Uit en voor de Pers. Gemengd Nieuws. De veldwachter der ge meente OPMEER J. P. Fehris, ontving dezer dagen voor zijn 40jarigen trouwen dienst vanwege den „Nederlaadschen Po litiebond" een gouden medaille. In den polder der gemeen te OUDENHOORN bekend door de uitge breide aardappelteelt, is men reeds druk bezig met het rooien der vroege soorten. Vooral de zoogenaamde Gelderscke kralen vinden veel aftrek. Bij een gemiddelde opbrengst van 100 II. L. per geniet (na genoeg een balf H. A.gaan zij tot een prijs van ongeveer f 2.75 per H. A. vlug van de hand. De dames Marie Snijders Jeannette De Jong en Anna Oorver, vroe-' ger leerlingen der Kon. Muzieksehool, die te Berlijn haar studiën voortzetten, zullen in Oct. een concert geven in de Singakademie aldaar. Jeannette De Jong komt daarna in enke le steden van ons land concerteeren, in ge zelschap van een Berlijnsche violiste, mej. Baginskj. Te RHEDEN was eenland- bouwer H. J. P. bezig met het rijden van kleiaarde, waarbij hij vergezeld was van zijn vijfjarig eenig zoontje. Toen hij de kar aan den voorkant optilde en deze zoo achterover wipte, bemerkte hjj niet dat het kind achter de kar stond en onder de neer stortende airde werd bedolven. Eerst eeni- ge oogenblikken later werd het kind door den vader, die vermoedde dat het in zijne nabijheid liep te spelen, vermist. Bij het omwoelen van den neergostorten grond werd het jongentje daaronder gevonden een paar zachte stuiptrekkingen werden nog waarge nomen, maar de gemeentegeneesheer dr. M. A. de Jong kon slechts de dood consta teren. Op denzelfden tijd n. 1. dat anders de aardappelen aan Kalihonger gaan lijden, trekken dan soms de bovenste bladeren on der een geelgroene kleur samen en beginnen allengs aan de randen te verwelken. Het loof takelt iets te gauw af en de op- wet geenizins heeft gedacht aan het be- langrijkste gevolg, dat eene wet heeft. Nu wil Minister Tak, zooveel mogelijk herstellen, wat iadertijd verketrd is gedaan, eu ziet, vele volksvertegenwoordigers onder alle partijen komen daartegen in ve'zet, en brengst, maar vooral het zetmeelgehalte betoogen daarom in hunne langere en - 6 kortere, maar toch altijd nog overvloedig te worden. lang zijnde redevoeringen over het wets- vervat stelsel, het stelsel—van Houten of elk ander, dat het kiesrecht afhankelijk stelt van bezit en geld, ot vastkoppelt aan de belasting-wetgeving. Het eenvou digst zou dan zijn, het vigeerend kiesstel- 8©1 msuir tG böhoudGQ, Wiint dan bclicGf- de er in het geheel geen kieswet gemaakt In aansluiting aan een vroeger bericht deelen wij omtrent de Yereeniging tegen vroege huwelijken mede, wat wij in het Dagblad la zen Vooral in de veenstreken zijn vroegere huwelijken bij arbeiders gewoonte en het gevolg is groote, arme huisgezinnen. Te STADSKANAAL is thans door eenige jonggelieden eene vereeniging Nederland- scie Volksverbetering opgericht, waarvan de leden zich verbinden niet vóór hun 30e jaar in den echt te treden. Elk lid be taalde jaarlijks in de bondskas eene som welke hem bij zijn huwelijk op of na 30- jarigen leeftijd uitgekeerd wordt. De Ver eeniging telt reeds 15 leden, terwijl 15 andere jongelingen, ter vergadering aanwe zig, nog bedenktijd vroegen vóór zij tot lid toetraden. der aardappels valt niet mee. De plant lijdt dan aan chloorvergifti ging. Chloor, dat m aanzienlijke hoeveelheid in het kaïnit voorkomt als chloornatrium en chloormaguesinm eu Jat bij tij lig gebruik (vroeg ia de herfst) tijd heeft om naar be neden te zakken, maar bij lateie aanwen ding grootendeels in de bouwvoor blijft hangen en daar de aardappelenplant ver- giftigt. Gebruikt