De hooimoeaiie Treemaelini. afschilderden, hij in dat opzicht zich al leen aan de Abessvuische gebruiken had gehouden, Het is den hoogleeraar Bang te Kopenhagen gelakt, de bacterie te vinden die bij koeien de oorzaak is van te vrorg kalven. Er bestaat uitzicht, dat nu door inenting die kwaal zal kun nen worden bestreden. Waarschijnlijk ter ver- wezenlijking van een der ideeën van den heer Hermaan, vervoer van levende zee- viscb, is te JJmuiden aangekomen uit België, een groote waggon. Daarin be vinden zich een zestal ijzeren tanks waar in ongeveer 8000 KG, levende visch in water vervoerd kan worden, dat door een petroloummotor voortdurend in beweging gehouden wordt. Het zeewater wordt in den waggon gepompt en behoorlijk gefil- treed. Boven in den wagen zij lucbtreser- voirs om het water voortdurend met versche lucht te kuunen vermengen. De bruidskorf eenerAme rikaansche mag wel een verbazenden om vang hebben, a's alles er ten minste in moet, wat de dochter van een millionair meekrijgt als zij in het huwelijks-bootje stapt. Een dameskleermaker uit de Fith Avenne meende, dat men voor tiendui zend dollars bij hem een heel eind ko men zon. Daarvoor leverde hij zes och tendjaponnen voor de slaapkamer en het boudoir voor wandelcostuums-zes japon nen en een dozijn lichte blousesdrie zeilcostuums en eenige stijlvolle pakjes om mee op jacht te gaan of te visschen. Een aantal tennis-, zeil-, rij wiel- en bergcosluums, volgen op bet lijstje, dat besloten wordt met een fraaie keuze bal toiletten en japonnen voor soiiées, diners en visites. Maar daarmede is de bruid nog niet gereed. Yoor hoeden en mutsen rekent de man 150 dollars, voor schoenen en pantoffels nog 100 dollars extra. En dan zijn wij nog niet aan de onderkleeding. Kousen, handschoenen en zakdoeken wor den bij bet gros opgedaan. Yoor para sols en parapluies wordt een extta chique afgelegen, dan kan de bruid ze zelf gaan uitzoeken dit geschiedt ook roor sorties, mantels, voiles, ceintnnrs en de mile riem" die nog verder noodig zijn om haar toliet te volmaken. Op dat chèque- boekje wordt tevens gerekend voor de sie raden, juweelen, paarlen en andere voor werpen van opschik. Zoo loopt het totaal bedrag van do korf vèr over het bedrag, dat de kleer maker noemde. Voor bruidjes, die zulk een bruidskorf verlangen, is het gelukkig dat zij een millionair tot vader hebben Een bruiloft in een leeu wen k o o i. Dit bijzondere en Diet eiken dag voor vallende schouwspel had kortgeleden het eerste te Johannesburg plaats. Lang voor het begin van de voorstelling, die de be nefice van deü leeuwentemmerWinscherman gegeven werd, was het cirque reeds tot de laatste plaats toe uitverkocht. De toe schouwers wier verwachtingen door biljet ten en advertentitn op het hoogst gespan nen waren, werden niet teleurgesteld. De woord en het scheen toch zoo hem gold Had zij in zijn ziel gelezen en wil de zij iets voorkomen, waaraan bij zich uit diep medegevoel, in de vurigheid van het gesprek, aan haar zou hebben overgegeven Zij echter trachtte niet meer to raden, wat er in hem rondging; zij staarde voor zich in bet ruime veld en liet hare eigene gedachten die, men kon dat zeer goed aan het steken bljjvon in haar spreken mer- keD, ook oogenblikkclijk werden uit gesproken. „De wereld in 1 Het is ja wan neer ik een man was, alleen stond, mijn beroep had en zoo het doel bereiken kon, dat ik mij met vasten wil had toegedacht t Maar wat blijft ons over, wij die de kracht niet bezitten, om ons tegen den nood te verweren, als de vloed al hooger en hooger stijgt Verdrinken of Nu ja. gÜ wee' bet, zonder dat ik het u zeg, het is geen geheim wij zijn arm, van