?5H
Zaterdag 13 November 1909.
53e Jaargang. No 4637.
DERDE BLAD.
52ÏÏSSrr.'WyRfïïar 5SU MM.
ccxx.
Van dit en van dat.
'n kopje thee, of als er een jarig is, 'n glaasje wijn,
had onaemprut VaD ('e *wee> 0I> D'ambalkon staande, en komende mensehen, die dronken zouden moeten
hi; had hesnoi^d'1^? e ze®r beslag... Want wezen, om tegen elkaar aan te loopeu. Drukte is tellen hier niet mee. 'n Groote stad heeft groot-steed-
den feilen doodsschrik, die kermde er vreemd, ook al vertoeft er 't Hof; terwijl de drukte sche eischen en eigenaardigheden, *die aanpassing
in Rotterdam 'n drukte is van knarsende kranen, vloe vragen van ieder, die zich in haar vestigt. En wie
kende zeelui en schreeuwende vischverkoopers. Maar dit niet kan of wil, door gebrek aan aanpassingsver
die drukte is egaal, onder de Boompjes niet anders mogen of eigenzinnigheid, blijft 'h vreemde boom in
dan op Feijenoord, en op Feijenoord maar weinig an- dit volle woud, blijft het leelijke eendje in dezen
ders dan aan de Spaansche Kade. vpllen vijver, blijft 'n rariteit onder de „joviale" Am-
't Is alsof de menschen In alle verschillende ste- sterdammers, en blijft zuchten en zich 'n enkeling
den iets eigendommelijks met zich dragen, 'n Gro- gevoelen, onder de massa, die geen zuchten geleerd
ninger is binnen '11 uur als „Groninger" te erkennen, j heeft en niet begrijpt, welk genoegen er in kan we-
ook nog aan iets anders dan aan zijn taaleigen. Aan zen alleen te zijn, als 't kan met 'n goed boek, als
'n Rotterdammer twijfelt ge geen kwartier; 'n Hage- j 't kan met 'n paar uitverkoren vrinden, om iets te
naar zegt 't u binnen vijf minuten; en 'n Amster- weten van datgene, waar „Frascati" en „De Geisha"
dammer behoeft maar even over kunst, politiek, kip- en „Nick Carter" nog nooit over gedacht hebben;
pen, stoelenmatten, godsdienst, veeteelt of eenig an- j maar ook niet begrijpt, dat zoo'n enkeling zich heele-
der onderwerp te praten, of hij valt met al zijn heb- 1 maal geen „enkeling" gevoelt en van zuchten geen
EEN ENGAGEMENT.
HANDLANGSTER?
in de oogen van bruidjes vader, toen die vreemde,
zwarte meneer met het sarrende keelstemmetje en
de vischachtig kille handen, plotseling in het café,
bij hun tafeltje was verschenen...
...De wijzers van de groote caféklok boven het
buffet wezen al tien minuten voor achten, en nög
zaten ze daar nog altijd, Beekman en de schrale
van de vischhanden
De kellners in de nabijheid hadden alle gebruike
lijke seinen geprobeerd. Met de servetten geveegd,
met stoeltjes over den grond geschuurd. In tamelijk
dichte nabijheid van de twee laten stof afnemen
Een raam wagenwijd opengezet om de atmospheer
1 van bitteruur te zuiveren... Niets hielp. De zaalchef
was langs het tafeltje gedrenteld; had, met hand
i voor lippen, met zekeren nadruk gekucht. Eventjes
gegluurd naar de extra-plakkers...
Ze zaten er nog steeds. De magere van de klam-
me vischhanden aan zijn derde biertje met groote tus-
"^f.u' ..rlep Staveren, zijn oude vriend,, uit, schenpoozen heel-kleine teugen nemend en dan da-
erwijl hij het glas ophief en Beekman aankeek met delijk de schuimvlokjes, die aan z'n kneveltje moch
ten paar genoeglijk glinsterende oogjes, waarin toch ten blijven hangen, afvegend met hagelwit zakdoekje.
Ukkering van afgunst was „nou, santjes hoor! oude-Beekman, de vader van gelukkig bruidje,
Jan harte, kerel, 't Is een mooie partij. Dat 't je met sidderende hand port slurpend... Al-maar port...
fonstance gelukkig moge gaan!" I De kellners fluisterden met elkaar.