daarom de kaïnit tot aardap pels in Augustus of September. Ploegt haar gerust onder, als dat zoo te pas komt. Moet iemand evenwel om de een of andere reden nog kali in het voorjaar gebruiken tot aardappels, neem dan de chloorvrije ge zuiverde zwavelzure kali. Duizend kilo kaïnit staat, wat het gehalte betreft, ongeveer gelijk met 500 kilo patent kali-magnesia of 250 kilo gezuiverde zwa- velzure-kali en is voldoende voor een hectare, bij uitsluitende bemesting met kunstmest (naastchilisalpeter, superphosphaat of s'.ak- kenmeel en eventueel ook kalk natuurlijk.) Bij esn gecombineerd gebrnik van stal en kunstmest is 500 a 600 kilo kaïnit in den regel voldoende. Bij compost, ier, fabrieksmest en dergelijke neme men dj hoeveelheid niet te geringwat de plan ten het eerste jaar niet opnemen, blijft toch grootendeels tot de volgende vrucht bewaard. Wie nn bovengenoemd verschijnsel bij zijne aardappelen opmerkt en het boven staande toepast, zal het beste recept voor deze nog door weinigen bekende ziekte hebben. Wenschelijk ware het, dat van de nuttige lessen wat meer notitie werd genomen. KI. Ct. v. R. ontwerp van mr. Tak, dit zij er geen begrip van hebbtn, dat het karakter van een volk zich vormt nair de wetten waar onder bet leeft, en dat zij ook geenszins de belangrijkste der uitkomsten eener wet kenneD. Die tegenstanders van de wet lak weten blijkbaar niet, hoe maatschappelijke kracn- ten worden uitgebracht. Zij lezen niet wat door en voor het volk wordt geschreven, omdat zij gelooven, dat het volk, toch zeker geen beter inzicht, geen helderder begrip over wetten en de uitkomsten er van heeft dan zij. Toch bewijst de strijd om het bezit van het kiesrecht door het volk begonnen en voortgezet, het tegendeel. Het volk, dat door sommigen zelfs niet ontwikkeld ge noeg wordt geacht, om een schrijfproef te kannen doorstaan, bewijst echter, door zijn wil uit te spreken om mede wetten te maken, door middel van het kiesrecht en het daarna invoeren van het stemrecht, dat het natuurlijk niet op school, maar door dat te lezen wat de volksvertegen woordigers niet lezen geleerd heeft, wat de belangrijkste uitkomst eener wet geacht moet worden te zijn en ook hoe maatschappelijke krachten worden voort gebracht, in het algemeen belang, in het belang van het gemeenschapsleven, in het belang van het worden tot eene eenheid van geheel de natie. Dit reeds is voldoende om aan te toonen dat het volk vooral niet lager staat in helderheid van inzicht en begrip, dan zij die tegen de wet van Tak willen stem men, klaarblijkelijk omdat zij van het be langrijkste doel, van de belangrijkste der uitkomsten eener wet, geen helder denk- Landbouw. Vreemde verschijnselen4? Een paar verschijnselen in de. aardappel velden, welke telke jaren in meerdere of mindere mate terugkeeren, doen zich ook thans weer voor. Men ziet hier en daar een aardappelveld tegen het einde van den bloeitijd een te donkere kleur aannemen, welke allengs overgaat in het verwelken van het blad in een tint, die met de naam „koperig* aangeduid wordt, 't Is zoo ongeveer glinsterend bruin, geel zwart, groen enz. dooreen. De bladeren hangen daarbij aanvanke lijk niet flets, als bij de gewone aardappel ziekte, aan den stengel, verspreiden ook geen stank, maar staan in de regel, schrompelig in den wind. Al spoedig gaat de plant ge heel verkwijnen, zoodat de opbrengst dan ook erg tegenvalt. Men ziet dit verschijnsel het meest voor komen op land, dat met fabriekmest of ier, met de gewone stadcsompoit is bemest. Verder vindt men het veel op land, dat tot de laatste vrucht (aardappelen) in 't ge