de hoogte afgetnimelden, niets kouncn wij ons eigendom noemen, dan dat oude bonten bnis, dat wellicht ook reeds geheel verpand is. Hoe lang zal dat alles nog duren en men zet ons de deur uit. Het is langzaam zoo gekomen, stap voor stap, maar sedert een paar jaar, zie ik het einde nu zeer na bij. Eerst mcesten wij onze uitgaven be zuinigen. Vervolgens de residentie metter woon verlaten; papa was al rteds eerder verdwenen, hij troostte zich nog altijd met de erfenis, die mama na haars vaders dood zou krijgen; haar huwelijksgift had hij al sedert lang in het oneindige doen verdwij nen. Dat uitzicht ook verdwoeu, toen groot papa stierf. Hij had ook geen geluk ge had en de paar duizend mark, die er nog overbleef, duurden niet lang. Vervolgens trokken wij hierheen. Wij hadden geheel Bemhausen nog en het landgoed was zeer goed in orde. Maar groote hypotheken rustten er op, en met de boerderij ging het niet voornit. Och lieve God, die goe de papa en boeren dat zijn er twee. Hoe zoo hij ook plotseling een goede boer hebben kunnen worden Ja, in zijne phantasie. Hij voorzag altijd de beste gevolgen en daarbij verkocht hij stok voor stak zijne bezittingen. De velden, bet groote wond daar achter, het dal, alles ging gelijk stof door zijne vingeren- Een deel daarvan is kroon domein geworden, veel heelt de oude Sei- ler onder zich gebracht. Niet nit specula tie; ik geef den onden Seiler er de schuld niet van, hij beeft het meer gedaan om papa een dienst te bowij'.eD, want zij waren vroeger heele goede vrienden. Nu is dat heel anders geworden, 't meest omdat papa hem verwijtingen deed. Ach ja, dat alles is zeer ongelukkig en ellendig. Het heeft zwaar op my gedrukt, toen ik nog geheel kooi werd in de manége gebracht en wel dra nadert een feestelijk uitgedosebten stoet, aan de spits Winscherman en zijn bruid. Daarna volg n de ouders van de bruid, de brnidmeLj. s, de geleider der bruid en twee pages. Eerst trtedt inscher- man in de kooi, d*arn3 zijne bruid met den eersten bruidsjonker,vervolgens de ande re en de getuigen. AUen wachten ge spannen op de dingen, die komen zullen. Mijnbeer Winscherman ziet oDgeduldig ncar den ingaug van het cirkusde hootd- persoon ontbreekt, de geestelijke, die de plechtigheid in de leenwenkooi zal inzege nen. Men wacht nog eenige seconden, hij komt niet. Daar wordt de vertraging door den directeur, de heer Fillis zelf verklaard; hij bericht, d»t de geestelijke nog ia het l.atste oogenblik verklaard heeft, dat hij trots zijne belofte aan de uitnoodiging van Winscherman geen gevolg ken geven, daar hij bang was voor de ontevredenheid zijner collega's. Hut p-opvolle cirkus nam dit goed op en stelde zich tevreden, met het zien naar de fotografische opname van de bruiloftstoet. De kerkelijke plech tigheid van het paar, had twee dagen later plaats, in minder gevaarlijk gezel schap. Bij een verkooping van volbloed-paarden in Newmarkct werd de 7-jarige merrie La Flèche voor 150,000 gulden gekocht door sir Tatton Sykes, een der eerste paardenfokkers van Enge land. Fabel. In een volière heersebte een vroolijk leven. De hoenders trippelden gedurig op en neer en kirden tevreden, wanneer zij een korreltje gevonden hadden. Ganzen en eenden waggelden over den kiezelgrond, of zwommen en doken naar hartelust met de zwanen, die zich hun gezelschap gaar ne welgevallen lieten. Ja zelfs de anders zoo stijve kalkoensche hanen en pauwen, zagen vriendelijk op de geringeren uit de vogelwereld neder. Kortom, alles ver droeg elkander in liefde en rustige vrede en vriendelijke vertrouwelijkheid. Slechts een der bewoners van de nilgebreide vo lière, hield zich verre van zijn