Ongelukken door het onweder UIT DE PERS! met 16de «,ki« de er bloedvergiftiging was ingetreden na den slange- beef, wordt uit" Arnhem gemeld, dat de knaap vier weken geleden gebeten, en vervolgens ook in het Sint-Elizabeth's gesticht verpleegd, maar zoo goed als hersteld is, dank zij de flinke en doeltreffende voorzorgsmaatregelen tegen het vergiftigen van het bloed, terstond nadat hij gebeten was. De weduwe B. te Utrecht, moeder van vier kinderen, maakte zich over een hunner, wien zij verbood, zóó driftig, dat zij een beroerte kreeg en op de plaats dood neerzeeg. Men schrijft uit Apeldoorn aan het U. D.: Toen bij een opkomend onweder de dienstbode van den heer C. aldaar naar boven ging om de ramen te sluiten op eene kamer van een inwonend familielid, werd haar bij het open doen der deur de lamp uit de hand geslagen door een tot nog toe onbekend persoon. Door den heer C. en zijne dienstbode werd een onderzoek ingesteld, doch niemand gevonden. "Wel kwam men tot overtuiging, dat eene kast was opengebroken en dat eene trommel met waarde werd vermist. De trommel werd kort daarop bij het huis teruggevonden, ontdaan van het geld en geldswaardig papier, alsmede van eenig familiepapier. Vreemd genoeg was het goud en zilverwerken, dat een vrij belang rijke waarde heeft, nog in den trommel. Van den dader is nog niets bekend. Volgens een ander bericht is de diefstal gepleegd ten nadeele van mej. B., en bedroeg het ontvreemde ruim f 1400. Ook het afschrift van haar testament is ontvreemd. Een tweejarig jongetje te Vrij hoe ven-Cap- pel, op het erf van een zijner buren zonder toezicht rondloopende, is in een openstaand privaat gevallen en levenloos daaruit opgehaald. Uit Gennep wordt het volgende geschreven Twee vrienden brachten dezer dagen een buurman in de buurt der gemeente K. een bezoek. Al aan stonds viel 't oog op een op de tafel liggenden revol ver op de verzekering van den eigenaar, dat het voorwerp niet geladen was, werd het door een der personen, die nimmer een dergelijk wapen gezien had, bezichtigd. Op hetzelfde oogenblik knalde een schot en... de Duitsche pijp, die zijn kameraad in een der zijzakken had geborgen, vloog in honderd sfukken. De kogel miste zijn verdere uitwerking, de man kwam met den schrik vrij en behield nog zooveel tegenwoordigheid van geest, dat hij zijn onvoorzichtigen vriend toevoegde „gij betaalt de piep, manneke sonst schick ik oe den deur waarder. Als verjaarsgeschenk moet H. M. de koningin van den koning een diadeem van f 150.000 ontvangen hebben. Eene vrouw te Nieuwe Tonge had haar dochtertje van 7 maanden te bed gelegd en moest een kwartier later tot de treurige ontdekking komen, dat haar kind was gestorven hel had zich onder een kussen ge woeld en was gestikt. Te Maastricht werd deze week een schut ter, die nog geen uniform had ontvangen en zich naar het exercitieplein begaf, door een agent van politie gesommeerd, zijn geweer naar huis te brengen, als zijnde het dragen daarvan in strijd met de wet: De schutter, tusschen wet en plicht moetende kiezen, voldeed aan de wet en kwam zonder geweer bij de oefeningen. Gedurende deze week werden te Deventer acht heerenhuizen van het lood der daken beroofd. Het is der politie gelukt den dader, een gewezen loodgietersbaas, in handen te krijgen. De Arnh. Ct. verhaalt de volgende ware geschiedenis uit het leven van een ambachtsman. Het was in de stad X. mode geworden, zich bezig te houden met werken van barmhartig heid, en zoo konden menschen, die een naam hadden op te houden, er zich naar hun meening niet aan outtrekken. Aan den avond van den dag, dat een bleeke schoenmaker