heel niet bemest is. De boeren neggen er vanze kunnen 't einde niet krijgeu. En terechtZe kunnen het eicde niet krijgen, omdat de benoodigde Kali ontbreekt.'t Gaat met de bemesting als met een ketting. Wat hij dezen laatsten de schakels zijn, zijn bij de bemesting of plantenvoeding dc verschillende voedingsmiddelenstikstof, kali, phosphorzuur, kalk, magnesia, enz. Al zijn ook al de schakels van een ket ting sterk genoeg, behalve een, dan zal toch de ketting niet meer draagkracht heb ben, dan die, welke eene zwakke schakel kan verduren. En al is er nu ook overvloed van alle stoffen in den bodom (mest) behalve van éón, dan zal toch het plantenleven worden beheerscht door die eene stof, waarvan te weinig is en de oogst worden beperkt tot de hoeveelheid, welke van die minium-lijder kan worden geprocudeerd. De stof nu, waarvan in den bodem vaak te weinig is en waaraan de genoemde mest stoffen betrekkelijk niet rijk genoeg zijn, si de kali. Land, dat bemest is met eene flinke hoeveeheid goeden stalmest (die rijk is aan kali) vertoont het kooperklenrig blad niet, evenmin het land, dat met eene flinke hoeveelheid kalimest (kainit patentkalimag- nesia, chloorkalium) is bemest. Neemt daarom de proef, gij landbou wers, die last hebt, dat uwe aardappelen 't einde niet hunnen krijgen, neemt de de proef met bij uwen compost fabrieks mest, ier, enz. wat kaïnit of een ander kalizont te gebruiken, 't Succes blijft niet uit, wanneer daarbij oordeelkundig wordt te werk gegaan. Zaait b. v. geene groote hoeveelheid kaïnit, noch in den winter of Het Gemeenschapsleven, Onder dit opschrift schrijft deA7. Roti. Ct. het volgende: Het is zeer te betreuren, dat onder de werklieden zooveel oueensgezindheid be slaat, dat men ze onderling verdeeld kan houden. Eene, zeker wel de grootste oorzaak daarvoor, ligt in onze wetgeving, welke de natie verdeeld houdt. Om een voorbeeld hiervan te geven, zullen wij een paar wetten noemende wet op het onderwijs, waardoor een deel van de natie van onderwijs verstoken blijft omdat de wet geen leerplicht voorschrijft en de kieswet, door welke de meerderheid der meerderjarige bevolking van het kies recht uitgesloten wordt. Deze beide wetten bevorderen feitelijk het verdeeld blijven der natie. Het karakter van een volk, wijzigt zich steeds naar de wetten, welke het Da te le ven heeft. Deze is debelangrijkste van de uitkomsten aan welke men moet denken bij het maken van wetten. Bij de wet op het onderwijs en bij de nog fungeerende wet op het kiesrecht, is blijkbaar aan deze uitkomst in 't geheel niet gedacht en zeker niet in verband met het vormen van een zuiver gemeenschaps leven of vaD eene eenheid, samengesteld door heel de natie. Immers, waar de onderwijswet, duizende bij duizende kinderen zonder onderwijs laat, daar legt ze de gedachte in die duizenden bij duizenden, dat ze niet behooren tot de natie, dat zij de misdeelder. zijn, in beeld hebben, misschien er in 't geheel niet aan denken. Dit duidt aan, hoezeer wenschelijk het is, om het volk mede de wetten te laten maken, en mede te laten besturen. Het mag daarom dan ook van hoog belang worden geacht, om den mid denstand en de werkliedenklasse, ook deel neming te verzekeren aan het besturen van de gemeenten en van de groote gemeen schap, den Staat, opdat de grondslag wor de gelegd voor het vormen van de ge meente in het klein en van den Staat in het groot, tot eene krachtige eenheid. De aristocratie en de tegenwoordige kiezers die tevreden waren, met de be grippen van de door hen gekozeu verte genwoordigers, die, zooals wij gezien heb ben, niet al te ver strekken, hebben