Alexanderhoeve en Avanti nu één akkerbouwgigant „Eigenlijk triest dat er zoveel mee Texelse Landbouw Melk en bollen steken gunstig af bij rest Bakkers kochten De Korenschoof erbij Frans Bakker doet melkkoeien aan de kant TEXELSE COURANT „Een beetje gek zijn om dit te beginnen" "Overpeinzing Boer, wat nu? De landbouw in cijfers VRIJDAG 18 MAART 1994 Pootaardappelentelers Frits. Rob. Jan en Ben Bakker laten zich niet afschrikken door een beetje tegenwind in de akkerbouw. Voor een solide basis van hun bedrijf hebben ze de handen ineen geslagen. iFoto Gerard Timmermani „Samenwerking is net een huwelijk. Bij sommigen gaat het bergafwaarts, maar bij ons gaat het steeds beter." Akker bouwers Frits, Jan, Ben en Rob Bakker smolten hun fami liebedrijven na jarenlange samenwerking op 7 januari bijeen tot één grote firma. Een vrijwel unieke transactie in de land bouw, zelfs voor Nederlandse begrippen, bedoeld om de basis van het bedrijf te verstevigen. Want alleen door kostprijsverlaging kan je een behoorlijke boterham verdie- De familieband was er altijd al tus sen de broers Jan (37) en Ben (31) van Alexanderhoeve in de Prins Hendrikpolder en hun neven Rob (30) en Frits (36) van Avanti in polder 't Noorden. De samenwer king startte zo'n vijftien jaar gele den, toen Jan zijn oom en neef in de aardappels hielp. Frits: „We specialiseerden ons in de poters omdat dat beter rendeerde dan graan, bieten en consumptie aardappelen." Broer Rob: „Bij de consumptieteelt blijft de op brengst op het zand te laag en po ters doen het hier wel goed. Temperatuur en wind dragen ver der bij aan de gemiddeld goede kwaliteit van de Texelse poters." De selectie, het sorteren en uitzoe ken vereisen specialisme en ma ken de teelt arbeidsintensief. De samenwerking hield gelijke tred met de schaalvergroting. Jan: „We kochten al gauw samen een aardappelrooier om de kosten te beperken." De gunstige afzet markt van poters droeg eraan bij dat de gezamenlijke oppervlakte kon uitgroeien tot de huidige ze ventig hectare. Het bouwplan ver meldt verder 37 hectare bieten, gerst (60 ha), tarwe (8,5), witlof- pennen (10) en narcissen (6); 22 bunder ligt braak. Korenschoof Ben: „Omdat we maar éénmaal in de drie jaar op hetzelfde land aar dappels mogen telen, huurden we tot voor kort land bij." Sinds de re cente aankoop van boerderij De Korenschoof aan de Hoofdweg in Eierland is dat nauwelijks meer no dig. Met zeventig hectare erbij groeide de bedrijfsomvang tot 195 bunder. Een kleine twintig hectare wordt bijgehuurd. „De schuur en het wdónhuis erbij was mooi mee genomen, want woonruimte is schaars tegenwoordig", aldus Ben, die er met zijn gezin inmid dels zijn intrek heeft genomen. „De schuur houden we voor opslag, want het sorteren van de 2.500 ton aardappels gebeurt voorlopig nog op Alexanderhoeve en Avanti. Wel streven we ernaar de verwerking in de toekomst in één bedrijf te doen." Weloverwogen risico Neef Rob ziet de kapitale investe ring in De Korenschoof als een „weloverwogen risico". „Dat kan je alleen nemenomdat je met z'n vieren bent. En of je nu rente en aflossing of landhuur moet beta len, het is om het even." Firmant Jan verwacht grote voor delen van het nieuwe bedrijf, waardoor het bouwplan overigens niet zal veranderen. „Nu ligt het land meer aaneengesloten. Voor heen ging door transport veel tijd verloren, omdat we overal land huurden. Bovendien waren het vaak ongemakkelijke percelen met tuinwallen of kolken." In de nieuwe firma is het totale be drijfsplan in een gemeenschappe lijke exploitatie ondergebracht. „Het is niet meer mijn en dijn", al dus Rob, die de voordelen noemt. „Om niemand tekort te doen rooi den we bijvoorbeeld de ene dag op Alexanderhoeve en de volgende op Avanti. Erg onpraktisch en nu niet meer nodig. We doen alles sa men." Jaarrond druk