weid. De eerste der patiënten werd voor 7 jaar geopereerd, de 6 volgende van 7 3 en de laatste voor 8 maanden. De laatste kon zich met een heldere stem aan de toe schouwers verstaanbaar maken. Dat de her stelde patiënten zorgvuldig verpleegd moe ten worden en steeds geneeskundig onder zocht moeten worden is duidelijk, als men weet, dat de ziekte dikwijls na verloop v»n tijd weder terugkeert. Zoo komt een Rus sisch dame, die voor 6 jaar door Bergmanu g< opereerd werd, twee maal in een jaar terug om zich te laten onderzoeken. Door den d e u r w aar d er te Beckum'(Westfalen) is een eigenaardig be slag gelegd. Op een pereboom is een plak kaat bevestigd met twee zegels, terwijl het plakkaat het opschrift draagt„De vruch ten aan dezen boom peren zijn in be slag genomen." Voor het landgerecht te Neurenberg stond een dief terecht en men zocht onder de vele voorwerpen naar het corpusdelicti, een ring. Toen dit niet spoedig gevonden werd, greep de rechter naar een sigarendoos en opende deze, waarop onmiddelijk een deuntje mnziek weerklonk;in de dcos zat een speel doosje. Daar niemand in de zaal het in strument lot zwijgen kon brengen, moest men onder algemeen gelach, waarmede ook den rechters en dief instemden, wachten tot het speelwerk een paar malen had herhaald: Och, mein lie- ber Augustin. Een nieuw verlichting s- toestel voor vuurtorens is uitgevonden in Engeland; de vlam heeft een sterkte van 4000 kaarsen. Het licht wordt gevormd door benzine in gasvorm over te brengen en wel door puimsteen daarmede te dren ken en lucht door den steen persen. Het benzinegas wordt door fijn magnesiumpoe der geleid en komt, aldus met het poeder vermengd, in een buis, aan het eind waar van het in een kleine vlam verbrandt. Het verbruik van magnetsiumpoeder is zeer gering14,4 tot 36 gram per uur, naar gelang van de vereischte lichtkracht, die natuurlijk door lenzen nog wordt ver sterkt. Bij Folkestone zal dit licht het eerst worden gebezigd. De groote jaarmarkt te Nisjnii-Nouwgorod (Rusland) is met bui ten gewone plechtigheid geopend door den gouveneur-generaal Baranoff. Deze heeft zijn residentie in de stad verlaten, om zijn paleis van Glawnysome te betrekken, dat te midden van het veld staat, waarop de markt plaats heeft. De deelnemers, allen kooplieden en handelaren, die van verre komen voor deze meest belangrijke aller kermissen in Rusland, worden op 400.000 geschat. Gelukkig mislukt. In zeker dorp woonde een rijke boer, die meende, dat hijzeker om zijn rijkdom voor elke betrekking in dienst van ge meente-, polder- of dijkbestuur in aan merking moest komen, en die dan ook bij eene vacature zijn best deed, om de opengevallen plaats machtig te worden. Thans ook was hij druk in de weer om een der hoogste betrekkingen te vero veren. Hij wist, dat de predikant der ge meente door hen, die de keuze moesten doen, zou geraadpleegd worden en dat dan diens raad ook wel zou opgevolgd worden. Aanstonds besloot de man dus de godsdienstige samenkom sten stipt en trouw bij te wonen, en het ver baasde zoowel de gemeente, als den predi kant, niet weinig, den man op eens in de kerk te zien verschijnen, waar zijne plaats jaren lang ledig had gestaau. Doch het ging hem, als velen: het doel, dat hij nastreefde, werd juist gemist, omdat zijn middel verkeerd was. Want toen weldra tusschen den predi kant en hei.,die de betrekking te begeven had den, allereerst de naam van den nieuw bakken kerkganger genoemd werd, zeide de eerste aanstonds//Hem moet gij ze ker niet benoemen, als gij een ernstig man hebben wilt; want hij huichelt godsvrucht, terwijl 't hem alleen om eigen eer te doen is. Iemand, die zells't heilige misbruikt, is voor een eerebetrekking ongeschikt.' Ieder stemde dit volkomen toe en de (Uichelaar kreeg nu dus geen enkele stem. Hij beloofde daarop met een drei gend gebaar in de richting van kerk en pastorie, dat hij „nooit weer een voet in de kerk zou zetten.