„Ik ben eigenlijk nooit wat geweest../'
TEXELSE JJ COURANT
VRIJDAG 19 MEI 1995
Zo'n twintig jaar geleden keerde Martin Beimdiek voor het eerst terug naar Texel. Lan
ge tijd had de voormalige Marineartilleriegefreiten de wens gekoesterd de plek weer
te zien waar hij gedurende de oorlogsjaren gelegerd was geweest. Uiteindelijk was het
zijn dochter die hem overhaalde, ook omdat zij nieuwsgierig was geworden door zijn
verhalen over die tijd. Sindsdien is de familie Beimdiek een trouwe gast, ondanks dat
al tijdens het eerste bezoek weinig was terug te vinden van de Zuid-Batterij. Ook kon
hij, zelfs na herhaaldelijk gevraagd te hebben, niet achterhalen waar zijn gesneuvelde
kameraden waren begraven. De rest van het eiland riep weinig herinneringen op, niet
onbegrijpelijk aangezien de manschappen van de marinebatterijen zelden de kans kre
gen hun post te verlaten. Beimdiek zelf werd pas tijdens de bange aprildagen van het
laatste oorlogsjaar achter het front aan het eiland opgestuurd. Toch hebben de beleve
nissen een diepe indruk bij hem achtergelaten: „ledereen heeft iets beleefd, ik eigenlijk
heel weinig. Ik heb twee kameraden en een Rus zien sneuvelen." Ook Beimdiek ver
deelt zijn leven in een periode vóór en een periode na de oorlog.
gesprek met Martin
imdiek, die van 1941 tot
1 eind van de oorlog op
«el was gelegerd.
Martin Beimdiek op zijn post.
dat moment 19-jarige Mar-
imdiek uit Mettingen werd in
opgeroepen voor militaire
t, Hij was er niet bijzonder
lecharmeerd, maar de keuze
klein. Weigeren zou beteke-
lat hij zijn baan als mijnwer-
bu verliezen, een kleine ramp
tijd van grote (sociale) onze-
id. Beimdiek kreeg zijn lege-
ding in Assen. „Vier of acht
n, dat weet ik niet meer pre-
Dltooiing van deze korte trai-
werd de groep waartoe Beim-
tehoorde per spoor naar Den
er gebracht, waar een selec-
laatsvond. Met zes anderen
Beimdiek op het hem volsla-
onbekende Texel gedeta-
rd bij het afweergeschut van
ud-Batterij. Daar maakte hij
vit van de derde batterij van
Vbrine Artillerie Abteilung
„Ik was niet ontevreden met
plaatsing, hoewel er weinig
aten waren en wij daardoor
wacht moesten lopen: twee
pp, vier uur af. Veel vrije tijd
len we met."
[Ie Zuid-Batterij waren twee
hutska ze matten, ieder met
bppeltürme (dubbelloops ge
il voor twaalf centimeter gra-
n Aan weerszijden van deze
chtsposten bevond zich het
doelgeschut waarbij Beim-
was ingedeeld: „We hadden
centimeter Oerlikons en een
linegeweer." Het hele com-
was omgeven met mijnenvel-
en prikkeldraad. De ruim
honderd manschappen ston-
onder bevel van een Korvet-
ipitan (kapitein-luitenant ter
Later werd de batterij uitge-
meteen radarpost. „De hele
«rdediging, die liep van De-
Men tot Zuid-Frankrijk, was
leid om de Engelsen tegen te
len. Maar, sie sind doch ge-
Den
het moment dat Beimdiek op
kwam, waren de^eerste Duit-
achtoffers al gevallen. Nadat
'eerde vliegtuigen hun bom-
hadden gelost op de marine-
n van Den Helder, vlogen
51 een boog over Texel en lie-
ear het restant van hun dode-
lading vallen. Eén van die
ellen weet Beimdiek zich nog
I te herinneren. „Op een dag
edereen in de Prettebaracke
een voorstelling werd gege-
Omdat ik de wacht had,
tik alleen achter het geschut
n Plotseling naderde van de
'jde een groot viermotorig
Is vliegtuig. Het vloog laag en
efde een beetje. Misschien
het al aangeschoten of op
3ndere manier in problemen,
teak was te schieten op alle
tuigen die overkwamen. Dus
01 >k." Beimdiek volgde het
,UI9 door het vizier en vuurde
nazifiziert te worden. Ik was niet
fanatiek. Niet politiek en ook niet
in de religie. Ik ben eigenlijk nooit
fanatiek geweest. Ik ben eigenlijk
nóóit wat geweest. Vóór de oorlog
was ik mijnwerker en na de oorlog
werkte ik wéér in de mijnen. De
Engelsen behandelden ons goed.