Het akkerbouwbedrijf bezorgt de Bakkers vrijwel jaarrond drukte. Rob: „Als de ene oogst van het land is, staat de volgende weer voor de deur. Werkweken van 40 uur behoren tot de uitzonderingen. Maar overuren, nee. We werken net zo lang als nodig is. En niet met tegenzin aan de gang hoor, want we kunnen het prima met el kaar vinden." Binnen de firma is sprake van een zekere taakverdeling, zoals organi satie, administratie en techniek. „Maar het zijn steeds twee men sen die daarvoor verantwoordelijk zijn, zodat er altijd iemand op va kantie kan of zo." Werken met vier man betekent dat ieder een gelijk werkaandeel moet leveren. Frits: „leder weet waar ie aan toe is, want we kennen elkaar inmiddels lang genoeg. Je kan niet zomaar zeggen: Ik stop ermee voor vandaag, terwijl de anderen doorgaan. Dat gebeurt ook niet, want de ander sleept je er wel door. Dat is het voordeel van met z'n vieren. Je staat er nooit alleen voor." Niet rooskleurig De neven draaien er niet omheen dat de vooruitzichten in de akker bouw niet rooskleurig zijn. Frits: „De prijs van de pootaardappels, toch de kurk waarop het bedrijf drijft, zit in een diep dal door over produce en afzetproblemen. Pas als de oppervlakte tien tot twintig procent omlaag gaat, worden de prijzen beter. Misschien, want een aantal rassen waarvoor geen li- centierecht geldt, gedijt ook goed bij onze buitenlandse concurren ten. Dus we zullen wel moeten wennen aan de huidige prijzen denk ik. Alleen degenen die de kostprijs weten te beperken, kun nen overleven. Wat dat betreft zijn Boer, je zult het maar zijn. Ooit werkten ze van zonsopgang tot aan de schemer. Een mooi vrij be staan. Het mocht eens tegenzit ten, maar aan het eind van het jaar bleef er toch altijd wel wat over. De goeie ouwe tijd. En nu? Met hard werken alleen kom je er niet meer. De agrarische markt raakt overvoerd en de ver zadigde consument wijst de boer aan als vervuiler van het milieu. Akkers moeten wijken voor natuur en de politiek dwingt de boer tot kostbare milieu-investeringen en legt zijn bedrijf aan banden. De stemming is bedrukt en zelfs de strijdlustige voormannen dreigen te bezwijken onder de stroom no ta's die op hem afkomt. Het gezucht van de boer gaat niet voorbij aan zijn zonen (of doch ters). Zakelijke argumenten wegen voor de opvolgers vaak zwaarder dan agrarische tradities en senti menten. Ze kiezen steeds vaker voor een toekomst buiten de land bouw. Dat is te merken aan de melkveehouderij, waar de één na de andere boer de dure melkrech- ten te gelde maakt. De melk ver dwijnt naar de overkant en dat ondermijnt de melkveehouderij op het eiland. Te hopen is dat de land bouwers de handen ineen slaan om de produktie voor Texel te be houden. In de akkerbouw knaagt de we reldmarktprijs aan de spaarzaam opgebouwde reserves. Wie de „pech" van een misoogst heeft, krijgt de rekening genadeloos ge presenteerd. Op zoek naar alterna tieven voor graan sleepte de akkerbouw de bollentelers mee het dal in. De stabiliteit in de nar cis sentee It komt te laat voor die genen die deze cultuur de rug toekeerden. Een somber beeld, dat bevestigd lijkt te worden door de conclusies in het sociaal economisch struc tuuronderzoek van de gemeente, dat medio juni het licht zal zien. De onderzoekers voorspellen de grove landbouw (graan, suikerbieten en consumptie-aardappelen) geen goede toekomst. Alleen de groot ste bedrijven en de kleinere die zich weten te onderscheiden kun nen volgens hen overleven. Maar hoe? Door het Texelse imago méér aan hun prod uk ten te verbin den, naar het voorbeeld van het succes van de Texelerdekbedden. Zie zo'n gat in de markt maar eens we in het voordeel, want wij wer ken grootschalig. En poters blijft toch een specialistische teelt." Hun deelname aan het project „Akkerbouw 2000" heeft als doel gebruik