaats niet langer te toevenzijn
hart trok naar Rika die, onoewust
van de gunstige wending die haar lot
lÈad genomen, zich aan droefgeestige
mijmeringen htd overgegeven.
’t Schoone hoofd, op de beide handen
geleund, zat zij daar in de eenzaam
heid bij 't flauwe lamplicht.
Albert had den notaris de koopsom
met het opgeld ter hand gesteld en
op zijn verzoek een voorloopige kwi
tantie ontvangen, die ten name van
Rika was gesteld.
Voorzien van dit kostbaar papier,
snelde Albert naar de hem zoo wel
bekende woning. Reeds lang had hij
overdacht wat hij zoo al tot de uit
verkorene zijns harten zou zeggen.
Luid bonsde zijn hart toen hij het
huis van Jacob Bruinhof naderde.
Met eenigzins onvaste hand opende
hij de deur en liep in de richting
der woonkamer.
Zacht tikte hij aan de deur.
Rika schrikte, doch zich snel her
stellende, nep zij den bezoeker een
i binnen" toe.
Albert draaide de deurkruk omen
trad in de flauw verlichte kamer.
Het meisje staarde met verbaasden
blik naaf den vreemden bezoeker.
Albert vond haar nog veel schooner
dan bijna zes jaren geleden. De gui
tige, ietwat schabische trek was van
’t fraai gevormd gelaat geweken. De
ernst des levens had ook dat mooie
kopje aangeraakt en er eene adellijke
uitdrukking aan gegeven. Van alles
wat de jonge man zich voorgenomen
had haar te zullen zeggen, herinnerde
hij zich bijna niets meer.
«Rika", zoo bracht hij er met moeite
uitRika, hoe vaart gij Ik kom
emdelijk het antwoord halen op mijn
brief van vijf jaren geleden.
Albert, zijt gij het? vroeg
ze en werd beurtelings rood en bleek,
terwijl zij zich aan de leuning van
haien stoel steunde, om hare innige
ontroering te verbergen.
M-ig de Harlewak nu van uwe
lippen hooren of ge de zoetste wensch
zijn levens wilt vervullen
De Gelder, hernam ze, en
deed zich geweld aan om hare stem
eenige vastheid te geven ik heb
steeds veel van U gehouden. Waart
gij gekomen om een antwoord, nu
vijf jaien geleden, dan
Maar waarom zou ’t U niet moge
lijk zijn mijn innigst verzoek thans
even goed te verhoeren? Uw hart
is toch vrij, Goddank 1
Dat is zoo. De omstandigheden
zijn echter zoo geheel anders dan voer
vijf jaren. Wij hebben veel tegen
spoed gehad, en zoo is ’t er toe ge
komen, dat heden dit huis en al ons
land moest worden verkocht.
En weet ge reeds wie de kooper
geworden is
Vader is nog niet terug en ik
weet ook nog niet of de verkooping
reeds is afgeloopen.
Ja, die is afgeloopen ik ben er
geweest. Verbeeld je, Rika, dat het
liefste meisje van Texel eigenares van
alles is geworden.
Wat zegt U
Hier, lees maar, lieve Rika, en zeg
mij dan ook of ik die rijkdommen
met U zal mogen deelen
Hij had haar het papier toegereikt,
dat zij met klimmende verbazing
doorlas.
De Gelder, sprak zij schuchter
en verlegen uit cit papier blijkt
mij, dat alles mij in eigendom toebe
hoort, maar gij zijl de kooper, niet
I
I
Beleefd aanbevelen 1,