zijn rekeningen bij vernieuwing had uitgeschreven en rondge bracht, door den nood gedreven, en er ook een had afgegeven aan het huis van den hoofd ambtenaar Y, zonder betaling te ontvangen, was er een concert ten bate van een Vereeniging tot het redden van jeugdige misdadigers. De vrouw van den hoofdambtenaar bezocht het met haar kinderen. Een aanzienlijke uitgave veroor zaakte het, maar zij gaf het geld gaarne, want zij was lid van de vereeniging, die het reddings huis stichtte, en bezat een warm hart. Had zij maar voor alle jonge zondaars met groote offers het ware heil kunnen koopen 1 Het con cert was ten einde. Omdat het weer goed was, ging mevrouw met haar kinderen te voet naar huis. Onderweg ontmoette haar een politie beambte, die een knaap als gevangene wegbracht. Zij vroeg: „Wat heeft het kind misdreven? jrHij heeft gestolen," luidde het antwoord. 0Alweer zoo'n ongelukkig wezen, dat in ons reddingshuis te huis behoort," zuchtte me vrouw. Den volgenden dag kwam de hoofd ambtenaar met een zeer ernstige, bedroefde uitdrukking op het gelaat in de kamer. Het oudste kind van onzen schoenmaker heeft gisteren den diefstal bedreven, waarvan gij spraakt," zeide hij. - //Wat, zijn kind! riep zijn vrouw ontsteld uit„de schoenmakers jongen, die ons altijd zijns vaders werk te huis bracht? O! dat is verfoeilijk, dat menschen stelen, die goede verdiensten hebben." Weet ge echter ook, mijn liefste," hernam haar echt genoot, „aan wie de knaap schuld geeft van het kwaad, dat hij heeft misdreven Aan u en onze kinderen." „Hoe afschuwelijk!" riep de vrouw uit. „Ja," hernam hij, „als men het knaapje vroeg, wat hem tot zoo groot kwaad bracht, bleef hij stom. Als men er hem op wees, dat men niet begreep dat hij tot zoo iets kwam, die zulke brave ouders had, zuchtte hij en begon te weenen. Op de vraag, waarom hij stal antwoordde hij„Uit honger, want we hadden den geheelen dag niets te eten gehad "We konden het niet meer verdragen. Vader had geen brood voor ons." Op de opmerking, dat zijn vader toch een goed schoenmaker was, die goede klanten en goede verdiensten had en vlijtig en spaar zaam was, antwoordde hij verder: >Ja, vader heeft werk en arbeidt van 's morgens vroeg tot 's avonds laat." En als hem dan verder gevraagd werd, of vader dan zijn verdiensten in de kroeg verteerde, barstte hij los: „Neen! Vader heeft geen schuld, maar mevrouw Y. heeft schnld en veel heeren en dames, die vaders klanten zijn, maar hun rekeningen niet betalen. Ach! ik geloof dat ze hem voor rijk houden, maar door de concurrentie zijn de verdiensten zoo klein en moet het meeste geld terstond naar den koopman in leder." Mevrouw Y. verbleekte. De geheele treurige geschiedenis stond haar in eens duidelijk voor oogen. Zij gaf aalmoezen aan bedelaars, steunde allerlei werken van barmhartigheid, maar bij al die werken van liefde had zij haar eersten plicht verzuind: den nijveren handwerker, die zoo moeielijk het hoofd boven water hield, zijn zuur verdiend loon terstond nit te betalen. Daardoor werd zij, die reddinghuizen voor jonge misdadigers hielp stichten, oorzaak, dat een onschuldig kind van brave, vlijtige ouders tot diefstal verviel! De ernstige, ware geschiedenis is ten einde. Wie ooren heeft om te hooren, die hoore! Mevrouw Y. betaalt nu altijd prompt. Uit de gracht te Zutfen nabij het gerechts gebouw is opgehaald het lijk eener dienstbode te dier stede, Naatje A. Niet ver van deze plaats werd gevoudeu de politiemuts van een huzaar. Korten tijd later is gevankelijk naar de kazerne gebracht de huzaar H. B., de vrijer der ongelukkige, die zich in den Hoven had schuil gehouden. In