hnisgenoo- ten. Het was een schoone vogel, die zoowel te land, als te water zich thuisgevoelde dat bewezen de breede zwemvliezen tusscheD zijne roode teenen en zijns nauw tegen het lichaam gevleide, glanzende vederen. Zijn' slanke, schoongebogen hals, zijne breede vleugels en de kleurenpracht van zijn lijf, deden hem boven alle zijne stam- genooten uitblinken. Roodbruin was zijn hals, zijn borst vaal- geel en met wit en zwarte stippen, de vleugels waren van boven glauzend wit en de randen daarvan en de stuurvederen metaal-zwart. Ja, deze vogel was een opvallend schoon dier. Hij moest betzelf weteu en scheen daarover verheugd, want hij coquetteerde, a] voortzwemmende, voortdurend met zijn spiegelbeeld, dat het heldere water heao toonde. Nu evenwel zag hij onwillig op. Een gans, eene gewone witte gans kruiste zijn weg. thuis was. Wat moest ik daar doen? Io het kleine huishonden medehelpen Dat bezorgen mama en E<na veel beier. Ik was niet zuinig genoeg en daarom heb ik liever het huis ver'aten en ben de wijde wereld ingegaan en heb dienst genomen. Er was volstrekt geen verschil tusschen, alleen dit, dat ik geen vuil werk behoefde to doen, maar prachtige kleoderen droeg, aan tafel at en medegenomen werd naar don schouwburg. Ik ben daar juist niet gelukkig geweest, ik heb daar geleefd en niet bloot als een dier, ik beb van alles gezien en - wat de hoofdzaak was, ik kon altijd nog iets naar huis zenden; voor mij werd gezorgd, ik had alles niet noodig. Dat is evenwel opgehouden. Na den dood der vorstin had ik gaarne eene andere plaats aangenomen, maar zij is mij niet aan geboden geworden. Ik was moede ik had de kranke in den laatsten tijd bijna alleen verpleegd, ik verlangde uit te rusten, ik verlangde naar hui». Maar wat ben ik hier nn tusschen papa, dien ik toch niet hel pen kan en mama die het draagt als een eigen begane fout, dat haar vermogen, dat papa er weder boven op helpen zou, verlo ren is gegaan In plaats van papa kalm maar beslist tegen te treden, zooals het zijne zwakheden bier en daar vorderen, zoekt zij slechts voor de wereld te bedekkeD, ziet zij in hem den elegantsten cavalier, die haar boven allen heeft uitverkoren, vrouwe von Bran- dolf to worden, en krenkt zich in stilte en maakt door haar gedrukt wezen, het huis nog ongezelliger. Erna is altijd bij haar en wordt mot den dag stijver en onaardiger. Zoo zonden wij in dit ondragelijk tehuis, oude- jonge-juffrouwen worden. Én gij meendet, dat ik het niet had behoeven aan te ne men Wat blijft mij dan over? Moet ik niet trachlen ergens een hulpbron te ope nen, boe spaarza sm zij ook vlieten moog? v\ at ben ik hier in deze armzalige omstan digheden, moet ik mijzelvo en anderen ge durig afvragen. Een mond meer aan tafel. O, het huis uit, de wereld in, weg van deze ellendu, gevlucht uit het schip, dat vast en zeker ten gronde gaat I" Diep geroerd door hare onverholen be kentenissen, zweeg Reimar. Zij had hem een helderen blik gegund, en zichzelf in een geheel acder licht geplaatst,dan bij haar tot dusverre gezien had en machtiger ge voelde hij zich nu nog tot haar aangotri k- ken, nu zij hem had behandeld als waro hjj haar een trouw en beproefd vriend. Zij was niet meer die sprot kjestee, niet moor die trof- sche, luimige dame, niet me r dat lichtzinnige meisje; zijf was slechts nog een arm, gekweld menscheokind, nog meer zonder middelen, nog minder gelukkig dan bij. „Wat wilt gij hier?' kraste hij. „U vragen, waarom gij u zoover Tan uwe verwanten boudt antwoordde de gans en voegde er vriendelijk aan toe „Onze zusters doen u door mij Zij kwam met baar goed begonnen toe spraak niet tot een einde, want hoogmoe dig snaterde