*' Enkele eenvoudige lieden begrepen het niet goed en vroegen, of 't niet beter wa re geweest, den man maar te benoemen; want dan zou bij het kerkbezoek mis schien hebben voortgezet. Maar de predi kant antwoordde op fleren toon „Zulke menschen kunnen wij missenwant een huis desgebeds is de kerk,geen huis van koop handel.' (Nteute Leven) W. H. Dat het onwaarschijnlijke mogelijk is, bewijst een echtpaar te Zsom- bolyi in Hongarije, dat in Mei van dit jaar zijn honderdjarig huwelijksfeest ge vierd heeft, indien althans dit bericht niet in een of ander dagblad wegens gemis aan stof in den komkommertijd slechts tot opvulling der ruimte dienst heeft moeten doen. Volgens authentike en onbetwistbare bewijsstukken zouden Johan Szatbmarv en zijn nog levende echtgenoote in 17£3 in den echt getreden zijn en dus thans ongevser 120 jaren oud zijn. Tot voor korten tijd voorzagen deze oudjes door veldarbeid nog in hunne, trouwens beschei den behoeften. Professor Bardeleben te Berlijn deed onlangs mededeeling van bet volgende geval. Een vijfendertig jarig man werd door een trein beide beenen afgereden, het eene bij de knie, terwijl het andere geheel verpletterd was. Hij had buitengewoon veel bloed verloren en was bij de aankomst in het ziekenhuis be wusteloos, terwijl de pols niet meer sloeg, de ademhaling onregelmatig gingin "liet kort, men kreeg den indruk alsof bij ster vende was. Onmiddellijk spoot men hem langzaam en voorzichtig, ongeveer 2 L. keukenzout-oplossing in (6 gram keuken zout op 1 Liter), waarop polsslag en adem haling terugkeerden Toch bevond hij zich in een ijlenden toestand, die eerst langzamerhand verdween toen het bloed terugkeerde. Den volgenden dag werden de beenen afgezet en later kon de patiënt genezen ontslagen worden. Het leven had hij derhalve te danken aan het in spuiten met zout-water, zonder dat hem dit later heeft gehinderd. Zeer belangrij ke onderzoe- kingen over het zoogenaamde worstgift, zooals dit zich vormt, soms zelfs in fris- sche worst, hoofdzakelijk in de uiteinden, zijn uitgevoerd door den gerechtelijk schei kundige dr. Jeferich en door dr- Frans Niemann, assistent bij het hygiënische In stituut te Berlijn. Die onderzoekingen zijn gedaau na verschillende gevallen van ver vergiftigingen, vooral door worst, ham, ge rookte aal en dergelijke. Die gevallen kwa men voor in Benlhem, Unter-Wieschen, Berlijn en in den omtrek van Halberstadt. In sommige trad een snelle dood in, ande re daarentegen bestonden in ongesteldheid bij massa, zoo bijv. werden in een plaats 34 famielies ziek. Een geval in Berlijn eindigden met den dood na 42 uur. Overal, waar vergifti ging intrad, hetzij ze met den dood ein digde, of weer ophield na eenige dagen, had men symptonen van hevig onwel-zijn, koude, enz. Bij opening van eenige lijken ontdekte men eene sterke ontsteking in de darmhuid. Bij sommige vond men vergif in de ingewanden. Het bleek, dat alleen het vergif ontstond door omzetting van stoffen daarom werkte bij sommigen de worst doodelijk, terwijl anderen, die korten tijd daarna van de zelfde gebruikten, er geen of weinig hin der van kregen. Iets zekers valt er ech ter nog niet van te zeggen, maar men is den weg der onderzoekingen eenmaal op. Een zoon van koning Bell uit Cameroen houdt tegenwoordig weer verblijf in Berlijn en doet daar groote in- koopen. De jonge Afrikaan