van kunstmest en gewas beschermingsmiddelen te minima liseren. Voor volledig biologische landbouw achten ze de tijd nog niet rijp. „De markt daarvan is te snel verzadigd." De narcissen en witlofpennen die als alternatieve tuinbouwproduk- ten worden geteeld, zullen altijd beperkt van oppervlakte blijven. „We zijn blij met de bollen, maar kunnen er niet teveel van hebben. De witlofmarkt is slecht. En als het centenwerk is, zijn de extra kosten door de boot nét de reden waarom Texel geen contracten krijgt.Afschaffing van het Texels tarief zou zelfs wel eens de doodssteek voor de akkerbouw op het eiland kunnen zijn." Vrij gevoel Hoewel ze geen grote moeite met milieu- en andere verplichtingen hebben, betreuren ze het verbod om drijfmest nog als stuifbestrij- der te gebruiken. Jan: „We hebben geen geschikt alternatief en staan met lege handen als het begint te stormen." Frits heeft vooral moei te met de administratieve regelge ving. „Ik zit zowat een dag per week te schrijven." De huidige afzetproblemen heb ben het viertal toch niet van hun grootschalige plannen kunnen af houden. Ben: „Akkerbouw, ik zou niet anders willen. Een eigen be drijf is van jezelf en dat geeft toch een vrij gevoel." Rob: „Maar eigenlijk moet je wel een beetje gek zijn om zoiets te beginnen." Bloemenshow. Leden van de Texelse Tulpenstudieclub hebben in de etalage van Ca- vo Latuco aan de Waal- derstraat een kleine tentoonstelling ingericht van broeiproeven met tulpen. De bloemenpracht aan de Waal- derstraat is voor iedereen gra tis te bezichtigen. Interviews en achtergronden De Texelse landbouw in de kijker. In een korte serie gaat de Texelse Courant dieper in op de agrarische sector. Want de ontwikkelingen in het boerenbedrijf gaan snel. Veranderingen in de markt, evenals gewijzigd natuur en milieubeleid dwingen de ondernemers tot aanpassingen. Via interviews en achtergrondinformatie schetsen we in deze eerste special een beeld van de vele gezichten in de landbouw. Voor een goede onderbouwing kregen we medewerking van de Rabobank, voorlichter Jan Koolhof en NBC-accountant Wim Eelman. Over twee weken: nieuwe initiatieven. Gerard Timmerman. Qua inkomsten komen de melk veehouders er het best vanaf, ge volgd door de bloembollentelers, akkerbouw, mestveehouderij en schapenteelt. De hoogste hectare-opbrengsten behalen de bollentelers, gevolgd door melk veehouders en akkerbouwers. Melkveehouders hebben gemid deld een goed inkomen, hoewel de prijs onder druk staat. Onzeker heid is er over debescherming door melkrechten, maar die lijken tot het jaar 2000 gegarandeerd. Bedreigend is de verkoop van quo ta naar de vastewal. Van de 26 miljoen liter melk die bij invoering van de quotering werd geprodu ceerd, is al heel wat naar de over kant verdwenen. Mestveehouders kiezen steeds vaker voor contract prijzen en produktie in een keten met leveranciers en afnemers. Schapenhouderij blijft een margi nale broodwinning en wordt be schouwd als stoffering van het landschap. De vleesprijzen zijn weliswaar iets aangetrokken, maar de wol brengt de kosten van het scheren nog nauwelijks op. Zelfs het succes van de Texelse dekbedden maakt de wol niet duurder. De ooipremie maakt de schapenhouderij nog enigszins in teressant. Het aantal vaklieden dat een inkomen haalt uit de fok kerij is beperkt. Akkerbouw In de akkerbouw is de situatie niet rooskleurig. Tot 1991, toen de bruto-omzet rond de f 20 miljoen schommelde, was het rendement goed. Daarna ging het bergaf waarts. Dat kwam niet door de opbrengsten, want net als de kwaliteit werden die steeds beter. De prijs van vooral pootaardappe- len en graan kwam in een vrije val. Oorzaken: overproduktie, concur rentie vanuit het buitenland, de harde gulden en de lage valuta koers in afzetlanden. Ook de graanteelt (1990 953 hectare) moest