Uit en voor de Pers.
Gemengd Nieuws.
De veldwachter der ge
meente OPMEER J. P. Fehris, ontving
dezer dagen voor zijn 40jarigen trouwen
dienst vanwege den „Nederlaadschen Po
litiebond" een gouden medaille.
In den polder der gemeen
te OUDENHOORN bekend door de uitge
breide aardappelteelt, is men reeds druk
bezig met het rooien der vroege soorten.
Vooral de zoogenaamde Gelderscke kralen
vinden veel aftrek. Bij een gemiddelde
opbrengst van 100 II. L. per geniet (na
genoeg een balf H. A.gaan zij tot een
prijs van ongeveer f 2.75 per H. A. vlug
van de hand.
De dames Marie Snijders
Jeannette De Jong en Anna Oorver, vroe-'
ger leerlingen der Kon. Muzieksehool,
die te Berlijn haar studiën voortzetten,
zullen in Oct. een concert geven in de
Singakademie aldaar.
Jeannette De Jong komt daarna in enke
le steden van ons land concerteeren, in ge
zelschap van een Berlijnsche violiste, mej.
Baginskj.
Te RHEDEN was eenland-
bouwer H. J. P. bezig met het rijden van
kleiaarde, waarbij hij vergezeld was van
zijn vijfjarig eenig zoontje. Toen hij de
kar aan den voorkant optilde en deze zoo
achterover wipte, bemerkte hjj niet dat het
kind achter de kar stond en onder de neer
stortende airde werd bedolven. Eerst eeni-
ge oogenblikken later werd het kind door
den vader, die vermoedde dat het in zijne
nabijheid liep te spelen, vermist. Bij het
omwoelen van den neergostorten grond werd
het jongentje daaronder gevonden een paar
zachte stuiptrekkingen werden nog waarge
nomen, maar de gemeentegeneesheer dr. M.
A. de Jong kon slechts de dood consta
teren.
Op denzelfden tijd n. 1. dat anders de
aardappelen aan Kalihonger gaan lijden,
trekken dan soms de bovenste bladeren on
der een geelgroene kleur samen en beginnen
allengs aan de randen te verwelken.
Het loof takelt iets te gauw af en de op-
wet geenizins heeft gedacht aan het be-
langrijkste gevolg, dat eene wet heeft.
Nu wil Minister Tak, zooveel mogelijk
herstellen, wat iadertijd verketrd is gedaan,
eu ziet, vele volksvertegenwoordigers onder
alle partijen komen daartegen in ve'zet, en
brengst, maar vooral het zetmeelgehalte betoogen daarom in hunne langere en
- 6 kortere, maar toch altijd nog overvloedig te worden.
lang zijnde redevoeringen over het wets-
vervat stelsel, het stelsel—van Houten of
elk ander, dat het kiesrecht afhankelijk
stelt van bezit en geld, ot vastkoppelt
aan de belasting-wetgeving. Het eenvou
digst zou dan zijn, het vigeerend kiesstel-
8©1 msuir tG böhoudGQ, Wiint dan bclicGf-
de er in het geheel geen kieswet gemaakt
In aansluiting aan een
vroeger bericht deelen wij omtrent de
Yereeniging tegen vroege huwelijken
mede, wat wij in het Dagblad la
zen
Vooral in de veenstreken zijn vroegere
huwelijken bij arbeiders gewoonte en het
gevolg is groote, arme huisgezinnen. Te
STADSKANAAL is thans door eenige
jonggelieden eene vereeniging Nederland-
scie Volksverbetering opgericht, waarvan
de leden zich verbinden niet vóór hun 30e
jaar in den echt te treden. Elk lid be
taalde jaarlijks in de bondskas eene som
welke hem bij zijn huwelijk op of na 30-
jarigen leeftijd uitgekeerd wordt. De Ver
eeniging telt reeds 15 leden, terwijl 15
andere jongelingen, ter vergadering aanwe
zig, nog bedenktijd vroegen vóór zij tot
lid toetraden.
der aardappels valt niet mee.
De plant lijdt dan aan chloorvergifti
ging. Chloor, dat m aanzienlijke hoeveelheid
in het kaïnit voorkomt als chloornatrium
en chloormaguesinm eu Jat bij tij lig gebruik
(vroeg ia de herfst) tijd heeft om naar be
neden te zakken, maar bij lateie aanwen
ding grootendeels in de bouwvoor blijft
hangen en daar de aardappelenplant ver-
giftigt.