ver- znimd om zulk een eenheid te vormen. De stroom der volkswenseheD, die dit verzuim willen hersteld zien, wordtsoms met geringschatting demo cratische stroomgenoemd. Het doel van die wenschen bepaalt echter de beteekeDis van het woord rde- mocralie" eu omdat dit zoo is, daarom is dit woord van zeer hooge, edele beteeke- uis, want het wil zeggen ^eenheid van al len, eenheid der geheele natie, en door allen eensgezind streven naar de beste der uitkomsten, welke wetten kunnen heb ben.' Door een van de leden is in het alge meen debat reeds een sluippaadje aauge wezen, dat men zou kunnen inslaan om, tusschen consequentie en eaneientie door tot eene herknooping van de banden tus schen kiesrecht en belasting te komen. Dat vroeger zoo zwaarwichtig bezwaar heette het, zou zich niet doen gevoelen wanneer de nu reeds voor tweederde tot stand gebrachte hervorming van het be lastingstelsel zou voltooid zijn. Men toont hiermede echter de bedenking te gen een belastingkiesrecht niet te vatten; zij is niet ontleend aan de bestanddeelen of de inrichting van een of ander be paald belastingstelsel in het bijzonder maar aan het wezen der zaak. Niet om dat ons belastingstelsel, sedert vijftig ja ren onophoudelijk partieel gewijzigd door zonder twijfel op zichzelf staande verbe teringen, die echter het verband moer en meer daaruit verdreven, zulk een stel selloos geheel vertoonde, wensebte men andere grondslagen van kiesrecht, maar omdat men zelfs van het beste belasting stelsel het kiesrecht niet afhankelijk wil de stellen. En al was nu het belasting stelsel van den heer Pierson volmaakt (wat wij niet meenen, al keuren wij het goed), dan zou de samenkoppeling daaraan van het kiesrecht groote prac- tische bezwaren hebben. Terwijl de geest van den tijd in 's lands belang op neer- schuiving van het kiesrecht bedacht is, streeft het belastingstelsel van den min- nister Pierson naar opschuiving van den belastingsplicht. De vermogensbelasting begint eerst bij een vermogen van f 13000, de belasting op de bedrijfsinkomsten eerst bij een zuiver inkomen van f 650, de herziening der personee'.e belasting zal op den grondtoon van opheffing der zwaarst gedrukten, de kleine burgerij stemmen. De meest vrijgevige manier, waarop men kiesrecht met de nieuwe be lastingswetten in verband kan brengen is aan alle aangeslagen en dat recht te verleenen. Alle kleine burgers met min der dan f13,000 vermogen, allen die ge ringere verdiensten hebben dan f 650 zuiver, alle land- en tuinbouwers, die niet in de vermogensbelasting vallen, blijven buiten het paye légal. Zulk een uitbrei ding van het kiesrecht zal in het alge meen weinig van beperking verschillen; in de plattelands-districten zal het zeker het getal kiezers geducht doen verminde- r#n. Een belasting-kiesrecht is dus bij de tegenwoordige en aanstaanden belasting wetgeving (1) onaannemelijk. Hetzelfde kan gezegd worden van het denkbeeld, dat we ergens door -een principieel voor stander van de wetsontwerpen geopperd zagen, om Tak's kiesstelsel in beginsel aan te nemen, maar geleidelijk in te Op het oogenblik is aan de geleide lijkheid niet meer te denken, tenzij in den weinig aannemelijken en weinig logischen vorm van principieele bevoegd- verklaring in den allerruimsten kring met opvolgende aankomst van het recht in twee of drie termijnen. Zooals wjj daareven zagen, zou dit stelsel zoo wonderlijk werken, dat het nauwlijks ernstig opgevat kan worden." (1) Hier is nog altoos buiten aanmer king gelaten de gewichtige bedenking, dat in een land, waar accijnzen op ar tikelen van dagelijks gebruik geheven worden, elk