Ook de anderen lieten hunne kelken tegen Beek-! „ja, maar..." had de gerant der zaak al gezegd,
jan z'n glas tinkelen. De gelukkige vader boog, was' „maar als dat zoo voortgaat..."
cht aangedaan... had vurige plekken van opwinding De ober fluisterde hem in van het mooie engage-
nder de oogen, maakte hoffelijk erkentelijke nei- ment... Dat was de quaestie. Die vent bedronk zich
inkjes... vooral tegen meneer Du Bois, den pro- uit plezier dat zijn dochter zoo'n fijne partij ging
uratiehouder, van wien ze allen wisten dat hij op doen. Begreep meneer wel...?
amiliaren voet omging met den jongsten patroon...) Zóo is dat soort van menschen nu!... Schandalig, gen, dat hij aan bescheidenheid laboreertJ op de' juiste
Was Beekman, of hij leefde in een geluksdroom, Type van „burgerknul", wien de broodkruimels ste- j wijze, met tact en op den juisten toon 'n gesprek
l-i i-ï urnooda /lot- rre\ nlAtoolino' unn wrAr/l on tt nr_ j. x„u j.j _i;i1. - m n.i- 1 1
ben en houën door de mand van zijn Amsterdamme-
righeid. Zoo wijs als 'n Amsterdammer, is er niemand.
De burgemeester en de dominee, de paus en Onze-
lieve-Heer weten veel, heel veel zelfs, maar wat 'n
Amsterdammer niet weet, is niet te begrijpen, niet
te gelooven of aan te nemen. Niet dat de man al
zijn wijsheid, geleerdheid, diep inzicht enz. voor de
ramen uitstalt, zooals dat een appelevrouw
haar appelen, peren en „neuten" doet! Heelemaal
niet! Juist andersom! Als je zoo voorbij zijn kraam
pje loopt, ik bedoel voorbij het kraampje van zijn
geestelijk bezit en geestelijke koopwaar, dan zou
je denken, dat de man uitverkocht was. Er ligt
geen rateltje, geen blokkendoosje, geen brief spelden
zelfs, ter waarde van 'n dubbeltje, voor. Én hij laat
u ook kalm passeeren; moeit gij hem niet, hij zal 't
zeker u niet doen. Want zonder nu juist te zeg-
at angstig drukkende gejaagde onrustige overKeek met trotsche spotoogen naar het tafeltje van Amsterdammer wacht er zich voor. Hij pronkt niet,
V'aarover eigenlijk... Maar dat schrikken 8ver 't de twee plakkers... hij praalt niet met zijn alomvattend weten, met zijn
jlkens meenen te herkennen van... j Toch was 't vreemd. Het zweet parelde den een juist'besef van de dingen; althans niet spontaan, niet
Beekman bestelde zijn vierde portje... En niemand den vader van bruidje op 't hoofd. In zijn ongevraagd. Maar vraag hem eens hoe laat 't is, en
ond 't vreemd... Als je nu toch zóo boft... j. oogen brandde een helle koortsgloed... Hij tuurde vermeet u eens er aan te twijfelen of zijn horloge
Vanmorgen om even tien uur was 't al begonnen.; verward om zich heen... zei dan iets tégen dien van wel goed Saat! Heb 't hart eens, als ge dat durft,
ie jongste patroon had nadat ie met meneer Beek- de vischhanden... En deze haalde dan, heel hoog, In minder dan geen tijd, zwijgt ge als 'n Mof, ook al
ian zaakjes had afgehandeld zich op 'n hoogst do wenkbrauwen op, glimlachte dat al z'n kleine^ ter oorzake van de omstanders, die zich meer en meer
weet heeft.
Dit aan 'n paar adressen, die ik vergat hier boven
te schrijven. Dit is immers 'n „brief"?
H. d. H.
Correspondentie.
P. K. Dat weet ieder onderwijzer, en als ge onder
uw vrienden of kennissen 'n predikant telt, zal ook
deze u gaarne daarover iets te lezen geven, Neen,
ik ben geen Jood; maar indien ik 't was, zou ik er
als 't niet te laf was, om 'n eer te stellen in iets
wat men niet helpen kan er trotsch op wezen.
Lees „De Israëlietische Looverhut" van Staring en
begrijp daaruit iets van den ouden adel van het Jood-
sche Volk. Waar zijn w ij vandaan gekomen? Ge zijt
immers uit Christen-ouders gesproten, evenals ik?