Gebruikt daarom de kaïnit tot aardap
pels in Augustus of September. Ploegt haar
gerust onder, als dat zoo te pas komt.
Moet iemand evenwel om de een of andere
reden nog kali in het voorjaar gebruiken
tot aardappels, neem dan de chloorvrije ge
zuiverde zwavelzure kali.
Duizend kilo kaïnit staat, wat het gehalte
betreft, ongeveer gelijk met 500 kilo patent
kali-magnesia of 250 kilo gezuiverde zwa-
velzure-kali en is voldoende voor een hectare,
bij uitsluitende bemesting met kunstmest
(naastchilisalpeter, superphosphaat of s'.ak-
kenmeel en eventueel ook kalk natuurlijk.)
Bij esn gecombineerd gebrnik van stal
en kunstmest is 500 a 600 kilo kaïnit
in den regel voldoende. Bij compost, ier,
fabrieksmest en dergelijke neme men dj
hoeveelheid niet te geringwat de plan
ten het eerste jaar niet opnemen, blijft
toch grootendeels tot de volgende vrucht
bewaard.
Wie nn bovengenoemd verschijnsel bij
zijne aardappelen opmerkt en het boven
staande toepast, zal het beste recept voor
deze nog door weinigen bekende ziekte
hebben. Wenschelijk ware het, dat
van de nuttige lessen wat meer notitie
werd genomen. KI. Ct. v. R.
ontwerp van mr. Tak, dit zij er geen
begrip van hebbtn, dat het karakter van
een volk zich vormt nair de wetten waar
onder bet leeft, en dat zij ook geenszins
de belangrijkste der uitkomsten eener wet
kenneD.
Die tegenstanders van de wet lak weten
blijkbaar niet, hoe maatschappelijke kracn-
ten worden uitgebracht. Zij lezen niet wat
door en voor het volk wordt geschreven,
omdat zij gelooven, dat het volk, toch
zeker geen beter inzicht, geen helderder
begrip over wetten en de uitkomsten er
van heeft dan zij.
Toch bewijst de strijd om het bezit van
het kiesrecht door het volk begonnen en
voortgezet, het tegendeel. Het volk, dat
door sommigen zelfs niet ontwikkeld ge
noeg wordt geacht, om een schrijfproef te
kannen doorstaan, bewijst echter, door zijn
wil uit te spreken om mede wetten te
maken, door middel van het kiesrecht en
het daarna invoeren van het stemrecht, dat
het natuurlijk niet op school, maar
door dat te lezen wat de volksvertegen
woordigers niet lezen geleerd heeft,
wat de belangrijkste uitkomst eener wet
geacht moet worden te zijn en ook hoe
maatschappelijke krachten worden voort
gebracht, in het algemeen belang, in het
belang van het gemeenschapsleven, in het
belang van het worden tot eene eenheid
van geheel de natie.
Dit reeds is voldoende om aan te toonen
dat het volk vooral niet lager staat in
helderheid van inzicht en begrip, dan zij
die tegen de wet van Tak willen stem
men, klaarblijkelijk omdat zij van het be
langrijkste doel, van de belangrijkste der
uitkomsten eener wet, geen helder denk-
Landbouw.
Vreemde verschijnselen4?
Een paar verschijnselen in de. aardappel
velden, welke telke jaren in meerdere of
mindere mate terugkeeren, doen zich ook
thans weer voor. Men ziet hier en daar
een aardappelveld tegen het einde van den
bloeitijd een te donkere kleur aannemen,
welke allengs overgaat in het verwelken
van het blad in een tint, die met de
naam „koperig* aangeduid wordt, 't Is
zoo ongeveer glinsterend bruin, geel zwart,
groen enz. dooreen.
De bladeren hangen daarbij aanvanke
lijk niet flets, als bij de gewone aardappel
ziekte, aan den stengel, verspreiden ook geen
stank, maar staan in de regel, schrompelig
in den wind. Al spoedig gaat de plant ge
heel verkwijnen, zoodat de opbrengst dan
ook erg tegenvalt.
Men ziet dit verschijnsel het meest voor
komen op land, dat met fabriekmest of ier,
met de gewone stadcsompoit is bemest.
