KINDER en SPORTWAGENS Waschmachine’s en Waschfornuizen Den Burg. Jachtwagens en Tilbury’s bij T II SCHOT, Waal. M. A. KUIJPER I BANDEN I HET TOPPUNT DER VOLMAAKTHEID. De Vondeling. in voorraad tegen zeer lage prijzen bij M. A. KUIJPER Aanbevelend. Nederlandsche Hypotheekbank te Veendam, verstrekt geld op eerste hypotheek matige rente en geeft 4 J pandbrieven uit. Inlichtingen verstrekt, Continental Caoutchouc &Gutta-?erchaComp.| Prinsengracht, 1077 AMSTKROAM. koopt men het voor- bij Algemeen Weeshuis. deeligst Rijwielen, Motorrijwielen, en Automobielen. Hoe Uilenspiegel aan zijn vrouw kwam, Verkrijgbaar in verzegelde pakjes van f0,16, f0,20, f0,25 en f0,30p. ons I (Slot volgt.) -- Tot het in ontvangst nemen van verschuldigde gelden, wegens Land- huur, Hooigewas enz, zullen Regen’en zitting houden op Vrijdag 24 Juui 1910, van ’s morgens 11 tot 's namiddags 1 uur. HET BESTUUR. P. J. KOXIXG, den Burg Texei Debeide echtgenooten zagen elkander glimlachend aan en bestegen toen, den hemel in ’t hart dragende, het rijtuig, dat voor hun huwelijksreis gereed stond. EINDE. 3J en Feuilleton. Weder ontvangen beste 2<le bauds in huishoudelijke artikelen. VOOR Het beste van het beste der hoogontwikkelde I bandentechniek. Pijnlijkst zorgvuldige keuze der ge bruikte grondstoffen. Door eerste vaklieden bewerkt. Langjarig geschoolde intelligente arbeidskrachten, In den tijd toen de wereld er nog uit zag alsof een jongen hier en daar een huisje uit de ark van Noach ver loren had, lag niet ver van een van een landstraat misschien slechts op twee minuten eene mooie groote boerenhofstede. Zij hoorde toe aan een flinken boer, die nog nooit de notaris had noodig gehad, en nauwe lijks van ’t hooren zeggen wist wat een hypotheek was. Die boer heette Ulle Frans. Hij was nooit verder geweest, dan in het dorp en op zijnen akker, waar hij ’s morgens vroeg en ’s avonds laat nog bezig was, zoo kon hij spoedig den eenen daalder op den anderen op zijde leggen, die reeds tot een flinken hoop was aan gegroeid, doch geheel en al tevreden was hij niet. Hij had slechts een kind en dat was zijn Liesje. Het was zijn oogappel, zijn een en alles. Als hij op het veld was en dan land en hof bezag, die er zoo fl.nk uitzagen omgeven door groote oude boomen, dan vroeg hij zich alWie zal eens na mij de baas zijn Ja zeide hij in zich zelven had ik een zoon, dat was wat anders, maar aan welken vent zou mijn dochter wel eens blijven hangen, zoo redeneerde hij in zijne boerentaal. De zorg die de vader kwelde kende Liesje niet. Zij ver heugde zich in haren twaalfjarigen ouderdom, leefde en zong als een nachtegaal, hielp moeder in de huis houding en was in het geheel niet bedroefd dat haren neef Tijl die steeds vol guitenstreeken was, sedert eenigen tijd bij hun was komen wonen, om vader bij te staan, en zulke goede hulp verleende als drie knechten, Tij 1 heette men „neef" Tijl, doch dat stemde niet geheel en al, Tijl zijn grootvader en Liesje haar groottante nadden dezelfde overgrootouders gehad en zoo was de geheele verwantschap niet ver heen. Doch niettegenstaande dat, had Uile Frans indertijd aan Tijl een goed werk gedaan. Hij was juist van school af en voor zijne veertien- jarigen leeftijd een flinke straffe jongen wen zijne ouders spoedig achter elkaar stierven. Het waren brave, doch arme lieden die met een klein kraampje de kermissen bezochten. Toen stond de arme Tijl geheel moederziel alleen on de wereld en hij kon van geluk spreken dat pachter Ulle Frans zich over hem ontfermde en mede naar zijn huis nam. (o) De jaren bleven niet staan, en uit Tijl en Liesje, die als kinderen te samen waren gekomen, waren flinke jongelui gewassen. Als Tijl zijn klein zwart kneveltje