Welnu, waar zijn wij dan vandaan geiomen? Heel
het Christelijk Europais 'n vondeling onder de na
tiën der wereld, want al wat ons is aangebracht van
'n afstamming uit een of ander Arisch geslacht hangt
zóo in de lucht, dat er geen vasthou aan is.
„WIJ tasten rond in 't ongewiss';
Op ONZE wieg ligt duisternis;
De stond, dat ons Gods wil hier bragt,
Bleef ongevierd, werd niet gedacht!"
STARING.
Maar de Joden hebben 'n geschiedenis van meer
dan drie duizend jaren, en als wij aan 't noemen
gaan van groote mannen, die aan de geestelijke ont
wikkeling van het menschdom het hunne gedaan heb-
igenaardige manier naar hem toe gedraaid... dat de gunstige, melkwitte'tandjes te zien waren Schudde' om u verzamelen; en als ge'eindelijk vreezende te k,en' zijn, daar hfe,1.,wat Joodsche namen onder,
chroef in Amerikaanschon bureaustoel hevig knarste. de wenkbrauwen zoo hoog als 't maar mogelijk veel wiJs" 'en waarheden te hooren, u door de men- ,Kunt. Ge 11 n cnristelijke opleiding denken zonder
notnnAn 1onV»+rv rtnr. ónort" Hm -i kPfiniS Vfl.11 hllTI Wpt PT! Pr Of Pt.P.TlV 7.0niiP.r h 11 Tl TlPE
11 de jongste patroon lachte zoo apart Om toch was optrekkend, langzaam... met rustigen nadruk
iet &1 te „familiaar te zijn en, aan den anderen met iets van het sarrende, dat ook uit het keel-
ant, meneer Beekman te toonen dat ie de partij stemmetje tot u sprak, het kleine smalle hoofd met
rerkelijk mooi vond... De jonge Doedens was beslist de loerende, stekende zwarte oogen
efortuneerd. Een jongmensch van goeie familiej
Js io 't nauwkeurig uitrekende, dan waren ze nog, De oudste en de jongere patroon van Beekman da** 'k ken; en de schrijver van 't boek Job zou
schen heendringt om weg te kome'n dan roept hij kenais van hun „wet en Profeten'", zonder hun „Tier
u des onderwijzens nimmer moede iets na, Woorden"? Waaraan ontleende Jezus zelf zijn hei
wat 'n onderzoek inhoudt naar, of 'n verklaring vaé 1,ge beglnselen? Hij is toch niet gekomen om die leer
uwe sexueele belijdenis, 'n Amsterdammer is het ?f te preken?! Naar Zijn eigen onweerlegd woord,
meest wijze wezen, het meest onafhankelijke schepsel, kwam HlJ- om «Wet en Profeten' te verv uilen.
Dat het meerendeel der Joden van Zijn dagen Hem
d de verte, met elkaar geparenteerd, de patroon en hebben toen hij in hoogste instantie wegens dief- zich tweemaal bedacht hebben, eer hij van dat boek niet begrepen heeft, 't zij zoo; maar dit is in geen
tI«t ..6 Ulel het acht en dertigste Hoofdstuk schreef als hij gewe- geval te Wljten aan de Joden van nu. En laat mij
-1 or TT hii rrQO'O'nTi rlot li nt mnornnrlonl /I ak PVi /mmi
je Doedens... Zeker, aan den kant van tante Jet...
[atuurlijkDe oude mevrouw Doedens kwam dik-
rjjis aan huis bij patroon z'n ma... Neen, Beekman's
ositie werd, door dat engagement, werkelijk anders,
-at een collega, die wit van nijdigheid zag, ook blijk-
aar snapte...
Maar de jongste patroon moest nu toonen, dat hij
ich heusch over de zaak verheugde...
„En ik hoor zoo" zei hij dan, na een korte pauze,
dat uwe dochter geëngageerd is...."
Beekman roerde zeer-deferent vooral er op pas.
md om, nü, 'pose van er-trotsch-op-zijn aan te ne-
len, de hand aan, die jongste-patroon hem toestak...
En de ander knikte tegen hem, met glimlachje
an: daar zul-je zeker niks tegen hebben, zoo'n
elukje, hè?... Toch met kieschheid temperend het
ertoon van verrast—wezen...