Verder vindt men het veel op land, dat
tot de laatste vrucht (aardappelen) in 't ge
heel niet bemest is. De boeren neggen er
vanze kunnen 't einde niet krijgeu. En
terechtZe kunnen het eicde niet krijgen,
omdat de benoodigde Kali ontbreekt.'t Gaat
met de bemesting als met een ketting.
Wat hij dezen laatsten de schakels zijn,
zijn bij de bemesting of plantenvoeding dc
verschillende voedingsmiddelenstikstof,
kali, phosphorzuur, kalk, magnesia, enz.
Al zijn ook al de schakels van een ket
ting sterk genoeg, behalve een, dan zal
toch de ketting niet meer draagkracht heb
ben, dan die, welke eene zwakke schakel
kan verduren.
En al is er nu ook overvloed van alle
stoffen in den bodom (mest) behalve van
éón, dan zal toch het plantenleven worden
beheerscht door die eene stof, waarvan te
weinig is en de oogst worden beperkt tot de
hoeveelheid, welke van die minium-lijder
kan worden geprocudeerd.
De stof nu, waarvan in den bodem vaak
te weinig is en waaraan de genoemde mest
stoffen betrekkelijk niet rijk genoeg zijn,
si de kali. Land, dat bemest is met eene
flinke hoeveeheid goeden stalmest (die rijk
is aan kali) vertoont het kooperklenrig blad
niet, evenmin het land, dat met eene flinke
hoeveelheid kalimest (kainit patentkalimag-
nesia, chloorkalium) is bemest.
Neemt daarom de proef, gij landbou
wers, die last hebt, dat uwe aardappelen
't einde niet hunnen krijgen, neemt de
de proef met bij uwen compost fabrieks
mest, ier, enz. wat kaïnit of een ander
kalizont te gebruiken, 't Succes blijft niet
uit, wanneer daarbij oordeelkundig wordt
te werk gegaan. Zaait b. v. geene groote
hoeveelheid kaïnit, noch in den winter of
Het Gemeenschapsleven,
Onder dit opschrift schrijft deA7. Roti.
Ct. het volgende:
Het is zeer te betreuren, dat onder de
werklieden zooveel oueensgezindheid be
slaat, dat men ze onderling verdeeld kan
houden.
Eene, zeker wel de grootste oorzaak
daarvoor, ligt in onze wetgeving, welke de
natie verdeeld houdt.
Om een voorbeeld hiervan te geven,
zullen wij een paar wetten noemende
wet op het onderwijs, waardoor een deel
van de natie van onderwijs verstoken blijft
omdat de wet geen leerplicht voorschrijft
en de kieswet, door welke de meerderheid
der meerderjarige bevolking van het kies
recht uitgesloten wordt.
Deze beide wetten bevorderen feitelijk
het verdeeld blijven der natie.
Het karakter van een volk, wijzigt zich
steeds naar de wetten, welke het Da te le
ven heeft.
Deze is debelangrijkste van de uitkomsten
aan welke men moet denken bij het maken
van wetten.
Bij de wet op het onderwijs en bij de
nog fungeerende wet op het kiesrecht, is
blijkbaar aan deze uitkomst in 't geheel
niet gedacht en zeker niet in verband met
het vormen van een zuiver gemeenschaps
leven of vaD eene eenheid, samengesteld
door heel de natie.
Immers, waar de onderwijswet, duizende
bij duizende kinderen zonder onderwijs laat,
daar legt ze de gedachte in die duizenden
bij duizenden, dat ze niet behooren tot
de natie, dat zij de misdeelder. zijn, in
beeld hebben, misschien er in 't geheel
niet aan denken.
Dit duidt aan, hoezeer wenschelijk het
is, om het volk mede de wetten te laten
maken, en mede te laten besturen.
Het mag daarom dan ook van
hoog belang worden geacht, om den mid
denstand en de werkliedenklasse, ook deel
neming te verzekeren aan het besturen van
de gemeenten en van de groote gemeen
schap, den Staat, opdat de grondslag wor
de gelegd voor het vormen van de ge
meente in het klein en van den Staat in
het groot, tot eene krachtige eenheid.