ingezetene zonder onderscheid in de belastingen bijdraagt. voeren. Stel dat men, geen bezwaren hebben de tegen Tak's voorstellen, wil tegemoet komen aan het bezwaar van het „te veel op eens", en derhalve de nieuwe I3e Kieswet. Naar aanleiding der debatten over het Kiesrecht in de Tweede Kamer der Sta- ten-Generaal, vooral met betrekking tot de toegezegde amendementen, maakt de Arnh. Ct. de volgende opmerking „Hoe het vriendelijk, opbouwend amen dement er zal uitzien, waarmede eenige liberale afgevaardigden voornemens zijn de Tweede Kamer te verrassen, weten wij niet, wij kunnen er zelfs niet naar raden, hoewel wij, indien men in ver trouwen ons gevoelen vroeg, wel zouden durven zeggen aan de aannemelijkheid, ja zelfs aan de bestaanbaarheid te twij felen. Er is aan alle kanten, door ge leerden, juristen, journalisten, staatslie den et tutti quanli al zoolang en zoo vruchteloos gezocht naar een middel om in eenigszins andere termen en bewoor dingen toch inderdaad hetzelfde te doen wat nu de Minister Tak heeft voorge steld wij hebben voor de hier bedoelde heeren der Kamer grooten eerbied, maar kunnen toch niet aannemen, dat het hun klakkeloos zou worden geopenbaard wat voor al die geleerde heeren is verborgen gebleven. Een nieuw kiesstelsel komt niet uit de lucht vallen. Men kan zeer goed tot zich zelf zeg gen ik wil dezelfde kiezers des noods met eenige kleine beperkingen en uitzonderingen welke in de wetsont werpen worden bedoeld, maar ik wil ze kiezers maken door eene formule, welke de tegen die ontwerpen aangevoerde be zwaren dan wegnemen. Maar het komt juist op die formule aan, de vorm over- heerscht hier den inhoud geheel. Althans voorzoover men werkelijk van het denk beeld ia, dat er nu terstond tot aan de door de Grondwet aangewezen grenzen moet worden gegaan. Is men van eene andere meening, wil men eene beperkte uitbereiding, aan den lateren wetgever het groote huisgezin, dat hun dus te kort wordt gedaan. Met de bestaande kieswet is het precies hetzelfde, en daarom komt de massa dan ook in verzet tegen deze wet. De massa wil een zuiver gemeenschaps leven gevormd zien, en wenecht dien wil ook uitgedrukt te zien in eene wet. Daarom vraagt zij algemeen Kies- en Stemrecht. De heerscheude verdeeldheid onder de verschil lende klassen eu de verschillende partijen, hebben de massa de oogen doen opengaan. Zij heelt bemerkt, dat zij zelve versto ken is gehouden van onderwijs en daar om Diet als gelijke werd behandeld met de gelukkigeren, de rijken. De massa ge voelt, dat zij daardoor alleen reeds als bui ten de gemeenschap is geplaatst en het spreekt wel van zelf, dat de massa hiero ver te meer ontevreden is, omdat de geluk kigeren haar nog dom ncemeu bovendien en ongeschikt, om aan de leiding van het gemeenschapsleven deel te nemen. Men moet erkennen dat dit voor de massa ook erg onaangenaam is om te moe ten ondergaan en te moeten horen. Op grond nu de ongeschiktheid, om deel te nemen asn het bestnur welke men de massa liet, door te verzuimeD, om leer plicht in te voerenenroldoend onderwijsaan allentegeven,sluit men de massa uit van de uitoefening van het recht om te kiezen. Deze uitsluiting verscherpt natuurlijk het gevoel bij de massa, dat zij als het ware buiten de gemeenschap staat. Dit geToel nu is het resultaat van bei de genoemde wetten. Dit gevoel nu beheerscht de vorming van het karakter, het leidt het willen en de chronische belemmering van een steeds het handelen der buiten het onderwijs en krachtiger aandrang op verdere uitbrei- het voorjaar, ander leelijk want dan verschijnsel het kiesrecht geslotenen en daarom is de heerschende ontevredenheid over deze weiten ook de uitkomst van deze wetten. De strijd om het kiesrecht is derhalve kan zich er een een rechtstreeksch gevolg van do voordoen. 