beriglen omtrent de aardappel ziekte. Het jaarlijksch inkomen van Engeland bedraagt ongeveer vijf duizend mil joen guldens waarvan een derde met de income-tax is be last. De Maarschalk Bugeaud zal als bevelhebber van Algérie worden ontslagen. Spanje zal 14,000 man ter beschikking van Portugal stellen. De koortsen en de sterfte zijn in de laatste dagen bij het warme weder in Ierland weder toegenomen. Priris Oscar van Zweeden is bij de koningin van Engeland in een gehoor ontvangen. De 75sle verjaardag van den Koning van Hanovcr zal met groole pracht gevierd worden. De Britsche Consul te Oporto heeft zich met zijne geheele familie ingescheept op de Engelsche schepen. In de rots bij de poort van Na men heeft men twee romeinsche medailles gevonden uit den tijd van de keizers Anloninus en Scplimus Severus. Te Saraka bij Batavia is een franschman overleden die on derscheidene miljoenen achterlaathij was als scheepsjongen vertrokken in hel jaar 1791. Een meester in do beide regten en candidaat notaris biedt acht duizend gulden aan, mits erlangende een post die drie duizend gulden 'sjaars oplevert. Manuel Gadoijde beruchte vredevorst heeft verlof bekomen om met behoud van titels enz.in Spanje terug te keeren. Van Londen zal wekelijks eene stoom boot vertrekken op de havens van Vlissingen en Neuzen. Te Dublin worden toebereidselen gemaakt om eene nationale begrafenis-plegtigheid voor O' Connell te doen plaats heb ben. De Koning en de Koningin van Napels gaan naar Rovigno ten einde eene erfenis te regelen. Bij gelegen heid van het spaij-kanaal zal in het land der feesten (Kleef) een groot feest gevierd worden. Door eene zekere partij worden aldaar hinderpalen in den weg gelegd aan het Schiitzenfest. (ingezonden.) Met zeer veel genoegen hebben wij gepasseerden dingsdag het eerste Concert d la Musard bijgewoonddat door j vrij goed weder begunstigd werd zoodat hel concert kon aanvangen met muziek in den tuin. De in de zaal (die tot dat eindo door den Heer Puins zeer sierlijk was ingerigt) uitgevoerde muziekstukken voldeden bijzonder goed cn droe gen aller goedkeuring wegzoowel door de keuzeals door de uitvoering derzelven. Nog vele genoegelijke avonden stellen wij ons dan ook voor door te brengendaar wij aan de meer algemeene deelnemingdan nog deze keer het geval waswel niet kunnen twijfelen vooral bij liet gemis aan andere uilspan ningen hier ter plaalso en de zeer laag gestelde entree. Wij gevoelen behoefte den Heer J. Dahmen voor de moeite die hij zich geeft, om dezo concerten zoo aangenaam mogelijk te maken - en waarvoor ZF.d. allen lof verdient - openlijk dank te zeggenen ZEd. van harte too te wen- schendat hij in zijne onderneming niet te leur gesteld moge worden en zijne ontvangsten de uilgaven althans zul len kunnen bestrijden. x. BESCHRIJVING VAN DEN HELDER. (Een later ontvangen stuk wordt niet geplaatst, uithoofde het geldt hetzelfde onderwerp). EEUIXEETOK. Dat de Helder sedert vele jaren algemeene opmerkzaamheid ja zelfs bij vreemdelingen trekt, is genoeg bekend. De Helder iseene schepping van deze eeuw,endeadelaarsblik van Napoleon had helder en juist gezien, toen hij hier zijn Napoleon- topolis wilde slichten. Het is alleen de ellendige zucht der vori ge regering, om bij den dag te leven, waaraan het is te wij ten, dat de wordiug van het zoo geschikt gelegen Nieuwediep aan botsingen van personele belangen prijs gegeven, en dus een verbrokkeld bijkans vormloos geheel geworden is. Het is niet te verwonderen, dat, terwijl in sommige dagbla den, of tijdschriften, vlugligo beschouwingen over den staat en toestand vau de plaats onzer inwoning werden opgenomen de wensch werd uitgesproken, om een werk te bezitten, dat de wordiug, voortgang en de latere reuzenontwikkeling beschreef, daarbij zoo veel doenlijk, uit erkende of ook onbekende bron nen, den ouden toestaud van den grond aanwees, de verande ringen op den voet volgdo, en het tegenwoordige voor oogen riep. enz. enz. Het zal niet twijfelachtig zijn, dat zulke arbeid aan gecno alledaagsche handen kon worden toevertrouwd. Er behoorde onmisbaar toe: een antiquarische blik, scherpzinnige kritiek, en historische takt, om het werk eene blijvende waarde te ge ven. Zonder door eeuige boekverkoopers speculatie daartoe aange zocht te zijn, heeft de heer van Dam den Dotimeesier zich deze taak op de schouders gelegd, maar helaas! De geuouicne proef is mislukt. Aller mond is er vol van en onze kritiek is niets anders dan de uitdrukking van de publieke opinieonder zachte termen gebragt. Wij zouden gaarne beginnen met hetgeen lofwaardig is be vonden met den vinger aan te wijzen, maar het ontbreekt ons daartoe aan stof cu niemand zal van ons vergen te leveren wat wij niet aantroffen. Wij willen hiermede niet gezegd heb ben dat er niets goeds gevonden wordt maar de vraag is en kel, of er proeven voorbanden zijn, die tegenover hetgeen af keuring verdient, als tegenhanger kunnen gesteld worden. Hier verklaart zich onze goede wil magteloos. Wij willen niet be zien de kritische hand, die oude bcrigten weegt, hare waar de bepaalt en resultaten vau de schaal neemt; alleen letten wij op lielgeen binnen het bereik vau den Schrijver lag. Wij zul len daarom slechts op die gebreken letten welke vermijd had den kunucn en moeten worden, zoo de Schrijver slechts (wij moeten het zeggen) het gewild had. Het werk onderscheidt zich door drie kapitale gebleken, namentlijk: door verwarring onvolledigheid en onjuistheid. Het eerste gebrek is het karakter van het geheel. Alles is door-ecn-gehaspcldnergens orde. Sla tot eene proeve slechts op bl. 61 en 62, gij verdrinkt daar in een chaos. Maar zoo is 't geheele boek. Het heeft veel schijn, alsof de Schrijver al wat hij van tijd tot tijd mag aangetekend hebben, achter malkander overgeschreven heeft. Wij klagen het boek aan van onvolledigheid, niet omdat wij volledigheid eischen maar omdat er in ontbreekt, wat er ge vonden behoorde te worden. Wij zien de gebeurtenisgen voor 1795 stilzwijgend voorbijgegaan. Hoe mager staat hier dc geschie denis der Auglo- Russische landing. Er zijn liier nog, die het heugt, met welk een blijdschap de Erfprins van Oranjelater Willem I. in de woning van den Heer v. Herwerden werd begroet. Niets weet de Schrijver van Napoleon's bezoek in 1811 aan den Helder, wat plannen hij hier bouwde; hoe volgens die plannen dc opmeting van eene nieuwe stad gemaakt v>erd, hoe het Eta blissement daaraan zijne geboorte heeft te danken. De dorre kronijk van den tijd des belcgs in 1813 en 14 wordt verlevendigd door eene beschrijving van den koenen zeclogtvaii den toenmaligcn Luitenant, onzen tegen woordigen Minister van Marine. Wij hadden den Schrijver ter hand gesteld een klein stukje, dat wij elders hadden doen plaatsen waarin wij een

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Weekblad van Den Helder en het Nieuwediep | 1847 | | pagina 3