Laat Verzoend. Donderdag 8 Oototer 1898. 40ste Jaargang He. 3140. FEUILLETON. - - - - en Dit blad verschijnt tweemaal per week Woensdag- Zat. e r d a g a v o n d. Bij inzending tot 's morgens 9 ure, worden ADVERTENTIEN in het eerstuitkomend nummer geplaatst. INGEZONDEN STUKKEN één dag vroeger. UitgeverJ. WINKEL Bnrean: iCHAGEW» I^aan, D 4. Prijs per jaar f 3.Franco per post f 3.60* Afzonderlijke nummers 5 Cents. ADVERTENTIEN van 1 tot 5 regels f 0.25;iedere regel meer 5 ct. Groote letters worden naar plaatsruimte berekend. GemeenteSchagen. Bekendmakingen. Binnenlandse!! Nieuws, Nogmaals Kallantsoog. - - tim COURANT. Aimtsitic- k LulMiL De Burgemeester Tan Schagen, brengt ter kennis van belanghebbenden dat eene afwijking van de verbodsbepa lingen, vervat in het Koninklijk Besluit van 8 December 1870, (Stbl. no, 194) is toegestaan ten aanzien van den invoer uit België, van runderen en schapen, waarvan de toelating door Belgische au toriteiten, op grond van de daar te lande geldende veeartsenij kundige voorschriften mocht worden geweigerd. Verdere inlichtingen zijn te bekomen ter gemeente-secretarie. Schagen, 6 October 1896. De Burgemeester voornoemd, S. BERMAN. De verpachting der lan derijen van de Hervormde Kerk te Valkoog op Maandag 5 October, 1.1. heeft opgebracht de som van f 2061 of gemiddeld f 68,50 per Hectare ongeveer, tegen f 2374 bij eene vorige verpach ting in 1890 d. i. ruim f 79 per bun der. Op de bovenzaal van den heer Jb. Smit te Kolhorn waren zondag de voorwerpen uitgestald, dia als prijzen gevallen waren op de Nummers, die de Haarlemsche Vereeniging tot Werkver schaffing aan elk harer leden als bewijs van Lidmaatschap afgegeven had. De in- lag had 6 ct. per week en per persoon bedragen. De prijzen waren van dien aard dat er denkelijk slechts weinigen voor het verdere Lidmaatschap zullen bedanken en vele nieuw leden zich zullen aansluiten. Men zag er wollen-, gestikte en andera dekens, wekkers, regulateurs en horloges, penant-, linnen en tafelkastjes, tafels, spiegels en schilderijen, petroleumstellen, schenkbladen en serviezen, hanglampen, waschgereedschap en doofpotten, kortom te veel om op te noemen. De totale in druk was echter dal niemand bekocht was en vele voorwerpen het geld dubbel en dwars waard zijn. Menigeen, voor wien de uitgaaf in eens te groot, dus ondoenlijk zou zijn, kon op deze eenvoudige wijze eeu flink stuk in 't huishouden krijgen. Het was eene eigenaar- dige plechtigheid, die zondag 4 October in de Hervormde Kerk te Kolhorn plaats bad. Op dien datum toch zon Ds. W. Bax, Candidaat te Zaandam, als leer- aar bevestigd worden. En toen op het bestemde uur, de kerk tot in bijna alle deelen bezet was en Ds. Bax van Zaan dam de Valer den kansel beklom om met eene schoone rede als inleiding de Godsdienstoefening te openen, wist hij door zijne bezielende en ongekunstelde woorden onmiddellijk aller harten te win nen. Vervolgens ontwikkelde hij naar 1 Timotheus III vers I het standpunt, de eischen, het doel, het schoone en het verhevene van den Christelijken,Godsdienst, om vervolgens in de verschillende détails de roeping eens leeraars uiteen te zetten. En daar er zoo vaak oogenblikken kwa men dat de bezielende woorden recht streeks van het hart tot het hart gingen, vooral wanneer uit alles sprak dat het de vadar was, die het richtte tot den zoon dau schoot menigeen het gemoed wel eens vol; en onder den indruk van het ge hoorde keerde men huiswaarts na den be vestigden predikant het 3e vers van het 91e