1 digheid, dat men bij het maken omstan- van deze ding nalatende, dan is het amendement niet lang te zoeken. Dan zou alleen V embarras du choix te overwinnen zijn, want dan beeft men maar te kiezen tus schen het zuivere censusstelsel, het in nevoiking van artikel VH der Algemeene bepalingen kunnen hebben? kiezers bij gedeelten wil toelaten. Men zegt ook de heer Röell onderschreef die mee ning van 300,000 op 800,000 is te veel op eens; wanneer er nu bijvoorbeeld 500,000 nieuwe kiezers bijkwamen, dat zou nog gaan. Maar wanneer men de grondslagen der voorgestelde uitbreiding goedkeurt, en van het standpunt uitgaat, dat de verst mogelijke moet geschieden, dan kan men aan de tegenwerping alleen tegemoetkomen door een bepaling, die de nieuwe kiezers geleidelijk in het bezit van hun recht stelt. Men zal het dan zóó moeten zien te regelen, dat bij de eerste verkiezing 200,000 er bijkomen, vier jaren later nog eens zooveel, en weer vier jaren daarna het resteerend 100,000-tal. Hoe zal men die splitsing maken Op de economische zelfstandig heid kan niet geloofd of gedongen wor den die bezit men of men bezit haar niet. Misschien op de schrijfproefdan zouden aan de eerste verkiezing na de kieswet kunnen deelnemen allen, die mooi of netjes schrijven vier jaren later konden dan ook optreden de duidelijk of leesbaar schrij venden bij de volgende Parlementsverkiezing al de anderen. Maar dit voorbeeld blijkt wel eene persiflage; zoek bet dan op den leeftijd en bepaal dat eerst allen boven de 30, vervolgens allen boven de 25, ten slotte allen boven de 23 jaar kiezers zullen zijn. Elke bepa ling van leeftijd, behalve den door de Grondwet aangewezene, is in dit geval voor den wetgever natuurljjk willekeurig er is evenveel vóór als tegen te zeggen. Doch tegen dezen vorm van geleidelijke uitbreiding kan dan toch worden aange voerd, dat hij zeer onzinnig is. Het is reeds erg genoeg den knoop door te hak ken en willekeurig te bepalen, dat de 30 jarigen kiezers zullen zijn en de 29jari- gen niet, maar volstrekt onverdedigbaar zou het zijn te zeggen op dit oogen blik komen alleen zij voor bet kiesrecht in aanmerking die 30 jaren oud zijn, wie maar 25 is houden wij voor ongeschikt doch over vier jaren zijn allen die 25 jaren oud zijn even geschikt als nu de 30 ja rigen. Welke omstandigheden en gebeurte nissen zijn dan in den korten tusschen- tijd te wachten, die dezen grooteren graad van rijpheid van de mannelijke in bevolking van Nederland ten gevolge Wie zijn kind lief heeft Een redenaar begon zijne hoorders toe te spreken: //Ouders, hebt gij uwe kinderen Het?' Een dwaze vraag schijnbaar: wie ter we reld zou niet zijn kind beminnen En toch geven sommige verstandhoudingen en han delingen aanleiding tot twijfel in dezen. Wie zijn kind liefheeft, streeft ernaar het gelukkig te maken, zoo gelukkig mo gelijk. Niet ieder vindt evenwel het geluk op dezelfde plaats, Deze zoekt het in be zit van geld en goed. gene in bekwaam heid, verstand en deugd. Niemand evenwel zal het geluk willen zoeken in uiterlijk vertoon. Toch staat uiterlijk vertoon in onzen tijd vrij hoog aangeschreven. Wij hebben slechts te denken aan de mode. Da mode; wat heeft zij van onze klee- dij gemaakt? Houdt zij in de eerste plaats rekening met de gezondheid van den mensch? Neen ten koste van lichamelijk welzijn, streeft zij naar versiering, uiterlijke schoon heid. Men kleedt zich om in de wereld te kunuen