De laatste die ik sprak, vroeg me -
je zult het bijna niet geloven -: als
er nu oorlog zou komen tegen de
Russen, zou je ons dan helpen? Ik
heb maar ja gezegd, dat leek me
het juiste antwoord. Ik vroeg hem
wel: wanneer komt die oorlog?
Kan ik eerst nog even naar huis?"
Beimdiek lacht.
Pas in de vroege jaren zeventig
kwam Beimdiek weer naar Texel.
Er waren wel plannen geweest om
met een groepje mannen van zijn
onderdeel te gaan, maar dat
kwam er nooit van, ook omdat de
meesten toch wel angst hadden
voor de reacties van de Texelaars.
Op aandringen van zijn dochter
besloot Beimdiek na zijn pensione
ring de stap te wagen. Dat kon
toen tamelijk anoniem in de inmid
dels gegroeide stroom van Duitse
toeristen. Behalve resten van bun
kers vond hij op het eiland weinig
terug dat aan de oorlog herinner
de. Pas veel later kwam hij erach
ter dat zijn gesneuvelde kamera
den zijn herbegraven in IJs-
selstein. Beimdiek prijst zich ge
lukkig daar alle namen te hebben
teruggevonden.
De reacties van de Texelaars liepen
sterk uiteen. Verwensingen als
„Wat moet je hier? Ga toch naar
de Bodensee" en „Ik heb in geen
tien jaar Duits gesproken" werden
hem toegevoegd. Dat veel Texe
laar stug reageerden, blijkt ook uit
Uteren Kruis.
het feit dat niemand Beimdiek wil
de vertellen waar het Russenkerk
hof precies was.
Het is dan ook niet verwonderlijk
dat hij schrok toen in het postkan
toor van Den Burg eens op zijn
schouder werd getikt. „Ik wil van
u weten of u in de oorlog op Texel
was, vroeg een man mij. Ik aarzel
de, maar had voor mezelf het idee
dat ik geen verantwoording meer
hoefde af te leggen. Daarom zei ik
ja. Toen moest ik met die man mee
naar huis. Ik ging mee, omdat ik
graag contacten leg en mensen en
volkeren wil leren kennen. Maar ik
vroeg me wel af wat zijn bedoeling
was. Het bleek dat deze man ge
woon op zoek was naar veteranen
van Texel. Hij heeft me toen in
contact gebracht met Gerrit Ger-
rits, die probeerde uit te zoeken
hoe de Zuid-Batterij georganiseerd
was. Ik kom daar nog ieder jaar en
heb ook veel van hém geleerd."
Beimdiek gaf zijn uniform èn zijn
IJzeren Kruis aan verzamelaar
Gerrits.
Beimdiek heeft nog meer Texe
laars leren kennen, waaronder ook
mensen die enige kennis van de
oorlog hebben en er over willen
praten. Zij komen er dan vaak ach
ter dat niet alle fanatieke
nazi's zijn geweest. Beimdiek:
„Het klinkt misschien raar, maar
de tijd dat ik op Texel was, was
voor mij een soort vakantie. Het
was de enige tijd dat ik niet in de
mijnen hoefde te werken. Maar
begrijp me goed, oorlog is waan
zin. Als er nu oorlog was, zou jij
dan op je vriend schieten...?"
W. (Pip) Barnard
en Joop Rommets
(Medewerking werd verleend door
Nils Seifert, Gerrit Gerrits en Karei
van Empel.)
Beimdiek in correct uniform. Alle distinctieven zijn goed te zien; onder de tweede knoop
het lintje van het IJzeren Kruis.
diverse malen, tot het buiten be
reik was. „Ik kon en kan me niet
voorstellen dat ik het daadwerke
lijk getroffen heb." Drie dagen la
ter bereikte de Zuid-Batterij echter
het bericht dat één van de „voor
postschepen" - die enkele kilome
ters buiten de kust lagen - het
bewuste vliegtuig in zee had zien
storten. Omdat de bemanning had
opgemerkt dat er vanaf Texel was
geschoten, werd geconcludeerd
dat dit de oorzaak moest zijn van
de crash. Beimdiek werd voor de
ze „heldendaad" op 13 februari
1943 onderscheiden met het IJze
ren Kruis tweede klasse. „Ik snap
er nog steeds niks van, maar je be
grijpt, ik werd de gevierde jongen.