Gezang toegezongen te hebben. De handoplegging had mede plaats gehad door Ds. de Boer, Consulent en predikant te Wieriugerwaard. Even indrukwekkend was de intréerede, die des namildags ten half 3 uur plaats had. De jeugdige predikant behandelde naar aanleiding van het 68e vers uit Johannes VI de beteekenis van het Evangelie zooals die door hem begre pen werd en zette in eene keurig gesly- leeide rede het standpunt uiteen, dat hij dacht in te nemen en te handhaven, een en ander somtijds onder zulke kernachtige bewoordingen, dat de gansche Gemeente terstond begreep, waaraan zich tegenover hem te houden. Met eeu innig gevoeld woord van dank aan zijne Ouders, met eene hartelijke toespraak tot den Consu lent, den Kerkeraad en het College van Kerkvoogden en de aanwezige Predikanten, Roman naar het Engelsch 2. van Ella Wald. HOOFDSTUK II. Na een oogenblik in gedachten verdiept te zjjn geweest, ging de oade man voort met lezen. „Bij het overgeven van den stok en den sleutel, zeide mijn vader tot mij't Is niets meer dan een lompe, houten stok en een stuk zeldzaam gesmeed metaal, maar ze zijn tenminste in staat u te bewijzen, dat mij het bloed der Ro'hwicks door de aderen vloeit, ofschoon mij dat een blos van schaam te op de wangen brengt. Had mijne moeder mij minder nauwgezet opgevoed, dan zou ik waarschijnlijk getracht hebben, van deze bei de voorwerpen partij te trekken, om nitdrak- king te geven aan de gevoelens, die in het wapen der Rothwieks, een distel over twee olijftakken, opgesloten liggen, en dat schijnt te beteekenen, dat een Rothwick een on recht niet eerder vergeeft, voor dat het gewro ken is." „Ei papa, wat een zeldzame geschiedenis 1" riep Ruth uit, terwijl zij diep ademhaalde, nadat haar vader het boek had dicht geslagen en weder ter zijde gelegd had, „het is inderdaad een roman en een zoo diep geheim, dat niet de geringste hoop schijnt te bestaan, dat het ooit zal worden ontdekt. En toch!" ging zij nadenkend voort, „Wan neer die bewuste brief nog bestaat en ge vonden kon worden, welke wonderen zou dat enkele stuk papier dan niet helpen ont hullen 1" „Ruth i" zeide haar vader strenger dan hij in jaren tot haar gesproken had, „zet je dien onzin maar voor eens en voor altijd uit je hoofd. Die brief kan niets onthullen die zou er alleen toe gediend hebbeD, den smaad die op Robert Allenwood viel, te ver- grooten. Er was misschien nog sprake in van een verzorging voor de toekomst, die sir Amos zich getroostte. Maar wanneer dat het geval was, is het maar beter, dat die brief nooit terecht gekomen is. „Ik geloof, dat uw grootvader een beter man geworden is, omdat hij den geweten- loozen baronet voor zijn verder leven voor niets te bedanken gehad heeft. Bewaarden stok en den sleutel, zoo ge wilt, ik geloof, dat het je plicht is, dit te doen, nadat uwe en met de bede dal een wedorzijdsch vertrouwen tusschen hem en zijne ge meenteleden de gewenscbte vruchten voor de toekomst moge drzgen, besloot hij deze schoone intréerede. Bij de laatstgehouden stemming, is tot Hoold-Iageland van het Ambacht van Westfriesland genaamd Geestmerambacht, herkozen, de heer F. de Boer Pz., te Ondkarspel. Vrijdag 2 October heeft te Kolhorn het herhalingsonderwijs een aanvang genomen. 