hoeverre de dood der dienstbode in verband staat met de arrestatie van haren vrijer zal moeten blijken uit het onderzoek, dat door de politie is ingesteld. In de zaak van Aafke K u y- p e r s moet, naar men verneemt, de justitie met beslistheid hebben verklaard geen order te willen geven tot het opgraven van het lijk van juffrouw Steenhoff de zoogmoeder van fr. Smissaert aangezien haar de gronden, waarop het vermoeden rustte, als zou juffr. Steenhoff vergiftigd kunnen zijn, als volkomen hersenschimming toeschijnen. Het Handelsblad weet nog mede te deelen dat, toen het stoffelijk overschot van freule Smissaert in de kist was terneergelegd, Aafke Kuypers het geheel met witte rozen bestrooide, zij een bijbeltje op de borst plaatste en de doode met de wijsvinger van de rechterhand op de volgende tekstwoorden deed wijzen: „Alzoo lief heeft God de wereld gehad, dat hij zijn eeniggeboren zoon voor ons heeft gegeven, opdat een iegelijk, die in hem gelooft niet verderve, maar het eeuwig leven hebbe." De heer mr. Th. Heemskerk zal ambtshalve als rechtsgeleerd raadsman aan Aafke Kuypers worden toegevoegd. [Hbl Zaterdagavond was er aan het station te Zutfen groote drukte bij aankomst en vertrek der verschillende treinen. Plotseling valt er een geweerschot ter hoogte van het plaatskaarten-bureau. Een wolk kruit damp wijst de plaats aan, waar het vermoedelijke ongeluk, misschien wel een misdaad, zou zijn gepleegd. Nieuwsgierigen schieten van alle kanten toe. Er word gefluisterd en men trekt een beden kelijk gezicht. Een der omstanders had zelfs een kogel langs zijn oor hooren snorren. En spoedig verspreidt zich het gerucht van een moordaanslag. De verdachte is een boer, die een grooten zak bij zich heeft. Het schietwerktuig is evenwel niet te vinden en het slachtoffer evenmin. Maar die geheimzinnige zak? De boer wordt naar het politiebureau gebracht. De zak wordt onderzocht en daarin bevond zich onder verschillende voorwerpen ook een soort schietwerktuig, dat oDze landbouwer van een voormalig geweer zelf gemaakt had. Dat wapen was met los kruit geladen gew door het misschien wat ruw neerzetten van den zak was het schot afgegaan. Dit was de eenvoudige oplossing van Hel raadsel. De goedaardige landman was geheel van zijn stuk door de opschudding, welke hij onwillens te weeg had gebracht. Misschien kost hem zijn onvoorzichtigheid nog wel eene bekeuring wegens overtreding van het verbod op het dragen van wapenen. L.C van verleden Vrijdag. Te Puttershoek is bij zwaar onweder de bliksem geslagen in eene schuur, in eigendom toebehoorende aan C. Vogelaar. Zij is met de daaraanstaaude drie woningen tot den grond toe afgebrand. Het huis is verzekerd, terwijl de inboedels der arbeiderswoningen onverzekerd waren. Voorts is de bliksem geslagen op eene roede van den korenmolen van den heer Spruiten- burg te Alblasserdam. Een stuk van de roe is weggeslagen, en hoewel ook in den moien eenige schade veroorzaakt werd, heeft de bliksem geen brand veroorzaakt. Twee koeien van den heer J. S. te Groot schermer werden door den bliksem doodelijk getroffen. Te Bus en Dam (gemeente Uitgeest) is door het inslaan van den bliksem een groote boer derij, bewoond door den landbouwer Kleijne, en toebehoorende aan den heer Laan van Wor- merveer, in de asch gelegd. Omtrent het inslaan van den bliksem te Kattendijke wordt gemeld, dat de hoeve toe behoort aan jhr. Kidder Huyssen van Katten dijke en eerst sedert Donderdag door een nieuwen pachter was betrokken. Deze heeft groote schade geleden, daar hij zijne bezittingen (de roerende have, enz.) nog niet verzekerd had. De pastorie