Prompt werd ik benoemd tot Ge-
schützführer."
pelen moesten schillen voor de
Duitse militairen. Na enig naden
ken weet hij de namen te noemen
van Annie Troost en Jo. „Vooral
Annie was zeer anti-Duits. Ze wil
de niet met me praten en schold
me constant uit. Maar ja, dat is
begrijpelijk, die meisjes stonden
ook onder druk. Ze konden niet
weigeren, want dan zouden ze in
Duitsland te werkworden gesteld.
Er waren een paar Oost-Friezen
die wél redelijk contact hadden
met de bevolking, omdat ze zich
goed verstaanbaar konden maken.
Die wisten bij boeren wel eens ex
tra eten los te krijgen en dan had
den wij feest." Beimdiek lacht,
maar bedenkt zich dan: „Of was
dat fout, denk je? Het was tenslot
te oorlog..."
Beimdiek behoorde niet tot de
groep die ervan overtuigd was dat
Duitsland de oorlog zou winnen.
Hij hechtte weinig waarde aan de
propaganda, die sprak van een ge
heim wapen. Met een paar kame
raden luisterde hij in het geniep
regelmatig naar de Engelse zen
der. „Dat was streng verboden. Je
kon er de kogel voor krijgen. Maar
nisch gewaarschuwd, waarop
alarm werd geslagen. De soldaten
kregen opdracht zich volledig be
wapend paraat te houden. Nieuwe
bevelen volgden pas in de loop van
de dag. Inmiddels was de legerlei
ding van Den Helder op de hoogte
gebracht via de radio, omdat de
Georgiërs de telefooncentrale in
Den Burg onklaar hadden ge
maakt. Hierop werden de eerste
versterkingen aangevoerd.
Beimdiek weet met stelligheid te
melden dat tijdens de beschietin
gen van Den Burg - die in de na
middag volgden - de Zuid-Batterij
niet heeft gevuurd. Daar was het
geschut volgens hem dan ook niet
geschikt voor. Alle vuurkracht
was op zee gericht. „De strijd is
gevoerd door soldaten uit Den Hel
der. Zij waren het ook die op Texel
tegen de Russen hebben gevoch
ten."
Pas na acht dagen werden de
mannen van de Zuid-Batterij het
eiland opgestuurd, met de bedoe
ling het front rugdekking te geven
en Georgiërs op te vangen die
door de Duitse linies wisten te ko
men. Beimdiek kreeg het bevel
over een tiental soldaten, nadat de
Een vrolijk samenzijn op de Zuid-Batterij. Beimdiek (tweede van links) heeft zijn IJzeren
Kruis als een ridderorde onder zijn kraag gebonden Op deze wijze van dragen stond
een strenge straf.
zo wist ik wel wat er aan de hand
was."
Energie voor de radio kwam uit
een accu, die daar in eerste in
stantie uiteraard niet voor was be
doeld. De accu's die op de
Zuid-Batterij in gebruik waren,
werden zo nu en dan opgeladen bij
de TEM-centrale in Den Burg.
Beimdiek herinnert zich dat hij de
ze tocht eens lopend(l) ondernam.
Zelfs tijdens die onderneming
werd hij door geen enkele Texelaar
aangesproken.
Ook voor de soldaten van de Zuid-
Batterij begon de werkelijke strijd
pas in de nacht van 6 april 1945.
Direct na de gebeurtenissen op
Texla werd de marineleiding telefo-
oorspronkelijke Gruppenführer do
delijk gewond was geraakt. „Hij
werd in de borst getroffen. Zo
goed en zo kwaad als het ging
hebben we zelf de kogel eruit ge
haald en de man verbonden." De
gewonde bevelhebber werd naar
het noodziekenhuis gebracht en is
later overleden. Beimdiek denkt
zelf dat hij de benoeming tot Grup
penführer te danken had aan zijn
IJzeren Kruis.
Het voeren van het bevel was
geen geringe opgave, ook omdat
Beimdiek niet het flauwste benul
had van waar zij zich op het eiland
bevonden, noch hoe de situatie
was. De plaatsen waar hij ge
weest moet zijn, kon hij zelfs niet
vinden toen hij in rustiger tijden op
Texel terugkwam.