13 leerlingen, waaron der 8 meisjes, nemen aan de lessen deel. Aan de harddraver ij, op Maandag 5 October j. 1. door den heer Boodkastelein te Sint Maartensvlot- brug gehouden, namen negen paarden deel. De le prijs, een tuig, werd gewonnen door „de Tulp", eigenaar de heer 6. Hoedjespikeur de heer W. Kla ver de le premie, een zweep en hoofd stel, door „de Ylevo", eigenaar de heer Kroonpikeur de heer J. Klaverde 2e premie, rijdeken en leidsel, door „Jaap* eigenaar de heer C. Groenveldpikeur de heer P. Zwak 3e premie, boerenwagen haam, door „Thijs*, eigenaar de heer C. Groenveldpikeur de heer Jb. Groenveld, Allen zijn te Zijpe woonachtig. Men zij voorzichtig. Een huisgezin, bestaande uit man, vrouw en zoon, te SIJBEKARSPEL, was naar den bouw gegaan, om aardappelen te delven, Een koopman in postpapier, ont dekkende dat er niemand te huis was, ging eens onderzoeken of het slot aan de deur voor zijn handgrepen bestand was. Het bleek dat dit niet het geval was. Hij ging dus naar binnen, waar hij vooreerst de appelen, schoon voor 't gezicht, eens na zag en vervolgens naar de huiskamer. Daar opende hij de lade van de tafel en ook de daarin liggende portemonnaie. De inhoud, niet bijzonder groot naar men zegt ongeveer één gulden in klein geld werd natuurlijk medegenomen, waarna de koopman het huis zeer bedaard schijnt verlaten te hebben. Dit had plaats des voormiddags zoo ongeveer half12 moeder eveneens gedaan heeft, maar knoop aan bet bezit dezer zaken geen enke lendwazen droom vast. Voor mij ejju die voorwerpen niets meer dan waardelooze en onsmakelijke voorwerpen, behalve de paar- dekop, die waarlijk een kunstig snijwerk is." Ruth bloosde onder de strenge woorden haars vaders, stond eohter zonder daarop te antwoorden op en ging naar den kleeren- standaard, waar zij den stok vanaf nam. Deze was inderdaad niets meer dan een lomp stuk hout, door het langdurig gebruik gebrast en beschadigd. Hij zag er eigen aardig en vreemdsoortig uit, maar het eeai- ge mooie dat hij bezat was de knop, die zon der twjjfel een kunstig stuk snjjwerk was en vast boven aan den stok zat. „Ik zon wel eeus willen weten, hoe oud die stok is I" merkte het meisje op, „ik zou wel eens willen weteu, hoevele voorname gentlemen hem reeds gedragen hadden en waarom sir Amos Rothwick hem aan zijne familie geschonken heeft f" Dit laatste zei de zjj met hoogroode wangen en met eeu vastberaden uitdrukking in de schoone oogen. „Mijn liet kind, waarom wilt gij u met dergelijke gedachten het hoofd breken f Het is waarlijk de moeite niet waard, dat gij het doet. Leid mjj er niet toe, dat ik er spijt over zal gevoelen, dat ik n met dit geheim heb bekend gemaakt. Maar laat ons nn eindigen ik ben zeer moe en zal trach ten een weinig te slapen." Hij ging naar de kamer er naast, sloot de deur en liet Ruth met hare gedachten en de erfstakken alleen. Zjj legde den stok nedor en nam den sleu tel in de hand. „Een Rothwick vergeet nooit een onrecht, indien het niet gewroken is," herhaalde zij, de olijftakken en de distels met bare vingers aanrakend. „Hm, ik zou wel eens willen weten, of dit onrecht ooit gewroken, of goed gemaakt zal worden. Ik ben ook een Rothwick, hoewel slechts in het vierde ge lid," voegde zij er met een ernstig lachje aan toe. „Ik zon wel eens willen weten, of het Rotbwick-bloed reeds zoo verwaterd is, dat ik geen enkele van die familietrek ken geërfd heb." Zij stond met voorovergebogen hoofd en bezag het reliquie in hare haudeu, eenige oogenblikken lang op uiterst nadenkende ma nier. „Ean sleutel is er voor om iets open te sluiten,* zeide zjj eindelijk. „Ik heb den sleutel, maar waar is het slot, waarop die sleutel past En wat is 't geheim 't welk verborgtn is P Ik ben overtuigd, dat sir Amos een heel bjjzonder doel voor oogen gehad