De vader hield zich best. Sprak een paar eenvou-
ige woorden... Als zijn kind maar gelukkig werd...
eter, voegde hij er haastig bij, bang den patroon
krenken... Zeker, hij kon zich, in elk opzicht geen
etere keuze voor zijne Constance denken...
Even wierp meneer een scherp-observeerend oogje
p zijn geëmployeerde. Hij had zich den vader toch
Inders gedacht... Stralend van geluk... Opgetogen...
bevend van aandoening... Niet in staat om behoor
lik te werken...
Maar Beekman was anders. Toen de patroon tegen
stal anderhalf jaar heeft gekregen bijna ruzie
met elkaar gekregen over de vraag, of Constance,
het ex-bruidje, al of niet de compère van haar vader
was geweest... De jongste hield vol van wèl.
't Was, betoogde hij een doorgestoken kaart,
afgesproken spelletje.
Natuurlijk immers
De vader had 't een en ander op z'n kerfstok,
van vroeger. Dat de zwarte, die van de klamme visch
handen, hem, juist toen dat mooie engagement was
ten had waar Amsterdam lag en ook geweten had,
hoe wijs de Amsterdammers waren Zoo'n schrij
vertje van zoo'n lorrig boekje, is maar 'n „joggie"
vergeleken bij 'n Amsterdammer. Want niet alleen,
dat 'n Amsterdammer de goed bijgehouden staalkaart
er U bij zeggen, dat het meerendeel der Christenen
van nu Hem ook niet begrijpen. Deden zij dit, dan
zouden zij, inplaats van tegen 'n bepaald geslacht
te ageeren er in vriendschap en broederschap mee
trachten te leven, zich er althans niet hooghartig of
is van alle menschelijke deugden, voortreffelijkheden f^adel«k tegenover stellen, zooals nu God beter
- 'tJ müflp ?»1 van Ir p-pnpiirt Hot honrnpft mn
en wijsheden, zegge: wetenswaardigheden, niet al
maar al te vaak gebeurt. Het bedroeft mij
leen, dat zijn eigen'stem gehoord mag w'orden als" ?m Ckr!stu£!' dat,ik Zijn zoogenaamde volgelingen,
'n orakel, zijn eigen arm beproefd mag worden als de tegen Zljn elgen, vleesch en bloed 'n houding zie aan-
0 nATOnn A1/-V /\r> hNti northtcl- O r>-\ «n n/l/lmn'. n nhniP
gekomen, geperst had om te stelen, onder bedreiging ^te, zijn eigen inzicht als het zuiverste- maar b Scheide^e d a X te hkr h fdrgetu gt"
van anders den ouden heer Doedens te gaan vertel- zyn haan kraait ook mooier, zuiverder, meer accen- De?ca®lcI®ntlelcl ?}s christelijke liefde getuigt.
gaan vertel tueerend dan andere h anen, zijn ldok gaat beterde zijn niet in de wereld gekomen om elkaar te vloe-
dan de uwe, zijn kanarie zingt vroolijker, zijn kat kea' maar T elkaar zegen te bereiden; niet om te
spint rustiger, zijn hond is waakzamer, zijé bloemen weten m ,we!ke, 0p2lckt®n W1{ vaa elkaar verschillen
bloeien tieriger dan van ieder ander. En als daar maar 1!n koevele wij het met elkaar eens zijn; met
wat nog al eens voorkomt twist over ontstaat, om elkander kwaad te doen maar elkaar zooveel
dan is dit alleen te wijten aan de verregaande stu- f°gelljk te k.elpea- Iemand- die 'n wezenlijk chris-
Pide onwetendheid der niet-Amsterdammers. Stel je telijke opvoeding kreeg, vraagt bq 't geven van zijn
voor, dat 'n mensch uit Schagen b.v. of uit den Haag sympathie en goedheid niet: „Is dat 'n Jood? Is
„Jij bent in staat, zoo'n schurk, die ons bestolen ParÜs of uit Lutjebroek iets beter zou weten en ^miSee A°°oTS' domfnee f ter°klrke'Maar is
heeft, nog te verdedigen, 't Is magnifiek!" begrijpen dan 'n Amsterdammer? De veronderstelling ™ne® rechtvaardig Teglnover al l e menschen En
En met driftigen ruk verzette de verontwaardigde aIlfeen is in staat 'n mensch in lachen te doen uit- dTe ZJlke vra in zijn g0ed~
jongste zijn Amerikaanschen kantoorstoel... Dat de karsten. Zooiets is sedert de schepping dan ook nog wTd en rShtvaardigheld w e 1 ver^hirmaakt tusschei
len. in wat voor familie zijn zoon kwam... Wie de
a.s. schoonpapa was... Zeker, voor bruidjes vader een
hard gelag
„Z'n verdiende loon," bromde de jongste, blij dat
de „mésaillance" voorkomen was, het dolle engage
ment afgesprongen... „Zoo'n hondsvot verdient niet
beter..."