heeft eenige jaren geleden bij den schoenmaker Essen, in de Alexanderstrast, het schoenmaken geleerd met zeer goeden uitslag. Nu is hij teruggekeerd om schoenmakersgereed schap te koopen, dat gebruikt zal worden door zijn landgenooten, die hij het vak ook heeft geleerd. Yau een boerderij te Ard- well (Wiglonshire) verhaalt men dat daar alle machines door electriciteit gedreven worden. De dynamo wordt in beweging gebracht door het water van een beekje op ongeveer 900 M. afstand. De stroom wordt onder den groi.d geleid naar het woonhuis en de boerderij. De motor is 16 paarden kracht sterk en loopt zacht en stil. De graaf van Shaftesbury ging eens te voet door een der drukste straten van Londen. Hij werd een klein meisje gewaar, dat alleen was en niet wist, hoe zij de straat over zou steken want dat gaat in die groote stad niet zoo heel gemakkelijk. Zij keek verlegen al de omstanders aan, of zij ook iemand zag, dien zij kon ver trouwen. Maar tevergeefs Ieder ging voor bij zonder baar smeekenden blik te be merken. Daar viel haar oog op den graaf, en zonder een oogenblik te aarzelen, liep zij op hem toe en vroeg„Och mijnheer 1 breng mij naar de overzij 1" De graaf deed het. En toen zij er wa ren, zeide het meisje„Dank u wel. Gij zijt nog eens een vriendelijk heer Shaftesbury vertelde het vooral later en getuigde, dat dit woord het schoonste com pliment was, dat hij ooit ontvangen had. A. W. S. Een groot philosoof merk te eens, sprekend over vrouwen, op Daar zijn drie dingen, waarop een vrouw in het eene opzicht behoort te gelijken en in het andere niet. Zij dient op de slak te gelij ken, in zooverre, dat zij ook altijd thuis blijft, maar niet overal, alles wat zij bezit op haar rug drage. Zij dient op de echo te gelijken, in zoover, dat zij ook niet spreekt, wanneer zij niet toegesproken wordt, doch weer niet om, zooals de echo het laatste woord te hebben. Zij dient even geloofwaardig te zijn als de stadsklok maar zij moet niet zooveel leven maken, dat men haar in de geheele stad hoort. Het volgende middelheeft de heer Menzer uit Neckargemünd ge bruikt tegen de wespen, die hem deerlijk plaagden. In zijn magazijnen, tuinen en in den wijnberg plaatste hij honderden fles schen, meest champagnetiesschen, die bij voor een derde vulde met een vloeistof, bestaan de vcor een vierde deel uit Griekschen zoeten wijn en voor drievierde uit water. Bij duizenden kropen de wespen in deze flesschen en kwamen daar om. Plaatst men dergelijke flesschen in de nabijheid van een zwerm, dan is deze na een of twee dagen geheel gevangen, of zoo ver zwakt, dat zij te gronde gaan. Bijen kan men op deze wijze niet van- geu. De heer Menzer is overtuigd, dat een wateroplossing van siroop, suiker, glyceri ne of sacharine denzelfden dienst zal doen als bovengenoemden vloeistof. Schuman en zijn Vrouw. In het Juninummer van „Music'komt een waardeerend artikel voor over Robert Schuman en Clare Wieck en hun corres pondentie gedurende hun engagement. Het schijnt, dat ook voor hun het pad der lief de niet zonder doornen was, want profes sor Wiek was tegen hun engagement, om dat de toekomst van den jongen toonkun stenaar te onzeker was. Al de zorgen van dien tijd werkten ech ter niet nadeelig op zijn muzikaal talent, Zijn droefheid gaf hij lucht gedurende zijn engagement, zijn vreugde gedurende zijn huwelijk, maar ofschoon hij geheel opging in de muziek werden zijne gedachten toch niet geheel in beslag genomen door de kunst. Gedurende de jaren 1837 tot 1840 was zijn zorg gewijd aan de liefde en uit zijn brieven blijkt hoe de bezorgdheid, de teederheid, de vreagde, al de trillingen van zijn ziel, hem