beeft, toen hij deze zaken aan de moeder van zijn zoon zond, terwijl hg op zijn sterfbed lag." Zij ontstelde plotseling en trilde alsof ie mand haar toefluisterde, dat zij mettertijd alles ontdekken zou dat zij de geheimen zou onthullen." Drie weken later was haar vader op het groene, mooie kerkhot naast zijne vrouw in zijn eeuwige rustplaats gelegden nadat de arme, onderlooze Ruth Reijnolds van de ee nige bekende van haar moeder een brief gekregen had, zeide zij haar stil tehuis tas- schen de „Groene Bergen" vaarwel en ging zjj de wjjde wereld in, om voor zich zelve het brood te verdienen. HOOFDSTUK III. Wij weten reeds, wat onze heldin bjj haar aankomst te New-York ondervond en hoe het haar gelukte, aau dit interval heelhuids te ontkomen. Nadat zij den kapitein verlaten had, ging alies verder goed en binnen een nur reed zjj voor de deur van een mooi hnis, in West 36, waarop een naamplaatje den naam van Wm. Winslow droeg. Tot voor weinige jaren hadden Mr. en Mrs. Winslow tot de parochianen van Mr. Reynolds behoord en zjj hadden in dien tijd zeer vriendschappeljjk met ban dominé en diens vrouw omgegaan. Een gelukkig toe val had hen rjjk doen worden, en zjj waren naar New-York: gegaan, waar zjj spoedig te midden van den stroom van het élegante leven verzeild raakten. Een tijdlang hadden de beide vriendinnen briefwisseling gehouden, die eindigde, door dat de heer en mevrouw Winslow een reis naar Europa maakten en toen zij terugkwa men, was Mrs. Reynolds begonnen te suk kelen en was zjj kort daarna gestorven. Toen haar de dood van hare vriendin ge meld werd, schreef zjj Mr. Reynolds een brief vol troostrjjke en bemoedigende woor den en zeide bem dat wanneer zjj iets voor bet kind doen kou, bjj vooral niet ver geten mocht, zioh tot haar te wenden. De geesteljjke bield haar aan haar woord, toen het hem duidelijk werd, dat zjjn kind spoedig alleen op de wereld zou staan en bad baar, dat zij de wees tot zich zou ne men, en haar helpen zou om een werkkring te vinden, die haar beur eigen brood zou kunnen doen verdienen. Het geweten dezer vrouw gedoogde niet, dut zjj dit gebed onverhoord zon laten; maar toch was het haar onaangenaam, dat In het Handelsblad van gisteren en eer gisteren komt een hoogst zaakrijk en le zenswaardig artikel voor over den duinen toestand bij Kallantsoog en Koegras. Met het oog op het bezoek der Staten leden, verleden week aan Callantsoog ge bracht, merkt de schrijver op: Van nabij bekend met den toestand bij Kallantsoog en Koegras, waag ik het daar over een bescheiden oordeel uit te spreken. Het komt mij voor, dat menigeen der Staten-leden, toen hij, na Schagen le heb ben verlateD, den zwaren Ouden Westfrie- schen dijk passeerde, de geheele breede Zijpe doorreed en daarna weder over den Zijpschen zeedijk moesten rijden eu eerst déar geheel in de verte, de Kallantsoo- gerduinen zag liggen, moet geglimlacht hebben bij bet denkbeeld, dat Westfries land en zelfs de Zijpe in de eerste tiental len van jaren iets te duchten zou kunnen hebben van de Noordzee. Maar bedenkelijker zal daarentegen de indruk geweest zijn, niet alleen bij de komst aan de Groote Keeten, waar de binnendijk tusschen Kallantsoog en Koe gras bijna geheel verdwenen is, maar voor al bij het bezoek aan de duinen en aan het strand. Zonder twijfel toch is de toe stand déér sedert de laatste jaran op onrustbarende wijze achteruitgegaan. Hoo- ge duinen zijn verdwenende duinregel aan zee is op onderscheiden plaatsen door gebroken duinvalleien met houtgewas of