een flinke veer laten. Ge subsidieerde braakligging is door de afnemende vergoeding een minder aantrekkelijk alternatief. Veel bedrijven belandden in de ro de cijfers en moeten interen op het vermogen. Zorgwekkend is de si- Met een jaarlijkse omzet; zo'n 80 85 miljoen gul van de 330 miljoen die 1 jaarlijks incasseert, is dele bouw economisch gezien j betekenis. Ter vergelijking; visserij zet 60 miljoen om de overige sectoren (logi verstrekking, horeca, denstand en dienstverleni een kleine 200 miljoen. De 8500 hectaren cultu grond, ruim de helft vandi landoppervlakte, brengen de landbouwers gemidj zo'n negenduizend gulden bunder in het laatje. Het i tal boerderijen nam van in 1980 af tot zo'n 300 Een kleine 600 mensen ken direct of indirect in landbouw. Veel bedrijven h ben een gemengd karak 197 houden zich bezig i akkerbouwgewassen, vr mee zo'n 3500 hectare wi beteeld. Er zijn 150veehoi rijen, waarvan 95 mello producenten. De bedrijven die bollen telen samen goed voor hectare. tuatie op enkele pachtbetli met weinig eigen kapitaal. Bloembi De bollentelers maken redelp ren door. Wel daalde het van 478 ha in 1990 tot 1994. De narcis is met IS bunder (1990 nog 244 halt k per. De teelt staat weer in 4 langstelling. Lelies staan mei hectare op de tweede plaats.! het dalende prijsniveau specialisme daalt de animo voor. Tulp is met 81,80 hal) redelijk constant, de bollen voor „goed geld" weg, eveni acint (7,73 ha). Gele krok; (31,80 ha) zijn zelfs ontp duur. Aan iris en ander t» (sneeuwklokjes, keizers): e.a.) staat circa 15 bunder. te vinden, want de lokale produk- ten schieten ook elders als pad destoelen uit de grond. Een winstgevend initiatief vergt lef en de nodige aanloopkosten, een kar die niet door één boer kan worden getrokken. Is de landbouw klaar voor deze in novatie? De voormannen hebben de handen vol aan de plannen van hogerhand en zijn sceptisch over het Texels produkt. „We dragen het een warm hart toe, maar de markt is beperkt en de gemiddelde consument heeft er geen méér- prijs voor over", vinden ze het on derzoek teveel in de alternatieve richting geschreven. Zolang de overheid de landbouwers niet te veel beperkingen oplegt, maken ze zich niet teveel zorgen. In plaats van de BV Texel, bloeit het individualisme als nooit tevo ren. Creatieve boeren (en boerin nen) tasten de lokale markt af en beproeven elke mogelijke (bij)ver dienste. Kamperen bij de boer, boerenkaas, toeristische boerderij en, witlof, winterpeen en asper ges, om maar een paar voorbeelden te noemen. De land bouw op het eiland wordt bonter en gevarieerder en blijft strijden voor het bestaan. Want boer zijn blijft toch een uitdaging. „Eigenlijk is het triest dat er over deze kant zoveel boeren mee stoppen. Maar er dienen zich he laas geen opvolgers aan." Frans Bakker (55), veehouder in 't Hoornder Nieuwland, heeft na ruim dertig jaar melken de koeien van de hand gedaan. Alleen Pietje 114, de 100.000-liter koe, staat nog op stal. De pinken en een koppeltje schapen houden Frans en Tiny nog even aan. „Want we zijn nog te jong om te gaan fliere- fluiten." Kalmpjes aan afbouwen, dat heb ben ze zich voorgenomen. Bakker: „We hebben het bedrijf immers ook stap voor stap opgebouwd. We begonnen na ons trouwen in een stolpboerderij op Diek in Den Hoorn. Er zaten 11 stalletjes in." Een ouderwets gebouw en dat be tekende sjouwen geblazen, zeker in verhouding met de moderne ruilverkavelingsboerderijen die op het eiland werden gebouwd. „Wij dachten voor zo'n modern bedrijf echter nooit in aanmerking te ko men, omdat we de vereiste vijftien bunder niet hadden." Dat veranderde toen ze land kon den bijhuren en dankzij de ruilver kaveling wat extra's kregen toebedeeld. Net op tijd, want hun bedrijf 't Nieuwland zou dertig jaar geleden de op één na laatste ruil