de schoone vogel: „Vat zusters? Ik reken mij niet tot uli:den. Weet gij niet, dat ik uit het verre land kom, waar men mij zoo eert, dat men schoone gedenkteekenen voor mij opricht. Ga toch nair Egypte, daar zult gij op menige steeu, mijn afbeeldsel gegrild zien. En ik zon mi[ bij u allen voegen Neen, dan geef ik de voorkeur aan de eenzaamheid; dan kan ik tenminste van den roem van mijn geslacht droomen." „Na, daarin willen wij n dan niekmeer storen/ meende de witte gans, „doch, het is mij bekend, dat gij in uw ver vader land evengoed als hier, nwe vederen en uw leven aan den mensch afstaan mort, en dat gij daar niet slechts op gedenk teekenen, maar ook in den pot en den ketel van den kok gevonden wordt. Daarom behoeft gij niet zoo ijdel te zijn, schoone vreemdeEn al noemt onze gebieder u ook met trots een nijlgans, zoo zijt gij toch evenals ik, lieve zuster een ....gans.' Daarop wendde de witte gans zich om, en zwom tot hen terug, die evenals zij, niet meer wilden zijn, dan zij waren, en bekommerde zich niet meer om de hoogmoe dige vreemde, Een rreeselijk ongeluk heeft eergisteren in het Westeinde van Berlijn plaats gehaddrie personen zijn door het hemelvuur gedood en esn aantal personen getroffen geworden. Op bet nieu we Luisenkerkhof aan den Furstenbruaner- weg hadden zich eergisterennamiddag een aantal vroawen en kinderen verzameld, deels om een later plaats hebbende begra fenis bij te wonen, deels om er eenige graven te bezoeken. Tegen 5 unr ontlast te zich een onweersbui, die slechts door eenige bliksemstralen en donderslagen merk baar was. Een bliksemstraal sloeg in de aan het verste eind van het kerkhof ver- Zamelde schaar. Toen een vrouw uit haar verdooving ontwaakte en naar de overige personen rondzag, zag zij allen rondom zich opn de grond liggen. Trots dat, had zij da kracht, dat zij de boodschap van het voorgevallene aan den doodgraver bracht, die vervolgens om een dokier en de po litie zond. Drie personen waren niet meer in het leven terug te roepen, ondanks de vele moeite en zorgen die er aan werden besteed. De lijken werden naar het lij kenhuisje op het kerkhof gebracht. Eij de oveiige personen keerde het leven lang zamerhand terug. Een der vrouwen had een brandgat in den rok en een jongen van 10 jaar was het haar van hat hoofd geschroeid; een paar meisjes hadden ver wondingen aan de" beenen, welke overal blauwe plekken vertoonden. Eene oplettende, maar te vens gelukkige machinist. De E gelsche machinist James Heu- dersom, heeft eenigeD tijd geleden, den dag herdaeht, waarop bij 50 jaar in dienst der Noord-Biitsche Spoorweg maatschappij is. Gedurende dien gs.u- Het was stil, slechts een vogel wipte van tak tot tak in den boom boven ben lang haam richtten Hildo's oogen, die tot dusve- re nadenkend en bedroefd naar den grond hadden gestand, zieh opwaarts en een vaste uitdrukking, geheel verschillend van dien moedetrek, welken hij tot dusverre op haar gelaat gezien had, gleed over har9 trekken, „Ja, wanneer wij leven konden als die daar," zeide zij droomerig zacht, als tot zichzeive, „zonder zorgen voor morgen, zonder zorgen voor zich en zijne familie 1" „Dan moet men even zoo zonder behoef te zijn, als de vogels in de lucht „Gij hebt gelijk. Wij zijn op de aarde en o zoo verwend.Wij hebben geene vederen wij gebruiken kleercn en zij moeten ook mooi gemaakt zijn11. Niet zonder welgevallen gleed haar blik langs haar ciêmekleurigen rok, naar haar in goudleer g»stoken voe*jes, een laarsje stijl Lodewijb XIV. Vandaag was zij niet slordig gekleed, maar daarentegen juist met groote zorgvuldigheid, alsof de hoffreule reeds in dienst was. In die mate als hare trekken zich verhel derden, werden die van Reimar donkerder. Was de beleekenis, welke er in zijne woorden gelegen had, haar ontgaan, of was zij met moedwil daarover heengestapt? „En wij gebroiken rijtuigen en paarden, wanneer wij niet te voet gaan willen, daar wi) geene vleugels hebben; en wij hebben nog allerlei andere dingen bals, con certen, schouwburg.