j Stuiverspotlooden. G.J.O.D. DIKKERS RIJWIELHANDEL MOLENSTRAAT. Voor ieder oen. Admiraal De Ruyter en zijn Loods. een nieuwe Schuur met Erf, HANDEL IN Gresbuizen en Friesche buizen SLIJPSTEENEN under GARANTIE. Aardappelenhandel. Aardappelen, Boekhandel W- C. REU BT.B. Winkeliers flink rabat Mejuffr. E, Weeveringh met het onderwerp; „Waarom heelt de vrouw het kiesrecht noodig Propagandise!!» en vrije voordrachten door Mej. G. KFIJSKR. REGULATEURS en HORLOGE’S voor den spotprijs van f4,75 Goed en Goedkoopste adres van Rijwielen, Banden en Onderdeden. Be prijs is per stuk 3 Cents, per dozijn 30 Cents. W. O. REiJ VROUWENKIESRECHT I i GARANTIE Reparatie- en Emailleer-inrichting, 9 Feuilleton. aan en 'V op, (Wordt vervolgd), Historisch-Romantisch verhaal. heer admiraal, waarna de vlootvoogd zich in zijn kamer terugtrok. De waard greep het dienstmeisje, TE IBUUi; een net Burgerwoonhuis in de Molenstraat. Te bevragen bij s p. Ki in. Te koop gevraagd beste rooien of witte AARDAPPELEN. II. MAAS Hz Burg. TE HUUR: gelegen achter de Molenstraat. Te bevragen bij S. P. ZIJM Westen GROOTE VOORKAAI) vanaf 4 tot en met 35 cM. VERBIND1NGSBUIZEN, enz Het eerste adres van Aanbevelend J. Ph. BAKKER Weverstraat. NIEUWE VOORKAAD puike Friesche en roode Duitsche Prijzen scherp concur reei end. Aanbevelend, J Ph. BAK K ER, Weverstraat Haoï'eimani schril! Heden uit het Buitenland ontvangen een ruime sorteering met gezicht kundig geslepen glazen en vernikkeld montuur. Prijs f 1.00 per stuk. Brillen. op advies van H. H. Artsen vooi geschreven worden op nummer geleverd. Afileeliug TEXEL op Zaterdag 26 Februari ’s avon is 8 uur in het hotel «DE LINDEBOOM». SPREEKSTER Entrée niet leden 15 cent. HET BESTUUR. F om grappig OPRUIMING van tegen veel verminderde prijzen mets 2 jaren M. WIERINGA Warmoesstraat. Notaris te Texel, zal, op Vrijdag 25 Februari 1610, ’s avonds 7 uur in het Hótel «Texel" aan den Burg op Texel, publiek verkoopen a. Een perceel Weiland met Boet, genaamd „üiepwaal”, in Bur- ger-Nieuwland Sectie H. nos. 1407 en 14ü8 groot 3 30,70 Heet. b. Een perceel Weiland, ge naamd „Siuisstuk", in Waaien Burg. Sectie I no. 415, gioot 3 58,00 Heel. en c. Ken perceel Weiland ge naamd «Fransen land" aldaar, sectie I. no. 315, groot 2,10,90 Heet. In eigendom behoord hebbende aan wij[en den heer 0. Bz. BAKKER, Aanvaarding en betaling -0 Maart 1910 Door het aanschaffen van een groote Emailleer-Moffel- oven ben ik in staat gesteld uw Rijwiel fijn te Email- leeren Aanbevelend, j. leeih. De waardin ging terstond in een adem door: Uwe Excellentie doetens telkens de eer aan om bij ons te logeeren en onze zaak te begunstigen. Eu nu zouden wij zoo graag, bracht de kastelein er tussenen in, doch een nieuwe stoot in zijn zijde, door zijn gemalin toegebracht, deed hem plot seling zwijgen en nijdig sprak zij, halfluid „Houd dan toch je mon id toen weer tot den admiraal, de met moeite een glimlach bedwon en nu zouden wij zoo gaarne onze herberg willen noemen naar Uwe Edelheid „De admiraal de Ruyter." Kunt u ons dit toestaan, edele admi raal waagde Arend nog er aan toe te voegen. Uwe bedoelingen stel ik op hoogen prijs, antwoordde de slotvoogd maar toch kan ik tot mijn spijt met aan uw