De oudere zweeg.
aan vader van bruidje... Op dien ochtend...
^<ev,?Ud^t patroon dacht aan een smal, vit meisjes- oinrlpiiiir nu ai woi mei uei mmsie, mei uei aneimiuoie ucgup ei van,
gezicht, dat hij pas gezien had, aan holle oogen, f\n' dat lk eindelijk nu al wel 'n dozijn jaren ge- waarom dan toéh Jezus eigenlijk wel op de wereld
lem zei: „Ik vermoed dat u vandaag door allerlei I waarin de dood reeds zijn onmiskenbaar merk had I !ede.n hler ben komen wonen. Zooals 'n mensch kom ig o£ waarvoor Hii stierf. Zij mogen zich
|oesah wel van kantoor zult worden gelokt... Zoo'n gegrift... Aan koorts van vernield lichaam, die er in |éjn slaap onbewust de gemakkelijkste houding aan naar Hem noemen misschien wel met zekeren
pmilie-feestje.Ik weet er alles van.v." in schitterde... die straks zou stelpen, voor-goed, het
Toen protesteerde Beekman met iets vreemd-haas- smart-hebben over vernielden, korten geluksdroom...
igs. Neen hij zou als steeds op kantoor blijven. De J Hij besefte, dat compagnon echt-nijdig was.
jolgende week was er een kleine receptieAls Antwoordde toch niet. Zoodat weer slechts het ge
neneer dèn permitteerde... kras der pennen boorde door de stroeve stilte van
,,Zeg," vroeg, toen de beide patroons weer te- het directiekantoor...
lenover elkaar zaten in directiekantoor, de jongste
mpagnon den andere, zou-je denken dat die Beek-
Ean beertjes heeft?" En tegelijk ging hij naast den
ludsten vennoot staan, strak-turend naar de snipper-
(jes-asch, dio hij van z'n sigaar liet neertuimelen,
et klein-nadrukkelijke tikjes, in het koperen bakje..
.Wèlnee!" zei de oudste, voortschrijvend aan den
ief, waar hij aan bezig was... „Hoe kóm-je aan
e?..." Maar toen hij opzag, bespeurde hij hoe zon
derling de ander hem stond aan te staren
I „Ik wéét 't nog niet" zei de jongste, in de kamer
'P- en neerstappend...
„Toch kon-ie 't niet goed verkroppen" dacht de
ludste, gevoelend dat het deftige engagement zijn
lompagnon dwars-zat...
MAITRE CORBEAU.
neemt, zoo ben ik, al zoekende en tastende, eindelijk
terecht gekomen, waar ik wezen moest. Mijn altijd
naar kennis en waarheid dorstend „onbewust-bewust-
zijn" dit woord is van Dr. Prof. Hoekstra heeft I zegen„( zooalg die goms genoemd wordt, kies dan
trots - maar hun geest is vreemd van Hem ge
bleven, en Zijn „volgelingen" zijn zij n i e t.
Als Gij 'n mooien wandtekst hebben wilt, 'n „huis-
hier lafenis gevonden en is er vertroost geworden.
Hier ligt de wijsheid op straat, hier fluistert zij langs
dc grachten stil voor zich heen en rumoert ze aan de
tafeltjes in de kroegen, welke hier vele zijn. En be
denken doet zij zich niet, wat ze troutvens ook niet
noodig heeft te doen; dat laat ze over aan b.v. domi-
nee's en dergelijke zwaar-op-de-hand-zijnde lui. Zij
spreekt zich onomwonden uit, sterk in haar weten
van niet weerlegd te kunnen worden. Zij is, wat men
zou kunnen noemen „absoluut", welke eigenschap
zij deelt met wiskunde en algebra, al acht zij de
toevoeging „wat te bewijzen was" overbodig.