* „Ja, daarin verheug ik mij nu reeds," stemde ze in onbevangene vrooljjkheid toe, zonder een oogenblik zijn sarcasme te be grijpen. Met één sprong, licht als een veer tje, was zij over alle onaangenaamheden heengesprongen. „Dan zal in deze voorname wereld bij de elegante toiletten nauwelijks nog passen, wat ik iu mijne eenvoudigheid gekocht heb," zeide hij aarzelend. „Ik heb namelijk nog iets medegebracht." „Ah, het philippientje." „Vergeef mij, wanneer het zoo weinig is en ik het u heden eerst kon geven; maar ik moest het laten komen en wilde niet eerder verschijnen, eer ik in de gelegenheid zoo zijn, mijn eereschuld tc betalen." Hij had een smal doosje nit den zak ge haald, waarnaar zij reeds begeerig de hand uitstrekte en dat zij haastig opende. Een haarspeld of liever een matzilverun kam lag daarin, welks eenig versiersel een vlug daar omheen geslagen takje was. „Neen, boe net I" riep Hildo, maar zij brak hot volgende oogenblik in een schat, rlaeh oit „Maar hoe kwaamt gij toch op ditid.e? Wilt gij mijn toilet wat opsieren, of ah, nu snap ik het, het is een stilio wenk, om- schen tijd is geen enkel ongeval van ee nige beteekenis hem overkomen. Ilen- derson is nu 78 jaar. Moord en zelfmoord. Een schrijver woonachtig in de Moks- gasse te Weenen, heeft een moordaanslag gepleegd en daarna het moorddadige wa pen tegen zich zelf gericht. Wenzel Kaderabek had een meisje lee- ren kennen, met name Rosalie Capek, op welke hij hartstochtelijk verliefd werd en spoedig ontspon zich tusschen die bei den eene verhouding, welke zoolang duur de, tot de geliefde van Kaderabek ken nis maakte met een daglooner, een zekeren Johann Gzerny. Den dagloor.er gelakte het, bet meisje aan haar beminde on trouw te maken, en haar te bewegen, heen te verlaten. De trouwelcoze ging vervolgens naar Gzerny en leefde gemeen schappelijk met hem. De bedrogene was buitenzichzelven over deze handelwijze. Zijn gansche toorn kantte zich evenwel tegen den verleider. In zijn haat opgaande, vatte hij het pl»n, om eerst zijn mede minnaar en daarna zichzelf te vermoor den. Om dit plan ten uitvoer te bren gen, zocht hij zaterdag Gzerny op en wilde hem, zoowel als zijne geliefde be wegen, met hem naar een herberg te gaan. Gzerr.y en Rosalie volgden hem een eind- weegs, maar keerden toen weder naar hnis terug. Kaderabek wachtte, na haastig een steeg te zijn doorgegaan, het paar m de üresdenerstraal op, en op een afstand van vier schreden gaf hij op Gzerny vuur. Deze bleef evenwel ongedeerd en nam met zijn lief de vlucht. Dadelijk daar op richtte de dader het wapen tegen zich zelf en schoot zich bij de slaap dwars door het hoofd. De zwaar gewonde werd naar het politie-commissariaat gebracht, waar het eerste verband werd gelegd. Den volgen den dag werd Kaderabek naar het hospi taal vervoerd. De weddingschap van een paar knapen. Vijf knapen speelden te Znaim bij een overweg van een spoor baan, midden in het land gelegen. Plot seling opperde een van heD, dat hij een spoottrein tot staan zou kunnen brengen. Als prijs der weddenschap werd een stui ver gesteld. De andere knapen gingen op de weddingschap ia en de eerste de beste trein werd afgewacht. Toen deze, een goederentrein uit Wolfrsmskircben, aan kwam, plaatste de knaap zich midden op de rails. De machinist, Jozef