slechts aanspoorden zich als kunstenaar te volmaken. In een van die brieven ontvouwt hij haar, hoe zijn nieuwe muziekstukken ontstonden, maar de stijl is even gecompliceerd als ve le van zijn kunstvoortbrengselen. Somtijds zult ge mij terneergedrukt en stil ziee, dagen lang, maar daarover moet ge u niet ongerust maken. Het is slechts de voorbode van een muzikale in spiratie. Alles wat in de wereld gebeurt doet zijn invloed op mij gelden de littera tuur, de politiek zelf. Ik weerkaats die indrukken op mijn ei gen manier, zij vinden uiting in de mu ziek. Dit ig misschien de reden waarom mijn stukken soms zoo moeielijk te begrij pen zijn. Gewone, moderne composities vol doen mij niet. Zij zijn samengesteld uit muzicale gewaarwordingen, die minder ver heven zijn en gewoonlijk uitingen van een lyrisch gemoed. Deze muziek is misschien slechts een eigenschap en gave, de mijne is een voortbrengsel van verstand en poëzie. Maar aan al deze dingen denk ik niet, wanneer ik werk; dat komt eerst later, om dat ik niet kalm kan blijven, wanneer ik over muziek spreek door opgewondenheid kan ik dan slechts in afgebroken zinnen mijn gedachten in woorden brengen. In één woord, wanneer gij mij dus ziet, stil en afgetrokken, verdiept in mijn werk, maak je dan niet ongerust over mij, want dat zou mij wanhopig maken. Ik beloof u, ook niet aan uw deur fe luisteren. Dan zal voor ons het leven zijn een aaneen- schalkelking van poëzie en bloemen; te zamen zullen wij musiceeren gelijk engelen, om vreugde te brengen aan de menschenkin- deren.' Eenlied uitdegrijze oud heid, dat in onze dagen veel beteekenis heeft en dat aantoont dat de ellende te allen tijde en bij alle menschen geheerscht heeft, wordt aangetroffen in een boek van Maspéron over Egypte. Het schildert den socialen toestand der arbeiders onder Ram- ses II van Egypte. Het luid ongeveer als volgt Ik heb den smid aan het werk gezien, bij den open haard, hij heeft handen ais eeu krokodil en is zoo vuil als de kuit van een visch. De verschillende arbei ders, die den beitel hanteeren hebben zij meer rust dan de boeren? Hun veld is het hout, dat zij snijden in den nacht worden zii gehaald zelfs in den nacht is hun huis verlicht en waken zij. De steenhouwer zoekt zijn werk bij alle mo gelijke hsrde steenen. Als hij zijn werk geëindigd heeft en zijn handen moede zijn rust hij dan? Hij moet bij zonsopgang op het werk zijn zelfs als hem knie en rug pijn doen. De barbier scheert tot diep in den nacht om iets te eten te hebben en op zijde te kunnen leggen moet hij van huis tot huis loopen zijn klanten opzoeken hij moet zich met zijn beide handen afbeulen, om zijn maag te vullen, het is even als met den honing, alleen hij eet i», die ze inzamelt.De verver zijn han den ruiken leelijk, zij hebben den reuk van bedorven vischde oogen vallen hem toe van vermoeidheid maar zijn hand rust niet met het in orde maken der te bewer ken stoffen hij verafschuwt al het goed De schoenmaker is zeer ongelukkig en klaagt voortdurend, hij heeft slechts zijn leder om op te kauwen, zijn ge zondheid is evenals die van een op sterven liggenden visch. Krankzinnigen hebben zooals bekend is, soms de zonderlingste grillen. Als voorbeeld daarvan vermeldt Dr. Vallow hel volgende. Een man van 38 jarigen leeftijd werd in een krankzin nigengesticht opgesloten, omdathij aan hal lucinaties leed. Op zekeren dag ontving hij bezoek van zijn vrouw, hetwelk echter slechts een bepaalden tijd mocht duren in gevolge de bestaande regelementen. Toen de tijd om was, en de vrouw dit te kennen gaf, weid de patiënt zeer vertoornd en verweet bij haar, hem te willen bedrie gen, Om