Bij de aanschouwing van zooveel groots en zelf
hef woord van Johannes XIII: 35: „Hieraan zullen
de menschen bekennen, dat gij in waarheid mijne dis
cipelen zijt, zoo gij doet wat ik u gebied en elkan
der liefhebt." En ergens anders staat er nog bij
bijna diezelfde woorden: „Want gij zijt alle broe
ders."
E11 tot die „broeders" behooren niet enkel de
leden van ons Luthersch of Roomsch clubje, maar
ook Joden, Doleerenden en Heilssoldaten; en als
ge ze ontmoet, ook Chineezen en slechte menschen.
Onze wijsheid heeft zich kort en goed te voegen naai
de wijsheid van onzen Heiland, zooals onze liefde
moet trachten te worden als de Zijne: voor allen,
voor Martha's en Maria's, maar ook voor Magdalena's
en Zacheüssen, voor tollenaars en zondaars.
Met groeten van waardeering en vriendschap
Uw dw.
II. d. H.
„Zoo zijn onze manieren, manieren,
Zoo zijn onze manieren."
Oud liedje.
(Tusschen Keulen en 1'arijs.
bedoel 'n vreemdeling, die toegelaten is stil. Hoe
Tegelijk met het winterseizoen is ook de drukte zou eerbied zich anders uiten? En hij zegt niets, als
in Amsterdam weergekeerd; 'n drukte, die zich van uien hem op 't balcon van 'n tram wat al te gevoelig
I En de jongste, gevoelend wat er in den ander om- elke andere hierdoor 't meest onderscheidt, dat men °P zijn teenen trapt of tegen de balustrade aandringt,
ring, zette zich weer voor zijn schrijftafel... ze „clubjes-drukte" zou kunnen noemen, 't Leven wijkt uit en zou wenschen ook oogen in zijn rug
1 Slechts het krassen van twee pennen drong door jn andere groote steden is heel iets anders dan bij te bebben, om ook te kunnen uitwijken, als het groote
ie plechtige stilte van het directie-kantoor, waar 0ns. Parijs bijvoorbeeld, is egaal druk, al zullen er ook er- imponeerende van achter hem nadert. En ver-
'óor Beurstijd maar bij uitzondering iemand mocht wt.; stnie hoekjes zijn aan te wijzen; Berlijn even- dwaalt hij schamel broekje, ook willend-meedoen-
ïomen storen... zeer, en de Friedrichstrasse, plus Unter den Linden, provinc.iaaltje, die hij is in 'n koffiehuis, waar het
plus Potsdammerstrasse en Potsdammerplatz, geven bem toegelaten wordt zijn boersche leden neer te NAMEN VAN OPPERHOOFDEN DER ROODHUI-
Van Staveren gaf oolijk knipoogje van ,Doe nou 01 er haar geheele lengte en verkeer 'n even groote luten op 'n stoel, dan luistert hij maar, stil en zwij- dj^N^
laar net of je 't niet merkt..." En de anderen van drukte te aanschouwen als de Boulevards d,s Italiens, gf5du' "aar._ad_ de,,W-^ e.'d ea keb vernutt, clat rond-
iet clubje, die nogmaals dronken op het kersversche de Bonne Nouvelle, Poissonnière of welke andere druk hem sPrankelt in uien moppen en geestigheden, I^ee'r me^waardig^z^n ^eterT' h'ifo
f vcsde» y. ookV.» de Mad.M.e tot bijna aan ^.""«elloS 52 W bébï.n
di Place de la République is het la grand' heure", nle^ er aan aenKena en er zien niet om De „phon_d oittine- Ruil" (Zittende Stier 1 Two
komen aantippelen. Had het VoI. De Friedrichstrasse is vol, zooals hier bij mooi kommerend, dat er veel van dit „goud op „zilveren JE (Twee Beren)- Red Cloud" Roode Wolk)
(ortstroompje, dat over het marmerblad van de tafel weer en zonneschijn de Kalverstraat tusschen half schalen aangeboden, verloren gaat, wijl het ook op- Tails" (Weinig Staarten) '11
v vimifkon van het iiria nu „„t i,af arnntb. gevangen werd door ooren. die niet beschaafd en met aooa van „few ïans (weinig oiaaneii;,
roop al-liaast weggeveegd... De brokken van het drie en vieren. Dit is dan ook het eenige groote- gevangen werd door ooren, die niet beschaafd en niet couranten vermeld is
i. dat Beekman aan gruis hadjaten vallen, zoodat stadsbeweeg, dat we_bier^bebben. Maar voor de rest veredeld^genoeg waren, om het te verstaan en te Ta^e/rJd toegeschreven? en het opperhoofd van