gras begroeid, zijn ingevloeidhet strand is zeer smal geworden en de hoogwater- lijn is vele meters tot den duinvoet gena derd. Deze afneming der duinen gaat steeds voort, en hoewel op vele punten die dui nen nog hoog en zwaar zijn, is het toch te voorzien, dat, worden er geeue buiten gewone maatregelen genomen, ook deze zullen verdwijnen. Het doen opstuiven der duinen door de gewone middeleD, helm- en strooibeplan- ting en rietschutten, helpt niet meer. Al het zand, dat des zomers op deze wijze gewonnen wordt, gaat reeds bij den eer sten storm verloren en het steeds smaller wordende strand, dat bij eiken vloed wordt zij zoo aan baar woord gehouden werd. Zij schreef zoodoende na weinige dagen, nog voor Mr. Reyoolds zijn laatste adem had uitgeblazen, dat hg Ruth sturen kon en dat zij haar best voor het meisje zou doen. Mrs. Winslow ontving het schoone meisje vriendelijk, maar met een gelaat, dat zeide „Tot hiertoe en niet verder," en die iedere hoop, die het meisje gekoesterd kon heb ben, dat zij hier een vriendin zou vinden, den bodem insloeg. Bijna onmiddellijk na haar aankomst zeide Mrs. Winslow haar, dat nadat zjj door haar vader te weten was gekomen, dat Ruth een zeer geschikt handwerkster was, zij haar in de familie van een harer bekenden, die op het land woonden, eeu plaats als huisnaaister had bezorgd. Rutb zag zioh dus na eenige dagen ver plaatst naar een schoon, prachtig landgoed aan de oevers van den Hudson, weinige mij len van Albany verwijderd aangenaam on der dak gebracht in de positie van kamer meisje en naaister eener élegante vrouw, Mrs. Authony Plympton. „Mijn blauwoogige lieveling 1 Mijn be- scheidene, kleine VergeetmjjnietZeg, dat ge mij lief hebt, beloof het mij, dat gij mijne vrouw worden zult. Gij weet, dat ik u aanbid, dat ik van het oogenblik van mijn terugkeer begonnen ben u lief te hebben, en dat het mij op het eerste oogenblik helder werd, dat hoe volkomen mijn leven ook zijn mocht, bet zonder u gansch geene beieekenis zou hebben." „Maar Mr. Plympton." „Mijn dierbare; wees toch niet zoo vor melijk noem mij toch Ralph. Maar eerst moet ge mij verzekeren, dat uw hart het mijne beantwoord zeg mij, dat ge mij lief hebt." „Ik, ik ben daar nog niet zoo heel zeker van." „O! Maar ik mishaag u toch niet P Ik ben u niet onaangenaam P" „Neen dat zeker nietl Naast mjjn vader en mijn moeder geloof ik, dat mij tot dusverre nooit iemand zoo lief was. „Hal Ratb, mijne lieveling! Mijn schat 1 Dan zal ik n de mijne mogen noemen i Gij zjjt de mijne, de mijne 1 en ik zal spoedig al nw twijfel omtrent uwe liefde doen ver dwijnen." Dit gesprek had plaats op een mooien zo meravond in een klein prieel in den tuin van Hazlewood Hight, het elegante woonhuis van Anthony Plympton, vau waaruit men op den prachtigen Hudson en het niet overstroomd en schier nimmer droog wordt, geeft steeds minder gelegenheid om de op stuivingen op eenigszins groote schaal te doen plaats hebben. Wij hebben hier te doen met eene ach teruitgaande kust en met dezelfde oorza ken, die benoorden Petten het aanleggen van een aantal strandhootden hebben nood zakelijk gemaakt. In den zin dat allengskens de zee na der komt en bij iederen storm een deel der sinds niet meer breede duinen nage noeg onherstelbaar vernield wordt, dat dientengevolge het zand, het zoo noodige materiaal voor tijdelijke voorzieningen, ver loren gaat, en dat dus vroeger of later de zee de achterliggende gronden zou kunnen orerstroomen, is er wel degelijk gevaar. Al wat er gedaan wordt