De aristocratie en de tegenwoordige
kiezers die tevreden waren, met de be
grippen van de door hen gekozeu verte
genwoordigers, die, zooals wij gezien heb
ben, niet al te ver strekken, hebben ver-
znimd om zulk een eenheid te vormen.
De stroom der volkswenseheD, die dit
verzuim willen hersteld zien, wordtsoms
met geringschatting demo
cratische stroomgenoemd.
Het doel van die wenschen bepaalt
echter de beteekeDis van het woord rde-
mocralie" eu omdat dit zoo is, daarom is
dit woord van zeer hooge, edele beteeke-
uis, want het wil zeggen ^eenheid van al
len, eenheid der geheele natie, en door
allen eensgezind streven naar de beste
der uitkomsten, welke wetten kunnen heb
ben.'
Door een van de leden is in het alge
meen debat reeds een sluippaadje aauge
wezen, dat men zou kunnen inslaan om,
tusschen consequentie en eaneientie door
tot eene herknooping van de banden tus
schen kiesrecht en belasting te komen.
Dat vroeger zoo zwaarwichtig bezwaar
heette het, zou zich niet doen gevoelen
wanneer de nu reeds voor tweederde tot
stand gebrachte hervorming van het be
lastingstelsel zou voltooid zijn. Men
toont hiermede echter de bedenking te
gen een belastingkiesrecht niet te vatten;
zij is niet ontleend aan de bestanddeelen
of de inrichting van een of ander be
paald belastingstelsel in het bijzonder
maar aan het wezen der zaak. Niet om
dat ons belastingstelsel, sedert vijftig ja
ren onophoudelijk partieel gewijzigd door
zonder twijfel op zichzelf staande verbe
teringen, die echter het verband moer
en meer daaruit verdreven, zulk een stel
selloos geheel vertoonde, wensebte men
andere grondslagen van kiesrecht, maar
omdat men zelfs van het beste belasting
stelsel het kiesrecht niet afhankelijk wil
de stellen. En al was nu het belasting
stelsel van den heer Pierson volmaakt
(wat wij niet meenen, al keuren wij
het goed), dan zou de samenkoppeling
daaraan van het kiesrecht groote prac-
tische bezwaren hebben. Terwijl de geest
van den tijd in 's lands belang op neer-
schuiving van het kiesrecht bedacht is,
streeft het belastingstelsel van den min-
nister Pierson naar opschuiving van den
belastingsplicht. De vermogensbelasting
begint eerst bij een vermogen van f 13000,
de belasting op de bedrijfsinkomsten eerst
bij een zuiver inkomen van f 650, de
herziening der personee'.e belasting zal
op den grondtoon van opheffing der
zwaarst gedrukten, de kleine burgerij
stemmen. De meest vrijgevige manier,
waarop men kiesrecht met de nieuwe be
lastingswetten in verband kan brengen
is aan alle aangeslagen en dat recht te
verleenen. Alle kleine burgers met min
der dan f13,000 vermogen, allen die ge
ringere verdiensten hebben dan f 650
zuiver, alle land- en tuinbouwers, die niet
in de vermogensbelasting vallen, blijven
buiten het paye légal. Zulk een uitbrei
ding van het kiesrecht zal in het alge
meen weinig van beperking verschillen;
in de plattelands-districten zal het zeker
het getal kiezers geducht doen verminde-
r#n.
Een belasting-kiesrecht is dus bij de
tegenwoordige en aanstaanden belasting
wetgeving (1) onaannemelijk. Hetzelfde
kan gezegd worden van het denkbeeld,
dat we ergens door -een principieel voor
stander van de wetsontwerpen geopperd
zagen, om Tak's kiesstelsel in beginsel
aan te nemen, maar geleidelijk in te
Op het oogenblik is aan de geleide
lijkheid niet meer te denken, tenzij in
den weinig aannemelijken en weinig
logischen vorm van principieele bevoegd-
verklaring in den allerruimsten kring
met opvolgende aankomst van het recht
in twee of drie termijnen.
Zooals wjj daareven zagen, zou dit
stelsel zoo wonderlijk werken, dat het
nauwlijks ernstig opgevat kan worden."
(1) Hier is nog altoos buiten aanmer
king gelaten de gewichtige bedenking,
dat in een land, waar accijnzen op ar
tikelen van dagelijks gebruik geheven
worden, elk ingezetene zonder onderscheid
in de belastingen bijdraagt.
voeren.