htm te overtuigen, haalde zg haar horloge voor den dag, maar nauwe lijks had de patiënt dat gezien of hij greep het, brak er de ketting af, stak het in den mond, en slikte het in. Te geneesheer van het gesticht werd dadelijk gewaar schuwd, maar de patiënt scheen in 't minst geen last te hebben van zijn voedsel. Bij het onderzoek van de maag werd niets gevoeld, zoodat men ten slotte geneigd was aan te nemen, dat het horloge niet was inge slikt. Evenwel werden alle maatregelen geno men, en op den zestienden dag kwam het hor. loge langs den natuurlijkon weg weder te voor. schijnHet was een zilveren horloge dat een middellijn had van 5 centim. bui ten den ring, en ruim 1 centim. dik was. Soep van rauwe aardappe len. Tien tot twaalf groote, rauwe, melige aardappelen worden geschild en in schijf jes gesneden; daarna voegt men er wat gele rapen en gesneden sellerij bij en kookt alles met bouillon gaar, doet het alles door de zeef en vult het dan op. Hierop worden een paar kooklepels meel in wat botergeel geroosterd met de daarmee vermengde aar dappelen nog eens opgekookt en met in boter geroosterd, in dobbelsteentjes gesneden brood, met wat zuren room en eieren opge- discht. Een schandaal, dat veel opzien baarde, heeft te Ostende plaats ge had. Een goed gekleed heer werd dwalend gezien om de badkoetsen op het strand en trok daardoor de aandacht van een gehei- men politie-agenf. Deze volgde den ver dachte en betrapte hem, terwijl hij een badkoets binnensloop en er de beurs van een der baders stal. De dief werd onmid dellijk in hechtenis genomen en toen bleek het, dat een bekend kapitein van een te Ostende in garnizoen liggend linie-regiment was. Het Ferrisrad. Het grootste rad der wereld, ja dat is het zeker het Ferrisrad, dat gebouwd is op de tentoon stelling te Chicago. Verbaasd staat men hoe een ingenieur op het denkbeeld kwam zoo iets te ontwerpen, met den Eiffeltoren der Parijsche expositie zeker wel de groot ste nutteloosheid onzer eeuw; laten wij den ondernemers toewenschen, dat het publiek steeds gesteld op het zonderlinge, de kos ten van oprichting en explotatie even grif betaalt te Chicago als in Parijs, waar het reclamestuk de Eiffeltoren eene goede finan- cieele speculatie bleek te zijn. De Frsnsche geest richtte zich naar omhoog, de Ame rikaan dacht daarbij onmiddellijk aan be- weging. Had de Fransche ingenieur Eiffel groote moeielijkheden te overwinnen voor dat hij verlof kreeg zijn denkbeeld van de reusachtige ijz-.rconstructie uit te voeren, het ging den vader van deze onderneming evenzoo. De ingenieur George Washington Cale Ferris te Pittsburg, had zijne gedach ten op papier uitgewerkt, alles gedetailleerd ontworpen en verschillende ingenieurs die hem narekenden verklaarden het werk voor uitvoerbaar. In de opwinding van het eer ste ooaenblik gaf de commissie der ten toonstelling onmiddellijk concessie, waarop getracht werd eene maatschappij te maken met 600.000 Ds. f 1.500.000 kapitaal. Slechts 50% werd hierop geteekend en directeuren der tentoonstelling trokken zich terug met de verklaring, d.it zulk een rad toch geen geld zou kunnen opbrengen. Eerst in December 1892 wist Ferris op nieuw de concessie van zijn werk te ver krijgen, de aandeelhouders gaven toestem ming met de 50% van het kapitaal aan te vangen en nadat in Januari het ijzer en staal werd gekocht, werd in Maart met den bouw begonnen en eenige weken geleden het wiel in beweging gebracht, niettegen staande er oponthoud gekomen was door het gebrek aan geld. Het rad is gebouwd in den vorm der wel bekende turksche schommels. De schui- Ijts zijn hier wagons. De middellijn van het rad