Beimdiek en zijn groep zijn niet
noordelijker geweest dan een half
afgebrande boerderij ergens in Ei-
erland. De onbekendheid met de
plaatselijke situatie was dermate
groot, dat Beimdiek tot zijn grote
ontreddering meende met een
door Russen geplunderde kazerne
van doen te hebben. „De hele op
bouw deed aan een kazerne den
ken: een binnenplaats, met
daaraan grenzend slaapkamers. Er
stonden ijzeren eenpersoonsbed
den en die kende ik alleen uit het
leger." Pas veel later werd Beim
diek verteld dat er in die omgeving
nooit kazernes hebben gestaan.
„We besloten er de nacht door te
brengen, veel andere mogelijkhe
den waren er niet. Ik vroeg vrijwil
ligers voor de eerste wacht. Rudi
en de 51-jarige Karl wilden wel aan
de voorkant posten, ikzelf en een
mij onbekende soldaat namen de
achterkant voor onze rekening. Op
een zeker moment hoorden wij
een knal en zagen iemand in het
donker weglopen. We konden niet
zien of het een Rus of een Duitser
was. We hebben op hem gescho
ten, maar ik denk niet dat we hem
hebben geraakt. We liepen om het
huis heen om te kijken wat er ge
beurd was. Daar lagen onze twee
kameraden en een Rus. Karl riep
mijn naam. Hij was zwaargewond,
maar nog wel bij kennis. Rudi en
hij hadden wat gepraat en een si
garet gerookt. Waarschijnlijk heeft
het luchtpuntje van de sigaretten
hen verraden aan twee Russen die
in de buurt waren. De Russen wa
ren op hen toegelopen en omdat
het zo donker was, hadden ze dat
pas te laat in de gaten. Ze vroegen
nog naar het wachtwoord, maar
de Russen waren inmiddels zo
dichtbij dat één van hen de loop
van zijn geweer op Rudi's borst
zette en schoot. Van schrik vergat
Karl de handgranaat die hij boven
zijn hoofd hield te gooien. Toen de
granaat ontplofte, drongen de
scherven door zijn Stahlhelm in
zijn schedel. De Rus was op slag
dood. 's Morgens werd Karl naar
het ziekenhuis in Heiloo gebracht,
waar hij is overleden. Dit is het
laatste wat ik op Texel heb meege
maakt, meer kan ik je niet vertel
len. Ik heb wel andere dingen
gehóórd, maar niet zelf meege
maakt. Jeder hat etwas anderes
erlebt."
Na de komst van de Geallieerden
op Texel, werden de manschappen
van de Zuid-Batterij met vracht
wagens afgevoerd naar Wilhelms
haven, waar werd nagegaan
hoezeer de nazi-idealen nog leef
den. „Ik hoefde eigenlijk niet Ent-
Ondanks deze „promotie" bleef
Beimdiek gewoon soldaat. Wél is
dit waarschijnlijk de reden ge
weest, dat hij - als één van de wei
nigen - tot het einde van de oorlog
op Texel is gebleven. Kennelijk
gold dat' wie zijn best deed niet zo
snel overplaatsing kreeg, maar dat
degene die in rang verhoogd wilde
worden zichzelf aan het front
moest bewijzen. Beimdiek kreeg
er uiteindelijk wél een paar stre
pen bij, maar dit was slechts het
gevolg van langdurig dienstver
band en had niets te maken met
bijzondere prestaties.
Behoudens een enkele uitzonde
ring verliepen ook voor Beimdiek
de oorlogsjaren op Texel betrekke
lijk rustig. De belangrijkste bezig
heden waren wachtlopen en
onderhoud van het complex. Daar
naast kreeg de manschappen veel
en langdurig onderwijs in vlieg
tuigherkenning. Verder waren
er wel eens oefeningen, maar voor
zover Beimdiek zich weet te herin
neren werd slechts tweemaal ge
vuurd met het kustgeschut.
Contact met de Texelse bevolking
was er nauwelijks. De manschap
pen kwamen het terrein zelden af
en verlofgangers werden in een
gesloten vrachtwagen via Den
Hoorn en Den Burg naar Oude-
schild gereden. „Toen ik later op
Texel terugkwam, wist ik heg nog
steg. Ik was dan ook nergens ge
weest. Het witte kerkje van Den
Hoorn had ik alleen door m'n ver
rekijker gezien, dat staat me nog
goed voor de geest. Ik heb geen
enkel meisje gesproken, alleen ge
zien."
De enige Texelaars die Beimdiek
zich nog herinnert, zijn de (Hoorn
der) meisjes die dagelijks aardap-
Beimdiek kort na de ontvangst van het IJ
zeren Kruis. Het Kruis zelf werd alleen de
eerste dag zichtbaar gedragen