millioen en Car- weer 'n anderen stam heeft op zich genomen dit ver-
geestelijke goud- raad te wreken, ofschoon zijn naam is „Young Man
zou men ziiinin afraid of Horses" (Jonkman bang voor Paarden), 't
Q 0 0XCUS0S V IH.„ XI. u V AA V.V. Jg/WM V* |«VV y v O TT -
Van Staveren fluisterde hem iets in... Zou-je wel waar nu en dan wel eens 'n stedeling in verdwalen wc'zen bij liet putten uit 11 bron,
'og-meer'port drinken...? kan. Amsterdam heeft in zijn drukte iets klonterigs,
„Meneer heeft toch niet het booze-oog?" vroeg er als meelpap, die niet naar behooren geroerd is. Den
(en... Kijkend naar een lange, schrale figuur, die Haag is deftiger, stiller, meer vloeiend, minder bij
is hand naar Beekman bad uitgestoken, juist op elkaar scholend dan Amsterdam, al schrikt ook daar
iet moment toen er nog eens zou geklonken wor- >n fatsoenlijk mensch zich 'n ongeluk, wanneer '11
ien... En het portstroompje naar alle kanten rond- echte ingeborene zijn mond open doet, en 'n taaltje
8pa££g laat hooren, waar tuchthuisstraf voor geëischt moest
„Meneer heeft toch niet het booze oog?" vroeg worden. Rotterdam is alweer anders. Alle Rotterdam-
is spotvogel mers loopen met visch, en 'n Rotterdammer, die niet
„Dat weet méneer Beekman wel beter!" kraakte schreeuwt langs de straat, mag betwijfeld worden 'n
keelstem van den pas aangekomene... „Rotterdammer" te zijn. In Rotterdam aan 't woord
En weer alsof er niets gebeurd was, strekte hij ts komen, eischt voorbereidende maatregelen, gesle
is smalle 'vischachtig kille, klamme hand uit naar peuheid van kans-waarnemen, wat in Amsterdam niet
isn vader' van 't bruidje Terwijl zijn puntige, melk- bepaald noodig is, om nog 'n andere reden dan in
*itte tanden tusschen de lippen te zien kwamen... (den Haag. Amsterdam blijft staan of loopt te hoop,
Met een grijns die aan de koude koolzwarte oogen als er 'n jongenspet in 'r. gracht waait; den Haag
'ets dreigends,'vreeswekkends gafook wel staan maar monocleert en trekt den
Het geluid, waarmee Beekman den vreemdeling neus op, zonder veel te zeggen; uitgenomen n paar
'borstelde was heesch juffrouwen, die 't geval van alle kanten bekijken, en
Ze zagen wel, hoe véeemd de gelukkige vader deed. e- 'n achtermiddag aan wagen. De Hoogstraat in
H°e hij beefde... Wat 'n moeite 't hem kostte zijn Rotterdam verandert alleen van aspect, als de Ko-
8'as naar de lippen te brengen... ninginnen komen; de Blaak alleen als de Maas boven
Zij vertrokken, den een na den ander. pel! komt. Maar voor 't overige leiden Rotterdam en
van Staveren 't laatst. Trachtend den vader van den Haag het leven van n paar groote dorpen, waar
bruidje mee te krijgen... De oude Beekman wks in het eene vreemde zeelui hun geld stuk slaan en
6pen mensch voor caféloopen... vechten, en in het andere de Beau Monde van alle
„Jammer, dat ie niet mee is gegaan" zei een van Europeesche natiën en ook wel daarbuiten, coquetteert
bet clubje onder 't huiswaartstrammen,,'t la en geniet van 'n stedelijk buitenleven, zooals dit ner-
'°or den oude goed, dat ie niet dagelijks zoo'n ge- gbns anders ter wereld gevonden wordt; stil bedrij-
'ukkie heeft..." vig, gaand om er te wezen voor 't oog althans
En hij grinnikte vergenoegd over zijn geestigheid. behalve in de Vlamingstraat 's Zondagsavonds, als
Maar die op trambalkon tegenover hem stond, tuurde de geslachten zóo door elkander krioelen, dat er üui-
®et strak ernstig gezicht de avondstraat, waar de zenden vergissingen plaats hebben. Maar het Flein is
jchtjes begonnen op te vlammen, in... Ze hadden, als de Plaats, en de Plaats als 'n dorps-marktplein,
zou men zuinig
die zoo overvloedig ts haast onbegrijpelijk, hoe 'n Indiaan met zulk een
naam aanspraak kan maken op de waardigheid van
Indiaansch opperhoofd.