verkavelingsboerderij worden. Hele stap Stilstand is achteruitgang, en dus groeide ook het bedrijf van de Bak kers. „Gelukkig ging dat geleide lijk. Zo af en toe kwam er in de buurt wat land te koop. Meestal net als ik er financieel aan toe was. Dan moest ok nog wel zor gen dat ik de hoogste bieder was." Wijzend naar het noordoosten: „Buitendieks ligt precies tien bun der en de twintig aan deze kant van de weg lopen tot de tocht bij Kees Kikkert. En dan liggen hier en daar nog een paar stukkies." Superheffing Om de 55 koeien te huisvesten kwam er in 1980 een nieuwe stal. „Toen kon het nog, want ik zag de superheffing wel een beetje aan komen." Drie jaar later werd ook Bakker met een produktieplafond geconfronteerd en kromp de veestapel in. „Toen werd er flink over gemekkerd, maar achteraf is het voor de gevestigde boeren wel goed geweest. Niet voor starters, want die kunnen de dure mel krechten niet betalen. En door quota-aankopen stijgen de toch al hoge produktiekosten nog verder. Je concurrentiepositie komt in het geding. Want zuivel wordt een we reldwijde handel." Paarden De paardenliefhebber heeft zich nooit aan een trekker gewaagd. „Techniek? Geef mij maar een pak- ketouwtje en een mes. Cebeco heeft aan mij nooit een grote klant gehad. Ik hield het bij paarden. Collega's met trekkers zitten me wel eens te jennen. Maar ik sta bij niemand in het krijt, zeg ik dan. En wat is er nou mooier dan met een span paarden over het land te rij den. Of het nou kunstmeststrooi- en,walen of schudden is, ik red me best. En voor het grote werk zijn er loonwerkers die hun werk prima doen. Ik hoor ze soms al 's mor gens vroeg als ik nog in bed lig. Het nadeel van die trekkers is na melijk dat ze ook de nacht verlich ten, en dan moet je in het donker aan het werk. Ik had zelf altijd drukte genoeg aan het melken en verzorgen van het vee." Praatje Over belangstelling heeft hij met zijn paarden in het land niet te kla gen. „D'r komen 's zomers heel wat fietsers voorbij en vrijwel alle maal stappen ze af. Ach, en ik neem wel tijd voor een praatje hoor." Het werken met paarden heeft nog een voordeel. „Je verstoort niets. Het stikt hier op het land van de weidevogels. Alleen die ko lonie rotganzen, dat was nou ook weer niet nodig geweest." Hij be treurt het dat elders het weidevo gelbestand is teruggelopen en weet de oorzaak. „Er komen te veel roofvogels. Want je kan als boer nog zoveel aan nestbescher ming doen, meeuwen, eksters en kiekedieven uit de duinen roven de boel hier leeg. Als Staatsbosbe heer daar nou eens iets aanf in plaats van alleen maar tw te houden." Bakker denkfdj Vogelwerkgroep een laarsrol tussen SBB en de I bouwers kan spelen om tol| beter beheer te komen. Opti De aangescherpte wetgeving maakt het bestaan er niet rooskleurii Bakker vindt het onterecht boeren de zwarte piet krijgea gespeeld. „Terwijl op Texel mesttekort heerst, moeten lo's worden overkapt. Die ii ring hoef ik nu niet meer te Maar het zou kinderachtig zij] te zeggen dat ik daarom stop) mij is het een optelsom van De leeftijd, geen opvolging problemen met mijn knie. een éénmansbedrijf kan je lijk niks komen te mankeren, wens, je hoeft tegenwoordig meer door te gaan tot je erbij valt. Wat ik vooral zal missen fokkerij van koeien. Daar hi me graag mee bezig. Naarst gaan en zo. Ik had zelfs een vekampioen. Op zo'n 25 bed lopen dieren uit mijn stal." De Hoornder heeft zijn meR ten inmiddels verhuurd. Af verkopen hun quotum. Er qm nogal wat melk naar de vast en dat baart de Texelaars zo Mocht een koper voor Bakkef drijf zich mettertijd aand* dan kan deze de melkrechter minste nog overnemen, Frans Bakker heeft nooit een trekker aangeschaft, maar zich altijd met paarden weten te redden.

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Texelsche Courant | 1994 | | pagina 6