der doleerenden te Heeg werd insgelijks door den bliksem getroffen. Het huis is aanmerkelijk beschadigd. De bewoners bleven ongedeerd. Bij dat hevige onweder, sloeg ook de bliksem in de boetderij van W. Barendregt, te Klaaswaal, welker gebouwen, op eene wagenkeet na, met al het zich daarin bevindende hooi, graan, meubelen, gereedschappen, eene prooi der vlam men werden. Ook de spaarpenningen der kin deren verbrandden. De burgemeester, een der eersten die zich bij den brand bevonden, ziende dat er aan blusschen niet viel te denken en dat geen der belendende panden werd bedreigd, gaf bevel de komst der brandspuit af te zeggen, die bovendien door het noodweer moeielijk de kom der gemeente mocht verlaten. Terwijl de burgemeester zich bij het tooneel van den brand ophield, sloeg de bliksem nog, in de nabijheid, in een wilgen hoofdstoof, die dadelijk in vlam geraakte. De schoonmoeder van den eigenaar, een hoogbejaarde vrouw, mede bewoonster der boerderij, lag ziek te bed, doch kon juist in tijds vervoerd worden. Alles is tegen brandschade verzekerd. Men meldt uit RidderkerkBij het onweder, dat boven deze gemeente woedde, sloeg de bliksem in den korenmolen van de heeren Gebrs. Yan der Hilt aldaar. Nadat eene der molenroeden door midden gespleten en gedeel telijk in splinters was geslagen, nam de blik sem zijn weg van boven uit den molen naar beneden in de huiskamer waar eveneens groote verwoesting werd aangericht. Gelukkig zonder brand te veroorzaken, verliet hij de woning langs een benedenraam. De huisgenoten die om de tafel geschaard zaten, bleven ongedeerd. Ook is de bliksem geslagen in de kapitale boerderij van P. de Groot te Sijbrandahuis, eigenares de kerkvoogdij te Rinsumageest. Alleen de voorhuizing is behouden gebleven. Naar men verneemt, was het gebouw verzekerd. Ie Sittard werd het huis van den herbergier Van Rooy met aangrenzende schuur, kegelbaan enz. door het bliksemvuur vernield. Wat in huis en schuur was geborgen werd mede eene prooi der vlammen. Zonden van het libera- lisme. Er moet een reden voor zijn, dat in ons vaderland zoo vele protestanten, behoo- rende tot een partij welke om dogmatische redenen lijnrecht staat tegenover de roomsch-katholieke kerk, haar weerzin tegen de ultramontanen terzijde zette, en met deze oude, gezworen vijanden samen optreedt tegen de liberalen. Wanneer men zich herinnert, hoe van den kansel, in de belijdenisschriften der Ned. Ger Kerk in dogmatische en stichtelijke boeken wordt en werd gesproken over dat Rome waartegen onze vaderen 80 jaren lang hadden gestreden, dat men zoo gaarne kenschetste met sprekende maar van machtigen weerzin getuigende beelden, ontleend bijv. aan de Openbaring van Johannes - dan moet wel levendig worden getroffen door thans onze oogen aanschouwen. Een roorasch-katholiek priester die ï-, der Tweede Kamer, is nu de gevierd en gast van menschen, fier op hUn 6 Vrie"i meerde orthodoxie. Het hoofd-or„ ^eref,Jt partij sprak vergelijkend over de^bl vervolgingen der protestanten door de kerk, en kantte zich aan tegen de nisviering van den moord van den Jh Oranje. Bij de stembus gaan de vaan^ der Dordsehe rechtzinnigheid samen dienaren van Rome; en ofschoon men t li verklaart, dat dit alles geschiedt met n men behoud van zelfstandigheid zoo de werkelijkheid wel iets anders te stortte 1» iriin.l 'lea °ra van en waarmee toont Rome ook hier de kunst, partij te trekken. Hier en daar valt in het oude Geuzenbln^ eenige gisting waar te nemen; maar het een zeldzaamheid. Met welgevallen, met ,f voldoening strijdt men met en voor dien oj vijand onzer Kerk, want men is „liever pttDs? dan