Bedlus, be merkte het voorval en gaf het waarschu- wingssignaal met de stoomfluit, wat ten gevolge had, dat de overige knapen den machinist toeschreeuwden, dat hij door rijden moest, want geen enkele wilde de weddenschap verliezen. Om een ongeluk te voorkomen bracht de machinist den trein tot staan, waarop de hooidconducteur en het andere treinperso neel^ vlug van de wagens afsprongen, om de jongens te pakken. Deze namen nu de vlucht, dwars het veld in. Twee der kleinsten, ongeveer 12 jaar oud, konden alken maar achterhaald woiden zij moes ten de trein in en werden aan den stations chef te Znaim overgegeven, Teen waren natuurlijk ook de andere knapen weldra be kend, die hun straf niet zullen ontgaan. dat mijn kapsel gewoonlijk hoe boosaar dig!" „Gij vertrouwt mij te veel geest en ga lanterie toe, barones", verdedigde hij zich. „Ik ben niet zoo'n volgeling van lineaal en rechthoeken, om ook niet bet ongrdwonge- ne mooi te kunnen vinden. Slechts de klacht over de zwaarte van uw haar had ik in berinnering. Dat materiaal is u wel licht onbekend aluminium. Dat ding heeft de eenige verdienste, dat het zoor licht is." „Als een blad papier, inderdaad. Ik dank u zeer. Het was zeer aardig van u, zoo aan mij te denken, en mij het leven gemak kelijker te maken." Hilde speelde met het haarkammetje als een kind, maar pruilde ook evenals een kind dat niet hot speelgoed gekregen heeft, wat zij gaarne zou gehad hebben, „'t Is zeer goed on lief, maar gij hadt voor dat aanden ken niet zoolang behoeven te wachten en er ook niet zoo'n werk van behoeven te maken; wanneer het waarde hebben zal, moet het toch van den gever persoonlijk komen. Van uzelf, da schets van Bernhansen hijvoorbeeld, had mij meer vreugde bereid." „Dat kan nog gebeuren,'* meende hij, evenzeer gevleid, als dat hjj zich gegriefd gevoelde door het versmaden van zijn met zooveel zorg uitgezocht cadeautje. Hoe had hij er zich over verheogtl, zooiets onkost baars en toch niet gewoons verkegen te heb ben eerst voor weinige dagen had hij hot eerste exemplaar van deze nienwe industrie in de courant geannonceerd gezien. De krenking was evenwel dadelijk weder uitgewisoht, toen zij zijne uitgestoken hand terugwees. „Neen, waarachtig niet! Gegeven blijft ge geven. Nu behoud, ik wat ik hob," verklaar de zij, hem schalksch aanziende en stak het kammetje stevig in haar weelderigen haardos. Hum was het. of hij haar daarvoor zijn dank betuigen moest. Daartoe echter bleet hem, zoo hij er den moed toe gehad had, geen tijd over, want Hilde sprong gelijktij dig op. „Het begint er daar volstrekt niet vriondelijk nit te zien," meende zij, naar de wolken wijzend, en daar er nn eenmaal van de teekeningen sprake was, herinnerde zij zieb, dat zij de andoren ook nog moest be zien. „Wie weet, of ik er anders nog toe ko men zal," voegde zij er aan toe; het klonk bijna als een zacht. „Men moet zoo veol achterwege laten, wat men zoo gaarno zon doen." „Dat is eene harde noodzakelijkheid," zeide hij, zijn best doende om weder aan hare tijde te komen. „Zich daarnaar te voegen, vereisebt een grootewils kracht." „Waro ik een man, ik zon mijn kracht tot iets anders gebruiken. Opwaarts 1 Op- Spreuk. Wat anderen grof en boosaardig heetcn, „Openhartig" noemt gij het, met be- [hagen, Dat iemand een bochel heeft, bijvoorbeeld, Moet gij,fitter, het dan altijd zeggen? Verstand, goedheid, medelijden leeren Dat men alles den mensch niet mag [zeggen; Men moet zich door zijn tong geen vij anden verwerven, Liever zich met iedereen trachten te [verdragen Liefde, die u zalig maakt 1 Liefde die u zalig maakt, Zielen, ook ten gronde richt Nieuw leven u verschaft, 't