verlangen voldoen. Doch ik heb er niets tegen, zoo gij op uw uithang bord wilt schilderen den raam van mijn schip „de Zeven Provinciën” dat is immers een m-iam, die klinkt als een klok. Nu wilt gij mij zeker wel toestaan weer in mijn kamer ta gaan, waar ik nog veel heb te doen. Daar werd 't oog van den slotvoogd Marijke gewaar. Ha, zei hij, Manjke, jij kunt zeker wel even eene bood schap voor mij doen. Tot uw dienst, heer admiraal, her nam ze sterk blozend, nu zij tot den vlootvoogd het woord had te rienten. Weet gij waar de loods Piet Mein- dertz woont O ja, heer admiraal, vlak naast den bakker. Goed 1 Loop dan terstond naar hem toe en vraag of hij spoedig bij mij kan komen. Ik wacht hem. Marijke boog, ik ga onmidiellijk lat haastig het haar gegeven Oevel wilde volvoeren bij den arm en zei loop metten oij meester Joost Jaspers/ den schilder, aan en vraag of hij even naar hier komt. Ik ga terstond, hernam Marijke voegde de daad bij ’t woord. Wat moet jij met Joost Jaspers? vroeg de kasteleines, ietwat korzelig. Wel, begrijp je dat niet? Voor ons nieuwe uithangbord. Eisjes gezicht klaarde eenigszins op. Ja, sprak ze, dat is goed. Hij staat nier nog althoos in ’t krijt, dan heb ben wij gelegenheid eens met dien sinjeur af te rekenen. Nu weet ikniet, mompelde de waard als bij zich zelven of wij er ook een schip bij zullen laten schil deren. Zeker moet er een schip op her nam de vrouw des huizes, hoe zouden ai anders weten, dal het schip „de Zeven Provinciën*' weid bedoeld? Er moet een mooi groot schip op, met vplle zeilen en dan er omheen geschilderd, met sierlijk vergulde letters „de Zeven Ptovinciën." De waard kreeg weereen plaagbui en voegde zijn snibbige wederhelft spottend toe; Ik denk wel, dat er mi t zoo'n schip beter land zal zijn te bezeilen, dan met mijn hu/velijksboót. Wat ben je weer ellendig vei velend stoof ze geraakt op. Kom, kom, zei Arend vergoelijkend, ’t is maar een beetje zotteklap. Tot iets anders ben jij ook niet in staat, krijschte zij en toen, haren m«n bij den arm nemende riep vrouw El.-je uitMaar kom, nu dadelijk naar ile Keuken daar is nog genoeg voor je te doen en dat wicht blijft ook maar uit ’t is een i kuikens uitstuurt te doen. te doen en dat wicht blijft ook „1. 1-a ramp als je zulke uils- - -j om een boodschap Maar moeder, merkte Arend op, je praat van één boodschap’t kind moet er wel twee doen. Span je maar niet in te zijn, voegde zij hem op haar kijf toon toe; daarvoor oen jij toch niet in de wieg gelegd. an voegde hem toe//houd je mond miarl“ Toen zich op radde wijze tot den slotvoogd wendende, vervolgde zijEen verzoek edele admiraal, dat u edele ons zeker niet zult weigeren. ’t Kan er naar zijn, luidde ’t ant woord maar zeg mij dan liefst alles spoedig en zorder omlegen; want ik beb nog veel te regelen. 