liberaal." Van de heerschappij der Ühefej moet ons land worden verlost tot eiken, Nu weten wij zeer wel, dat het deel n ons volk, waaraan wij thans denken, word! voorgelicht door een blad, dat in het verdacht maken, het aanklagen, het verachten van zijn tegenpartij geen wedergaê heeft. Het beschiii over al de gaven, welke worden vereischt,» het volk in zijn zaak te tasten, te streta te verblinden, te fanatizeeren. Beurtelii» plomp en geestig, brutaal en zalvend, nm altijd onbeschaamd en van eigen onfeilbaar, heid zeker; meesterlijk partij trekkende na de fouten der tegenstanders; fel het meest tegen hen, die het dichtste bij staan, maat niet meegaan heelt het blad, waaraan wij denken, zijn getrouwe lezers gevormd tot getrouwe volgelingen. Zij zien de dingen en de menschen niet meer, zoo als ze zijn, maar zoo als de Stanl zegt, dat ze zijn. Ze hebben geleerd, aan de woorden niet de gangbare beteekenis te hechten, maar den zin, waar in genoemd blad gelieft ze op te vatten. Zij hebben voor hunne politieke ontwikkeling ontegenzeggelijk veel aan dit orgaan te danken, en zeldzaam is bet talent, ze zijn gekneed en gefatsoeneerd naar één model maar hun karakter heeft groote schade geleden. Ze zijn door dit ondereenmengen van vroomheid en partijdrijven, van list en geloot inderdaad andere, maar geen betere menschen geworden. Zij zijn, naar wij vreezen, meeren- deels voor hun leven bedorven, en voor over tuiging onvatbaar. Toch neemt dit alles niet weg, dat het nooit aan de Stand, met al zijn machtigt invloeden zou gelukt zijn, ons volk in die mate te belezen, indien dat blad niet meer dan eens gelijk had. Het beeld, dat het aanhoudend ontwerpt en vertoont van het liberalisme, is in vele, niet in alle opzichten fantazie. En indien wij, in deze regelen, op enkele feiten en zonden der liberalen wijzen, dan geschiedt dit niet met een verborgen welgevallenniet om daaruit goud te si® voor een eigen partij, welke niet bestaat maar om bevorderlijk te wezen aan het doe: heerschen van waarheid en klaarheid in oM politieke toestanden, welke thans jammert] verward zijn. Wij moeten wel beginnen met den Sd* strijd. Ja, het was onrechtvaardig, dat lang één partij, die het langer hoe meer werd met de (kerkelijk- of theologisch-modeW partij, beslag legde op de Staatsschool. denkbeelden, hdar pedagogiek, héér of- van neutraliteit, hadr beschouwing TaB geschiedenis des vaderlands moest 1 op alle openbare inrichtingen van on van de hoogere tot de lagere. Daarvoor w de schatkist beschikbaar stellen steeds hoog sommen. Eu de minderheid? Zij mocht Dezer dagen nog eens herlezend men hetgeen pfiDsteret van liroen vau 1 l- „Heiligerlee en ultra®'"' de trof ons de mededeel®?/ Hoogl. Jonckbloet bij de inwijding^ terlijke stukken van Groen van )f'#an3Che geheeten: Kritiek." roken die io slacht' gedenkteeken te Heiligerlee, van „meer dan één" (NB.) eenw in ons land viel als het zijn protestantsche gezindheid! Welnu, de tyrannie door de h"era. geoefend op het gebied van het heeft voornamelijk de ze toegankelijk "gemaakt dék voor_il"";d" Tele' onde^5.1 voor altijd inengW' 1» van op van insinuaties van de Stand, en ongenegen gemaakt tot het sai ook, met de liberalen. Een tweede grief tegen, en zon liberalen is hun weinig acht yan" ot zedelijke en godsdienstige belang"»1 ^1 volk. De verkeerde moderne tlhe° onde meê, dat men alles verwachtte v»n.usisd voor wijs. Dat was de panacee, v schoolmeester, die bij Küniggratz viord, werd letterlijk een afgooi men knielde. rwale Maar wat werd onder het U

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Schager Courant | 1890 | | pagina 2