is 75 meter; het beweegt zich nagenoeg 4 meter boven den grond en draagt 36 wagons waarin 40 personen plaats kunnen nemen, zoodat voor 1440 personen op eenmaal plaats is, die als intrêeprijs 50 Am.cents f 1,25 moeten betalen heeft dus de maatschappij het geluk, dat de luchtvaart in zwang komt dan kunnen de kosten wel goed gemaakt worden. Het dient echter vermeld dat de bediering eischt de medewerking van eene stoommachine van één duizend paardekracht, die de beweging door middel van kettingen op een groot tandrad overbrengt, werkende op de beide buitenste raderen, die ook van tanden voorzien zijn. De stalen as waar alles om draait heeft bij eene lengte van 13.5 meter een dikte van 81 cM. Het ge wicht van het geheel, wanneer de wagons goed bezet zijn, is ongeveer 12.000.000 kilogram. Het gevoel dat men heeft bij het stijgen moet eenigermate doch zwsk overeenkomen met wat men ondervindt bij het opstijgen van een luchtballonalle voorwerpen en huizen worden kleiaer, eerst ziet men al le gebouwen der Midway Plaisance, dan rijst men boven de gebouwen der tentoon stelling, het Michigan meer wordt zicht baar en tegen het groene weter kant zich de rookerige stad enkele parken vertoonen zich aan het oog, doch onderwijl wordt de aandacht afgeleid door eenige werklie den die blijkbaar halsbrekend werk verrich ten bij het nazien der klinknagels hoog in de lucht en zich dan bij een schuine stand laten afzakken naar het draaipunt. Bij het afdalen krijgt men het zelfde in tegenover gestelde richting, alles wordt duidelijker; de horizont vernauwt zich de huizen wor den grootermen kan de menschen we der onderscheiden en is allengs weder af gedaald tot de stelling waar de controleur allen noodigt om uit te stappen. Het on aangename gevoel dat men beeft in eeD elevator die snel daalt, ondervindt men hier niet, de beweging gaat zeer geleidelijk. Staat men er buiten, zoo lijkt de ijzercon- stiuctie zoo zwak, dat het overtuiging kost een tocht te wagen, eenmaal in den wag- gon gezeten geeft alles den indruk van soliditeit. Wel zondering dat tegenover het ge schreeuw over den Eiffeltoren in Parijs in het land der reclame zoo weinig leven gemaakt is voor het Ferrisrad, dat de faam als eene overwinning der Ameriksansche staal- en ijzer-industrir, als het grootste won der der wereld had kunnen uitkrijten. Mekka en de Cholera. Zoo als men zich misschien herinnert, heeft de jonge Khedive van Egypte, toen hij zijn leenheer, den sultan, het lang verschul digde bezoek ging brengen, het bestuur over zijn land overgelaten aan Riaz-pacha. De khedive zegt, men beweert, den sul tan, die een verstandig man is en weet wat hij van den jongen Abbas moet den ken, veel kwaad van de Engelschen. Het is te begrijpen, want iedereen is graag meester in zijn eigen huis en de Engel schen zijn lastig toeziende voogden. Maar indien er nog eenige dankbaarheid is in 't gemoed van den jongen Khedive, zal hij moeten erkennen, dat de Engelschen hem iu ieder geval den regeeringslast zeer licht hebben gemaakt. Hij kan in vrede naar Konstantinopel gaan, Riaz-pacha achterla tende onderkoning van een onderkoning de zaken gaan er even goed om. Riaz, die de zoon is van een Israëliet uit Ma rokko, heeft waarschijnlijk in zijn prille jeugd niet gedroomd, dat hij eeus zou re- geeren in het paleis Ras el Tin ts Alexan- drie en begroet worden met bijna vorste lijke eer. Maar hij doet op Oostersche wij ze zijn best om zich die eer waardig te maken. Uit Alexand:ië wordt gemeld, dat hij vruchtbaar is in vaderlijke vermanin gen aan de goede Egyptenaren. Hij ver maant hen o. a. om zich in acht te nemen voor het choleragevaar, dat