Bestaande verstoort, vernietigt Liefde, oorzaak van de vriendschap, Schepster van nijd en haaf, Vernietigster van levensgeluk Miafester van genot en spotternij Liefde afgezaagd woord, Overal bekend, geschat, verafschuwd I Liefde, waar is uw begin Liefde, waar is uw einde Pcnnekrasjes. Wanneer de mol in 't duister wroet, Zegt meD, dat zij veel nuttigs doet. Datzelfde ware ook wel te wenschen Bij 't wroeten van zoovelen menschen. Elkander hulp te bieden, Kan nooit te vaak geschieden, Daarom met raad en daad voortaan Zijn medemenschen bijgestaan Wie oen koopje slechts kan halen; Wil dit graag, 't zij vrouw of man; Maar ook zint m' er op, hoe of men Andren 'n koopje levren kan. Wacht niet, iernaad na zijn leven, Welverdiende lof te geveD. Doch bij vijand als bij vriend, Zij heteer, wie eer verdient. Men hoopt zooveel en wil zooveel Maar moet men werken voor zijn deel, Dan laat men wel den moed eens zakken. Des levens eisch is: aan te pakken. Een blij gelaat, een blij gemoed, Doen zeker alle menschen goed. Ocb, kweek dan elk, op al zijn ps&n, Blijmoedigheid in 't leven aan. Nijd en afgunst, haat en laster, lleerschen nog alom op aard. Maar ze zouden ras verdwijnen, Duldde niemand ze aan zijn haard. W. M. Tz. waarts 1 Dat zou mijn lijfspreuk zijn. In de hoogte tot ieduron prijs 1* „Tot iederen prijs vroeg bij hoofd schuddend. „Dat zeker toch wel niet. Wanneer gij voor prijs, inspanning zetten wilt, dan wel. Dat kan wel te vergeefs blijken, maar men wordt et toch niet armer door, dan door een betaalden prijs. Daarbij behoort men te vragen, wat men, voor het geen men betaalt, koopt." „Wie daarnaar vraagt, is aan do vervul ling zjjner wenschen niet veel gelegen." Het kwam er zoo ving nit, het borrelde zoo trots van hare lippen, dat haar bege leider haar verwonderd aanzag. Hij waag de het nauwelijks, deze woorden op zichzelf toe te passen en (och deden zij hem sidderen van nooit gekende vreugde. Zon zij zijn on uitgesproken wensch in zijne oogen gelezen hebben, deelde zij die reeds Van hem maakte zich op eens het verlangen mees ter, zich daaromtrent zekerheid te ver schaffen, „Gij houdt alzoo geen enkelen wensch voor te stout vroeg bij met een stem, die onmogelijk zijne opgewondenheid kon ver borgen houden. „Die, waardoor men zich kan opheffen, neen." „En iedere verdere, die zich daaraan kon vaslknoopen Ditmaal was het zijn oog, dat het hare zoo angstig vragend aanzag, dat een niet begrijpen bijna onmogelijk was. Asn één enkel woord hing nn allés, doch bet slot was niet, zooals hij het verwacht had. Niet voor hem, niet tegen hem. Hilde lachte zacht, terwijl zij kalm verder stapte. „Lieve hemel, je begint mij formeel te cxamineeren, alsof ik een planeetlezeres was", riep zij uit. „Hoe most ik nn weten, wat de tweede schakel van don ketting zijn zal? hoe moet ik n daar nu een antwoord op ge ven Dat zul wel alleen daarvan afhangen wat men voor zichzelf wenscht. Ik voor mij wonsch slcch's rojjn lot, zoo het maar eenigi- zins mogelijk is, in geld veranderd. Ik heb zooeven meer in 't algemeen gesproken.» Dat werd wederom begeleid door een ha- rer schelmsche blikkenaan den ernst van do vraag had zij zich onttrokken. Alzoo gold, slechts geld I Was dat nu we derom de zoo eigenaardige oprechtheid van het meisje, of was hij werkelijk niet begre pen gewordon Lag er in Hildo's woorden eene aanwijzing voor hem, of was zij hem als een gladde aal uit de vingers gegleden In ieder geval werd hierdoor iedera vraag afge sneden. 6 WORDT VERVOLGD. II II ■>■111 I 3 IH 11^ Snelpersdruk van J. W inkel te SeLsgen.

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Schager Courant | 1896 | | pagina 6