opdraaide en meer als noodig was, een verstolen blik op Liesja wierp dan vond hij dat zij een erg net lief meisje was. En daar Tijl ook geen bult had en ook niet scheel zag, integendeel een jongen gelijk een den was, zoo zag Liesje hem ook liever in zijn gezicht dan op zijn rug. Kort en goed er kwam een dag, het was de laatste Meidag van het jaar toen kon men de nachtegaal die in den boomgaard z’n nest gebouwd had veel schooner hooren zingen, want hij misschien gezien hoe twee menscben- kinderen gekust hadden. Zij hadden zich ook van harte gaarne, en be loofden niet meer van elkaar te te scheidenevenwel het was het oude leed zij was rijk, hij was arm; wat zou er van komen. 6.) De baron streek zich de donkere wolken van het voorhoofd en verdween langs de deur der zijkamer, terwijl de dokter zich de handen wreef en met een hoogst spotachtigen glimlach de deur uitging. Een slanke gestalte in een grijs achtig reispak stond voor de vleugel piano een muziekboek door te bladeren Zij had de baron den rug toegekeerd die bij den eersten aanblik reeds een vreemde gewaarwording gevoelde. Langzaam ging hij naar haar toe zeggendePardon, waarde, ik ben baron Norbeck. De dame keerde zich bedaard om maakte een lichte buiging en ant woordde glimlachend Ik ben Agatha Seefeld I Verstomd zag de baron haar aan, bracht snel de hand aan zijn voorhoof! alsof hij betooverd was en stamelde eindelijk: Agatha 1 zijt gij het waarlijk Ja mijnheer de baron I ik ben het werkelijk die door den slechten Don Juan zoo wreed verworpen ben. En gij neen, dat. is immers niet mogelijk, riep de baron buiten zich zei ven, hare band giijpende, zijt gij de bruid die oom voor mij bestemd had. Die gij uw hand geweigerd hebt, ja zelfs geen aanzien waardig vond nu ja, ik kan u geen ongelijk geven de verfoeilijke draak O, stil, stil smeekte hij haar nog als een droom aanstarende ik ben er voor gestraft geworden denk een aan den Don Juan. En gij bemint mij, Agathahebt mij aan stonds herkend en den spot met mij gedreven. Ik ken u uit het portret en wilde u voor uw vooroordeel wat laten boeten. Ei zie daar nu dien Don Juan eens riep de dokter zijn hoold tusschen de deur stekende ik zeg het altijd, waar hij ook komt wordt hij verliefd. Zachtjes baron 1 gij hebt de verfoeilijke draak afgewezen, hebt gezworen Ach doktertje I Vaderlijk heb gij mij voor den meineed bewaard jubelde de baron wat hebt gij mij voor den gek gehouden 1 Nu, dank de Voorzienigheid en mij dat gij van uwe verblinding genezen zijt riep de dokter ernstig uit ik heb de grillen van de edelmoedig heid overwonnen en h^ar tegelijkertijd met u op reis gezonden. Het was de Voorzienigheid echter, die het verlaten kind op uw weg zond, om u alzco tot elkander te brengen. En dat kind zal ons dierbaar blijven als ons eigen riep de baron waar hebt gij het gelaten, mijn kleine lieve bruid I Hier ben ik papa, antwoordde de kleine Frederika, verlegen uit een verborgen hoek voorden dag komende. Ach, mijn goed kind kom aan ons hart, wij zullen voortaan uwe ouders zijn en nooit zullen wij het ver geten, wat wij u te danken hebben. Eu uw oom P vroeg Agatha met een schalkschen glimlach. Zijn aandenken zij gezegend riep de baron heeft mij toch lief gehad 1 Geheel ontroerd omarmde hij Agatha en de dokter voegde met een stom maar goedkeurend knikje zijn amen er bij. Dat de bruiloft spoedig gevierd werd, behoedt wel geen vermelding, zij hadden immers geen reden hun huwelijksgeluk langer uit te stellen. Op derzelden dag ontvingen zij nog een kaartje met de namen Angelique Hubert Vorst Iwan Golikow, tetten THIIERE’S THEE aa— hinnrviu

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Nieuwe Texelsche Courant | 1910 | | pagina 4