Stel dat men, geen bezwaren hebben
de tegen Tak's voorstellen, wil tegemoet
komen aan het bezwaar van het „te veel
op eens", en derhalve de nieuwe
I3e Kieswet.
Naar aanleiding der debatten over het
Kiesrecht in de Tweede Kamer der Sta-
ten-Generaal, vooral met betrekking tot
de toegezegde amendementen, maakt de
Arnh. Ct. de volgende opmerking
„Hoe het vriendelijk, opbouwend amen
dement er zal uitzien, waarmede eenige
liberale afgevaardigden voornemens zijn
de Tweede Kamer te verrassen, weten
wij niet, wij kunnen er zelfs niet naar
raden, hoewel wij, indien men in ver
trouwen ons gevoelen vroeg, wel zouden
durven zeggen aan de aannemelijkheid,
ja zelfs aan de bestaanbaarheid te twij
felen. Er is aan alle kanten, door ge
leerden, juristen, journalisten, staatslie
den et tutti quanli al zoolang en zoo
vruchteloos gezocht naar een middel om
in eenigszins andere termen en bewoor
dingen toch inderdaad hetzelfde te doen
wat nu de Minister Tak heeft voorge
steld wij hebben voor de hier bedoelde
heeren der Kamer grooten eerbied, maar
kunnen toch niet aannemen, dat het hun
klakkeloos zou worden geopenbaard wat
voor al die geleerde heeren is verborgen
gebleven. Een nieuw kiesstelsel komt
niet uit de lucht vallen.
Men kan zeer goed tot zich zelf zeg
gen ik wil dezelfde kiezers des
noods met eenige kleine beperkingen en
uitzonderingen welke in de wetsont
werpen worden bedoeld, maar ik wil ze
kiezers maken door eene formule, welke
de tegen die ontwerpen aangevoerde be
zwaren dan wegnemen. Maar het komt
juist op die formule aan, de vorm over-
heerscht hier den inhoud geheel. Althans
voorzoover men werkelijk van het denk
beeld ia, dat er nu terstond tot aan de
door de Grondwet aangewezen grenzen
moet worden gegaan. Is men van eene
andere meening, wil men eene beperkte
uitbereiding, aan den lateren wetgever
het groote huisgezin, dat hun dus te kort
wordt gedaan.
Met de bestaande kieswet is het precies
hetzelfde, en daarom komt de massa dan
ook in verzet tegen deze wet.
De massa wil een zuiver gemeenschaps
leven gevormd zien, en wenecht dien wil
ook uitgedrukt te zien in eene wet. Daarom
vraagt zij algemeen Kies- en Stemrecht. De
heerscheude verdeeldheid onder de verschil
lende klassen eu de verschillende partijen,
hebben de massa de oogen doen opengaan.
Zij heelt bemerkt, dat zij zelve versto
ken is gehouden van onderwijs en daar
om Diet als gelijke werd behandeld met
de gelukkigeren, de rijken. De massa ge
voelt, dat zij daardoor alleen reeds als bui
ten de gemeenschap is geplaatst en het
spreekt wel van zelf, dat de massa hiero
ver te meer ontevreden is, omdat de geluk
kigeren haar nog dom ncemeu bovendien
en ongeschikt, om aan de leiding van het
gemeenschapsleven deel te nemen.
Men moet erkennen dat dit voor de
massa ook erg onaangenaam is om te moe
ten ondergaan en te moeten horen.
Op grond nu de ongeschiktheid, om deel
te nemen asn het bestnur welke men de
massa liet, door te verzuimeD, om leer
plicht in te voerenenroldoend
onderwijsaan allentegeven,sluit
men de massa uit van de uitoefening van
het recht om te kiezen.
Deze uitsluiting verscherpt natuurlijk
het gevoel bij de massa, dat zij als het
ware buiten de gemeenschap staat.
Dit geToel nu is het resultaat van bei
de genoemde wetten.
Dit gevoel nu beheerscht de vorming
van het karakter, het leidt het willen en de chronische belemmering van een steeds
het handelen der buiten het onderwijs en krachtiger aandrang op verdere uitbrei-
het voorjaar,
ander leelijk
want dan
verschijnsel
het kiesrecht geslotenen en daarom is de
heerschende ontevredenheid over deze weiten
ook de uitkomst van deze wetten.