3.) Ben je hier, Marijke klonk ’t haar tegen. Ja, Hé, Dina? Jij hier? ’t Was Marijke’s beste vriendin, de dochter van den broodbakker uit de buurt. Ik kwam eens gauw hooren, Ma- rijke, sprak Dina, wat er aan de hand is. Ik weet niet wat je bedoelt. Ze zeggen dat hier een renbode is aangekomen met de tijding dat er een groote Eugelschen vloot naar hier komt. ’t Moet juist om hem te doen zijn. Ze zeggen, dat de Eugelschen aan ’t strand zullen landen, om dan, even als op Terschelling, alles te vernielen en plat te branden. Dan willen ze ze den braven admiraal gevangen nemen en naar hun land meevoeren. Dat ze zooiets willen is te begrijpen maar dat ze zooiets kunnen is met te gelooven. Onze groote admiraal zal ze wel een ander liedje leeren zingen. Ik ben ook niet bang d«,t zij hem een haar zullen deren maar toch je kunt nooit eens weten wat er ge beuren kan. Ik wilde je daarom maar alleen zeggen, dat als ooit de Enge'schen hier landen, jij dan maar dadelijk naar ons moet komen. Je »veet, dat wij in onzen kelder een ge heime schuilplaats hebben. Daar zullen wij dan tenminste, veilig zijn. Dina, ik dank je hartelijk dat je aan mij gedacht hebt. Mocht ooit de nood aan den man komen, dan weet ik bij u in veiligheid te zijn Je toont opnieuw mijn beste vriendin te zijn. Met een hartelijken groet toog Dina weer heen en Wouter met ’t hoofd uit de kast riep zacht tot zijn liefje hoe is ’t, is nu ’t vaarwater voor mij vrij, dan ga ik maar meteen onder zeil. Reeds wilde hij uit de kast stappen, toen er weer bezoekers schenen te naderen. Wouter verdween dus weer snel in zijn schuilplaats juist toen vrouw Elsje binnentrad en snibbig tot Marijke zei Wat is de admiraal nu nog in zijn kamer? Dat wordt vervelend! Zoo’n man moest immers al lang naar zijn schip zijn 1 Zoo kunnen wij hier niets opschieten. Ja, de admiraal is er nog, vrouw Elsje en er is ook nog iemand bij hem, die belangrijke tijding schijnt gebracht te hebben, ’t Was een renbode. Een renbode! Wat zou die vo t gewichtigs hebben te boodschappen vroeg de waard die achter zijne vrouw was komen aansliffen. Ja, dat weet ik ook niet antwoordde Marijke schouder ophalend, doch de waardin lei de vinger op de lippen en beduidde dat men niets moest zeggen. Ik hoor gestommel, fluisterde zij, de admiraal komt zeker hierheen. Dan hebben wij misschien een mooie ge.egenheid om hem vergun- uing te vragen voor ons uithangbord, sprak de kastelein. Ja, dat zou zoo kwaad niet zijn, hernam Elsje, maar laat ik dan maar praten. Jelui mannen, raken to h dadelijk de kluts kwijt als je met de booge overheid wat hebt te bedisselen. Daar werd de deur van de kamer des admiraals geopend. Hij trad naast den renbode in de wachtkamer en voegde den laatsten toe Dus gij kept nu mijn besluit. Gelieve ter stond mijn antwoord naar den Haag over te brengen. Tot uw dienst, heer admiraal, hernam de renbode, salueerde en verdween haastig. Nu beantwoordde de vlootvoogd minzaam de groeten van het echtpaar, dat maar al had staan neigen. Arend schraapte al zijn meed bijeen, kucatte eeuige malen en bracht toen met moeite uit: „Hooggeachte admi raal, vergun mij asjeblieft een hm hm een verzoek Elsje stootte haren man m de zijde Een goed potlood te leveren is zeer gemakkelijk, doch voor lagen prijs is minder gemakkelijk. Toch kunnen wij dit. Wij hebben voorradig potlooden merk „MOOIt” die alle eigenschappen bevatten, welke men alleen bij goede kwaliteiten aantreft en wel I diepzwarte kleur niet afbrak kelen of breken «Ier stillen. I BRILLEN v 1

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Nieuwe Texelsche Courant | 1910 | | pagina 4