om de duinen te herstellen, om ze op afgebroken punten te hereenigen, om ze door het slechten der toppen en het aehteroverhalen van het zand te verbreeden, om achterwaarts gele gen zanddijken op te werkenia één woord, alles wat er gedaan wordt in den tegenwoordigen toestand, is niet meer dan tijdelijk werk. Het kan voor het oogen blik, misschien voor enkele jaren helpen, maar de zee nadert en het eenige middel tot afwering van dat gevaar is het tegen gaan van die nadering. Dat het middel hiertoe alleen bestaat in het aanleggen van strandhootden, meen ik als bekend te mogen veronderstellen. De in de nabijheid gelegen strandhoofden be noorden Petten, bewijzen trouweas die De- wering. Er is dus gevaar; maar of dit zéé oo- genblikkelijk is, dat men reeds nu bij ie deren storm doorbraak zou hebben te vre zen, meen ik te mogen betwijfelen. Becijferende de kosten van aanleg der Zeewering, van Petten tot het fort Kijk duin, zijnde 18000 Meters, waarover 120 strandhootden verdeeld moeten, raamt Schr. die op f3000000, terwijl de waarde van het land, dat bewaard wordt, nog niet eens dit cijfer kan halen. Daartegen staat ook nog dat het jaarlijksch onder houd bedraagt f 300000. Waarlijk, het is wel de moeite waard, wanneer men dergelijke cjjfers voor zich ver afgelegen Aibany een ruim gezicht had. Twee jaren zijn er sedert het begin van onze geschiedenis en den dag waarop Rnth in dienst van Mrs. Autony Plympton kwam, yerloopen. Zij heeft gedurende dien tijd een stil, vredig, bijna gelukkig leven geleid en in Mrs. Plympton de vrouw gevonden, voor wie het aangenaam is te werkenen daar Ruth een vriendeljjk en aangenaam wezen was, ging alles vanaf den eersten dag glad en effen. Ruth was ontegenzeggelijk zeer geschikt voor het naaiwerk. Zij bezat buitengewoon veel smaak en bovendien veel fantasie, ter wijl zij zieh voor baren arbeid zoo interns- seerde, dat haar die meer een genoegen, dan een taak toescheen. In deze twee jaren had zjj zieh zeer ontwikkeld. Zij was nog gegroeid en had zich tot een bitondere schoonheid ont plooid. Zij had haar kinderlijk, schuchter voorkomen, dat zij vroeger gehad had, ver loren eu in de plaats daarvan, was een zekere kalmte en zekerheid van optreden gekomen. Haar temperament was van Dature vroo- lijk en wanneer en hoe dikwijls was dit niet hot geval haar heldere, meisjesach tige laoh door het huis klonk, of zij bij haar arbeid een lied zong, dan placht Mrs. Plympton een ijverzuchtige smart iu baar hart te ge voelen, dat zulk een schoon meisje, zulk een bescheiden rang in de maatschappij bekleedde. „O", zuchtte zij dan zeer dikwijls, „waarom heb ik niet een dochter als deze?" Eu toch kwam de dag spoedig, waarop zjj haar ais zoodanig loochende. En waarom f Niet omdat zij niet waardig sobeen, of niet intelligent genoeg was dat niet; want Ruth had van haren vadar eeu uit stekende opvoeding ontvangen, maar omdat zjj „arm" en een meisje „zondar rang" was. Na verloop van het tweetal jaren dat Ruth in het huis van Mr. Plympton bad doorgebracht, kwam de vertroetelde zoon en erfgenaam, Ralph Estlahe Hartmann Plympton, van eeu lange reis naar Europa thuis, waar hij deels zijne studiën vol tooid ou deels een vrooljjke jeugd had door gebracht. Yan het eerste uur af, dat hij den vader lijken drempel overschreed, en hij haar ont moette, had hij de schoone naaister zijner moeder hartstochtelijk liof. Hij was evenwel slim en kende zijn we- J

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Schager Courant | 1896 | | pagina 1