verschijnen in plaats van tegen 't klimaat bestand te zijn. Dat men zijn smaak raadpleegt bij't kie zen van zijn kleed, wie zon 't laken Maar, dat men eigen smaak miskent, en blindelings aanneemt, wat de mode aan biedt, dat is te verwerpen. En inderdaad is dat het geval. Verraadt niet de uitdruk king opgevangen uit den mond des volks ,o, zou dat nu mode worden', verraadt zij niet geheele onderwerping en slaafsche vrees Zoover is het gekomen, de mode ge biedt en 't publiek gehoorzaamt. Een japon, nog niet hall versleten, wordt afgelegd, omdat zij niet meer naar de eischen der mode is. Wat geriumte tijd naar den smaakt was, wordt op eenmaal veroordeeld om soms, na jaren, weer te worden voor geschreven als schoon niemand bijna, die protesteert. Grillig is zij, die heerscheres, en 't is te verwonderen, hoe zij zoo gehul digd en gehoorzaamd wordt, Wie zijn kind liefheeft, beware het voor dergelijk slavernij. Hij leere zijn kind, het kleed beschouwen als noodzakelijke lichaam bedekking, niet meer. De kleeren maken den man niet. Ergerlijk is het, hoe soms kinderen van een jaar of acht letten op en waarde hechten aan den tooi van hunne schoolmakkertjes over den schouder aan zien, wie in wat soberder pakje steekt, O, moedtrs 1 doet ze zien, dat onder een slecht kleed wel een goed hart kan kloppen laat ze gevoelen, dat ge dit laat ste op den hoogsten prijs stelt. Zoekt hun speelmakkers niet alleen onder diegenen, met wie ze uitwendig overeenstemmen, let op den aard der kameraadjes wat meer; want de kleeren maken den man niet. Leer ze net en zindelijk wezen, doch maak u vrij van modezucht. Of is er niet iets bespottelijks in, dat nu de mou wen van uw kleed nauw, en dan weer vreeselijk wijd worden gedragen bespot telijk den middel samen te rijgen en op een andere plaats het kleed op t« vullen In waarheid, wie dat sehoon vindt, „beseft de ware schoonheid niet,' om met v. Alphen te spreken #Wie telkens in den spiegel ziet,' en zooveel werk maakt van zijn kleederdracht, bezorgd bijna, wat de mtnscheu er wel »an zullen zeggen, kent de verhouding niet, uit zinnelijk en zedelijk schoon, kent de waarde niet van verstand en karakter. Zijn er niet, die zich in hun voeding bekrimpen, om de mode te kunnen dienen F IJdelheid der ijdelheden, zich te kleeden voor 't oog der wereld I Schatten worden er door verslonden; „om den stand op te houden," wordt niet zelden een te groot offer aan de mode gebracht, ja steekt men zich soms in schulden in plaats de bakem te verzetten. Wie zijn kind lief heeft, leere het hier van de dwaasheid inzien. Voor velen ii het thans de tijd, om de bakens te ver zetten, daar de tijd verloopt. Dat zij daar toe den moed bezitten, in hun eigen be lang en vooral in dat hunner kinderen. (Neerlandici Volksblad.) M. J. Op het laatste internatio- nale geneeskundig coDgres te Londeu werd er voornamelijk door de Engelsche artsen op gewezen, dat de kanker in de keel on geneeslijk is de men zich derhalve onthou den moet, groote operaties te verrichten, daar deze toch geen goede uitwerking hebben. De üuitschers, in het bijzonder Bergmann, waren van tegenovergestelde meening door er op te wijzen dat de keelkanker geen slechtere prognose gaf als de borstkanker, wanneer slechts de noodige voorzorgen bij de operatie genomen werden. Dat de Duit- schers gelijk hadden, werd door Bergmann bewezen, die thans in zijn kliniek 8 per ionen heeft die van keelkanker genezeu zijn en bij wie de ziekte zoowel makroskopisch als mikroskopisch met zekerheid gecoustateeri

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Schager Courant | 1893 | | pagina 2