voor Egypte uit Mekka dreigt. Dit gevaar is altijd voor Egypte, in Europa is men er tegen gewapeud niet denkbeeldig. Onlangs deelden de bladen wezenlijk afschuwelijke dingen mede omtrent de cholera-epidemie, die thans weer iu de heilige stad der ongelcovige Mohamme danen heerscht. Nu vraagt iemand die de toestanden kent, Gerhard Rolhfs, of er niets aan te doen is. De pelgrims, die naar Mekka reizen, doen den tocht onder de ongunstigste voorwaarden. Zij worden, als vroeger de slaven, geladen in de stoombooteD, bij hondenderden in een ruimte, waar nauwe lijks plaats is vooi tientallen. Als een hun ner sterft, trachtten zij den dood te ver zwijgen, opdat het lijk niet in zee gewor pen, maar begraven zal worden in de heilige aarde. En deze heilige aarde is op zich zelf een gevaar. Met de pelgrimstochten in de maand Djul-Hadj gaat nl. eene groote slachtpar tij gepaard. Dit wil de overlevering. Zij verhaalt, dat toen Mohammed in 628 naar Mekka trok met honderdduizend volge lingen, hij na links en rechts steenen te hebben geslingerd tegen de daemonen, in het dal van Moena drie-en-zestig kamee- len offerde, een getal, overeenstemmende met zijne levensjaren. Dit voorbeeld werd onmiddellijk door Ali gevolgd, die zeven en-dertig kameelen slachtte, en door de andere volgelingen van den profeet. Men waadde door het bloed. Sedert wordt ieder jaar een bloedblad aangericht op deze plek. Men offert geene ka meelen meer, maar schapen en men eet de geslachte dieren. Maar het bloed drenkt intuseehen den bodem. Burton, die Mekka bezocht, waar een ongeloovige niet m3g komen en waar niettemin, of juist daarom vele ongeloovige zijn geweest, en von Malt- zahn hebben weerzinwekkende beschrijvin gen van deze offers gegeven. Beide reizigers, zich uiterlijk voordoen de als trouwe aanhangers van den profeet, wierpen als de anderen steenen naar de plaats, waar de daemonen geacht worden zich op te houden en zich ieder jaar te laten steenigen, wat vcor hunne lank moedigheid pleit waarna zij ook deel- uamen aan de slachterij in het dal van Moena- De kadi van Mekka slacht een bontge- verfd schaap, dat hij heeft meegebracht en duizenden pelgrims doen als hij. Evenals de eerste volgelingen van den profeet wa den de lateren in het bloed. En nu is het zomer en de zon brandt in het dal. Men ruikt het mijlen ver en iedereen begrijpt, wat Mohammed, niettegenstaande zijne pro fetische gave, niet schijnt voorzien te heb ben, dat op dezen van bloed verzadigden bodem zich allerlei ziektekiemen, in de eerste plaats die van de cholera, voorspoe dig ontwikkelen. De vallei van Moena ademt dood en verderf. Volgens de laatste be richten is de weg van daar naar Mekka „met lijken bezaaid'. Nu vraagt Rohlfs terecht, of dat zoo blijven moet. Of Mekka altijd een brand punt van besmetting en een gevaar moet blijven. Of de mogendheden, die de ge woonte hebben nu en dan een verstandig woord met den Sultan te spreken, zijne aandacht niet behooren te vestigen op deze dingen. Het is waar, de sultan is ook khalief en als zoodanig verplicht de instellingen van Mohammed te handhaven. Maar deze instellingen zijn met onaantastbaar en mo gelijk zou men den kadi van Mekka kun nen beduiden, dat zulke bloedtooneelen als waartoe hij het sein geeft, niet meer te pas komen. Misschien zal hij dan vinden, dat ook dit nieuwe gebod kismet is en hij zich aan zijn lot moet onderwerpen. Gelukkig is de sultan, gelijk wij zeidei, een verstandig man en niet onvatbaar voor eene goede redeneering. Maar men zal een weinig luid moeten spreken.

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Schager Courant | 1893 | | pagina 5