De strijd om het kiesrecht is derhalve
kan zich er een een rechtstreeksch gevolg van do
voordoen. 1 digheid, dat men bij het maken
omstan-
van deze
ding nalatende, dan is het amendement
niet lang te zoeken. Dan zou alleen
V embarras du choix te overwinnen zijn,
want dan beeft men maar te kiezen tus
schen het zuivere censusstelsel, het in nevoiking van
artikel VH der Algemeene bepalingen kunnen hebben?
kiezers
bij gedeelten wil toelaten. Men zegt
ook de heer Röell onderschreef die mee
ning van 300,000 op 800,000 is te
veel op eens; wanneer er nu bijvoorbeeld
500,000 nieuwe kiezers bijkwamen, dat
zou nog gaan. Maar wanneer men de
grondslagen der voorgestelde uitbreiding
goedkeurt, en van het standpunt uitgaat,
dat de verst mogelijke moet geschieden,
dan kan men aan de tegenwerping alleen
tegemoetkomen door een bepaling, die de
nieuwe kiezers geleidelijk in het bezit
van hun recht stelt. Men zal het dan
zóó moeten zien te regelen, dat bij de
eerste verkiezing 200,000 er bijkomen,
vier jaren later nog eens zooveel, en
weer vier jaren daarna het resteerend
100,000-tal. Hoe zal men die splitsing
maken Op de economische zelfstandig
heid kan niet geloofd of gedongen wor
den die bezit men of men bezit haar
niet. Misschien op de schrijfproefdan
zouden aan de eerste verkiezing na de
kieswet kunnen deelnemen allen, die
mooi of netjes schrijven vier jaren later
konden dan ook optreden de duidelijk
of leesbaar schrij venden bij de volgende
Parlementsverkiezing al de anderen. Maar
dit voorbeeld blijkt wel eene persiflage;
zoek bet dan op den leeftijd en bepaal
dat eerst allen boven de 30, vervolgens
allen boven de 25, ten slotte allen boven
de 23 jaar kiezers zullen zijn. Elke bepa
ling van leeftijd, behalve den door de
Grondwet aangewezene, is in dit geval
voor den wetgever natuurljjk willekeurig
er is evenveel vóór als tegen te zeggen.
Doch tegen dezen vorm van geleidelijke
uitbreiding kan dan toch worden aange
voerd, dat hij zeer onzinnig is. Het is
reeds erg genoeg den knoop door te hak
ken en willekeurig te bepalen, dat de 30
jarigen kiezers zullen zijn en de 29jari-
gen niet, maar volstrekt onverdedigbaar
zou het zijn te zeggen op dit oogen
blik komen alleen zij voor bet kiesrecht in
aanmerking die 30 jaren oud zijn, wie
maar 25 is houden wij voor ongeschikt
doch over vier jaren zijn allen die 25 jaren
oud zijn even geschikt als nu de 30 ja
rigen. Welke omstandigheden en gebeurte
nissen zijn dan in den korten tusschen-
tijd te wachten, die dezen grooteren
graad van rijpheid van de mannelijke
in bevolking van Nederland ten gevolge
Wie zijn kind lief heeft
Een redenaar begon zijne hoorders toe
te spreken: //Ouders, hebt gij uwe kinderen
Het?'
Een dwaze vraag schijnbaar: wie ter we
reld zou niet zijn kind beminnen En toch
geven sommige verstandhoudingen en han
delingen aanleiding tot twijfel in dezen.
Wie zijn kind liefheeft, streeft ernaar
het gelukkig te maken, zoo gelukkig mo
gelijk. Niet ieder vindt evenwel het geluk
op dezelfde plaats, Deze zoekt het in be
zit van geld en goed. gene in bekwaam
heid, verstand en deugd.
Niemand evenwel zal het geluk willen
zoeken in uiterlijk vertoon.
Toch staat uiterlijk vertoon in onzen
tijd vrij hoog aangeschreven. Wij hebben
slechts te denken aan de mode.
Da mode; wat heeft zij van onze klee-
dij gemaakt? Houdt zij in de eerste plaats
rekening met de gezondheid van den mensch?