En nu gaan we vanavond onzen geest maar weer Bij eenige, mogelijk wel bij alle Indiaansche stam-
verrijken in „Ein Walzcrlraum", of als 't daar uit- men, bestaat het gebruik om het pasgeboren kind to
verkocht is, in ,De Geisha", dat in 't Rembrandt- noemen, naar hetgeen er zich voor het eerst onver
theater zijn zoovee 1ste jubileum viert, en waarin Köh- wachts of opmerkelijks vertoonde. Zoo werd een ken-
lcr zulke gekko caprioles maakt, dat men vraagt of nis, die ik onder de Indianen mocht maken, „Dou-
liij geen breekbaar skelet zou hebben; en de heer ble-Barrelled" genaamd, omdat hij zijn ter wereld
JCiehl zóó ernstig spreekt over zijn „stand", zijn „waar- komen, juist iemand voorbij liep met '11 twee-loops
digheid" en zijn „macht", dat ge hem bijna zoudt geweer.
gelooven vooral wanneer hij den voor hem kruipen- Het bekende Opperhoofd „Zittende Stier heet zoo
den Wunchi door '11 paar lui op laat nemen cn in niet, omdat hij, gelijk wij lazen, zijn gasten zittende
't Schippersgraggie" laat gooien. pleegt te ontvangen, maar omdat bij zijn geboorte
I het eerste voorwerp, waarop daarna de aandacht dei-
Heb ik in 't begin van dezen brief niet gezegd, dat omstanders werd gevestigd, 'n stier was in zittende
de drukte in Amsterdam zich hierdoor van die van houding
andere steden onderscheidt, dat men ze „clubjes-drukte" j Zij, die iets moois willen lezen over de zeden der
zou kunnen nemen? Nu ja, dat is ook zoo. Amsterdam Indianen, kunnen dit moois genieten 111 'n klein
heeft zijn clubs en clubjes, op de siraat en in de café's. I Fransch boekje, getiteld „Atala", geschreven door
En nu zal 't wel waar zijn, dat dit in qlle stcdenen Chateaubriand. Als jongens vonden wij het zóo mooi,
dorpen mui of meer het geval is, maar in Amsterdam' dat wij het zeker wel tienmaal gelezen hebben; toen
hebben die clubs en clubjes 'n zeer eigenaardig cachet, 1 wij het eenmaal begonnen waren te vertalen was er
dat in de zomermaanden niet zoo erg in 't oog loopt, S geen houden aan en werd 't 'n wedstrijd, wie 't het
maar duidelijk te voorschijn komt, zoodra liet winter- mooist zou doen. Busken Huet bespreekt het in zijn
seizoen zijn intocht heeft gedaan. „Literaire Fantasieën en Critieken".
Of 't komt, omdat hier dan zooveel artisten zijn. Het boekje heeft 'n ongewenschten tendenz, maar
zooveel zangers, specialiteiten in elk genre en op elk ik heb verscheidene lezers gesproken, die dit niet
gebied? Of 't komt, omdat de winter meer dun do hebben opgemerkt. Die tendenz is in de richting van
zomer zich eigent tot gezellig samen zitten? Ik weet „Quo Vadis", „Boefje" enz. Marie, Corelli in het
het niet. |WeL weet ik, dat 't een moeilijke taak is. j Roomsch, maar beter.
voor 'n sober aangelegd mensch, om van alles wat hier Of dit boekje in 't Hollandsch vertaald is, weet
geboden wordt, naar waarde en verdiensle te genie- j ik niet. Ik heb 't nooit anders dan in Fransch gezien
ten. 1 en betaalde er 35 cents voor. Als er 'n uitgever is,
Een eigen gezellige kamer, 'n vriendelijk thuis, 'n die 't uit wil geven, zou ik 't wel willen vertalen. Er
«wTnnger dan gTwoonlS'k puSSST! wanneer eTVwee p»r««7e gelijk trouwen: Gaande mooi rekjo met boeken, vier, vijf vrinden rondom zich, zou plezier en voordeel aan beleefd worden.