Neen ten koste van lichamelijk welzijn,
streeft zij naar versiering, uiterlijke schoon
heid. Men kleedt zich om in de wereld te
kunuen verschijnen in plaats van tegen 't
klimaat bestand te zijn.
Dat men zijn smaak raadpleegt bij't kie
zen van zijn kleed, wie zon 't laken
Maar, dat men eigen smaak miskent, en
blindelings aanneemt, wat de mode aan
biedt, dat is te verwerpen. En inderdaad
is dat het geval. Verraadt niet de uitdruk
king opgevangen uit den mond des volks
,o, zou dat nu mode worden', verraadt
zij niet geheele onderwerping en slaafsche
vrees
Zoover is het gekomen, de mode ge
biedt en 't publiek gehoorzaamt. Een japon,
nog niet hall versleten, wordt afgelegd,
omdat zij niet meer naar de eischen der
mode is. Wat geriumte tijd naar den
smaakt was, wordt op eenmaal veroordeeld
om soms, na jaren, weer te worden voor
geschreven als schoon niemand bijna, die
protesteert. Grillig is zij, die heerscheres,
en 't is te verwonderen, hoe zij zoo gehul
digd en gehoorzaamd wordt,
Wie zijn kind liefheeft, beware het voor
dergelijk slavernij. Hij leere zijn kind, het
kleed beschouwen als noodzakelijke lichaam
bedekking, niet meer. De kleeren maken
den man niet. Ergerlijk is het, hoe soms
kinderen van een jaar of acht letten op en
waarde hechten aan den tooi van hunne
schoolmakkertjes over den schouder aan
zien, wie in wat soberder pakje steekt,
O, moedtrs 1 doet ze zien, dat onder
een slecht kleed wel een goed hart kan
kloppen laat ze gevoelen, dat ge dit laat
ste op den hoogsten prijs stelt. Zoekt hun
speelmakkers niet alleen onder diegenen,
met wie ze uitwendig overeenstemmen, let
op den aard der kameraadjes wat meer;
want de kleeren maken den man niet.
Leer ze net en zindelijk wezen, doch
maak u vrij van modezucht. Of is er
niet iets bespottelijks in, dat nu de mou
wen van uw kleed nauw, en dan weer
vreeselijk wijd worden gedragen bespot
telijk den middel samen te rijgen en op
een andere plaats het kleed op t« vullen
In waarheid, wie dat sehoon vindt,
„beseft de ware schoonheid niet,' om met
v. Alphen te spreken #Wie telkens in
den spiegel ziet,' en zooveel werk maakt
van zijn kleederdracht, bezorgd bijna, wat
de mtnscheu er wel »an zullen zeggen,
kent de verhouding niet, uit zinnelijk en
zedelijk schoon, kent de waarde niet van
verstand en karakter.
Zijn er niet, die zich in hun voeding
bekrimpen, om de mode te kunnen dienen F
IJdelheid der ijdelheden, zich te kleeden
voor 't oog der wereld I Schatten worden
er door verslonden; „om den stand op te
houden," wordt niet zelden een te groot
offer aan de mode gebracht, ja steekt men
zich soms in schulden in plaats de bakem
te verzetten.
Wie zijn kind lief heeft, leere het hier
van de dwaasheid inzien. Voor velen ii
het thans de tijd, om de bakens te ver
zetten, daar de tijd verloopt. Dat zij daar
toe den moed bezitten, in hun eigen be
lang en vooral in dat hunner kinderen.
(Neerlandici Volksblad.) M. J.
Op het laatste internatio-
nale geneeskundig coDgres te Londeu werd
er voornamelijk door de Engelsche artsen
op gewezen, dat de kanker in de keel on
geneeslijk is de men zich derhalve onthou
den moet, groote operaties te verrichten, daar
deze toch geen goede uitwerking hebben.
De üuitschers, in het bijzonder Bergmann,
waren van tegenovergestelde meening door
er op te wijzen dat de keelkanker geen
slechtere prognose gaf als de borstkanker,
wanneer slechts de noodige voorzorgen bij
de operatie genomen werden. Dat de Duit-
schers gelijk hadden, werd door Bergmann
bewezen, die thans in zijn kliniek 8 per
ionen heeft die van keelkanker genezeu zijn en
bij wie de ziekte zoowel makroskopisch als
mikroskopisch met zekerheid gecoustateeri